Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.49 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina42/43
Datum05.12.2018
Grootte2.49 Mb.

Dovnload 2.49 Mb.
1   ...   35   36   37   38   39   40   41   42   43
224 Innerlijke zelfbeschouwing

[1] Meteen staan wij van onze rustbanken op en gaan de tuin in, waar al een rijkelijk ochtendmaal op ons wacht dat Baram alweer voor ons klaargemaakt heeft.

[2] Weliswaar zegt Kisjonah tegen Baram: ~Maar broeder, wat doe je toch?! Denk je soms, dat mijn zolders, voorraadkamers en wijnkelders leeg staan?!'

[3] Baram zegt: 'Broeder, ik weet maar al te goed dat duizend gasten per dag je voorraden in duizend jaar niet kunnen opmaken; maar ik behoor goddank toch ook niet tot de armen van dit land, dus laat me vandaag nog maar het plezier al deze gasten te verzorgen! Want ik schep er erg veel genoegen in, met dat beetje wat ik heb de Heer te mogen dienen! Morgen zullen jouw kookkachels weer net zo veel werk hebben als ooit tevoren!'

[4] Kisjonah en Baram omarmen en kussen elkaar en gaan dan ook aan tafel zitten en eten een heerlijke vis met brood en wijn.

[5] Na de maaltijd vraagt Kisjonah, wat men die dag zal gaan doen, of Ik soms weer ergens naar toe wilde, zodat hij voorbereidingen kon treffen voor een gemakkelijke reis.



[6] Ik zeg: 'Vriend en broeder! Maak jij je maar nergens zorgen over! Wat de tijd brengen zal, dat pakken we aan! Maar vandaag en morgen zullen weinig of niets brengen, 'behalve ons zelf, en daarom hebben we ook geen speciale voorbereidingen nodig. Morgen tegen de avond zal Philopold uit Kana komen; die zal ook heel wat te vertellen hebben.

[7] Nu zullen we echter tot de middag een paar oefeningen in zelfbe­schouwing doen onder de verkoelende schaduw van de bomen!

[8] Want waarlijk, Ik zeg jullie: Er is voor een mens niets heilzamer dan zo nu en dan zichzelf innerlijk te onderzoeken! Wie zichzelf en zijn krachten ontdekken wil, moet zich meermalen zelf onderzoeken en innerlijk bekijken.

[9] Omdat dat zo dringend nodig is, zullen wij zo'n oefening vandaag vóór de middag doen, en na het middageten zullen wij de zee opgaan en zien wat daar eventueel gedaan kan worden.'

[10] Enigen weten echter niet hoe ze een begin moeten maken met de innerlijke zelfbeschouwing, en vragen dat aan Mij. Dan zeg Ik: 'Rust en denk in stilte actief na over jullie doen en laten, over de jullie welbekende wil van God, en of je deze hebt opgevolgd tijdens de verschillende periodes van je leven. Op deze manier heb je je innerlijk onderzocht en daardoor bemoeilijk je het binnendringen van de satan in jezelf steeds meer. Want deze probeert met al zijn energie om de innerlijke zelfbeschouwing van de mens, door middel van allerlei nietszeggende begoochelingen te ver­hinderen.

[11] Want als de mens eenmaal door oefening wat vaardigheid heeft verkregen in de beschouwing van zijn innerlijk, dan ontdekt hij in zichzelf ook heel gemakkelijk en heel snel welke valstrikken de satan voor hem heeft opgezet, en dan kan hij deze behoorlijk onklaar maken en vernietigen en tijdig maatregelen nemen tegen alle toekomstige valsheid van deze vijand. Dat weet de satan maar al te goed en daarom is hij zo ijverig mogelijk bezig om de ziel zelf met allerlei naar buiten gerichte begoo­chelingen af te leiden, en onderhand heeft hij dan niet veel moeite om onzichtbaar voor de ziel allerlei vallen uit te zetten, waarin zij tenslotte zo verstrikt raakt dat ze dan niet meer tot zelfbeschouwing kan komen, en dat is heel erg.

[12] Want daardoor wordt de ziel steeds meer gescheiden van haar geest en kan zij deze niet meer opwekken, en dat is in de mens dan al het begin van de tweede dood.

[13] Jullie weten nu waaruit de innerlijke zelfbeschouwing bestaat. Doe daarom van nu tot aan de middag in stilte zo'n oefening en laatje intussen door geen uiterlijke gebeurtenis storen! Want de satan zal zeker niet nalaten om jullie af te leiden met het een of andere spektakel van buitenaf. Maar denk er aan dat Ik dat jullie vooruit heb gezegd, en keer dan weer vlug in je zelfbeschouwing terug!'

[14] Nu wordt alles heel rustig, en iedereen doet zijn uiterste best om zich te verdiepen in de zelfbeschouwing, en een uur verloopt zo zonder enige storing.

225 De leviathan
[1] Maar na een uur klinkt er plotseling een dreunende slag, alsof een krachtige bliksem vlak naast het huis insloeg. Iedereen schrikt geweldig en vliegt op; maar ze denken aan Mijn woorden en worden gauw weer rustig.

