Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.11 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina44/53
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
1   ...   40   41   42   43   44   45   46   47   ...   53
212 Twijfel en vragen van Epiphanes
[1] EPIPHANES zei: 'Goede meester, deze verklaring van u is voor mij als een bliksem in de nacht! Een ogenblik is de weg en de omgeving wel verlicht, maar als men verder wil gaan, ziet men echt helemaal niets meer. Maar het begint wel een beetje te dagen en ik maak uit uw woorden op, dat u een zeer bekwaam natuurkundige en een groot antropoloog* (* onderlegd in de menskunde) bent.

[2] Volgens uw opvatting bergt de mens ongetwijfeld het oneindige in zich en zodoende ook het eeuwige; maar of hij daarom ook bij het beste onderricht het oneindige en eeuwige, de wezenlijke kracht, het licht en het leven zelf kan bevatten dat is nog een heel belangrijke andere vraag. Ik wil weliswaar niet zeggen dat het onmogelijk is dat iemand met een zeer verlichte geest zoiets bereikt -want de talenten van de mensen zijn verschillend en de een begrijpt iets heel gemakkelijk wat voor een ander na jarenlange inspanning, denken en proberen toch geheelontoegankelijk blijft; maar dat het niet gemakkelijk is om met deze begrippen overweg te kunnen, zal iedereen mij toegeven die zich ooit enigszins heeft bezig­gehouden met zaken die iets uitstijgen boven het gewone dierlijke leven op aarde.

[3] De mens kan veel begrijpen en bij tijd en wijle leren; maar dat men zich duidelijk klaarheid kan verschaffen over begrippen waar een eeuwig­heid voor nodig zou zijn om ze geheel en al uiteen te zetten, dat betwijfel Ik toch wel een beetje, en zeker niet onterecht. De mens leert slechts het een na het ander en heeft daar een bepaalde tijd voor nodig. Leert hij veel, dan zal hij daar ook veel tijd voor nodig hebben, en als hij oneindig veel moet leren, zal hij daar ook oneindig veel tijd voor nodig hebben. Maar het leven van de mens is maar kort en daarom zal het werkelijk niet zo eenvoudig zijn om oneindig veel te leren.

[4] U heeft weliswaar iets van een oergoddelijke geest gezegd, die zich ongeveer op dezelfde manier in de ziel bevindt als de ziel in het lichaam, en dat deze geest als schepper van de mens in het oneindige en eeuwige, omdat hij zelf identiek is, geheel thuis is in deze begrippen en alles doordringt met zijn eeuwige licht en zijn eeuwige leven. Nu, dat klinkt wel zeer wijs en ook zeer mysterieus -iets, wat nog altijd alle theosofen, wijzen, priesters en magiërs eigen was, wat echter overigens hier geheel niet ter zake doet -; maar waar en hoe kan een mens zich met deze geest van hem in verbinding stellen op een manier die hem goed en duidelijk bewust is, zodat hij met deze geest kan samenwerken, opdat hij daardoor een volmaakt goddelijk geestelijk mens wordt, alles helder inziet en begrijpt en met de macht van zijn oerwil een ware heer en meester van de hele natuur zal zijn? Dat, goede meester, is een heel andere vraag!

[5] Ik zal grote achting hebben voor degene die mij deze vraag zuiver en waar kan beantwoorden en tegelijk zo, dat het vruchten afwerpt voor het leven. Maar met die bekende mysterieuze nietszeggende frasen moet hij bij mij niet aankomen; want daarmee heeft nog nooit iemand iets goeds en waars geleerd en dat is precies de reden, waarom de gehele mensheld in haar spirituele intelligentie nooit verder en hoger is gekomen~ maar alleen maar steeds verder is afgedaald. Daarom moet Iedereen die zijn medemens iets hogers wil leren, duidelijk en begrijpelijk praten, anders doet hij er veel beter aan om te zwijgen. Wie magiër is en wonderlijke dingen tot stand kan brengen, laat die dat tot vermaak van de onwetende mensheid zo mysterieus en geheimzinnig doen als hij maar wil; want dan is dat op zijn plaats en berokkent niemand schade. Wanneer een magiër echter leerlingen in zijn vak wil opleiden, die mettertijd hetzelfde moeten presteren wat hij zelf presteert, moet hij alle geheimzinnigheid aan de kant zetten en in plaats daarvan zich aan de zuivere en onverbloemde waarheld houden.

[6] Waarom hebben Plato en Socrates zo weinig praktische navolgers gevonden? Omdat ze mystici waren en zichzelf zeker niet begrepen en daarom al helemaal nooit door een ander begrepen werden! Diogenes en Epicurius hebben helder en duidelijk volgens hun verstand gesproken en daarom ook al snel een groot aantal praktische leerlingen gevonden, en dat voor een leer die de mens hier op aarde bijna niets aangenaams biedt en de mens na zijn lichamelijke dood geheel laat ophouden te bestaan.

[7] Epicurus was rijk en gaf de raad om tijdens het leven te genieten, omdat na de dood alles voorbij was. Diogenes wilde met zijn leer meer algemeen nut bereiken, omdat hij wel inzag dat de leer van Epicurus alleen de rijken gelukkig kon maken, maar de armen nog ongelukkiger moest maken. Hij leerde daarom de grootst mogelijke ontbering en beperking van de menselijke behoeften, en zijn aanhang was en is nog het grootst, omdat ieder mens zich het snelst aan zijn duidelijk uiteengezette principes zonder enige geheimzinnigheid aan kon passen.

[8] Aristoteles werd zeer bewonderd vanwege zijn krachtige en kernachtige manier van spreken en was een groot filosoof. Maar zijn leerlingen aantal is nooit zo erg toegenomen, en zelfs de weinigen die er waren, onderzoch­ten en redeneerden onophoudelijk, en hun mogelijkheidstheorieën grens­den ook vaak aan het belachelijke; want wat hen ook maar op een of andere manier logisch en mogelijk leek, kon volgens hen onder bepaalde omstan­digheden ook fysiek mogelijk zijn. Werkelijk, voor magiërs een zeer bruikbare leer, en het gaat de Essenen hiermee al heel lang goed, ofschoon ze voor zichzelf en in de persoonlijke sfeer epicuristen en deels ook cynici zijn!

[9] Maar waar bevindt zich de grote waarheid van het leven, dat in zijn verloop toch zo menig moment bevat dat maakt dat men zich in ieder geval de vraag zou willen stellen: Zou dat allemaal in ernst een grillig spel zijn van het wispelturig heersende toeval? Zou de oorzaak als voortbren­gend en ordenend principe dan dommer zijn dan zijn werken, of kan een volkomen dode en blinde kracht een van zichzelf bewust en volwassen denkend wezen vormen?

[10] De mystici nemen een almachtige en hoogst wijze God aan, - en miljoenen vragen: 'Waar is Hij en hoe ziet Hij eruit?' Maar op deze vragen volgt nergens een houdbaar antwoord. Maar de mensen behelpen zich dan al gauw met de poëzie en opeens wemelt het van grote en kleine goden op aarde en de trage en denk schuwe mensen geloven aan hen, en zo'n geloof is bijna de dubbele dood van de mens; want dit maakt hem fysiek en moreellui, traag, passief en daarom dood.

[ 11] Maar wie een echte wijze is, moet bij de mensen met de kern van de waarheid openlijk voor de dag komen en hen duidelijk het oerfundament en het doel van hun bestaan laten zien, dan zal hij daardoor voor alle tijden der tijden een eeuwig gedenkteken oprichten in het hart van miljoenen mensen; want een goed mens zal de zuivere waarheid altijd in de hoogste graad welkom heten.

[12] Beste vriend, u wilt, naar het schijnt, een zuivere waarheidsleraar zijn, en aan bekwaamheden daartoe lijkt het u ook niet te ontbreken; beant­woord daarom voor mij deze vragen, die voor zover ik weet tot nu toe nog geen enkel mens voldoende helder, duidelijk en waar heeft beant­woord, en dat zou een buitengewone verkwikking zijn voor ons hart! Maar kom niet met een half antwoord; want daar is bij ons toch al absoluut geen gebrek aan!"


