Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.49 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina29/43
Datum05.12.2018
Grootte2.49 Mb.

Dovnload 2.49 Mb.
1   ...   25   26   27   28   29   30   31   32   ...   43
159 De derde scheppingsdag

[1] Als dus het inzicht van de mens de liefde aan alle kanten omgeeft, en daarbij meer en meer verlicht en verwarmd wordt door het vuur van de liefde, dat het steeds meer voeding geeft, dan wordt de mens ook in alles steeds energieker en tot daden bereid.

[2] Onder deze omstandigheden komt God weer tot de mensen, natuurlijk - dat begrijpt u wel - geestelijk, en Hij, als de eeuwige liefde, zegt tegen de liefde in het hart van de mens: 'Laat de aarde nu alle soorten zelfbestuivende grassen en kruiden voortbrengen, en allerlei soorten bomen en struiken, die ieder naar eigen aard vruchten dragen en zichzelf uitzaaien op aarde!'

[3] Dit gebod van God in het hart geeft de mens dan een standvastige wil, sterkte en moed en hij gaat aan het werk.

[4] En zie! Zijn juiste inzichten stijgen als met regen beladen wolken op boven de aan banden gelegde zee, en trekken over de droge aarde die ze bevochtigen en vruchtbaar maken. En de aarde wordt groen, brengt allerlei grassen en kruiden met zaden voort en allerlei bomen en struiken met hun zaden. Dit betekent, dat de liefde in het hart van de mens aanstonds verlangt en wil wat het ware door hemelse wijsheid verlichte verstand nu goed en waarachtig vindt.

[5] Want net zoals het zaad, wanneer het in de aarde gelegd wordt, weldra opgroeit en een veelvoudige vrucht voortbrengt, zo groeit ook de juiste kennis in de levenskrachtige bodem van het hart.

[6] Dit zaad van de kennis gaat echter als volgt te werk: het wekt de levenskracht die in de aarde sluimert, en deze verzamelt zich dan meteen steeds meer rondom het zaad en maakt, dat dit ontkiemt en een plant wordt die veel vrucht geeft. Of wel, de echte kennis wordt in het hart omgezet in de daad, en uit de daad volgen dan allerlei werken; en daarover heeft Mozes het met zijn wijze woorden in zijn Genesis, en wel in het al hiervoor woordelijk besproken eerste hoofdstuk, de verzen 11 en 12.

[7] De door het licht uit de hemel tot de juiste kennis gebrachte oorspronkelijke avond van de mens, wordt zo de aanleiding voor de werken die daarop moeten volgen; en dit is de derde dag van de ontwikkeling van het hart en de gehele geestelijke mens. Om deze geestelijke mens gaat het, daarvoor zijn Mozes en alle andere profeten van God in deze wereld gekomen, net als Ik nu Zelf! Naar Ik meen is dit onderwerp nu toch wel duidelijk genoeg voor u!?'

[8] Een van de Farizeeën zegt: 'Verheven wijze vriend en Meester! Persoonlijk onderschrijf ik ieder van Uw aan ons allen gegeven woorden, want ze zijn volledig waar en moeten dat ook zijn. Maar als U naar Jeruzalem gaat en op deze wijze in de tempel de. Genesis uitlegt, dan wordt U en Uw gehele aanhang gestenigd als U Zich met heel duidelijk beveiligt door Uw goddelijke macht! Maar als U deze macht tegen. de tempelpriesters gebruikt, dan zijn ze ook veroordeeld, en die veroordeling zal dan weinig afwijken van een direkte totale vernietiging door bliksem en vuur van de hemel!

[9] Zoals gezegd, het is hoe dan ook een zeer hachelijke zaak. En daarbij is Uw wijze en scherpzinnige uitleg van de eerste drie in de Genesis beschreven scheppingsdagen zo goed, dat daar geen speld tussen te krijgen is. Maar nu is de vierde dag aan de beurt, waarop God zoals geschreven staat, heel duidelijk zon, maan en alle sterren schiep! Hoe wilt U dat op een andere wijze verklaren? Zon, maan en sterren zijn er nu eenmaal, en niemand kan op een andere manier dan zoals dit in de Genesis beschreven staat, verklaren hoe al deze grote en kleine lichten aan het firmament ontstaan zijn,

[10] Nu is de vraag: Waar ligt de sleutel, waar de verklaring die duidelijk aangeeft dat de vierde dag alleen betrekking heeft op de mens!'

