Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.49 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina31/43
Datum05.12.2018
Grootte2.49 Mb.

Dovnload 2.49 Mb.
1   ...   27   28   29   30   31   32   33   34   ...   43
170 De genezing van de blinde Tobias

[I] Maar de oude had gehoord wat de drie engelen tegen de vrouwen zeiden; daarom ging hij naar hen toe en zei: 'Ik heb zojuist gehoord, dat u de naam van mijn stamvader hebt genoemd en u liet toen merken dat mijn naam u niet onbekend is; door Gods genade gaf u het dode oog van de oude Tobias weer licht en leven.

[2] Kijk, beste en eeuwige vrienden van God, binnenkort wordt ik volledig blind; met het ene oog zie ik al niets meer, en het andere begint ook al veel zwakker te worden. Wat zou u er van denken om mij het volle licht van mijn ogen weer te geven? Dat zou voor u toch met weinig moeite mogelijk zijn! Help mij alstublieft!'

[3] De engelen antwoorden: 'Zie je Hem dan niet, die daar voor je met Kisjonah naar het hoogopvlammende vuur kijkt en luistert naar de zangen en psalmen van de herders? Niet wij, maar Hij heeft de oude Tobias het licht van zijn ogen weergegeven! Ga naar Hem; Hij is de Heer en kan doen wat Hij wil; Hij alleen kan je het licht van je ogen weergeven! Uit ons zelf zijn wij tot net zo weinig in staat als wat jij uit jezelf kunt. Wij zijn slechts Zijn dienaren en wachten op Zijn bevelen.'

[4] Na deze woorden van de drie engelen gaat de oude naar Mij toe en vraagt Mij om het licht van zijn ogen. - Dan zeg Ik: 'Je was toch altijd zo'n onverzettelijke Farizeeër en een verheerlijker van de tempel in Jeruzalem en je hield Mij toch voor een Esseen, een magiër en nog meer van dat fraais; hoe kom je dan nu aan dat geloof!'

[5] De oude zegt: 'Heer! Ook ik was in Kapérnaum, waar U de dochter van overste Jaïrus van de dood in het leven hebt teruggebracht; toen geloofde ik al. Maar ik moest nog meer zien en horen opdat mijn geloof sterker zou worden; en ik heb gezien en gehoord en nu geloof ik, dat U, o Heer, alles kunt wat U wilt. Als U, o Heer, mij dus genezen wilt, dan kunt U dat ook helemaal!'

[6] Daarop zei Ik tegen de oude: 'Het is weliswaar iets ongerijmds, om iemand 's nachts ziende te maken; maar als je geloof zo sterk is als je beweert, dan kun je best ook 's nachts ziende worden! Ik zeg je echter, dat het nu geestelijk voor alle mensen nacht is en dat ze allemaal geheel blind zijn, en de mensen zullen nooit overdag, maar 's nachts ziende worden en voor velen zal uit hun avond en morgen blijvend een eerste dag ontstaan. En dus wordt je ziende in de nacht!'

[7] Daarop werd de oude ziende en hij bewonderde nu de aparte vuren, die hij eerder allemaal in elkaar had zien overlopen als één vuur .

[8] Toen hij merkte hoe goed hij kon zien, viel hij voor Mij op de knieën, wist geen woorden genoeg te vinden om Mij te loven en te prijzen en was uitermate gelukkig.

[9] Maar Ik zei tegen hem: 'Jij hebt ook Mijn gebod gehoord; zwijg jij dus ook over alles, wat je hier gezien en gehoord hebt, anders zal je overkomen, waarvoor Ik iedereen gewaarschuwd heb!' Toen stond de oude op en bezwoer dat hij zou zwijgen als het graf.

[10] Zo werd dus alles op deze hoogte goed en voltooid. En toen de vuren uitdoofden, kwamen de dochters van Kisjonah en nodigden Mij en alle aanwezigen uit voor het avondmaal. En wij gingen allen, gebruikten een goede maaltijd en begaven ons toen ter ruste.

171 De verzinsels van Rhiba
[1] De ongeveer dertig Farizeeën, die de een wat meer, de ander wat minder, betere manieren hadden gekregen en nu ook gelovig waren geworden, gingen in een eigen hut en overlegden daar gedurende bijna de gehele nacht wat ze van nu af aan zouden doen.

