Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.11 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina45/53
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
1   ...   41   42   43   44   45   46   47   48   ...   53
De storm als afweermiddel

[1] De tafel was goed voorzien van de beste vissen, brood en wijn en allerlei goed smakende vruchten. Ik zat met de twaalf en Hiram en Epiphanes aan tafel. Aziona bedlende ons, maar nam na de maaltijd toch plaats aan tafel. Toen we zo bij elkaar zaten en onze blik naar buiten richtten op het mooie wateroppervlak, ontdekte Epiphanes met zijn scherpe ogen dat in de baai meerdere schepen laveerden. Ze wilden door de grote baai varen; maar omdat ze door de geweldige verandering de omgeving niet meer konden herkennen als de streek die hen van vroeger goed bekend was, laveerden ze heen en weer en zonden slechts een verkenningsboot verder de baai in.

[2] Deze schepen waren een soort achterhoede van hetgeen hier in de voorgaande nacht door de vissers op Mijn bevel als een goede strandbuit in beslag werd genomen. Deze achterhoedeschepen hadden al de hele nacht en ook deze halve dag rond gelaveerd, maar vonden nergens meer een spoor. Daarom dachten ze dat dit schip waarschijnlijk in deze moeilijk te bevaren baal de koers kwijt was geraakt en misschien zelfs schade had geleden. Maar deze baai leek niet meer op de vroegere en daarom wisten deze achterhoedeschippers niet waar ze aan toe waren en daarom zonden ze een lichte verkenningsboot verder de baai in.

[3] Toen Ik dit aan het drietal uitlegde zei AZIONA: 'Nu, als ze dat grote schip hier vinden, kunnen we beter een goed heenkomen zoeken, anders zijn we allemaal verloren!"

[4] IK zeg: 'Wees kalm; deze verkenningsboot zal spoedig omkeren! Ik zal een wind. sturen, die de terugkeer van de boot beslist zeer zal bespoedigen"

[5] Op dit ogenblik kwam er een hevige stormwind die de verkennings­boot en de paar achterhoedeschepen pijlsnel naar buiten het hoge water op dreef

[6] Maar AZIONA zei: 'Heer, zie, ze zijn nu wel uit het zicht verdwenen, maar ze zullen terugkomen zodra de wind gaat liggen! O, deze mensen zijn als een slecht geweten en hardnekkig als een kwaadaardige ziekte! Die laten hun plannen en hun doel nooit varen en als deze het niet zijn, - die hun zoeken nauwelijks zullen opgeven -, dan zullen er binnen de kortste keren wel weer anderen komen die hetzelfde doel nastreven; en als ze dat schip hier vinden, ziet het er slecht voor ons uit, want tegen het geweld van de machtigen bestaat geen recht! Ik zou dat hele zondaarsschip liever helemaal vernietigen dan met het bezit ervan steeds in angst te zitten!"

[7] IK zeg: Als Ik je echter zeg dat je daarvoor absoluut geen angst hoeft te hebben, kun je wel rustig zijn! Degenen die hier nu te zien waren zullen nooit weer terugkeren, en een tweede of zelfs derde achterhoede nog minder, want het is algemeen bekend dat.de Galilese zee om deze tijd zeer stormachtig is, en behalve door enkele vissers wordt hier weinig gevaren omdat men de stormen niet vertrouwt, -en over enkele maanden is deze hele gebeurtenis zo goed als vergeten!

[8] Want ook al wordt er zeker naar Jeruzalem bericht dat degenen die er op uitgestuurd zijn om Mij op te sporen ergens aan zee verongelukt zullen zijn, omdat men ondanks al het zoeken niets meer van hen kan vinden ­dan zal in de tempel slechts door de speciaal daarvoor aangestelde tempel­dienaren, zowel mannen als vrouwen, drie uur lang ceremonieel gewee­klaagd worden en daarna denkt niemand in de tempel meer aan de verongelukten, maar men zal echter weer anderen voor hetzelfde doel uitsturen, hen uitrusten met volmachten, geld en de nodige wapens en hen wegzenden met allerlei strenge opdrachten; dezen trekken er dan op uit en keren meestal onverrichter zake weer naar huis terug, of vaak ook helemaal niet, zoals zij die ons gisteren bezochten. -Nu weet je precies hoe de zaken er voor staan, en kun je zonder schroom behouden wat Ik je geef en wat Ik voor je bescherm en veilig stel"

[9] Nu zegt EPIPHANES: 'Vriend Aziona, onder zulke garanties zou ik er niet voor terug schrikken om zelfs van heel Rome bezit te nemen, als deze Heer en Meester tegen mij zou zeggen: 'Ga heen en zeg: De Heer heeft mij de hele stad gegeven en hiermee maak ik bekend, dat van nu af aan alles wat hier staat, leeft en groeit mijn volste eigendom is!' En zie, geen mens op de wereld zou mij zo'n door de Heer verleend recht afhandig kunnen maken, en ieder zou zich moeten schikken in de almacht van de goddelijke wil!

[10] En hetzelfde is ook hier het geval! Welke aardse macht zal de strijd met deze goddelijke macht winnen? Want voordat ze het zwaard ter hand zou nemen voor de strijd, zou ze immers reeds vernietigd zijn! Ja, wanneer de Heer en Meester zal toelaten dat Zijn vijanden de hand aan Hem zullen slaan, zullen ze Hem zelfs ook wellichamelijk kunnen doden; maar zolang Hijzelf het ondoorgrondelijk geheime 'fiat!' niet in Zichzelf heeft uitge­sproken, zal ook niemand het wagen ook maar de zoom van Zijn kleed aan te raken, -en als iemand het waagt, kon het hem wel eens vergaan zoals het de misdadigers van gisteren is vergaan! Dus voor hen, die als ware vrienden met deze ware Godmens door alle grote gevaren van de wereld op hun pad trekken, is de grootste veiligheid reeds gegarandeerd.

[11] Kijk naar dit allerheerlijkste gebied dat nu van ons is! Amper een uur geleden was het een onherbergzame dorre streek, een waar beeld van de dood­ evenals wij dat waren in onze voormalige zielstoestand, die Hij ook door Zijn woord in een levende toestand heeft veranderd -, en nu haalt de ondoorgrondelijk wonderbaarlijke macht van Zijn woord zelfs uit de harde steen, die eerst tot goede vette aarde werd vermalen en omgevormd, de weelderigste planten tevoorschijn.

[12] Voor Wiens adem de stenen moeten buigen en alle talloze natuur­geesten actief moeten worden, voor Diens adem buigen de volkeren der aarde, -waarom moeten wij dan, die nu zeker Zijn vrienden zijn, nog enige vrees in ons gemoed koesteren, alsof ons werkelijk nog iets slechts zou kunnen overkomen onder Zijn bescherming?! Ik hoop dat je dit in overweging neemt en bevrijd wordt van alle ijdele vrees."