[11] Ik antwoord: 'Vriend, u heeft toch wel vaker gehoord en ook wel zelf ondervonden, dat er lichamelijk gesproken verziende en bijziende en ook half, heel en stok blinde mensen zijn! De verzienden zien in de verte alles goed, maar dichtbij zien ze slecht; de bijzienden zien dichtbij goed, maar in de verte slecht; bij de halfblinden is het voor de helft nacht en voor de helft dag, dat wil zeggen, ze zien de voorwerpen met een oog wel goed, maar omdat het andere oog blind is, spreekt het vanzelf dat zulke kijkers alles maar in het halve licht kunnen zien; de geheel blinden zien geen voorwerpen meer, niet bij dag en net zo min 's nachts maar bij dag zien ze toch nog een zwakke schemering, zodat ze de dag kunnen onderscheiden. van de nacht; de stokblinden zien echter geen schemering en zien nooit het verschil tussen dag en nacht.

[12] Wel, al die verschillen, die u bij het lichamelijke zien van de mens tegenkomt, vindt u bij het geestelijke zien net zo en nog veel gevarieerder. En zo, heeft ook u een groot gezichtsgebrek en dat is geestelijk veel groter dan lichamelijk. Laat Ik u zeggen, dat uw ziel buitengewoon bijziend is!'


160 De vierde scheppingsdag

[I] 'Wat leest u dan in Genesis? Staat er niet het volgende:

[2] 'En God sprak: Maak lichten aan het uitspansel, die dag en nacht scheiden en die tekens, tijden, dagen en jaren doen ontstaan en twee lichten moeten er aan het uitspansel staan die op aarde schijnen!' En dat gebeurde. En God maakte twee grote lichten, een groot licht, dat heerste over de dag, en een klein licht dat heerste over de nacht, en bovendien ook sterren. En God zette ze aan het uitspansel, zodat ze op de aarde schenen en de dag en de nacht beheersten en licht en duisternis scheidden. En God zag dat het goed was. Zo ontstond uit de avond en de morgen de vierde dag. ' .

[3] Kijk, zo luidt woordelijk het scheppingsverhaal van de vierde dag volgens Genesis.

[4] Als u dit gegeven maar een klein beetje beter onderzoekt met -laten we zeggen -uw natuurlijke denkvermogen, dan moet u als u Genesis letterlijk neemt, al bij de eerste blik de grootste onzin opvallen!

[5] Volgens Genesis schiep God toch al op de eerste dag het licht, en zo ontstond uit de avond en de ochtend de eerste dag. Zeg dan eens welk licht drie dagen lang voldeed om voor dag en nacht te zorgen? En op de vierde dag zegt God weer: 'Laat er lichten aan de hemel zijn!' Dan vraag Ik: Wat zijn dat dan voor lichten die dag en nacht moeten scheiden? Als het op de eerste dág geschapen licht al drie dagen tengevolge gehad heeft; waarom moeten er dan nu op de vierde dag nog meer lichten komen voor datzelfde doel? Daarbij is er alleen maar sprake van 'lichten'; maar over een maan en een zon wordt helemaal niets gezegd! Deze lichten veroorzaken daarbij ook nog tekenen -wat voor tekenen dan? -, vervolgens tijden -welke dan? -, en dagen en jaren -wat voor dagen en jaren dan? -Is de nacht dan niets? Telt de nacht dan niet net zo goed mee als de dag?

[6] Bovendien is de aarde rond en is het steeds aan één kant dag en aan de andere kant nacht. Afhankelijk van de wenteling van de aarde om haar as van het westen naar het oosten, wordt het steeds daar dag waar de landen tegenover de zon liggen, of liever door de constante en steeds gelijkmatig draaiende beweging zo gezegd onder de zon geschoven worden.

