Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.49 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina14/43
Datum05.12.2018
Grootte2.49 Mb.

Dovnload 2.49 Mb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   ...   43
73 Sichar. Johannes, de genezen verlamde man

[I] Op dit moment bereiken we de stad, op een punt vlak bij het huis van Irhaël, dat nu ook het huis van Joram is. Jaïruth en de overste met zijn vrouwen de twee onderkommandanten raken niet uitgekeken op de nieuwe schoonheid van het huis, en de genezen jichtlijder is ook uitermate verbaasd en roept tenslotte luidkeels: 'Dat is alleen bij God mogelijk! Ik heb als jongen vaak tussen de merendeels vervallen muren van dit slot of huis, dat Jacob voor zijn zoon Jozef liet bouwen, uit baldadigheid hagedissen gevangen; en nu staat het er zo volmaakt bij, dat Jacob het eertijds niet volmaakter had kunnen bouwen! O, dat kan geen menselijke macht in één nacht tot stand brengen! Ik weet nu echt wel waar ik aan toe ben, en ik weet ook wat ik doen zal! Mijn naam is Johannes; onthoudt die naam!

[2] (Hij is dezelfde Johannes, die later eens door Mijn apostelen, toen Ik ze in het tweede jaar uitzond om het volk te leren, bedreigd werd, omdat hij ook in Mijn naam mensen genas en boze geesten uitdreef, zonder dat hij daarvoor van Mij een uitdrukkelijke opdracht had) (Mark. 9,38-40).

[3] Jonaël zegt: 'Vriend, jouw wil, je gedachten en je woorden zijn goed, maar één ding ontbreekt je nog, en dat is een zuiver inzicht in de goddelijke wil! Kom daarvoor morgen eens naar mij toe, of blijf nu meteen hier, en ik zal je nadere uitleg geven over de wil van God de Heer! Daarna kun je pas al je goede plannen op de juiste manier aanpakken'.

[4] De genezene zegt: 'God de Heer moge je daarvoor verlichten! Ik zal doen, wat je mij zult aanraden; want ik zie, dat je een echte vriend van deze grote profeet bent en daarom zul je ook goed weten wat Hij wil. Deze profeet is echter meer dan alle anderen, en ik geloof, dat juist Hij degene is van Wie David zong en profeteerde:

[5] 'De aarde is des Heren en wat daarin is, en de aardbodem met wat daarop woont; want Hij heeft haar gegrondvest in de zeeën en gevestigd aan de wateren. Wie wil op de berg des Heren gaan, en wie zal op Zijn heilige plaats staan? Die onschuldige handen heeft en een rein hart, en niet houdt van ijdel gepraat en niet valselijk zweert, die zal zegen van de Heer ontvangen en gerechtigheid van de God zijns heils. Het geslacht, dat naar Hem vraagt, zoekt jouw aangezicht, Jacob!

[6] Verbreedt de poorten en verhoogt de deuren der wereld, opdat de koning der eer binnentrekt! Wie is de koning der eer? Het is de Heer sterk en machtig, de Heer machtig in de strijd. Verbreedt de poorten en verhoogt de deuren der wereld, opdat de koning der eer binnentrekt! Wie is de koning der eer? Het is de Heer Zebaoth; Hij is de Koning der eer'.(Psalm 24)

[7] En ik, Johannes, die door Hem werd genezen, verklaar hier aan iedereen, dat Deze in levenden lijve dezelfde koning der eer is, waarvan David zo gezongen en voorspeld heeft! Hem zij daarvoor alle eer in eeuwigheid!'

[8] Jonaël zegt: 'Vriend, je bent op de goede weg! Maar, onder ons gesproken, dit is nog niet het goede ogenblik om daar onze mond over open te doen. Maar pas als Hij, zoals Hij Zelf gezegd heeft, hier vandaan misschien naar Galiléa gaat, zullen we beginnen het volk over Hem te leren, en als Hij dan binnen niet al te lange tijd weer bij ons komt, dan zal Hij onze poorten behoorlijk wijd en de wereldse deuren behoorlijk hoog vinden voor Zijn intocht, d.w.z. onze harten zullen zo ruim mogelijk zijn om Hem op te nemen en onze liefde tot Hem zal tot boven de sterren verhoogd zijn; want onze harten zijn de poort, die verbreed moet worden en de ware liefde tot Hem is de deur, die boven alles verhoogd moet worden!'

[9] Op dit moment ga Ik bij hen staan, leg Mijn handen op hun schouders en zeg: 'Zo is het goed, Mijn beste vrienden! Waar jullie zo in Mijn naam bij elkaar zult zijn, daar zal Ik, weliswaar niet zichtbaar, maar dan toch jullie zo krachtig mogelijk versterkend, in jullie midden zijn! ­ Nu hoor Ik echter lawaai in de straten van de stad; wees daarom allemaal kalm! We zullen zien, met welke geest de gemoederen bezield zijn endoor wie ze geleid worden!

[10] Jaïruth komt meteen naar Mij toe en zegt: 'Heer, dat is een dreigend lawaai en kondigt niets goeds aan! Als U wilt, laat ik meteen twee legioenen hierheen ontbieden, en de rust zal dadelijk hersteld zijn!'

[11] Ik zeg: 'Zeg maar niets! Als het nodig is, dan heb Ik de juiste bewaking hier al bij de hand; jij zelf kunt je beter in het huis terugtrekken, zodat niemand je ziet en herkent. Want in deze stad heerst nu geen goede geest onder de wereldse mensen, en ze zouden later veel schade kunnen aanrichten aan je bezittingen!'

[12] Jaïruth zegt: 'Ik heb die twee jongemannen nog; die zullen mijn bezittingen wel beschermen!'

[13] Ik zeg: 'Dat doet er niet toe, laat die zaak nu maar even rusten; want als Ik menselijke hulp nodig zou hebben, dan vroeg Ik dat wel aan de overste, die hier ook is! Maar Ik heb die hulp niet nodig, wees daarom rustig en houd er over op! Jaïruth legt zich daarbij neer en gaat het huis van Irhaël binnen.



