Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.49 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina37/43
Datum05.12.2018
Grootte2.49 Mb.

Dovnload 2.49 Mb.
1   ...   33   34   35   36   37   38   39   40   ...   43
197 Verklaring van de gelijkenis van het onkruid

[I] Terwijl Ik dat nog maar net uitgesproken had, was de jongeman ook al terug met de vrouwen, en wij gingen aan de tafels zitten en aten vrij snel en opgewekt het avondmaal. Na de maaltijd zei Ik tegen allen: 'Luister , omdat de nacht nu mooi en helder is met veel sterren, gaan we niet meteen naar bed, maar naar buiten onder de vrije hemel op het grasveld; want Ik ben voornemens om jullie nu nog veel te vertellen en te laten zien!'

[2] Iedereen stemde in met dit voorstel, en we stonden allen snel op van de tafels en gingen naar buiten en wel naar een ongeveer twintig vadem hoge heuvel, die aan het eind van de grote tuin zich zacht glooiend zo'n dertig pas van de zee verhief. Kisjonah zei echter, dat deze heuvel een heel mooi uitzicht over de hele zee gaf, maar daarbij toch altijd niet erg prettig was, omdat er, waarschijnlijk door de nabijheid van de zee, veel giftige slangen en adders huisden. Hij had al van alles gedaan om het ongedierte te verdrijven, maar dat had niet geholpen!

[3] Ik zeg: 'Laat dat maar rusten! Nu zal hij nooit meer dit ongedierte tot woonplaats dienen; daar kun je volledig van verzekerd zijn!'

[4] Kisjonah zegt: ' Als dat zo is, waaraan ik niet in het minst twijfel, dan dank ik U in de eerste plaats uit het diepst van mijn hart voor de wonderbaarlijke bevrijding van dit ongemak, en in de tweede plaats Iaat ik dan ter herinnering aan U op deze heuvel een echte school bouwen voor het geven van onderricht in Uw leer aan groot en klein en jong en oud!'

[5] Ik zeg: 'Zo'n school kan zich ook altijd in Mijn zegen verheugen, als ze Mijn grondslag bewaart. Maar helaas, zoals de wereld alles bederft, zo zal ze in de loop der tijd deze school, net.als Mijn zuivere leer, niet ongemoeid laten, en zo is er op deze wereld niets dat blijft! Want de hele wereld is nu in duisternis gehuld en staat in satans dienst! Maar laten we nu naar de heuvel gaan!' Ik en Kisjonah gaan voorop en alle leerlingen en alle bedienden van Kisjonah volgen ons op de voet.

[6] Maar als we bij de heuvel komen, ziet Kisjonah, hoe voor hem een grote adder juist tegen de heuvel opkruipt, en meteen daarna ziet hij er nog meer en hij zegt tegen Mij: 'Heer, was mijn geloof dan te klein, dat dit ongedierte nog niet verdwenen is?'

[7] Ik antwoord: 'Dit is opdat je de heerlijkheid van de Zoon van God zult zien en herkennen! Let daarom nu op! Ik beveel deze dieren nu om deze plaats voor altijd te verlaten en, zolang een telg van jou deze tuin en heuvel bewonen zal, hier niet te nestelen; en dan zal je zien hoe ook deze zeer stompzinnige beesten Mijn stem moeten gehoorzamen!'

[8] Toen richtte Ik Mij tot de berg en bedreigde de beesten. En met vele duizenden schoten ze als pijlen uit hun holen en vluchtten in zee; en zo werd de berg voor altijd gezuiverd van dit ongedierte, en voortaan werd er ook geen nog zo kleine worm meer op deze heuvel gezien.

[9] Daarop gingen wij welgemoed de heuvel op, en omdat het gras al wat nat van de dauw was, liet Kisjonah snel een groot aantal kleden halen en haast de hele heuvel bedekken, waarbij de jongeman hem ook weer nuttige snelle diensten verleende. Heel welgemoed nestelden wij ons allen op de geheel met mooie tapijten bedekte heuvel.