[7] Als er dus geen twijfel over mogelijk is dat de natuurlijke dag op aarde door haar eigen beweging tot stand wordt gebracht, waarbij de zon niets anders doet dan steeds maar vanaf één plaats licht te geven en door haar licht dáár dag veroorzaakt waar haar stralen komen, en op die manier nooit of te nimmer de dag kan of wil regeren, -dan vraag Ik: Hoe zou Mozes dan met zijn lichten de zon en de maan bedoeld kunnen hebben? En als Mozes de natuurlijke zon en de natuurlijke maan bedoeld had, dan zou hij ter verduidelijking van zijn publieke mededeling aan de mensheid deze lichten zeker bij name genoemd hebben; want in Mozes tijd kenden alle mensen deze beide hemellichamen al!

[8] Daarbij spreekt Mozes over een uitspansel dat in werkelijkheid in de natuurlijke ruimte helemaal niet bestaat, daar zon, maan en alle sterren net als de aarde zelf in de volledig vrije, door niets en nergens beperkte ether zweven en door eigen wetten op hun bestemde plaatsen gehouden worden, zich vrij bewegen en nergens aan het een of ander hemels uitspansel zijn bevestigd!

[9] Want er is maar één uitspansel in de eindeloze vrije ruimte, en dat is de wil van God, die door Zijn eeuwige onveranderlijke wet de hele ruimte en alles wat daarin is vervult.

[10] Als datgene wat zich voor uw" oog voordoet als een bijzonder wijd uitgespannen blauw gewelf een uitspansel was, en zon, maan en alle sterren waren daar als het ware aan vastgemaakt, hoe zouden ze zich dan kunnen bewegen en hoe zouden vooral de u bekende planeten dan steeds van plaats kunnen veranderen?

[11] De andere sterren, die u vaste sterren noemt, lijken ergens aan vastgemaakt te zijn; maar dat is niet zo. Ze zijn echter zo ontzettend ver van de aarde verwijderd en hun banen zijn zo uitgestrekt, dat ze die vaak nauwelijks binnen honderdduizenden aardse jaren afleggen, zodat daardoor hun bewegingen ook zelfs door honderd mensengeslachten nog niet opgemerkt kunnen worden. En dat is dan de reden, waarom ze u als onbeweeglijk voorkomen; maar de werkelijkheid is anders, en er is nergens een zogenaamd uitspansel in de hele oneindige ruimte.

[12] Het uitspansel dat Mozes bedoelt, is de vaste wil volgens de ordening van God, die voortkomt uit het juiste begrip en uit de liefde, die het gezegende aardrijk des levens is. Deze wil kan slechts voortkomen uit de vruchten schenkende volheid van de echte liefde tot God in het mensenhart, die ontstond uit het hemelse licht dat God in de mens liet stromen toen Hij zijn innerlijke duisternis verdeelde in avond en morgen. Deze echte liefde tesamen met het juiste inzicht en het ware verstand, hetgeen zich in de mens uit als een levend geloof, is de hemel in de mens. En de daaruit ontsproten vaste wil om te voldoen aan Gods orde is het uitspansel in de mens. En aan zo 'n uitspansel geeft God, als dat geheel overeenstemt met Zijn liefdevolle wil, nieuwe lichten uit de hemel der hemelen, ofwel de zuivere vaderliefde in het hart van God. En de lichten verlichten dan de wil en maken dat deze het inzicht krijgt van de engelen en verheffen daardoor de geschapen mens tot het ongeschapen Kind van God, dat zich door de eigen vrije wil nu aangepast heeft aan de goddelijke ordening!'


162 Vervolg van de vierde scheppingsdag

[1] 'Zolang de mens een schepsel is, is hij tijdelijk en vergankelijk en kan niet blijven bestaan; want ieder mens is als natuurlijk schepsel slechts een bruikbaar vat ten nutte van de echte mens, die zich daarin met voortdurende hulp van God kan ontwikkelen.

[2] Als -- het buitenste vat voldoende ontwikkeld is, waartoe God het overvloedig voorziet van alle nodige bestanddelen en eigenschappen, dan wekt of liever ontwikkelt God Zijn ongeschapen eeuwige geest in het hart van de mens. De kracht van deze geest wordt door Mozes bedoeld, als--hij spreekt over de twee grote lichten die aan het uitspansel geplaatst worden en dat hebben alle aartsvaders en profeten ook altijd zo bedoeld.