[2] Een van hen, zogezegd een voornaam man, heette Rhiba. Toen het lang duurde zonder dat er een besluit werd genomen, nam hij het woord en zei: 'Broeders, jullie praten nu zeker al een uur of twee en je bent nog geen stap verder gekomen om een besluit te nemen. Jullie kennen mij wel en je weet allang, dat ik in zulke kritieke omstandigheden meestal de spijker op de kop sla, en nu denk ik, nadat ik alles wat werd gesproken en gedaan heel kritisch heb aangehoord en bezien, dat ik hier de spijker ook wel kan raken. Luister daarom naar mij !

[3] Het is beslist waar en niet te ontkennen dat deze mens, die de zoon van een timmerman uit Nazareth is, dingen doet en handelingen verricht, die behalve God vrijwel niemand mogelijkerwijs kan doen; of wel, wie maar enigermate zwak en niet zo scherpzinnig is, wordt zonder meer overdonderd en denkt dat deze Nazareeër minstens een soort Griekse halfgod is. Het had niet veel gescheeld of zelfs ik had dat geloofd; want die verschijningen op de top van deze berg waren in alle ernst zo buitengewoon, dat ze in Mozes en Elia 's tijd niet buitengewoner konden Zijn.

[4] Maar ik met mijn onopvallende scherpzinnigheid zag toch dingen gebeuren waardoor mij de schellen van de ogen vielen, en waardoor ik nu heel goed en precies weet waar ik aan toe ben. Hebben jullie die mannen niet gezien, die als engelen op de bergtop naar ons toekwamen?' - Iedereen knikt instemmend. -Weten jullie ook, wie het zijn en waar ze vandaan zijn gekomen?' -Men schudt ontkennend het hoofd. -'Ik zal dat jullie eens uit de doeken doen! Kijk en luister:

[5] Het zal jullie wel bekend zijn dat de timmerman uit Nazareth, Jozef genaamd, waarvan altijd al gezegd werd dat hij ingewijd was in de kennis van de Egyptische en Perzische magie, tevens in direkte lijn afstamt van David en zich zo nu en dan de bijnaam 'Davids zoon' gaf. De vader van Jozef, die Eli heette en ook een timmerman met een overigens geheel onbesproken gedrag was, had echter in het geheim toch als hoofddoel gekozen om zijn stam weer op de troon van Juda en het gehele beloofde land te brengen. Hij liet zijn zoon Jozef, onder het voorwendsel dat deze zich in de bouwkunst zou bekwamen, in goed gezelschap naar Perzië en misschien zelfs naar Indië reizen. Maar dat was niet voor de bouwkunst, maar voor de buitengewone magie, opdat Jozef dan met die wetenschap en die kunst alle mensen kon verblinden en zich als een door God gezonden wezen kon laten verheffen op de troon van Joden en Romeinen tesamen. Want met de sterk tot verafgoding ge neigde Romeinen zou makkelijker gemanipuleerd kunnen worden dan met de Joden. Alleen moest Jozef, ondanks zijn geheime kunst, naar buiten toe een strenge Jood zijn en voor de wet geen smetje hebben, opdat zelfs de hogepriester geen aanmerking op hem kon maken! Na een aantal jaren kwam Jozef van zijn reis terug en bezat toen de kunst wel, maar had geen middelen en gelegenheid om deze toe te passen. Ook had hij geen durf genoeg, zoals mij oude mensen verteld hebben, maar het voornaamste wat hem ontbrak was het sprekerstalent; want spreken kon hij niet en daarom was hij erg kort van stof. Eli zag, dat zijn opzet niet slaagde, en liet toen zijn zoon Jozef, die helemaal geen geschiktheid voor de troon toonde, alleen maar zijn bekende handwerk uitoefenen. Toen Eli stierf, zegende hij zijn zoon wel, maar zei heel wijs dat Jozef ten opzichte van zijn kinderen voor dat bepaalde doel niets meer moest doen, want er zat geen toekomst meer in. En daarom heeft Jozef ook helemaal niets meer voor de kinderen van zijn eerste vrouw gedaan.

[6] Maar na het overlijden van zijn eerste vrouw kwam door een gelukstreffer, hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door zijn in Perzië geleerde magie, de mooie jonge Maria, die ook van Davids stam was, uit de tempel onder zijn bescherming, en toen kwam het koningsidee in Jozef weer tot leven. Hij maakte Maria zwanger, die toen nauwelijks veertien jaar oud was, en huwde haar pas later, waardoor hij weliswaar in Jeruzalem grote moeilijkheden kreeg, maar waaruit hij zich redde met geld en magie, en door op aanraden van een goede vriend in Jeruzalem tevens met Maria te trouwen.

