Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.11 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina37/53
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
1   ...   33   34   35   36   37   38   39   40   ...   53
177 Het ware, levende geloof
[1] Nu keek AZIONA de gemoedelijke Johannes verbaasd aan en zei: 'Luister, mijn overigens zeer gewaardeerde vriend! Hetgeen ik nu uit jouw mond heb vernomen, is meer dan mijn gevulde voorraadkamer en veel meer dan de van puur water gemaakte wijn; want wat je mij hebt gezegd is woordelijk van A tot Z waar! Je hebt mij tevoren nooit gezien en nooit gesproken en kent de levensomstandigheden van mij en mijn hele gezel­schap zo precies, alsof je dat allemaal zelf met ons hebt meegemaakt! Dat is veel -en iets dat me zeer tot nadenken begint te stemmen. Dat jouw collega die als eerste het woord voerde, mijn naam wist, viel me helemaal niet op, omdat heel Caesarea die kent en omdat men jullie van daaruit de weg hier naar toe gewezen kan hebben; maar mijn levenservaringen zijn door niemand van ons aan wie dan ook bekend gemaakt, en daarom ben jij ze ook van niemand te weten kunnen komen, -en je bent van iedere kleinigheid op de hoogte, ja zelfs van de gedachten die ik toen gehad heb, de besluiten die ik genomen heb, en de plannen die ik innerlijk koesterde en vaak niet eens aan iemand van mijn gezelschap heb meegedeeld! Vriend, dat is iets, wat op geen enkele natuurlijke manier te verklaren is!

[2] Wel moeten er in Egypte ooit wijzen zijn geweest die uit de lijnen van de hand en het voorhoofd iemand konden zeggen wat hij gedaan had, en voorspellen, wat hij te verwachten had; ook waren er zekere tempelslapers, die in een soort extase tijdens de slaap iets vertelden over dingen die ergens bestonden, of voorspelden wat ergens zou gebeuren en zou bestaan. Met wat een mysterieuze beelden werd een dergelijke orakelinhoud aan b.et licht gebracht! Er waren weer andere wijzen voor nodig om zulke hoogst onbegrijpelijke orakelspreuken op meestal vreemde en zeer sluwe wijze aan de leken uit te leggen; en na vaak zeer bombastische en kostbare verklaringen wist degene die om uitleg vroeg precies dingen die hij helemaal niet hoefde te weten, .of die hij al sinds lange tijd wist. Maar bij jou kwam het er gewoon glashelder uit zonder enige tempelslaap, zonder mijn handen te bekijken en zonder mysterieus gepraat! Ja, zulke helder­ziendheid bevalt me! Maar nu rijst daar achteraan de vraag nog die luidt: Hoe, hoe is zoiets mogelijk? Zonder een alziende en alvoelende goddelijke kracht is dat absoluut ondenkbaar! Zou zoiets werkelijk alleen door een volledig geloof te bereiken zijn?"

[3] JOHANNES zegt: 'Jazeker vriend; maar het komt er natuurlijk zeer op aan, wat men gelooft! Als iemand je een leugen zou vertellen en jij die vast zou geloven, dan zou toch zo'n geloof, ook al kent dat geen enkele twijfel, geen werking hebben; want op een bodem die geen waarachtige, vaste kern heeft, kan men geen huis bouwen."

[4] AZIONA zegt: 'Dat is helemaal waar; maar waar is de toetssteen waarmee ik tot de volle overtuiging kan komen, dat hetgeen iemand mij wil doen geloven de volste waarheid is?"

[5] JOHANNES zegt: 'Over dit hoofdstuk hebben we weliswaar reeds gesproken; maar om je nog een nadere vingerwijzing te geven zeg ik je dat God, de Heer van de hemel en van deze aarde, ieder mens die naar de waarheid streeft een gevoel in z'n hart heeft gelegd, dat de waarheid nog veel eerder herkent en beseft dan een nog zo ontwikkeld verstand.