213 De noodzaak van het ware, heldere geloof
[1] IK zeg: 'Mijn beste Epiphanes, als Ik hierover niet reeds aan Aziona en Hiram helder en duidelijk antwoord en onderricht had gegeven, zou Ik je volledig gerechtvaardigde verlangen meteen inwilligen; maar Ik heb dat reeds gedaan en zij beiden weten precies waar ze met Mij aan toe zijn. Ze zullen het jullie vast op even duidelijke wijze bekend maken als Ik het hun heb bijgebracht; jullie hoeven er dan alleen maar naar te leven, dan zal jullie geest zelf je alles openbaren wat noodzakelijk is om de juiste weg te weten.

[2] Maar jullie moeten het geloof niet geheel verwerpen; want zonder het geloof zouden jullie veel moeizamer je doel bereiken.

[3] Er bestaat vanzelfsprekend een tweevoudig geloof; het ware lichtgeloof bestaat er vooral uit dat men zich aan een waarachtig en zeer ervaren mens zonder enige twijfel in het gemoed toevertrouwt en wat door hem gezegd wordt dan ook als volle waarheid aanneemt, ook al ziet men de diepte ervan niet op het eerste moment duidelijk in.

[4] Want kijk, wie de hogere rekenkunde wil leren, moet in het beginsta­dium eerst alles geloven; pas stukje bij beetje, wanneer hij al echt is doorgedrongen tot de waarde van de getallen en grootheden, begint hem het ene bewijs na het andere pas echt helder en duidelijk te worden. En zie, zo is het ook hierbij!

[5] Wanneer een buitengewoon waarachtig mens je iets heeft meegedeeld uit het gebied van zijn ervaringen, dan kun je het gehoorde aanvankelijk alleen maar geloven, maar na dat geloof kun je ook meteen op de aangewezen manier werkzaam worden en dan zul je door het werkzaam zijn, door eigen ervaring zelf doordringen tot dat licht, dat nooit zichtbaar voor je had kunnen worden door enige mondelinge uitleg, al was deze nog zo goed gestructureerd.

[6] Ook al zou iemand zich met veel geduld alle moeite getroosten om je bijvoorbeeld de stad Rome van het kleinste tot het grootste te beschrijven, dan zou je je toch nooit een volledig aanschouwelijk ware voorstelling kunnen vormen van die grote wereldstad. Maar je hebt aan de woorden van de verteller volledig geloof geschonken, hierdoor ontstond er in jou een sterke drang om Rome persoonlijk te zien en nu zocht je met alle moeite en ijver een gelegenheid om naar Rome te gaan. Die gelegenheid deed zich spoedig voor, je kwam in Rome en was nu zeer verbaasd om te zien, dat de stad weliswaar overeenkwam met de beschrijving die men je had gegeven, -maar hoe totaal anders dan je je in je fantasie had voorgesteld zag het werkelijke Rome er nu uit!

[7] Maar is het geloof dat je hechtte aan de eerdere getrouwe beschrijving van Rome nu van nadeel of van voordeel geweest toen je naderhand deze stad werkelijk aanschouwde? Het is natuurlijk alleen maar buitengewoon nuttig geweest! Want ten eerste zou zonder zo'n beschrijving vooraf waarschijnlijk nooit de behoefte om Rome te gaan zien ook in je zijn opgekomen; en ook al zou je bijvoorbeeld ooit zonder enige voorkennis naar deze grote stad gegaan zijn, dan zou je daar als een blinde hebben rondgelopen, je zou amper iemand hebben durven vragen wat dit of dat was, en uit pure vrees en verveling zou je alleen maar geprobeerd hebben om deze wereldstad zo snel mogelijk weer de rug toe te keren. En als je aan de getrouwe beschrijving helemaal geen geloof had gehecht, wel, dan zou deze zo goed als geen waarde hebben gehad, en een half geloof is niet veel beter dan helemaal geen geloof; want het zet niemand aan tot de ware en levende daad.

[8] En zo zie je dat men bij het aanhoren van een nieuwe leer het geloof in ieder geval in het begin niet mag missen. Men kan de leer en wat er aan ten grondslag ligt wel goed onderzoeken, -maar het is nodig dat men deze tevoren op grond van het gezag van de waarachtigheid van de leraar als waarheden van grote waarde heeft aangenomen, ook wanneer men niet van meet af aan alles tot op de bodem begrijpt; want dat komt pas wanneer men voldaan heeft aan hetgeen de leer als voorwaarde hiervoor heeft gesteld. En pas als dit niet gebeurt zou men zijn schouders kunnen ophalen en zeggen: 'Ofwel de leer was uit de lucht gegrepen, of aan de gestelde voorwaarden heb ik nog niet volledig voldaan!' Dan is het tijd om in een nadere bespreking met de meester te informeren of het feit dat men zich getrouw hield aan de principes van de nieuwe leer ook bij niemand anders de verwachte uitwerking heeft gehad.

[9] Als de leer bij iemand anders echter wel gewerkt heeft en alleen bij jou niet, dan zou het natuurlijk duidelijk alleen aan jou liggen, en dan zou je hetgeen je verzuimd en nagelaten hebt ijverig moeten inhalen om ook precies hetzelfde te bereiken als je buurman. Maar als niemand iets bereikt zou hebben, ook al had hij de door de nieuwe leer opgelegde plichten nog zo strikt vervuld, wel, dan zou het pas tijd zijn om een dergelijke valse leer de rug toe te keren"
214 Licht­ en bijgelovigheid
[1] (DE HEER:) 'Maar behalve liet ware, noodzakelijke geloof bestaat er helaas ook lichtgelovigheid, waardoor bepaalde trage mensen, die helemaal niets denken, meteen alles voor waar houden wat iemand hun, vaak zelfs voor de grap of, wat nog vaker voorkomt, uit puur eigenbelang heeft verteld. Wel, een overgroot deel van de gelovigen op aarde behoort nu tot deze categorie!

[2] Met zulke lichtgelovigen is eigenlijk ook niet veel te beginnen; want voor hen maakt het nagenoeg geen verschil of ze wel of niet door hun geloof iets bereiken. Ze geloven slechts en verbazen zich daar nu en dan ook over, zonder dat het hen raakt; en ze doen ook uiterlijk wat een leer hun oplegt te doen, maar zonder enige Innerlijke levenswaarde; het maakt hun niet uit of ze hiermee nooit iets bereiken, behalve nu en dan verveling. Ze zijn te passief, kennen en hebben geen levensernst en zijn daarom geheel met de efemeriden (eendagsvliegen) vergelijkbaar, die overdag alleen maar pro forma in het zonlicht rond zoemen om des te gemakkelijker door de zwaluwen als prooi gevangen te worden. Aan zulke geloofshelden zullen we dan ook geen woord meer vuilmaken.

[3] Bijgeloof en lichtgelovigheid zijn trouwens enerlei; het verschil zit alleen hierin, dat bijgeloof altijd uit lichtgelovigheid voortkomt en hier eigenlijk een vrucht van is.

[4] De niet te overziene erge gevolgen die uit bijgeloof ontstaan, zijn nu helaas op de hele aarde maar al te zichtbaar en voelbaar; al die duizend maal duizend afgodentempels heeft het bijgeloof gebouwd, vaak met grote en zware offers.

[5] Maar nu is het tijd dat het vernietigd wordt, daarom ligt er een groot werk voor ons; maar er zijn nog veel te weinig bekwame en moedige arbeiders. Ik heb dus een groot veld voor Me, dat nu bewerkt moet worden, daarom werf Ik nu arbeiders. Jullie zouden ook vast zeer geschikte mensen voor dit werk zijn als jullie de juiste wegen zouden kennen en begrijpen; maar het spreekt vanzelf dat jullie van te voren eerst zelf volledig ingewijd zouden moeten zijn in Mijn nieuwe levensleer. Maar als jullie dat zijn, dan zouden jullie door alle ervaringen die je in de wereld hebt opgedaan heel goed te gebruiken zijn. Dat het loon hier en vooral aan gene zijde niet gering zal zijn, daarvan kunnen jullie reeds bij voorbaat volkomen zeker zijn. -Wat zegje nu, Mijn vriend Epiphanes, van dit voorstel, dat voor jullie allen zeker geheel onverwacht komt?"