[7] Weliswaar moeten de nog in leven zijnde en zeer welgestelde ouders van Maria in Jeruzalem, een zekere Joachim en Anna, met dat huwelijk niet erg ingenomen zijn geweest; maar Jozef had een machtige vriend in de tempel, de oude Simeon en vooral Zacharias, en zo ging de geschiedenis toch zonder verdere moeilijkheden door, en Maria werd de rechtmatige vrouw van Jozef, en daarmee moesten de ouders ook instemmen.

[8] Jozef, die buitengewoon aangemoedigd werd door Maria waarvan hij veel hield, deed er nu alles aan om voor het nog niet geboren kind, als het een jongen zou zijn, -wat de in dergelijke dingen opgeleide Jozef met vrij grote zekerheid vooruit kon weten, -al het mogelijke voor het bepaalde doel aan te wenden, waarbij nu ook de niet onaanzienlijke middelen van de schoonouders wel goede diensten verleend zullen hebben.

[9] Enige weken voor de bevalling zond hij in het geheim boden naar Perzië en liet drie wijzen uitnodigen, die hij in zijn jeugd had leren kennen. Deze kwamen naar Nazareth; en omdat in diezelfde tijd Keizer Augustus voor heel Judéa de volkstelling in Bethlehem had uitgevaardigd, waren Jozef en Maria met de kinderen naar Bethlehem opgetrokken om zich daar te laten inschrijven.

[10] De in Nazareth gearriveerde drie wijzen met hun grote en schitterende schaar bedienden wisten toen niet waar ze naar toe moesten, gingen op naar Jeruzalem en deden daar ongelukkigerwijs bij de oude Herodes navraag naar de pasgeboren koning van Israël en goten daarmee. olie op het vuur! Herodes kon hen natuurlijk niets anders zeggen dan in de eerste plaats, dat hem dat totaalonbekend was, en in de tweed~ plaats dat als er iets van waar was, deze familie zich dan net als vele duizenden anderen in verband met de door de keizer verordende volkstelling, zeker in Bethlehem zou bevinden. Daarop haastten de drie wijzen zich meteen naar Bethlehem en vonden daar wat ze zochten.

[11] Je kunt je wel voorstellen dat het daar niet ontbroken heeft aan magische verschijnselen, waar zelfs de Romeinen van onder de indruk waren anders had Herodes niet de kinderen laten vermoorden. Deze magiërs hebben het kind voor een goede opleiding ook grote schatte~, zo niet geschonken dan toch wel geleend, rekening houdend met.het feit dat het kind koning zou worden en dan het geleende naar Perzië terug zou zenden.

[12] Juist daarom hebben die drie magiërs het pasgeboren kind niet meer uit het oog verloren, tot op dit uur zorgden zij voor zijn complete magische opleiding en nu kwamen ze ook weer als drie engelen uit de hemel en ze helpen Jezus bij het volvoeren van zijn wonderen, en het volk, dat blind is en niets van al die geheime dingen weet, te verblinden met allerlei wijze preken en wonderbare daden.

[13] Maar ons, die in al dergelijke geheimen zijn ingewijd, kunnen ze de ogen niet verblinden, en daarom is het onze heilige plicht om deze mens op alle wegen en paden in de gaten te houden en daar, waar hij te ver gaat, snel in te tomen.

[14] Het ergste zou zijn, als hij de Romeinen aan zijn kant kreeg; dan zou al onze moeite helemaal voor niets zijn! Dat moeten we daarom dan ook zo zorgvuldig mogelijk zien te verhinderen, anders groeit hij ons nog hemelhoog boven ons hoofd! Als hij eenmaal boven is, dan zullen wij hem niet meer naar beneden kunnen trekken! -Wat denken jullie daarvan?'

[15] De anderen zeggen: ' Je hebt misschien wel helemaal gelijk; maar als het later anders blijkt te zijn, wat best mogelijk is, wat moeten we dan?'

[16] Rhiba antwoordt: 'Die vraag kun je hier helemaal niet stellen! Is hij meer, of kan hij meer zijn dan een mens? Wie onder ons is dan zoals de heidenen, die niet weten wat of wie God is en daarom zowel bijzondere mensen als ook zelfs sommige eigenaardige dieren voor Goden aanzien, vereren en aanbidden?

[17] Is deze Nazareeër dan meer dan een buitengewoon voortreffelijk mens, een genie, onovertrefbaar in zijn doen en laten?