[2] Satan Iaat echter niet lang op zich wachten; kort na de slag horen de rustenden, die geestelijk actief waren, een angstaanjagend sissen en fluiten, en het duurt niet lang of aan de oever van de zee verheft zich een buitengewoon monster, De kop lijkt op die van een wolf, maar dan minstens honderdmaal groter, de ver uit de bek stekende tong lijkt op een voortdurend wild kronkelende reuzenslang, de beide oren lijken op die van een reusachtige os, de ogen zien er uit als twee grote schotels met gloeiend erts, de voorpoten lijken op die van een reuzenbeer, de achterpoten op die van een leeuw van reusachtige grootte, het lichaam op dat van een krokodil met de staart van een draak. Zijn gebrul is een dreunende slag en zijn adem een onheilspellend sissen en fluiten. Zo komt het uit de zee.

[3] Maar aan de oever weiden schapen, ossen, koeien, kalveren en veel ezels, Het monster maakt meteen jacht op de huisdieren en verslindt snel de een na de ander. Dan vluchten de huisdieren; maar het ondier komt onze richting uit.

[4] Wanneer er verscheidene die bewegingen van het ondier zien, maken zij zich klaar om op de loop te gaan, en zeggen: 'Heer, deze proef is een beetje te moeilijk! Een aantal kalveren, een stuk of tien lammeren en twee jonge ezelsveulens heeft dat afgrijselijke ondier al opgegeten; nu wil het hier een lekker hapje komen halen en het heeft, op de geur afgaande, zeker onder ons iets uitgekozen, omdat het nu wat aarzelend deze kant uitkomt. Het lijkt toch wel raadzaam deze brenger des doods een beetje uit de weg te gaan! Want met natuurlijke middelen kun je toch echt niet tegen dit beest op, en het zou heel lang kunnen duren voor het overwonnen was!'

[5] Ik zeg: 'Laat je niet in het minst storen! Uiterlijk kunnen wij met z'n allen niet tegen dit ondier op, want het is een volwassen leviathan: maar onze innerlijke kracht dwingt hem tot aan het eind van de wereld te vluchten; maak je dus helemaal geen zorgen! Een klein uurtje nog, en dan hebben jullie de slagbomen en grensvestingen van de dood doorbroken, en dan zal de heerschappij over de hele hel en haar leger jullie loon zijn!'

[6] Meteen na Mijn woorden Iaat het ondier enige malen na elkaar Zijn ploffende stem horen, en daarna beweegt het zich weer heel rustig, maar toch tamelijk snel naar ons toe, waarbij het zijn vraatzucht maar al te duidelijk Iaat blijken door het voortdurende kronkelende slaan met Zijn lange staart, die zo sterk is als een boom. Maar de leerlingen zijn nu heel goed in vorm en laten zonder vrees en onversaagd het ondier op zich afkomen.

[7] Als het op ongeveer tien passen van ons af is geef Ik de engel Archiël een geestelijke opdracht, en deze gaat plotseling voor het dier staan en vraagt: 'Wat kom je hier doen satan? Verdwijn - of ik vernietig je!' Het ondier opent zijn muil en maakt bewegingen alsof het wilde praten; maar de engel gebiedt het nog een keer om te verdwijnen! Dan stoot het dier een aantal ploffende geluiden uit en rent daarna met schel gesis en gefluit de zee in.

[8] Toen het weer in zee ondergedoken was, bewoog het een tijdlang het water in de grote inham zo sterk, alsof de zwaarste storm het opjoeg; maar geen van de leerlingen trok zich daar wat van aan, en in dit laatste uur werd de stilte in God met grote innerlijke ijver in stand gehouden.

[9] Maar tegen het einde van het rustuur komt er opeens een zwaar onweer . Felle bliksems schieten door de lucht; harde windstoten buigen de bomen haast tot aan de grond, en grote en zware regendruppels met hagel vermengd vallen al uit de donkere wolken.

[10] Een paar zwakkere leerlingen wilden al het huis in vluchten; maar de engel zegt: Blijf en herken het onbeduidende goochelkunstje van de satan!' Daarop blijven ze en de loze regen deert hen niet. Het gaat weliswaar steeds harder regenen, en de hagelkorrels springen heel opgewekt over de grond; maar geen mens wordt er door geraakt, en de regen maakt nauwelijks iemands huid nat.

[11] Dan bedreigt de engel de wolken, en deze scheuren dadelijk uiteen, en het is meteen helder dag. Na een paar ogenblikken is de zelfbeschouwing ten einde en Baram zegt: 'Heer, waar U het het prettigste vindt, hier of in huis! Het eten is klaar!'

[12] Ik zeg: 'Laat nog een half uur voorbijgaan, dan is alles in orde! Ik moet nog een paar woorden tegen Mijn leerlingen zeggen.'

