Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.11 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina51/53
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
1   ...   45   46   47   48   49   50   51   52   53
262 De genezing van de kreupele dochter van de waard
[1] DE WAARD zei: 'Als niets u onmogelijk is dan moet u ook in staat zijn om een zeer ziek mens gezond te maken?'

[2] IK zei: "O ja, heb je iemand?"

[3] DE WAARD zei: 'Ja, helaas, - een van mijn liefste dochters; - maar zij zal moeilijke te helpen zijn! Ze is nu twintig jaar oud en was een monter en vlijtig kind. Ze ging een jaar geleden met deze oudste en sterkste zoon van mij naar Nahim om zout te halen. op de terugweg, gleed ze daar uit waar het 't steilst is en viel meer dan vijf manshoogten diep op een uitspringende rots en brak door de val haar.handen en voeten. Meer dan driekwart jaar leed ze de ergste pijnen; na die tijd werd de pijn weliswaar minder, maar ze verschrompelde wel en werd dermate kreupel dat ze haar bed nooit meer heeft kunnen verlaten. Meester der meesters, als u in staat bent om deze dochter van mij te genezen, zou ik bijna gaan geloven, dat u nagenoeg geen ding meer onmogelijk is!"

[4] IK zei: "Breng haar hier'

[5] DE WAARD zei tegen de sterke broers van het zieke zusje: 'Ga naar haar vertrek en breng haar met bed en al hierheen! "

[?] De broers gingen onmiddellijk en brachten hun arme en werkelijk zeer zieke zusje en zetten haar voor Mij neer.

[7] IK keek de arme zieke aan en zei tegen haar: 'Dochter, zou je weer zo gezond willen zijn als je een jaar geleden nog was?'

[8].Met zwakke stem sprak DE ZIEKE: 'Ja, dat zou een grote weldaad voor mij zijn; maar geen heiland kan mij meer genezen, - alleen God de Almachtige is zoiets mogelijk!"

[9] IK zei: 'Als je dit dan denkt en gelooft, sta dan nu op en wandel, en geef God de eer'

[10] Op dat moment werd het meisje weer zo gezond alsof haar nooit iets gemankeerd had.

[11] Toen de waard en allen die in het huis waren dit zagen, maakte een diep ontzag zich van hen meester en allen waren bijna sprakeloos van verbazing. Pas na een poos zei DE WAARD met een eerbiedig verwonderde stem: 'Nee, dat ligt niet meer binnen het bereik van wat iemand op deze aarde zou kunnen leren, al is hij nog zo intelligent en getalenteerd, maar dit is een uiterst zeldzame gave en genade van God. Wij moeten daarom gemeenschappelijk onze hoogste lof richten tot God, de enige Heer, dat Hij een mens op aarde weer eens voor het veelvoudige heil van de mensen zo'n puur goddelijke kracht, macht en zo'n vermogen heeft gegeven als in het grijze verleden alleen de grote profeten hebben bezeten!

[12] Maar nu begrijp ik ook de eerste begroeting van onze dierbare wonderbaarlijke gast: 'Vrede zij met je!' en 'Gods rijk is nabij gekomen!' Luister, mijn huisgenoten, dit is een hoogst bijzondere lieveling van God, een nieuwe, grote profeet! Hem moeten wij hoog vereren omwille van God en we moeten naar hem luisteren!"

[13] Hierop richtte DE WAARD zich tot Mij en zei: 'Verheven vriend en meester aller meesters, ik heb geen woorden waarmee ik mijn gevoel van dankbaarheid jegens God en u, zijn waarachtige grote profeet, ook maar enigszins kan uitdrukken! O, vergeef me als ik me in het begin van ons samenzijn onbetamelijk tegenover u heb uitgedrukt! Maar nu u zich toch hebt voorgenomen om een tijd bij ons te blijven, zal ik mijn uiterste best doen om mij tegenover u en uw leerlingen zo dankbaar mogelijk te betonen.

[14] O, u hebt me mijn liefste kind teruggegeven en dat is meer dan wanneer u mij alle rijken van de wereld gegeven zou hebben! Daarom komt u, na God, van mij ook de grootste dankbaarheid toe!'