[10] Toen kwamen Mijn leerlingen, die ondanks al hun denken, piekeren en veronderstellen er met de gelijkenis van het onkruid \op de akker niet uit konden komen, naar Mij toe en vroegen Mij of Ik hen de gelijkenis van de zaaier, die goed zaad gezaaid had en vervolgens op zijn schone akker onkruid temidden van de tarwe vond, wilde uitleggen en nader verklaren. (Matth.13:36)

[11] Maar Ik antwoordde: 'Hebben jullie niet gehoord, wat Kisjonah ter gedachtenis aan Mij op deze heuvel wil oprichten, en dat Ik hem vertelde hoe het jammer genoeg zo'n instelling in deze wereld zal vergaan? Wel, dat had betrekking op de goede akker, die met de zuiverste tarwe bezaaid werd en toch een grote hoeveelheid onkruid temidden van de tarwe liet opschieten! Zie, deze gelijkenis betekent het volgende:

[12] Ik, of zoals de Joden zeggen, de Mensenzoon, strooi het goede zaad uit. (Matth.13:37) De wereld is de akker; het goede zaad zijn de kinderen van het Rijk; het onkruid zijn echter de kinderen van het kwade. (Matth.13:38) De vijand die ze zaait, is de duivel; de oogst is het einde der wereld, en de maaiers zijn de engelen! (Matth.13:39) Net zoals men het onkruid op de akker wiedt, het in bossen bindt en vervolgens verbrandt, zo zal het ook aan het eind van de wereld gaan!

(Matth. 13:40)

[13] De mensenzoon zal Zijn engelen uitzenden, en ze zullen uit Zijn rijk alle aanstootgevende dingen en alle mensen, die onrecht bedrijven (Matth.13:41) en oog noch oor en nog minder hart hebben voor de nood van hun broeders, verzamelen en ze in de brandende oven werpen, waar gehuil en tandengeklapper zal zijn. (Matth.13:42) Deze brandende oven bevindt zich in het eigen hart van de kinderen van het kwade - en bestaat uit hoogmoed, zelfzucht, heerszucht, hardvochtigheid, onverschilligheid ten opzichte van Gods woord, gierigheid, nijd, afgunst, leugen, bedrog, ontrouw, ontucht en hoererij, echtbreuk, vals getuigenis, kwaadsprekerij en alles wat tegen het gebod der naastenliefde indruist!

[14] Want zoals uit het hart van de rechtvaardigen de hemel in alle heerlijkheid zal opbloeien, zo zal bij de onrechtvaardigen datgene uit hun hart zijn volle wasdom bereiken, wat zich daarin bevindt; een slecht zaad zal nooit goede vrucht opleveren!

[15] Een hard hart zal geen zachte vrucht geven, en een ontrouw hart zal zich nooit kunnen beheersen, en de toorn zal het vuur zijn, dat nooit uit zal doven! Wees voor dat alles dus op je hoede en wordt in alles rechtvaardig volgens de wet der liefde!'

198 De schat in de akker
[1] Als jullie oprecht kinderen van God willen worden, beloof dan nooit iemand iets waaraan je je niet kunt houden -of wat nog erger is -waaraan je je niet wilt houden; voorwaar, Ik zeg jullie, een afspraak of een belofte, die niet gehouden wordt, is het ergste wat bestaat!

[2] Want met toorn bezondig je je zelf en doe je allereerst je zelf schade aan; wie ontucht bedrijft, die begraaft zijn ziel in het oordeel van het vlees en schaadt ook alleen zichzelf; maar het kwaadste van alle kwaden is de leugen !

[3] Heb je aan iemand beloofd om iets te doen, en komen er dan omstandigheden tussen waardoor je je niet aan je afspraak kunt houden, ga dan meteen zonder verzuim naar degene aan wien je iets beloofd hebt, en vertel hem heel eerlijk wat er aan de hand is, opdat de wachtende in dit geval andere wegen en middelen kan aangrijpen om op tijd uit de een of andere nood te geraken!

[4] Wee degene echter, die beloftes doet en ze niet houdt als hij het wel had kunnen doen; want daarmee veroorzaakt hij een omvangrijk kwaad; want de wachtende kan dan zijn plicht niet nakomen, en degenen, die hun hoop op hem gesteld hadden, kunnen ook niet verder, en zo is het mogelijk, dat zo'n onbetrouwbare belofte duizenden in de grootste verlegenheid en droefenis stort; en dus is een niet gehouden belofte het tegengestelde van de naastenliefde en daarom het grootste kwaad!

