Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.49 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina34/43
Datum05.12.2018
Grootte2.49 Mb.

Dovnload 2.49 Mb.
1   ...   30   31   32   33   34   35   36   37   ...   43
182 Het morgengebed van Jezus

[I] Komend bij het huis van Baram vindt de jonge dit al geheel omgeven door zieken en gezonden, en hij vraagt aan iemand, of Ik al op ben. Dan zegt een oude, rechtschapen Griek tegen hem: ' Ja, Hij is al op en was al reeds voor het huis; maar toen nodigde de oude Baram hem uit voor het morgenmaal en ging Hij weer naar binnen.'

[2] De jonge vraagt: 'Wat deed hij dan voor het huis?'

[3] De Griek zegt: 'Hij hief zijn ogen alleen maar op naar het firmament, en scheen op een bepaalde manier kracht daaruit op te nemen; maar Zijn blik was als die van een groot veldheer die millioenen mensen en dieren op zijn wenken gehoorzamen moeten! In Zijn gezicht zag je iets heel vriendelijks, maar tevens sprak daar een ernst uit die mijn ogen nog nooit zo hebben gezien. Ik ben blij dat Hij mij niet recht in de ogen heeft gekeken, want werkelijk, dat geef ik openlijk toe, ik zou zijn blik niet hebben verdragen! En toch trok het mij met onbegrijpelijke kracht naar Hem toe, en ik had die niet kunnen weerstaan als Baram Hem niet voor de morgenmaaltijd had uitgenodigd!'

[4] De jonge vraagt: 'Wat denk je nu van hem? Wat is er naar alle waarschijnlijkheid met hem aan de hand, en wie en wat zou hij volgens jouw steeds zo scherpe oordeel kunnen zijn?'

[5] De oude zegt: 'Ik ben weliswaar een Griek, dus volgens jullie mening een heiden die aan veel goden gelooft; maar in wezen ben ik net zomin een heiden als jij en ik geloof alleen aan één allerhoogst goddelijk wezen! Maar deze wonderdokter zou me er heel makkelijk toe kunnen brengen om aan al die vele goden te geloven; want als hij niet op z'n minst een halfgod is, dan ben ik geen mens meer!'

[6] De jonge zegt: 'Ik zou hem toch werkelijk ontzettend graag willen zien! Als men nu maar in het huis kon komen, dan zou ik wel snel kennis met hem kunnen maken! Om met zo'n man te spreken moet toch wel heel belangrijk zijn!'

[7] Terwijl de jonge Farizeeër dit nog zegt, kom Ik naar buiten en roep hem, zeggend: 'Ahab, zoon van Thomas van Toreh, kom; als je hongert en dorst naar waarheid, dan zul je verzadigd worden!'

[8] De jonge zegt verbaasd: 'Heer! Wij hebben elkaar nog nooit ontmoet, en U was bij mijn weten nog nooit hier in Jesaïra! Hoe kunt U dan mij en mijn vader kennen?!'

[9] Ik zeg: 'Ik weet nog veel meer over jou en je hele familie, maar dat is hier niet belangrijk; maar dat je deze nacht over Mij gewaakt en veel gewaagd hebt, dat is erg belangrijk voor Mij, en die opoffering zal voor jou niet onbeloond blijven! Kom!'

[10] Dan gaat Ahab snel naar Mij toe tussen het volk door en begrijpt nog steeds niet hoe Ik dat allemaal kon weten.

[11] Ik zeg tegen hem: 'Wees maar niet zo verbaasd, want je zult nog heel andere dingen zien! Het komt goed uit dat je de ouden thuis gelaten hebt; ze zouden deze mensen in hun geloof storen, en zonder dat zouden al deze zieken moeilijk te helpen zijn. Als deze mensen genezen zijn, dan kunnen ze altijd nog komen en hun tempel­ en geldzakgeweten bevredigen. Blijf jij daarom voorlopig hier en Iaat ze op je wachten totdat Ik klaar ben! Ik weet overal van. Je hebt weliswaar erg tegen hen gelogen; maar voor zo'n doel vergeeft God altijd zo'n zonde! Begrijp je dat?'

[12] De jonge antwoordt: 'Ik ken de wet wel en weet dat Mozes gezegd heeft: 'Gij zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste!' Een buitengewoon respectabel gebod, -dat echter nu jammer genoeg juist het minst door mijn collega’s in ere gehouden wordt; want zij zeggen: dat een vals getuigenis ten nutte van de tempel en haar dienaren, God welgevallig is, en dat een waar getuigenis in het nadeel van de tempel en haar dienaars, vervloekt is, en dat de waarheidslievende getuige tegen de tempel en haar dienaars gestenigd moet worden!

[13] Mozes heeft dat weliswaar niet zo geschreven, maar de tempelpriesters zeggen en leren dat het geschreven woord in het boek dood is, maar dat zij het levende boek zijn waarin God Zijn wil dagelijks door Zijn engelen laat opschrijven; en op deze wijze hebben we nu al een totaal nieuwe bijbel gekregen, die precies het tegendeel voorschrijft van wat Mozes en de profeten geleerd hebben!

[14] Volgens dit nieuwe tempelvoorschrift is deswegen de leugen op het juiste moment en voor het goede doel niet alleen toegestaan, maar in bepaalde gevallen zelfs een gebod, vooral als er tempelbelangen op het spel staan! Want wie bewijzen kan dat hij het beste en hardnekkigste ten bate van de tempel kan liegen, heeft veel aanzien in de tempel.

[15] U weet misschien wel dat men altijd vóór de feesten de tempel reinigt, waardoor een hoeveelheid mest en allerlei vuil verzameld wordt. Omdat het te droog en te veel aarde en zand bevat - is dat opveegsel nauwelijks waard om weggebracht te worden; maar daar zijn bepaalde waarachtige mestprofeten. Die trekken het land in en verkopen de mest in de kleinste hoeveelheden; voor een hoeveelheid met het gewicht van een ei vragen ze meestal een zilverling! De tempelmest wordt dan aangeprezen als de ziel van de andere mestsoorten waarmee de lichtgelovigen hun akkers bemesten, en ze menen en geloven dan echt, dat hun akkers en velden zonder de tempelmest helemaal geen vrucht op zouden leveren, en dat zelfs als ze toch vrucht zouden dragen, die Gods zegen zou ontberen en daarom niemand profijt zou kunnen brengen.

