Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.11 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina41/53
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
1   ...   37   38   39   40   41   42   43   44   ...   53
196 De geldzucht van Judas

De voordelen van nachtelijke rust op ligstoelen
[1] (AZIONA en HIRAM:) 'Wij beiden zijn nu zover dat wij geloven dat vooral u een halfgod bent en deze jonge man Johannes ook; de anderen hebben ons weliswaar niets laten merken van hun goddelijke eigenschappen, maar ze zullen zeker ook zoiets zijn, omdat ze bij jullie beiden horen! Alleen die ene daar met een tamelijk donkere blik heeft nog een sterk menselijk uiterlijk en zal in jullie gezelschap alleen maar een iets beter mens zijn, omdat we voorheen gemerkt hebben toen het vijandelijke schip de oever naderde, dat hij zeer bezorgd zijn beurs met geld haastig onder zijn onderkleed probeerde te verbergen; want goden hebben dit aardse vuil niet nodig!'

[2] Enkele leerlingen begonnen bijna te lachen en THOMAS klopte Judas Iskariot eens flink op zijn schouder en zei: 'Goed geschoten, herder! Je pijlen treffen precies het doel! Dat was nu eens een slag op het juiste moment! Ik had je graag hardop terechtgewezen vanwege je verlangende blik naar het schip en die rotswand daar; maar ik dacht bij mezelf: 'Misschien doet iemand anders het wel!' En inderdaad, ik heb me in mijn vurige verwachting niet vergist! Kijk, je had je daarstraks gemakkelijk meteen door een aardige beer mee naar die rotswand kunnen laten dragen! Als je toevallig niet samen met de anderen door die echt Indische fijnproevers mee zou zijn opgegeten, had je je morgenvroeg mooi alle daar aanwezige kostbaarheden kunnen toeëigenen! Maar nu ziet het geheel er wel een beetje bedenkelijk uit!

[3] Wel, omdat je je duiten bij het naderende gevaar onder je onderkleed in veiligheid hebt gebracht, ben je in ieder geval te prijzen als een goede waard en econoom! Maar weet je, met dat heimelijke inzamelen zoals je dat in Kis gedaan hebt -je weet wel, in de grote hof­ en bij Marcus bij de tenten van Ouran, zul je hier niets bereiken! Nee, bij deze gelegenheid schijnt het jou, arme man, werkelijk niet voor de wind te gaan! Als ik jou was had ik dit gezelschap allang de rug toegekeerd!"

[4] Hierop weet Judas Iskariot eigenlijk niets terug te zeggen en hij incasseert alles rustig; want hij heeft door Mijn onverbiddelijke bestraffing van de woestelingen grote vrees voor Mij gekregen. Spoedig hierna ging hij op het gras liggen slapen.

[5] Hierna zei HIRAM: 'Ja, ja, nu heb ik de man pas echt goed bekeken! Hij is dezelfde die ik in mijn jullie bekende lichtdroom heel donker en zonder enig licht heb gezien; u, heer en meester, was de stralendste! -Maar zeg me nu, hemelse vrienden, kennen jullie dan geen slaap en moeheid op de manier zoals wij mensen? Dan zouden we nu onmiddellijk allerlei matten, die we hebben, en ander slaapmateriaal kunnen gaan halen!"

[6] IK zeg: 'O, laat dat maar allemaal! Men rust aan deze tafel en op deze zelfs van goede leuningen voorziene banken heel goed uit. Ik zeg jullie zelfs vanuit lichamelijk medisch oogpunt, dat de mensen hun lichamelijk leven met ruim een derde zouden verlengen, als ze in plaats van hun vlakke slaapplaats goede rustbanken en ruststoelen zouden maken op de manier zoals je het hier ziet! Want met die vlakke bedden ondergaat de bloedstand en bloedsomloop een te sterke verandering tussen dag en nacht, waardoor alleen al vroegtijdig allerlei hindernissen en veranderingen in de verterings -­ en voedingsorganen optreden. Maar als men 's nachts op deze manier rust, zal alles vele jaren heel goed in orde blijven.