[5] Een hard hart te hebben is beter, omdat dat niemand ijdele hoop geeft, en als men weet dat men van iemand met een hard hart niets te verwachten heeft, dan zoekt men andere middelen om iets in stand te houden. Maar als iemand iets wat hem is beloofd, verwacht, dan gaat hij geen andere wegen en middelen gebruiken. Als het moment daar is waarop de wachtende zijn zaken in orde had willen brengen, en degene die het beloofd heeft hem in de steek laat zonder vooraf gewaarschuwd te hebben dat hij zijn belofte om de een of andere reden, die natuurlijk waarachtig moet zijn, niet zal kunnen houden, dan is zo iemand net als de satan. Die heeft de mensen al vanaf het eerste begin door zijn profeten ook de prachtigste beloftes gedaan, maar heeft er nooit één waar gemaakt en daardoor tallozen in de grootste ellende gestort!

[6] Hoed je daarom vóór alles voor zulke toezeggingen en beloftes die je niet kunt nakomen en die je, wat nog kwader is, om wat voor reden dan ook niet houden wilt; want de opperste duivel ziet dat graag.

[7] Wees liefdevol en rechtvaardig in alle dingen; want de rechtvaardigen zullen eenmaal in het rijk van hun Vader stralen als de zon op de helderste middag! .

[8] Wie oren heeft om te horen, die hore (Matth. 13:43). Want Ik wil jullie nog een paar gelijkenissen over het hemelrijk geven:

[9] Het hemelrijk gelijkt ook op een verborgen schat in een akker, welke schat door een mens gevonden werd, en 's nachts haastig door hem in de volgende akker werd begraven, omdat de schat groot en zwaar was en hij hem niet naar huis kon dragen omdat dat te ver was. Heel vrolijk ging hij toen naar huis, verkocht alles wat hij had en kocht de akker ten koste van alles (Matth. 13:44); want de schat in de akker was duizenden malen meer waard dan wat hij voor de akker gaf, en nu kon hij omdat de akker van hem was, de schat zonder gevaar uit de akker halen, en niemand kon hem het bezit daarvan bestrijden. Nu kon hij rustig zijn schat in zijn nieuwe huis brengen dat hij tesamen met de akker gekocht had, en hij hoefde niet meer in het zweet zijns aanschijns voor zijn onderhoud te werken; want hij kon nu door zijn schat in de grootste overvloed leven. -Begrijpen jullie deze gelijkenis?'

[10] De leerlingen antwoorden: 'Ja Heer, deze gelijkenis is duidelijk; want de vinders van de schat zijn zij, die Uw woord horen, en de akker is het nog wereldse hart van de mensen, dat zij door het volgen van Uw woord eerst nog geestelijk voor zichzelf moeten kopen, opdat Uw woord in dat hart hun volle eigendom wordt en zij daarmee dan al het goede voor zichzelf en hun broeders kunnen doen!'

[11] 'Jullie hebben de gelijkenis goed begrepen', zeg Ik; 'want zo gaat dat met het echte hemelrijk. -Maar luister nu naar een ander beeld!'


199 De gelijkenis van de grote parel en het net
[I] 'Dit keer is het hemelrijk te vergelijken met een koopman die in alle landen naar mooie parels zocht. (Matth.13:45) En hij vond een parel van onschatbare waarde, vroeg naar de prijs, en toen hij deze kende ging hij ook meteen naar zijn woonplaats, verkocht alles wat hij had, en ging toen terug en kocht de grote parel (Matth. 13,46), die ook duizenden malen meer waard was dan wat hij ervoor betaalde. - Begrijpen jullie dit beeld?'

[2] Weer antwoorden de leerlingen: ' Ja, Heer, ook dat begrijpen we; want wij zijn allemaal als die koopman, omdat wij voor U alles verlieten; en U bent voor ons de grote onschatbare parel!'

[3] 'Ook deze gelijkenis hebben jullie volkomen begrepen', zeg Ik; 'want dit is ook weer een duidelijk beeld van het hemelrijk! -Maar luister naar nog een beeld!