[16] Vaak gebeurt het dat zulke mestprofeten niet genoeg hebben aan de korf mest, die ze in de tempel halen en in alle streken uitverkopen; onderweg vullen ze hun korf dan weer met het eerste het beste wat ze aan mest op straat vinden en verkopen dat eveneens als tempelmest, zodat uiteindelijk ieder der honderd mestprofeten tienmaal zoveel mest verkoopt dan hij in de tempel gehaald heeft. Kijk, hier is eigenlijk de eerste verkoop al een groot bedrog, omdat de tempelmest veel slechter is dan iedere andere stalmest; maar dat is nog niet genoeg, -de blinde en verwarde mensen moeten uiteindelijk ook nog de mest van de straat als echte tempelmest kopen!

[17] Maar dat is niet slecht! Omdat dit bedrog in het voordeel van de tempel gepleegd wordt, is het geen zonde, maar zelfs een deugd - en, omdat het de tempel welgevallig is, is het dat ook voor God! - O Mozes!

[18] Nu moest iemand het echter eens wagen het volk te vertellen dat de tempelmest zo goed als geen uitwerking heeft of hij moest ten minste eens wijzen op het tweede bedrog, waarbij men straatmest ook als tempelmest verkoopt; dan wordt hij als zondaar tegen de tempel vervloekt en dan moet hij van goede huize zijn wil hij er levend vanaf komen!

[19] En net als de mest zijn er nog wel honderd andere gevallen waarbij alles leugen en bedrog is; wie dat aan het volk onthult, Heer, moge Jehova genadig en barmhartig zijn!

[20] Dat ik tegen mijn oude collega’s gelogen heb, vind ik zelf geen zonde, vooral als ik hier een man, zoals U, beschermen kan tegen de vervolging van mijn collega’s, waaraan iedereen blootgesteld is die naar hun ver­moeden ook maar een vonkje beter inzicht en helderder verstand heeft dan zij. Maar behandelt U nu eerst deze zieken, anders zouden de oude schurken toch nog eerder hierheen komen dan dat ik ze ga halen!'

[21] Ik zeg tegen Ahab: 'Kijk, ze zijn allen reeds genezen! De blinden zien, de lammen lopen, de doven horen, de stommen spreken, en allen die met wat voor kwaal dan ook hier gebracht zijn, zijn nu weer vol leven en geheel gezond! Ik zal hen nu zeggen dat ze naar huis moeten gaan, en dan kan jij je collega’s hierheen brengen en ze vooraf vertellen wat je hier hebt gezien.'

[22] Toen zei Ik tegen alle genezenen dat ze naar huis moesten gaan, en waarschuwde ze allen dat ze het gebeurde niet in het land rond moesten vertellen en vooral niet in Jeruzalem, als ze daar eventueel zouden komen. Allen beloven Mij dat ze niets zullen vertellen, en danken Mij vervolgens met tranen in de ogen.

[23] Maar Ik zeg nog eens: 'Ga nu, - jullie geloof hielp je; maar pas op dat je verder niet meer zondigt, anders zal een tweede kwaal erger zijn dan de eerste!' Nu vertrekken allen die genezen zijn, en loven en prijzen God die een mens zo'n macht heeft gegeven.

[24] Ahab zegt heel verbaasd: 'Nee, dat heeft een mensenoog nog nooit gezien! Geen plichtplegingen, geen woord en geen kunstgreep! Nee, dat is sterk, dat is teveel in één keer voor een beperkt mens zoals ik! Ze werden echt allen helemaal gezond, zonder medicijnen, zonder gebed, zonder woord en zonder kunstgreep! -Heer! Leg mij nu eens uit, hoe U dat kunt!'

[25] Ik antwoord: 'Dat kun je nu niet begrijpen; maar als je Mijn leerling wilt worden dan zul je dat wel inzien en begrijpen. Maar ga nu en stel je collega’s op de hoogte, als je wilt!'

[26] , Ja, ik ga " zegt Ahab,'en ik zal het hen zo vertellen, zoals ze het het liefste horen! Ik zal hen het mooiste stuifzand in de ogen strooien, zodat ze totaal blind worden; want daarvoor heb ik veel talent. Van alles wat hier gebeurd is krijgen ze niets te horen! De genezing van de bezetene van gisteren is voldoende; van die van vandaag zullen ze, zoals gezegd, niets horen of zien!'

[27] Dan zeg Ik: 'Goed, goed; doe wat je het beste vindt! Wij zijn vrienden bevrijd je en volg dan Mij, dan zul je waarheid en leven vinden en vrij worden door de waarheid!'


183 Ahab’s list

[I] Ahab gaat nu weg en haast zich naar zijn collega’s. Als .hij bij hen komt, bestoken ze hem allemaal met vragen en zeggen: Maar in de naam van de tempel, wat deed je dan zo lang?! Wat een angst hebben we om jou uitgestaan! Hoe staat het er nu mee? Wat .doet.de tovenaar? Hoe is het met je gegaan? Komen de soldaten al? We zitten in een lelijk parket. Weet je daar dan nog niets vanaf!?'

[2] Ahab vraagt: 'Wat is er dan? Waar weet ik dan niets vanaf!!'

[3] De ouden antwoorden: 'Stel je toch eens voor! Nog maar net een halfuur geleden komen hier drie burgers, Joden, Uit deze plaats; zij deelden ons mee dat de hele markt Jesaïra zonder enige uitzondering overgegaan is naar de Grieken en dat wij hier nu niets meer te zoeken hebben! Wat zeg je daarvan?! - Reken maar, dat dat allemaal het werk is van deze verwenste tovenaar, want hij is niets anders dan een helse apostel die bezeten is door de geest van Beëlzebub! Ja, wat zeg je daar wel van?!'



[4] Ahab zegt: 'Ja, als dat zo is, dan is dat erg voor ons, en we zullen ons eerst eens bezig moeten gaan houden met onze toekomstplannen! Ik heb er gisteren wel iets over horen mompelen, maar Ik kon toch met precies constateren wat de hele geschiedenis te betekenen had. Maar het is echt wel onze eigen schuld! Ik heb jullie al vaak gezegd dat wij met onze domheden en duisternis, waarmee wij allen in de tempel ingewijd zijn, het hier bij deze hele pientere Grieken niet zouden volhouden, en dat het voor hen kinderspel zou zijn om ons de duimschroeven aan te leggen; maar dat was altijd olie op het vuur! Nu is het onvermijdelijke gebeurd wat ik jullie al veel eerder voorgerekend heb, en ik begrijp echt niet waarom jullie dat nu zo vreemd kunnen vinden! Ik heb al zo vaak tegen jullie gezegd: Laten we toch eindelijk eens ophouden met het dom houden en het onderdrukken van het volk; want alles op de wereld heeft zijn grenzen die niet overschreden mogen worden! Wat hebben we er aan als we het volk systematisch dom houden?! De domheid zal tenslotte omslaan in boosheid, en dan zullen wij moeten verdwijnen. En nu is het zover!