[13] Baram gaat weer in zijn schip, waar een aantal zakken goede wijn in een grote kist opgeborgen zijn, en hij laat deze door zijn mensen in de keuken brengen en daar alle kruiken vullen en hij zegt tegen de koks en kokkinnen dat ze nog een half uur moeten wachten, en de spijzen dan pas op moeten dienen als hij hen een teken zal geven. Daarna komt hij weer bij Mij, en luistert mee naar wat Ik al de leerlingen over deze zelfbeschouwing en het nut daarvan zeg.


226 De weg tot wedergeboorte

[I] Ik zei het volgende: 'Jullie hebben nu een nieuwe manier en methode leren kennen, waardoor de mens van de materie over kan gaan naar het steeds zuiverder en reiner geestelijke, en hoe hij op deze weg heer over zichzelf en daardoor uiteindelijk ook over de gehele uiterlijke wereldse natuur kan worden. Volg daarom regelmatig deze weg in Mijn naam, en je zult een grote beheersing over je hartstochten en daardoor over de hele natuur en in de andere wereld over alle schepsels krijgen.

[2] Jullie hebben de boosaardige verschijnselen gezien die de satan jullie ten deel heeft laten vallen. Ze hebben je vrees en schrik bezorgd; maar je hebt je, vertrouwend op Mijn woord, vermand en bent de rust weer ingegaan en in die rust zijn jullie geheel meester geworden van alle kwade gebeurtenissen.

[3] Maar geloof nu niet dat je de satan nu al geheel ontmoedigd hebt! Zo vaak je weer zo'n oefening zult doen, zul je door hem verontrust worden zolang je in de geest nog niet volledig nieuw geboren wordt.

[4] Zijn jullie echter eenmaal in de geest opnieuw geboren, dan heeft de satan voor eeuwig alle macht over jullie verloren, en jullie zullen zowel rechtspreken over hem, als over al degenen die hij tot zich getrokken heeft, en die je hem weer voor eeuwig ontnemen zult!'

[5] Petrus vraagt: 'Hoe word je dan wedergeboren? Moeten dan ziel en geest weer in het lichaam van een nieuwe vrouwen daaruit dan weer opnieuw geboren worden? Of hoe moeten we ons dat voorstellen?'

[6] Ik zeg: 'Dat kun je nu nog helemaal niet begrijpen. Als Ik eenmaal opgevaren zal zijn naar de plaats waar Ik vandaan ben gekomen en Mijn geest jouw geest vrij zal maken, dan zul je de wedergeboorte van de geest wel begrijpen en in alle diepte en volheid beseffen. Maar nu zou dit jou en niemand van jullie al mogelijk zijn. Maar door het opvolgen van Mijn leer en door deze levensoefeningen zul je tenslotte uit en in jezelf dat licht bereiken.

[7] Je kunt dat door geen leer en door geen onderricht van buitenaf begrijpen, maar het moet uit jezelf voortkomen op de weg die Ik je nu voor alle tijden der tijden Iaat zien.'

[8] Judas zegt: 'Heer, ik heb geweldige tovenaars en geestenbezweerders en geestenverdrijvers gezien; die hebben met de zielen van gestorvenen gesproken, en deze spraken echt en zeiden verborgen dingen. Hoe zijn deze dan in het geestenrijk binnengedrongen?'Dat is dan toch ook wel een soort van geestelijke wedergeboorte!?'

[9] ' O ja " zeg Ik, 'maar niet voor de hemel, die Gods troon is, maar voor de hel, waar de satan en zijn engelen wonen!'

[10] Daarop zegt Judas: ' Als dat zo is, dan is de satan ook een heer met veel, zij het dan kwade, macht toegerust! Dan vind ik toch, dat indien dat mogelijk was, het beter zou zijn om een satan te vernietigen, dan duizendmaal duizend mensen door hem te laten vernietigen! Waarom moet er in een goddelijke ordening ook een satan zijn?'

[11] Ik zeg: 'Daarom, om ook jou op de jongste dag te vangen omdat je je zo over hem ontfermt! Het zal nog lang duren voor je heel vaag zult zien wie je zelf bent, laat staan dan wat de grote .orde van God is, die om heel wijze redenen naast de dag ook een nacht op aarde geschapen .heeft. Begrijp je de werkelijke reden van de aardse nacht der aarde, en begrijp je de eeuwige dag van iedere zon, die elk op zichzelf ook een aarde is, net als degene die jou draagt en voedt? Als je dit echter niet begrijpt, dan vraag Ik aan jou,. hoe jij hier een vraag kunt stellen die niet. betamelijk is voor een mens tegenover zijn Heer, God en Schepper!

Zou je ook nog niet willen vragen waarom een steen hard en waarom het water zacht is, of waarom het vuur pijn doet en het koele water niet?

[12] Maar Ik zeg je: Als je niets begrijpt, leer dan eerst wat, en wees daarbij stil en heb een opmerkzame geest; en ga je daardoor iets begrijpen, dan kun je spreken en je broeders lastige vragen stellen!