[13] AZIONA zegt: 'Vriend, je hebt nu heel goed en juist gesproken en ik dacht zowel vroeger alsook nu in heel mijn leven hetzelfde als jij; maar de mens blijft toch altijd een mens, vooral als er gevaren op hem af beginnen te komen! In een soort gemoedsverwarring vergeet men niet zelden het belangrijkste en denkt men niet met een innerlijk rustige ziel, maar men is haastig en verward en raakt daardoor in zo'n grote angst, dat men zelfs niet meer aan de beste beschermende wapens denkt die men toch duidelijk bij zich heeft.

[14] En dat gebeurde mij zojuist, toen ik uit de mond van onze God en onze Heer en Meester de bedoeling hoorde van de verkenningsboot die deze baai invoer. Maar het is nu al weer helemaal in orde, waaraan jouw woorden veel hebben bijgedragen"
224 Aziona vraagt naar het leven van de ziel na de dood
[1] (AZIONA:) 'Maar nu we hier zo gemoedelijk bij elkaar zitten bij brood en wijn, zou ik toch zo graag uit Uw mond, o Heer, vernemen hoe het met het leven van de ziel staat na het afvallen van het lichaam!

[2] Er bestaan volgens de overleveringen in bijna alle zogenaamde afgo­dendiensten, steeds met enkele varianten, twee toestanden -zoals ook bij ons, laat ik zeggen, heidenen -: een Elysium, waar alle goede en waardige zielen eeuwig voortleven in een onbeschrijflijke gelukzaligheid, en dan een Tartarus, waar de slechte en boosaardige zielen ook eeuwig gepijnigd worden met allerlei ongehoorde plagen en martelingen.

[3] De joden hebben hun hemel en hun hel, wat eigenlijk helemaal hetzelfde is als bij de heidenen het Elysium en de Tartarus. Op dezelfde manier hebben de Indiërs een tweevoudig almachtig wezen, een goed en een slecht, dat verschillende vormen, namen en eigenschappen heeft. Zo zijn de elyseese goden allemaal goed en die van de Tartarus allemaal slecht.

[4] En bij de joden is er een hoogst goede en wijze Jehova, die gediend wordt door talloze eveneens goede geesten die' engelen' genoemd worden en bereid zijn om de mens de beste bescherm diensten te verlenen; lijnrecht tegenover de goede en almachtige Jehova en zijn engelen is er dan ook een bijna niet minder machtige satan, ook 'leviathan' genaamd, met aan zijn zijde talloze uiterst slechte geesten die men 'duivels' noemt.

[5] De goede Jehova is weliswaar aan één stuk door bezig de mensen goed te maken en naar zich toe te trekken. Maar dat helpt hem niet bijzonder veel; want satan verstaat de kunst beter om zielen voor zich te vangen en verovert al maar hele scharen op de goede Jehova. Wel dreigt de goede Jehova satan voortdurend met allerlei straffen en gerichten; maar satan lacht daar steeds om en doet toch wat hij wil. -Heer, wat moet men nu van dergelijke overleveringen denken? O Heer, geef ons hierover de juiste opheldering!" .

[ 6] Vóór Mij zegt EPIPHANES nog: 'Kijk onze directeur Aziona nu toch eens! Hij is waarachtig nog wijzer dan WIJ allen! WIJ hebben nu al menige vraag gesteld, en alleen hij is op dit belangrijkste vraagstuk van het leven gekomen! Ja, Heer en Meester, zulke dingen heb Ikzelf in allerlei geschrif­ten al vele malen gelezen en er ook altijd het mijne van gedacht! ofwel hebben de verder in vele opzichten wijze ouden alles wat ze wisten in een voor ons onbegrijpelijke beeldspraak opgeschreven, of ze hebben als kinderen en dwazen enkel en alleen in hun nog hoogst ongecultiveerde fantasie allerlei fabels verzonnen.

[7] Ik, als heel eenvoudig mens met een beperkt verstand en -zoals men zegt -een menselijk goed hart, kan mij wel redelijkerwijs voorstellen dat de ziel aan gene zijde voortleeft, en omdat deze toevallig .goed of; wat waarschijnlijker is, slecht heeft geleefd, zal dit verdere leven. zich tenminste tot een bepaalde, hoogst mogelijke graad van volmaaktheid voortdurend verder ontwikkelen; en voor een leven dat hier al om allerlei oorzaken en redenen slecht begonnen is en zeker nog slechter is beëindigd, zijn aan gene zijde slechts wijze en overeenkomstig doelmatige correcties, opdat ook een ziel die hier een slecht lichamelijk leven heeft geleld daarginds, ook al is dat later, tot een beter inzicht komt over zichzelf en over een waar, allerhoogst goddelijk Wezen, en ook over haar ware levensomstan­digheden en plichten.

[8] Maar om voor een kort, helaas slecht geleid leven daar dan eeuwige straffen te moeten ondergaan en dulden die onbeschrijflijk hard en onmen­selijk zijn, en dat voor geen enkel ander doel dan dat een almachtige God zijn eeuwige, nooit meer ophoudende wraak koelt op het machteloze wezen -neen dat kan ik me toch niet indenken van een God als U, o Heer, zoals U thans voor ons bent; ook niet tijdens de ergste koortshitte, die aan de grootste waanzin grenst!

[9] Een leeuw is toch ongetwijfeld een zeer boosaardig beest, zoals ook een hyena, een tijger, een wolf of een beer; niettemin kunnen ze getemd worden, en waken dan vaak over de mensen en zijn dan dus nuttige schepselen. En als zulke monsters als de zojuist genoemde nog te temmen en voor iets nuttigs af te richten zijn, waarom dan niet een slecht geworden ziel, die daar heel vaak zelf eigenlijk geen schuld aan heeft?! - Dus, beste Heer en Meester, zeg ons toch hoe het gesteld is met de merkwaardige dingen en verhoudingen waarover de wijze Aziona U vragen heeft gesteld!"
225 Kinderen van God (van boven)

en kinderen van de wereld (van beneden)
[1] IK zeg: 'Kijk, Mijn dierbaren! Wat de heidense boeken ervan zeggen is slechts een zeer gebrekkige weerklank van wat er helder en duidelijk geopenbaard is aan de oermensen van deze aarde door dezelfde geest die nu in Mij woont.

[2] Alleen de Schrift van de joden bevat de volle waarheid, echter niet onthuld, maar verhuld in overeenkomstige beelden, en wel om de zeer wijze reden, dat de heiligheid van de daarin aanwezige waarheid door de eigenlijke, onreine kinderen van deze aarde niet verontreinigd en onthei­ligd wordt.

[3] Want op deze aarde of wereld wonen twee soorten mensen. De oorspronkelijken en meesten hebben zich volgens de voor alle schepselen gegeven ordening trapsgewijs opwaarts ontwikkeld. Zij zijn wat hun ziel en lichaam betreft puur van deze aarde en men kan ze 'kinderen van de wereld' noemen.

