Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitvaartliturgie

Dovnload 191.54 Kb.

Uitvaartliturgie



Datum05.04.2017
Grootte191.54 Kb.

Dovnload 191.54 Kb.


UITVAARTLITURGIE

Parochie Heilige Nicasius

Opening van de dienst

Terwijl de priester/diaken en de assistenten de kerk binnenkomen, gaan allen staan. Bij de ingang van de kerk begroet de priester / diaken de overledene en besprenkelt zijn/haar dode lichaam met wijwater.
OPENINGSZANG (of een Nederlands lied)


Requiem æter­nam dona eis, Domine, et lux per­pe­tua luceat eis.

Te decet hymnus Deus in Sion et tibi redde­tur vo­tum in Jeru­salem.

Exa­udi orationem me­am. Ad te omnis caro ve­niet.



Heer, geef hun de eeuwi­ge rust en het eeuwige licht ver­lichte hen.

Voor U, God, moet men zingen op de Sion, zijn dank­baar­heid tonen in Jeru­za­lem. Verhoor mijn gebed. Tot U komt alles wat leeft.


BEGROETING
Voorganger: In de naam van de Vader en de Zoon en de hei­lige Geest.

Allen: Amen.

Voorganger: Genade zij U en vrede van God onze Vader, van

Jezus Christus die ons heeft bevrijd uit de macht

van de dood, en van de heilige Geest die ons leidt

naar het eeuwig leven.



Allen: Amen.


WOORD VAN WELKOM

De priester of diaken houdt een woord van welkom. De kaarsen rond de baar kunnen na het woord van welkom worden ontstoken.




SCHULDBELIJDENIS
Allen: Ik belijd voor de almachtige God en voor u allen, dat ik gezondigd heb in woord en ge­dach­te, in doen en laten, door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn ­grote schuld.

Daarom smeek ik de heilige Maria, altijd maagd, alle engelen en heiligen en u, broe­ders en zusters, voor mij te bidden tot de Heer onze God.
Voorganger: Moge de almachtige God zich over ons

ontfer­men, onze zonden vergeven en ons

geleiden tot het eeuwig leven. Amen.



KYRIE/HEER ONTFERM U


Kyrie eleison.

Kyrie eleison.


Christe eleison.

Christe eleison.


Kyrie eleison.

Kyrie eleison.




Heer, ontferm U over ons.

Heer, ontferm U over ons.


Christus, ontferm U over ons.

Christus, ontferm U over ons.


Heer, ontferm U over ons.

Heer, ontferm U over ons.




OPENINGSGEBED

DIENST VAN HET WOORD



EERSTE (EN TWEEDE) LEZING
In de dienst van het Woord luisteren wij naar de eerste lezing. Desgewenst kan er voor de lezing uit het H. Evangelie nog een tweede lezing volgen.
TUSSENZANG (of een Nederlands lied)


Absolve, Domine, ani­mas omnium fidelium defunc­to­rum ab omni vinculo delictorum. Et gra­tia tua illis suc­cur­ren­te, merean­tur eva­dere iudici­um ultio­nis. Et lucis æternæ beatitu­di­ne perfrui.

Heer, ontsla de overle­den gelo­vigen van alle banden der zonden.

Geef dat zij door de hulp van uw gena­de aan de ver­oor­deling ontko­men en het geluk van het eeuwig licht deelachtig worden




EVANGELIELEZING
Vóór de lezing wordt gezegd:
Voorganger: De Heer zij met U.

Allen: En met uw geest.

Voorganger: Lezing uit het heilig Evangelie

van onze Heer Jezus Christus volgens...

Allen: Lof zij U, Christus.
Na de lezing wordt gezegd:
Voorganger: Zo spreekt de Heer.

Allen: Wij danken God.

HOMILIE (PREEK)

VOORBEDE
Na iedere bede antwoorden allen:
A: Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
__________________________________________________


De woorddienst is hiermee ten einde gekomen.

Bij een uitvaart waarin de priester de eucharistie celebreert gaat men verder vanaf bladzijde 5.
Gaat een diaken voor in de uitvaartliturgie dan kan men na de voorbede eindigen met de Laatste aanbeveling ten afscheid of men gaat verder vanaf bladzijde 21
(communieritus bij een viering van Woord en Gebed)



DE HEILIGE EUCHARISTIE
BEREIDEN VAN HET ALTAAR
Brood en wijn worden aangedragen voor de Eucha­ristie. Ondertussen wordt er gecollecteerd en worden er [eventueel] gedachtenisprentjes uitgedeeld.

LIED BIJ HET BEREIDEN VAN HET ALTAAR

Domine Iesu Christe, Rex gloriæ, li­bera ani­mas omnium fidelium defunc­to­rum de poe­nis in­fer­ni et de profun­do lacu: libera eas de ore leonis, ne absorbeat eas tartarus; ne cadant in obscurum, sed signi­fer sanctus Mi­chael re­præs­entet eas in lucem sanc­tam. Quam olim Abrah­æ promisisti et semini eius.

Hostias et preces tibi, Domine, laudis offeri­mus, tu suscipe pro animabus il­lis quarum hodie memo­riam faci­mus: fac eas, Domine, de morte trans­ire ad vitam. Quam olim Abra­hae promisisti et semini eius.



Heer Jezus Chris­tus, Ko­ning der glorie, red de ove­rleden gelovigen uit de afgrond van de dood, uit de muil van de leeuw. Maak hen niet tot prooi van dood en duister­nis. Maar laat de Heilige Mic­haël als ba­nierdrager hen gelei­den naar het eeu­wig lic­ht, dat Gij eertijds aan Abr­aham en zijn ge­slacht be­loofd hebt.

Offers en gebeden dra­gen wij U op: wil ze aanvaar­den tot heil van hen die wij he­den gedenken. Heer, doe hen van de dood over­gaan naar het leven, dat Gij eer­tijds aan Abra­ham en zijn geslacht be­loofd hebt.