[13] Maar weet je, het is met jou net als met alle menselijke domheid: heimelijk schamen ze zich er voor, maar ze willen het verbergen onder allerlei prachtige wijs lijkende vragen, ze beseffen echter niet, dat ze daardoor eigenlijk pas goed hun domheid ten toon spreiden! Laat daarom Mijn goedaardige woorden een les voor je zijn, want anders kon je nog wel eens hard ergens tegen op botsen, en Ik zal je dan niet zo vlug uit de modder halen!'

[14] De lust om wat te vragen was door deze woorden behoorlijk bekoeld bij Judas, en hij wierp daarop ook onderzoekende blikken naar Thomas; maar deze was verstandig, en deed alsof hij niets van de terechtwijzing gemerkt had en alle andere leerlingen deden dat ook, en daardoor was Judas gerustgesteld, en hij trok zich wijselijk terug.

[15] Ik zei toen tegen Baram: 'Broeder, nu kun je de maaltijd wel laten opdienen, maar dit keer in de kamers!' Baram gaat snel de keuken in en laat alles vlug in orde maken; wij volgen hem, en binnen een uur hebben wij de maaltijd heel op ons gemak genuttigd.


227 Een tochtje op zee

[I] Omdat de dag mooi en helder is, wordt er na de maaltijd een tochtje op de zee gemaakt. Baram maakt vlug zijn schip in orde, en Kisjonah maakt dan zijn grote schip ook vlot, en de helft van de leerlingen kan daar makkelijk in.

[2] Ik, de apostelen en Baram en Kisjonah gaan in het uitmuntend gebouwde schip van Baram, dat twee zeilen en aan beide kanten zes sterke riemen had en daardoor zowel door de wind, als met de roeiriemen voortgedreven kon worden. Wij voeren in de richting van Kapérnaum vanaf het plaatsje Kis, zonder echter het plan te hebben om in Kapérnaum te belanden.

[3] Maar toen we al een paar uur de zee op in de richting van Kapérnaum voeren, zagen wij uit de verte een schip snel op onze twee schepen afkomen. Het voerde de kleuren van Kapérnaum, en toen wij van zijn richting afweken, om te zien of hij werkelijk op onze beide schepen afstuurde, week het Kapérnaumse schip ook van zijn vroegere richting af en ging snel in onze richting verder. Toen de schippers van Baram dat geconstateerd hadden, vroegen ze aan Baram, wat er gedaan moest worden, want het schip uit Kapérnaum leek geen goede voornemens aan de dag te leggen. Baram vraagt Mij dan, wat Ik hiervan denk.

[4] En Ik antwoordde: 'Laat het schip maar op ons af komen, en we zullen dan wel zien wat er achter steekt!' Na deze woorden van Mij laat Baram de zeilen innemen en het roeien stoppen, en de schippers op het schip van Kisjonah doen hetzelfde.

[5] Binnen een kwartier zijn de schippers van het Kapérnaumse schip bij ons en vragen aan Baram, of Ik Mij op het schip bevond; want in Kapérnaum hadden ze gehoord, dat Ik in Kis was. Ze waren door de overste Jaïrus gezonden om Mij te vragen naar Kapérnaum te komen; want het dochtertje van Jaïrus, dat Ik pas een paar weken geleden uit de dood opgewekt had, was weer zo ziek geworden, dat geen dokter haar meer kon helpen. 'De overste is bang dat ze dood gaat. Jullie zullen een grote beloning krijgen, als je ons naar Jezus van Nazareth kunt brengen!', zeiden de schippers ten slot te tegen Baram en zijn schepelingen.

[6] Maar Baram zei: 'Naar jullie woorden te oordelen, zijn jullie met goede bedoelingen naar ons toegekomen, en ik zeg je: Degene, Die jullie zoeken is op mijn schip; maar of hij naar jullie wil luisteren en gehoor wil geven aan je vraag, kan ik je niet zeggen. Maar ik zal naar Hem toegaan beneden in de kajuit en ik zal met Hem praten.'

[7] De Kapérnaumers gaan hiermee akkoord, en Baram komt naar Mij toe in de open kajuit en wil het dringende verzoek van de Kapérnaumers aan Mij overbrengen.

[8] Maar Ik zeg tegen hem: 'Broeder, zeg maar niets; want Ik weet alles allang en heb het je al in Jesaïra gezegd, dat het zo met deze lasterlijke soort zou gaan. Om Mij te vervolgen en Mijn leer verdacht te maken,

loochenden zij dat de dochter van Jaïrus ziek en dood was; ze had alleen maar heel gezond geslapen, en Ik had haar op een heel natuurlijke manier gewekt en daarna bedrieglijk voorgewend dat Ik haar uit de totale dood opwekte.

[9] Omdat Mijn daad zuiver bedrog was, moeten ze het dochtertje maar weer zo heel natuurlijk in laten slapen, en het kan dan wel weer door welk natuurlijk mens ook op natuurlijke wijze gewekt worden.