[4] Nu weer is het hemelrijk als een net, dat in zee geworpen wordt, en waarmee men allerlei soort vis vangt. (Matth.13:47) Als het net vol is trekken de vissers het aan de oever; de vissers gaan er dan bij zitten, zoeken de goede vissen er uit en doen ze in een bak, maar de zieke en bedorven vissen gooien ze weg! (Matth.13:48)

[5] Maar zo zal het ook aan het einde der wereld gaan: de engelen zullen er op uit trekken en de slechten scheiden van de rechtvaardigen (Matth.13:49) en zij zullen hen in de vuuroven van hun eigen boze hart werpen, en daar zal een groot gehuil en geklapper met de tanden zijn (Matth.13:50), hetgeen de echte duisternis is voor de slechte ziel, die daarna met haar verbrande wereldse verstand zoeken zal naar dingen om haar slechte liefde te bevredigen, maar nooit iets vinden zal!' - En Ik vroeg de over dit beeld wat piekerende leerlingen na een poosje: 'Hebben jullie dit beeld ook helemaal begrepen?'

[6] Zij antwoorden: 'Ja, Heer, ook dit beeld hebben wij geheel begrepen (Matth.13:51); het lijkt op datgene wat U op de oever bij Jesaïra sprak: Wie heeft, die zal gegeven worden zodat hij in overvloed heeft; maar van wie niet heeft wordt ook genomen wat hij heeft!'

[7] En Ahab voegt daar nog aan toe: 'Voor mij zijn de bedorven en zieke vissen voornamelijk de Farizeeën en al die theoretiserende schrift­geleerden, die steeds maar hun oude rommel te koop aanbieden en de hele natuur en haar vruchtbaarheid loven, maar het heerlijkste van het heden verachten en vervolgen! Dat zijn toch zeker bedorven en zieke vissen? Hoe moet je het anders noemen, als je met je verstand Farizeeër en schriftgeleerde bent en daarom denkt dat je iets beter bent dan alle andere mensen, en dan daarvoor nog offers en belasting eist van de merendeels betere broeders en zusters, en tevens nog een leeg en steenhard gevoelloos hart hebt?!

[8] Daarom geloof ik, dat in de toekomst de geleerde die Uw hemelrijk met het hart bestudeerd heeft, de oude bedorven, onbetrouwbare en zieke schriftuurlijke kraam van de Farizeeën wel helemaal weg zal moeten doen, en voor Uw leer een geheel nieuwe basis zal moeten leggen; want Uw leer is wijs en rechtvaardig en daardoor het tegendeel van die van de Farizeeën!

[9] Ik weet dat Mozes en al de andere profeten Uw geest hadden toen zij profeteerden; maar wat zijn ze nu misvormd! En nu U Zelf hier bent om ons Uw heilige wil te openbaren, waartoe dienen dan nog de onbetrouwbare en zieke Mozes, net als ook al de profeten?!

[10] Wie in het hart volgens Uw leer door de daad is gevormd voor het hemelrijk, heeft geen Mozes en geen profeten meer nodig!'

[11] Ik antwoord: 'Wat je zegt is waar en je hebt gelijk op een kleinigheid na, en wel, dat nochtans een echte schriftgeleerde, dat wil zeggen een tot het hemelrijk bekeerde, moet lijken op een wijze huisvader die oud en nieuw uit zijn huiselijke bezit en voorraden aan zijn gasten presenteert (Matth.13:52) en aanbiedt om van te genieten. Of moet men als de nieuwe wijn in zakken gedaan is, de oude wijn weggieten, of moet men het oude koren weggooien als het nieuwe in de schuren gebracht is?! Daarom moet een echte schriftgeleerde voor het hemelrijk zowel de oude schrift als dit nieuwe woord van Mij kennen en daarnaar handelen!'

[12] Ahab zegt: 'Maar toch alleen maar Mozes en de profeten zonder de zeker gedeeltelijk misvormde staatswetten, de onnutte godsdienstbe­palingen, die nu nergens meer goed voor zijn, omdat we ons wat de staat betreft toch zonder meer onderwerpen moeten aan de Romeinse wetten!?'