[18] Als hij zou blijven wat hij is, en zijn kunst voor het welzijn der mensen zou uitoefenen en ze ook over menig onderwerp, waarin de mensen blind zijn en waar ze weinig of helemaal geen inzicht in hebben, zou onderrichten, dan zou hij onvervangbaar zijn, en het land waar hij woonde zou te benijden zijn. Maar nu streeft hij naar de troon, de kroon en de scepter van David, en dat maakt hem verachtelijk in de ogen van alle echte en zuivere Joden die nog bezield zijn met de oude geest, waardoor ze alle verschijnselen in het mensenleven in de juiste verhoudingen kunnen zien en niet zo gemakkelijk als halfheidense tollenaren en zondaren bedrogen kunnen worden!

[19] Wat heeft het voor de mensheid dan ook voor nut om door zulke schitterende leringen in verschillende sekten gescheiden te worden, die elkaar dan alleen maar vanwege het verschillende geloof haten -meer dan de verscheurende dieren in de wouden?! Die van het oude geloof haten die van het nieuwe geloof, en omgekeerd, en zo schenkt zo'n geloof altijd juist het tegendeel van wat het predikt; in plaats van vriendschap, liefde en vrede veroorzaakt het vaak de onverzoenlijkste vijandschap, haat en de ergste oorlog! En alle geloofsvernieuwingen op aarde hebben steeds deze zelfde vruchten opgeleverd! Als nu, zoals langdurige ervaring leert, de vruchten van zulke ondernemingen steeds dezelfde zijn, dan hebben wij als verlichte mensen en leiders van de volken de onvermijdelijke plicht om zulke vernieuwers vroegtijdig de weg te versperren waarop voor duizenden ondergang en verderf dreigt. Is het dan niet beter, dat één zo'n heerszuchtige magiër uit de wereld wordt geholpen, dan dat in korte tijd vele duizenden, door zo'n zonderling verleid, door het scherp van het zwaard te gronde moeten gaan?!'


172 De vervloeking van de Farizeeër

[1] Een ander zegt nu: 'Als we deze zaak alleen beschouwen uit het standpunt van deze wereld, dan heb je geen ongelijk; maar als er na de dood nog een leven is voor de ziel van de mens, waaraan ik nog nooit heb getwijfeld, dan hebben al deze wereldse overwegingen en betrekkelijkheden helemaal geen waarde, en dan is deze Jezus een zon voor de nacht van de menselijke geest en toont hij ons de goede weg, waarop wij al tijdens ons lichamelijke bestaan in het grote hiernamaals kunnen zien en uit het vaderhuis het heerlijke voedsel voor het eeuwige leven kunnen halen!

[2] En dat leert hij en hij wil de blinde mensen tonen, hoe de lucht zonder meer brood en wijn, dus echt voedsel, uit de hemelen kan bieden en kan geven, zoals wij dat een paar dagen geleden op de top allen hebben gezien en waarvan wij hebben gegeten en gedronken!

[3] Dat de oude nacht steeds de strijd met de nieuwe dag aanbindt en aanbinden moet, dat leert ons niet alleen de geschiedenis der mensheid, maar ook de aard van de dingen, zoals ze dagelijks voor onze ogen gebeuren en plaats vinden; maar dat is nu juist Gods ordening, goedvinden en wil, waartegen nog nooit een wereldmacht iets heeft kunnen uitrichten.

[4] Wat wil je dan doen, als deze totaal van God vervulde Jezus je met zijn gedachten greep en volledig vernietigde? Hoe zou je je tegen hem teweer stellen?

[5] Nu moet je eens goed luisteren! Een mens, aan wiens wenken wind en zee en alle slechte en goede geesten gehoorzamen, - een mens, die de doden weer tot leven wekt en iedere ziekte, al' is deze in een nog zo vergevorderd stadium, zonder medicijnen, maar slechts door zijn wil geneest, zou wel eens iets meer kunnen zijn dan alleen maar een buitengewoon begaafd magiër! Wij hebben toch vaak magiërs gezien, en waargenomen hoe ze met louter tovertekens, toverspreuken, amuletten en toverstaven omgeven zijn en hoe ze altijd iedere kleinigheid die ze tot stand brengen, bovenmatig opblazen.

[6] Deze Jezus heeft echter noch een amulet, noch iets anders wat bij het toveren hoort, ook geen wonderzalven, geen speciale kruiden en wortels en is zeker geen geheimzinnige, mystieke pocher, maar een hele open, zeer goedmoedige en buitengewoon tegemoetkomende hoffelijke mensen­vriend en een mens in de ware zin van het woord.