74 Bij Irhaël. Nooit kwaad met kwaad vergelden
[I] Direkt daarna komt een tamelijk grote, van knuppels voorziene bende op ons af, met in haar midden de tien stommen, die door de dokter op de eerste avond stom werden gemaakt vanwege de lasterpraatjes die zij rondstrooiden; en de bende eist dreigend dat de tong van deze stommen weer losgemaakt moet worden!

[2] Joram, de dokter, stapt onmiddellijk naar voren en zegt met een zware mannelijke stem: 'O,jullie kinderen van de 'boze! Is dat de nieuwste manier om tot God te komen en Hem om genade te smeken?!’

[3] De bende wijkt wat achteruit en schreeuwt: 'Wie is hier God, en waar is Hij?! Verbeeld je je nu ook nog dat je zelf God bent, of moet dat soms die tovenaar uit Galiléa zijn, breedgeschouderde godslasteraar?!'

[4] Joram zegt nu nog heftiger: 'Wie bedoel je met dat 'tovenaar uit Galiléa', jullie ellendige schepsels?!' Dan schreeuwt de hele bende: 'Die timmerman uit Nazareth, die Jezus heet, die bedoelen we, die kennen we heel goed, net zoals zijn moeder die hier nu ook is, en zijn broers en zusters, die ook hier zijn! Ook zijn vader hebben we gekend, die een jaar geleden moet zijn overleden, en naar wij gehoord hebben kwam dat door het verdriet over zijn vrouwen kinderen die hem niet wilden volgen en hem van alle kanten bedrogen zouden hebben!'

[5] Joram wordt nu helemaal dol van woede over deze schandelijke laster. Hij loopt snel op Mij toe en ook Jacobus en Johannes komen er bij en zeggen gezamenlijk: 'Heer Heer,Heer! Laat nu toch gauw vuur van de hemel op deze kerels vallen, zodat ze verteerd worden! Het is toch ten hemel schreiend, wat voor ontzettend brutale leugens ze tegen ons durven uit te spreken!'

[6] Ik zeg: 'Kalm aan, jullie heethoofden, laat ze maar liegen! Kun je je een vuur voorstellen, dat nog feller brandt dan dat van de leugen?! Wees bovendien goed voor hen, dan rennen ze straks met gloeiende kolen op hun hoofden weg! -Onthoudt dit goed! Vergeldt nooit slechtheid met slechtheid en kwaad met kwaad!' Alle drie kalmeren ze nu, en Joram vraagt, wat hij dan met deze boeven moet doen.

[7] Ik zeg: 'Doe in Mijn naam met hen wat ze vragen, en zeg dan dat ze moeten weggaan!' En Joram zegt daarop tegen de bende: 'In de naam van de Heer! Ieder van jullie, die stom is, spreekt nu weer en gaat terug naar huis, en geve God de eer!'

[8] Dit woord van Joram maakte bij ieder, die stom was, de tong weer los; maar ze gaven God niet de eer, behalve één, die de anderen tenminste nog vermaande. Die zeiden echter: ' Jij gek, heeft Jehova ons dan stom gemaakt?! Een tovenaar heeft ons die last bezorgd, moeten wij dan soms ook nog de heidense tovergod eren?! Als we dat deden, wat hadden we dan van de almachtige ware God van Abraham, Izaak en Jacob te verwachten?!' Toen ging ook die ene, iets betere, tegelijk met de andere negen weg en dorst Mij niet de verschuldigde eer te geven.

[9] Joram en al Mijn jongeren ergerden zich hierover, en Simon Petrus kwam ook heel ontstemd naar Mij toe en zei: 'Wat U prettig vindt is natuurlijk wel goed, Heer, maar als ik ook maar iets van Uw kracht en macht zou hebben, dan wist ik wel wat ik gedaan zou hebben met deze domme en boosaardige lasteraars van Uw naam, die mij zo bijzonder heilig is!'

[10] Ik zeg: 'Simon, ben je dan Mijn leer al vergeten, die Ik op de berg gaf? Wat voor goeds kun je doen, als je kwaad met kwaad vergeldt?! Als je smakeloos eten kookt, doe je er verstandig aan, als je er goed zout, goede melk en goede honing aan toevoegt om het smakelijk te maken, en je zult het toch niet met gal en aloësap overgieten?! Als je aan een toch al goed gerecht nog iets beters toevoegt, zal niemand zeggen dat je een domheid begaat, maar als je een slecht gerecht met nog slechtere bijvoegsels slechter maken wilt dan het al is, dan moet je me toch toegeven, dat iedereen met een greintje verstand zou zeggen: 'Kijk nu eens wat die dwaas daar doet!'

[11] Zie je, dat is nog in sterkere mate met mensen het geval! Als je het kwade van hen vergeldt met nog meer kwaad, stel jezelf dan eens de vraag, of het kwade van hen daardoor ooit in iets goeds verandert! Vergeld je het je aangedane kwade echter met iets goeds, dan zul je daardoor het kwade in je broeder verzachten en uiteindelijk een goede broeder van hem maken!

[12] Als een heer een knecht heeft, die hij veel toevertrouwt, en deze knecht daarentegen, omdat hij de goedheid van zijn heer kent, zijn heer bedriegt en daarom een bestraffing verdient, -zal de heer dan beter en zachtaardiger tegen zijn knecht worden, als deze boos wordt en zijn heer een smadelijk weerwoord geeft zodra de heer de knecht roept en hem zijn ontrouw verwijt? Nee, zeg Ik, dan wordt die heer pas echt boos op de trouweloze knecht en hij zal hem laten boeien en opsluiten!

[ 13] Als de knecht echter, omdat hij ziet dat zijn heer hem voor zijn ontrouw wil straffen, voor zijn heer neervalt, hem zijn misstap berouwvol bekent en hem dan heel zachtmoedig en liefdevol om vergeving van zijn schuld vraagt, zal de heer dan ook zijn knecht op laten sluiten?! Nee, zeg Ik! Door de berouwvolle zachtmoedigheid van de knecht, zal de heer zelf zacht en toegeeflijk worden en zal hij de knecht niet alleen alles vergeven, maar hem daarbij ook nog goed doen.