[5] Het volk geloofde in Mozes en de profeten; maar wij zeiden: Die zijn dood en hun geschriften ook! God openbaart zijn wil in de tempel en zegt wat men moet denken van Mozes en de profeten. Nu zijn de hogepriester, de levieten en al de Farizeeën en schriftgeleerden de levende Mozes en de levende profeten! -Dat leren wij!

[6] Ik heb jullie wel honderd keer overduidelijk gezegd dat die aanmatiging van ons op het laatst slecht af moest lopen. Maar jullie lachten mij uit en hielden vol dat dat volstrekt onmogelijk was! Nu is het dan zo ver! Houden jullie nu nog vol, dat zo iets onmogelijk is?!

[7] Maar ik zeg jullie nog een keer, dat het totaal onze eigen schuld is; want wie bij ernstige dingen geen raad aanneemt, die is echt niet te helpen!

[8] Ik heb daar bij het huis van Baram zojuist alle mogelijke moeite gedaan om de opgewonden gemoederen van het volk te sussen. Ik zei tegen die heethoofden, dat zo dadelijk hier soldaten uit Kapérnaum zullen aankomen om hen te bestraffen! Maar ze lachten en zeiden: 'Dan kun je lang op ze wachten; want wij hebben jullie bode in onze macht -net zoals jullie allemaal! Maak, dat je goedschiks wegkomt, anders zul je op een andere manier verdwijnen!' Dat was het aardige antwoord op mijn waarschuwing en dreiging aan het volk; ik had dat ook veel beter niet kunnen doen!

[9] Maar wat de tovenaar betreft, die heeft met dit alles totaal niets te maken; want hij en zijn leerlingen en Baram zijn waarschijnlijk de enige Joden in deze plaats! Dat hij inderdaad een magiër zou kunnen zijn zal ik niet bestrijden; maar dat hij zijn kracht van Beëlzebub heeft dat zou ik niet durven beweren, hoewel ik daarmee jullie mening niet wil be­ïnvloeden. Ga er nu zelf eens heen en praat met hem en overtuig jezelf overal van!'

[10] De ouden vragen: 'Heeft hij de vele zieken al genezen?'

[11] Ahab antwoordt: 'Dat is best mogelijk, hoewel ik er niets van gezien heb. Er staan nog wel een hoop mensen van beiderlei kunne voor het huis van Baram, merendeels Grieken die ik goed ken, en ze bespreken allerlei dingen met de zeer bescheiden magiër, of wat hij dan ook zijn mag; maar ik heb niets meer gezien van wat voor zieke dan ook. Misschien heeft hij ze genezen toen ik hier voor jullie de wacht hield. Maar, zoals ik al zei, laten we er nu naar toe gaan, dan kunnen jullie jezelf er van overtuigen hoe de zaken er daar voorstaan!'

[12] Dan vragen de ouden nog: 'Loopt ons leven geen gevaar?' En Ahab antwoordt: 'Wat is dat nu toch weer voor een domme vraag! Is het hier dan veiliger voor jullie?! Omdat alles zo in ons nadeel is veranderd, is het voor ons allemaal beter naar buiten te gaan waar we onze voeten nog kunnen gebruiken dan ons hier tussen de vier muren om te laten brengen!'

[13] 'Ja, ja', zeggen de ouden daarop, 'je hebt gelijk; laten we dus naar buiten gaan en al onze schatten achter slot en grendel bergen, want ze zijn erg waardevol!' Ahab zegt: 'Heel goed, - laten we maar gaan; wie zal er nu klaar staan om onze schatten te stelen?! De mensen hier hebben nu wel wat anders te doen dan aan onze schatten te denken!'

[14] Na deze woorden staan de ouden op, sluiten alles achter slot en grendel en zeggen zelfs niet tegen hun dienaars, wat ze van plan zijn.


184 Farizeeën kunnen niet liegen

[1] Als ze bij het huis van Baram komen, zien ze onmiddellijk een grote menigte die door de massale genezing letterlijk buiten zichzelf is van verbazing. Maar omdat de oude Farizeeën die massale genezing niet hebben gezien, denken ze, dat het volk zich nog steeds verbaast over de genezing van de bezetene van de vorige dag, omdat men nog net als gisteren steeds maar roept: 'Heil aan de zoon van David! Dit is waarachtig Davids zoon!'

[2] Toen de oude Farizeeën dit hoorden, ergerden zij zich en zeiden tegen het volk: 'Waarover verbazen jullie je nu zo bijzonder?! Wij weten beter dan jullie hoe het gebeurde! Deze tovenaar drijft de duivels alleen maar met behulp van de opperste duivel, Beëlzebub, uit (Matth. 12:24), -en moet je hem dan loven alsof hij de zoon van David zou zijn?!' -Toen begonnen een paar wat minder overtuigde mensen een beetje te twijfelen en vroegen aan de Farizeeën of die hen uit de doeken konden doen hoe het gebeurde en hoe het mogelijk was, -en of de opperste duivel zo nu en dan ook goddelijke daden kon verrichten.

[3] De oude vossen waren niet op deze vraag bedacht en wisten daarom niet welk antwoord ze moesten geven. Toen de vragenden echter bemerkten dat de Farizeeën geen enkel bewijs hadden, omdat het antwoord zo lang op zich liet wachten, zeiden ze: 'Waarom geven jullie op onze redelijke vraag geen antwoord, zodat wij kunnen vaststellen hoe deze zogenaamde tovenaar de duivel door Beëlzebub uitdrijft en of Beëlzebub ook goddelijke daden kan verrichten? Het is heel gemakkelijk om een mens, die hoe dan ook in staat is om buitengewone dingen te doen, een knecht van de satan te noemen en hem zo verdacht te maken, maar het is heel wat anders om daarvan een tastbaar en zeker bewijs te leveren! Waarom zeggen jullie niets, als je zo zeker van je zaak bent?'