[4] Een veel kleiner deel van de mensen op deze aarde is echter alleen maar wat het lichaam betreft van deze aarde, maar wat de ziel betreft komen ze ofwel van de verschillende sterrenwerelden of soms zelfs als zuiverste engelgeesten uit de zuivere hemelen van de geesten. Dat zijn tot nog toe echter de minst voorkomende.

[5] Dit tweede en veel edeler soort mensen van deze aarde kan men 'godskinderen' noemen, en aan hen alleen is het ook voorbehouden om de geheimen van Gods rijk te vatten, te begrijpen en de kinderen van de wereld hierin te onderwijzen al naargelang er vraag naar is en het vermogen om het te begrijpen; zij wijzen hun de weg waarlangs ook zij tot kinderen Gods en tot burgers van Zijn rijk kunnen worden.

[6] Welnu, deze eigenlijke wereldmensen zijn natuurlijk, omdat ze uit het slijk van deze aarde voortspruiten, nog zeer zinnelijk van aard, daar hun zielen nog nooit een menselijke voorbereidende scholing voor een vrij, over zichzelf beschikkend leven hebben doorgemaakt. Ze kunnen daarom in het begin ook alleen maar door puur zintuiglijke beelden tot kennis van een allerhoogste en eeuwige goddelijke geest gebracht worden.

[7] En zie, omwille van de meeste mensen van deze aarde zijn ook de openbaringen over de geestenrijken in louter als het ware zintuiglijke beelden gehuld, die hun slechts door de kinderen Gods van tijd tot tijd steeds meer onthuld kunnen worden , afhankelijk van het bevattingsvermogen van deze wereldkinderen – mar nooit teveel tegelijk, maar slechts precies zoveel als ze kunnen verdragen en in de maag van hun ziel kunnen verteren. Uit hetgeen Ik nu gezegd heb, kunnen jullie nu menige conclusie trekken.

[8] Zoals niet moeilijk is te begrijpen, is het zieleleven van de mensen na het afvallen van hun lichaam in voortdurende ontwikkeling, omdat de voleinding ervan onmogelijk het werk van een moment kan zijn, en wel omdat de ziel evenals haar voormalig materiële lichaam wat ruimte en tijd betreft een begrensd wezen is, dat in zekere zin ingeperkt is in die bepaalde­ mooie mensenvorm en daarom het oneindige en het eeuwige zowel qua ruimte als tijd, en ook wat de absoluut onbegrensde macht van Gods geest en Zijn werken betreft, alleen maar stukje bij beetje in zich op kan nemen en bevatten.

[9] Het komt daarbij op het niveau van de innerlijke ontwikkeling aan waarop een ziel haar lichaam verlaat. Is dit in overeenstemming met de bestaande goede wetten, dan zal de toestand van de ziel aan gene zijde zeker meteen zodanig zijn, dat ze zich dadelijk naar een hogere volein­dingstrap van het vrije leven kan begeven en aldoor naar een hogere trap verder kan gaan.

[10] Maar heeft een ziel door een gebrekkige opvoeding, of in het slechtere geval, door gebrek aan enige goede wil, terwijl zij heel goed op de hoogte was van de bestaande wetten, het lichaam moeten verlaten zonder zich in het lichamelijke leven en de omstandigheden daarvan ook maar enigszins naar het ware en betere gericht te hebben, wel, dan zal het toch voor ieder die enigszins helder denkt gemakkelijk te begrijpen zijn dat zo'n totaal verkommerde, beklagenswaardige ziel aan gene zijde alleen maar in een zodanige, zeker niet benijdenswaardige situatie geplaatst moet worden dat zij daarin overeenkomstig de hoogste liefde en wijsheid van God eerst gereinigd en genezen kan worden van haar dierlijke ruwheid, en zich allengs tot een hoger levensniveau kan verheffen, van waaruit ze dan steeds gemakkelijker naar een nog hoger niveau overgaat"


226 Het leven van de wereldmensen aan gene zijde
[1] (DE HEER:) 'Nu zijn er echter op deze aarde ook mensen die als kinderen van buitengewoon rijke ouders alle mogelijke opvoeding en ontwikkeling genoten hebben. Maar toen ze ouder werden en belangrijke functies en hoge eervolle posities kregen, voer de duivel van de hoogmoed in hun hart. Ze begonnen te heersen, hun medemensen te haten, te bedriegen en te onderdrukken en zich helemaal over te geven aan de lust van hun zinnen. Hun hemel, waar ze vol begeren naar streefden, was een uiterst luxueus leven in alle weekheid, pracht en weelde. Wie hen niet wilde dienen werd op de meest gruwelijke wijze vervolgd en zonder enig pardon te gronde gericht.

[2] Maar nu komt de tijd en het uur, dat de ziel van zulke mensen ook hun zozeer geliefde lichaam moeten verlaten volgens het voorschrift van de almachtige God. Wat nu?

[3] Kijk, dit soort zielen heeft zich toch wel strafbaar gemaakt, wat ieder enigszins rechtschapen denkend mens moet toegeven! En toch worden ze door Mij niet gericht, maar in een toestand en een leven geplaatst dat helemaal overeenkomt met wat ze op deze wereld hadden, alleen met dit verschil dat hun buren tot in de verre omtrek geheel hetzelfde hebben, zijn en willen als degenen die hier pas zijn aangekomen. En dan duurt het niet zo lang tot er een uiterst verbitterde oorlog begint; want ieder waant zichzelf de hoogste en machtigste, wil over allen heersen en beschouwt ieder als een strafbare muiter, die zich niet wil schikken naar zijn bevelen en wetten.

[4] Zouden er slechts één, twee of ook drie zo denken en voelen, en zouden de anderen meer deemoedige en inschikkelijke geesten zijn, dan zou dat een soort monarchie in het rijk der geesten opleveren waar er één gebiedt en miljoenen hem gehoorzamen. Maar daar is dat niet zo; want daar wil ieder een monarch zijn en op tirannieke wijze zijn even heerszuchtige buren beheersen. En zo'n slechte hartstocht heeft dan een bijna onblusbare onderlinge haat tot gevolg, constante ruzie, twist, strijd, vervolging en een letterlijke oorlog, waarbij weliswaar niemand gedood kan worden, -maar waar de onderlinge grenzeloze haat en toorn de vorm aanneemt van een woedend verwoestend vuur dat uit de strijders oplaait, met welk vuur ze zich dan wederzijds kwellen en bestrijden.

[5] Als zo'n boosaardige club dan weer tot een soort rust moet komen, is het belangrijk dat er een machtige geest uit de hemelen naartoe gestuurd wordt en rust schept door een nog machtiger vuur, dat voor zulke zielen goed voelbare, onuitsprekelijke pijnen veroorzaakt, deels slechts voor een moment, deels ook voor langere tijd. Zijn zulke zielen hierdoor volledig tot rust gekomen, dan verstommen ook steeds meer hun domme harts­tochten en dooft het vuur waardoor ze gekweld worden en de engelgeest maakt hen dan hun grote blindheid, verstoktheid en dwaasheid duidelijk.