[14] Vergeldt daarom nooit kwaad met kwaad als jullie allen goed willen worden! Als je echter diegenen veroordelen en straffen zult, die tegen je zondigen, dan worden jullie uiteindelijk allemaal slecht, en in niemand zal er meer echte liefde of iets goeds zijn!

[15] De sterke zal het recht opeisen om degenen te straffen die zich niet aan zijn wetten houden; de slachtoffers zullen daarentegen op wraak zinnen en proberen de sterke te vernietigen. Dan vraag Ik: Wat voor goeds komt hier uiteindelijk uit voort?!

[16] Veroordeel en verdoem daarom niemand, opdat je zelf niet eveneens veroordeeld en verdoemd wordt! Hebben jullie allemaal deze allerbelang­rijkste les begrepen? Want zonder deze leefregel kan Mijn rijk in jullie nooit terrein winnen!



75 Behandeling van dieven, rovers en moordenaars
[I] Simon Petrus zegt: 'Ja Heer, de kern van de zaak hebben we wel begrepen; maar er is ook een schaduwzijde aan deze zaak, vind ik. Als we volgens Uw leer het straffen van het kwade helemaal achterwege laten, dan zal het aantal boosdoeners zo snel toenemen als het gras op de aarde en het zand in de zee. Bij iedere wet behoren toch passende straffen, anders is het geen wet. -Of kan een wet ook zonder straf bestaan?

[2] Ik zeg: 'Mijn beste, je oordeelt hier net als een blinde over de kleur van het licht! Ga nu eens kijken in de dierentuinen van de rijken; daar zie je allerlei wilde dieren, zoals tijgers, leeuwen, panters, hyena's, wolven en beren. Als die beesten niet in sterke kooien zaten, wie zou dan in hun buurt geen gevaar lopen?! Het zou echter wel heel dwaas zijn, om de tere lammetjes en duiven in kooien te houden!

[3] In de hel zijn beslist de strengste wetten nodig, met daaraan verbonden de pijnlijkste straffen; maar in Mijn Rijk, dat de hemel is, heeft men geen behoefte aan een wet en nog minder aan een straf!

[4] Ik ben niet gekomen, om jullie door de harde straffen van de wetten der hel op te voeden, maar alleen om jullie door liefde, zachtmoedigheid en waarheid voor de hemel klaar te maken. Als Ik jullie nu door Mijn nieuwe leer uit de hemel bevrijd van de wet en als Ik jullie de nieuwe weg door het hart naar het ware eeuwige vrije leven wijs, waarom wil je dan toch nog steeds veroordeeld en verdoemd onder de wet leven, en waarom bedenk je dan niet, dat het beter is lichamelijk duizendmaal te sterven in de vrijheid der liefde, dan één dag te leven onder de dood van wet?!

[5] Het spreekt vanzelf, dat men de dieven, rovers en moordenaars moet pakken en opsluiten; want zij zijn net als de wilde verscheurende beesten, die als spiegelbeelden van de hel in holen van de aarde leven en dag en nacht op de loer liggen om te roven. Het is zelfs een plicht van de engelen in de hemel om daarop een rechtvaardige jacht te maken; maar niemand mag ze vernietigen, men moet ze in de gevangenis onderbrengen en daar kalmeren en temmen! Alleen in geval van gewelddadige weerstand moeten ze gekortwiekt en bij hardnekkige weerstand ook lichamelijk gedood worden! Want dan is een dode hel beter dan een hel, waarin leven is.

[6] Maar wie ooit een opgesloten dief, rover of moordenaar nog verder berecht of doodt, die zal Ik eenmaal met toornige ogen aanzien. Want hoe zwaarder de mensen hun boosdoeners berechten en straffen, des te onmenselijker, voorzichtiger, stiekemer en hardnekkiger zullen de zich nog in vrijheid bevindende boosdoeners worden; en als ze dan 's nachts in een huis inbreken, zullen ze niet alleen alles nemen wat ze vinden, maar ze zullen ook allen vermoorden en alles vernietigen, wat hen misschien zou kunnen verraden.

[71 Als je echter het strenge recht wegneemt en alle mensen de wijze raad geeft, dat ze degene, die van iemand een rok vraagt, ook de mantel erbij moeten geven, dan zullen de dieven weliswaar nog wel komen en het een en ander van jullie eisen, maar roven en moorden zullen ze niet!

[8] Als echter de mensen uit ware liefde tot hun broeders en zusters door hun liefde tot Mij de vergankelijke goederen van deze aarde niet meer zullen bijeen garen en zullen leven zoals Ik, dan zullen er al gauw geen dieven en nog minder rovers en moordenaars zijn!

[9] Wie meent, dat de boosdoeners door strenge wetten en steeds zwaardere veroordelingen ooit nog eens uitgeroeid zullen worden, die vergist zich heel erg! In de hel is nog nooit een tekort geweest. Wat heb je er aan, als je één duivel doodt, en de hel stuurt er meteen tien voor in de plaats, die stuk voor stuk tienmaal erger zijn dan de eerste?! Als de boze bij zijn komst tegenover een andere boze komt te staan, dan wordt hij woedend en verandert in een complete satan; als hij echter bij zijn komst slechts liefde, zachtmoedigheid en geduld vindt, dan Iaat hij zijn boosheid varen en gaat verder .

[10] Als een leeuw ziet, dat een tijger of een andere vijand hem nadert, dan wordt hij meteen woedend, springt er met al zijn kracht op af en vernietigt zijn tegenstander; maar een zwak hondje mag met hem spelen en hij wordt zachtmoedig. En zelfs als een vlieg op hem af komt en nog wel op zijn sterke poten gaat zitten, bekijkt hij deze nauwelijks en Iaat hem ongehinderd wegvliegen, want de leeuw houdt zich niet bezig met het vangen van muggen en vliegen. Zo zal iedere machtige vijand zich tegenover jullie gedragen, als je hem zonder geweld tegemoet komt.