[3] Dit ongeschapen eeuwig levende licht aan het uitspansel in de mens is vanaf dat moment het enige dat leiding geeft aan de echte dag in de mens, en deze leert het vroegere vat om zich geheel om te vormen naar zijn eeuwig ongeschapen goddelijk wezen en zo de hele mens tot een Kind van God te maken.

[4] Maar ieder geschapen mens heeft een levende ziel, die ook een geest is en de nodige bekwaamheid heeft om goed en echt en kwaad en onecht te onderscheiden en ook om zich het goede en echte eigen te maken en het kwade en 'onechte uit zich te bannen; maar de ziel is desondanks geen ongeschapen, maar een geschapen geest en kan daarom op zichzelf nooit het kindschap van God verkrijgen.

(5] Als ze echter volgens de haar gegeven wet het goede en ware in alle deemoed en bescheidenheid van haar hart en' volgens de haar door God meegegeven vrije wil aangenomen heeft, dan is zo'n deemoedige,.beschei­den en gehoorzame wil, om het zo maar eens te zeggen een echt uitspansel geworden, omdat hij zich nu gevormd heeft, volgens de, hemelse opgave die in de ziel is gelegd, en zo helemaal geschikt is om het zuiver ongeschapen goddelijke in zich op te nemen. .

[6] Het zuiver goddelijke, ofwel de ongeschapen geest, van God, die nu voor eeuwig zijn plaats inneemt aan zo’n uitspansel is het grote licht; maar de ziel van de mens, die door het grote licht omgevormd wordt tot een bijna even groot licht, is het tweede kleinere licht, dat nu echter net als het ongeschapen grote licht aan hetzelfde uitspansel wordt geplaatst en door het ongeschapen licht omgevormd wordt tot een eveneens ongeschapen licht, waarbij het in geheel geestelijk gelouterde zin. veel wint, zonder van zijn natuurlijke aard iets te verliezen. Want de ziel van de mens zou op zichzelf nooit God in Zijn zuivere geestelijke Wezen kunne.n zien, en omgekeerd zou de zuivere ongeschapen Geest van God nooit het natuurlijke .kunnen zien, omdat voor deze Geest het natuurlijke en materiële niet bestaat. Maar in de bovengenoemde algehele verbinding van de zuivere geest met de ziel, kan de ziel door de nieuwe geest die zij krijgt God zien in Zijn oorspronkelijke zuivere wezen, en de Geest kan dan door de ziel het natuurlijke zien,

[7] Dit bedoelt Mozes, als hij zegt dat het ene grote licht de dag en het kleine licht de nacht zal besturen. Het kleine licht zal ook de tekens vaststellen, of wel: in alle wijsheid de oorsprong van alle verschijnselen en van alle geschapen dingen vaststellen, en daardoor ook de tijden, dagen en jaren, wat zo ongeveer betekent, dat het in alle verschijnselen de goddelijke wijsheid liefde en genade herkent

[8] De sterren, waarover Mozes ook, spreekt, zijn de ontelbare nuttige inzichten die men in alle afzonderlijke dingen verkrijgt, welke kennis natuurlijk voortvloeit uit het ene hoofdbesef en daarom thuis hoort aan hetzelfde uitspansel waar de twee hoofdlichten geplaatst zijn. "

[9] Wel, dat is dan de vierde scheppingsdag waarover Mozes in zijn Genesis spreekt. Net als de vorige drie is deze, zoals wel te begrijpen is, ontstaan uit dezelfde avond en ochtend van de mens.



162 vijfde en zesde scheppingsdag
[1] 'Om te voorkomen dat u Mij nu in dit opzicht verder nog vragen zult stellen over hoe het dan met de vijfde en zesde scheppingsdag staat, zeg Ik u hierbij kortheidshalve, dat de daarop volgende schepping van de gehele dierenwereld en tenslotte van de mens zelf, alleen maar betrekking heeft op het geheel tot leven komen en de zekere verwerkelijking van alles wat de mens van nature in zich heeft.