[6] EPIPHANES zegt: 'Hm, waarom niet? Wanneer ik zelf eenmaal van een waarheid overtuigd en grondig doordrongen ben, wil ik ook zonder loon, alleen omwille van de waarheid, een leraar zijn en heb geen enkele angst daarbij van de honger te moeten omkomen. Want ofschoon de mensen in deze tijd wel zeer verdorven zijn en zeer zelfzuchtig leven, zijn ze toch niet afkerig van een goede nieuwe leer; zodra er maar een goede leraar bij hen komt, nemen ze hem nog altijd op, luisteren naar zijn lessen en als ze daarin ook maar iets hogers of waars beginnen te vermoeden, laten ze spoedig hun zelfzuchtigheid varen en worden vriendelijk en vrijgevig.

[7] In dit opzicht is een lichte graad van lichtgelovigheid bij de mensen ook niet slecht; want als die er niet was, zou het vaak moeilijk zijn om een leraar voor de mensen te zijn. Alleen moet een goede leraar er wel vooral naar streven om zijn leerlingen daarna niet in een ongefundeerde lichtge­lovigheid te laten steken, maar hij moet net zo lang met hen werken en hen leiden tot ze in het helderste licht van zijn leer tot op de bodem zijn doorgedrongen. Als hij dat door zijn inzet bereikt heeft, heeft hij de mensen iets waarachtig goeds bewezen en kan hij erop rekenen, dat ze hem niet ondankbaar zullen zijn.

[8] Hoeveel weldaden genieten valse leraren niet van lichtgelovige mensen; ze doen alsof ze heel wat begrijpen en vinden zodoende een groot aantal toehoorders die hen bewonderen, en gewoonweg om het hardst bij de leraar proberen op te vallen door hem allerlei geschenken te geven! Hoeveel te meer zullen ze dat doen voor een leraar die hun de grootste geheimen van het leven grondig en goed begrijpelijk kan bijbrengen en uitleggen, theoretisch en natuurlijk, en als het moet ook praktisch. Dat wil ik graag, daar sta ik altijd voor klaar; maar natuurlijk moet ik eerst zelf grondig weten waar het bij deze hele aangelegenheid om gaat. Wel, hardhorig ben ik niet, en ook niet traag van begrip; wat Aziona en Hiram begrijpen, dat zullen ook ik en al mijn buren begrijpen. Maar natuurlijk, er wordt bij ons nooit een kat in de zak gekocht en 's nachts geen koop gesloten voor schapewol! Welnu, vriend en meester, waaruit bestaat eigenlijk precies uw zaak en uw – laten we zeggen - nieuwe leer?"


215 De missie van de Heer

Epiphanes betwijfelt of de mensen de leer van de Heer zullen begrijpen
[1] IK zeg: 'Om je dit met enkele woorden duidelijk te maken zeg Ik je: Mijn zaak en Mijn leer bestaat eenvoudig hieruit, dat de mens duidelijk gemaakt wordt waar hij eigenlijk vandaan komt, wat hij is en waar hij moet komen en overeenkomstig de volle en evidente waarheid ook zal komen.

[2] Reeds de Grieken, dat wil zeggen de wijzen, hebben gezegd: 'De moeilijkste, belangrijkste en hoogste kennis ligt in de zo volkomen mogelijke zelfkennis!' En zie, dat is nu precies waar het Mij om gaat; want zonder deze kennis is het onmogelijk om het allerhoogste goddelijk wezen als de grond van alle ontstaan, zijn en bestaan te kennen!

[3] Maar wie dit niet inziet en zijn leven, zijn denken en streven niet voor dit enig ware levensdoel inzet, namelijk om zichzelf en een allerhoogste God-wezen als de eeuwige oergrond van alle zijn en worden volkomen te leren kennen, is zo goed als verloren.

[4] Want zoals elk ding, dat van binnen en ook in al zijn delen geen door en door stevige samenhang en geen grote stabiliteit heeft, spoedig uiteen­valt en als zodanig geheel teniet gaat, zo zal dat ook met de mens het geval zijn die in zichzelf, met zichzelf en in en met God niet volledig een is geworden.

[5] En dat kan de mens alleen maar worden, doordat hij ten eerste zichzelf en daardoor dan ook noodzakelijkerwijs God volledig leert kennen als zijn oergrond, en overeenkomstig dit inzicht op alle gebieden van zijn leven werkzaam wordt.

[6] Is een mens dus in zichzelf rijp en zuiver geworden, dan is hij ook heer geworden van alle van God uitstromende krachten en hierdoor ook een meester van alle schepselen, geestelijk en materieel, is dan als zodanig door geen enkele kracht meer te vernietigen en bevindt zich dan dus in het eeuwige leven.

[7] Kijk, dit is nu in feite de totale inhoud van Mijn gehele, nieuwe leer, die in de grond der zaak eigenlijk een alleroudste leer is sinds het begin van de mensen op deze aarde! Ze is alleen verloren gegaan door de traagheid van de mensen en wordt door Mij als het verloren gegane oeroude Eden (je den = het is dag) aan de mensen, die van goede wil zijn, nu weer als nieuw gegeven. -Zeg Me nu, Epiphanes, of je Me wel goed hebt begrepen en wat jouw mening hierover is!"

[8] EPIPHANES zegt: 'Ja, begrepen heb ik u zeker, en daarbij moet ik ook nog openlijk toegeven dat een dergelijke kennis, wanneer deze onder de mensen mogelijk algemeen wordt aangenomen, het wenselijkste en hoog­ste zou zijn wat een sterveling op deze aarde ooit zou kunnen bereiken; en voor u en uw metgezellen kan het wel buitengewoon goed en duidelijk bekend zijn welke wegen daartoe geschikt zijn! Alleen herinner ik me bij deze gelegenheid een oude spreuk van de Romeinen, die waarlijk zeer wijs is en die men heel goed op vele manieren kan uitleggen. De spreuk luidt als volgt: Quod licet Iovi, non licet bovi! -Propheta, poeta et cantores nascuntur, -rhetor fit!* (*Wat Jupiter vrij staat, is een os niet vergund! -Als profeet, poëet en zanger wordt men geboren, -maar men wordt tot een redenaar gemaakt!) Voor kleine onbelangrijke dingen en opdrachten kan zelfs een os goed afgericht worden, maar hij zal eeuwig nooit met hamer en beitel aan het harde marmer een Minerva ontlokken!

[9] De meest wijzen van de oude Egyptenaren en Grieken hebben toch zeker al hun streven op het kennen van zichzelf en van een goddelijk oerwezen gericht; maar hoever zijn ze gekomen? Precies zover dat ze ingezien hebben, dat het puur onmogelijk is voor de beperkte mens om tot een dergelijke noodzakelijkerwijs meest omvattende kennis te komen; en de spreuk: 'Quod licet lovi, non licet bovi!' vond ook hier zijn volle geldigheid!

[10] Wel, bij u kan er dan van menige uitzondering sprake zijn, wat ik uit uw andere woorden en vooral daden heb opgemaakt; maar of ook de gewone mens van bijvoorbeeld mijn slag zich daarvan een bepaalde houdbare voorstelling zal kunnen maken, is een heel andere vraag! Want sommige, weliswaar zeldzame mensen, de zogenaamde genieën, bezitten vaak heel speciale capaciteiten op vele verschillende gebieden. De één is reeds in de wieg helderziende en een profeet, een ander is een buitenge­woon zanger, de derde een beeldhouwer, en de vierde is bijna reeds in de moederschoot een rekenaar en een magiër. De één heeft een buitenge­woon sterk geheugen, de ander zulke scherpe ogen dat hij op enkele uren afstand een mens kan onderscheiden en eventueel zelfs kan herkennen.