[11] Zegen daarom liever je vijanden, dan dat je ze vangt, berecht en in kooien zet, dan zul je gloeiende kolen op hun hoofden stapelen en ze voor jullie onschadelijk maken!

[12] Met de liefde, de zachtmoedigheid en het geduld kom je overal terecht; als je echter de mensen, die ondanks hun blindheid tenslotte toch je broeders zijn, berecht en veroordeelt, dan zul je in plaats van de zegen van het evangelie slechts vloek en tweedracht zaaien onder de mensen op de aardbodem!

[13] In alles moeten jullie daarom in woord, leer en daad Mijn leerlingen zijn als je tot uitbreiding van Mijn Rijk op aarde Mijn dienaren wilt zijn en worden! Wil je dat echter niet, of vind je dat te bezwaarlijk of niet juist, dan kunnen jullie beter allemaal naar huis gaan; ook uit stenen kan Ik Mij leerlingen maken!


76 De mens kent het goede, maar doet het kwade

[1] Simon Petrus zegt: 'Heer! Wie zal U verlaten, wie zal U niet willen dienen?! Want U alleen geeft immers richtlijnen voor het leven zoals ze vóór U nog nooit door een mens zijn uitgesproken! U kunt alles van ons verlangen en wij zullen het doen, maar verlang nooit van ons dat we U moeten verlaten! Heb echter geduld met ons in onze grote zwakheld en sterk ons door de genade van de Vader in de hemel, die ook U zo wonderbaar gesterkt heeft, zodat U daar staan kunt en kunt Ieren en werken in volkomen eenheid met Uw Vader in de hemel!

[2] Datgene, wat U ons op de berg geleerd heeft, willen wij in l!.w naam altijd tot de Vader bidden en zeggen: Vader in de hemel! Uw rijk kome en Uw wil, die alleen heilig is, geschiede! En vergeef ook U ons onze zwakheden en zonden, zoals wij degenen vergeven, die ons kwaad gedaan hebben!'

[3] Ik zeg: 'Simon, deze taal bevalt Mij beter dan je eerdere verdediging van de wet en diens straf! Wat heeft een land of rijk eraan als het met grote dwang de rust en orde handhaaft?! Het zal best een tijd goed gaan; maar wanneer het voor de te sterk onderdrukte duivels te zwaar wordt, dan zullen ze opspringen en onder hoongelach de wet en de wetgever onder de voet lopen. Want zolang je nog met geweld in toom gehouden en geleid moet worden, ben je een duivel; maar als je je door de liefde, de zachtmoedigheid en het geduld Iaat leiden, ben je als een engel van God, en waard om een kind van de Allerhoogste te zijn!

[4] Met liefde bereik je alles, het geweld haalt alleen de duivel maar uit zijn slaap! En als die wakker is, kun je niet veel goeds voor de aarde verwachten!

[5] Daarom is het veel beter, dat de liefde en de zachtmoedigheid in de mensen groeit en altijd wakker blijft en dat daardoor de duivels de kans krijgen om te slapen en te rusten zodat ze de aarde geen kwaad doen, dan dat men de duivels met het dreunende lawaai van het geweld wakker schudt, waarna zij dan de aarde en alles wat daarop is te gronde richten! Zeg maar eens, wat je daar tegen inbrengen wilt en kunt!'

[6] Simon Petrus zegt: 'Heer, daar is niets tegen in te brengen; want het is allemaal duidelijk en goed begrijpbaar! Maar hoeveel van de hier op aarde levende mensen weten iets af van deze heilige waarheid?! Heer, er zijn toch legioenen engelen uit de hemel bij ons; waarom zendt U ze niet naar alle mensen op de gehele aarde om Uw waarheid aan hen allen mee te delen! Ik denk, dat als dat zou gebeuren, het zeker lichter en beter zou worden op de zondige aardbodem!'

[7] Ik zeg: 'Dat is jouw mening; maar Ik moet daarover toch met je van mening verschillen! Kijk, duizendmaal meer engelen dan je hier ziet, zijn er altijd al bij de mensen, en ze beïnvloeden hun innerlijke gevoelens en gedachten zonder de mens tot iets te dwingen, en daardoor kan de mens toch die gedachten, wensen en neigingen geheel als de zijne aannemen en volgen! Wat gebeurt er echter?!

[8] In hun binnenste denken de mensen wel het goede, ze hebben goede wensen en prijzenswaardige voornemens; maar als het op het doen aankomt, dan kijken ze naar de wereld, hun bezit en naar de bedrieglijke behoeften van hun lichaam, en wat ze dan doen is slecht en zelfzuchtig!

[9] Ik wil wel massa 's pure boosdoeners voor je hierheen brengen en ze vragen, of ze zich ervan bewust zijn dat ze kwaad doen, -en ze zullen allemaal toegeven, dat ze het weten! Vraag je ze echter waarom ze dan kwaad deden, dan zullen velen zeggen: 'Omdat we het prettig vinden!', en anderen zullen zeggen: 'We wilden wel het goede doen, maar omdat de anderen kwaad doen, daarom doen wij het ook!' En nog anderen zullen zeggen: 'Wij kennen het goede wel, maar wij zijn niet bij machte het uit te voeren; want we zijn nu eenmaal zo, we moeten diegene haten, die ons beledigd heeft!'

[10] Wel, je zult van al die mensen allemaal van dat soort antwoorden krijgen en dat zal je er gauw genoeg van overtuigen, dat zelfs de grootste en ergste boosdoeners kennis hebben van het goede en het ware, maar toch het kwade doen!

[11] Als nu de mensen, ondanks hun besef van binnenuit, toch kwaad doen, wat verwacht je er dan van als Ik van buitenaf op hen in laat werken?! Ja, van nu af aan zal er ook van buitenaf inzicht aan de mensen gegeven worden over het goede en het ware uit de hemel, en ze zullen Mij en jullie en nog velen, die hen leren zullen het goede te doen en het kwade te laten, daarvoor doden!'

[12] Simon zegt: 'Heer, als dat zo is, dan moest de hele wereld maar beter helemaal aan de duivel worden overgelaten! Wat heb je nu aan zo'n mensenwereld, die nooit het goede erkennen en aannemen wil?!'