[2] Zijn zee en al zijn wateren vullen zich met leven, en de mens herkent en aanschouwt in zijn nu zuiver goddelijk ongeschapen licht de onbeperkte en eindeloos afwisselende overvloed van creatieve ideeën en vormen en realiseert zich op deze wijze zijn zuiver goddelijke afkomst. En het verhaal van de schepping van de eerste mens is de afbeelding van de algehele menswording of het verkrijgen van het volkomen kindschap van God.

[3] Natuurlijk vraagt u zich nu heel in 't geheim in uw hart nog van alles af en zegt: ' Ja, ja, dat is nu allemaal heel goed, wijs en heerlijk, en niemand kan ook maar de geringste twijfel hebben over de waarheid van dit alles; maar hoe is dan deze aarde ontstaan, die toch onmogelijk al de eeuwen door zo kan hebben bestaan zoals ze nu is? Waar komen dan al die soorten grassen, kruiden, struiken en bomen vandaan? Hoe en wanneer ontstonden alle dieren?

[4] En hoe werd de mens bewoner van deze aarde? Werd er werkelijk maar één mensenpaar geschapen, zoals in Genesis staat, of werd op de aarde in één keer een hoeveelheid mensen van verschillende kleur, gestalte en karakter geschapen?'

[5] Ik kan op zulke begrijpelijke vragen niets anders antwoorden dan wat Ik al eerder gezegd heb, namelijk: Als u zo wijs bent als de engelen, dan kunt u uitgaande van het zuiver geestelijke standpunt haarfijn op overdrachtelijke wijze de hele natuurlijke schepping reconstrueren uit hetgeen Mozes in zijn Genesis zegt. Dan zult u zien, dat de natuurlijke schepping, weliswaar over zeer uitgestrekte periodes, haast dezelfde volgorde heeft als in Genesis wordt verteld. Het ontstaan van het eerste mensenpaar staat vrijwel op de juiste plaats aangegeven en zijn test en tenslotte zijn voortplanting heeft, behoudens een kleinigheid dat in passende beelden weergegeven wordt, in dezelfde volgorde plaatsgevonden die in het verdere verloop van Genesis aangehouden wordt.

[6] Maar zoals gezegd, zonder de wijsheid van de engelen zult u dat wel nooit ontdekken, ook al had u alle wijsheid van de wijzen van de hele aarde, die over dit onderwerp ook al de meest verschillende opvattingen en meningen hebben gehad.

[7] Deze kennis heeft op deze wereld echter voor geen enkel mens enig nut, want de mens wordt door veel kennis eigenlijk zelden of nooit in zijn hart iets beter, maar wel heel vaak slechter. Want degene, die veel weet wordt niet zelden trots en hoogmoedig, ziet dan neerbuigend uit zijn vermeende onbereikbare hoogte op zijn broeders neer als een gier op de mussen en andere kleine vogeltjes, alsof ze er alleen maar zouden zijn om door hem gevangen te worden en om hun zachte vlees door hem te laten verslinden.

[8] Maar zoek u voor alles in uw hart het Rijk van God en zijn gerechtigheid, en maak u zich over al het andere weinig zorgen; want dat alles, met daarbij inbegrepen de wijsheid der engelen, kan u geheel onverwacht ten deel vallen. Nu denk Ik, dat u Mij wel helemaal hebt begrepen!?'



163 Het einde van Jeruzalem
[I] Nadat de Farizeeën en hun soortgenoten deze langdurige verklaring van Mij over Genesis gekregen hadden, stonden ze allemaal als aan de grond genageld, en de leider der Farizeeën zei, nadat hij zich zichtbaar had ingespannen om goed na te denken: 'Heer! Meester aller meesters in alles! Ik en wij allemaal zien nu, hoewel niet zonder veel spijt, in dat U in alle opzichten volkomen gelijk hebt, en dat alles wat U zegt de zuivere waarheid is. Maar ik zei niet voor niets: Niet zonder veel spijt zien wij dat nu in! Want met Uw diepe wijsheid, die te heilig is voor deze slechte zelfzuchtige wereld, zult U zonder heel bijzondere wonderen voor dovemansoren prediken, en als U wonderen zult doen, dan zult U blinde toeschouwers hebben en zodoende weinig resultaat boeken.