[4] De Farizeeën antwoorden: 'Wij zwijgen, omdat wij door de geest van God verlicht, altijd weten en begrijpen wat de mensen behoren te weten en wat wij bijgevolg moeten zeggen. Niet, omdat wij het niet zouden weten, maar -omdat wij het niet mogen, willen wij jullie ook geen rechtsgeldig bewijs geven naar aanleiding van jullie vraag. Het betaamt jullie alleen maar om alles te geloven wat wij jullie leren, en niet om dat zelf uit te zoeken; want God heeft ons aangesteld om alle dingen tot op de kern te onderzoeken, de geheime zaken voor ons te houden en het volk alleen maar datgene te vertellen wat het nodig heeft. Begrijpen jullie ons nu?!'

[5] Daarop zegt het volk: 'O ja, we hebben jullie heel goed begrepen, en omdat we dat al een tijdlang doen, zijn we juist vanwege dat maar al te goede begrip overgegaan naar de Grieken die niet zulke praatjes over geheimen verkopen! Daar heb je Aristoteles, Pythagoras, Plato en Socrates, en hun werken en geschriften zijn helder en waarachtig. Maar bij jullie wordt alles steeds meer in het diepste duister gehuld, zodat men geen handbreed voor of achter zich kan zien.

[6] Hoe komen jullie erbij om deze ons door God gezonden genezer verdacht te maken?! Hij heeft ons wel gedaan en al onze zieken genezen, en daarom noemen jullie hem een satansknecht?!

[7] Wat moeten jullie dan wel zijn, die ons nog nooit een nog zo kleine weldaad bewezen hebt?! Wanneer hebben jullie met je nietswaardige middelen en door je voorgewende gebeden ooit iemand genezen?'

[8] De Farizeeën zeggen: 'Hebben we dan geen officiële getuigschriften?!'

[9] Het volk zegt: 'Natuurlijk hebben jullie officiële getuigschriften en nog heel snoevende ook - uit de tempel; maar waar zijn dan de daden waartoe jullie volgens de getuigschriften te allen tijde in staat zouden zijn?! Daar hebben we nog nooit iets van gezien!

[10] Maar deze mens kwam zonder officiële papieren bij ons en doet nu dingen waarvan men gevoeglijk kan zeggen, dat, zolang de wereld bestaat, er nog nooit een mens is geweest die dat gedaan heeft! We beseffen heel goed waarom jullie deze goddelijke mens voor ons verdacht wilt maken, hoewel jullie ons de waarheid daarover niet wilt vertellen. Luister! Wij zijn zo vrij, het jullie onder je neus te wrijven! Dit is de reden:

[11] Deze goddelijke mens maakt de wonderbaarlijkste dingen tot werke­lijkheid, iets waartoe jullie -volgens je tempelgetuigschriften -in staat zouden moeten zijn, maar wat je gedurende de dertig jaren, die jullie bij ons bent, nog nooit hebt gedaan.

[12] Hoeveel geld en andere grote kostbaarheden hebben jullie van ons ontvangen, opdat je iets voor ons welzijn zoudt doen; maar waar is het resultaat?! Ons goud en zilver heb je wel genomen; maar we kregen niets daarvoor terug dan lege beloftes, die nooit vervuld werden. Als wij aan jullie vroegen wanneer de vervulling zou komen, dan wezen jullie op de weelderige gewassen en onze goddank gezonde kudden. Maar wij wezen jullie op de nog weelderiger gewassen en de net zo gezonde kudden van de Grieken, die door jullie op iedere sabbat voor zonsopgang zeven maal vervloekt werden. Dan zeiden jullie: Zo'n weelderige groei wordt ver­oorzaakt door de satan, en het brood van zulke velden en het vlees van zulke kudden brengt geen leven, maar de verdoemenis! Maar jullie versmaadden toch niet de verplichte en zeker niet geringe bijdrage van de Grieken, die zij ieder jaar als gedoogbelasting in de vorm van alle mogelijke soorten gewas af moesten dragen! Zeg eens, wat hebben jullie dan wel met de volgens jullie sprookje door satan gezegende gewassen gedaan?'

[13] De Farizeeën, die al erg kwaad zijn, antwoorden: 'Dat verkochten we aan de heidenen, zoals de Romeinen en Grieken, opdat ze op de jongste dag nog meer verdoemd zullen zijn!'

[14] 'Dat is mooi!', zegt het volk, 'Ze zeggen, dat de duivel dom is, en dat je zijn leugens van het voorhoofd af kunt lezen; maar jullie zijn nog tien keer zo dom, -want jullie leugens kun je al met je klompen aan voelen! Weet je niet meer dat wij al jullie gewassen met onze ossen en ezels naar Jeruzalem naar de markt hebben gebracht, en dat we precies weten aan wie wij jullie gewassen verkocht hebben!? En jullie zijn brutaal genoeg om tegen ons te zeggen dat je het Griekse gewas aan de heidenen verkocht hebt, opdat ze nog meer verdoemd zouden zijn! Als je je al met leugens wilt schoon wassen, lieg dan een beetje slimmer zodat het niet lijkt alsof wij nog dommer zijn dan jullie en dat het voor ons geen verschil zou maken om zonder enig bezwaar zwart in plaats van wit en wit in plaats van zwart te kopen! -Nee, hoe kan iemand zo afschuwelijk liegen! Zoiets hebben we nog nooit meegemaakt!'

[15] De Farizeeën zeggen daarop: ' Jullie weten en begrijpen niets! Weten jullie dan niet, dat een Farizeeër helemaal niet kan liegen?! Want in de wet van de tempel staat, dat ieder die zich wijdt aan de dienst van God, absoluut niet liegen kan, ook al zou hij het willen; want zelfs de grootste leugen wordt in zijn mond de lichtendste waarheid!'

[16] Nu begint het volk te lachen en zegt bij wijze van grap: 'Ja, ja, die tempelwetten die je daar aanhaalt kennen wij ook; ze zeggen dat daar ook in geschreven staat: Als een Farizeeër viezigheid in zijn mond neemt dan verandert dat direkt in goud!'