[7] Abraham, Isaäk en Jacob sliepen slechts op bepaalde rust­ en leunstoe­len, ze kenden geen vlak bed en bereikten daarom, terwijl ze ook voor de rest sober leefden, ieder een zeer hoge leeftijd met behoud van hun volledige zielekracht; maar toen de mensen hier later niet meer op letten, werd hun leeftijd met meer dan de helft der jaren verkort.

[8] Het meest nadelig is het voor zwangere vrouwen om plat te liggen; want ten eerste worden daardoor de kinderen in het moederlichaam reeds vervormd en verzwakt, en ten tweede worden hun moeilijke en vaak zeer verkeerde bevallingen meestal door platte bedden veroorzaakt. - Dat zij jullie uit het oogpunt van lichamelijke gezondheid gezegd! Wie zich hiernaar zal richten, zal de lichamelijk goede gevolgen ervan bespeuren.

[9] Verder moeten jullie 's zomers als het mogelijk is ook meer buiten dan in de vertrekken en bedompte hutten jullie nachtrust genieten, de goede gevolgen hiervan zouden jullie spoedig waarnemen! Alleen 's winters kan men matig verwarmde, maar altijd schone en droge vertrekken gebruiken. ­Wie dus volgens de oorspronkelijke orde en verder wat spijs en drank betreft sober leeft, zal weinig met artsen en apothekers te maken hebben"

[10] HIRAM en AZIONA zeggen: 'O ware, goddelijke heer en meester van het leven, ook hiervoor zijn wij u een waarachtig nooit eindigende dank verschuldigd, en wij zullen deze buitengewoon wijze raad van u ook naar kracht en inzicht in praktijk brengen!"

[11] 'Ik voor mij", zei HIRAM, 'zou hier nog aan toe willen voegen: De meester van al het leven moet immers het beste inzien, wat voor alle leven het beste is! Maar omdat er op deze aarde toch ook ooit allereerste mensen bestaan moeten hebben, vraag ik me af hoe deze dan geleefd hebben in natuurlijk opzicht!'
197 De oergeschiedenis van de mensen
[1] IK zeg: 'Ja, Mijn beste vrienden, jullie hebben werkelijk veel ervaring en zijn thuis in de wetenschappen, maar wat dat betreft wordt het moeilijk voor ons om een voor jullie begrijpelijk antwoord te geven! Want ten eerste is deze aarde al een ontzettend oud hemellichaam, gemeten naar jullie tijdsbegrip; er is geen voor jullie begrijpelijk getal waarmee men het aantal jaren van haar bestaan zou kunnen uitdrukken.

[2] Maar mensen zoals de aardbodem ze nu draagt, bestaan in een getal uitgedrukt werkelijk pas iets meer dan vierduizend jaar. De toen levende eerste ware mensen vielen tengevolge van hun handelwijze in twee klassen uiteen, namelijk de kinderen Gods, omdat hun hart en gemoed God kende en Hem trouw bleef, en de kinderen van de wereld, omdat ze God steeds meer en meer vergaten en in alles alleen de wereld dienden, zoals nu de meeste mensen doen. Ze hebben steden gebouwd en allerlei afgodentem­pels; hun belangrijkste god was, zoals nu, de mammon. Ze leefden precies zoals nu; daarom was hun leven ook maar heel kort, zoals nu.

[3] Maar heel anders was het met de kinderen Gods. Deze woonden alleen in de bergen, daalden slechts hoogst zelden af naar de laagten en leefden heel eenvoudig en natuurlijk. Daar waren geen steden, geen plaatsen, geen dorpen en ook geen getimmerde huizen, maar alleen bepaalde door levende bomen geheel omgeven zuivere grasvelden. Tegen de bomen was een op een bank gelijkende aarden wal gemaakt, die waar dat nodig was tegen de boomstammen dik met mos was belegd, en zo vormde deze ronde wal aan de binnenkant een heel comfortabele rustbank voor overdag en een goede slaapplaats voor 's nachts.