[15] IK zei: 'Wees nu rustig, Barnabe, en zie datje dochter Eliza iets te eten krijgt; want ze is nu volkomen gezond en moet nu ook volwaardig eten en drinken, opdat ze weer geheel op krachten komt!"

[16] Dit gebeurde en HET GENEZEN MEISJE stond van haar bed op, trok snel het hoogstnodige aan, liep toen snel naar Mij toe, pakte haastig Mijn hand en drukte die met tranen van dankbaarheid tegen haar mooie mond en haar hart, en zei toen snikkend van dankbaarheid en grote, zalige vreugde: 'O, waarachtig almachtige vriend en meester! Daar u alles mogelijk is, zal het u ook niet onmogelijk zijn om in mijn hart te kijken; daar zult u in het gloeiendste liefdesschrift de dank geschreven vinden die ik u eeuwig verschuldigd zal zijn!"

[17] IK zei: 'Blijf in deze liefde, zij zal je veel zegen brengen! Maar ga nu aan onze tafel zitten, eet en drink en wees blij! En als je weer naar Nahim gaat, moetje niet zo huppelen als een gazelle, maar heel bescheiden op het enigszins gevaarlijke voetpad lopen, dan zul je niet meer een dergelijke schade aan je lichaam oplopen! Zorg datje het onthoudt, Mijn overigens allerliefste dochter Eliza! Ga nu zitten, wees rustig, en eet en drink!"
263 Barnabe herinnert zich de twaalfjarige Jezus in de tempel
[1] Nu ging Eliza naar haar vader die haar onder tranen van dankbaarheid aan zijn hart drukte, haar toen tussen zichzelf en zijn vrouw een plaats aanwees en haar te eten en te drinken gaf van alles wat er was; bijzonder goed smaakte haar Mijn wijn die van water was gemaakt.

[2] Toen zijn dochter daar zo helemaal gezond at en dronk, vroeg DE WAARD Mij met alle eerbied: 'Heer en meester aller meesters! Het is weliswaar zeer dom van Mij om u te vragen hoe u kunt weten, dat ik 'Barnabe' heet en deze dochter van mij 'Eliza'; want als u, door God gegeven, zulke dingen mogelijk zijn, waarom zou het u dan niet evengoed mogelijk zijn om te weten hoe ik en alle anderen heten? Maar ik dacht bij mezelf dat u mij misschien al vanuit Jeruzalem bij een of andere gelegenheid gezien en herkend hebt. En mocht dit mogelijk zijn, dan zou dat voor mij van dubbel belang zijn!"

[3] IK zei: "Zeg Me wat jou nu op deze gedachte heeft gebracht!"

[4] DE WAARD zei: 'Als u me maar bij voorbaat vergeeft wanneer ik me enigszins onbetamelijk mocht uitdrukken, - want ik heb nu al wat wijn gedronken en die heeft mijn tong misschien al iets losser gemaakt; maar ik zal er mijn uiterste best voor doen dat mijn tong me geen te grote schande veroorzaakt!

[5] Ziet u, ongeveer twintig jaar geleden was ik in Jeruzalem nog leviet en eigenlijk al een aankomend Farizeeër (VARIZAR = herder, ook leider van de herders). Het gebeurde op een keer - zoals daarvoor en daarna nooit meer­ dat ons bij de gebruikelijke toetsing van de twaalfjarige jongens een knaap met de naam Jezus uit Nazareth in Galilea werd voorgeleid. Deze knaap wist toen reeds meer dan alle tempeldienaren samen en hij was eigenlijk de belangrijkste reden waarom ik spoedig daarna de tempel voor altijd heb verlaten.

[6] Maar hier komt nog bij dat ik openlijk moet bekennen, dat u, meester aller meesters, buitengewoon veel lijkt op die werkelijk wonderbaarlijke jongen, vooral in uw gezicht. Ik wil daarmee echter helemaal niet beweren dat u nu de man bent die vroeger deze jongen was, maar het is ook niet bepaald onmogelijk; maar ik wilde hier alleen maar mee zeggen dat het hoogst merkwaardig is, dat verwante grote geesten, wanneer ze één en dezelfde tendens volgen, ook heel vaak in hun gezicht op elkaar lijken.