[13] Ik zeg: 'Wie, zoals jij, toegeeft aan zijn emoties, is nog ver van Mijn Rijk verwijderd! Maar nadat Ik opgevaren ben, zal je anders praten! ­

Het is nu echter al avond, laten we daarom in huis gaan en daar onze vermoeide ledematen rust gunnen!'


77 De Heer weet de juiste maat

[1] Nadat Ik dat gezegd heb, dringen veel mensen, die tijdens het gesprek met Simon Petrus hierheen gekomen zijn, zich naar voren en eisen van Mij dat Ik tekenen doe. Ze zeggen: ' Als u voor die domme blinden tekenen kunt doen, dan willen wij dat ook wel eens zien! Als u dat werkelijk kunt, dan geloven wij u ook; is het echter bedriegerij, dan weten we meteen wat ons te doen staat! Wij kunnen dat beoordelen, want we hebben overal verstand van!’

[2] Ik zeg: 'Goed, als u dan overal verstand van hebt, waarom hebt u dan tekenen nodig? Wanneer u zo wijs bent dat u denkt net als God overal verstand van te hebben, dan moet u zonder meer toch vast kunnen stellen, of Ik de waarheid verkondig of niet! Waar hebt u dan die tekenen voor nodig?! In bijna drie en een halve dag zijn hier een groot aantal zeer bijzondere tekenen gedaan, waar honderden betrouwbare getuigen voor instaan dat ze echt waren; als dat voor u niet voldoende is, dan zullen uw boosaardige harten de nieuwe tekenen ook beneden de maat vinden! Wees daarom zo verstandig om zelf hier vandaan te gaan, anders zult u met geweld verwijderd worden!'

[3] Degenen, die zo antwoord gekregen hebben, schreeuwen: 'Wie zal, wie kan en mag ons hier met geweld verwijderen?! Wij zijn toch zeker de bestuurders van deze plaats, waar wij als burgers van Rome wonen, handel drijven en werken en besturen?! Wij kunnen jóu welogenblikkelijk laten verwijderen of wegjagen, maar denk niet, dat jij onnozele Galileeër óns hier kunt verwijderen, zoals dat in je kraam te pas komt! En nu gebieden wij je dan ook meteen, daartoe gerechtigd door onze hier geldende onbeperkte macht, dat je vóór middernacht de stad verlaat; want we zijn je gescharrel hier zat geworden!'

[4] Ik zeg: 'O blinde dwazen! Hoe lang wilt u nog in uw onbeperkte macht blijven leven? Slechts één gedachte van Mij, en u zou met uw onbeperkte macht ogenblikkelijk in stof veranderen! Ga daarom terug naar uw huizen, anders zal de plaats waar u staat u opslokken!'

[5] Op dit moment splijt de grond vlak voor hun voeten uiteen, en rook en vuur lekken uit de spleet omhoog. Als de praatjesmakers dat zien, jammeren ze: 'Wee ons! We zijn verloren! Want we hebben tegen Elia gezondigd!' Al kreten slakend rennen ze weg, en de spleet sluit zich weer. Heel kalm gaan wij dan het huis van Joram binnen.

[6] Bij onze binnenkomst in het huis van Irhaël en Joram staat daar alles voor het avondmaal gereed. Ik spreek de zegen uit en iedereen gaat aan de tafels zitten; allemaal bij elkaar zijn dat nu zo'n duizend mensen. Allen eten en drinken en prijzen de bijzonder goede smaak van de spijzen en van de wijn en men is vrolijk en opgewekt. Alleen de overste, die ons met zijn genezen vrouwen enige onderkommandanten uit het eerder genoemde plaatsje hierheen begeleid heeft, was somber gestemd en at en dronk weinig. Jonaël ging naast hem zitten en vroeg hem naar de reden van zijn sombere stemming.

[7] De overste zuchtte diep en zei: 'Edele wijze vriend! Hoe kun je nu toch opgewekt zijn, als je bijna de hele mensheid nog duizend maal te slecht vindt voor de onderste Tartarus, gesteld al dat die er zou zijn. Als twee uitgehongerde wolven een bot vinden en dan door honger gedreven daarom op leven en dood met elkaar vechten, dan is dat begrijpelijk! Want ten eerste zijn het wolven, dieren zonder hersens, door de natuur in stand gehouden machines, die door de hun opgelegde natuurlijke aard gedreven worden zich te verzadigen, en ten tweede zijn ze daardoor goed beschouwd totaalontoerekeningsvatbaar, zoals een gezwollen beek, die door haar grote en zware watermassa alles vernietigt wat ze op haar weg tegenkomt. Maar hier gaat het om mensen die van zichzelf zeggen, dat ze in zekere zin alle kennis en wijsheid hebben, maar die ondanks dat in hun hart erger zijn dan alle wolven, tijgers, hyena's, leeuwen en beren! Voor zichzelf eisen ze alle mogelijke consideratie, terwijl ze hun medemensen in geen enkelopzicht ontzien! -Vertel jij me nu eens, vriend, zijn dat dan nog mensen?! Verdienen zij ook maar het minste medeleven?! Nee, zeg ik, en nog eens duizendmaal nee! Wacht maar, jullie onbehouwen volk! Ik zal het jullie wel eens duidelijk maken, zodat je voor altijd horen en zien zal vergaan!'

[8] Jonaël zegt: 'Wat wil je dan doen? Als je de hele kliek ombrengt, dan maak je je ergens anders weer vijanden; die zullen je verraden aan Rome, en daar kun je dan een slechte naam krijgen die maken kan dat je vervolgens naar een plaats ergens in het land van de Scythen verplaatst wordt! Laat daarom de wraak maar aan de Heer alleen over en wees ervan verzekerd, dat Hij dit volk precies dat zal geven, wat ze nodig hebben!