[4] Hun eten bestond meestal uit goede en altijd rijpe boomvruchten, allerlei smakelijke wortels en melk. Door innerlijke openbaring onderwe­zen, leerden ze in de loop der tijd ook de nodige gereedschappen uit ijzer en andere metalen te maken en ze beoefenden dan ook al de akkerbouw, bereidden meel en konden een werkelijk goed brood maken en zo nog een heleboel dingen meer, maar alles zonder opsmuk, -de doelmatigheid van iets voldeed hun volkomen -, en zo leefden ze ongeveer tweeduizend jaar lang in grote eenvoud en bereikten daarbij een buitengewoon hoge leeftijd.

[5] Maar toen ze zich langzamerhand ook door de pracht en grote schoonheid van de wereldse kinderen lieten bekoren, werden ze als straf vaak door hen onderdrukt en gewoonweg tot slaven gemaakt, op een zeer klein gedeelte na dat tot aan de tijd van Noach en ook daarna God altijd trouw bleef; en daarmee werd dan ook alles anders bij hen. Ze werden lichamelijk kleiner en zwakker en ze bereikten slechts zelden de leeftijd van honderd jaar, terwijl ze vroeger vaak tegen de duizend jaar oud werden.

[6] Maar zoals bekend, verdronken ten tijde van Noach alle eerste mensen van deze aarde die puur wereldse mensen waren geworden, door eigen schuld door de grote vloed; want de vloed bedekte het grootste deel van de toentertijd bewoonde aarde dermate met water, dat de machtige golven, ontstaan door stormen en orkanen en niet zelden zo nu en dan zelfs meerdere ellen hoog, over bijna de hoogste bergtoppen sloegen en daardoor ook al het leven dat hier was verstikten, behalve Noach en diens kleine familie, en ook alle dieren behalve die, welke Noach in zijn ark herbergde. En met Noach begon, zoals bekend, een geheel nieuwe periode van de aarde.* (* Uitvoerig beschreven in de 'Haushaltung Gottes'.)

[7] Hiermee hebben jullie nu een heel kort beschreven, maar getrouw beeld van de oermensen van deze aarde; hierdoor kunnen jullie nog levensechter zien dat de raad die Ik jullie gegeven heb, heel goed en juist ."

IS. [8] HIRAM zegt: 'Maar, enige opperwijze en machtige meester van het leven en heer van alle mensen! Als de aarde al zo ontzettend oud is, wat woonde er dan voor een geslacht op deze aarde vóór de eigenlijke, op ons lijkende mensen? Want ze kan toch immers niet bijna een halve eeuwigheid lang tot aan uw eerste mensen toe vierduizend jaar geleden, geheel verlaten en leeg zijn geweest, dus helemaal voor niets om de grote zon draaiend! Of was ze tot die tijd werkelijk slechts geheel verlaten en leeg? Het is weliswaar zeer onbehoorlijk van mij om zoiets aan u te vragen; maar ik zie dat er in u en in deze jonge man waarlijk onmiskenbaar een soort alwetendheid aanwezig is, en daarom zult u mij ook wel in dit opzicht mijn aandringen ook hierover iets te willen horen, wel niet kwalijk nemen"


198 De oergeschiedenis van de levende wezens op aarde
[1] IK zei: 'O, vraag maar rustig, aan antwoorden zal er bij ons nooit gebrek zijn, en zeker nooit aan zulke die alleen de constante en onverwoestbare uiterlijke en innerlijke levenswaarheid in zich bergen! Let daarom maar goed op wat Ik je op je vraag voor antwoord zal geven!