[2] Als de mens voor zijn vorming tot een waar mens een geheel vrije wil moet hebben en geheel vrij moet kunnen handelen, dan kunt U prediken en wonderen doen wat U wilt, maar van de honderd zal er zich nauwelijks één werkelijk bekeren. Want als iemand van nature al te dom is en op geen enkele wijze ontwikkeld is in het een of andere voor mensen noodzakelijke en nuttige vak, dan kan hij Uw leer onmogelijk begrijpen. Als hij echter een beetje meer verstand heeft dan het gemiddelde en daardoor gemakkelijk kennis opdoet, hetzij van de Schrift of van de een of andere wetenschap of kunst, terwijl dat enig aards voordeel geeft en misschien ook nog veel aanzien voor zijn persoon oplevert, dan kunt U Vader Jehova met donder en bliksem voor U laten spreken, maar dan zullen zulke mensen toch dat doen wat onze voorvaderen in de woestijn onder Mozes hebben gedaan. Toen maakten zij van goud een kalf en dansten er op heidense manier omheen om het te aanbidden, terwijl Mozes op de Sinaï onder donder en bliksem met Jehova sprak en de heilige geboden van Hem kreeg! .

[3] Als ik niet wist, hoe de Farizeeën, schriftgeleerden en al de priesters en Levieten, vooral in Jeruzalem, geaard zijn, dan zou ik het nauwelijks wagen op deze wijze met U te spreken; maar ik ken dat volk maar al te goed en daarom heb ik me ook zo ver mogelijk van de tempel verwijderd en kom er ook nooit meer.

[4] Als U soms weer eens naar Jeruzalem gaat, neem dan een grote hoeveelheid almacht mee, anders wordt U als godslasteraar gestenigd! Want wie daar ook maar voor een cent verstandiger probeert te zijn dan de gewoonste veger van de tempelhoven, die wordt direct voor ketter en godslasteraar uitgemaakt, en als hij zich niet bekeert door behoorlijk te offeren, dan staat hem buiten de stadsmuren op de vervloekte plaats genadeloos de steniging te wachten! .

[5] Ik zeg U, goddelijke vriend, voor Jeruzalem is er maar één oplossing, en dat is die van Sodom en Gomorra! Verder heil is er voor deze stad en haar bewoners niet!'

[6] Ik zeg: 'Vriend! Wat je Mij nu gezegd hebt, wist Ik allang! Ja, Ik zeg je, zo zal ook het einde van Jeruzalem zijn! Maar eerst moet in die stad al datgene nog gebeuren, wat door al de profeten over haar voorspeld is, opdat de schrift vervuld en haar maat vol wordt. En het zal nu geen zeventig jaar meer duren tot er geen steen meer op de andere gelaten zal worden! En als dan iemand zal vragen waar de tempel stond, dan zal er niemand zijn die de onderzoeker kan inlichten!

[7] Binnen de muren van deze stad werden vele profeten vermoord. Ik ken ze állen, hun bloed riep in de hoogste hemelen om wraak op zulke erge misdadigers; maar de maat, die de hel aan deze stad gaf, is nog niet helemaal vol, en daarom werd ze nog gespaard. Maar binnenkort is de maat vol, en zij zal niet meer gespaard worden!

[8] Voordat we nu echter deze berg verlaten, geef ik jullie een opdracht waaraan streng de hand gehouden moet worden, en dat is dat niemand van jullie tegen iemand daar beneden iets vertelt over wat je hier op de berg gezien hebt, tot Ik jullie in de geest daarvoor toestemming geef. Wie dit gebod van Mij niet in acht neemt, wordt meteen met stomheid bestraft; want het volk hier beneden is daarvoor nog lang niet rijp, en jullie zelf ook nog maar ten dele.

[9] Spreek met je soortgenoten over het hier geleerde alsof je het niet van Mij hebt gehoord, maar alsof je het persoonlijk had bedacht! Slechts als je vrienden als het ware deel hebben aan jullie leer, dan mag je ze pas onder vier ogen vertellen van Wie je die leer hebt ontvangen, en welke tekens daaraan vooraf zijn gegaan!

[10] Maar vergeet dan niet om deze mensen in Mijn naam hetzelfde gebod met dezelfde straf aan te zeggen, dat Ik jullie allen nu hier heb gegeven!