[6] In dit gevoel huist ook de liefde tot de waarheid, die zij als zodanig waarneemt, weldra met haar levenswarmte doordringt en op die manier levend maakt. Wordt het geloof als een van de liefde doordrongen waarheid eenmaal levend, dan zal dit geloof zich ook zelf beginnen te roeren, gaan bewegen en tenslotte zelf beginnen te handelen. In een dergelijk vertrouwensvol handelen ligt dan ook pas het volledig welslagen van hetgeen men in z'n hart, en niet ergens in de hersenen van het hoofd, als ongetwijfeld waar gelooft.

[7] In de hersenen heeft de ziel alleen maar haar ogen, oren, reuk en haar smaak; hier gaat echter geen leven van uit, omdat deze zelf slechts gevolgen zijn van het leven.

[8] Als een geloof dus uitwerking wil hebben, moet het één zijn met het leven zelf en niet, zoals ogen, oren, neus en gehemelte, slechts een gevolg zijn van het leven als zodanig, zonder een dieper verband dan alleen het noodzakelijke uiterlijke gebruik. Als je geloof in de waarheid eenmaal één is geworden met je leven, heeft het reeds vanzelf iedere twijfel buitenge­sloten en het hoeft dan alleen maar te willen, en er zal gebeuren wat zo'n levensgeloof wil."


178 De weg tot het ware geloof
[1] (JOHANNES:) 'Het echte ware geloof van een mens die begint te geloven, lijkt op wijnmost die in een zak wordt gedaan. Als het echte druivemost is, begint hij weldra te gisten. Door deze gisting werpt de most alles van zich af wat niet volledig wijn is. Heeft hij alles uit zichzelf verwijderd wat niet van zijn soort was, dan wordt de most een zuivere en krachtige wijn, die, wanneer men er van drinkt, alles met leven vervult, omdat hij zelf in zekere zin leven is. Doe je echter een andere vloeistof in de zakken, dan zal deze ofwel helemaal niet tot gisting komen ofwel hoogstens gaan rotten en tot stinkende ontbinding overgaan, waardoor ook de zak wordt aange­tast en vernietigd.

[2] Gelijk aan de wijnzak is het hart van de mens, dat door de waarheid steeds meer leven en kracht krijgt, maar door leugen en bedrog uiteindelijk zelf, in plaats van drager van het leven, in de volledige dood moet overgaan.

[3] Als je aan een God gelooft in je hart, zul je Hem ook liefhebben, omdat in het hart alles van liefde wordt doordrongen. En heb je God lief, dan is Gods hoogste kracht in je hart en zo in je leven zelf, binnengedrongen.

[4] Gods kracht is niet een op enigerlei wijze beperkte kracht, maar zij doordringt de hele eeuwige oneindigheid. En als zo in verbinding met die goddelijke kracht je levenskern in beweging wordt gebracht, dan wordt tegelijkertijd ook de goddelijke kracht in je bewogen, en als deze dan in jou iets wil, dan gebeurt zonder meer wat zij wil.

[5] Ik ben weliswaar uiterlijk net zo'n mens als jij; maar in mijn hart ben ik niet meer alleen maar voor mijzelf levend, maar Gods kracht woont door mijn grote liefde voor Hem in mijn hart en is één geworden met mijn liefde. Daarom kon ik ook vanuit de kracht van God alles zien en waarnemen wat er zich met jou en je gezelschap tijdens je reizen heeft afgespeeld. Hierin ligt alles besloten!

[6] Je moet God op de eerste plaats leren kennen, en daarvoor heb je een geordend verstand. Maar het moet niet alleen bij het verstand blijven. Wat je begrijpt, moetje zo snel mogelijk in je hart of in je leven opnemen, het daarmee tot leven brengen, en dan zul je reeds op de goede weg zijn! ­Heb je me wel begrepen?"

[7] AZIONA zegt: 'Begrepen heb ik je wel; maar wat moet ik dan doen als het hart al met allerlei vuiligheid van leugen en bedrog gevuld is? Hoe kan ik dat er eerst uitkrijgen?"