[ 11] En zo zijn er onder de mensen nog een heleboel grote talenten; maar alles wat slechts aan genieën eigen is kan later nooit meer zo grondig geleerd worden dat het dan door een leerling ook in dezelfde volmaaktheid weergegeven kan worden die de geniale meester bezat. Zoiets is en blijft dan toch steeds slechts vrijwel waardeloos gestumper.

[12] En zo ben ik dan ook de nagenoeg algemeen geldende mening toegedaan, dat wij wel enigszins zullen begrijpen wat u ons zult vertellen over uw nieuwe leer, maar het nooit zover zullen brengen dat we er een geheel en al praktische voorstelling in onszelf van kunnen maken. Maar ja, u bent in ieder geval een uiterst zeldzame meester van uw zaak en u zult wel weten wat u met ons voor mensen voor u heeft; wij zullen dan wel zien wat we kunnen begrijpen en doen! Wij voelen wel zeer veel voor een zuivere wetenschap, ofschoon we die ook gemakkelijk kunnen missen, omdat onze levensbeschouwing tot nu toe - zoals onze stand van zaken hier aantoont - meer dan volkomen genoegen neemt met het minimum aan behoeften die noodzakelijk zijn om in leven te blijven; maar - zoals gezegd.­ daarom zijn wij geen vijanden van de pure wetenschap.

(13] Hiram en Aziona hebben mij welopenhartig over u ingelicht, waar ik wel geloof aan moest schenken omdat ik hen beiden als buitengewoon waarachtige mensen ken. Maar nu komt het er nog op aan om langs de theoretische en praktische weg van al deze dingen overtuigd te raken; als ik deze overtuiging bezit, zult u aan mij geen slechte en trage verbreider van uw nieuwe leer hebben! - Ik heb nu gesproken, spreekt u nu!"
216 De wonderbaarlijke kracht van het woord

Onderwijzen is beter dan wonderen doen
[1] IK zeg: 'Beste Epiphanes, Ik heb je weliswaar gezegd dat je beide broeders je daarover een goede, ware uitleg zullen geven; maar omdat je in volle ernst een zeldzaam open geest bent, zal Ik je Zelf in ieder geval een goede inleiding ervoor geven, waarop Hiram en Aziona dan gemak­kelijk verder kunnen bouwen. .

[2] Je ziet met je scherpe ogen dat Ik, zoals alle anderen en ook zoals jij, slechts een heel eenvoudig en ongecompliceerd mens ben. Ik eet, drink, ga gekleed zoals de Galileeërs en spreek met dezelfde woorden als waarmee jij spreekt. Daarin kun je geen verschil vinden tussen Mij en jou; maar ook al vul jij als je spreekt je woorden met een rotsvaste wil, dan zullen het toch alleen maar woorden blijven waarop hoogstens met veel moeite ook een handeling zal volgen, maar zeker met een slechts uiterst mager effect. En zie, dat is bij Mij hemelhoog anders! Wanneer Ik een van Mijn woorden met Mijn wil vervul of een van Mijn gedachten, die eigenlijk ook enkel woorden van de geest zijn, dan moet op dit woord ook zonder dat Ik maar de geringste handeling verricht al direct de complete daad volgen!

[3] En waartoe Ik met Mijn woord in staat ben, dat moet ook iedere echte leerling van Mij zelf kunnen, omdat zijn innerlijk tenslotte door dezelfde geest geleid wordt als Mijn innerlijk!

[4] En zie, dat is nu iets in Mijn nieuwe leer wat in een dergelijke volheid in volmaaktheid vanaf het begin der wereld nog nooit onder de mensen is waargenomen! Kijk maar hier, Ik heb geen gereedschap bij Me en geen geheime zalfjes en poeders, in Mijn kleed en Mijn mantel is geen zak te vinden en ook bij Mijn leerlingen is van dit alles geen sprake, - ja, we hebben en gebruiken zelfs geen stokken en lopen altijd blootsvoets!

[5] Ons hele hebben en houden bestaat derhalve uit woord en wil en toch hebben we alles en lijden geen nood, -tenzij wij zelf vrijwillig nood willen lijden om het harde hart van mensen zachter te maken. Welnu, waarom kan Ik dan alles met Mijn woord en Mijn wil, en waarom jij dan niet?"

[6] EPIPHANES zegt: 'Ja, dat zal heel moeilijk voor me zijn om u daarop. een juist antwoord te geven! Ik heb weliswaar hetzelfde over u al van Hiram en Aziona vernomen en heb ook de wijn die u van het water maakte geproefd, en hij liet werkelijk niets te wensen over. Nu, als enkel.uw met uw wil doordrongen woord zonder enig ander nog zo geheim middel dit tot stand kan brengen, en als het 'hoe' ook door u onderwezen wordt, dan moet men voor u, uw leer en uw woorden natuurlijk wel het grootste respect krijgen! Want zoiets is volgens mijn tamelijk omvangrijke weten nog helemaal nooit voorgekomen.

[7] Ik zou nu wel tegen u kunnen zeggen: 'Vriend en meester, geef mij nu een staaltje van deze kracht die leeft in uw woord, dat doordrongen is van uw wil!'; maar bij mij althans is zoiets niet nodig, omdat ik me altijd liever door heldere, wijze en krachtige woorden, dan door tekenen laat onderrichten. Mocht het echter zo zijn dat u mij een keer zo'n extra bewijs wilt geven, dan zal het mij en ook mijn buren niet schaden. Maar dit moet u slechts als een wens opvatten en zeker niet als een of andere eis!"

[8] IK zeg: "Een leer is beter dan een teken; want tekenen zijn dwingend, maar een leer leidt en wekt de te verwerven kracht in de mens op, en datgene wat de mens zichzelf door zijn eigen activiteit heeft verworven, is pas echt zijn waarste en totale eigendom. Maar bij mensen zoals jullie, die allang het stadium voorbij zijn van geloofsdwang en de beperkingen die daaraan kleven, hebben zelfs de geweldigste tekenen geen dwingende kracht meer, omdat ze voor waarnemers zoals jullie niet eerder dwingende kracht krijgen dan tot ze door jullie levenstheorie met betrekking tot het 'hoe' als overtuigend en duidelijk zijn opgenomen. En daarom kan Ik voor jou ook wel zonder dat dit het gemoed van jou en je buren schaadt een proefje daarvan geven.

[9] Maar Mijn tekenen die Ik ter bevestiging van de waarheld van Mijn nieuwe leer verricht, moeten steeds zo zijn dat ze voor de mensen behalve in moreel opzicht ook fysiek van groot voordeel zijn, en daarom geloof Ik voor jullie en als het ware in jullie, dat het voor jullie voortaan van groot nut zou zijn als jullie, die nu Mijn zeer gewaardeerde, nieuwe leerlingen zijn, je niet meer in een zo geheel en al onvruchtbaar gebied zouden bevinden, maar als deze omgeving nu onmiddellijk in een zeer vruchtbaar gebied veranderd zou worden. -Ben jij en zijn ook jullie allemaal het hier mee eens?’

[10] EPIPHANES zegt: 'O meester, als u dat mogelijk zou zijn, dan zou u waarlijk een buitengewoon verdienstelijk teken verricht hebben! Waarlijk, als u daartoe in staat zou zijn, dan zou u toch wel duidelijk meer zijn dan alle grootste wijzen en joodse profeten van de wereld, ja dan zou u al eigenlijk in alle ernst een god zijn, en uw nieuwe leer zou dan wel de volle waarheid moeten zijn! Want als we nu eens naar deze ware Dabuora (pek ­en nafta woestijn) kijken, dan zien we niets dan naakte rotsen, tot aan de wolken toe; alleen de voet van deze echte pekberg is slechts hier en daar sporadisch met een beetje struikgewas begroeid. Slechts een enkele bron borrelt er uit op, en daar aan de voet van de steile rotswanden vegeteert een pover cederbos als een waar heiligdom van dit pekgebergte; de rest is tot in de verre omtrek naakt en kaal als het oppervlak van het water!