[7] Deze gedenkwaardige jongen heeft ons gedurende drie dagen in de tempel haarfijn bewezen dat hijzelf de beloofde Messias zou zijn! Daarna heb ik om verschillende redenen vrijwillig de tempel verlaten en ben naar deze eenzame plaats gegaan; later ben ik er nooit meer geweest, ook niet ergens anders, en ik kan dan ook niet weten wat er van deze knaap geworden is. Ik was weliswaar toen een tegenstander van hem; maar het duurde niet zo lang of de beweringen van de knaap werden me steeds duidelijker, de tempel begon me daarentegen steeds meer tegen te staan en steeds ondraaglijker te worden.

[8] ja, de woorden van deze jongen waren mijn redding uit de ware hel van de tempel! En ik zou van u graag ook nog willen horen wat er van deze knaap geworden is! Wat mij toentertijd van die oude verstokte tempelhelden het meest heeft verbitterd, was, dat ze heimelijk een prijs beloofden aan degene die deze knaap bij een of andere gunstige gelegen­heid uit de weg zou ruimen. Zolang ik nog in de tempel was is dit weliswaar niet gebeurd; maar nu ik toch al bijna twintig jaar hier ben, -wie weet wat er intussen allemaal door de tempel tegen deze knaap is ondernomen! U, meester der meesters, zult dat zeker allemaal weten, daarom vraag ik u of u mij hierover iets zou willen vertellen!"

[9] IK zeg: 'Zie, juist om die reden ben Ik nu naar jou toegekomen; want Ikzelf ben die knaap die het toen in de tempel de oudsten, Farizeeën en schriftgeleerden flink lastig heeft gemaakt! En nu je dit weet zal het je ook heel gemakkelijk duidelijk worden, waarom Ik meteen bij Mijn komst tegen je zei: 'Vrede zij met je en je huisgenoten! Gods rijk is nabij gekomen!' Maar morgen zullen we hierover pas verder spreken! Laat nu echter voor ons goede slaapplaatsen klaarmaken, opdat we van onze kleine vermoeidheid herstellen en morgen weer daadkrachtig zijn!"

[10] Hierop gaf de waard Barnabe zijn dienaren bevel om onmiddellijk een goede slaapplaats voor ons klaar te maken, en deze deden wat hun bevolen was.

[11] Toen we opstonden van tafel kwam de genezen dochter nog een keer naar Mij toe en dankte Mij innig voor het genezen van haar kwalen, en dat deden de waard, zijn vrouwen zijn andere kinderen eveneens; want allen mochten de mooie en opgewekte Eliza heel graag en ze waren daarom zo blij dat ze hun Eliza nu weer helemaal fris en gezond voor zich hadden. Ik gaf hun allen Mijn zegen en begaf Me toen met Mijn leerlingen snel ter ruste.
264 De heiliging van de sabbat
[1] Toen we 's ochtends vroeg ontwaakten was iedereen in huis reeds druk in de weer; op de kookplaats brandde reeds een levendig vuur, waar verscheiden pannen omheen stonden waarin allerlei kruidige spijzen voor ons en de mensen in het huis werden gekookt; er waren ook vissen, en wel de beste en mooiste bergforellen. De genezen dochter was de allerbe­drijvigste bij de haard en was druk bezig om zo snel mogelijk een goed ochtendmaal voor ons klaar te maken. Toen ze Mij zag rende ze uit liefde gewoonweg op Me af en bedankte Mij nogmaals voor haar genezing.

[2] Maar Ik vroeg haar, hoe het kwam dat ze op een sabbat zoals vandaag zo kon werken?

[3] Daarop antwoordde ELIZA: 'Heer en Meester, in de Schrift staat immers nergens een wet die het de mensen verbiedt om op een sabbat God te dienen!"

[4] IK zei: 'Heel goed, -op een sabbat moet men wel bij uitstek God alleen dienen; maar jij dient nu vol ijver Mij en Mijn leerlingen! Zijn wij dan goden?!'