[7] Hij is geen moedeloze, maar hij is steeds opgeruimd, en zijn woorden zijn als honing en melk; en toch gebeurt bij al zijn eenvoud alles op de wonderbaarlijkste manier, wat hij ook maar wil! Ik ben er geheel van overtuigd dat hij in staat is om enkel door zijn wil heel makkelijk een nieuwe aarde te scheppen! Ik ken hem al sinds vlak na zijn geboorte en kan je vertellen, dat hij al als jongetje van een paar jaar hetzelfde deed wat hij nu als man voor ons doet!

[8] Maar als er een mens is die in ons bijzijn daden verricht, die alleen maar aan God mogelijk zijn, wat zal mij dan nog verhinderen om zo'n mens voor God aan te zien?

[9] Ik ben een geboren Galileeër en nu al meer dan zeventig jaar oud, Ik ben al meer dan veertig jaar priester en kan al dertig jaar lang slecht zien, één oog was al helemaal blind en met het andere zag ik alles in elkaar overlopend en onzuiver. Bij ontelbare doktoren, die uit alle wereldstreken naar Kapérnaum kwamen en zich in hun kunst verbeeldden bijna bovenaardse wezens te zijn, slangen en wilde dieren temden, vogels de kop afsneden en er weer in een oogwenk opzetten, kortom echte mirakelen verrichtten, heb ik voor veel geld voor mijn ogen middeltjes gekocht en ze precies volgens voorschrift toegepast; maar het hielp niets!

[10] Een paar uur geleden, vlak na het avondmaal, hielp hij mij door één woord, zonder wat voor middel dan ook, zodanig dat ik nu met beide ogen zo goed en zuiver zie als waarschijnlijk niemand van jullie!

[11] Zoek het maar eens in de geschiedenis op of er ooit een mens met zo'n wonderkracht en macht toegerust op aarde is geweest! Mozes heeft wel veel gedaan door de macht van God, die hij kreeg door de kracht van zijn geloof, net als Abraham deze kreeg door de grote belofte! Maar hoe klein zijn de wonderen van Mozes vergeleken bij die, die deze Jezus ons nu Iaat zien!

[12] En jullie zitten gewoonweg te beraadslagen hoe je hem uit de weg zou kunnen ruimen! Foei! Dat is schandelijk van jullie, en je verdient het om met de krachtigste tuchtroede van God voor eeuwig zo zwaar mogelijk bestraft te worden!

[13] Waarlijk, in deze Jezus schijnt datgene ten volle vervuld te worden, wat de grote profeet Jesaja over de verhevenste knecht van God voorspeld heeft, toen hij zei:

[14] 'Zie dit is Mijn knecht, die Ik heb uitgekozen en die Ik het meest liefheb, waaraan Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijn geest op Hem leggen, en Hij zal aan de heidenen het oordeel verkondigen! Hij zal niet schreeuwen of twisten, en zijn geroep zal niet op de straten te horen zijn. Het gekneusde riet zal Hij niet breken en de smeulende pit niet doven, totdat Hij voor de overwinning het oordeel uitvoert en de heidenen hun hoop zullen stellen op Zijn naam!' (Jes. 42,1-4)

[15] Als Hij kroon en scepter zou willen, mijn hemel, Hij heeft er meer dan voldoende macht voor! Want net zoals Hij Zijn apostelen in een oogwenk uit alle windstreken door Zijn onzichtbare dienaren door de lucht kan laten vergaren, wat we met eigen ogen hebben gezien, net zo zou Hij alle heersers van deze aarde kunnen verzamelen en hen heel eenvoudig ter verklaring kunnen zeggen: 'Ik ben de Heer, en jullie allen zijn voor eeuwig afgezet! Als jullie Mijn knechten wilt zijn dan mag je bij Mij blijven; maar wil je dat niet, verdwijn dan en verga!'

[16] Maar Hij, die in de ware zin van het woord almachtig is, heeft ons allemaal zelfs bedreigd, als we beneden ook maar een woord zouden vertellen van wat hier is gebeurd! Hij zoekt dus geen wereldse roem en werelds aanzien, maar alleen maar de geestelijke groei en vervolmaking van de mensen. Zó wil Hij alleen maar een geestelijke staat bij de mensen vestigen en hen, die niet meer weten waar ze vandaan gekomen zijn weer in het verloren paradijs terugbrengen! En daarom zouden we hem' indien mogelijk, uit deze slechte wereld moeten verwijderen? Nooit of te nimmer! Vervloekt is degene, die zulke gedachten in zijn hart koestert!