185 Het smaden van de Heilige geest wordt nooit vergeven
[I] Toen de Farizeeën merkten, dat het volk ze door had, en dat ze nu bespot werden, begonnen er wraakgedachten brandend in hun harten op te borrelen; toen zei Ik tegen het volk: 'Laat ze met rust; want zij zijn zelf blinde leiders van blinden. Als ze met degenen die ze leiden, bij een kuil komen vallen ze samen erin. Zij kunnen jullie in een land waar zij de macht in handen hebben, altijd eerder kwaad doen, dan jullie hen: maar nu hebben zij zich met jullie toch zo ver gewaagd, dat ook zij in de kuil kunnen vallen en dan nog vlugger dan jullie! Want ze zeiden, dat ze aan de Romeinen en Grieken, tot hun verderf, vervloekt gewas verkocht hebben; als jullie dat bij de Romeinse overste aangeven jaagt hij ze allemaal over de kling! Maar zoiets mag nooit gebeuren! Wij zullen ons nu in het huis terugtrekken, en Ik zal binnen zien of Ik deze geestelijk geheel blinden, ziende kan maken.’

[2] Vervolgens ga Ik het huis binnen, en de Farizeeën lopen meteen achter Mij aan en worden binnen door Mijn leerlingen begroet. Maar er liep ook veel volk mee, zodat het in de kamer een groot gedrang werd. Maar dat gaf niets, want Ik en Mijn leerlingen hadden toch plaats genoeg.

[3] Toen nu alles rustig was in huis, opende Ik Mijn mond en sprak voornamelijk tegen de Farizeeën, omdat Ik hun slechte gedachten maar al te goed en duidelijk zag: 'Dat het zo ver met u is gekomen, dat ligt aan niemand -behalve aan uzelf. U bent hier in Jesaïra bij dit volk toch al meer dan dertig jaar en u heeft niet kunnen ontdekken welke geest er in hen leeft! Het is nu te laat om de eenmaal gewekte geest van dit volk weer tot slapen te dwingen! Uw ergernis is daarom totaal nutteloos. want u zelf bent daaraan schuldig en verder niemand.

[4] Ik kwam hierheen als een echte Jood en als zodanig waarachtig in het volle bezit van de geest van God en al zijn kracht!

[5] Toen Ik aan de oever kwam, en u, door het vuur naar het schip gelokt, snel naar de oever kwam, genas Ik voor uw ogen de blinde, stomme en tevens bezetene, Het volk herkende ogenblikkelijk de Goddelijke kracht in Mij en begroette Mij als de zoon van David; zelf herkende u het in uw hart ook, Maar omdat u meende, dat zo'n erkenning u in alles zou benadelen, zei u tegen uw innerlijke overtuiging in dat Ik zulke daden deed met behulp van de opperste duivel! Wie heeft u daarmee echter kwaad gedaan?! Kijk, niemand -dan alleen uzelf!

[6] Als u maar een beetje eerlijker over deze zaak had nagedacht en ze nader had onderzocht, dan zou u het bijzonder ongerijmde van uw bewering ogenblikkelijk hebben moeten inzien, en daarnaast hebben moeten erkennen dat u door een zeer voorbarige en domme bewering noodzakelijkerwijs bij dit intelligente volk de laatste vonk van aanzien en geloof verliezen moest!'

[7] De Farizeeën vragen dan: 'Wat hadden we dan moeten doen? Als u toch zo wijs bent, vertel het ons dan!'

[8] Wat ernstiger zeg Ik: 'Zo had u moeten denken, oordelen en spreken: Ieder rijk, dat in zichzelf verdeeld is, wordt chaotisch, en iedere stad of ieder huis in zichzelf verdeeld zijnde, kan niet bestaan! (Matth,12:25) Als de ene satan de andere verdrijft, dan is het toch duidelijk dat hij eerst zijn eigen mening heeft moeten veranderen! En dan vraag Ik: Hoe kan zijn slechte rijk dan stand houden?!



(Matth. 12:26) Naar Mijn mening ligt dat toch wel voor de hand!

[9] Maar als Ik, een echte Jood, volgens uw domme bewering de duivel uitdrijf met Beëlzebub, vertelt u Mij dan eens met wiens hulp uw kinderen dat doen, die nu toch ook in alle landen als genezers rondtrekken, zieken genezen en duivels uitdrijven?! Ik zeg u echter: Niet alleen dit volk, maar ook uw kinderen zullen uw rechters zijn! (Matth.12:27)

[10] Als Ik echter door de geest van God de duivels uitdrijf, en daarvan is het hele volk overtuigd, dan is toch het Rijk van God tot u gekomen (Matth.12:28), waarover u, als Joden, zich nog meer zoudt moeten verheugen dan de Grieken, die heidenen zijn, omdat dit teken de gunst van de Joden die zij reeds lang verloren hadden, weer herstelt! Want slechts zo kan de echte Jood aan de hele wereld tonen, dat hij de enige mens op de uitgestrekte aarde is die een zichtbaar verbond met God heeft, en door de almachtige kracht van de geest van God dingen kan doen die op die manier geen ander mens mogelijk zijn.

[11] Als de niet Joden dit bij de Joden opmerken, zullen zij zich weldra met vele duizendmaal duizenden om de machtige Joden verzamelen en zeggen: 'Alleen de Jood is van God, door hem toont Gods almacht zich wonderbaar; hij is sterk en wijs en moet in eeuwigheid onze heer zijn!'

[12] Als de echte Jood echter ooit die kracht van de geest van God in zich heeft, dan moet zijn hele huis en land die kracht ook hebben! Maar hoe kon of zou iemand dan zo'n machtig huis betreden en zijn inboedel stelen? Het enige zou zijn, maar dat is onmogelijk, dat hij de machtige eerst zou binden en dan pas zijn huisraad stelen (Matth.12:29), zoals de Romeinen het ook echt bij ons gedaan hebben omdat zij ons dronken en slapend in ons huis aantroffen, waarop zij ons gebonden, beroofd en tot hun slaven gemaakt hebben, hetgeen de Joden volkomen verdiend hadden omdat zij God geheel hebben verlaten.

[13] Maar God had medelijden met Zijn volk en wilde het nu weer helpen, en daarom heeft God Mij dan ook naar u toegezonden. Als dit nu dus klaarblijkelijk het geval is zoals u zelf ziet, waarom verstrooit u dan weer alles wat Ik verzamel?!

[14] Want wie niet voor Mij is, die is tegen Mij, en wie niet met Mij verzamelt, die verstrooit (Matth.12:30) en is blijkbaar tegen de geest van God die u vrij wil maken!