[5] DE BEDRIJVIGE DOCHTER zei: 'O Heer, Uw leerlingen zijn wel mensen zoals wij; maar U bent God door en door, wat ik nu maar al te duidelijk inzie! En als ik en alle anderen hier in huis met hun bedrijvigheid nu U dienen, dan ontheiligen wij de sabbat zeker niet!'

[6] IK zei: 'Maar zeg Me, allerliefste Eliza, wie jou gezegd heeft dat Ik een God ben! Want zie, als Ik een God zou zijn en Jehova in de hemel is toch ook een absoluut waarachtige God, dan zouden er duidelijk twee Goden zijn; maar in de Schrift staat toch uitdrukkelijk: 'Ik alleen ben je God en Heer; daarom moet je behalve Mij geen andere en vreemde goden hebben!' Wel, hoe kan dat dan, wanneer ook Ik een God zou zijn?"

[7] Terwijl ze druk bezig was om de vissen toe te bereiden zei ELIZA: 'O Heer, dat kan heel goed samen gaan!"

[8] IK zei: "Ja, maar hoe dan?"

[9] ZIJ zei: "Omdat U en de Vader in de hemel niet twee, maar geheel en al één zijn en de hemel altijd en alleen maar daar is waar U, o Heer, bent!"

[10] IK zei: 'Maar wie heeft je dat gezegd en wie heeft je daarin onderwe­zen?’

[11] ZE zei: 'op de eerste plaats Uzelf, Heer! 'Vrede zij met jou en je huisgenoten!' en 'Gods rijk is nabij gekomen!', dat zijn woorden die alleen maar uit Gods mond kunnen komen! Daarna kwamen Uw wonderdaden, die behalve God niemand kan verrichten! Dan heb ik gisteren toen U, Heer, Zich ter ruste hebt begeven, met mijn vader nog veel over de twaalfjarige Jezus in de tempel gesproken en in Jesaja alle teksten die op U betrekking hebben doorgelezen en toen is meer dan zonneklaar gebleken, dat U als de beloofde Messias niemand anders bent en kunt zijn dan in Uw geest Jehova Zebaoth Zelf. Zie, Heer, dat zijn de redenen waarom ik U nu houdt voor hetgeen U duidelijk bent!'

[12] IK zei: 'Wel, Ik moetje gelijk geven, zoals ook je aardse vader; maar jullie mogen Mij niet vóórtijdig aan je buren verraden! En omdat jullie Mij dus herkend hebben en met jullie ijver vandaag als op een sabbat alleen Mij dienen, kun je werken; maar let erop dat jullie daardoor niemand van jullie buren aanstoot geven!"

[13] ELIZA zei: 'O, daar hoeft U zich geen zorgen over te maken! Dat punt hebben we allang achter ons. Wij verrichten op een sabbat weliswaar geen zware, slaafse arbeid; maar wat er gedaan moet worden doen we ook op iedere sabbat. We zijn nu niet meer onderworpen aan het gehuichel van de tempel en de bijbehorende zelfzuchtige wetten, waarvan iedere rijke zich voor een bepaalde tijd kan vrijkopen, maar onze wet is de waarheid en het goede daarvan en die verbiedt niemand om op een sabbat het allernoodzakelijkste voor zijn huis te verrichten.

[14] En als het zo noodzakelijk was voor het verkrijgen van het eeuwige leven om volkomen passief te zijn, dan zou U, o Heer, zeker aan alle mensen het goede voorbeeld hebben gegeven door op de sabbat geen zon, geen maan en ook geen sterren op te laten komen en onder te laten gaan, waartoe U met Uw almacht zeker in staat zou zijn. En dan zou er waarschijnlijk ook geen wind waaien, geen wolken en nevelen opstijgen, geen beek stromen, geen zee zich bewegen en ook de dieren zouden dan zelfs als voorbeeld voor ons mensen instinctmatig de hele sabbatrust in acht nemen! Maar als men de gehele grote schepping maar enigszins goed observeert, ziet men maar al te gauw dat U op de sabbat even werkzaam bent als op alle andere werkdagen, en omdat wij volgens de Schrift Gods kinderen zijn, doen we toch zeker niets verkeerds wanneer wij in alles de goede, heilige en liefdevolle Vader navolgen!"