[8] JOHANNES zegt: 'Neem alleen maar de waarheid aan; die zal haar werk ook zonder jouw handen doen! Als je midden in de nacht de duisternis bekijkt, kun je je ook vol angst afvragen hoe deze toch zal wijken voor de komende dag. Wie zal haar wegvagen? Ik zeg je: Maak je daarover geen zorgen! Laat eerst maar het zonlicht komen, dat zal het meteen winnen van de duisternis, al is deze nog zo dicht! En zoals God te werk gaat in de grote uiterlijk zichtbare natuur der werelden, zo werkt Hij ook door Zijn levensgenade zon in het hart van de mens. -Begrijp je dat?"

[9] AZIONA zegt: 'Ja, ik begrijp het nu; maar sta me nu toe dat ik naar een paar buren ga, om hun openlijk te zeggen wat ik hier heb ervaren!"

[10] Toen ging onze Aziona weg en haastte zich naar zijn buren, riep allen luid en snel bij elkaar en vertelde hun haarfijn alles wat hij nu ervaren ­gezien en gehoord had.


179 De droom van Hiram
[1] Die waren hogelijk verbaasd over dit alles, en EEN van hen zei: 'Merkwaardig, ik hecht eigenlijk helemaal geen waarde aan dromen, - maar de droom die ik deze nacht had lijkt door deze hoogst merkwaardige ontmoeting volkomen als waar bevestigd te worden!'

[2] Onmiddellijk vraagt AZIONA hem, op zijn haastige manier: 'Wel, wel, vertel dan vlug wat je allemaal gedroomd hebt! Laat vooral niets weg; want het kan allemaal van groot belang zijn!"

[3] Zijn BUURMAN zegt: 'Heb toch een beetje geduld, mijn vriend Aziona; men moet een droom eerst eens behoorlijk uit alle levenshoeken van zijn gemoed wat ordelijker bij elkaar zoéken, omdat men nooit met een verwarde vertelling bij jou aan hoeft te komen. Maar ik zie het nu allemaal behoorlijk goed voor me, luister dus maar geduldig.

[4] Ik stond aan de oever van onze baai, die bijna onbevaarbaar is voor grotere schepen. Ik zag in het oosten een grote glans opstijgen, die sterker scheen dan de middagzon. Ik zocht met mijn ogen van links naar rechts en van boven naar beneden, maar er was niets te zien wat ook maar enigszins op de zon leek, waar de grote glans van had kunnen uitgaan.

[5] Ik bekeek deze grote glans met steeds grotere belangstelling en ontdekte spoedig daarop een groot schip, dat juist deze baai binnenvoer. Dit schip verspreidde zoveel licht, dat het me gauw duidelijk werd, dat de vooraf­ gaande grote lichtglans alleen van dit schip kon stammen. Ik ontdekte ook snel mensen op dit lichtschip, van wie er vooral Een meer licht verspreidde dan de middagzon. En ook de anderen, op één na, verspreidden veellicht, maar toch zo, alsof ze gelijk de witte zonnewolkjes door die Ene werden beschenen. Het schip naderde snelonze nederzetting. Ik werd door grote angst bevangen vanwege het steeds sterker wordende licht, zodat ik me haastig in mijn hut probeerde te verbergen. Maar toen werd ik wakker en zag dan pas in, dat het slechts een droom was.

[6] Ofschoon ik, zoals ook ieder van ons, geen waarde hecht aan een droom, heeft deze merkwaardige lichtdroom me toch tot op dit ogenblik beziggehouden en ik riep mezelf meerdere malen toe: 'Nee, dat is geen gewone, zinloze droom! Die zal op een of andere overeenkomstige wijze in vervulling gaan!' En zie, hier gebeurt het al!

[7] Maar nu meteen er naar toe; want ik brand van verlangen om het schip te zien, of het althans wat de vorm betreft op het schip lijkt dat ik in mijn droom heb gezien! Ook de mensen heb ik tamelijk dichtbij al zo duidelijk kunnen zien dat ik hun gezichten goed in me op heb kunnen nemen. Het zou waarlijk hoogst merkwaardig zijn als het schip en ook de mensen die ik op het schip in mijn droom heb gezien, gelijkenis vertonen met jouw wonderbaarlijke gasten! Laten we daarom onmiddellijk naar hen toe gaan, opdat ze niet van te voren al weg varen!"