[2] Zie, vóór de zojuist genoemde eerste ware mensen waren er ook wel -zoals op talloze hemel­ en aardelichamen die op deze aarde lijken ­ wezens, die wat hun uiterlijke vorm betreft zeer sterk op de huidige mensen leken! Er waren vele tijdperken op deze aarde waarin een eerder geslacht geheel onderging en er langzamerhand een nieuw voor in de plaats kwam, dat altijd in een bepaald opzicht iets volmaakter was.

[3] Heel lang voordat zulke geslachten elkaar aflosten, gewoonlijk om de 7000 jaar en heel zeker om de 14000 jaar, werd de aarde slechts door allerlei plantengewassen op de droge delen bewoond en daarna pas door allerlei grote en kleine warmbloedige dieren, die altijd pas heel langzaamaan ontstonden. Het rijk der waterdieren en later van de amfibieën was echter al vóór de zeer grootse vegetatie van de droge landen zeer sterk en machtig vertegenwoordigd, evenals het rijk van allerlei vliegende insecten zoals de vlieg en duizenden soorten hiervan, en bijna gelijktijdig hiermee enkele oersoorten van vogels, die nu weliswaar niet meer bestaan, hoewel de vlieg* (* zie 'De vlieg'. Lorber-Verlag, Bietigheim) als eerste levende schepsel en als begin van alle gevleugelde dieren van ieder hemellichaam nog tot op dit uur hetzelfde is en ook in de toekomst zal blijven"

[4] Pas toen de aarde steeds humusrijker werd en vaak voorkomende enorme inwendige vuuruitbarstingen de hard geworden zeebodem op talloze plaatsen met geweld naar boven stuwden, waardoor lange uitge­strekte bergketens ontstonden en er ook door andere machtige stormen in de lucht en op het water grotere droge gebieden met een rijkere planten­groei ontstonden, konden er tenslotte volmaaktere en met meer intelli­gentie begaafde wezens een bestaan vinden. Toen pas werden zij, de creatuurlijke mensen**, (** Duits: die geschoptlichen Menschen -bedoeld worden hier de pre-adamitische mensen.) in het individuele leven geroepen door de hoogst wijze, eeuwige en almachtige geest van God.

[5] Van toen af aan volgden zij, zoals Ik daarstraks al zei, gedurende voor jullie ondenkbaar lange aardse tijdsperiodes elkaar op, en steeds verdrong een enigszins volmaakter geslacht het eerdere, minder volmaakte.

[6] Kijk, de zee heeft vele miljoenen malen boven dit droge punt gestaan, dat nu toch zelfs zeker meer dan twintig manshoogten boven de water­spiegel van deze kleine zee ligt. En het is telkens, natuurlijk in een steeds vaak sterk veranderde vorm, zoals nu droog geworden. En voordat er vanaf nu 6000 jaar zal vergaan, zal het zich weer onder de zee bevinden, en dan over een tijd van nog eens ongeveer 9 a 10.000 jaar weer zoals nu droog zijn. Deze toestanden zullen zich op aarde steeds net zolang afwisselen tot de aarde, of liever haar materie, geheel tot leven zal zijn overgegaan"

[7] HIRAM zegt: 'O heer en enige oermeester van al wat is en leeft! Hoe zal het er dan, als er weer zo'n overstroming komt, met het voortbestaan van de dan zeker ook nog bestaande mensen uitzien? Die zullen dan zeker weer allemaal jammerlijk verdrinken!"

[8] IK zeg: 'Nee, absoluut niet; want zulke periodieke overstromingen van de zee vinden immers altijd uiterst langzaam en geheel ongemerkt plaats­ zodat alle mensen heel lang voldoende tijd hebben aan de zee te ontkomen door naar de zuidelijke gebieden van de aarde te trekken, waar de zee door zich terug te trekken weer enorm grote landstreken droog zal leggen, omdat zij zich in zo'n periode weer meer naar het noorden zal verplaatsen. En zo zal het dan ook weer gaan als zij zich opnieuw naar het zuiden verplaatst.