[15] Daarom voeg Ik aan alles wat u is overkomen nog dit toe: Alle zonde en smaad wordt de mens vergeven, maar het smaden van de heilige geest nooit! (Matth.12:31) Want u heeft heel goed geweten dat Ik de bezetene heb genezen door de kracht van God, maar u heeft terwille van het schandelijke aardse gewin en uw aanzien, de geest van God in Mij, die u redden wilde, toch belasterd, en daarvoor heeft u dan ook van de heidenen het verdiende loon gekregen!'

[16] De Farizeeën zeggen: 'Wij hebben niet de geest van God, maar u alleen belasterd, en u bent van vlees en bloed en toch zeker niet de geest van God? Want u bent net als wij alleen maar een zoon van een mens!'



[17] Ik antwoord hen: ' Ja zeker, schijnbaar ben Ik dat, maar in werke­lijkheid ben Ik misschien wat meer. Maar als Ik dus net als u een mensen zoon ben, dan is dat niet in het minst een verontschuldiging voor uw laster! Want Ik als mensenzoon doe deze daden beslist niet, - net zo min als u! Maar in deze nu voor u staande mensenzoon is de geest van God de werkende kracht, en Die is het die u belasterd hebt; want niet Ik, maar Gods geest heeft ten aanschouwe van u dit alles gedaan, en u hebt Hem belasterd.

[18] Ja, wie Mij als mens tegenspreekt, die wordt het vergeven; maar wie de heilige geest tegenspreekt, die wordt het niet vergeven, noch hier, noch in het hiernamaals! (Matth. 12:32)

[19] Want een slechte boom geeft slechte vruchten, maar van een goede boom zullen de vruchten ook goed zijn. Dus aan de vrucht herkent men de boom! U bent de boom, en de door u heidens geworden Joden zijn uw vrucht! Oordeel zelf, of deze goed of slecht is!' (Matth. 12:33)


186 Eén met de duivel
[I] De Farizeeën zeggen: 'Dat is niet onze vrucht, maar de vrucht van zulke landlopers zoals jij er een bent, die op gezette tijden uit alle windstreken als kunstenaars en tovenaars hierheen komen. Waar wij bij zijn beoefenen ze wel hun slechte kunst; maar 's nachts bekeren ze de mensen tot hun heidense filosofie en dan stellen ze met hun bijzonder grote welsprekendheid ons en de tempel en diens door God gegeven voorschriften in een afschuwelijk kwaad daglicht! Wel, deze Joodse heidenen, die hier in Jesaïra woonachtig zijn, zijn de vrucht van zulke individuen! Wij vertelden altijd het echte en het goede aan het volk en onderwezen hen juist en rechtvaardig volgens de wet van Mozes. Maar als Beëlzebub door middel van individuen van jouw soort het volk van ons aftroggelt, zijn wij daar dan verantwoordelijk voor?! Omdat satan de vruchten aan onze takken bederft en laat rotten, zijn wij toch zeker geen slechte boom. Ons onderwijs en wat wij zeggen is juist; maar jouw toespraken en jouw daden zijn afkomstig van de opperste duivel en verleiden het lichtgelovige volk! Deswege zou jij met je aanhang gestenigd en gedood moeten worden!'

[2] Toen de woedende Farizeeën zo spraken, begon het volk te protesteren en maakte aanstalten om zich aan de Farizeeën te vergrijpen.

[3] Maar Ik zei tegen het volk: 'Laat dat! Het is voldoende, dat deze slechten voor eeuwig overwonnen zijn; laat ze daarom nu met rust! Maar Ik zal ze nu hun welverdiende beoordeling laten horen!'

[4] Het volk zegt: 'Ja, Heer, U doet ons een groot plezier als U deze booswichten eens vertelt, wie en wat zij nu eigenlijk zijn!'

[5] Dan wend Ik Mij weer tot de Farizeeën en zeg heel ernstig: 'O jullie addergebroed! Hoe zouden jullie iets goeds kunnen zeggen, terwijl je toch in je hart helemaal slecht bent?! Waarvan het hart echter vol is, daar loopt de mond van over. (Matth.12,34) Een goed mens brengt uit de goede schat van zijn hart altijd goede dingen voort; en een slecht mens brengt altijd uit de slechte schat van zijn hart slechte dingen voort! (Matth. 12:35) Maar Ik zeg jullie, dat de mensen eenmaal, op de dag van het jongste gericht, rekenschap af moeten leggen over ieder slecht en ijdel woord dat ze hebben gesproken! (Matth.12:36) Zoals in het boek Hiob geschreven staat, zo zal het zijn: 'Uw woorden zullen u rechtvaardigen en uw woorden zullen u verdoemen!' (Matth. 12:37)

[6] Voorheen heb Ik jullie al laten zien, waarom Ik zowel hier als ergens anders kwam, maar jullie boze harten willen datgene, wat je vrij en gelukkig zou kunnen maken, niet aanvaarden en nog minder begrijpen!

[7] Voor al het goede, dat Ik kosteloos voor jullie doe, willen jullie Mij stenigen en doden! O jullie opgefokte adders, jullie slangenbroedsel! Het slechte getuigenis dat de profeten van jullie gaven is maar al te waar! Jullie eren je God slechts met dode ceremonieën en met je lippen; maar je hart is in 't geheel niet bij Hem betrokken!'

[8] Maar een paar Farizeeën en schriftgeleerden trokken zich toch iets aan van wat Ik zei. Zij trokken hun gezicht in een wat menselijker plooi en zeiden: 'Meester, wij verachten uw leer niet helemaal; maar we waren gisteren en vandaag niet in de gelegenheid om zelf te zien op welke manier en hoe u uw wonderdaden hebt gedaan. Doe nog eens zo'n teken, we zouden er graag een zien! (Matth.12:38) Misschien hebben we er dan begrip voor, en geloven we daarna in uw leer!'

[9] Maar Ik richtte Mij tot het volk en zei: 'Dit slechte en overspelige soort mensen wil een teken zien! Maar er wordt hen geen ander teken gegeven dan het teken dat de profeet Jona eens gaf! (Matth.12:39) Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van een walvis zat, zo zal ook de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het midden der aarde zijn.' (Matth. 12:40) (Daarmee wordt in de eerste plaats het graf aangeduid; maar in geestelijke zin betekent het, dat de ziel van de mensenzoon af zal dalen naar de gevangen zielen van de gestorvenen en ze persoonlijk vrij zal maken.)