Of een Nederlands lied

P: Bidt, broeders en zusters, dat mijn en uw offer aan­vaard kan

worden door God, de almachti­ge Vader.


A: Moge de Heer het offer uit uw handen aanne­men, tot lof en eer van zijn naam, tot welzijn van ons en van heel zijn heilige Kerk.
GEBED OVER DE GAVEN
HET EUCHARISTISCH GEBED
EUCHARISTISCH GEBED 1 (IIC)

P: Dominus vobiscum.

A: Et cum spiritu tuo.

P: Sursum corda.

A: Habemus ad Dominum.
P: Gratias agamus Domino

Deo nostro.



A: Dignum et iustum est.

P: Vere dignum et iustum est, æquum et salutare, nos tibi semper et ubi­que gratias agere: Do­mine sancte Pater, om­nipotens æterne Deus: per Chris­tum Dominum nostrum.

In quo nobis spes be­atæ resurrectionis efful­sit, ut, quos contristat certa mo­riendi condicio, eosdem consoletur

futuræ immor­talitatis promissio. Tuis enim fidelibus, Domine, vita mutatur, non tollitur, et, dissoluta terrestris huius incolatus domo, æterna in cælis habitatio com­paratur. Et ideo cum Angelis et Archangelis, cum Thronis et Domina­ti­onibus, cumque omni militia cælestis exerci­tus, hymnum gloriæ tuæ cani­mus, sine fine dicentes:


P: De Heer zij met U.

A:En met uw geest.

P: Verheft uw hart.

A:Wij zijn met ons hart bij de

Heer.

P: Brengen wij dank aan de

Heer onze God.



A:Hij is onze dank­baarheid

waar­dig.
P: Heili­ge Vader, almachti­ge eeuwi­ge God, om recht te doen aan uw heerlijkheid, om heil en genezing te vin­den, zullen wij U dan­ken, altijd en overal, door Chris­tus onze Heer. Want Hij die uit de dood is op­gestaan, Hij is het licht der wereld, onze enige hoop. In onze angst omdat wij moeten sterven, troost ons uw

belof­te, dat wij eens onsterfe­lijk zullen zijn met Hem. Gij neemt het leven, God niet van ons af, Gij maakt het nieuw, dat gelo­ven wij op uw Wo­ord. En als ons aard­se huis, ons lichaam, afge­broken wordt, heeft Jezus al een plaats voor ons bereid in uw huis, om daar voor­goed te wo­nen. Daar­om, met alle en­gelen, machten en krac­hten, met allen die staan voor uw troon, loven en aanbidden wij U, en zin­gen U toe met de woor­den:




SANCTUS
Sanctus, Sanctus, Sanc­tus Dominus Deus Sa­baoth.

Pleni sunt cæli et terra gloria tua. Hosanna in excelsis.

Benedictus qui venit in no­mine Domini.

Hosanna in excelsis.



HEILIG
Heilig, Heilig, heilig de Heer, de God der hemelse machten. Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijk­heid. Hosanna in den hoge. Ge­zegend Hij die komt in de naam des Heren.

Hosanna in den hoge.











P: Gij zijt waarlijk heilig onze Heer, de bron van alle heiligheid. Heilig dan deze gaven met de dauw van uw heilige Geest, dat zij voor ons worden + tot Lichaam en Bloed van Je­zus Christus onze Heer.
** Indien mogelijk gaan allen staan / knielen!

Toen Hij werd overgeleverd en vrijwillig zijn lijden op zich nam, nam Hij het brood, sprak de dankzegging uit, brak het en gaf het aan zijn leerlingen met deze woorden:

Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn Li­chaam, dat voor u gegeven wordt.
Zo nam Hij na de maaltijd ook de kelk, sprak opnieuw de dankzeg­ging uit, en gaf hem zijn leerlingen met deze woor­den:
Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van het nieu­we, altijddurende verbond, dit is mijn Bloed, dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Blijft dit doen om Mij te gedenken.

Verkondigen wij het mysterie van het geloof.


A: Als wij dan eten van dit Brood en drin­ken uit deze Beker, ver­kondigen wij de dood des He­ren, totdat Hij komt.
P: Zijn dood en verrijzenis indachtig, God, bie­den wij U aan het levensbrood en de kelk van het heil. Wij danken U, omdat Gij ons waardig keurt om voor uw aange­zicht te staan en uw heilige dienst te verrichten.
Zó delen wij in het Lichaam en Bloed van Christus en wij smeken U, dat wij door de hei­lige Geest worden vergaderd tot één enige kudde. Denk toch, Heer, aan uw Kerk, verspreid over de hele wereld, dat haar liefde volkomen wordt, één heilig volk met N., onze paus en N., onze bisschop, en allen die uw heilig dienstwerk verrichten.

Gedenk .... die Gij uit deze wereld tot U geroepen hebt. Laat hem/haar, die in de doop met Christus gestorven en herboren is, nu ook verrijzen tot nieuw leven met uw Zoon.


Gedenk ook onze broeders en zusters die reeds ontslapen zijn in de hoop der verrijzenis, ja alle gestorvenen dragen wij op aan uw zorg. Neem hen aan en laat hen verschijnen in het licht van uw gelaat.
Wij vragen U: ontferm U over ons allen, opdat wij tezamen met de maagd Maria, de moeder van Christus, met de aposte­len en alle heiligen die hier eens leefden in uw welbehagen, waar­dig bevonden worden het eeuwig leven deelach­tig te zijn en U loven en eren. Door Jezus Christus uw Zoon.
Door Hem en met Hem en in Hem zal uw naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Va­der, in de eenheid van de heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwig­heid.
A: Amen.


Verder op blz. 17: Communieritus

EUCHARISTISCH GEBED­­ 2 (IIIB)

P: Dominus vobiscum.

A: Et cum spiritu tuo.

P: Sursum corda.