[11] Wel, en dit moet nu door het machtwoord van uw wil in een vruchtbare streek van de aarde veranderd worden?! Zoiets is vooraf wel een beetje moeilijk te geloven; maar u hebt het in de inleiding van uw leer gezegd, die, ofschoon ze zeer raadselachtig klonk, toch waar moet zijn, als ik in aanmerking neem dat u een man bent die ten eerste te zuiver denkt om mensen zoals wij voor de gek te kunnen houden, en die ten tweede hier al een aantal buitengewone tekenen heeft verricht. Daarom vraag ik u erom, als het u werkelijk niets kost dan een enkel woord van uw wil!'
217 De wonderbaarlijke verandering van het gebied

Wilsvrijheid en opgaan in Gods wil
[1] IK zeg: 'Let dan op, en Ik zeg je verder niets dan: Ik wil het! - En aanschouw jij nu, mijn beste Epiphanes, deze streek en zeg Mij hoe hij je bevalt!"

[2] Epiphanes, Aziona en Hiram en alle hier aanwezigen slaan zich op de borst en zijn totaal sprakeloos van verwondering, en Epiphanes kijkt met verbaasde ogen afwisselend naar de omgeving die er nu prachtig uitzicht ­de bergen vol bossen en de oeverstreek, die toch een oppervlakte van bijna duizend morgen had en waarop niets groeide dan slechts hier en daar een beetje gras voor enkele geiten en schapen om te grazen en er nu vruchtbaar en weelderig bij lag­ en dan weer met een onderzoekende blik naar Mij.

[3] Na geruime tijd vol verbazing gekeken te hebben, opent hij pas weer zijn mond en zegt (EPIPHANES): 'Ja, om zoiets in één moment te kunnen bewerkstelligen moet men bijna wel meer zijn dan een god! Want een god, zoals ik die van de verschillende godsdiensten van de Egyptenaren­, Grieken, Romeinen, joden en zelfs Perzen en Indiërs ken, neemt de tijd en doet zijn wonderen op zijn gemak en schijnt zich daarvoor van een aantal grootse middelen en apparaten te bedienen. Er moet een zon zijn, een maan, meerdere planeten en talloze andere sterren. Deze helpen hem onder bepaalde omstandigheden, standen en constellaties de wonderen op deze aarde te verrichten, - waarbij dan, behalve bij een bliksem uit de wolken, alles heel kalmpjes aan gebeurt­

[4] Maar u hebt hier in één enkel ogenblik iets tot stand gebracht waarvoor een god, zoals ik er meerdere uit de boeken en geschriften ken, zelfs met alle mogelijke menselijke hulp, zeker nog een paar honderd slepende jaren de tijd had genomen. Hieruit trek ik onmiskenbaar de conclusie, dat u blijkbaar meer God moet zijn dan alle andere goden waarover ik veel gehoord en gelezen heb! Heer en Meester van alle meesters der aarde! Hoe, hoe - en nog eens - hoe bent U daartoe in staat? En zou dit na verloop van tijd ook zelfs voor mensen zoals wij mogelijk zijn, als men geheel en al leeft volgens Uw nieuwe leer?"

[5] IK zeg: 'Ja, Mijn beste vriend Epiphanes, anders had Ik je dat niet gezegd! En hoe dat mogelijk is, heb Ik je al eerder gezegd en zelfs ook duidelijk uitgelegd, - en Ik voeg er ook nog aan toe, dat Mijn echte leerlingen mettertijd op deze aarde nog grotere dingen zullen doen en tot stand brengen dan Ik nu heb gedaan. Maar natuurlijk moeten al Mijn echte leerlingen steeds blijven erkennen en weten, dat ze alleen dan in staat zijn zoiets tot stand te brengen, als ze in hun geest volledig één zullen zijn met Mijn geest en bij iedere gelegenheid in hun geest met Mijn geest zullen overleggen of dit ook noodzakelijk is om een goed doel te bereiken. Want als iemand, al leeft hij nog zo precies volgens Mijn leer, het nodig acht een teken te verrichten ter bevestiging van zijn hoogste zending omdat een machtig iemand dat van hem vraagt, of zelfs om zijn lichamelijk leven te redden, en Ik hem in zijn geest zou zeggen: 'Doe het niet; want het is nu niet Mijn wil!', moet de leerling ook precies willen wat Ik wil; mocht hij dan echter toch van plan zijn om een teken te verrichten, dan zal hij er niet toe in staat zijn, omdat Mijn wil niet één is met de zijne.

[6] Alleen met Mij, dat wil zeggen in voortdurende vereniging met Mijn geest en Mijn wil, zullen jullie in staat zijn om alles tot stand te brengen, maar zonder deze niets; want Ik ben de Heer en zal dat eeuwig blijven. En zie, dat behoort ook tot Mijn leer! - Heb je Me begrepen?"

[7] EPIPHANES zegt: 'Jazeker, Heer en Meester aller meesters! Maar er is iets wat naar mijn beoordeling niet zo goed te rijmen valt met de eigenlijke volledige vrijheid van de menselijke geest. Want als ik bijvoorbeeld alleen maar een teken kan verrichten als U dat mede wilt, is mijn wil immers eeuwig afhankelijk van Uw wil en dus gebonden en niet vrij.'

[8] IK zeg: 'O, daarin vergis je je zeer! Het tegendeel is juist het geval! Hoe nauwer de geest van een mens met Mijn geest in verbinding staat, des te vrijer is hij in zijn geest en zijn wil, omdat Ikzelf de allerhoogste en onbeperkte vrijheid en macht in Mij berg. Men beperkt zichzelf in zijn vrijheid slechts in zoverre men zich niet met Mij verenigt; maar wie geheel één zal zijn met Mij, zal ook alles vermogen wat Ik vermag. Want buiten Mij bestaat er immers nergens een onbeperkte macht en een onbeperkt vermogen iets tot stand te brengen.

[9] De volste vereniging met Mij ontneemt niemand ook maar één atoom van zijn zelfstandigheid. Welk groter en zaliger levensvoordeel kun je je voorstellen dan met Mij, dat wil zeggen met Mijn geest, evenals Ik almachtig en daarbij toch volkomen zelfstandig te zijn?! Zeg Me nu hoe dit je bevalt!'

[10] EPIPHANES zegt: 'Grootste Heer en Meester! Ik ben in deze nieuwe en nog nooit eerder gehoorde levenszaken nog veel te weinig ingewijd om er echt iets zinnigs over te kunnen zeggen, en zoals iedereen gemakkelijk zal kunnen begrijpen, kan ik me er nog onmogelijk een duidelijk beeld over vormen en er daarom ook geen oordeel over uitspreken; maar voorzover ik me nu door Uw woorden een voorstelling kan maken, zou zo'n leven inderdaad zeer begerenswaard zijn. Want met een almachtige goddelijke geest mede almachtig zijn en daarbij toch volledige zelfstandig­heid bezitten, is inderdaad wel het hoogste wat men zich van een volmaakt leven kan voorstellen, en het zal ook wel zo zijn, omdat U het mij en ons allen nu zo hebt verkondigd.

[11] Om het 'hoe' willen wij ons nu helemaal niet druk maken; want dat zou geen zin hebben, omdat ons als jongste leerlingen van Uw leer het begrip dat hiervoor nodig is nog te zeer ontbreekt. Bovendien zijn wij nu allen vanwege het ongehoord grote meesterlijke wonderwerk te verbluft en te verward om ons een rustig oordeel te kunnen vormen. Laat ons daarom, o Heer en goddelijke Meester, nu een beetje uitrusten en tot onszelf komen, opdat wij U dan, o Heer en Meester, in een grotere gemoedsrust een beter antwoord kunnen geven dan ik U zojuist gegeven heb!"
218 Het belang van de gemoedsrust
[1] IK zeg: 'Ja, ja, je hebt gelijk en zeer goed gesproken; rust, de ware innerlijke gemoedsrust, is voor ieder mens het noodzakelijkste geestelijke element, zonder hetwelk hij niets waarachtig innerlijks en geestelijk groots kan bevatten, en daarom sta Ik jullie ook graag toe watje zojuist verlangde.