[9] Daarbij hebben de mensen dus absoluut geen gevaar te duchten, en Mijn geest zal hen dan wel leiden, zodat ze reeds lang van te voren de juiste voorzieningen daarvoor kunnen treffen. -Heb je dat nu een beetje begrepen?"

[10] HIRAM zegt: 'Ja, ik heb wel de indruk dat ik het begrepen heb; maar om een heel duidelijk beeld te krijgen van deze eerder nog nooit vermoede en nog minder ooit gehoorde wonderbaarlijke toestanden die er in de immens grootse natuur van de grote werelden en hun ordening bestaan, is meer nodig dan mijn oneindig beperkte verstand! Vanuit de grond der zaak begrijpen kan ik dat dus onmogelijk; maar ik geloof u op uw woord; want u bent er wijs genoeg voor om dit allemaal heel precies te weten en te doorgronden, omdat uw geest, zoals Aziona mij vandaag nog vertelde ­in de macht, in het schouwen en in het hoogst volkomen begrijpen geheel één moet zijn met de geest van een allerhoogste Godheid, waarvan ik weliswaar ook niet inzie hoe dat mogelijk is, maar ik geloof het, omdat u er voor ons nu al zulke buitengewoon geweldige bewijzen van heeft geleverd zonder dat we erom vroegen. Misschien komt er voor ons ook nog een tijd dat we dergelijke dingen beter in zullen zien dan nu; maar voor nu moeten we het gewoon geloven"


199 De verscheidenheid der werelden
[1] Hier zegt AZIONA: 'Wilt u, onbegrijpelijke wijze, mij eens zeggen of er in het oneindige scheppingsuniversum nog meer van die werelden bestaan waarop de, laat ik zeggen, mensen volledig dezelfde bestemming hebben als wij?’

[2] IK zeg: 'Vriend, kijk alleen maar eens met serieuze aandacht naar je lichaam, dan zul je daaraan een heel aantal verschillende ledematen en delen opmerken! Kunnen deze slechts één enkele bestemming hebben? Kunnen de hersenen en de maag een en dezelfde bestemming hebben, of het oog en de oren, de handen en de voeten, of de neus en de mond? Zie, uit hoeveel talloze kleinste deeltjes het menselijk lichaam ook uiterst kundig is opgebouwd, toch hebben zelfs de twee delen die het dichtst bij elkaar liggen en als twee druppels water op elkaar lijken en ook een en hetzelfde orgaan vormen, niet geheel dezelfde eigenschap en bestemming!

[3] Bijvoorbeeld: Dicht naast elkaar zitten twee afzonderlijke zenuwen. Beide krijgen dezelfde voeding en worden door hetzelfde levensvocht in leven gehouden, en hun functie is dat zij twee dicht naast elkaar staande haren op het hoofd onderhouden en doen groeien. Wel, deze twee uiterst onbeduidende zenuwen zouden toch, omdat ze de oorzaken van precies dezelfde gevolgen zijn, ook wat hun bestemming betreft volledig aan elkaar gelijk moeten zijn! Maar Ik zeg: O, absoluut niet! Deze twee kleine zenuwen lijken wat hun bestemming betreft even weinig op elkaar als man en vrouw, en daarom is ook hun inwendig organisme geheel verschillend.

[4] Maar jij denkt nu bij jezelf: Ja, maar dan moeten toch twee mannelijke en twee vrouwelijke zenuwen volledig op elkaar lijken! En Ik zegje: Ook niet helemaal zo volledig als jij het je voorstelt! Want als dat het geval zou zijn, zouden alle haren op een en hetzelfde punt op het hoofd groeien; een geheel gelijke mannelijke zenuworganisatie die er vlakbij ligt, zou slechts een streep verder, omdat hij dan al op een plaats van het hoofd zit die een andere gesteldheid heeft, helemaal geen haar meer tot groei brengen. Ja, het kan zelfs gebeuren dat de noodzakelijke en door de hele natuur veroorzaakte assimilatiedrang* (* Assimilatie = gelijkwording, toenadering) ook in de zenuwen van de haarwortels sterker wordt dan oorspronkelijk het geval behoort te zijn. Wat zal het gevolg daarvan zijn? Daardoor zul je je haren op je hoofd spoedig en gemakkelijk kunnen tellen!