A:Habemus ad Dominum.
P: Gratias agamus Domino Deo nostro.

A:Dignum et iustum est.

P: Vere dignum et iustum est, æquum et salutare, nos tibi semper et ubi­que gratias agere: Do­mine sancte Pater, om­nipotens æterne Deus: per Chris­tum Dominum nostrum.

In quo nobis spes be­atæ resurrectionis efful­sit, ut, quos contristat certa mo­riendi condicio, eosdem consoletur futuræ immor­talitatis promissio. Tuis enim fidelibus, Domine, vita mutatur, non tollitur, et, dissoluta terrestris huius incolatus domo, æterna in cælis habitatio com­paratur. Et ideo cum Angelis et Archangelis, cum Thronis et Domina­ti­onibus, cumque omni militia cælestis exerci­tus, hymnum gloriæ tuæ cani­mus, sine fine dicentes:



P: De Heer zij met U.

A:En met uw geest.

P: Verheft uw hart.

A:Wij zijn met ons hart bij de Heer.

P: Brengen wij dank aan de Heer onze God.

A:Hij is onze dank­baarheid waar­dig.
P: Heili­ge Vader, almachti­ge eeuwi­ge God, om recht te doen aan uw heerlijkheid, om heil en genezing te vin­den, zullen wij U dan­ken, altijd en overal, door Chris­tus onze Heer. Want Hij die uit de dood is op­gestaan, Hij is het licht der wereld, onze enige hoop. In onze angst omdat wij moeten sterven, troost ons uw belof­te, dat wij eens onsterfe­lijk zullen zijn met Hem. Gij neemt het leven, God niet van ons af, Gij maakt het nieuw, dat gelo­ven wij op uw Wo­ord. En als ons aard­se huis, ons lichaam, afge­broken wordt, heeft Jezus al een plaats voor ons bereid in uw huis, om daar voor­goed te wo­nen.

Daar­om, met alle en­gelen, machten en krac­hten, met allen die staan voor uw troon, loven en aanbidden wij U, en zin­gen U toe met de woor­den:




SANCTUS
Sanctus, Sanctus, Sanc­tus Dominus Deus Sa­baoth.

Pleni sunt cæli et terra gloria tua. Hosanna in excelsis.

Benedictus qui venit in no­mine Domini.

Hosanna in excelsis.



HEILIG
Heilig, Heilig, heilig de Heer, de God der hemelse machten. Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijk­heid. Hosanna in den hoge. Ge­zegend Hij die komt in de naam des Heren.

Hosanna in den hoge.




** Indien mogelijk gaan allen staan / knielen!
P: Ja, Heer, Gij zijt werkelijk de Heilige; heel uw schepping moet U wel prijzen, want door Jezus Christus uw Zoon onze Heer maakt Gij alles levend en heilig in de kracht van de heilige Geest. Altijd blijft Gij bezig U een volk bijeen te brengen uit alle naties en rassen en talen; want van oost tot west moet door een zuivere offerande hulde worden ge­bracht aan uw Naam.

Wij hebben deze gaven dan ook hier gebracht om ze aan U toe te wijden. In alle ootmoed vragen wij U ze te heiligen door uw Geest en ze Lichaam en Bloed te doen zijn van Jezus Christus uw Zoon onze Heer, op wiens woord wij deze gehei­men vieren.

Want in de nacht dat Hij werd overgeleverd, nam Hij brood en sprak daarover het dankgebed om uw Naam te verheerlijken.

Toen brak Hij het brood, gaf het aan zijn leerlingen en zei:

Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn Li­chaam, dat voor u gegeven wordt.

Zo nam Hij ook na de maaltijd de beker en sprak een zegen­bede om uw Naam te verheerlij­ken. Hij gaf hem aan zijn leerlingen en zei:


Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van het nieu­we altijddurende Verbond, dit is mijn Bloed, dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zon­den. Blijft dit doen om Mij te geden­ken.

Verkondigen wij het mysterie van het geloof.


A: Als wij dan eten van dit Brood en drin­ken uit deze Beker, ver­kondigen wij de dood des He­ren, totdat Hij komt.
P: Daarom, Heer, gedenken wij het heilzaam lij­den en sterven van uw Zoon, zijn glorievolle verrijzenis en zijn verheffing aan uw rech­terhand; zo staan wij vol verwachting open voor zijn wederkomst en bieden U vol dank­baarheid dit offer aan, zo levend en heilig.

Wij vragen U, Heer, zie welwillend neer op het offer van uw Kerk en wil er uw Zoon in herkennen, door wiens dood Gij ons met U ver­zoend hebt. Geef, dat wij mogen worden verkwikt door het nuttigen van zijn Lichaam en Bloed. Vervul ons van zijn heilige Geest, opdat men ons in Christus zal zien worden tot één lichaam en één geest.

Moge Hij ons maken tot een blij­vende offergave voor U: dan zullen wij het erfdeel verkrijgen dat Gij ons be­loofd hebt, samen met Maria, de heilige maagd en Moeder van God: samen met uw apostelen en martelaren, en met allen die in uw heerlijkheid zijn en daar voor ons bidden.

Mogen de vrede in de wereld en het heil van alle mensen toenemen door dit offer van uw Zoon, dat ons in handen is gegeven opdat wij met U worden verzoend.

Maak uw volk onderweg hier op aarde sterk in liefde en geloof: samen met uw dienaar N., onze paus en N., onze bisschop, met alle bis­schoppen, de geestelijkheid en heel het ge­lovige volk dat Gij u hebt verworven.

Wij vragen U, welwillend te staan tegenover de wensen van deze gemeenschap die hier bij U is, en waarvan Gij de Vader zijt. Goede God, breng in uw barmhartigheid al uw kinderen van overal bijeen.