[10] Waarlijk, Ik zal haar niet eerder aanraken, voor ze drie dagen in het graf gelegen heeft! Ga naar boven op het dek en zeg dat tegen hen; span daarop de zeilen, en een goede wind zal ons dan zo snel mogelijk zee opwaarts boven de grote inham bij Kis brengen, en zij moeten niet weten waar wij heen zijn gevaren. ,



[11] Baram gaat nu vlug aan dek en zegt: 'Geëerde afgezanten van de overste! Ik vind het echt jammer voor u dat ik u van Jezus, de Heer, geen gunstig antwoord kan brengen! Maar daaraan hebben de Kapér­naumers zelf schuld; want nadat Hij destijds het dochtertje van de overste wezenlijk uit de zichtbare en voelbare dood weer tot het volle leven gewekt heeft, verklaarden zij, de Farizeeën van deze door Hem vervloekte stad, al gauw daarna dat Hij een bedrieger was. Zij hebben voor het hele volk bewezen en verklaard dat Jaïrus Jezus slechts op de proef wilde stellen en daarvoor zijn kerngezonde dochtertje op een speciaal gemaakt doodsbed had gelegd; en toen had de bedrieger Jezus, die niet vermoedde dat het een val was, haar natuurlijk heel gemakkelijk uit de dood tot leven kunnen wekken, hetgeen hij deed - zoals ik van een paar mensen gehoord heb - door haar behoorlijk hard in haar hand te knijpen, omdat hij inmiddels gemerkt had dat ze leefde, en toen was ze maar liever opgestaan dan de pijn in haar hand nog langer te moeten verdragen.

[12] Eigenlijk was het de bedoeling van de overste geweest - zoals ik gehoord heb -dat het dochtertje zich niet zou hebben laten wekken, opdat men dan. Jezus snel als volleerde oplichter had kunnen pakken en te gronde richten. Maar door het ontwaken werd dit mooie plan verijdeld; want het volk was er vast van overtuigd, dat de dochter die voor dit doel een paar dagen daarvoor al kunstmatig ziek werd gehouden echt uit de dood was opgewekt.

[13] Daarom zal Hij haar nu nooit meer aanzien, behalve misschien nog eens als ze half vergaan in het graf ligt!

[14] Ga met dit antwoord nu maar weer naar huis en vertel het aan jullie overste, opdat hij dan bij zichzelf kan ontdekken, met welke verschrikkelijke ondank zijn hart gevuld is! Hij gaat in geen geval naar Kapérnaum; want deze plaats heeft Hij door de hel voor eeuwig laten zegenen!'

[15] Na deze woorden Iaat Baram snel de zeilen spannen; en als de zeilen gespannen zijn, komt ook de wind en drijft de beide schepen dermate snel voor zich uit, dat het Kapérnaumse schip, dat geen zeilen had en ook verder een heel onaanzienlijk, bescheiden vaartuig was, in weinige ogenblikken zo ver achter bleef, dat wij het helemaal uit het gezicht verloren; en toen wij boven de grote inham bij Kis landden en aan land waren gegaan en de schepen leeg de grote inham in lieten varen, draaide de wind en blies hard in de richting van Kapérnaum.

228 De dokter uit Nazareth
[I] Toen wij de tamelijk hoge heuvel beklommen, die zich boven de grote inham verheft, aan wiens voet de bekende herberg gebouwd is en waar overheen de hoofdweg naar Jeruzalem leidt, zagen wij heel in de verte het Kapérnaumse schip tegen de golven vechten, en omdat het steeds meer moeite met de wind kreeg, hief het de roeispanen in de lucht en liet zich zo rechtstreeks naar de haven van Kapérnaum drijven.

[2] Men kan zich voorstellen wat voor gezicht Jaïrus getrokken zal hebben, toen de door hem gestuurde boodschappers het bericht brachten dat Ik hen door Baram had laten geven.

[3] Jaïrus riep snel alle doktoren uit de wijde omgeving bij elkaar ­ook die uit Nazareth werd gehaald; want deze had een heel goede nam als wonderdokter omdat hij als het ware een leerling van Mij was, en hij ook door eenvoudige handoplegging zwaar zieken in een oogwenk had genezen.

[4] Maar toen deze naar Kapérnaum kwam en de zieke dochter zag, haalde hij zijn schouders op, en zei na een poosje tegen al de aan het ziekbed staande doktoren: 'Kijk, het meisje heeft, terwijl ze erg verhit was, op het een of andere feest iets kouds gedronken en daardoor kreeg ze een actief longbederf; binnen hoogstens zeven dagen is het met haar afgelopen! We kunnen haar geen nieuwe long geven en dus kunnen we haar met geen mogelijkheid helpen!'

[5] Jaïrus zegt: 'Denkt u, dat die verheven beroemde Jezus die mijn dochter al eens uit de echte dood opgewekt heeft, zoals hij de dochter van de overste Cornelius opwekte waar mijn dochter een paar dagen geleden deze kwaal opliep, haar ook niet meer kan genezen?'

[6] De arts uit Nazareth antwoordt: 'O ja, Hij wel, als Hij dat zou willen! Maar daar heeft u al boodschappers heen gestuurd, ik dacht naar Kis waar Hij Zich nu meestal bij Jonah ophoudt; maar Hij heeft alle reden en het volste recht om u niet ter wille te zijn, waarom u ons nu pas heeft laten roepen, nu het te Iaat is!'