[9] Lees de geschiedenis van mijn volk maar eens, en die zal je haarfijn aantonen, hoe de Heer in alle tijden iedere zonde die het volk beging, zeer streng en vaak haast onverbiddelijk heeft gestraft, en ik zeg je: De Heer van hemel en aarde is nog voortdurend onveranderlijk Dezelfde, Die Hij alle eeuwigheden door was! Hij is lankmoedig, zeer geduldig en laat het volk nooit helemaal zonder leraar en tekenen van boven; maar wee het volk, als de Heer eens Zijn geduld verliest! Als Hij eenmaal de grote tuchtroede zwaait, dan houdt Hij ook niet op voordat alle ledematen van het volk fijngehakt zijn en haar botten zo murw worden als een lichte en dunne brei!

[10] Wat jij hier met veel gevaar en moeite zou doen, dat kan de Heer door de geringste gedachte. Zolang de Heer echter Zelf zulke mensen wil verdragen, moeten wij onze handen thuis houden.

[11] Je hebt toch gezien, hoe weinig moeite het voor de Heer was om de aarde voor de boosdoeners te laten scheuren, en daarna rook en vuur uit de gapende scheur te laten opstijgen?! Het zou net zo eenvoudig voor Hem geweest zijn, om deze lasteraars in stof en as te veranderen! Maar Hij vond het voldoende ze alleen maar schrik aan te jagen en op de vlucht te drijven.

[12] Als dat voor de Heer voldoende is, dan moet dat voor ons ook voldoende zijn; want Hij alleen weet altijd de juiste maat te bepalen! Nu de Heer hier bij ons echter blijkbaar goed geluimd is en toont, dat Hij toch nog wat vreugde beleeft aan ons groepje, waarom zullen wij dan somber en treurig zijn?! Wees vrolijk en opgewekt en verheug je in de genade van God; en laat al het andere helemaal aan Hem over!’



78 Straffen als geneesmiddel
[1] De overste zegt: 'Beste wijze vriend! Wat je zegt is zonder meer waar, maar wat moet ik als vreemdeling daar nu over zeggen?! Ik ben nu tot geloof gekomen en ik ben er geheel en al van overtuigd dat deze Jezus uit Nazareth niemand anders is dan de enig werkelijke God in menselijke gedaante. En dat concludeer ik niet speciaal uit de grote tekenen die Hij deed, maar veel meer uit Zijn onbegrensde wijsheid! Want wie een wereld scheppen wil, moet zo wijs zijn als Hij in ieder van Zijn woorden is!

[2] Maar deze schurken hier bezondigen zich op de ergste manier door zich Gods kinderen te noemen, tot wie God in alle tijden hetzij indirect of direkt gesproken heeft; en nu Hij Zelf in levende lijve tot hen komt, verachten ze Hem als een straatboef en willen Hem bovendien nog de stad uit gooien! Vriend, ik ben een Romein, volgens mijn godsdienst ben ik een gebrekkig pantheïst, een blinde heiden dus, en ik geloof in Hem en sta voor dit nieuwe geloof met mijn leven in!

[3] Als het heidenen zouden zijn, dan zou ik geduld met hen hebben; maar omdat ze zich Gods kinderen noemen en God, die ze hun eeuwige Vader noemen, op deze wijze honen, daarom heb ik als vreemdeling geen geduld met hen!

[4] Zij wilden God de Heer uitwijzen; nu zullen zij uitgewezen worden!

Het ongedierte en het onkruid moet weg, opdat hier op deze akker die de Heer nu Zelf bewerkt heeft, een zuivere vrucht zal groeien! Want als het onkruid hier blijft, dan bederft het op korte termijn alles wat de Heer Zelf hier zo heerlijk heeft gezaaid! Zeg me nu eens heel eerlijk, ­heb ik gelijk of niet? Aan wie moet ik meer waarde hechten, -aan de Heer of aan dit ellendige straatgespuis?!'

[5] Jonaël zegt: 'Dat je van jouw standpunt uit bekeken helemaal gelijk hebt, kan en zal niemand je bestrijden; maar of zoiets nu al meteen noodzakelijk is, dat is dan weer een heel andere vraag. Het kan zijn dat deze booswichten, omdat ze nu erg geschrokken zijn, tot inkeer zullen komen en berouw zullen hebben over hun boosheid en hun leven zullen beteren; en dan zou het toch niet juist zijn, om ze allemaal uit te wijzen! Want een zonde blijft bij de mens alleen strafbaar zolang hij in de zonde blijft; legt de mens echter de zonde geheel af en voegt hij zich naar de door God ingestelde orde, dan is de mens losgekomen van de zonde en diens straf!

[6] Het zou toch erg onzinnig zijn om een geheel verbeterd mens te straffen, omdat hij vroeger één of meer keren in zijn blinde dwaasheid en zwakte gezondigd heeft; dat zou onwaardig zijn voor een echt mens, en tegen de goddelijke orde in. Zo'n straf zou op een haar na precies lijken op die van een domme dokter die, nadat zijn zieken gezond zijn geworden, naar hen toeging en zei: ' Jullie zijn nu weliswaar weer helemaal gezond , maar je begrijpt ook wel dat jullie lichaam, en wel dit of dat bepaalde deel, tegenover jullie gezondigd heeft en nu gestraft dient te worden in die mate waarop het je geplaagd heeft!' Als de genezenen dan hun lichaam, dat nog maar net genezen is, met allerlei kwellingen zullen laten bestraffen, of als men hen gewelddadig martelt, wat zal er dan van hun genezing terecht komen?! Wel ze zullen daardoor beslist tien maal zieker worden dan ze eerst waren! De vraag is dan: Wat was het nut van zo'n ontijdige bestraffing van het vlees? -Is de behandeling zelf dan al niet voldoende bestraffing van het vlees? Waarom dan nog een straf achteraf, die het gezonde vlees weer ziek maakt?! Als zo'n behandeling in het vleselijke al oerdom genoemd kan worden, hoeveel te meer als dit zonder een spoortje medelijden in het geestelijke toegepast wordt?!

[7] Het is wel onze plicht om de mensen, die gezondigd hebben en hun leven daarna geheel gebeterd hebben, broederlijk te wijzen op de grote gevaren der zonde. We moeten hen daarentegen ook in hun verbeterde toestand met alles, wat ons ter beschikking staat, steunen en sterken, opdat ze nooit weer terugvallen in het slavendom van de zonde; maar als je ze na hun verbetering ter verantwoording roept en straft, dan maak je je er aan schuldig, dat de verbeterde zondaars terugvallen in tienvoudig grotere en ergere zonden!