Gedenk ...., die Gij uit deze wereld naar U toegeroepen hebt. Geef dat hij/zij die zoals uw Zoon de dood moest ondergaan, ook zoals Hij zal verrijzen; want Hij zal de doden doen opstaan en ons aardse lichaam aan zijn ver­heerlijkt lichaam gelijk doen zijn.

Laat onze overleden broeders en zusters, ja, laat allen die U lief waren en die van ons zijn heengegaan, genadig binnen in uw Rijk. Ook wijzelf hopen daar eens te mogen zijn, om met hen samen voor altijd te mogen genieten van uw heerlijkheid. Dan wist Gij alle tranen uit onze ogen: wij zullen U zien, God van ons, zoals Gij zijt; voor eeuwig op U gelijkend zullen wij eindeloos U prijzen, door Christus onze Heer. In Hem schenkt Gij alles wat goed is aan deze wereld.


Door Hem en met hem en in Hem, zal uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, Almachtige Va­der, in de eenheid van de heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwigheid.
A: Amen.

Verder op blz. 17: communieritus

EUCHARISTISCH GEBED 3 (Pref. 2, V)
P: De Heer zij met U.

A:En met uw geest.

P: Verheft uw hart.

A:Wij zijn met ons hart bij de Heer.

P: Brengen wij dank aan de Heer onze God.

A:Hij is onze dank­baarheid waar­dig.
P: Heilige Vader, almachtige eeuwige God, om recht te doen aan uw heerlijkheid, om heil en genezing te vinden zullen wij U danken, altijd en overal door Christus onze Heer. Hij alleen heeft de dood aanvaard om allen voor de dood te behoeden. Meer nog: Hij alleen heeft willen sterven opdat wij allen eeuwig voor U leven. Daarom, met de koren van de engelen, loven en aanbidden wij U en zingen vol vreugde:


SANCTUS
Sanctus, Sanctus, Sanc­tus Dominus Deus Sa­baoth.

Pleni sunt cæli et terra gloria tua. Hosanna in excelsis.

Benedictus qui venit in

no­mine Domini.

Hosanna in excelsis.


HEILIG
Heilig, Heilig, heilig de Heer, de God der hemelse machten. Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijk­heid. Hosanna in den hoge. Ge­zegend Hij die komt in de naam des Heren.

Hosanna in den hoge.




P: God onze Vader, wij danken U met heel ons hart, want Gij hebt ons tot leven geroepen, Gij hebt ons bestemd voor het geluk in Jezus, uw Zoon onze Heer. In Hem zien wij uw goed­heid en uw wil om ons allen te redden. Hij is het verlossende Woord, uw helpende hand. Nooit willen wij vergeten, hoe Hij één werd met ons in lijden en dood. Onze last maakte Hij tot de zijne, zijn trouw werd de onze. Blijvend zijn wij U dank verschuldigd om Hem.

God onze Vader, wij vragen U: zend over dit brood en deze wijn de kracht van uw heilige Geest; dat zij voor ons het Lichaam en Bloed worden van uw veelgeliefde Zoon, Jezus Chris­tus.


** Indien mogelijk gaan allen staan / knielen!
Toen het paasfeest op handen was, kwam zijn uur. Hij had de zijnen in de wereld bemind; nu gaf Hij hun het bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe.
In het bewustzijn dat Hij van U was uitgegaan en naar U terugkeerde, heeft Hij het brood in zijn handen genomen, en zijn ogen opgeslagen naar U, God zijn almachtige Vader, de zegen uitgesproken, het brood gebroken en aan zijn leerlingen gegeven met de woorden:
NEEMT EN EET HIERVAN, GIJ ALLEN, WANT DIT IS MIJN LI­CHAAM, DAT VOOR U GEGEVEN WORDT.
Zo nam Hij ook, toen zij gegeten hadden, de beker in zijn handen, Hij sprak de zegen en het dankgebed, reikte hem over aan zijn leer­lingen en zei:
NEEMT DEZE BEKER EN DRINKT HIER ALLEN UIT, WANT DIT IS DE BEKER VAN HET NIEU­WE AL­TIJDDURENDE VERBOND, DIT IS MIJN BLOED DAT VOOR U EN ALLE MENSEN WORDT VERGOTEN TOT VERGE­VING VAN DE ZONDEN. BLIJFT DIT DOEN OM MIJ TE GE­DENKEN.
Verkondigen wij het mysterie van het geloof.
A: Als wij dan eten van dit Brood en drin­ken uit deze

Beker, verkondigen wij de dood des Heren, tot dat Hij komt.

P: Trouw aan dit woord, Vader, gedenken wij Je­zus Christus uw Zoon onze Heer: zijn overgave in lijden en dood, de overwinning van zijn verrijzenis en de glorie van zijn hemelvaart; wij bieden U deze gaven aan, het levende Brood en de heilzame Beker, terwijl wij vol vertrouwen uitzien naar zijn komst in heer­lijkheid.
Zend nu, Vader, de Trooster en Helper in ons midden, uw heilige Geest. Wek de gezindheid van Jezus Christus in ons hart. Sterk ons vertrouwen, verruim onze liefde. Raak ons met het vuur van uw Geest en breng ons elkaar nabij.
Vrijmoedig in deze Geest bidden wij U, Vader, voor uw heilige Kerk. Bescherm haar en leid haar; geef haar vrede en eenheid over de hele wereld. Geef wijsheid en kracht aan onze paus N., aan onze bisschop N. en aan allen die Gij als herders in uw Kerk hebt aangesteld.
Gedenk in uw goedheid ook degenen die een bij­zondere plaats innemen in ons hart en vergeet niet hen, die door de dood van ons zijn heen­gegaan.
Samen met heel uw volk, met de maagd Maria, de moeder van de Heer, met de apostelen, mar­telaren en al uw heiligen; samen ook met allen ter wereld die op U hun vertrouwen hebben gesteld, vra­gen wij om uw barmhartigheid, erkennen wij uw groot­heid en brengen wij U onze dank, door Jezus, uw Zoon, onze Heer.
Door Hem en met hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Va­der, in de eenheid van de heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwigheid.
A: Amen.
COMMUNIERITUS


GEBED DES HEREN
P: Præceptis salutaribus moniti, et divina institu­ti­one formati, audemus dicere:

A: Pater noster, qui es in cælis, sanctificetur no­men tuum, adveniat reg­num tuum, fiat voluntas tua, sicut in cælo et in terra. Panem nostrum coti­dianum da nobis ho­die. Et dimitte nobis debi­ta nostra, sicut et nos dimittimus debi­toribus nostris; et ne nos in­ducas in tentationem; sed libera nos a malo.