[8] Onmiddellijk stonden alle mensen uit de buurt op en haastten zich naar ons toe.

[9] Toen ze voor ons stonden riep DE DROMER meteen luid: 'Ja, ja, broeder Aziona, dat is precies hetzelfde schip en het zijn ook precies dezelfde mensen, alleen allemaal zonder de lichtglans!"

[10] IKZELF riep hem nu bij z'n naam en zei: 'Hiram, wat vind je nu dan van je droom? En wat jij, Aziona?"

[11] HIRAM zei: 'Ja, beste, wonderbaarlijke vrienden! Ik weet hierover niets anders te zeggen dan dat hij met jullie, wat de vorm betreft, volkomen in vervulling is gegaan! Alleen het licht is nu niet te zien; maar misschien krijgen we dat ook allemaal weer te zien, als deze heldere zonnige dag zich zal omhullen met de sterrenmantel van de nacht!"

[12] AZIONA zegt: 'ik ben van mening dat hier geen uiterlijk zichtbaar licht nodig is, omdat deze lieve vrienden zo overvol zijn met het onbegrijpelijke innerlijke licht van de levenswijsheid! En ik zou bijna denken, vriend Hiram, dat jij in je werkelijk bijzondere droom alleen het geestelijk lichtschijnsel van deze mannen hebt gezien. Maar daarover zullen deze aardige mannen en onbekende vrienden jou zelf de juiste opheldering geven!"


180 Wat de ziel tijdens een droom ziet
[1] Hierop zegt JOHANNES: 'Zie je, vriend Aziona, hoe het geestelijk al bij je begint te dagen? Want je hebt je vriend en buurman Hiram een volkomen juiste verklaring gegeven over het lichtschijnsel in zijn droom­gezicht; want het is inderdaad precies zo! In de droom ziet alleen de ziel geestelijk met haar geestelijke ogen en kan daarom ook alleen het geeste­lijke zien, en daarom heb jij ons eerst ook alleen maar geestelijk kunnen zien, ik bedoel niet jou, Aziona, maar Hiram. "

[2] AZIONA zegt: 'Maar Hiram zag niet alleen het licht, maar ook de materie wat de vorm betreft, zoals deze hier is! Wel, met welke ogen zag hij deze dan?"

[3] JOHANNES zegt: 'Toen wij vandaag ongeveer drie uur geleden aankwa­men waren jij en nog enkele buren van je erbij; alleen Hiram was er niet­ Toen de middag kwam, haastte iedereen zich naar zijn hut vanwege het karige middagmaal; alleen jij bleef om ons te verzorgen. Als Hiram ook bij degenen was geweest, die ons met jou hier hebben ontvangen, dan had je nog eerder ingezien hoe men met de geestelijke ogen van de ziel soms ook materiële vormen kan zien en waarnemen. Maar nu moet je dit stukje bij beetje duidelijk gemaakt worden; want hier is nu ook het oude gezegde van toepassing, dat een boom met één slag nog lang niet valt:'

[4] AZIONA vraagt: 'Ja, beste wijze vriend, waarom zou ik dat dan eerder hebben ingezien, wanneer Hiram ook bij jullie aankomst aanwezig geweest was,

[5] JOHANNES zegt: "Ja, weet je, alles gaat zoals het moet gaan! Hiram zou onmiddellijk gezien hebben dat wij dezelfden zijn als de mensen in zijn lichtdroom, en dan zou ons gesprek zeker ook meteen een andere wending hebben genomen en zou dit punt zeker eerder ter sprake zijn gekomen. Maar nu is het pas later aan de orde gekomen, en daarom kun je ook om heel natuurlijke redenen alleen maar later achter dit geheim komen!'