[7] Jaïrus zegt: 'Ik heb hem toch zeer hoffelijk laten verzoeken; en Hij, die alleen maar liefde leert, en dat men zelfs zijn vijanden goed moet doen, geeft mijn aan Hem gestuurde boodschapper zo'n antwoord!'

[8] De dokter uit Nazareth zegt: 'Geen ander, dan wat u allen, die zichzelf dienaars van de allerhoogste noemen, terecht verdiend hebt! Vertelt u mij eens hoe een mens dan geaard moet zijn, om bij zo'n behandeling van uw kant toch nog uw vriend te kunnen blijven?! Waarlijk, God Zelf zou u niet meer weldaden hebben kunnen bewijzen, dan deze zuiver goddelijke Jezus u gegeven heeft! Wat deed u Hem echter terug?! U vervolgde Hem als een gruwelijke misdadiger, en als u hem te pakken had kunnen krijgen, dan zou u hem reeds lang gedood hebben; hoewel Gods hand Hem duidelijk beschermt, deed u tegen Hem toch zo veel mogelijk kwaad.

[9] Wat heeft Zijn arme, vrome en godvruchtige moeder Maria u gedaan, dat u haar toch al kleine huisje met de paar groenteveldjes van haar hebt afgenomen, haar toen nog in het openbaar hebt bespot en met de kinderen van Jozef hebt verjaagd, alsof zij de gemeenste misdadigster was?!

[10] Waarom, vraag ik nu, heeft u dat gedaan?'

[11] Jaïrus zegt: 'Omdat Hij ons overal verdacht gemaakt heeft en heeft gescholden op de priesters en op de tempel van God, en dat is toch wel reden genoeg zou ik zo denken?!'

[12] Dan zegt Borus, de dokter uit Nazareth die van geboorte een Griek was: ' Ah - hinc ergo illae lacrimae?! (hetgeen betekent: Daarom huil je dus!) Luister! Ik ben, zoals u allemaal wel weet, een Griek en heb dus met uw theologie niets te maken, hoewel ze mij beslist niet onbekend is. Het zij verre van mij, om uw Mozes en al de andere door uw voorouders mishandelde profeten af te keuren; want hun leringen en vermaningen zijn beslist niet anders dan die, welke mijn beste vriend Jezus u ingeprent heeft, en zij zijn daarom ook vol waarheid en vol goddelijke geest.

[13] Vergelijk nu echter eens uw tegenwoordige theologie en uw beneden alle kritiek staande erbarmelijke tempelverordeningen met het loffelijke doel van de tempel, dan moet u zelf uitroepen: Quam mutatus ab illo! (Wat een verschil!)

[14] Vergelijk uw voorschriften alleen maar eens met de profeet Jesaja en neem daarbij voor waar aan, dat Jehovah, Mozes en de profeten toch een beetje meer moeten betekenen, dan een fabel ten bate van uw hebzucht en uw goede leventje, dan moet u toch zelf wel terugschrikken voor het schreeuwende onrecht dat u op de heilige plaats begaat!

[15] Maar als de goddelijke Jezus, door Wie God toch zo overduidelijk werkt, nu net als een Jesaja u op uw enorme gebreken wijst en u als een echte vriend weer naar God wil terugbrengen, waar u zich zo heel ver van verwijderd hebt, - Dan vraag ik u: Verdient Hij daarvoor zo'n behandeling van u?!

[16] Waarlijk! Als ik Zijn onbegrijpelijke werkelijk goddelijke, ik zou zeggen -almacht had, dan zouden wij al lang met elkaar klaar zijn en onze zaken vereffend hebben, net zoals de tien schepen, die u zo menslievend tegen Hem en Zijn onschuldige leerlingen hebt laten uitvaren, nu op de klippen van Sibarah vereffend zijn! Waarschijnlijk is ten langen leste ook zelfs Zijn goddelijk geduld opgeraakt!

[17] Met andere woorden: Als ik Zijn waarachtige almacht had, dan had ik de hele Galilese zee al lang over u heen laten komen en zou ik u als muizen en ratten verdronken hebben!'

[18] Deze eerlijke toespraak van Borus maakt dat een aantal van de hier aanwezige Farizeeën boos wordt en tegen hem zegt: 'Beheers je brutale Griekse tong eens! Daarvoor hebben we je niet uit Nazareth hierheen geroepen! Pas maar op; want we hebben macht genoeg om je in het ongeluk te storten!'

[19] Borus zegt: 'Oh, daar ben ik vast van overtuigd; want uw wereld­beroemde menslievendheid - scilicet (vanzelfsprekend) - is meer dan voldoende borg voor mij! Maar natuurlijk bestaat er bij mij een heel groot maar! En dit heel veelzeggende maar maakt dan ook dat Borus van Nazareth niet de minste angst voor u heeft!