P: Aangespoord door een ge­bod van de Heer en door zijn goddelijk woord onder­richt, durven wij zeggen:
A: Onze Vader, die in de he­mel zijt, Uw naam worde gehei­ligd, Uw Rijk kome, Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood, en ver­geef ons onze schulden, zoals ook wij

vergeven aan onze schuldenaren. En breng ons niet in beproeving maar verlos ons van het kwade.

P: Verlos ons, Heer, van alle kwaad, geef vrede in onze dagen, dat wij, gesteund door uw barmhar­tig­heid, vrij mo­gen zijn van zonde, en bevei­ligd tegen alle on­rust. Hoop­vol wachtend op de komst van Jezus, Messi­as, uw Zoon.

A: Want van U is het Konink­rijk en de kracht en de heer­lijk­heid in eeuwigheid. Amen.

VREDESWENS
P: Heer Jezus Christus, Gij hebt tot uw apostelen ge­zegd:

"vr­ede laat ik U, mijn vrede geef Ik u". Let niet op onze

zon­den, maar op het geloof van uw kerk. Vervul uw

belof­te; geef vrede in uw Naam en maak ons één. Gij,

die leeft in eeuwigheid.

A: Amen.

P: De vrede des Heren zij altijd met U.

A: En met uw geest.

AGNUS DEI / LAM GODS

Agnus Dei, qui tollis pec­cata mundi, miserere nobis.


Agnus Dei, qui tollis pec­cata mundi, miserere nobis.
Agnus Dei, qui tollis pec­cata mundi, dona nobis pacem.

Lam Gods, dat weg­neemt de zonden der wereld, ontferm U over ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zon­den der we­reld, geef ons de vrede.





P: Zalig zij, die genodigd zijn aan de maaltijd des Heren. Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld:
A: Heer, ik ben niet waardig, dat Gij tot mij komt, maar spréék en ik zal gezond worden.

COMMUNIE

In de viering van Woord en Gebed voedt Christus ons met zijn Woord en in de heilige Communie met zijn Lichaam. Wie dat ten volle gelooft en leeft in eenheid met Christus en zijn Kerk, is van harte uitgenodigd om Hem te ontvangen in dit sacrament.


COMMUNIEGEZANG

Lux aeterna luceat eis

Do­mine: cum sanctis tuis

in aeternum quia pius es.




Het eeuwige licht ver­lichte hen, Heer, voor eeuwig bij uw hei­ligen, want Gij zijt liefdevol.



GEBED NA DE COMMUNIE

WEGBRENGEN VAN HET GEDACHTENISKRUISJE

Op een kruisje staan de naam, de geboorte- en overlijdensdatum van onze dierbare overledene. Dit kruisje wordt een tijd lang in onze parochiekerk neergehangen bij de namen van alle dierbare overledenen die wij vanuit onze kerk uitgeleide hebben gedaan.

Telkens als wij hier vierend en biddend samenkomen houden wij de naam van onze dierbare levend in ons midden!

LAATSTE AANBEVELING TEN AFSCHEID







UITNODIGING TOT DE LAATSTE AANBEVELING
BESPRENKELING EN BEWIEROKING
ZANG


Subvenite Sancti Dei, occurrite Angeli Domini, suscipientes animam ejus, offerentes eam in conspectu Altissimi.

Suscipiat te Christus, qui vocavit te; et in sinum Abrahae Angeli deducant te.

Suscipientes animam ejus, offerentes eam in conspectu Altissimi.

Snelt toe, heiligen van God, komt hier, engelen van de Heer, ontvangt hem/haar, biedt hem/haar aan voor het aanschijn van de Allerhoogste.

Moge Christus u ontvangen, die u geroepen heeft; en mogen de engelen u in de schoot van Abraham leggen.

Ontvangt hem/haar, biedt hem/haar aan voor het aanschijn van de Allerhoogste.



of Nederlands lied of orgelspel
GEBED

SLOTWOORD EN ZEGEN
GEZANG BIJ HET WEG­DRAGEN UIT DE KERK


In paradisum, deducant te angeli, in tuo ad­ventu

sus­cipiant te martyres, et

per­ducant te, in civi­ta­tem

san­ctam Ierusa­lem.


Chorus angelorum te

suscipiat, et cum Lazaro

quondam paupere aeternam habeas requiem.


De engelen, zij mogen U gelei­den naar het paradijs, de mar­telaren mogen U ontvan­gen bij uw komst, en U bren­gen naar de heilige stad Jeru­zalem.

Het koor van de engelen moge U ontvangen. En als de arme Lazarus zult gij eeuwige rust vinden.

Communieritus bij een viering

van Woord en Gebed

met uitreiking van de heilige Communie

De heilige Communie wordt nu door de diaken uit het tabernakel gehaald en op de altaar geplaatst. De heilige Communie is in een eucharistieviering door de priester geconsacreerd en geworden tot het Lichaam van Christus. Door de blijvende tegenwoordigheid van Christus in de eucharistie, kan Hij nu worden uitgedeeld als eucharistische gaven.
Tijdens de overgang van de woorddienst naar de communieritus, wordt er een collecte gehouden voor de eigen parochiegemeenschap (en worden eventueel de gedachtenisprentjes uitgereikt).