[6] AZIONA zegt: 'Ja, dat is inderdaad iets heel natuurlijks; want dat gaat in de wereld met alles zo! Hoe later men bégint met een werk dat een bepaalde tijd vergt, des te later is men er ook mee klaar!'

[7] JOHANNES zegt: 'Maar er is hier ook nog sprake van een andere reden, die je nu nog niet zo snel kunt zien; maar mettertijd zal ook die je duidelijk worden, alleen is het belangrijk datje een beetje geduldiger wordt! Want alleen met geduld kan men uiteindelijk de hele wereld in en buiten zichzelf overwinnen.”

[8] AZIONA zegt: 'Geduld, werkelijk, dat is niet mijn zwakke kant, -want daar heeft het me altijd flink aan ontbroken; maar als het moet kan ik ook wel geduldig zijn!'

[9] JOHANNES zegt: 'Je wilde eigenlijk zeggen dat geduld bij jou geen sterke, maar eigenlijk slechts een zeer zwakke kant* (* Hier staat in het Duits: 'Seite', dat hetzelfde uitgesproken wordt als het woord 'Saite', dat 'snaar' betekent.) is, die snel en gemakkelijk stuk gaat, - niet waar, mijn vriend Aziona?"

[10] AZIONA zegt: 'Gedegen talenkennis moeten jullie bij ons niet zoeken; want wij spreken alleen maar volgens oud taalgebruik, en dat is, wat de betekenis betreft, bijna overal anders. Maar omdat je zojuist van sterke en zwakke snaren hebt gesproken, zou ik bijna denken, dat jullie ook musici en zangers zijn!"

[11] JOHANNES zegt glimlachend: 'Ja, ja, daar zou je wel eens gelijk in kunnen hebben; want muziek en zang is bij de joden immers van oudsher het sterkst vertegenwoordigd geweest onder alle volkeren der aarde, ofschoon wij in feite eigenlijk noch musici noch zangers zijn zoals deze nu bij ons in Galilea heel vaak voorkomen. Ook bedoelde ik met de uitdruk­king sterke en zwakke 'Seite' (kant) niet de 'Saiten' (snaren) van een muziekinstrument, maar alleen de morele kant van het menselijke gemoed; maar desondanks zijn we toch ook musici en zangers, maar alleen in diep geestelijke zin! -Begrijp je dat?' ­

N.B. Voor een goed begrip moet hier opgemerkt worden, dat in het Oud-Hebreeuws de 'Saite' (snaar) van een muziekinstrument en de 'Seite' (kant) van een mens qua klank nog meer op elkaar leken dan deze beide Duitse woorden; want snaar heette ‘strana’, ook ‘strauna’ , en kant of 'zijde' heette eveneens 'strana', ook korter 'stran' of 'stranu', en hierdoor kan men gemakkelijk begrijpen, waarom Aziona ons voor musici en zangers begon te houden. (opm. van J. Lorber)




181 Hirams stoïcijnse-naturalistische wereldbeschouwing
[1] Daarop zegt AZIONA: 'Waarlijk, nee, dat begrijp ik nog helemaal niet! Hoe moet ik dat dan begrijpen?"

[2] JOHANNES zegt: 'Omdat je een jood bent, zul je toch ook wel eens van de psalmen van David, het hooglied van Salomo en de klaagliederen van de profeet Jeremia gehoord hebben?"

[3] AZIONA zegt: 'O ja, dat zeker, ofschoon ik er nog weinig van gehoord en nog veel minder van begrepen heb!'

[4] JOHANNES zegt: 'Zie, dat is geestelijke muziek en geestelijke zang, omdat deze de genoemde zangers door Gods geest is ingegeven! Wel, begrijp je het nu al beter?"

[5] AZIONA zegt: 'Nou ja, het begint me wel een beetje te dagen; maar op een helder inzicht kan ik me nog lang niet beroemen! - Hoe begrijp jij , Hiram, dit dan?"