[2] Een dergelijke rust, waarin het lichaam en de ledematen activiteit onthouden wordt, is eigenlijk geen rust, maar eerder een grote innerlijke activiteit van de ziel, die eruit bestaat dat zij meer en meer één wordt met haar geest die ze is gaan waarnemen. En als jij een dergelijke rust verlangt doe jij, zowel als ieder ander, daar goed aan; wanneer je een dergelijke innerlijke rust, of beter gezegd zielsactiviteit, dagelijks eenmaal houdt en dat voortzet, zul je pas gaan voelen wat voor een groot en waar nut je daardoor voor je leven hebt gewonnen.

[3] Jullie kunnen je nu allemaal in je hutten terugtrekken, die nu tegelijk met deze voorheen woeste grond ook iets beter geworden zijn, en kijken wat voor goeds jullie allemaal ten deel is gevallen. Kom dan tegen de avond weer terug!

[4] Ik ga Me intussen bezighouden met hetgeen Mij is opgedragen door Mijn Vader, die in de hemel woont en volledig één is met en in Mij. Maar wie hier vandaag bij Mij wil blijven kan dat ook doen; want niemand is verplicht om hier weg te gaan, alleen wie dat wil kan het doen; zowel het een als het ander zal zeer zinvol zijn. Doe nu wat jullie wil je ingeeft!'

[5] Behalve Hiram en Epiphanes staan nu allen op en haasten zich heel nieuwsgierig naar hun hutten om te weten te komen wat er thuis allemaal is gebeurd en wat er allemaal is veranderd. En als ze thuiskomen, komt er geen einde aan hun verbazing en verwondering over de royale huizen die nu de plaats innemen van hun vroegere armzalige hutten, en over de vele vruchtbomen, wijngaarden, akkers en weiden, en ze loven God de Vader, van wie Ik hun verteld had dat Hij aan een mens op aarde een dergelijke macht gegeven had.

[6] Maar EPIPHANES vermant zich en zegt: 'O Heer en Meester aller meesters! Ik geef er toch de voorkeur aan om hier te blijven; wat de anderen ten deel is gevallen door Uw goedheid en goddelijke macht zal ook mij ten deel zijn gevallen, -een weldaad, waarvoor wij allen en onze kinds­kinderen U nooit voldoende zullen kunnen danken, loven en prijzen.

[7] En hoe onschatbaar groot deze weldaad die U ons bewezen hebt ook is, ze is toch niet te vergelijken met de weldaad die onze ziel door Uw leer heeft ontvangen. Want alleen hierdoor zijn wij, die voorheen geheel verwilderde, echte mensdieren waren, eigenlijk ware mensen geworden. U hebt ons pas het echte leven getoond en ons de waarde ervan leren kennen.

[8] Vroeger hadden wij alleen liefde voor de dood, maar nu hebben wij een ware en grote liefde voor het leven, dat tot een buitengewone voltooiing in alle richtingen in staat is, terwijl de dood eeuwig dood blijft en nooit een of andere stapsgewijze voltooiing kan toelaten. En juist daarom geef ik er nu de voorkeur aan om bij U, Heer en Meester, te blijven, opdat mij niets ontgaat van hetgeen Uw - laat ik zeggen ­waarachtigst heilige mond verder nog zal verkondigen"

[9] IK zeg: 'Wat de anderen deden is goed, maar wat jij doet is beter. Want ieder woord dat uit Mijn mond komt is licht, waarheid en leven; als je Mijn woorden in je hart opneemt en ernaar handelt, dan valt je met Mijn woord ook het ware eeuwige leven ten deel.

[10] Maar wanneer iemand Mijn woord hoort en er niet naar handelt, zal Mijn woord hem niet levend maken, maar hem slechts dienen tot gericht en dood. Ook al is dit op deze manier niet Mijn wil, maar enkel Gods eeuwige ordening, dan kan Ik hem toch niet helpen, omdat hij zichzelf moet helpen.

[11] Want als iemand, die hongert, voedsel wordt aangereikt en hij eet dit niet, maar kijkt er enkel naar, dan heeft degene die het eten aanreikt er geen schuld aan als de hongerende verhongert en sterft, maar natuurlijk de hongerende zelf, omdat hij geen voedsel tot zich wilde nemen. En precies zo is het met degene aan wie Ik Mijn woord als het waarste brood uit de hemelen voorzet, en die dit enkel aanhoort en er niet naar wil handelen. Daarom moet niemand Mijn woord enkel aanhoren, maar hij moet er ook naar handelen, dan zal hij hierdoor in zijn ziel waarachtig verzadigd worden met het brood uit de hemelen en voortaan geen dood meer zien, voelen of smaken, omdat hij zo zelf geheel tot het leven uit God is geworden. ­Begrijp je dit?"
219 Epiphanes' moed
[1] EPIPHANES zegt: 'O, dat is de volmaaktste waarheid en het is me ook zonder enige verdere uitleg helemaal duidelijk! Laten we aannemen dat ik of iemand anders een nieuw woonhuis wilde bouwen. Hij raadpleegt daarvoor een bouwkundige, die hem in woord en beeld moet uitleggen hoe hij als aannemer zijn huis moet bouwen. Daarna volgt de aannemer echter niet de raad van de verstandige bouwmeester op, maar omdat hem dat allemaal te moeizaam en te tijdrovend lijkt, voegt hij liever zelf stenen en balken zonder enige verbinding samen, trekt dan in zijn nieuwe woning en woont er een korte tijd heel behaaglijk, zonder gevaar te vermoeden. Dan komt er 's nachts echter een grote storm die tegen de wankele muren van het huis beukt, en deze storten al spoedig in en doden de eigenaar die tevens de bouwmeester is. - Wat heeft deze er nu bij gewonnen dat hij de raad van de verstandige bouwmeester niet wilde opvolgen?!

[2] En ik geloof dat tussen U en ons, blinde en niets wetende mensen, bijna hetzelfde het geval is. U bent duidelijk de bouwmeester, die de wereld, het heelal en ook de mens zoals hij is, geestelijk en materieel in zekere zin gebouwd heeft, en derhalve ook het beste moet weten wat goed voor hem is en wat hij als redelijk denkend, zelf oordelend en zichzelf bepalend wezen moet doen en laten. En als U de mens dan nu door woorden en daden toont, dat U onherroepelijk Dezelfde bent aan wie hij zijn bestaan te danken heeft, en U hem verder laat zien wat hij moet doen om datgene te bereiken waarvoor U hem geschapen heeft, dan is het alleen maar de schuld van de blinde en domme mens zelf, als hij om onbelangrijke, materiële redenen het eeuwige leven verspeelt en hem dan de dood ten deel valt. En zo ben ik van mening dat ieder mens, die door Uzelf eenmaal is onderwezen en U heeft herkend als Degene die U bent, het onmogelijk meer kan nalaten om met alle liefde en vreugde precies zo te leven en te handelen als U hem bevolen heeft.

[3] Omdat de mensenwereld nu zo slecht, totaal blind en bovenmatig zelfzuchtig, trots en heerszuchtig is, is het waarschijnlijk, dat degene die uw leer opvolgt met heel wat hindernissen te maken zal krijgen, omdat er veel meer slechte dan goede mensengeesten zijn; maar wanneer men eenmaal weet wat men aan uw leer heeft en wat men te verwachten heeft wanneer men haar opvolgt, dan kunnen de bergen er zich tegen verzetten en alle stormen er tegen te keer gaan, maar men zal deze toch het hoofd kunnen bieden met de meest volhardende moed van de wereld. Immers, als een wandelaar door vijanden wordt overvallen verdedigt hij zich al niet zelden met leeuwenmoed om niet dit korte en toch al zo vergankelijke leven te verliezen, terwijl er aan het verlies hiervan niet zoveel gelegen is, -waarom zou men zich dan niet met een ware duizendvoudige leeuwen­moed verdedigen tegenover vijanden die de door dit leven wandelende mens van het eeuwige leven dreigen te beroven?! Ik geloof dat mijn mening in dit opzicht helemaal juist is.