VREDESWENS
Diaken: Broeders en zusters, in Zijn afscheidsrede heeft

Jezus beloofd aan ons Zijn vrede te geven; niet

een vrede zoals de wereld die geeft. De vrede die

Jezus geeft is gegrond op het woord van God dat

wij gevierd hebben. De vrede van Jezus schenkt

bemoediging en laat ons aandacht hebben voor

elkaar en voor onze medemensen in nood.

Moge de vrede van de Heer altijd met ons zijn.



Allen: En met uw geest.
ONZE VADER
Allen: Onze Vader, die in de hemel zijt,

Uw naam worde geheiligd,

Uw rijk kome,

Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood

en vergeef ons onze schuld,

zoals ook wij aan anderen

hun schuld vergeven.

En leid ons niet in bekoring,

maar verlos ons van het kwade.
Diaken: Verlos ons Heer van alle kwaad, geef vrede in

onze dagen, dat wij, gesteund door Uw

barmhartigheid, vrij mogen zijn van zonde en beveiligd tegen alle onrust. Hoopvol wachtend op

de komst van Jezus Messias, uw Zoon.


Allen: Want van U is het koninkrijk

en de kracht en de heerlijkheid

in eeuwigheid. Amen.
UITNODIGING TOT DE HEILIGE COMMUNIE
Diaken: Zalig zij die genodigd zijn aan de maaltijd des

Heren. Zie het Lam Gods dat wegneemt de

zonden der wereld.
Allen: Heer ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt, maar spreek en ik zal gezond worden.

COMMUNIE UITREIKEN


In de viering van Woord en Gebed voedt Christus ons met zijn Woord en in de heilige Communie met zijn Lichaam. Wie dat ten volle gelooft en leeft in eenheid met Christus en zijn Kerk, is van harte uitgenodigd om Hem te ontvangen in dit sacrament.





LIED OF ORGELSPEL / MOMENT VAN STILTE
DANKGEBED
Na het moment van stilte en persoonlijk gebed volgt het dankgebed.

Tussen de bedes wordt door het koor en alle aanwezigen de acclamatie

gezongen of gebeden.
Dankgebed I:
Diaken: God, het brood uit de hemel leidt ons naar het

leven bij U; moge het delen ervan ons rust en

vrede schenken, in verbondenheid met N.
Allen: Houd mij in leven, wees Gij mijn redding steeds weer zoeken mijn ogen naar U.
Diaken: U prijzen wij om uw Zoon Jezus Christus, die Gij

als eerste uit de doden hebt opgewekt. Hij is aan

zijn leerlingen verschenen, heeft het brood genomen en uitgedeeld. Zo leeft Hij, en is ons voor altijd nabij.
Allen: Houd mij in leven, wees Gij mijn redding steeds weer zoeken mijn ogen naar U.

Diaken: Wij danken U, dat Gij ons uitnodigt aan uw tafel.

Gij verlaat ons niet, geen dag van ons leven: uw

huis zal ons een woning zijn, waar wij uw

weldaden ervaren.


Allen: Houd mij in leven, wees Gij mijn redding steeds weer zoeken mijn ogen naar U.
Diaken: God, Gij zijt altijd met ons, onze kracht en sterkte,

Gij schenkt ons verlossing door uw Zoon, en doet

ons opstaan op de jongste dag.
Allen: Houd mij in leven, wees Gij mijn redding steeds weer zoeken mijn ogen naar U.
Diaken: Bij u is het licht dat geen einde kent en vinden wij

de bekroning van ons leven. Laat allen die van

ons zijn heengegaan, delen in dat geluk zonder

einde. Dat vragen wij U door Christus onze Heer.

Allen: Amen.


Dankgebed II:
Diaken: God, U brengt ons hier samen rond de tafel van

uw Zoon bij het afscheid van N., hier in ons

midden. Laat ons kracht en bemoediging vinden in het brood des hemels dat wij hier gegeten hebben, om vreugde te hervinden en vertroost verder te leven.
Allen: Houd mij in leven, wees Gij mijn redding steeds weer zoeken mijn ogen naar U.
Diaken: Wij danken U om uw dienstknecht Jezus,

die hier op aarde de weg gegaan is van iedere

mens en gestorven is aan het kruis. Hij verlost en bevrijdt ons van kwaad en zonde in de wereld.
Allen: Houd mij in leven, wees Gij mijn redding steeds weer zoeken mijn ogen naar U.
Diaken: Wij danken U om Jezus, ons voorgegaan in de

dood, maar opgewekt ten leven.

Gij doet ook ons opstaan uit de dood en geeft ons een nieuw en onsterfelijk lichaam bij U.
Allen: Houd mij in leven, wees Gij mijn redding steeds weer zoeken mijn ogen naar U.
Diaken: Wij danken U om uw Zoon, die ons uw liefde heeft geopenbaard en alle tranen uit onze ogen wist.

Hij toont ons uw erbarmen met allen die sterven in

vrede met Hem.
Allen: Houd mij in leven, wees Gij mijn redding steeds weer zoeken mijn ogen naar U.
Diaken: Wij danken U om Jezus, die ons verkondigd heeft,

dat U nooit iemand zult vergeten, dat U een Vader bent voor allen die lijden en gebroken van hart zijn. Hij geeft ons hoop op leven in overvloed in uw huis waar plaats is voor velen. Hij die met U leeft in eeuwigheid.


Allen: Amen.
WEGBRENGEN VAN HET GEDACHTENISKRUISJE

Op een kruisje staan de naam, de geboorte- en overlijdensdatum van onze dierbare overledene. Dit kruisje wordt een tijd lang in onze parochiekerk neergehangen bij de namen van alle dierbare overledenen die wij vanuit onze kerk uitgeleide hebben gedaan.

Telkens als wij hier vierend en biddend samenkomen houden wij de naam van onze dierbare levend in ons midden!