[6] HIRAM zegt: 'Net zoals jij! Er hangt hier wel een soort geestelijke geur; maar als deze aardige en wonderbaarlijke vrienden ons bijvoorbeeld het hooglied van Salomo mochten gaan voorzingen, ga ik weg. Want met dit lied kan iemand mij als een gems over alle bergtoppen heen jagen; dat is volgens de jou bekende apothekersuitdrukking werkelijk de kwintessens van menselijke domheid, afgezien van het feit dat Salomo verder een van de wijste jodenkoningen geweest moet zijn.

[7] Van de psalmen van David en de klaagliederen van Jeremia wil ik niet direct iets zeggen; want er schijnen veel goede en verheven dingen in voor te komen, en allerlei zo mooi duister gehouden voorspellingen over een Messias der joden die ooit zal komen, ongeveer als in de Ilias* (*Het door de dichter Homerus geschreven heldenepos van de Grieken) van de Grieken. Maar dat alles is echt mooie poëzie, waarachter niet eens mijn huidige, mooie en hier ook in vervulling gegane lichtdroom schuilgaat! De arme sterfelijke mensen stellen zich zo goed als het gaat steeds tevreden met louter goede dingen; maar waar bevindt zich daarin de reële werke­lijkheid? Die blijft eeuwig achterwege, en ieder mens met al zijn mooiste verwachtingen vindt uiteindelijk daar beneden in de koele aarde de vervulling! Dat is en blijft eeuwig en altijd dezelfde waarheid; al het andere verstuift in het oude, ijdele niets!

[8] Het is waar, Aziona heeft me tot nu toe veel en zeer opmerkelijke zaken verteld, waarachter waarschijnlijk wel een of andere geheime, door ons nog helemaal niet onderkende waarheid steekt; maar de lieve aarde heeft sinds Mozes, Socrates en Plato al heel wat buitengewoon wijze mannen gedragen, die men heel goed reeds voor goden had kunnen aanzien. Zij bestonden zeker, en alle krachten van de natuur gehoorzaamden hun wenken! Maar ze werden toch ouder en zwakker en gebrekkiger, en aan het einde van hun dagen bleken ook zij slechts sterfelijke en vergankelijke mensen te zijn, en zij zijn in hetzelfde niets overgegaan als degenen die zoals wij mensen van weinig betekenis waren, die nooit op de gedachte zijn gekomen op de wereld iets te willen betekenen. Daarom is alles ijdel in deze wereld vol dood!

[9] Men spreekt zo in het algemeen wel van een zielenrijk, dat zich ergens aan gene zijde bevindt; alleen, waar is dat, wie heeft ooit een ziel gezien, wie ooit het land waar de ziel in de toekomst woont? ja, dichtwerken en sagen daarover zijn er overal in overvloed! Wij zijn hier met velen, dat wil zeggen in verhouding tot dit zeer verlaten oord van de aarde; maar daaronder is er ook niet één die met zekerheid zou kunnen zeggen, dat hij zelf ooit een keer een ziel heeft gezien of alleen maar echt levendig heeft gevoeld! En als het zich niet duidelijk tijdens zijn leven voordoet aan iedereen die daar als mens toch ook recht op zou hebben, maar meestal alleen maar aan de verschillende priesters en andere zeer op hen lijkende individuen, wel, dan is het hopelijk voor een waarachtig ook maar enigszins onbevangen, weldenkend mens toch niet moeilijk te raden, op wat voor bodem en ten voordele van wie dergelijke sagen, verzinsels en zelfs leringen zijn ontstaan! Gelukkig degenen, aan wie zulke luchtige woordbouwsels enige troost en geruststelling kunnen bieden! Wij, beste vrienden, hebben duidelijk iets beters leren kennen en aangenomen, namelijk de oeroude, altijd gelijke waarheid in haar diepste diepte, en vinden juist onze grootste troost en tegelijk onze grootste geruststelling in het feit dat wij zo snel mogelijk weer terugkeren naar het eeuwige oeroude niets; want in het niet-zijn bevindt zich toch immers de grootste en allerzaligste rust.