[15] IK zei: 'Waarlijk, zoveel wijsheid had Ik in jou als mens nauwelijks gezocht! Blijf daarom zoals je bent en geef allen het goede voorbeeld, zoals de Vader in de hemel altijd aan alle mensen het beste voorbeeld geeft!'
265 Eliza getuigt voor de Heer

De toegangspaden naar het dorp in de bergen ondergaan een verandering
[1] Hierna ging Ik met Barnabe en sommigen van Mijn leerlingen naar buiten en Barnabe liet ons zijn bezittingen zien. Wetrokken door het hele plaatsje dat uit ongeveer twintig huizen bestond; het zag er echt lieflijk en overal zeer schoon uit.

[2] Maar toen de bewoners ons zagen, vreesden ze dat wij commissarissen waren die nu van hen belastingen en misschien ook boetes zouden verlangen. Toen vertrouwde Ik Barnabe heimelijk toe wat de reden voor hun onnodige vrees was; deze riep toen enkelen bij zich en gaf hen de volste verzekering, dat hun vrees volkomen ongegrond was en dat inte­gendeel deze plaats juist buitengewoon gelukkig te prijzen was, omdat Ik hem bezocht had en als de grootste en beste Heiland zijn dochter, die niemand anders in de hele wereld had kunnen genezen, in één enkel ogenblik zo totaal genezen had, dat ze nu honderd maal gezonder, levendiger en frisser was dan ooit tevoren.

[3] Toen ze dit van hun leider vernamen verdween hun vrees en ze waren allen hoogst verbaasd; alleen zeiden SOMMIGE VROUWEN: "Dat kunnen we niet eerder geloven dan dat we Eliza zelf hebben gezien; want haar zou alleen maar een engel Gods uit de hemelen hebben kunnen helpen, - voor een mens zou dat onmogelijk zijn, zelfs als hij de beste heiland van de hele wereld zou zijn!'

[4] Maar terwijl de vrouwen er nog met elkaar over spraken kwam Eliza ons al heel vlug achterna en nodigde ons uit voor het ochtendmaal. Toen de vrouwen Eliza zagen, schrokken ze gewoonweg en vertrouwden amper hun ogen; maar tenslotte gingen ze toch naar haar toe en vroegen haar, hoe dat toch gegaan was.

[5] En ELIZA, op Mij wijzend, zei: 'Daar staat de goddelijk verheven Heiland; vraag het Hem! Dat ik nu geheel en al gezond ben, weet en voel ik, en jullie zien het ook; van al het andere en hoe dat mogelijk was, weet Ik niets.

[6] Daarop keerden we weer om en gingen naar Barnabe's huis, waar ons een rijkelijk ochtendmaal wachtte. Dat zowel de mannen als ook de vrouwen en kinderen ons daarheen volgden, spreekt natuurlijk vanzelf; ze bleven daar die hele dag, de leerlingen onderwezen hen over Mij en over Mijn zending vanuit de hemelen hier naar de aarde, en allen geloofden nu in Mijn naam.

[7] Nadat we het ochtendmaal tot ons hadden genomen, bracht de waard Mij naar de nog steeds zeer gevaarlijke plek waar zijn dochter naar beneden was gevallen en vroeg Mij of Ik er met Mijn almacht niet voor kon zorgen, dat dit stukje weg een klein beetje gemakkelijker te passeren was.

[8] IK zei: 'Jij weet nu al dat niets Mij onmogelijk is; maar voorlopig laten wij deze plek nog zo, want het dient jullie als bescherming! Als deze plek er met was, dan waren Jullie allang ontdekt! Daarom denk Ik dat jullie deze plaats moeten laten zoals hij is en als Ik al iets voor jullie wil doen, dan maak Ik hem nog slechter begaanbaar en wel zo, dat er voortaan geen kat meer overheen kan. Maar Ik zal jullie wel een ander pad laten zien, dat reeds bestaat maar dat niemand van jullie tot nog toe ontdekt heeft!"

[9] Toen Barnabe dit van Mij hoorde vroeg hij Mij of Ik dat dan wilde doen, en IK zei: 'Wel, het zij zo!"