[17] Nooit heeft de aarde een grotere mensenvriend geherbergd, nooit een die onzelfzuchtiger was dan Hij is, - en jullie willen de hand aan hem slaan? Vraag.jezelf maar eens af wiens geesteskinderen jullie zijn, en de satan, die in je hart woont, zal het Jullie zeggen en zal jullie antwoorden: 'Ik ben jullie vader!'

[18] Hoe moet jullie Messias er dan uitzien? Soms net als jullie? Of moet Hij optreden als een duizendvoudige Simson en met het wapen van Simson zomaar met één slag de mensen bij millioenen doodslaan en dan niet Zichzelf, maar jullie op de heersersstoel zetten, en Zich dan door jullie heel onderdanig laten gebruiken als lastezel, kameel, waakhond, als vechtende leeuw in de woestijn tegen je vijanden, als adelaar, die met zijn scherpe ogen vanuit de hoogte meedeelt, waarvandaan de vijand op je afkomt, zodat je geheelongestoord het geroofde van de hele aarde kunt verbruiken en met de teerste en schoonste meisjes der aarde kunt geilen?! Dat zou pas een Messias voor jullie zijn!

[19] Jullie willen heren zijn, en de Messias moet jullie knecht zijn! Op die manier wil je wel een Messias hebben! Maar dat je 'Heer' tegen de Messias moet zeggen, dat zint je niet, en daarom zou je Hem nu uit de weg willen ruimen!

[20] Denk er eens over na en raadpleeg je hart of het er met jullie niet letterlijk zo uitziet, en jullie harten zullen hard ' Ja' roepen!

[21] Mocht ik dit echter ten onrechte verondersteld hebben, zeg me dan eens, hoe jullie Messias er moet uitzien en welke eigenschappen hij moet hebben!

[22] Het is een schande voor ons, terwijl wij ons nog wel kinderen van de Allerhoogste noemen; en de heidenen, tollenaars en zondaars zijn ons in alles voor! De Grieken, Romeinen, Egyptenaren, Perzen, Assyriërs en bijna alle ons als heidens bekend staande volkeren hebben uit dankbaarheid voor hun afgoden de grote wijze mannen verafgood, omdat ze dachten, dat zulke mannen hen door hun goden uit genade gegeven werden, en ze bewezen hen goddelijke verering, bouwden tempels voor hen en verklaarden de plaats waar zo'n wijze gewoond had tot heilige plaats. In slechts heel weinig gevallen is het voorgekomen dat de goddeloze heidenen onmenselijk tegen hen opgetreden zijn.

[23] Maar wij Joden, die de naam 'Volk van God' dragen, hebben een groot aantal van onze door God gezonden profeten gestenigd en ze vervloekt en toch durven wij ons nog steeds 'Kinderen Gods' te noemen!

[24] Elia, een van de grootste en machtigste profeten, moest bijna naar het einde der wereld vluchten, om zichzelf in veiligheid te brengen voor de woede van de 'Kinderen Gods' en de woede van hun buren. Dat zijn prachtige 'Kinderen Gods'!

[25] Wij zijn het die de boden van God gestenigd hebben en wij zouden nu ook deze goede Jezus uit de wereld willen helpen, als dat zou kunnen! Maar de hemel zal daar wel op toezien! Mocht zoiets echter mogelijk worden -want God laat de mensen zelfs de slechtste daad begaan opdat zijn maat voor de hel vol zal worden -, dan voorspel ik jullie de eeuwige vloek over al de Joden, dat ze op aarde nooit meer een thuis zullen hebben, en dat hun naam, waar zich zelfs de heidenen voor gebogen hebben, walging zal opwekken bij de mensen!

[26] Zo waar God leeft, zo waar zal dit ook gebeuren! En zo'n misdaad zal in de hel eindeloos worden vergolden! Denk er goed aan, dat ik dit als Farizeeër tegen jullie heb gezegd!'


173 Vastgeroest in hun wereldse voorschriften

[I] Slechts enkelen aanvaardden wat deze oude man, Tobias, nu tegen hen gezegd had; maar het merendeel was daarover zo boos geworden, dat het zijn kleren wilde verscheuren en daarna Tobias en allen, die hem gelijk gaven, wilde stenigen.