[13] Ik zeg: 'Dat is vanzelfsprekend. Wat je uit de oude wetten weg moet laten terwille van de echte naastenliefde, dat vind je al opgeschreven; mijn beide vrienden uit Sichar zijn hier, zij kunnen getuigen van Mijn uitgebreide bergrede, waarin al deze zaken voorkomen.' Daarmee is Ahab helemaal tevreden gesteld.

200 Bescherm ons daarvoor, o Heer
[I] Nu vraag Ik de beide mensen uit Sichar om Mij te vertellen met welk verzoek zij hierheen gekomen zijn. En Jonaël, die voor beiden het woord doet, zegt: 'Heer, U heeft al eerder de kern aangeroerd, en daarover gaat het dan ook! Het is echt haast niet te geloven, dat mensen, die toch samen met ons de blijvende grote tekens van Uw puur goddelijke macht zien, zo slecht kunnen zijn! Ze erkennen de waarheid en vervolgen haar dan, juist omdat ze dat als waarheid moeten erkennen! Ze hebben mij verjaagd; als broeder Jaïruth mij en mijn familie niet opgenomen had in zijn huis, dan zou ik dakloos zijn!

[2] Heer, hoe sterk en hoe vaak heb ik in de geest tot U gebeden dat U zou komen en mij bij zou staan tegen de vijanden; maar het was tevergeefs, U kwam toch niet om ons uit onze zeer grote nood te helpen!

[3] Het is wel waar, dat U zichtbare engelen bij ons hebt achtergelaten om ons in Uw plaats te helpen. Maar zij willen niet altijd handelen en ook niet op die wijze, die ik nodig acht; want zij zeggen, dat ze zonder Uw wil niets kunnen doen; want slechts Uw wil is hun hele kracht en macht! Dat is allemaal wel waar, maar als de beledigde oude orthodoxe Samaritanen honderden van Uw aanhangers uit het land verdrijven, zodat deze bij de heidenen bescherming moeten zoeken -wat alleen maar kan als de verdrevenen zelf heiden worden -, dan lijkt het mij toch wel juist dat Uw engelen daar tussenbeide zouden komen en een eind zouden maken aan zo'n gemene jacht, in plaats van dat zij samen met ons met een treurig gemoed de hele geschiedenis aanzien en tenslotte zelfs samen met ons zuchtend uitroepen: 'Des Heren raadsbesluiten zijn toch altijd on­doorgrondelijk en Zijn wegen onnaspeurlijk!'

[4] Maar wat helpt dat?! Honderden worden heiden, honderden worden met stokken en staven geslagen en terwille van Uw naam op openbare plaatsen bespot!

[5] Joram moest voor een tijd uit Sichar weg, en het huis dat Jacob gebouwd heeft, is intussen afgesloten en leeg! En Joram is nu ook met zijn vrouw in het huis van broeder Jaïruth, net zoals vele andere families van aanzien die om Uwentwil in Sichar niet meer werden geduld!

[6] En Uw engelen die bij ons zijn, hebben tegen dat alles ook niet één stap gedaan! Heer, Heer, ter wille van Uw heilige naam! Waarvoor moet dat dan toch goed zijn?!

[7] Moet hier op deze aarde dan alle macht en geweld van de satan over U toegelaten worden?! Of is zijn hel dan werkelijk machtiger dan al Uw hemelen? Heer, als het zo doorgaat, dan moeten de mensen op het laatst tempels en offeraltaren voor de satan bouwen, en die van U afbreken! In deze tijd wel een heel treurige zaak!

[8] De godsdienst op de Garizim, ja zelfs in de tempel te Jeruzalem is toch niets anders dan pure satansdienst?! Ik heb van U, de Heer Zelf, uit Uw eigen mond gehoord hoe God, die in al Zijn volheid lichamelijk in U woont, geëerd en geprezen wil zijn. Als je dan naar de dienst op Garizim kijkt, dan is dat toch wezenlijke en echte satansdienst; want daar wordt in volle ernst, en dat ontkennen zelfs Uw heilige engelen niet in het minst, overvloedig wierook gestrooid voor de satan!