[10] Toen keken de Farizeeën elkaar aan en zeiden: 'Wat betekent dat, wat zal hij doen? Hoe komt hij in het midden van de aarde? Waar is dat? Dat is toch eigenlijk overal en nergens! Wie weet dan hoe groot de aarde is en waar haar midden is? Die mens is gek, of een boze geest wil hem in zijn macht krijgen! Men zegt toch, dat ieder mens, voordat hij gek wordt een aantal wonderen kan doen. Hoe komt hij erbij om zich met Jona, die in Ninevé gepredikt heeft, te vergelijken?!'

[11] Alsof Ik tot het volk spreek zeg Ik weer: 'Ja, ja, de mensen uit Ninevé zullen tesamen met dit geslacht op de dag van het jongste gericht opstaan en zij zullen het vervloeken; want zij hebben zich bekeerd na de prediking van Jona. En hier predikt méér dan Jona! (Matth.12:41) En zo zal ook eenmaal op de jongste dag in het hiernamaals de koningin uit het zuiden dit geslacht ontmoeten en zij zal het vervloeken! Want zij kwam van het einde der aarde om Salomo's wijsheid te horen, en hier staat méér dan Salomo!' (Matth. 12:42)

[12] Nu zeggen de Farizeeën: 'Wel als u gelooft dat wij allen helemaal door de duivel bezeten zijn, en dat iedereen ons op de jongste dag zal vervloeken, drijf dan de duivel bij ons uit, zoals u het gisteren bij de blinde en stomme hebt gedaan, en dan zullen wij u net zo goed prijzen als de door u genezene!”

[13] Maar ze meenden niet oprecht dat zij hun vele boze geesten kwijt wilden raken waarmee ze zich reeds volledig verenigd hadden, maar zeiden dit alleen maar om Mij ergens op te kunnen pakken. Want als een slechte geest in de mens alles aan zich schatplichtig en dienstbaar heeft gemaakt, dan uit hij zich niet zo dat je het merkt, maar hij doet dan erg verstandig en werelds, zodat iedereen moet geloven dat zo'n mens niet bezeten is, terwijl hij in werkelijkheid veel erger bezeten is dan een ander, die door de een of andere slechte geest erg gekweld wordt omdat deze mens zich niet laat overmeesteren.

[14] Daarom zeg Ik ook tegen de Farizeeën en schriftgeleerden: 'Er zijn een aantal redenen waarom dat bij jullie niet meer mogelijk is, want de boze geesten zijn allang geheel één geworden met jullie ziel en beheersen nu helemaal jullie eigen slechte, overspelige leven. Als Ik ze uit jullie zou verdrijven, dan zouden jullie ook je leven verliezen; maar mocht het zijn dat Ik je eigenlijke, oorspronkelijke leven kon behouden, dan zouden jullie daar toch niets meer aan hebben omdat je hele aard nu geheel en al duivels is geworden! Want als uit zo'n mens de onreine geest door Mijn macht wordt verdreven, dan gaat hij door dorre plaatsen, zoekt rust en vindt deze niet (Matth. 12:43). Dan zegt hij bij zichzelf: 'Ik ga weer naar mijn oude huis terug; want op de steppen en woestijnen vind ik geen rustplaats, en in de huizen, waar al genoeg bewoners van mijn soort wonen, word ik niet binnengelaten.' Als dan na dit voornemen de duivel weer bij zijn vroegere huis komt, dan vindt hij daar geen activiteit, en het is schoon en versierd. (Matth.12:44) Daarop gaat hij terug en roept nog zeven andere geesten, die slechter zijn dan hij. Met hun hulp kost het hem weinig moeite om zijn oude huis binnen te dringen, en dan wonen ze gezamenlijk in dat huis, en met zo'n mens wordt het dan nog veel erger dan het eerst was!

[15] En zo zou het met dit slechte geslacht gaan. (Matth. 12:45) Daarom zal Ik het niet nog meer verdoemen dan het al is!

[16] Als de Farizeeën dat horen, gloeien ze bijna van woede en zouden Mij best willen verscheuren, als ze maar niet bang waren geweest voor het volk.



187 Jood of Griek
[1] Maar Ahab, de jonge Farizeeër, verwijderde zich nu van de ouden en was blij dat Ik hen zo de waarheid had gezegd. Maar hij vroeg Mij stilletjes of hij dan ook zo'n slechte bezetene was.

[2] Ik keek hem vriendelijk aan en zei: 'Als je dat was, dan zou je me dat niet zo vragen. Voor de satan was jij tot op heden ook nog een dorre plaats; pas echter op, dat je voor hem geen vruchtbaar veld wordt! Neem je daarom zeer in acht voor je slechte collega’s!'

[3] Ahab zegt: 'Heer en Meester! Als U me niet verlaat, dan kan de macht van de hel mij zeker niet belagen! Aan mijn ijver voor U zal het niet liggen!'

[4] Ik zeg: 'Ga dan heen! Je zult sterk zijn door je geloof in Mij en je ijver voor Mij! Maar let er wel op dat je collega’s je niet in het een of ander verwikkelen; want hun duivels hebben een fijne neus en een scherp gehoor om hun boze doeleinden te bereiken!'

[5] Ahab zegt: 'Heer, U kent mij nu beslist beter, dan ik mijzelf ken! Mijn list is subtiel en sluw; en de duivel is, zoals men zegt, blind, en daarom zullen ze elkaar nog wel eens aankijken als ik hen te slim af ben. Vandaag doe ik nog een proefje met hen. Ik zal nu op luide toon wat onvriendelijke woorden met U wisselen, zodat ze geen idee hebben waarover ik met U heb gesproken; maar U mag daarover niet kwaad op mij worden!'

[6] Ik antwoord: 'Doe wat je wilt, maar wees voor alles in alle dingen goed, verstandig en eerlijk; want, hoe goed een leugen ook bedoeld moge zijn, hij helpt maar tijdelijk en brengt de mens al gauw daarna nadeel en schade!'

[7] 'Ook goed', zegt Ahab, 'dan zeg ik voorlopig helemaal niets!'

[8] En Ik zeg: 'Dat zal beter zijn! Want op het juiste moment zwijgen is beter, dan nog zo doeltreffend te liegen!’