[6] Als de een of andere ongelukkige en zeker ook onzalige ziel zich dit aantrekt, zal deze ook meteen in een betere toestand overgaan; maar wil ze dat door haar innerlijke geheime hoogmoed niet, wel, dan blijft zij de oude dwaas en zal bij een volgende gelegenheid weer hetzelfde te ver­wachten hebben. En dan kan men zoals de Romeinen zeggen: Volenti non fit iniuria *, (* Degene die het zo wil geschiedt geen onrecht) -ook al zouden zulke vrijwel onverbeterlijke zielen zichzelf gedurende aeonen aardse jaren zo willen kwellen!

[7] Ik denk dat Ik jullie nu wel voldoende heb ingelicht over hetgeen jullie Mij in feite gevraagd hebben; maar desalniettemin zal Ik er voor jullie toch nog het een en ander aan toevoegen, -luister dus nog verder naar Mij!"
227 De nietigheid van een kracht zonder tegenkracht
[1] (DE HEER:) 'Als er hier iemand zou zijn die zo reusachtig sterk was, dat hij met zijn handen de sterkste eiken en ceders zou kunnen ontwortelen, maar er rondom de te ontwortelen bomen slechts modder en water zou zijn, zodat hij geen weerstand zou hebben, zou hij dan wel in staat zijn om een boom met de wortels uit de grond te trekken als deze bijvoorbeeld een paar vadem diep in de grond zitten? Ik zeg: neen; want zodra hij zou beginnen met zijn krachtige armen de boom uit de grond te trekken, zou hij diep in het water en de modder wegzinken en zodoende met zijn reusachtige kracht niets uit kunnen richten.

[2] Als dus een reus de grote spierkracht van zijn handen in de praktijk tot uitdrukking wil brengen, moeten ook zijn voeten als noodzakelijke ondersteuning een zeer vaste grond hebben, wat ieder van jullie zeker goed in zal zien. Maar Ik geef jullie hier nog een voor Mij zeer wel mogelijk en voor jullie nog duidelijker voorbeeld.

[3] Laten we aannemen dat er zich hier voor ons ongeveer een paar honderd buitengewoon sterke strijders bevinden, honderd aan de ene en honderd aan de andere kant. Zodra ze op elkaar afstormen, hef Ik ze met Mijn innerlijke macht omhoog de lucht in en laat hen door een heftige wind naar alle kanten en richtingen verspreiden. Vraag: Hoe zullen zij nu zonder enig vast steunpunt hun strijd beginnen en voltrekken? Zal iemand zich zelfs met de krachtigste voeten in de lucht ook maar een stap verder kunnen bewegen of een echt geweldige slag met zijn hand kunnen geven en daarbij recht overeind blijven?

[4] Ik zie dat jullie er nu over na beginnen te denken hoe zoiets mogelijk zou kunnen zijn. Het ligt in Mijn macht om dat aan één van jullie praktisch te laten zien, zeg Me maar wie van jullie zo'n experiment wil ondergaan! Wil jij, Epiphanes, je ongeveer een manslengte boven de grond van de waarheid van Mijn woorden overtuigen?"

[5] EPIPHANES zegt: 'O ja, Heer en Meester; want onder Uw hoede kan me immers onmogelijk iets kwaads overkomen! Daarom heb daartoe al besloten "

[6] IK zeg: 'Goed dan, verhef je een manslengte van de bodem van deze aarde in de vrije lucht en vertel de anderen hoe je je voelt!'

[7] Epiphanes bevond zich nu geheel vrij zwevend in de lucht en wel heel rustig rechtop, en Ik zei tegen hem: 'Maak nu enkele bewegingen en doe alsof je ergens heen zou willen gaan, of je tegen een vijand zou willen verdedigen, en vertelons wat je ondergaat en hoe het je te moede is!'

[8] Epiphanes probeerde het, maar verloor natuurlijk meteen zijn gemak­kelijke verticale positie, en hoe meer hij met handen en voeten werkte des te meer kwam hij in allerlei ongemakkelijke houdingen te!echt. Tenslotte draaide hij als een in de lucht zwevend blad rond en een slechts heel licht zuchtje wind begon hem verder weg te schuiven en wel volgens Mijn wil naar het huis van Aziona, aan welks muren hij een vast steunpunt vond, hij veranderde zijn ongemakkelijke positie weer in de gemakkelijke verticale en werkte zich toen, de muur vastpakkend, naar beneden tot op de grond.

[9] Toen EPIPHANES weer met zijn voeten op de grond stond, was hij buitengewoon blij, loofde Mij en kwam snel naar ons aan tafel en zei: 'O Heer, alles wat U wilt, -maar niet meer zo'n verschrikkelijk experiment! Ik had jullie vanuit de lucht moeten vertellen wat ik onderging en voelde! Ja, dat had ik vanuit de verticale positie, waarin ik me tamelijk prettig voelde, wel kunnen doen, namelijk dat het echt aangenaam was en mij wel kon bekoren; maar toen ik op Uw verzoek begon te bewegen en me alle posities moest laten welgevallen omdat ik ze niet kon veranderen, was het met het spreken gedaan. Ik had het hooguit op een angstig schreeuwen kunnen zetten als ik me niet geschaamd had, maar een verstandig woord was absoluut onmogelijk geweest! Als je door duizend duizelingen wordt bevangen en je machtelozer voelt dan een mug, -spreek dan maar eens als je kunt; voor mij was het totaal onmogelijk!

[10] Je hoeft maar één manslengte van de vaste grond vandaan te zijn in de vrije lucht, en ogenblikkelijk ben je alle macht en alle kracht kwijt! Het kleinste zuchtje wind dat nauwelijks een blaadje aan een boom kan bewegen, draagt je zonder enig mogelijke weerstand weg en dat in een meestal zeer ongemakkelijke positie. Nee, alles vind ik goed, zoals gezegd, maar niet meer zo'n experiment! Maar de woorden uit Uw mond, Heer, zijn nu als schitterende waarheid bevestigd, dat namelijk de grootste kracht zonder een vast steunpunt, dat ik als een noodzakelijke tegenkracht beschouw, zo goed als geen kracht is. Dat is nu mijn levendigste en waarste overtuiging.

[11] Uit Uw verklaring van daarstraks is mij nu wel tamelijk duidelijk wat de Orcus, de Tartarus en de hel is en waaruit deze bestaan; maar met satan en zijn handlangers, de zogenaamde duivels, weet ik nog niets aan te vangen! Omdat U, o Heer en Meester, ons dit ene zo duidelijk hebt uitgelegd, overeenkomstig de volste en redelijke waarheid, vraag ik U ons ook dit nog uit te leggen, als het Uw heilige wil is!'
228 De tegenpool van God
[1] IK zeg: 'Daarom heb Ik jullie immers die voorbeelden gegeven, opdat jullie de hierop volgende uitleg over satan en zijn engelen gemakkelijker kunnen begrijpen; luister daarom nu verder naar Mij!