[10] Toen raakte er beneden ons een grote steenmassa los en daardoor ontstond er een zelfs overhangende steile wand van honderd manshoogten, waar geen mens meer overheen kon klimmen. En op de plaats waar wij stonden ontstond een soort borstwering, waar men wel overheen kon kijken, maar niet zo gemakkelijk overheen kon klimmen, wat trouwens vergeefse moeite zou zijn geweest en met groot levensgevaar verbonden. Over dit geschenk was onze waard nu zeer verwonderd en tevreden.

[11] Maar hij vroeg Mij ook onmiddellijk om de gemakkelijkere en minder gevaarlijke weg en IK zei: Die gaan we vanmiddag pas opzoeken! Het is wel een stukje verder om hierover naar Nahim te gaan, maar hij is veel gemakkelijker begaanbaar en jullie kunnen er zonder moeite met al je huisdieren over naar boven en naar beneden gaan en dat is voor jullie toch ook een belangrijk voordeel"
266 Het geestelijk zien
[1] (DE HEER:) 'Want zie, het is Mijn wil dat degenen die volgens Mozes' wetten leven ook wat hun aardse goederen betreft niet armzalig hoeven te leven.

[2] En daarom ben Ik dan ook hier naar jullie toe gekomen om ten eerste jullie allen te verkondigen dat Gods rijk en dus ook alle hemelen in en door Mij naar jullie op deze aarde zijn gekomen, wat nu reeds een groot aantal voorheen overtuigde heidenen erkent en openlijk bekent, opdat vervuld wordt wat Daniël profeteerde: 'Ook zij die in het graf zijn zullen Zijn stem vernemen!' want het zijn de heidenen, die reeds van de wieg af aan begraven waren in het graf van de nacht, het gericht en de dood.

[3] En ten tweede wil Ik wat het aardse betreft ervoor zorgen dat jullie, je kinderen en kindskinderen wat lichamelijke behoeften betreft geen nood hoeven te lijden. Ik wil weliswaar niet dat jullie in grote overvloed zwelgen, maar jullie hoeven ook geen al te grote nood te lijden, wat tot nog toe bij jullie heel vaak het geval was.

[4] En de derde reden waarom Ik hierheen ben gekomen weetje trouwens al, namelijk dat Ik van plan ben om hier in deze stille omgeving met Mijn leerlingen enkele dagen rust te nemen. -En nu wij met deze voor jullie noodzakelijke zaak klaar zijn, zullen we weer naar huis gaan en zien wat daar voor allen is gebeurd!"

[5] Onderweg zei DE WAARD: 'Heer en Meester! Zou U het niet prettig vinden als we over deze kleine hoogte en derhalve via een kleine omweg naar huls hepen? Want vanaf deze hoogte geniet men waarlijk een buitengewoon heerlijk uitzicht; men kan daar zelfs ook Jeruzalem zien, ook een deel van de Zee van Galilea, en bij zeer helder weer kan men zelfs de grote Griekse Zee zien! Als U het zou willen, Heer, zou ik U nu graag deze plek laten zien, die voor mij een echte plaats van zaligheid is!"

[6] IK zeg: 'Dat wil Ik graag doen; want ook Ik ben een vriend van de bergen en de zeer wijdse uitzichten, laten we daarom deze kleine hoogte bestijgen!"

[7] Wij klommen dus een eindje omhoog en het was echt mooi daar boven en Barnabe was bijna onuitputtelijk in het aanprijzen van de mooie omgeving.

[8] Maar IK vermaande hem en zei: 'Het valt niet te ontkennen dat de omgeving hier vanaf deze top beschouwd heel mooi is om te zien, - dat komt door het totaalbeeld; maar als je nu ieder ding apart wat je hier in het totale beeld ziet, dicht naar je toe haalt, dan zul je spoedig genoeg krijgen van de schoonheid van deze streken!