[5] Zo'n verschijnsel aan het lichaam van de mens is natuurlijk onwille­keurig; maar meestal is het toch het noodzakelijke gevolg van een onjuist streven van een zinnelijke en materiële ziel. De assimilatiedrang is welis­waar noodzakelijk voor de voortplanting en het in stand houden van het natuurlijke leven, maar deze drang is de dood van de natuur als hij qua sterkte boven of onder de maat is die in de natuur zelf is voorgeschreven.

[6] Laten we aannemen dat er tussen het mannelijke en het vrouwelijke geslacht niet de minste prikkel tot assimilatie bestond, zo ook bij de dieren ­dan zou dit zeker het einde betekenen van de voortplanting van het natuurlijke leven. De reden daarvan zullen jullie beiden zeker wel duidelijk inzien. De totale afwezigheid van deze prikkel is dus ook zonder meer de dood van al het natuurlijke leven. Maar ook is een assimilatieprikkel en eigenlijk -drift die zijn grenzen overschrijdt eveneens zonder meer de dood van het natuurlijke leven en daardoor ook al gauw van het leven van de ziel.

[7] Bijvoorbeeld: Het oog heeft de assimilatieneiging naar het licht. Als deze niet binnen de juiste perken wordt gehouden en een mens zomaar ineens in de zon gaat kijken, wordt het oog door zo'n enorme overprik­keling spoedig gedood en daardoor blind. En zo gaat het met alle mense­lijke zintuigen.

[8] De wederzijdse toenaderingsneiging kan echter alleen maar binnen de heilzame perken worden gehouden, doordat er aan de vrije ziel wetten worden gegeven volgens welke deze met vaste schreden de gang van haar natuurlijke leven kan inrichten. Natuurlijk kunnen zulke wetten, willen ze ten volle werken en zegen brengen, alleen maar door Hem gegeven worden die hemel, geesten, zon, sterren, de maan, deze aarde en alles wat zich erin, erop en erboven bevindt, ademt en leeft heeft geschapen. En dat is van de kant van de Schepper ook te allen tijde gebeurd; alleen waren er altijd maar weinigen die zulke wetten ernstig in alles in acht hebben genomen. Maar degenen die volgens zulke voorschriften leefden, hebben daar ook altijd de ware tijdelijke en eeuwige zegen van geoogst; maar de trage mensen en zij die geringschattend zijn en ongelovig, hebben het tegendeel ervaren aan zichzelf, zoals zelfs ook aan anderen die waren zoals zij.

[9] Uit alles wat Ik nu heb gezegd blijkt dus met betrekking tot jouw belangrijke vraag heel duidelijk, dat er in het gehele oneindige scheppings­universum ook niet één aarde bestaat die precies dezelfde en -Ik zeg ­allerhoogste bestemming heeft als juist deze aarde, en ook niet dezelfde inwendige en uitwendige inrichting, welke nodig is om deze bestemming te bereiken"
200 Het verschil tussen de mensen van deze aarde

en die van de andere werelden
[1] (DE HEER:) 'Je zult weliswaar overal dieren vinden van ongeveer dezelfde soort als op deze aarde, zo ook mensen, - maar nergens zo rijk aan verscheidenheid; overal bestaan slechts weinig soorten, zowel in het planten­ als ook in het dierenrijk, en de mensen leven niet in een vrije, maar meer in een voorbeschikte orde en handelen volgens een meer instinctmatig besef dan volgens een vrij inzicht dat in henzelf en uit de ervaringen is ontstaan.