[2] Maar de oude Tobias zei: 'O doe maar met ons wat je van plan bent, nu wij een doorn in je oog zijn geworden! De drie engelen, die hier nog zijn, zullen jullie voor je prijzenswaardige moeite ook een prijzenswaardig loon in de hel toebedelen, en de duivels zullen de naad van je mantels wel verder openscheuren!'

[3] Toen Tobias zo energiek tegen zijn woedende collega's had gesproken had en deze stenen begonnen te zoeken, kwamen de drie engelen de hut binnen, en hun gezichten lichtten als de zon.

[4] Bij het zien daarvan werden de weerspannigen erg bang, en ze vielen op hun aangezicht en smeekten huilend van angst de drie om vergeving.

[5] Maar deze zeiden: ' Als jullie de vijanden zijn van degenen, die door Gods geest bewogen worden, -wie zijn dan jullie vrienden? Wij zeggen jullie openlijk: Dat zijn de duivels! Bekeer je daarom, anders krijg je te maken met de macht van de Allerhoogste!'

[6] De van doodsangst bevenden huilen: 'Wat moeten we doen?' Daarop zeggen de drie: ' Deemoedig zijn en de ware, enige Zoon van God geloven, Wiens ziel één is met de Vader! Want de Vader is in Hem en niet buiten Hem!' -Na die woorden verdwijnen de drie engelen, en de Farizeeën richten zich weer op en zien geheel af van hun bijzonder slechte voornemen.

[7] Tobias vraagt hen nu: 'Nu, hoe staat het er mee, wat willen jullie doen? Waar zijn de vervloekte stenen? Waarom vergrepen jullie je nu niet aan die drie, die je voorheen nog aanzag voor de vermomde drie magiërs uit Perzië?'

[8] De vreselijk ontstelden antwoorden: ' Je weet toch, dat we de geboden van Mozes moeten houden, waarop we bij de hemel en bij de tempel hebben gezworen! Als nu deze Jezus overal het tegenovergestelde leert en doet, dan kunnen we toch niet zo maar onze eed omruilen voor deze bijna geheel anti-mozaïsche leer? Maar we zullen nadenken en zien, wat er aan te doen is! Nu zeggen we niet ja en ook niet nee; want er staat geschreven, dat er uit Galiléa nooit een profeet zal opstaan! En daarom is deze geschiedenis, hoe wonderbaarlijk ze ook op haar unieke manier is, toch altijd gekoppeld aan veel dingen die tot nadenken stemmen!'

[9] Tobias zegt: 'Het is wel zo, dat uit Galiléa geen profeet zal voortkomen; maar ik vraag of er ook geschreven staat, dat de Messias niet uit Galiléa zal voortkomen! Daarvan staat volgens mij nergens iets! En met betrekking tot de komende Messias is er ook nergens een plaats speciaal genoemd, waar Hij zal opstaan! Als volgens de Schrift Galilea in ieder geval geen profeten zal leveren, dan kan het toch heel goed de Messias leveren! Want tussen een profeet en de Messias zal toch wel een oneindig verschil bestaan?!' De ontstelden antwoorden: 'Je hebt gelijk; daarom zullen we er diep over nadenken. ,

[10] Dan zegt een andere Farizeeër op de achtergrond, die gedurende de gehele lange verhandeling heel rustig had geluisterd, zonder intussen de een of andere mening naar voren gebracht te hebben: 'Vrienden en broeders! Om deze wonderbare geschiedenis te begrijpen, moet je nuchter en uitgeslapen zijn; wij zijn echter allemaal meer of minder dronken van de avondmaaltijd en daarbij hebben we veel slaap! Hoe kunnen en willen we dan zo over zo'n wonderbare en tevens belangrijke en ernstige zaak een deugdelijk oordeel uitspreken?

[11] Ik vind daarom dat we beter wat kunnen gaan slapen en morgen de verdere en zeker meer verstandige verhandeling voort kunnen zetten! Want het lijkt me toe, dat het toch ook al begint te schemeren, en de morgen zal dus wel niet lang meer op zich laten wachten; verder moeten we de sabbat toch minstens in de passende rust tegemoet treden en niet in een woordenstrijd over onze meningen en opvattingen!

[12] Ik geloof dat de grote groep van de aanhangers van Jezus zich al begint te roeren! We willen of moeten ze observeren, -maar hoe, als we er te slaperig voor zijn en zij misschien eerder weggaan, dan dat wij wakker zullen worden, als we nu genoodzaakt zijn wat te slapen?!'