[9] Alleen hetgeen deel uitmaakt van de ziel en de geest is waarachtig en voor eeuwig blijvend mooi. Als jou nu alleen maar dat beeld van deze omgeving hier bevalt en haar luchtig kleurenspel, dan beleef je toch nog altijd meer vreugde aan de materie en haar vormen dan aan het geestelijke dat de starre vormen je als in een groot schrift vertolken. Maar ach, als je in staat zult zijn om al deze vormen met je innerlijke geestelijke ogen te bezien, te lezen en te begrijpen, dan zul je ook met David kunnen uitroepen: 'O Heer, hoe groot en heerlijk zijn al Uw werken! Wie deze ziet beleeft puur genot!

[10] Kijk, het ware zien van al Gods werken is het bekijken hiervan met de ogen van de geest, waaruit de ziel dan haar ware begrip put, en dat geeft de mens pas ware vreugde, die niet meer vergankelijk is maar voor altijd en eeuwig de ziel eigen blijft. En wil je dan ook de geestenwereld aanschouwen, dan zul je deze eerst ook alleen maar geestelijk zien door aanvankelijk alleen maar de vormen van deze wereld te begrijpen en door vervolgens steeds meer inzicht te krijgen in de verschillende activiteiten, het streven en de onderlinge verhoudingen van deze vormen, welke je nu zonder een verder en dieper inzicht ook zo reeds zeer bevallen.

[11] Het geestelijk zien is in eerste instantie slechts een inzien van de uiterlijke overeenkomsten in de toestanden; en als men zichzelf dan aldoor oefent in de zuivere liefde tot God en van daaruit tot de naaste en dat ook met een zuiver gemoed, dat zoveel mogelijk vrij is van zonden, dan gaat het zien en begrijpen over in een helder schouwen en levert aan de ziener dan het bewijs, dat hij één is geworden in zichzelf, en de ware wederge­boorte van zijn geest en de opstanding van de ziel uit het materiële dodengraf van haar vlees bereikt heeft. - Begrijp je Me wel?"

[12] DE WAARD zegt: 'O Heer en mijn waarachtige God! Als ik dat werkelijk tot op de grond zou begrijpen, zou ik zeker een van de gelukkigste mensen van deze aarde zijn; maar zover is het nog lang niet met mijn begrip, ofschoon ik nu wel bepaalde vage vermoedens heb gekregen van hetgeen U mij eigenlijk heeft willen zeggen! Mijn dochter Eliza die toch al zo'n halve zieneres is, zou Uw uitleg duidelijk beter begrepen hebben dan ik; maar iets heb ook ik begrepen! Maar er is buitengewoon veel voor nodig om in de uiterlijke vormen de innerlijke, puur geestelijke overeenkomsten te vinden en deze in hun talloze relaties juist te begrijpen. Heer, zou U mij dat door een passend beeld niet iets duidelijker kunnen maken?"

[13] IK zeg: 'O ja, zeker, luister naar Me!'
267 De overeenkomsten of analogieën tussen materie en geest
[1] (DE HEER): 'Toen jij en jullie vriendelijke buren naar dit gebied zijn gekomen, hebben jullie hier niets dan stenen en hout aangetroffen. Jullie gingen onmiddellijk aan het werk, verzamelden het beste en meest geschikte, daarna gingen jullie bij jezelf te rade en begonnen ijverig na te denken over de vraag volgens welke regels van de bouwkunst jullie je bij elkaar gezochte materiaal tot een hut of zelfs tot een woonhuis zouden samenstellen.

[2] En toen jullie nog dieper bij jezelf nadachten, kwamen er beelden voor jullie geest. Aan de hand van deze beelden ontwierpen jullie toen spoedig een plan en begonnen het ene huis na het andere volgens dit plan te bouwen en na korte tijd stonden er heel aardige huizen in jullie dal. Als jullie geen geschikt bouwmateriaal gevonden hadden, hadden jullie vanuit je innerlijk verstand ook nooit een geestelijk plan kunnen ontwerpen, dat geschikt was voor dit materiaal; maar omdat jullie dit hebben gevonden, vonden jullie ook spoedig een hierbij passend beeld van een woonhuis; vervolgens voegden jullie het materiaal zo samen, dat het iets totaal anders voorstelde dan wat jullie oorspronkelijk hadden aangetroffen.