[9] Zo is het en gebeurt het helemaal naar waarheid, en het kan U, o Heer, niet onbekend zijn dat het zo is en gebeurt, en toch laat U het toe dat het zo is en gebeurt! Heer, hoe moeten wij dit opvatten en hoe moeten wij Uw heilig woord begrijpen?

[10] Ook de eerlijke broeder Jaïruth, die met zijn hele huis U zeer toegewijd is, krijgt nu al iedere dag bedreigingen, waarbij hij gesommeerd wordt om zich zo vlug mogelijk te laten kennen als orthodoxe Samaritaan, omdat hij anders al zijn bezit kwijt raakt!

[11] Velen, die al rotsvast in Uw leer geloofden, o Heer, zijn door de dagelijkse bedreigingen zo geïntimideerd, dat ze na het uitspreken van voorgeschreven verwensingen en vervloekingen van Uw naam tot de pure satansdienst teruggekeerd zijn!

[12] Kijk, Heer, Uw engelen bedekken wel steeds hun aangezicht voor zulke dingen; maar wat heb je aan die nietszeggende deelnemingsbetui­gingen?

[ 13] Heer, U leest Mijn hart dat U helemaal toegewijd is, en daarom spreek ik ook met U zonder een blad voor de mond te nemen en zeg: Op die manier is een nutteloos, weemoedig toekijken net zo waardeloos als een vijg op de derde dag na het afvallen van de bloesem! Hier moet je er op los gaan, en wel met alle geweld en macht, anders krijgt de satan grond en wortels.

[14] Als Uw leerlingen nu al niets tegen hem kunnen doen, waartoe zullen ze dan later in staat zijn wanneer hij zijn grootste kracht bereikt, wat hem niet zoveel moeite zal kosten als hem steeds zo weinig in de weg gelegd wordt als tot op heden het treurige gevál is, nu zelfs Uw engelen niets tegen hem durven te doen?! .

[15] Daarom vraag ik U terwille van Uw heilige naam en terwille van al degenen, die nog steeds net als wij rotsvast geloven in Uw naam, sta ons bij en bevrijd ons van de strikken van satan!

[16] U heeft ons toch Zelf op de berg geleerd te bidden; en ondanks dat we steeds bidden, wordt het van dag tot dag erger in plaats van beter!

[17] Alles willen wij U offeren en voor U willen wij in de grootste armoede leven; maar dan moet U ons toch wel ergens een plekje op aarde gunnen, zolang wij op aarde leven; want tussen allemaal wolven, .hyena 's en beren kun je, als je zelf geen beest bent, niet leven en nog minder U, o Heer, volgen! .

[18] Wij verlangen geen vredig paradijs op deze wereld, maar het minste is toch wel, dat we niet met duivels in een totale hel moeten leven; bescherm ons daarvoor, o Heer!'




201 Twee redenen voor Gods afzijdigheid

[1] Ik zeg: 'Vrienden, Ik heb wel geweten dat het in zeer korte tijd zo zou gaan opdat de satan zijn werk afmaakt; maar degenen, die naar de heidenen gevlucht zijn, zouden hier in Galiléa ook onderdak gekregen hebben, en degenen, die Mijn naam vervloekt hebben om hun aardse bezit niet te verliezen, zouden er beter aan hebben gedaan, zich van de wereld los te maken, dan zich onder de vervloeking van Mijn naam te verzekeren van hun bezit, waaraan de eeuwige dood kleeft. Want ieder mens moet toch eenmaal alles verlaten.

[2] Hoe moeilijk zal het zijn voor degene die veel heeft, om zich eenmaal daarvan los te maken, en hoe licht zal diegene afscheid nemen van de wereld, die geen goederen uit haar schoot bezat en nog bovendien terwille van Mijn naam overal werd vervolgd! Die veracht de wereld, en hij zal zeker niet om haar treuren als hij, terwijl hij het hemelrijk helder voor zich ziet, deze duistere verderfelijke wereld verlaat.

[3] Weet, dat zoals het goud in het vuur niet verandert en pas daarin haar grote waarde krijgt, zo moet het ook gaan bij jullie, die werkelijk Mijn leerlingen en volgelingen willen zijn; want Mijn rijk, waarvoor wij allen nu werken, is niet van deze wereld, maar van die grote eeuwig onvergankelijke, die op dit aardse, materiële, korte proefleven volgt!