[2] Op de verre grote zonneaarden* (* Zie: 'Die natiirliche Sonne', Lorher-Verlag, Bietigheim) is in feite strooks ­- of vlaksgewijs wel alles vertegenwoordigd wat speciaal op de hen omcirkelende planeten voorkomt, - ook is daar veel wijsheid onder de verschillende mensen die een spraakvermogen bezitten; maar ook de taal en de vaak hoogst belang­rijke wijsheid is daar meer een instinctmatige en gegevene dan een vrije en door de inspanning van de eigen vrije werkzaamheid verworvene.

[3] Daarom is daar ook geen sprake van verdienste, zoals het ook hier op aarde geen verdienste van de bij is, om voor zichzelf de kunstige cel te bouwen en daarvoor de stof uit de bloemen te halen en te verwerken; want de bij is toch zeker voor ieder denkend mens slechts meer een werktuig van een geestelijke intelligentie van gene zijde dan een wezen met zelfbeschikking dat vrij werkzaam is. En bijna hetzelfde is op alle andere hemel lichamen het geval met de creatuurlijke mensen, ook al zijn hun uiterlijke vormen vaak onvergelijkbaar veel mooier en edeler dan op deze aarde.

[4] Maar al die ergens anders levende, creatuurlijke mensen die de verschil­lende andere hemellichamen bewonen, hebben toch wel veel voor op het instinct van de dieren van deze aarde; want ze hebben daarnaast ook nog een zeker levenskamertje waarin ze een soort vrij bewustzijn hebben, waardoor ze een hoogste Goddelijke Geest kennen die ze ook op hun manier vereren, en dat gebeurt natuurlijk op planeten en hemellichamen die veel van elkaar verschillen ook op zeer verschillende wijze.

[5] Vrijwel de meeste dieren van deze aarde hebben ook wel min of meer zo'n soort kamertje in hun ziel met een spoortje vrijheid, wat er de reden van is dat ze ook getemd en voor verschillende werkzaamheden afgericht kunnen worden, -maar niettemin zijn ze op geen enkele manier te vergelijken met de mensen op de andere werelden, -en zodoende is het bovengenoemde kamertje dat de dieren hebben niet te vergelijken met het vrij-bewustzijns-kamertje van de mensen van andere hemellichamen. -En nu geloof Ik dat Ik jouw belangrijke vraag voor je bevattingsvermogen voldoende beantwoord heb. Is het nu tamelijk helder voor jullie beiden?"
201 Een blik op Saturnus
[1] HIRAM zegt: 'Mes zou nu wel heel goed in orde zijn, omdat wij van u, o grote, verheven wijze, nu alles op uw woord geloven. Maar omdat u wel alles mogelijk lijkt te zijn, zou het voor u toch ook niet onmogelijk moeten zijn om ons een nadere blik te laten werpen op zo'n totaal andere aarde, -maar dan ons beiden tegelijk, opdat we daarna de anderen een geldig getuigenis kunnen geven!"

[2] IK zeg: 'O, niets is gemakkelijker dan dat! Maar met jullie lichamelijke ogen alleen zou dat welonmogelijk zijn. Daarom zal Ik de ogen van jullie geest, jullie ziel en jullie lichaam voor een korte tijd verenigen, en jullie allen dan boven aan het firmament een tamelijk grote en matig sterk lichtende ster, -het is juist de zogenoemde planeet Saturnus. Richt nu jullie ogen recht daarop, dan zullen jullie hem snel groter en groter zien worden, en dat net zo lang tot het is alsof jullie je volledig daar bevinden! Dan kunnen jullie elkaar vertellen wat je gezien hebt! Doe dat nu!"

[3] Hier begonnen ze allebei de ster te fixeren en snel wordt hij groter en groter. Ze zien zelfs reeds een gedeelde ring en enkele van zijn manen. Weldra worden de manen zo groot als de aardse maan en ook snel groter; en de planeet zelf staat reeds in ontzagwekkende omvang en majesteit voor hun ogen. Hun luide verwondering begint al alle grenzen te overschrijden; want terwijl ze dit allemaal steeds completer zien, spreken ze met hun mond alles luid uit wat ze zien.