[10] Dat wij nu bestaan, leven, denken en voelen, is reeds zo'n eigenaardig, onbegrijpelijk spel van de natuur. De winden spelen met de golven van de zee en deze razen en bruisen, alsof ze in één keer de hele aarde met al haar bergen wilden verslinden; maar spoedig gaat de wind liggen en is het voorbij met de macht van de golven, al gingen ze nog zo te keer. Zo ook stijgen er wolken op, die een ontzettend onweer met zich mee dragen. Men zou geloven dat dat een eind zou maken aan de aarde, maar, maar al te vlug is de storm uitgeraasd en dan volgt weer de oude rust. En zo wisselt het grote spel van de natuur. Alles vergaat en komt ook weer terug; alleen de grote natuur blijft altijd dezelfde. Zon, maan, sterren en deze aarde zijn steeds dezelfde, en de verschijnselen en hun spel ook.

[11] Zie, beste en zeer achtenswaardige vrienden, jullie kunnen doen wat jullie willen en kunnen, en evenzo allerlei wijsheid spreken, schrijven en onderwijzen, het is toch allemaal ijdel! Alleen datgene, wat ik jullie vanuit mijn zeker eenvoudige en onbaatzuchtige armzaligheid gezegd heb, is en blijft waar. Want dat leert de mens de dagelijkse ervaring, en deze kent als de oeroudste leraar van alle schepselen beslist geen enkele uitzondering, omdat zij aan alle schepselen zo eigen is als deze beide ogen mij eigen zijn zolang ik leef Alle andere wijzen en profeten hadden hun wijsheid en hun kennis weer van hun voorgangers en wilden het daarmee opnemen tegen de oude ervaring; maar het is allemaal puur voor niets en ijdel! Daar beneden zijn ze reeds lang vergaan en niets is er van hen overgebleven dan hun lege, wijze leringen en sommige van hun grote daden. Alleen zwakke geesten die nog sterk aan dit onbeduidende leven hangen, kunnen in dergelijke hersenspinsels nog enig behagen scheppen en er soms zelfs nog een ijdele troost in vinden.

[12] Dat is nu mijn levensbeschouwing. Als jullie misschien een betere hebben, geef die dan ten beste en ik zal erg blij zijn als jullie ons nog iets kunnen zeggen wat meer waarheid bevat! Maar ik weet al bij voorbaat, dat jullie met niets kunnen komen dat meer waar en gedegener is, omdat iets dergelijks nergens bestaat en ook niet kan bestaan. "

[13] PETRUS zei heimelijk tegen Mij: 'Heer, nou, die spreekt duidelijke taal! Werkelijk, als ik met U niet al zulke buitengewone ervaringen had opgedaan, zou hij de eerste zijn die me helemaal om zou kunnen praten!"

[14] IK zei: 'O, wacht maar, dat is nog lang niet het belangrijkste; het zal nog wel pittiger worden! Daarom heb Ik jullie immers van te voren gezegd, dat jullie zeer goed zullen moeten nadenken om deze mensen tot een andere overtuiging te brengen en, wat de hoofdzaak is, hen tot liefde voor het leven te brengen. Johannes, ga jij nu maar verder'

[15] JOHANNES zei nu een beetje bedeesd: 'Maar Heer, wilt U mij dan steeds de woorden in de mond leggen; want daarstraks heeft U mij enkele ogenblikken alleen laten spreken, en meteen was ik -wie weet waar! Ik heb weliswaar niets onpassends gezegd; maar kortom, ik merkte dat ik niet op dezelfde lijn bleef!"

[16] IK zei: 'Mijn beste Johannes, maak je daar geen zorgen om! Watje hebt gesproken was allemaal prima in orde, want alles moest precies zo lopen. Ga jij daarom nu maar heel moedig verder, we zullen ons nog in een van de mooiste overwinningen kunnen verheugen!"

[17] Dat gaf Johannes moed; hij begon meteen weer te spreken, en wel met nog meer geest en moed dan voorheen.

1   ...   33   34   35   36   37   38   39   40   ...   53


Dovnload 2.11 Mb.