[11] Gedurende de korte tijd dat we hier nog op deze hoogte zullen blijven, zullen jullie nog meer wonderbaarlijke dingen beleven; want Ik wens het geloof van jullie zo krachtig mogelijk te maken. Maar denk bij alles wat je nog zien en horen zult aan het zojuist gegeven gebod; want als je je daar niet aan houdt geldt voor ieder van jullie, dat je een jaar lang getroffen zult worden door de straf waar Ik voor heb gewaarschuwd!'

164 De luchtreis van Judas Iskariot
[1] Judas Iskariot zegt: 'Heer! Dat is een streng gebod! Wie zal zich daar nu helemaal aan kunnen houden?'

[2] Ik zeg: 'God heeft ook het sterven van het lichaam in een onver­mijdelijke en onveranderlijke wet vastgelegd, en ondanks al het gejammer van de mensen neemt Hij Zijn heilige woord niet terug! Je kunt daarover praten en redetwisten zoveel je maar wilt, maar aap het eind moet je toch sterven! pas in het hiernamaals zul je beseffen, dat dit sterven heel noodzakelijk voor je was.

[3] Wel, dat geldt voor ieder gebod, dat uit de mond van God komt! Als je het als een wet aanvaardt, dan zal het heel makkelijk voor je zijn om je er aan te houden; maak je echter voor jezelf een andere wet dan die Ik je geef, dan zul je het met Mijn wet moeilijk hebben. Want als twee wetten tegen elkaar indruisen, dan is het houden van beide wetten moeilijk of tenslotte helemaal onmogelijk. Begrijp je dat?

[4} Denk aan wat Ik je zeg! Wees erop bedacht en Iet op dat in de loop van de tijd niet de een of andere tegenstrijdige wet in jezelf, je dood wordt!'

[5] Judas zegt: 'Maar, wat betekent dat nu weer? Uw woorden zijn nog steeds net als het vogelschrift van de Egyptenaren, dat nauwelijks nog door een geleerde gelezen en nog minder begrepen wordt! Wat bedoelt U nu eigenlijk met een tegenstrijdige wet? Hoe kan ik nu mijzelf een wet voorschrijven, als een ander me die geeft? Ik kan mij alleen maar er wel of niet aan houden, en dat is afhankelijk van mijn vrije wil en dat is geen tegenstrijdige wet!'

[6] Ik zeg: 'Volgens Mij kun je, als je doorgaat op deze manier dom te blijven, beter weer naar Bethabara teruggaan; want zo erger je Mij en sta je Me tegen!

[7] Waar komen de wetten vandaan? Soms van een andere plaats dan waar de wil van degene vandaan komt, die de macht en de kracht heeft om wetten te geven en ze te handhaven?! En heeft iedere mens niet de volledige zeggenschap over zich zelf en kan hij niet doen wat hij wil? Als hij de opgelegde wetten wil respecteren, dan zal hij er zeker geen moeite mee hebben om zich daaraan te houden; wil hij dat echter niet, dan is zijn wil een tegenstrijdige wet en dan moet hij zich uiteindelijk de sanctie van de opgelegde wet laten welgevallen.’

[8] Judas trekt weliswaar een zuur gezicht als Ik dit zeg, maar antwoordt toch: ' Ja, nu begrijp ik het en kan ik er mee instemmen. Maar als U zo vaak iets in bedekte termen zegt, dan wordt ik daar angstig en bang van, en dan moet ik maar blijven vragen tot ik het begrijp, vooral als het om een wet gaat, waar menigeen van ons zich beslist wat moeilijk aan zou kunnen houden, en dat geldt ook voor mij, en ik schaam me er niet voor om dat toe te geven. Wat me echter zo opvalt, Heer, is dat als een ander iets aan U vraagt, U hem heel vriendelijk een duidelijk antwoord geeft; maar vraag ik U iets, dan wordt U altijd onvriendelijk, en ik durf haast niets meer, al is het nog zo belangrijk, aan U te vragen.