[20] Borus is weliswaar niet zo almachtig als een goddelijke Jezus; maar hij heeft toch genoeg geheime macht om u allemaal in één ogenblik te vernietigen, en als dokter behoeft hij dan daarvoor aan niemand reken­schap af te leggen! Heeft u mij begrepen?! Jezus is echter een God en ik ben maar een mens, en daarom heeft Hij ook meer geduld dan ik! Maar veel behoeft u niet met mij uit te halen en dan is mijn geduld op!'

[21] Nu haalt Borus een flesje uit de zak en Iaat het aan de nijdige Farizeeën zien onder de veelbetekenende woorden: 'Kijk dit wapen is machtiger dan tien legioenen. Ik weet mijzelf wel te beschermen; maar als ik het open, dan bent u allemaal ogenblikkelijk dood! Weet dus dat boven dit flesje ook met grote waarschuwende letters 'maar' staat geschreven! Als u nu iets met mij uit wilt halen, dan wordt dat meteen vereffend!'

[22] De Farizeeën schrikken ontzettend bij het zien van dit dood en verderf zaaiende flesje, waarin een krachtig en snel dodend gif bewaard werd, dat door haar zeer doordringende en zich buitengewoon snel verspreidende geur ieder, wiens neusgaten het bereikt, verdooft en doodt.

[23] Dit vergift was een geheimmiddel dat later helemaal verloren ging; dit middel was afkomstig van een struik, die hier en daar in het onbereikbaarste deel van Indië groeit en, waar hij voorkomt, in de wijde omtrek al het leven er omheen vernietigt. Dat weten de Farizeeën ook en daarom zijn ze nu sprakeloos van angst, en Jaïrus vraagt aan Borus, of hij dit flesje weer wil wegstoppen.

[24] Borus doet dat ook, maar zegt dan tegen Jaïrus: 'Vriend, hoe kan men nu een Jezus, die u een nooit gekende weldaad bewees, toch zo smadelijk laten vervolgen!? Zegt u mij nu eens eerlijk, of u dan werkelijk niet beseft dat Hij met ieder van Zijn heilige woorden gelijk heeft, of wilt u het in alle ernst niet begrijpen?!'



229 Het verweer van Jaïrus
[1] Jaïrus antwoordt: 'Vriend, ik begrijp je beter dan jij denkt; maar er zijn dingen, die, ook al zou men ze nog zo goed begrijpen, in verband met de maatschappelijke positie die de mens bekleedt, helemaal met begrepen mogen worden!

[2] Als hooggeplaatst persoon moet men heel vaak lachen, als men liever huilen wil, en men moet vaak treuren, als men liever geneigd is om te huppelen en te dansen, Wat kan men daar echter als eenling tegen doen?! Kun je tegen de meesleurende stroom in zwemmen als je eenmaal aan haar geweld bent overgeleverd?!

[3] Wij mensen hebben een gevoelige huid en een nog; gevoeliger maag; deze twee willen tevreden gesteld worden, en daarom blijft ons mets anders over dan het verstand en de rede maar aan de kapstok te hangen en met de stroom mee te gaan, of als een verachte bedelaar ergens in een hoek van de aarde dood te gaan als wild, dat door een geworpen steen verwond is.

[4] Geloof van mij dat ik in vertrouwen gezegd, Christus beter ken dan, jij; maar wat helpt dat alles tegenover Rome en Jeruzalem? Als je je mond open doet, dan heeft je laatste uur geslagen!

[5] Jezus kan dan wel werkelijk een zoon van de allerhoogste God zijn, waaraan ik helemaal niet twijfel; maar mag Ik dan in mijn aardse positie mijn innerlijk geloof, ja mijn innerlijke overtuiging in het openbaar verkondigen?! En als ik dat deed, wat zou er dan met ons gebeuren?’

[6] Borus zegt: 'Wat dan, wat dan? - Zo heeft de wereld altijd al terwille van haar hang naar een goed leventje, futloze vragen gesteld aan de een of andere vriend die meer gaf om de zuivere waarheld dan om alle koninkrijken van de met vloek beladen wereld; en daarom vindt de heilige waarheid ook altijd haar graf in de huid en de bulk van de mens, die van een goed leventje houdt!

[7] Wie meer geeft om het goede leven en een schitterende reputatie in de wereld dan om de goddelijke waarheid, die raakt, al heeft hij nog zo'n goede inborst, in zulke vragen en overwegingen verzeild, trekt zich dan uit het goddelijke licht in de duisternis van de wereld terug en verloochent op die manier God en al Zijn licht, -en als men vraagt: Waarom? - Wat noodzaakt zijn hart daartoe? Wel, niets anders dan zijn hang naar alle soorten van luxe! Gulzig grijpt hij daarom naar alles waarmee hij zich een goed leventje kan verzekeren; en als hij dan vaak met veel moeite en inspanning datgene bereikt, waar hij zijn wereldse zinnen op heeft gezet, gooit hij alle waarheid over boord; en bij het geringste teken dat hij door haar iets af zou moeten staan van zijn prachtige vaste welvaart, tiranniseert hij alles, wat ook maar een vonkje echte waarheid in zich heeft.