[2] Zoals jullie nu ervaren hebben, is de allersterkste reus tot niets in staat zonder een vast steunpunt, dat we een tegenkracht of een tegenpool zullen noemen, dat zien jullie nu zeer goed in. Diezelfde toestand strekt zich tot in het eindeloos grote, tot aan het allerhoogste Godswezen uit!

[3] Als de eeuwige, absoluut vrije, wijze en almachtige geest van God niet ook reeds van eeuwigheid voor een tegenpool had gezorgd voor Zichzelf, zou het Hem als puur positieve God nooit mogelijk zijn geworden om zonnen, werelden en al de eindeloos vele wezens hierop in het leven te roepen.

[4] Maar hoe ziet deze tegenpool van God eruit en waaruit bestaat hij? Is hij geheel andersoortig dan de positieve, vrije pool van Gods leven en macht of is hij in een bepaald opzicht gelijksoortig? Is hij heer over zichzelf of is hij in al zijn delen alleen maar afhankelijk van de positieve pool van de goddelijke macht?

[5] Zie, deze zeer belangrijke vragen zal Ik nu voor jullie zo helder en duidelijk mogelijk beantwoorden, en dan zullen jullie dadelijk inzien wie de zogenaamde satan is en wie nu eigenlijk zijn duivels zijn! Let dus op!

[6] Wanneer iemand bijvoorbeeld iets wil verwerkelijken, begint hij te denken en er zullen een aantal vluchtige beelden als afzonderlijke gedach­ten door zijn gemoed stormen. Als de denker zich enige tijd bezighoudt met de beschouwing van de innerlijke beelden in zijn geest, die men 'gedachten' noemt, en hij deze ook steeds meer begint vast te houden, zal hij al spoedig en gemakkelijk gewaar worden dat enkele betere gedachten zich verenigd hebben en zich in zekere zin al tot een helder idee gebundeld hebben. Zo'n idee houdt de ziel dan als een duidelijk beeld vast in haar bewustzijn, en men zou dat een grondidee kunnen noemen.

[7] Nu gaat de gedachten stroom verder zoals het water van een rivier, en onder de vele voorbij stromende gedachten komt er dan weer een die wat degelijker is, deze wordt onmiddellijk door het grondidee aangetrokken en verenigt zich hiermee, waardoor het grondidee dan al helderder en concreter wordt.

[8] Dat gaat dan een tijdlang zo door, tot er zich behalve het grondidee verschillende volgende nevenideeën gevormd hebben die met het grond­idee harmoniëren, en daardoor al het begrip vormen van een concrete zaak of een uit te voeren handeling en de resultaten daarvan.

[9] Is de denker eenmaal zover dat hij een geheel en al concrete duidelijke voorstelling heeft, dan behaagt hem deze en omvat en doordringt hij haar meteen met het levensvuur van zijn liefde. De liefde wekt de wil en de daadkracht van de denker op en dan wordt de innerlijke voorstelling zonder meer tot materiële verwezenlijking gebracht.

[10] Nu staat de vroegere, puur geestelijke voorstelling niet meer alleen maar als geestelijk beeld in volle helderheid in het bewustzijn van de ziel, maar ook als een in zekere zin gericht vast evenbeeld van het innerlijke geestelijke beeld in de materiële natuur en dient voor het gebruik van degene die het voorheen bedacht had.

[11] De afzonderlijke gedachten en ideeën waaruit een volledige en concrete voorstelling werd gevormd, zijn nog geheel van geestelijke aard en maken met de geest een en dezelfde pool uit; wij zullen deze de hoofd ­en levenspool noemen.

[12] De concrete, uit vele verschillende gedachten en ideeën bestaande totale voorstelling -ook al is deze nog een puur geestelijk beeld in de ziel -behoort, omdat zij reeds een zeker gefixeerd bestaan heeft, niet meer tot de hoofdpool maar tot de tegenpool, omdat ze in zekere zin als een afgescheiden geheel op zichzelf bestaat en waarneembaar is voor de ziel in al haar delen en door verdere activiteit helemaal als materiële zaak uitge­drukt kan worden en zodoende als een gericht en gefixeerd ding niet meer tot de levenssfeer van de geest en de ziel kan behoren. -Maar luister nog verder naar Mij!"


229 De beide polen van het bestaan
[1] (DE HEER:) 'Jij, Epiphanes, dacht wel bij jezelf dat ook een uit verschillende afzonderlijke gedachten samengesteld idee een beeld kan zijn dat reeds een soort begrip is en daarom ook wel tot de tegenpool kan behoren, ja, zelfs ook een afzonderlijke op zichzelf staande, heel duidelijke gedachte! Daar heb je helemaal gelijk in; als dat zo is, is echter de op die manier gefixeerde gedachte en eveneens een dergelijk idee geen eigenlijk idee meer, maar reeds een op zichzelf bestaand afzonderlijk begrip, omdat dit als een goed gevormd beeld of als een reeds geordende handeling tegenover de ziel staat en zodoende de tegenpool van de levenspool uitmaakt.

[2] In de eerste (positieve) pool is leven, activiteit en vrijheid, in de tweede (negatieve) of tegenpool is de dood, de traagheid en het gericht; en zie, daaruit bestaat dan ook de hel, de satan en de duivels, - dus overeenkom­stige aanduidingen van hetgeen Ik nu tegenpool noemde!

[3] Zie, de hele schepping en alles wat jullie met je zintuigen ook maar waarnemen zijn gefixeerde gedachten, ideeën en voorstellingen van God, - ook jullie mensen wat jullie zintuiglijke lichaam betreft; en voor zover de ziel met het lichaam verbonden is door zijn zenuw­ en bloedether, is ook zij in het gericht en bevindt zij zich derhalve in de dood ervan, waaruit ze zich echter kan bevrijden door met behulp van haar vrije wil volgens Gods wetten het puur geestelijke na te streven; zo kan zij geheel één worden met haar geest uit God, waardoor ze derhalve door haar zelfwerk­zaamheid zelfstandig van haar oude dood in het vrije eeuwige leven is overgegaan.

[4] Maar let op, het volgende is heel belangrijk! - Bewustzijn en liefde bepalen de hele mens tot goede of slechte werkzaamheid. Is zijn bewustzijn geestelijk en leidt het naar God, dan zal de liefde ook naar het geestelijke en zodoende naar God neigen en ook in die richting werkzaam worden, en deze activiteit is een goede en de gevolgen ervan zijn de zegen uit de hemelen van het Leven.