[4] En daarom geef Ik jullie voor deze wereld geen vrede, maar het zwaard; want door de strijd met de wereld en met alles wat zij je biedt, moet je je de vrijheid van het eeuwige leven bevechten!

[5] Want Mijn rijk lijdt onder geweld, en wie het niet met geweld tot zich trekt, die verovert het niet.

[6] Het is natuurlijk heel makkelijk om in een vreedzaam plaatsje en voor zijn aardse leven goed verzorgd, voor leerling van Mij te spelen, deugden aan de lammetjes te Ieren en ze met zuiver water te drenken; daar heb je niet veel voor nodig! Maar het is heel wat anders om leeuwen, tijgers en panters te temmen en ze om te vormen tot nuttige dieren! Daar heb je ook meer slimheid, moed, kracht en uithoudingsvermogen voor nodig dan voor het temmen van lammetjes!

[7] Daarom moeten jullie wat zich in Sichar openbaart ook zo bekijken en aanvaarden zoals het is, en je moet daarmee een natuurlijk gevecht aangaan, waarbij Ik jullie zal ondersteunen; maar als jullie dadelijk over de blindheid en de boosheid van de mensen tot over je oren in ergernis en toorn geraakt, en over zulke boosdoeners alleen maar een verterend vuur van de hemel afroept, dan kan het je onmogelijk anders vergaan dan het jullie vergaan is!

[8] Ook kunnen en mogen Mijn engelen jullie in zulke gevallen niet helpen, omdat zo'n hulp rechtstreeks tegen Mijn eeuwige orde in zou gaan.

[9] Maar als jullie overwinnende strijders voor Mijn rijk willen zijn, maak dan uit de zuivere waarheid een scherp zwaard; maar dat moet dan door de zuiverste onbaatzuchtigste liefde gesmeed zijn! Strijd dan moedig met zo'n zwaard en wees niet bang voor degenen, die in het uiterste geval wel je lichaam kunnen doden, maar dan ook verder niets meer doen kunnen!

[10] Ben je echter bang, wees dan bang voor Hem die de echte Heer over leven en dood is en die de ziel van de mens verwerpen of aannemen kan.

[11] Wie in de goede strijd voor Mij zijn aardse leven verliest, zal het in Mijn rijk overvloedig terug krijgen; wie echter probeert om zijn aardse leven in de strijd voor Mij te behouden, is een lafaard, en de zegekroon van het eeuwige leven zal niet zijn deel zijn! Wat voor een verdienste heeft hij, als hij muggen bestrijdt en vliegen doodslaat? Ik zeg jullie: Zo'n held is zelfs als pispaal niet te gebruiken!

[12] Ah, het is heel wat anders, geharnast en met een scherp zwaard in de hand op een groep leeuwen en tijgers in te lopen! Wanneer hij ze allemaal gedood heeft en als overwinnaar terugkeert, dan worden er erebogen opgericht en hij ontvangt beslist een groot loon voor zijn heldendaad!

[13] Ga dus weer naar huis en vecht op die manier zoals Ik het jullie nu gezegd heb, en de echte overwinning zal jullie niet ontgaan!

[14] Ik weet beslist wel het best hoe vreselijk de satan deze aarde toetakelt, en Ik zou macht genoeg hebben om hem totaal te vernietigen; maar dat Iaat Mijn grote liefde en geduld nooit toe.

[15] Want wie meent dat hij zijn vijand alleen maar kan overwinnen door hem te vernietigen, is een laffe strijder! Want als hij hem doodt verlost hij zich niet door zijn moed van de gevreesde vijand, maar door zijn grote vrees.

[16] Wie echt een held wil zijn, mag de vijand niet vernietigen, maar moet zich alle moeite getroosten om het hart van de vijand door verstand, geduld, liefde en wijsheid te winnen; slechts dan kan hij er zich over beroemen een echte overwinning op zijn vijand behaald te hebben en de bestreden vijand zelf zal zijn grootste loon zijn.'


1   ...   33   34   35   36   37   38   39   40   ...   43

  • 201 Twee redenen voor Gods afzijdigheid

  • Dovnload 2.49 Mb.