[8] En dan vraag je je af, of zó'n handeling voor God niet honderdmaal strafbaarder zou zijn dan alle zonden, die de veroordeelden ooit begaan hebben! -Geloof mij, de straf die iedere zonde al met zich meesleept, is een geneesmiddel tegen de kwaal van de ziel, die 'zonde' heet; als de kwaal echter al verholpen wordt door het in de kwaal opgesloten geneesmiddel, waarom zou er dan nog een volgend geneesmiddel nodig zijn, als de kwaal al over is?!' De overste zegt: ' Als een middel ter voorkoming van het mogelijk weer de kop opsteken van de kwaal!'

[9] Jonaël zegt: ' Ja, ja, voorbehoedmiddelen zijn wel goed en noodzakelijk; maar ze moeten, zoals ik al eerder gezegd heb, ondersteunend en versterkend werken, maar niet verzwakkend en zelfs dodelijk zijn! Met toorn verzacht men nooit toorn, dat gebeurt alleen door liefde, zacht­moedigheid en geduld!

[10] Als iemand in brand staat, moet men water over hem heen gieten, en geen kokende teer of roodgloeiend vloeibaar erts! Als iemand zijn been breekt moet men hem dragen en het gebroken been zetten, het verbinden en die persoon in een goed bed leggen, opdat zijn beenbreuk zal genezen; maar men moet hem niet met knuppels slaan omdat hij zo onhandig liep dat hij viel en zijn been brak!

[11] Nog niet zo lang geleden heb ik me eens door een zendeling, die uit het land van de Scythen terugkwam en daar was geweest om die mensen de God van Abraham, Isaäk en Jacob te verkondigen, laten vertellen, dat deze wilde, steeds rondtrekkende volken een mens, als hij gestorven is, ervoor straffen dat hij dood ging! Ze kleedden hem bijna geheel uit, bonden hem dan zo aan een paal en geselden hem een hele dag lang; en dat deden ze ook, als de dode door iemand anders gedood was. Want dat was puur zijn eigen schuld, omdat hij zich had laten overweldigen en tenslotte zelfs had laten doden! De moordenaar werd echter geprezen, omdat hij de ander overwonnen en zijn eigen leven behouden had!

[12] Hoe dom dit ook klinkt, het lijkt toch precies op wat wij doen, als we op de een of ander manier iemand, die door de zonde, wat toch een echte ziekte van de ziel is, al zonder meer geestelijk dood is, nog doder willen maken dan hij al is!

[13] Een zieke heeft wel de dokter en het goede geneesmiddel nodig; maar hem ervoor straffen, omdat hij het ongeluk had om ziek te worden, dat, beste vriend, hoort thuis in het ergste deel van het land der Scythen! Ik denk echter wel, dat je nu zult inzien dat het altijd beter is de Heer van het leven in alles na te volgen, dan Hem met grove onbekwame handen met wat dan ook te willen helpen, en daardoor de grote goddelijke kwekerij op een duivelse manier moedwillig of toch zeker uit pure domheid te gronde te richten!



79 De behandeling van zielsziekten
[1] De overste, die erg onder de indruk is van de treffende en waarachtige toespraak van Jonaël, zegt nu: 'Ja, nu is het mij wel helemaal duidelijk, en ik zie van mijn voornemen af! Pas als jij het mij zult vragen zal ik het uitvoeren, en ik zal jou, als de door God aangestelde leider van deze gemeente, op die manier steeds de leiding geven; zonder jouw raad zal ik in het vervolg niets meer doen'.

[2] Jonaël zegt: 'Ik feliciteer je met je besluit, het zal de Heer welgevallig zijn! Als iemand lichamelijk ziek is, dan moet hij lichamelijke hulp hebben; is iemand echter zielsziek, dan moet hij een aan de ziekte aangepaste zielkundige hulp krijgen!

[3] De zielsziekten van kinderen kan men het beste genezen door een goede vast omschreven tucht, waarbij de roede niet ontbreken moet; de zielsziekten van volwassenen worden echter genezen door wijze en lief­devolle raad, door degelijke leer en onderwijs, door uit zuivere liefde opwellende vermaningen en door het wijzen op de onafwendbare ernstige gevolgen, die anders zullen ontstaan als de zwakke ziel de goede raad niet opvolgt. Als bij de erge verstokten, ofwel blinde en dove zielen, dit alles geen resultaat meer oplevert, dan pas wordt het tijd om zulke wezens een strengere en krachtiger behandeling te geven, waarin echter de naastenliefde toch ten volle aanwezig moet zijn, want zonder naastenliefde rust er geen zegen op een krachtiger behandeling!

[4] Als de leiding echter uit toorn en helse wraaklust handelt, dan is alle moeite tevergeefs! In plaats van de zielszieken te genezen tot echte mensen, verandert men ze in duivels met een onstilbare dorst naar wraak.

[5] De satan kan door macht en geweld van boven wel een tijdlang vastgehouden worden, maar als de Heer Zijn macht terugtrekt en de satan de boeien afneemt vanwege de hoogmoedige mensen, die ondanks alles van mening zijn, dat ze door eigen macht en wijsheid, bestaande uit een onverbiddelijke tirannieke hardheid, hun gewenste orde in stand kunnen houden, dan is het met de macht van degenen, die dachten dat ze macht hadden, ineens afgelopen! Want de door zo'n verkeerde behandeling in pure duivels veranderde mensen zullen zich als een gezwollen rivier over hen heen storten en hen vernietigen, alsof ze er nooit geweest waren!

[6] De doodstraf heeft echter de slechtste uitwerking! Want wat heb je eraan om iemands lichaam te doden, als je zijn ziel en geest niet gevangen kunt houden, waarin zich toch de werkelijke kracht voor het handelen en het doen bevindt!