[5] Wordt een mens echter vanaf de wieg met niets anders in zijn bewustzijn verrijkt dan alleen met wat het lichaam dient, dan zal ook zijn liefde zich geheel naar de materie wenden en spoedig geheel en al daarin actief worden om zoveel mogelijk materiële schatten te verzamelen en hierdoor het vlees zoveel mogelijk genoegen te bezorgen. In zo'n geval gaat de ziel dan geheel over in de materie, zijnde de tegenpool van de absoluut vrije geest van God, en vormt zo met de tegenpool, daardoor gevangen, zelf ook de tegenpool. Het onvermijdelijke gevolg hiervan is het gericht in en door zichzelf, de vloek van het leven naar de dood en zo ook in zekere zin de eeuwige dood zel( En wie is daar schuldig aan dan alleen de mens zelf, die dit zichzelf heeft aangedaan door zijn bewustzijn, zijn wijze van liefhebben, willen en handelen!

[6] Onthoud dat! Wanneer jullie met mensen zullen praten, moet je onderzoeken of ze niets weten van de ziel op zich en van het eeuwige leven van de ziel! Als ze hun schouders ophalen en enigszins meewarig zeggen: 'Ja, daar hebben we al vaak over horen praten; maar dat daar heel weinig of misschien wel geen woord van waar is, leert de ervaring van alledag, -wat boven deze ervaring uitgaat is niets anders dan leeg gedweep van bepaalde werkschuwe hongerlijders! ' , dan kunnen jullie met zekerheid concluderen, dat de ziel van zulke mensen al zo goed als helemaal verteerd is door haar vleesmaterie en zich reeds geheel en al in het gericht bevindt.

[7] Het zal veel moeite kosten om hen weer uit hun gericht en de gevangenschap van de tegenpool te verlossen, -hier op aarde al heel moeilijk en aan gene zijde nog moeilijker, ofschoon het niet helemaal onmogelijk is. Maar daarvoor zal het noodzakelijk zijn dat zij zeer lang van alles verlaten in haar eigen gericht en dood verblijft, tot het kleine beetje geestelijke van de ziel dat er dan nog is, het eigen, vaak alles overheersende materiële in zichzelf geheel heeft verteerd en tenslotte door honger genoodzaakt wordt een groot verlangen te krijgen naar geestelijk voedsel. Dat zal wel altijd gebeuren, maar na voor jullie ondenkbaar lange tijden. "
230 De weg naar de verlossing
[1] (DE HEER:) 'Hieruit zien jullie dat zelfs God, als Hij niet uit Zichzelf de voor jullie begrippen eindeloos grote tegenpool tegenover Zich geplaatst zou hebben, geen schepping als materieel bestaand uit Zichzelf had kunnen laten voortkomen en kunnen plaatsen, omdat de grote tegenpool nu juist de schepping zelf is. Deze kan dus niet anders dan gericht en zo goed als dood en bestendig zijn, wil zij beantwoorden aan het door de Schepper gestelde doel. En omdat ze is, wat en hoe ze is, is zij ook goed tegenover God. Slecht, wat betreft haar uitwerking, is ze alleen tegenover de mensen, omdat deze wat hun ziel en gedeeltelijk zelfs wat hun vlees betreft, de bestemming hebben om zich als uit de dood opgewekte wezens voor eeuwig door de zuivere positieve geest van God te verenigen met God, zonder daardoor ooit meer hun absolute vrijheid en zelfstandigheid te verliezen.

[2] Nu werpt zich natuurlijk vanzelf de belangrijkste van alle levensvragen op en deze luidt: Wat moet een mens derhalve doen en in acht nemen om zijn ziel te behoeden voor het terugtreden in het oude gericht van de materie die dood is? ­

[3] Hij moet zich precies houden aan de tien geboden die door Mozes aan de mensen zijn gegeven, en deze bestaan samengevat hieruit, dat men ten eerste vast gelooft aan een waarachtige God, Hem boven alles uit alle macht liefheeft, zijn broeders en zusters echter gelijk zichzelf en in geval van nood zelfs meer!

[4] In deze in feite maar twee geboden ligt dan ook de hele wet van Mozes, alsook alle profeten, die omwille van een beter begrip niets anders dan alleen dit met veel woorden onderwezen hebben.

[5] Wie dit zal doen, zal zeker zijn hart en daarmee ook zijn ziel behoeden voor iedere hoogmoed, hardheid, toorn, haat, zelfzucht, afgunst, gierig­heid, hebzucht, heerszucht, een werelds luxeleven en liefde voor het wereldse, en dan zal hij gemakkelijk binnentreden in de levenspool van Gods geest; want de liefde tot God vervult juist de hele mens met Gods levensgeest, en de naastenliefde belichaamt en verankert deze in de ziel, waardoor zij dan noodzakelijk in alles identiek wordt met God Zelf door de liefdegeest van God in haar.

[6] En als ze identiek is met God, dan zal ze ook identiek zijn met de jullie nu bekendgemaakte positieve levenspool in God en zal met Hem heersen over alle materie, waardoor zij onmogelijk meer ooit gevangen en verslon­den zal kunnen worden.

[7] Wie dit zal opvolgen, zal ook hetgeen Ik jullie nu zeer duidelijk heb getoond oogsten en eeuwig in steeds toenemende mate behouden. -Zeg nu, Mijn beste Epiphanes, hoe je dit hebt begrepen en opgenomen!"
231 De vraag naar de verlossing van de onwetenden
[1] EPIPHANES zegt: 'Grote Heer en Meester! Groot was Uw wonderwerk van voorheen voor ons lichamelijk heil, -maar nog groter is Uw wijsheid in de leer die U ons nu gegeven heeft; want deze bewijst ons onvergelij­kelijk veel intensiever Uw Goddelijkheid. Met het wonderwerk toonde U ons welonmiskenbaar dat U met de kracht en macht van God vervuld moet zijn, omdat zo'n werk U anders onmogelijk zou zijn; maar met deze lering heeft U ons laten zien, dat U rechtstreeks Zelf Degene bent wiens gedachten en ideeën die bepaalde, gerichte, vaste tegenpool vormen!

[2] Ik, en zeker ook Aziona en Hiram hebben nu heel goed begrepen wat U, o Heer, ons gezegd hebt op onze zeker heel belangrijke vraag, en wij zien nu in hoe de zaken staan, en dat het eigenlijk onmogelijk anders kan zijn. Maar juist dit punt doet een andere vraag opkomen die voor de gehele mensheld van deze aarde belangrijk is.

[3] Zie, grote Heer en Meester! Wij weten nu wat de mens te doen staat om wat de ziel betreft niet verslonden te worden door Uw tegenpool, wat zeker een hoogst treurig lot is voor ieder die zich daarvan niet heeft kunnen redden. Wij kennen door Uw genade en buitengewoon grote goedheid de juiste weg en zullen deze zeker en veilig bewandelen. Maar wat gebeurt er met alle andere talloos vele mensen die deze grote aarde bewonen? Deze weten niets van hetgeen U ons nu onthuld heeft! Hoe talloos velen zijn er al sinds het begin van de mensen op deze aarde vóór ons overgegaan, en welke talloze aantallen zullen er nog na ons overgaan!