[8] Wordt hij dan echter ongelukkig en ziek en raadpleegt hij de dokter, dan wil hij alleen maar waarachtige hulp! Waarom daar dan wel waarheid, en overal elders niet?!

[9] Moet u zien! Uw dochter lijdt aan een ongeneeslijke ziekte; wat zou u nu geven voor een waarachtige medicijn, die haar zou helpen?! Als ik u als ervaren dokter zou zeggen, dat er maar één enkele echte medicijn zou zijn, die haar in één keer zou genezen, dan zou die medicijn dan toch wel de echte waarheid voor de lichamelijke ziekte van uw dochter zijn! Ja, voor deze waarheid zou u nu alles willen geven; maar voor een waarheid, waardoor uw ziel gezond zou worden, geeft u niet alleen niets, maar, waar u die ook maar ontdekt, vervolgt u die ook nog terwille van uw goede leventje! Zegt u mij eens: Waar hoort zo'n handelwijze thuis?

[10] U weet net zo goed als ik, dat de tempelmest waardeloos is; u weet, dat dat allemaal afschuwelijk bijgeloof is, heel geschikt om iedere vonk van het betere licht bij het volk te verstikken, en toch zou u diegene van uw geloofsgenoten, die het zou wagen om daar openlijk over te spreken, als een schender van het heiligdom te vuur en te zwaard vervolgen.

[11] Stelt u zich nu eens een eeuwige rechtvaardige God voor, Die het licht en de onveranderlijke eeuwige waarheid Zelf is en Die Zich niet laat beïnvloeden; wat zal Hij eenmaal zeggen tot zulke dienaars zoals u?!

[12] Waarlijk, geen van u allen zal Hem ontsnappen! Of u het nu gelooft of ook niet gelooft, er is tóch een groot hiernamaals achter de poort van het graf, waar alle doen en laten geheel en al vergolden wordt!

[13] Ik ken het; want ik heb het gezocht en ook gevonden. Ik heb mijn eeuwige leven in mijn hand en ik zou er, als dat mogelijk was, duizend lichamelijke levens voor over hebben, als het alleen voor die prijs verkregen kon worden.

[14] Maar ik heb het, en het eeuwige leven heeft mij geleerd om het vleselijke leven te verachten, en er alleen maar zoveel waarde aan te hechten als voor mij nodig is om daardoor het eeuwige leven der ziel in al haar volheid te verwerven; en dat ik dat heel duidelijk en waar bereikt heb, dank ik alleen maar aan Jezus, die mij de verborgen weg daarheen gewezen heeft.

[15] En deze Jezus, deze God onder alle mensen, vervolgt u te vuur en te zwaard en u zult waarschijnlijk niet eerder rusten dan tot u met Hem gedaan hebt, wat uw vaders met alle profeten gedaan hebben!

[16] Wee u! God heeft u, die zichzelf schandalig genoeg Zijn volk, Zijn kinderen noemt, een God uit de hemel gezonden; ieder woord van Hem is een eeuwige waarheid uit God, overduidelijk voor ieder eerlijk mens, en u wilt Hem doden omdat Hij uw oude tempelmest afwijst!

[17] Wee u! Gods toorn zal u verschrikkelijk treffen!

[18] Ja, ik zou uw dochter nog wel kunnen helpen; ik voel de kracht nu in mij. Maar ik wil haar niet helpen, want jullie zijn duivels en geen mensen meer! En duivels zal ik nooit de helpende hand reiken!'

[19] Deze woorden drongen als gloeiende pijlen in het hart van de overste; wel zag hij de diepe waarheid in en hij wilde zijn baan al opzeggen; maar hij was bang voor het opzien dat dit zou baren en zei tegen Borus:

[20] ‘Je zegt het beslist niet aardig, maar wat je zegt is waar. Als ik nu, zonder veel en in zekere zin verderfbrengend opzien te baren, voor mijn hoge functie kon bedanken, dan was ik volledig bereid om dat voor de genezing van mijn geliefde dochter te doen! Maar denk eens aan het verschrikkelijke opzien, dat deze stap zou veroorzaken! Daarom moet ik het voorlopig tot een beter moment verschuiven.'

[21] Borus zegt: 'Ik ben uitgepraat en kan nu weer een betere weg volgen dan die naar u voerde. Want hier is blijkbaar de hel op aarde, en daarin kan geen engel iets goeds doen, laat staan ik als een altijd nog zwak naar lichaam sterfelijk mens!'

[22] Na deze woorden verlaat Borus, zonder dat ze hem tegen kunnen houden, het huis van de overste en snelt opgewonden weg. Dat gebeurde in Kapérnaum op de tweede dag nadat wij op zee de boodschappers ontmoetten.

[23] Maar Ik rustte op de heuvel, en vertelde deze gebeurtenis een hele dag eerder dan de dag waarop zij in werkelijkheid plaats vond.


1   ...   35   36   37   38   39   40   41   42   43

  • 226 De weg tot wedergeboorte
  • 227 Een tochtje op zee

  • Dovnload 2.49 Mb.