[3] Ofschoon het slechts een materieel beeld is, is het toch een begin om iemand een eerste begrip bij te brengen van het overeenkomstige tussen de geheel ruwe materie en datgene wat een geest ervan kan maken. Heeft iemand dat gezien en begrépen, dan gaat het al gemakkelijk verder en dieper, en dan geldt: wie zoekt zal vinden, wie vraagt zal gegeven worden, wie klopt zal worden opengedaan.

[4] Zie, hoe meer mensen op een of ander gebied geestelijk ontwikkeld zijn, des te beter gestructureerd en fraaier zullen ook hun werken en produkten zijn. Waarom is dat zo? Omdat hun ziel al nauwer met hun geest verbonden is. En hoe nauwer en inniger de ziel zich met haar geest verbindt die uit Gods hart komt, des te meer zal zij stijgen in de orde van alle kennis en bewustzijn, en ze zal steeds meer en meer het overeenkom­stige ontdekken tussen materie en geest. En dan ziet men ook gemakkelijk in dat iemand die het in de kennis van het overeenkomstige of van de analogieën tussen materie en geest het verst heeft gebracht, daardoor ook de materie het meest dienstbaar 'aan zich moet maken en er het meeste nut van heeft. Meestal zal dat pas het gelukkige geval zijn bij voleindigde, in hun geest wedergeboren zielen aan gene zijde, waar niets hun meer onmogelijk zal zijn. -Zeg Me nu, of je Me al iets beter hebt begrepen!"

[5] DE WAARD zegt: 'Ja, mijn Heer en mijn God in Uzelf, nu begint het enigszins helder te worden! De oude volkeren, zoals bijvoorbeeld de Egyptenaren, moeten zeer goed thuis geweest zijn in de leer der analogieën, want hun werken geven nu nog blijk van een structuur waarvan zich nu in onze tijd bijna geen mens meer een voorstelling kan maken"

[6] IK zeg: 'inderdaad, -want alleen geestelijk inzicht toont de ziel steeds meer structuur, en leert haar beseffen dat ze de verhoudingen moet zoeken tussen materie en wederom materie, en tussen materie en substantie, tussen substantie en ziel, en tussen ziel en geest; en de geest doordringt tenslotte alles en alles moet hem dienen in de hoogst en diepst mogelijke orde. ­Begrijp je dat?"

[7] DE WAARD zegt: 'Ja, ik begrijp het nu steeds beter en in de loop van de tijd zal ik het hopelijk nog beter begrijpen! Maar nu nog één vraag! Kijk, ik ken toch de Schrift; ik heb daarin vaak over engelen Gods gelezen die pure geesten zouden zijn! Zijn dat soms de geesten die zich met onze zielen moeten verenigen om deze volledig gelijk aan God te maken?"

[8] IK zei: 'Voor een heel klein deel soms wel, wanneer Mijn ordening hen daar om heel bijzondere redenen voor bestemt; maar zoiets gebeurt altijd maar hoogst zelden. Maar wat vaker gebeurt en ook in de toekomst nog vaker zal gebeuren is, dat ook heel veel engelen de weg van het vlees zo zullen doormaken als Ikzelf deze nu doormaak als de hoogste geest van God, opdat zij dan ware kinderen van God kunnen worden.

[9] En dan zullen zij hiervoor zelf een geschikte, nog nooit geïncarneerde ziel kiezen en deze in het vlees van een zuivere moeder leggen; en dan zullen ze zorgen voor het verder groeien en voor de juiste levensontwik­keling volgens hun licht en hun kracht, opdat zo'n ziel krachtig genoeg wordt voor de eeuwige eenwording met hen.

[10] Wel, dat zul je nu nog wel niet kunnen vatten; maar er zal nog een tijd komen dat je ook zulke geheime hemelse zaken zult begrijpen. Maar nu kunnen we naar huis afdalen; want kijk, een van je buren is een klein ongelukje overkomen, en we moeten daarheen gaan om de zaak weer in orde te maken!"

[11] De waard was het daar helemaal mee eens, daarom gingen we en waren al gauw ter plaatse.

1   ...   45   46   47   48   49   50   51   52   53


Dovnload 2.11 Mb.