[4] Zij die vóór ons waren, hebben van deze leer zeker niets geweten en leefden naar hun materialistische neigingen. Wat kan hun lot aan gene zijde anders zijn dan treurig gevangengenomen te worden door Uw tegenpool? Wie zal en wie kan hen daaruit verlossen en wanneer? Hoe klein is bijvoorbeeld over het geheel genomen het aantal van de mensen die, omdat ze oorspronkelijk al meer geestelijker waren, zich ook gemakkelijker naar het puur geestelijke gericht hebben en daarom na het treurige afleggen van dit materiële lichaam heel gemakkelijk en zonder moeilijkheden in Uw hoofdpool zijn overgegaan? Als ik hen volgens de boeken waarin de vrome en puur geestelijk grote mensen staan opgetekend, allemaal bij elkaar optel, kom ik misschien amper uit op honderdduizend! Maar wat is dat vergele­ken bij het enorme aantal van degenen die allen voor ondenkbaar lange tijden door de tegenpool zijn verslonden? Dan vraag ik toch ieder enigszins weldenkend en redelijk mens, of het voor de ongelukkigen niet beter zou zijn geweest nooit geboren te zijn?

[5] Hetzelfde zal er ook met hen gebeuren die misschien nog een halve eeuwigheid na ons het licht van de wereld zullen zien. Ze zullen ook wel zeer onduidelijk geworden begrippen van uw leer te zien krijgen; maar wie zal hen, zoals U nu Zelf bij ons doet, daarover nader en duidelijk kunnen onderrichten? En als zo'n buitengewone leer niet helder en duidelijk onderwezen wordt, zal ze ook moeilijk door iemand met een levendige inzet als richtsnoer voor zijn handelen genomen worden en de materie zal op die manier, zoals tot nu toe, steeds de grote overwinnaar zijn.

[6] De huidige grootste leer die U ons geeft is weliswaar buitengewoon groot en heilig; maar deze leemte in haar bestaat onmiskenbaar, die zou ik graag aangevuld willen zien doordat U in Uw goedheid een antwoord geeft op deze voor mijn gemoed zeer belangrijke vraag! Als het Uw goede en heilige wil is, geeft U ons dan ook hierover een juiste uitleg~'



232 Leiding aan gene zijde en wederbelichaming

[1] IK zeg: 'Wanneer het er voor de vreemde naties en volkeren werkelijk zo uit zou zien als jij het in je vraag stelt, zou het wel wat treurig gesteld zijn met het zieleheil van de mensen op aarde; maar het ziet er toch wel een beetje anders uit, en derhalve is aan ieder mens de gelegenheid gegeven om zich, van welk geloof hij ook is, meer op het geestelijke dan op het materiële te richten. Als dit het geval is, kan een ziel aan gene zijde al niet meer helemaal door de materiële pool worden aangetrokken, maar ver­keert met haar altijd volkomen vrije wil in een soort zweeftoestand, waarin ze noch tot de ene, noch tot de andere pool behoort. Deze toestand van de zielen noem Ik een middenrijk, waarin de zielen door reeds voleindigde geesten meestal naar de betere pool geleid worden.

[2] Natuurlijk gaat het proces van een volledige ommekeer nogal langzaam; maar dat geeft verder niets, omdat het toch nooit zo kan zijn dat een ziel totaal verloren gaat. En zou ze al door een te grote verstoktheid volledig door de volle tegenpool verslonden worden -wat natuurlijk wel heel erg zou zijn -, zal ze het zich na een lange tijdcyclus weer moeten laten welgevallen om nogmaals een lichamelijke levensproef door te maken, ofwel op deze aarde of ook wel op een andere, waarvan er in de eindeloze ruimte talloze zijn, zonder te weten of ook maar te vermoeden dat ze reeds een keer een lichamelijke levensproef heeft doorgemaakt. Zij zou er ook niets aan hebben om dit te weten, omdat ze daardoor noodzakelijkerwijs meteen weer in haar oude euvel van zinnelijkheid zou vervallen en daardoor een tweede levensproef puur tevergeefs en zinloos zou zijn. Om jullie dat gemakkelijker te laten inzien geef Ik je een voorbeeld.

[3] Ongeveer tweeduizend jaar geleden was er een uiterst heerszuchtige en wrede koning die uit louter moordlust duizenden mensen op de meest gruwelijke wijze liet terechtstellen en zich ook verder aan alle mogelijke kwaad overgaf. Waar diens ziel na zijn lichamelijke dood terecht is gekomen, zal gemakkelijk te raden zijn!

[4] Zoals Ik jullie al eerder verteld heb, kan zo'n ziel daar nergens anders terecht komen dan alleen bij haars gelijken. Ieder van jullie kan zich gemakkelijk voorstellen hoe het haar na korte tijd daar kan vergaan; haar gezelschap is immers precies zoals zijzelf en na een tijd nog iets erger, omdat na een bepaalde periode de boosheid en woede daarvan steeds erger worden; want bij de materiële zielen heeft alles nog zijn grenzen, alleen de hoogmoed en de heerszucht niet, wat reeds menige koning in de voorgeschiedenis gedurende zijn leven maar al te duidelijk heeft gemaakt, door zich aan zijn volk als een vorst te presenteren en te verlangen dat het hem als de enig ware god zou aanbidden en hem met allerlei door hem geëiste offers zou vereren. De bekende geschiedenis van de vroegere koning Nebukadnezar van Babylon laat dat maar al te duidelijk zien.

[5] En dat gebeurt aan gene zijde in nog veel hogere mate. leder van die zielen presenteert zich aan de andere al gauw als de allerhoogste en Almachtige god, neemt daarbij dadelijk een vreselijk gebiedende houding aan en verlangt onmiddellijk alles van de andere gelijkgezinde en gelijksoortige zielen.

[ 6] Met wat voor woede dan de andere eendere zielen, die reeds geruime tijd om dezelfde reden met elkaar gevochten hebben, op zo'n aanmatigen­de ziel afkomen en haar de vreselijkste proeven laten afleggen, kunnen jullie je natuurlijk niet voorstellen; en zo'n oerdomme ziel laat zich zelfs een tijdlang ook nog alle mogelijke martelingen en kwellingen welgeval­len, omdat ze in de blinde veronderstelling verkeert, dat ze na alle ware helse proeven doorstaan te hebben door de anderen als een god en heerser over alles erkend en aangenomen zal worden.

[7] Maar omdat ze na de lange tijden die daarmee verstrijken toch begint in te zien dat ze voor de gek was gehouden, ontbrandt ze in toorn en woede tegenover haar pijnigers en dat heeft dan gevechten en vuur in de ergste mate tot gevolg; deze zielen lossen in een dergelijk toornvuur dan gewoonweg op, ze zouden zich tenslotte zelfs nog geheel vernietigen als zoiets mogelijk zou zijn!