[7] Wie gelooft, dat hij van zijn vijand af zou zijn door het doden van diens lichaam, is met een tienvoudige blindheid geslagen! Want juist daardoor maakt hij uit één zichtbare, zwakke vijand, duizend onzichtbare vijanden, die hem daarna dag en nacht vervolgen en hem schade be­rokkenen aan lichaam, ziel en geest!

[8] Kijk naar een oorlog, waar niet zelden duizenden mensen lichamelijk gedood worden! De overwinnaar denkt nu, dat hij van zijn vijanden af is, omdat hij ze volgens zijn blinde gedachte lichamelijk vernietigd heeft. Maar dat is een hele grote vergissing! De zielen en geesten van de gedode mensen hebben een direkte invloed op de weersgesteldheid op aarde en langs die weg vernietigen ze alle mogelijke zaden en vruchten; de voedingsmiddelen worden hierdoor schaarser en duurder, daardoor ont­ staat hongersnood en dat geeft weer aanleiding tot allerlei besmettelijke ziektes en pest! Daardoor worden bij de overwinnaar in korte tijd meer mensen weggemaaid, dan er bij zijn vijand soldaten gedood zijn. Omdat de macht van zijn eigen land hierdoor te gering is geworden, moet hij soldaten uit vreemde landen voor veel geld gaan werven. Zijn land komt daardoor in de schulden en na een aantal jaren, als land en volk totaal verarmd zijn en hij zijn schulden en soldaten niet meer kan betalen, zal men hem dra onder verwensingen overal gaan vervolgen. Zijn volk, dat hem de macht gaf, zal door de te grote nood tegen hem opstaan en de vijanden van buitenaf zullen deze gelegenheid ook niet onbenut voorbij laten gaan en zij zullen tegen hem ten strijde trekken, en hij, de eerst gevierde overwinnaar, zal die strijd nooit winnen, maar de vertwijfeling zal hem als met tijgerklauwen grijpen en geestelijk tot in zijn binnenste levensvezels verscheuren!

[9] Kijk, dat is dan allemaal het gevolg van het lichamelijk doden van vijanden!

[10] Dit is dan ook de oorzaak van het ontstaan van een oeroude regel en gebruik, dat alle naasten van een lichamelijk stervende zich met hem verzoenen en zich door hem laten zegenen. Want sterft hij als iemands vijand, dan is de nog in leven zijnde vijand te beklagen. Want ten eerste zal de vrijgekomen ziel het gemoed van de overlevende zonder ophouden martelen door hem te kwellen met gewetenswroeging, en ten tweede zal ze alle aardse omstandigheden, die betrekking hebben op de overlevende, zodanig leiden, dat de overlevende vrijwel niets meer gelukken zal!

[11] Dit wordt allemaal door de Heer toegelaten, opdat de beledigde zielen de verlangde genoegdoening krijgen, en omdat de overlevende oneindig veel beter in deze wereld der materie gepijnigd kan worden voor zijn hoogmoed, dan dat hij direkt na zijn lichamelijke dood in honderd­duizend handen van vijandelijke geesten terecht zou komen, die met hem, als een geheel onervarene in die wereld, zeker niet vriendelijk om zouden gaan!

[12] Daarom is het nu juist ook zo dringend nodig om op deze wereld liefde en ware vriendschap te geven en welke vijand dan ook liever goed dan kwaad te doen en diegene te zegenen, die mij vervloekt; want ik kan niet weten wanneer de Heer hem van deze wereld zal wegroepen! Als hij in deze wereld slechts in bepaalde kleine dingen een vijand van mij was, dan zal hij het mij later als geest honderdvoudig in grote dingen terugbetalen.

[13] David was toch vanaf zijn jeugd een mens en een man naar het hart van Jehova, maar hij had zich slechts één mens, namelijk Uriah, tegen de wil des Heren tot vijand gemaakt, en hoe erg heeft toen, met toestemming van de Heer, Uriah's geest wraakgenomen op David! En dat is en blijft steeds het onontkoombare gevolg van een vijandige handeling een mens aangedaan, tegen de wil van God!

[14] Ja, het is heel wat anders, als de Heer daartoe Zelf opdracht geeft, zoals Hij David tegen de Filistijnen heeft bevolen om, reeds tot de duivel behorende Gods­ en mensenvijanden, met oorlogsgeweld te slaan en naar aardse termen te vernietigen! Die komen aan gene zijde meteen in een streng oordeel terecht en kunnen zich nooit en te nimmer tegen de arm Gods verheffen; want ze worden door de macht des Heren tot nederigheid gebracht.

[15] Weer geheel anders staat het met die vijanden, die je je zonder Gods opdracht gemaakt hebt door je onvriendelijkheid, door je eventuele hoogmoed of door de gebrekkige menselijke rechtspleging, waarvan reeds spreekwoordelijk gezegd wordt, dat het hoogste recht tevens het hoogste onrecht is; die zullen na het afleggen van hun lichamen zeker je onver­zoenlijkste vijanden worden!

[16] Als ik ze had zou ik je duizend levens geven als je mij één gelukkig mens aan kunt wijzen, wiens vijand al eerder naar de andere wereld is gegaan! Ik heb er nog nooit één gezien! Daarentegen ken ik wel gevallen, waarbij de wraak van een vijandige geest een familie tot in het tiende geslacht achtervolgde, en ook, dat grof beledigde mensen na hun dood als geesten een land of streek vele jaren lang zodanig verwoest hebben, dat geen mens daarin leven kon! Vriend, hoe ongeloofwaardig je deze echt welgemeende les mag voorkomen, het is een keihard feit! En stel dat het niet waar zou zijn, hoe zou ik het dan ooit hebben kunnen wagen dit nu in het bijzijn van de Heer en Zijn engelen tegen je te zeggen?! Als je echter toch nog enige twijfel hebt, vraag het dan aan de Heer, de eeuwige schepper van alle dingen, en Hij zal getuigen of ook maar één van mijn woorden onwaar was!


1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   ...   43

  • 76 De mens kent het goede, maar doet het kwade
  • 77 De Heer weet de juiste maat

  • Dovnload 2.49 Mb.