[13] Een ander valt hem in de rede en zegt: 'Dat is gemakkelijk te verhelpen, we plaatsen een wacht!' Dan zegt de ander: 'Wie? Jij soms of iemand anders die net als jij omvalt van de slaap en als wacht net zo goed in slaap zal vallen als wij beiden?!'

[14] Een derde zegt: 'Van dat slapen zal zeker niets meer komen; want de anderen beginnen zich al klaar te maken voor het vertrek; daarom zal er voor ons wel niets anders overblijven dan hun voorbeeld te volgen. Want de weg naar de vlakte is lang en voor het opgaan van de zon zullen we nog lang niet in het dorp zijn!'

[15] Een vierde zegt: 'Wel, nu is Meester Jezus ook voor de hut en maakt aanstalten om te vertrekken; er blijft ons dus wel niets anders over dan ook zo vlug mogelijk op te breken?'

[16] Dan zegt de eerste: 'Daar heb je het nou! Ik heb het wel gedacht. Dat zal me een mooie reis worden -zonder slaap en ook nog helemaal dronken van het avondmaal van gisteren!'

[17] Een aantal zegt nu: 'Wel, het kan nu eenmaal niet anders! Degenen, die gerust hebben zullen zeker niet op ons wachten! Opstaan dus maar! Slapen doen we dan wel beneden in het dorp.' Nu staan allen op en gaan snel naar buiten.

[18] Als de Farizeeën allemaal al klaar staan voor vertrek, maar Ik nog niet direkt aanstalten maak voor de afdaling in het dal, wordt het grootste deelontstemd en vraagt aan Mij of Ik dan nog niet ga vertrekken.

[19] Maar Ik zeg hen: 'Ik ben Heer en doe wat Ik wil, en niemand hoeft Mij te vragen: 'Waarom moet dat zo?' Als dat wat Ik voor Mij en de Mijnen wil echter voor iemand niet prettig is, Iaat die dan doen wat hij wil; want Ik houd niemand vast! Als iemand wil gaan, -nu, dan gaat hij! Wil iemand echter wachten, -nu, dan wacht hij maar geduldig! Voor zonsopgang zal Ik niet verder gaan en eerst gebruik Ik nog een morgenmaal; want de weg is ver en vermoeiend.'

[20] De Farizeeën zeggen: 'Kunnen we dan nog een poosje gaan rusten?' Ik antwoord: 'Beslist wel! Want de aarde heeft het licht van jullie ogen niet nodig bij zonsopgang, maar wel het licht van Mijn ogen, opdat het licht worde in de diepte!'

[21] De Farizeeën zeggen dan onder elkaar: 'Laat dat degene begrijpen, die dat kan en wil; maar wij begrijpen het niet!'

[22] De oude Tobias zegt: 'Ik begrijp het wel en blijf daarom ook hier buiten; misschien wordt het in mijn diepte dan ook licht.'

[23] Waarop de anderen zeggen: 'Oude rare man, doe maar wat je wilt; maar wij gaan weer in de hut en slapen nog een poosje.' Na die woorden gaan ze allemaal vlug de hut in en gaan daar liggen om te slapen.

[24] Tobias gaat heel eerbiedig naar Mij toe en wil Mij alles vertellen, wat gedurende de nacht in zijn hut gebeurd was. Ik troost hem echter en zeg: 'Ik weet overal van! Als Ik het niet had geweten, hoe had Ik je dan op het juiste moment hulp kunnen zenden?! Laat het daarom maar rusten! Want wie zich voortijdig tegen Mij verheft, die zal de verzenen hard tegen de prikkels slaan! Wees dus maar niet bang! Want zulke onaangename dingen zullen je voortaan niet meer overkomen!

[25] Maar laten we nu wat hogerop gaan, daar op die oostelijke heuvel; van daar uit zullen we de pracht van een zeer mooie zonsopgang te zien krijgen; en dat versterkt zowel de ziel als de ledematen en verwarmt het hart en de nieren.

[26] Na deze korte toespraak begeeft alles zich nu met Mij naar de top van de alpenheuvel en wacht verlangend op de zonsopgang, die ook niet meer zo lang op zich liet wachten.


1   ...   27   28   29   30   31   32   33   34   ...   43

  • 172 De vervloeking van de Farizeeër
  • 173 Vastgeroest in hun wereldse voorschriften

  • Dovnload 2.49 Mb.