[4] Ja, mensen die aan deze ijdele wereld hangen, hun hele heil in het slijk dezer aarde zoeken en niet zoals ik van Uw leer doordrongen zijn, en de waarde van hun leven niet inzien en kunnen of willen begrijpen, zullen als er gevaar dreigt natuurlijk alle moed verliezen en spoedig weer in het oude slijk terugzakken; maar mensen zoals wij zullen zich niet zo gemak­kelijk vrees aan laten jagen.

[5] Ik zeg U, o Heer en Meester: Voor wie niet bang is voor de lichamelijke dood, zullen keizers en koningen moeilijk wetten kunnen maken! Laat nu de hele aarde maar tot puin vergaan en ik zal niet schrikken voor de zekere ondergang van mijn lichaam; want ik weet nu door Uw woorden, dat Mijn ziel met Uw levensgeest in zich niet te gronde zal gaan! Met dit vertrouwen mogen er vijanden komen van waar en met zovelen ze maar willen, ze zullen mij, Aziona en Hiram waarlijk geen schrik aanjagen; hun veto zal genegeerd worden en hun dreiging onopgemerkt blijven. -En zegt U ons nu, o Heer en Meester van het leven, of ik gelijk heb of niet!"

[6] IK zeg: 'Je hebt volkomen gelijk, en temeer daar je je ook in geval van nood zo zou gedragen, evenals ook alle anderen in deze plaats. Maar omdat we hier nu al zo in vertrouwen samen zijn en elkaar goed hebben leren kennen, en er Mij zeker veel aan gelegen is dat jullie bij allerlei voorvallen en verleidingen niet zullen wankelen, moet Ik jullie ook met nog allerlei andere dingen bekend maken. Luister dus naar Mij!"


220 Het doel van de kruisiging van de Heer
[1] (DE HEER:) 'Wat Mijn lichaam betreft, ben ook Ik evenals jullie een sterfelijk mens en het gevolg daarvan is, dat ook Ik dit lichaam zal afleggen ­en wel aan het kruis in Jeruzalem als getuigenis tegen de slechte joden, hogepriesters en Farizeeën, en tot hun gericht. Want dit alleen zal voor altijd hun macht breken, en de vorst van de geestelijke duisternis die nu de mensenwereld heeft beheerst, zal machteloos worden en de mensen niet meer zo erg als tot nu toe verleiden en hen in het verderf kunnen storten.

[2] Deze vorst heet 'satan', dat betekent leugen, bedrog, trots, hebzucht, eigenliefde, afgunst, haat, heerszucht en moordlust en allerlei hoererij.

[3] De grootste hoogmoed kan alleen door de diepste deemoed te gronde worden gericht, en het is dus noodzakelijk dat dit aan Mij geschiedt. Wanneer jullie dit dus zullen vernemen, moeten jullie hierdoor niet ontsteld zijn; want Ik zal niet in het graf blijven en ontbinden, maar op de derde dag weer opstaan, en zoals Ik nu hier bij jullie ben, zal Ik weer bij jullie komen! En dit zal jullie allen het grootste en waarste getuigenis van Mijn goddelijke zending in jullie ziel geven en jullie geloof geheel en al sterk maken. Ik heb jullie dit nu van te voren gezegd opdat, als het zover zal komen, jullie je niet aan Mij ergeren en Mijn leer verlaten. -Mijn beste Epiphanes, hoe bevalt je dit?"

[4] EPIPHANES zegt: 'Heer en Meester, U bent wijzer en machtiger dan alle wijzen en machtigen van de hele aarde! Als U toelaat dat dit over U komt, moet U daar zeker een goede reden voor hebben, die wij nu niet kunnen doorzien; maar voor dit bepaalde meest verwerpelijke deel van de mensen in Jeruzalem en in heel Palestina en trouwens in het hele jodenrijk moet het inderdaad een totale en ongehoorde deemoediging en tuchtiging zijn, wanneer ze de Mens die ze het meest haten, zelfs aan het schandelijkste kruis niet geheel en al dood kunnen maken en Deze er na drie dagen weer is als geheel Dezelfde die Hij tevoren was! Dat zie ik nu ook heel goed en duidelijk in. Maar toch lijkt het me dat dit, wat door Uw wijsheid en macht voor goed gehouden wordt, toch ook nog op een andere manier bewerk­stelligd zou kunnen worden!

[5] Ik stel het geval, dat de priesters en de andere machtigen in Jeruzalem U zo'n wonder zouden zien verrichten als U zojuist hier heeft verricht, dan zouden toch alle furiën van de Tartarus aan het werk zijn, als ze U niet zouden herkennen als datgene wat U bent en als Degene die U bent! Dan zou hun haat tegen U immers onmiddellijk omslaan in de hoogste eerbied en de warmste liefde voor U, en spreekt het vanzelf dat het dan niet nodig is dat U Zich aan dat schandelijke kruis, dat alleen voor de ergste misdadigers bestemd is, laat hangen!"

[6] IK zeg: 'Ja, als het zo zou zijn, zou je wel helemaal gelijk hebben; maar helaas is het niet zo, maar geheel en al anders! Geloof Me: Dit adder­ en slangengebroed van tempeldienaren in Jeruzalem weet precies wat Ik leer en wat voor werken Ik verricht; maar dat vermeerdert juist hun boosheid en daarom worden ze tegen Mij juist van uur tot uur alleen maar meer verbitterd; Aziona en Hiram kunnen je hiervan waarheidsgetrouw als voorbeeld de gebeurtenissen vertellen die gisteravond vlak voor midder­nacht plaatsvonden. Ze zijn allemaal aartsverstokt, blind en doof in hun hart, en daarbij vol van de hoogste en meest onbegrensde hoogmoed, hebzucht en ergste heerszucht. En zie, voor zulke schepselen moet men geen evangelie prediken, en voor hun ogen moet men ook geen wonder verrichten! Want Mijn leer en Mijn tekenen vernietigen hun oude aanzien en hun grote inkomen, en daarom kunnen de tempeldienaren deze tekenen niet gebruiken en daarom zijn ze juist Mijn onverzoenlijkste vijanden.

[7] Ik zou weliswaar de macht hebben om hen allen op de hele aardbol in één enkelogenblik te verdelgen, zoals op last van Mijn Vadergeest die in Mij woont reeds een keer is gebeurd ten tijde van Noach, en ten tijde van Abraham met Sodom en Gomorra en hun tien buursteden; maar wat heeft het voor zin gehad?!

[8] Vandaag de dag getuigt de omvangrijke Dode Zee nog van dat gericht en de Schrift verwijst ernaar; maar wie schenkt daar nog aandacht aan en laat het dienen als een echte waarschuwing voor zichzelf? Zeg er een echte Farizeeër maar eens iets over, dan loop je gevaar door hem bespot en bitter terechtgewezen te worden en zelfs ernstig met een flinke straf bedreigd te worden! En als dat gebeurt, kan men verder niets doen dan wat Ik je zojuist op voorhand heb gezegd. Dat zal voor die weerbarstigen een vreselijk gericht zijn en voor de Mijnen het hoogtepunt van Mijn liefde, en Mijn opstanding zal ook een opstanding zijn voor allen die één zijn met Mij en Mijn wil."


221 Epiphanes' voorstellen ter vermijding van de dood van de Heer
[1] (DE HEER:) 'O vriend, tegen jou zeg Ik: Als het mogelijk zou zijn om de lijdenskelk aan de kant te schuiven, zou het ook onmiddellijk gebeuren; maar helaas is dit onmogelijk en daarom laten we het nu rusten! Je weet nu dat dit zal gebeuren en ook waarom, en meer is niet nodig. Wanneer Ik echter ben opgestaan, zal Ikzelf jullie dopen met de Heilige Geest uit Mij, en deze zal jullie dan pas in alle wijsheid en macht binnenleiden en dan zullen jullie, als jullie volgens Mijn leer zijn blijven leven, tot alles waartoe Ik nu in staat ben ook als Mijn ware kinderen in staat zijn. Zeg Me nu weer hoe dit aanbod en deze belofte je bevalt!";

[2] EPIPHANES zegt: 'Wat datgene betreft wat wij en alle goede mensen volgens Uw woord daarvan te verwachten hebben, natuurlijk buitenge­woon goed; maar wat U, o Heer en Meester, van de onverbeterlijke domheid en slechtheid te verwachten hebt volgens Uw woorden, bevalt mij geenszins! Maar als het dan voor eens en altijd absoluut niet anders kan, laat het dan wel volgens Uw wil geschieden!