[4] Ze zijn nu vlak bij de eerste maan, die in feite het verst verwijderd is van de planeet, en HIRAM roept luid uit: 'O, dat is een hele grote, maar helaas zeer verlaten aarde! Er zijn daar werkelijk mensen, dieren en planten; maar alles maakt een zeer verkommerde indruk en uit de mensen straalt weinig geest, -ze zijn ook absoluut niet mooi. De dieren zijn ook zeer zwak vertegenwoordigd en zien er heel vreemd uit. De plantenwereld ziet er ook zeer eentonig en sterk verkommerd uit. Neen, daar bevalt het ons al helemaal niet!

[5] Ah, daar komt nog zo'n wereld op ons af. O, die betekent nog minder! Daar een derde, die betekent ook niets, -dat zou een echte wereld voor de wijze Diogenes zijn! Nu, die hebben we wel gezien! Hé, daar is een vierde en die ziet er ook al niets beter uit! Daarom maar weer verder! Daar komt reeds een vijfde, het is allemaal wel op zeer kleine schaal; maar het bewoonde deel ziet er toch wel iets beter uit dan bij de vorige. De kleintjes springen werkelijk als apen vrolijk rond! Van een woning is echter nergens een spoor te bekennen. ook het dierenrijk schijnt hier zeer eenvoudig en zeer spaarzaam vertegenwoordigd te zijn, evenals de lieve plantenwereld! Maar daar komt reeds een zesde en nog kleinere wereld, en daar zelfs een zevende! O, deze zijn ontzettend onooglijk!

[6] Maar nu, o alle bliksems, hagel en donder! Nu komt er een enorme wereld op ons af O, die heeft helemaal geen einde! (n.b.: het is de buitenste ring.) O, die lijkt wel geheel zonder einde in een rechte lijn eeuwig voort te duren! O, daar ziet het er wel heel prachtig uit! Geweldig lange bergreeksen lijken zich eeuwig voort te zetten, en er is een groot aantal meren en rivieren zichtbaar, en mensen en planten vertonen meer gelij­kenis met de onze. Maar van een merkbare cultuur lijkt ook daar geen spoor aanwezig te zijn. De mensen, die er zeer vreemd uitzien, lijken geen vrolijkheid te kennen en ze zijn reusachtig groot. Maar er zijn geen huizen en al helemaal geen steden.

[7] Aha, daar komt ons alweer zo'n grote wereld tegemoet, de tweede! Het ziet er net zo uit alsof die ene buitengewoon grote wereld in de andere steekt! Maar verder is er niet veel verschil tussen deze en die vorige grote aarde, -en daar, daar komt alweer een derde, bijna helemaal hetzelfde! Nou, nou, hoeveel werelden steken hier dan in elkaar?! Maar daar lijken de iets kleinere mensen erg spookachtig, en alles is zeer verlaten, - en bijna helemaal geen cultuur! Neen, op deze wereld zouden wij ook niet willen wonen!

[8] En daar komt ons alweer zo'n soort wereldje tegemoet! Wel, nu we vlak in de buurt zijn, ziet het er toch wel heel aanzienlijk uit; maar er is geen schepsel te bekennen! Maar, o alle elementen! Nu komt er ons een aarde tegemoet waar men pas respect voor moet hebben!"

[9] Hier duurde de met alle mogelijke verwonderde uitroepen gepaard gaande beschouwing bijna een half uur, en Ik riep de beiden nu weer in hun natuurlijke toestand terug en liet hen de volle herinnering aan wat ze gezien hadden in hun ziel en zelfs hun hersenen behouden en vroeg hun toen, hoe Saturnus hun bevallen was. * (* Zie: 'Der Satum', Lorber-Verlag, Bietigheim)

1   ...   37   38   39   40   41   42   43   44   ...   53


Dovnload 2.11 Mb.