[9] Neem nou eens die buitengewoon vreemde luchtreis van mij eergisteren. Dat ging zo ongelofelijk snel, dat ik van het aardoppervlak niets anders zag dan een brede razend snel voorbijschietende strook, - en daar begrijp ik nog steeds niets van; ik zou toch zo graag van U horen, hoe dat in z'n werk ging! Want zover ik weet was ik het verste weg, ver achter de overkant van de zee, en te voet zou ik er wel vier of vijf dagen over gedaan hebben.

[10] In een Grieks dorp was ik net klaar met mijn toespraak, maar men wilde niet zo bijzonder graag naar me luisteren, hoewel ik verscheidene van hun zieken heb genezen; dat ergerde mij en ik verliet toen dat domme nest. Toen ik echter moederziel alleen het dorp zo'n duizend pas achter mij gelaten had -want broeder Thomas wilde niet met mij mee naar Griekenland -, stak er een wervelwind op, en voor ik het wist hing ik al hoog in de lucht. Toen joeg een ongelofelijk sterke windvlaag mij in deze richting met die snelheid, die ik al beschreef -zodat ik tijdens de vlucht ook maar niet het geringste kon zien van wat zich op de aardbodem bevond, zelfs de zee zag er uit als een bliksemflits. Als er zich onderweg een rots of iets dergelijks in mijn vliegroute bevonden had, dan zou ik zeker in vele honderdduizenden druppels uiteengespat zijn, zonder dat ik vooraf daarover na had kunnen denken! Het was echter nog verbazingwekkender, o Heer, toen ik na die enerverende luchtreis hier heel zachtjes voor U neergezet werd!

[11] Nu zou ik graag in een paar woorden van U horen, hoe dat allemaal mogelijk was.'

[12] 'Vriend', zeg Ik, 'je weet toch wie Ik ben, waarom vraag je dan, hoe Mij dat mogelijk is, of waardoor dat met jou gebeurde? Zijn bij God dan niet alle dingen mogelijk? Kijk naar de wolken! Wie draagt ze? Je hebt eerder al gehoord, hoe Ik aan allen een verklaring gaf over de aard van de aarde, de maan, de zon en vele andere sterren, die voor het merendeel voor jouw begrip eindeloos grote zonnen zijn.

[13] Wel, de grote en tevens ook loodzware hemellichamen zweven vrij in de eindeloos ver naar alle kanten en in alle richtingen uitgestrekte ether en bewegen zich naar jouw begrippen bijna ongelofelijk snel!

[14] Een vraag is dan: Wie draagt al die tallozen in die vaste orde door de vrije eindeloze ruimte? Een weinig nadenken is al genoeg om te beseffen dat je vraag erg onnozel is! En tevens is hiermee jouw vraag meer dan duidelijk genoeg beantwoord!'

[15] Thomas komt er ook bij staan en zegt: 'Kwam je nu maar eens een keer met een echte vraag bij de Heer! Wij allen, die uitgezonden waren, hebben toch dezelfde luchtreis hierheen gemaakt? Wij weten echter, dat Hij het zo heeft gewild, en daarmee is voor ons de hele luchtreis hierheen meer dan voldoende verklaard, ook al was die erg ongewoon! Als jij beter en waarachtiger geloofde Wat en Wie onze Heer en Meester is, dan zou zo'n vraag nog niet eens in de slechtste en domste droom bij je opkomen!'

[16] Judas zegt: 'Heb je me weer te pakken? Nou, als je daar plezier in hebt, dan mag dat van mij! Deze keer ergert het me tenminste niet, omdat ik zelf wel inzie dat ik de Heer heb lastig gevallen met een zeer domme vraag, -en dat zal ik in het vervolg zeker nooit meer doen.'

[17] Waarop Thomas zegt: 'Dan zullen we ook heel goede vrienden en broeders zijn, en dan zal ik ook niet meer op je vitten!'

[18] Ik zeg: 'Wees nu maar eens rustig; want Kisjonah heeft de maaltijd klaar en we zullen nu ons lichaam eens versterken! Na de maaltijd zien we dan wel wat er nog allemaal te doen is. Het zij zo, en daarbij blijve het!'


1   ...   25   26   27   28   29   30   31   32   ...   43

  • 160 De vierde scheppingsdag
  • 162 Vervolg van de vierde scheppingsdag

  • Dovnload 2.49 Mb.