[3] Dat U wat Uw ware innerlijke wezen betreft niet zult sterven, is mij nu wel zeer duidelijk; want wie anders zou U uit de dood van het lichaam moeten opwekken dan Uzelf, met de macht van God die in U is?! Deze macht is derhalve onvernietigbaar; wat komt het sterven van een lichaam er dan op aan, als U het altijd wanneer U wilt kunt opwekken?! Maar het grote lijden dat natuurlijk gepaard gaat met het doden van Uw lichaam, bevalt me toch bepaald niet!

[4] Maar U bent nu eenmaal de Heer vol van de hoogste wijsheid, macht en liefde en U kunt Zichzelf het beste raad geven en helpen, en daarom zal alles toch enkel volgens Uw hoogst eigen raad en wil geschieden, zoals het ook Uw wil is dat wij mensen op deze aarde vaak een gloeiend hete zomer en een ijskoude winter moeten verdragen, wat ook niet bepaald aangenaam is, en tot slot van dit aardse leven vaak een zeer pijnlijke bittere dood, en daar kunnen wij niets aan veranderen, omdat dat nu eenmaal Uw wil is. En derhalve denk ik dat dan ook Uw wil, als het om Uw allerhoogste Zelf gaat, nu door ons zwakke aardwormen nog minder veranderd kán worden! En daarom zij en geschiede wat U wilt!

[5] Maar wat mensen zoals wij in ieder geval wel zouden kunnen doen, om te verhinderen dat U zo moet lijden als U mij hier van te voren hebt aangekondigd, zou bijvoorbeeld zijn dat ik, Aziona en Hiram naar de tempeldienaren in Jeruzalem zouden gaan en als welbespraakte heidenen deze duistere lieden eens met goed gekozen woorden beter over U voorlichten, dan zouden ze hun boosheid over U zeker laten varen; en mocht dit gebeuren, dan zou U op deze manier de vermeende lijdenskelk wel opzij kunnen schuiven:'

[6] IK zeg: 'Ja, Mijn vriend, dan blijft Me niets over dan alleen maar je goede wil voor de daad aan te zien; want zie, evenmin als jij een oude ceder kunt buigen, zal zo'n hooggeplaatste Farizeeër of zelfs een hogepries­ter wat voor leer dan ook van jou aannemen! Maar wat hij wel zou doen kan Ik je precies zeggen:

[7] Zie, hij zou heel vriendelijk naar je luisteren, hij zou zich met het vriendelijkste gezicht door jou alles over Mij tot in details laten vertellen! Hij zou je zelfs met kleine tussenwerpingen en schijnbare twijfels tegemoet treden, - maar alleen om je enthousiaster te laten praten; maar hij zou ook meteen anders kijken zodra hij merkte dat hij bijna alles van je te horen had gekregen! Op een geheim teken zou er dan een groot aantal vermomde mannen verschijnen, jou gevangen nemen, en het zou al heel wat zijn als je dan nog ooit het daglicht zou zien! Daarna zou zo'n hogepriester in samenwerking met Herodes er onmiddellijk een heel leger onder het uitloven van hoge premies op uitsturen om Mij te arresteren en alle joden in heel Galilea laten kwellen omwille van Mij - op alle plaatsen waar men Mij met Mijn leerlingen ook maar heeft ontvangen.

[8] Kijk, dat is toch waarlijk niet wat wij allen als wenselijk zouden beschouwen! Dat zie je in en het volgende is dus ook beter: één voor allemaal met resultaat, dan allen voor één zonder resultaat! - Zie je dat nu goed in?"

[9] EPIPHANES zegt: 'Ja Heer, nu is me dat allemaal heel duidelijk! -Maar nu is het eten klaar, laten we dit nu afsluiten en de tijd dan met iets anders vullen!"

[10] IK zeg: 'Ja, dat is ook goed; ga nu Mijn leerlingen uit hun slaap wekken!"


222 De leerlingen verwonderen zich over de veranderde omgeving

Over het vasten
[1] Omdat Mijn leerlingen de avond tevoren te weinig hadden geslapen, waren ze na het ochtendmaal onder de schaduw van de boom gaan liggen en vast ingeslapen, zodoende wisten ze niets van het gesprek tussen Mij en Epiphanes. Deze ging nu op Mijn verzoek naar hen toe en wekte hen uit hun slaap.

[2] Toen ze wakker werden, keken ze heel verbaasd en vroegen verwon­derd aan elkaar waar ze nu waren; want de omgeving zag er na de verandering zo totaal anders uit dan het tevoren onvruchtbare gebied, dat ze niet meer wisten waar ze waren. Voordien was Aziona's hut deels met onregelmatige stenen en deels uit leem en riet hoogst ondeskundig ge­bouwd, en in plaats daarvan stond er nu een stevig huis, omgeven door vruchtbomen en een mooie tuin; er waren ook goede stallen gebouwd voor de huisdieren en een grote schuur voor het graan, niet ver van het woonhuis vandaan. Bovendien was het voorheen totaal kale gebergte nu dicht bebost en de vroeger even kale zeeoevers waren in weelderige weiden veranderd en zodoende was het begrijpelijk, dat Mijn leerlingen niet zo gauw wisten waar ze waren.

[3] Petrus, Jacobus en Johannes vroegen naar Mij en Epiphanes zei, dat Ik naar het huis was gegaan vanwege de maaltijd. Weer vroegen ze degene die hen gewekt had, waar ze nu waren en deze zei: 'Op de oude plek, die nu echter een heel ander aanzien heeft gekregen door de macht van die Ene!'

[4] Maar de leerlingen hechtten niet bepaald een sterk geloof aan wat Epiphanes zei en dachten veeleer bij zichzelf, dat de Heer hen door de lucht naar een heel vreemd gebied had verplaatst, zoals op de berg van Kisjonah was gebeurd. Pas toen Ikzelf naar hen toe kwam en hun vertelde dat het precies zo was als Epiphanes hun gezegd had, geloofden ze dat pas en begonnen zich te verbazen over de kracht en macht van God in Mij .

[5] En IK zei tegen hen: 'Hoe kan het nu dat jullie zo verbaasd zijn over dit teken? Heb Ik bij Marcus niet iets dergelijks tot stand gebracht?! Het enige waar men hier verbaasd over zou kunnen zijn is eigenlijk alleen maar, dat jullie midden in Mijn gesprekken met deze Grieken hier zo goed hebben kunnen inslapen! Maar het vlees, het bloed heeft inderdaad ook rust nodig, we est nu echter wakker opdat niemand van jullie in verleiding gebracht wordt!

[6] Maar het is nu allang middag geworden, de spijzen staan op tafel, laten we daarom gaan en onze lichamen een matige versterking geven, opdat niemand zegt dat iemand bij Mij gebrek zou hebben geleden. In Jeruzalem zijn wel mensen die allerlei vastendagen hebben en zich daar ook streng aan houden, in de veronderstelling dat ze daardoor het hemelrijk verdie­nen; maar deze vergissen zich zeer omdat ze na hun lichamelijke dood een rijk verwachten dat waarlijk nergens aanwezig is.

[7] Ik wil daarmee niet zeggen dat jullie moeten zwelgen, brassen en te veel drinken; jullie moeten daarentegen altijd nuchter en matig zijn in alles en elkaar liefhebben, dan zal de wereld daaruit opmaken dat jullie waar­achtig Mijn leerlingen zijn! -En nu gaan we aan tafel!"
223 Vijandelijke verkenningsschepen in zicht

1   ...   40   41   42   43   44   45   46   47   ...   53


Dovnload 2.11 Mb.