LAATSTE AANBEVELING TEN AFSCHEID







UITNODIGING TOT DE LAATSTE AANBEVELING
BESPRENKELING EN BEWIEROKING

ZANG


Subvenite Sancti Dei, occurrite Angeli Domini, suscipientes animam ejus, offerentes eam in conspectu Altissimi.

Suscipiat te Christus, qui vocavit te; et in sinum Abrahae Angeli deducant te.

Suscipientes animam ejus, offerentes eam in conspectu Altissimi.

Snelt toe, heiligen van God, komt hier, engelen van de Heer, ontvangt hem/haar, biedt hem/haar aan voor het aanschijn van de Allerhoogste.

Moge Christus u ontvangen, die u geroepen heeft; en mogen de engelen u in de schoot van Abraham leggen.

Ontvangt hem/haar, biedt hem/haar aan voor het aanschijn van de Allerhoogste.



of Nederlands lied of orgelspel
GEBED
SLOTWOORD EN ZEGEN
GEZANG BIJ HET WEG­DRAGEN UIT DE KERK


In paradisum, deducant te angeli, in tuo ad­ventu

sus­cipiant te martyres, et

per­ducant te, in civi­ta­tem

san­ctam Ierusa­lem.


Chorus angelorum te

suscipiat, et cum Lazaro

quondam paupere aeternam habeas requiem.



De engelen, zij mogen U gelei­den naar het paradijs, de mar­telaren mogen U ontvan­gen bij uw komst, en U bren­gen naar de heilige stad Jeru­zalem.

Het koor van de engelen moge U ontvangen. En als de arme Lazarus zult gij eeuwige rust vinden.


NEDERLANDSE GEZANGEN
1. Wie in de schaduw Gods mag wonen (PSALM 91)
Wie in de schaduw Gods mag wonen,

hij zal niet sterven in de dood.

Wie bij Hem zoekt naar onderkomen

vindt eenmaal vrede als zijn brood.

God legt zijn vleugels van genade

beschermend om hem heen als vriend.

En Hij verlost hem van het kwade, opdat hij eens geluk zal zien.
Engelen zendt Hij alle dagen

om hem tot vaste gids te zijn.

Zij zullen hem op handen dragen

door een woes­tijn van hoop en pijn.

Geen vrees of onheil doet hem beven,

geen ziekte waar een mens van breekt.

Lengte van dagen zal God geven, rust aan een koele waterbeek.
Hem zal de nacht niet overvallen,

zijn dagen houden eeuwig stand.

Duizenden doden kunnen vallen,

hij blijft geschreven in Gods hand.

God legt zijn schild op zijn getrouwen,

die leven van geloof alleen.

Hij zal een nieuwe hemel bouwen van liefde om hun tranen heen.
2. Want mijn herder is de Heer (PSALM 23)
A: Want mijn herder is de Heer: Nooit zal er mij iets ontbre­ken.
Mijn herder is de Heer, het ontbreekt mij aan niets.

Hij legt mij in grazige weiden. Hij geeft rust aan mijn ziel.

Hij leidt mij naar rustige waat'ren om mijn ziel te verkwikken. Refrein:
Hij leidt mij in het rechte spoor omwille van zijn Naam.

Al moet ik door donkere dalen, ik vrees geen kwaad.

Uw staf en uw stok zijn mijn troost. Gij zijt steeds bij mij. Refrein:
Gij bereidt voor mij een tafel voor het oog van mijn vijand.

Gij zalft met olie mijn hoofd en mijn beker vloeit over. Refrein:


Mij volgen uw heil en uw mildheid al de dagen van mijn leven.

In het huis van mijn Heer wil ik wonen tot in lengte van dagen. Refr:



3. De steppe zal bloeien
De steppe zal bloeien. De steppe zal lachen en juichen.

De rotsen die staan vanaf de dagen der schepping

staan vol water, maar dicht, de rotsen gaan open.

Het water zal stromen, het water zal tintelen, stralen,

dorstigen komen en drinken. De steppe zal drinken.

De steppe zal bloeien. De steppe zal lachen en juichen.


De ballingen keren. Zij keren met blinkende schoven.

Die gingen in rouw tot aan de einden der aarde,

één voor één, en voorgoed, die keren in stoeten.

Als beken vol water, als beken vol toesnellend water,

schietend omlaag van de bergen, als lachen en juichen.

Die zaaiden in tranen, die keren met lachen en juichen.


De dode zal leven. De dode zal horen: nu leven.

Ten einde gegaan en onder stenen bedolven:

dode, dode, sta op, het licht van de morgen.

Een hand zal ons wenken, een stem zal ons roepen: Ik open

hemel en aarde en afgrond en wij zullen horen

en wij zullen opstaan en lachen en juichen en leven.


4. Brood of tafel
Brood op tafel, een hand gevuld

met wat in het leven geen uitstel duldt:

de honger stillen iedere dag,

gewoon wat een mens niet ontbreken mag.


Beker met wijn, een vredeswens,

elkaar begroeten van mens tot mens:

verbonden worden met iedereen

want wie houdt het uit moederziel alleen?


Maaltijd houden met Hem die sprak

en zich in zijn leven tot voedsel brak:

kom samen eten, drink van de wijn

want zo wil Hij zelf in ons midden zijn.


5. Blijf mij nabij
Blijf mij nabij, wanneer het avond is,

wanneer het licht vergaat in duisternis.

Wanneer geen mens mijn hulpeloosheid ziet.

Bid ik tot U o Heer, verlaat mij niet.

Reik mij uw hand en spreek uw reddend woord,

wijs mij de weg en leid mij veilig voort.

Blijf mij nabij in vreugde en verdriet.

Ik heb U lief, o Heer, verlaat mij niet.


Wanneer uw licht mij voorgaat in de nacht.

Wanneer ik hoor dat I mij thuis verwacht,

dan weet ik, Heer, dat U mijn zwakheid ziet,

dan zeg ik dank, want U verlaat mij niet.