[9] Na deze les gaat Ahab door de volksmenigte weer terug naar zijn collega's, waarvan er één toch gemerkt had dat hij met Mij sprak. Die begon hem dan ook meteen scherp te ondervragen. Maar Ahab sloeg zich daar goed doorheen, en de strenge ondervrager moest hem ten slotte nog prijzen.

[10] Maar Ik keek niet meer naar de Farizeeën en begon Mij met het volk te onderhouden. Ik toonde hen aan, dat het tegenover God niet redelijk zou zijn om het Jodendom te verlaten, omdat het heil van alle mensen slechts van de Joden komt, en dat ze beter, zoals daarvoor al enigen in hun harten gedaan hebben, weer kunnen terugkeren tot het Jodendom vanwege het feit dat het anders niet mogelijk zou zijn om kind van God te worden.

[11] Daarop vraagt een Griek: 'Moeten we dan onze knie weer voor de opgeblazen Farizeeën buigen en hun oude onverteerbare zuurdeeg vreten? Vriend, u bent weliswaar een groot meester vol goddelijke kracht en macht en u bent goed, wijs en rechtvaardig, maar nu verlangt u iets zeer onzinnigs van ons. Tot Mozes hoeven we niet terug te keren - heel eenvoudig, omdat we hem daadwerkelijk nog nooit verlaten hebben, en de God der Joden is ook de onze in onze harten; de uiterlijke naam Jood of Griek zal toch hopelijk geen afbreuk doen aan de wijsheid van God?! Maar voor ons is het toch een goede beschutting tegen de onafgebroken vervolgingen en pesterijen van de Farizeeën! Waarom zouden we dan weer Joden en geen Grieken heten?!

[12] Kijk, dat is geen wijze voorwaarde die u ons stelt! Wat geeft het, als we naast Mozes ook de wijzen van de Grieken met hun dichterlijke godendom leren kennen, wier wijze zinnebeeldige gedichten toch heel wat anders zijn dan de dure tempelmest?! Vooral omdat wij er helemaal niet in geloven, omdat wij maar al te goed weten hoe de Griekse en later Romeinse goden ontstaan zijn, en dat alleen Jehova God is over alles, die alles heeft geschapen en altijd alles onderhoudt en bestuurt!'

[13] Ik zeg hem: 'Vriend, je praat en hebt Mij niet begrepen, terwijl degenen, die Mij begrepen hebben, niet spreken, hoewel ze toch net zo goed Grieken zijn als jij. Het zit hem zeker niet in de naam, maar in het geloof van het hart! Maar het is ook waar en iets om rekening mee te houden, dat het beter is een bedevaart naar Jeruzalem te maken en de feesten met passende en oplettende aandacht bij te wonen, dan een reis naar Delphi te maken en goede raad te vragen aan de dwaze Pythia!

[14] De geweldige misbruiken van de tempel ken Ik beslist beter dan jullie, en je hebt van Mij gehoord, hoezeer Ik daar tegen ben. Maar ondanks alle slechtheid is de tempel toch onvergelijkelijk beter dan die te Delphi, wiens priesters en priesteressen slechts hele goede taalkundigen zijn, die op iedere vraag zo'n antwoord weten te geven dat ze altijd gelijk hebben:!

[15] Toen je een vrouw wilde huwen, maakte je eerst een reis naar Delphi en vroeg daar voor veel geld aan de Pythia, of je gelukkig zou worden met de vrouw die je wilde nemen. Vertel eens, wat kreeg je als antwoord?'

[16] De Griek zegt: 'Wel, het volgende: 'Bij de vrouw vindt u het geluk, niet wacht u het ongeluk!'. En weet U, het orakel heeft mij de waarheid voorspeld, want ik ben echt gelukkig met mijn vrouw!'

[17] Ik zeg: 'Kijk het orakel zou ook gelijk gehad hebben, als je ongelukkig geweest was met je vrouw!'

[18] De Griek zegt: 'Ik zie niet in hoe dat dan mogelijk geweest was!' Ik zeg: ' Je ziet het woordenspelletje niet! Kijk de zin luidt: 'Bij deze vrouw vindt u het geluk niet wacht u het ongeluk.' Als je de zin in tweeën deelt na het woordje niet, dan heeft het orakel gelijk als je ongelukkig zou zijn; want dan zou de zin, zonder ook maar iets in de woordvolgorde te veranderen aldus luiden: 'Bij uw vrouw vindt u het geluk niet, wacht u het ongeluk!'

[19] Maar als je Mij niet wilt geloven, vraag dan maar eens aan je buurman, die een jaar daarna voor net zo'n gelegenheid naar Delphi is gereisd, of zijn antwoord niet precies eender is als het jouwe! En hij is ongelukkig met zijn vrouw, omdat ze een grote slet is; maar het orakel had bij hem net zo goed gelijk als bij jou, en toch geef je er nog hoog van op! Oordeel nu zelf eens wat beter is, de tempel in Jeruzalem of het orakel in Delphi?!'

[20] De Griek zet grote ogen op na die uitleg en zegt: 'Meester, nu begrijp ik het! Dat kan alleen maar een God en geen mens weten. U bent Zelf God, of minstens Gods zoon en niet de zoon van een mens zoals wij ! Daarom zullen wij ons weer op de tempel richten, maar niet onder de tuchtroede van de Farizeeën, maar helemaal vrij! Maar deze Farizeeën moeten weg; want ze hebben ons te veel bedrogen en ons vrijwel al ons bezit ontnomen, geestelijk en lichamelijk! In naam blijven we dus Grieken, maar in waarheid in ons hart volmaakte belijders van Mozes en de profeten! We zullen ook jaarlijks naar Jeruzalem gaan en de tempel bezoeken; en als die afgesloten wordt, dan blijft de vreemdenzaal nog voor ons open, die toch ook bij de tempel behoort.'

[21] Ik antwoord: 'Doe wat je wilt, maar geef je harten niet over aan valsheid, toorn, wraak en lust tot vervolgen! Wees daarbij kuis en rein in gedachten; heb God waarachtig boven alles lief en je naaste als jezelf, zegen, die je vervloeken, doe degenen geen kwaad, die je haten en vervolgen, dan zul je God welgevallig zijn, rust hebben en gloeiende kolen stapelen op de hoofden van je vijanden!'




1   ...   30   31   32   33   34   35   36   37   ...   43

  • 183 Ahab’s list
  • 184 Farizeeën kunnen niet liegen

  • Dovnload 2.49 Mb.