[8] Maar zo'n toegelaten storm, hoe afschuwelijk hij ook tekeer gaat, heeft altijd iets goeds vanwege het feit dat hij in zulke zielen een groot deel van de schadelijkste materie verwoest en zo de ziel een beetje zuiverder maakt. Na vele van dergelijke stormen wordt hier en daar een enkele ziel nuchterder en probeert zich van dit tumultueuze gezelschap te bevrijden en zoekt een uitweg; -en dan wordt het gewoonlijk toegelaten dat ze bij een beter gezelschap komt, of ze wordt weer geïncarneerd.

[9] En nu zijn we weer bij de koning van ons voorbeeld wiens ziel zo'n weg heeft doorgemaakt als Ik jullie nu heel in het kort precies heb beschreven. De naar deze wereld teruggekeerde ziel van zo'n eenmalige koning uit de vroege geschiedenis, die bijvoorbeeld in het uiterste Oost­ Azië zich zo misdragen heeft, komt nu op een heel ander deel van de wereld via de gewone weg van het vlees in het lichaam van een kind ter wereld, natuurlijk geboren uit een arme vrouw. Dan is zo'n ziel weer helemaal kind en weet van haar vorige toestand niet het geringste, en het zou ook helemaal verkeerd zijn als ze er maar de minste herinnering aan zou hebben.

[10] Het kind, weer als tevoren van het mannelijk geslacht, groeit nu in armoede op tot man en wordt na een schamele opvoeding en een andere ontwikkeling een heel eerlijke en ijverige dagloner die werk verricht in huis of op het land, hij kent God en bidt tot Hem en dankt Hem voor het dagelijkse brood. Uiteindelijk heeft hij er echt plezier in om de andere mensen tegen een karig loon te dienen en van nut te zijn. Tenslotte wordt onze arbeider oud, zwak, vermoeid en ziek en sterft zoals alle mensen op aarde.

[11] Wat gebeurt er nu met zijn ziel? Ze komt aan gene zijde weer bij de goede, werkzame en actieve zielen en beleeft er vreugde aan om een nederige plaats in te nemen en allen naar behoefte te dienen. Deze goede richting van haar gemoed bewerkstelligt de spoedige opwekking van haar geest uit God, die haar alter ego (tweede ik) van gene zijde is.

[12] Heeft dit eenmaal met zekerheid plaatsgevonden, dan zal de volle éénwording hiermee ook niet lang op zich laten wachten. Wanneer dit gebeurd is, keert pas weer het volle bewustzijn in zo'n ziel terug en hiermee de heldere herinnering aan alle vorige toestanden; zij looft dan Gods wijsheid, macht en liefde die haar zelfs uit de meest jammerlijke toestand weer heeft teruggeleid naar het ware eeuwige leven.

[13] Hieraan kunnen jullie dus voldoende duidelijk zien, hoe God langs Zijn voor iedere sterveling ondoorgrondelijke wegen iedere ziel, ook al is deze naar jullie mening nog zo verdorven, naar het ware leven en licht kan leiden"


233 Het vergaan en ontstaan van materiële scheppingen
[1] (DE HEER:) 'God als in Zich de zuiverste liefde kan niet anders dan Zijn gedachten en ideeën liefhebben, ook al maken deze als schepselen Zijn tegenpool uit. En zo kan zelfs een steen niet eeuwig steen blijven, en over voor jullie ondenkbaar vele jaren zal ook deze aarde, evenals alle talloze andere sterren, zeer verouderen en murw worden als een oud kleed. En alles zal veranderd worden in aan God verwante, zelfstandige geestelijke zaken, maar in plaats daarvan zullen ook weer nieuwe materiële scheppin­gen ontstaan en deze zullen ieder op zijn eigen wijze verder geleid en ontwikkeld worden.

[2] Maar daar zal natuurlijk nog een buitengewoon lange tijd van meer dan aeonen maal aeonen aardse jaren voor nodig zijn. Men moet het echter niet zo opvatten alsof deze huidige schepping ooit plotseling zal ophouden en in plaats daarvan een geheel nieuwe in het leven geroepen zal worden, maar dat gebeurt slechts in fasen, zoals in een oerwoud weliswaar de oude bomen uitsterven, vergaan en tenslotte geheel tot water, lucht en ether worden, dus tot een ander, geestelijker bestaan overgaan, en in hun plaats steeds weer een aantal andere bomen uit de grond opgroeien. En zoals Gods geest op kleine schaal werkt, zo werkt hij ook in het groot, als men trouwens iets 'groot' zou kunnen noemen tegenover God. ..

[3] Nu heb Ik jullie alles duidelijk uitgelegd zonder Me daarbij van beeldspraak bediend te hebben, zoals de oude wijzen gedaan hebben. Maar Ik heb dat nu ook alleen maar voor jullie gedaan, omdat jullie daarvoor het hiervoor noodzakelijke begripsvermogen bezitten; aan de overige wereldse mensheid hoeven jullie dat echter niet door te geven, jullie moeten hun alleen maar zeggen dat ze in Mijn naam moeten geloven en zich aan Gods geboden moeten houden, welke waarachtige geboden der liefde zijn. Al het andere zal dan toch wel geopenbaard worden aan de bekeerde mens door zijn eigen gewekte geest die uit God is, voorzover zijn ziel daar behoefte aan heeft. Kinderen mogen alleen met melk gevoed worden; als ze eenmaal mannelijk en sterk zijn, zullen ze ook vastere kost kunnen verdragen.

[4] Denk nu in jullie hart over dit alles na; mocht je nog iets onduidelijk zijn, Ik blijf nog ongeveer vijf dagen bij jullie te gast, dan kunnen jullie Mij of een van Mijn leerlingen daarnaar vragen en zullen jullie opheldering krijgen! Ik zal jullie van nu af aan echter geen nieuwe leer meer geven omdat Ik jullie al alles uitgelegd en geleerd heb; maar zoals Ik reeds heb gezegd zal Ik als jullie Vriend nog ongeveer vijf dagen bij jullie blijven en bij gelegenheid nog enkele goede en nuttige wenken voor het aardse leven geven. Maar nu gaan we alle nieuwe voorzieningen en de fruitbomen, akkers, weiden en huisdieren bezichtigen!"

[5] Allen dankten Mij uit heel hun hart voor deze leer, stonden op en gingen met Mij naar de buren. Toen de drie nieuwe leerlingen alles in ogenschouw hadden genomen wat er gebeurd was, waren ze buiten zichzelf van verbazing en lichtten hun buren in over Mij en over het hoge en heilige doel van Mijn komst, en de buren geloofden nu zonder enige tegenwerping hun woorden en verheugden zich er ten zeerste over.

[6] Ikzelf onderwees hen in het gebruik van de vele dingen en voorwerpen die ze nu hadden en maakte hen daardoor tot echt bekwame boeren, wat ze vóór die tijd niet waren. Dat ze hierover ook allen zeer verheugd waren, spreekt vanzelf En zo werden die bewuste vijf overige dagen in deze plaats doorgebracht.



1   ...   41   42   43   44   45   46   47   48   ...   53

  • 232 Leiding aan gene zijde en wederbelichaming

  • Dovnload 2.11 Mb.