6. Licht dat ons aanstoot in de morgen
Licht dat ons aanstoot in de morgen

voortijdig licht waarin wij staan.

Koud, één voor één en ongeborgen,

licht overdek mij, vuur mij aan.

Dat ik niet uitval, dat wij allen zo zwaar en droevig als wij zijn

niet uit elkaars genade vallen en doelloos en onvindbaar zijn.


Licht van mijn stad, de stedehouder,

aanhoudend licht dat overwint.

Vaderlijk licht, steevaste schouder,

draag mij, ik ben jouw kijkend kind.

Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt

waar mensen waardig leven mogen

en elk zijn naam in vrede draagt.
Alles zal zwichten en verwaaien

wat op het licht niet is geijkt.

Taal zal alleen verwoesting zaaien

en van ons doen geen daad beklijft.

Veel stemmig licht om aan te horen

zolang ons hart nog slagen geeft.

Liefste der mensen, eerstgeboren,

licht, laatste woord van Hem die leeft.


7. Ten paradijze
Ten paradijze geleiden U de engelen.

Dat bij uw aankomst U begroeten mogen de martelaren.

Zij geleiden U tot in de hemelse stad, Jeruzalem.
Moge ‘t koor der engelen U met vreugde ontvangen.

En als Lazarus, de arme van weleer,

zult gij voor eeuwig in het land van vrede zijn.
8. Ga mee met ons
Ga mee met ons, trek lichtend ons vooruit

naar tijd en land, door U ooit aangeduid.

Leef op in ons, de mens die leven moet,

een die de toekomst heeft, die leeft voorgoed.


Ga mee met ons, verberg U niet altijd,

gun ons een flits, een teken in de tijd

dat U nog leeft, nog steeds om mensen geeft

en zonder wanhoop voor de vrede leeft.


Ga mee met ons, wie zijn wij zonder U?

Een mens gaat dood aan enkel hier en nu.

Licht op in ons, wees vuur en vlam van hoop,

houd steeds in ons de toekomstmens ten doop.


9. Roept God een mens tot leven
Roept God een mens tot leven, wie weet waarom en hoe.

Hij moet zichzelf prijsgeven, Hij leeft ten dode toe.


Gods woord roept door de tijden, zijn volk en grijpt het aan,

Hij doet het uitgeleide, het moet de zee ingaan.


Geroepen en verzameld uit dood en slavernij,

gedoopt in woord en water, dat volk van God zijn wij.


Wij werden nieuw geboren, toen de mens Jezus kwam.

Die als een slaaf de zonde der wereld op zich nam.


Met Hem in geest en water tot zoon van God gewijd,

zijn wij met Hem begraven verrezen voor altijd


Gestorven voor de zonde in Jezus' bloed vereend

en met elkaar verbonden, levend voor God alleen.


Wie Jezus' kelk wil drinken, zijn doop wil ondergaan,

zal in de dood verzinken en uit die dood opstaan.


Hij zal zijn leven geven, hij maakt zichzelf tot brood,

hij sterft en and'ren leven, hij overleeft de dood.



10. Ik sta voor U in leegte en gemis
Ik sta voor U in leegte en gemis,

vreemd is uw naam, onvindbaar zijn uw wegen.

Gij zijt mijn God, sinds mensenheugenis

dood is mijn lot, hebt Gij geen and're zegen?

Zijt Gij de God bij wie mijn toekomst is?

Heer, ik geloof, waarom staat Gij mij tegen?


Mijn dagen zijn door twijfel overmand,

ik ben gevangen in mijn onvermogen.

Hebt Gij mijn naam geschreven in uw hand,

zult Gij mij bergen in uw mededogen?

Mag ik nog levend wonen in uw land,

mag ik U eenmaal zien met nieuwe ogen?

Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft,

dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede.

Open die wereld die geen einde heeft,

wil alle liefde aan uw kind besteden.

Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft,

Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebe­den.


11. Zo vriendelijk en veilig als het licht
Zo vriendelijk en veilig als het licht

zoals een mantel om mij heengeslagen

zo is mijn God, ik zoek Zijn aangezicht,

ik roep Zijn Naam, bestorm Hem met mijn vragen,

dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt.

Wil mij behoeden en op handen dragen.


Want, waar ben ik, als Gij niet wijd en zijd

waakt over mij en over al mijn gangen.

Wie zou ik worden, waart Gij niet bereid

om, als ik val, mij telkens op te vangen.

Ik leef niet echt als Gij niet met mij zijt.

Ik moet in lief en leed naar U verlangen.


Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft,

dat mij bevrijdt en opneemt in Uw vrede.

Ontsteek die vreugde die geen einde heeft,

wil alle liefde aan Uw mens besteden.

Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft.

Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.


12. Niemand leeft voor zichzelf
Niemand leeft voor zichzelf,

niemand sterft voor zichzelf.

Wij leven en sterven voor God onze Heer.

Aan Hem behoren wij toe.



13. Heel dicht bij U, o God _
Heel dicht bij U, o God, heel dicht bij U

voel ‘k mij geborgen God, en ik bid tot U.

Dan klinkt dit lied voor U, alleen voor, o Heer.

Heel dicht bij U, o God, heel dicht bij U.


Nader mijn God bij U, U naderbij

zij ook de weg daartoe een kruis voor mij.

Wat ook de toekomst zij, breng mij U naderbij.

Nader mijn God bij U, U naderbij.


Schoon op mijn pelgrimspad de zon verdwijnt,

rustplaats voor ’t moede hoofd een steen mag zijn.

Ja, ied’re tred brengt mij U nader, naderbij.

Nader mijn God bij U, U naderbij.


Dan als de morgen daagt, wekt mij uw mond,

Uw vriend’lijk aangezicht, vreugde verkondt.

Eng’len zij noden mij, komt nabij, naderbij.

Nader mijn God bij U, U naderbij.


14. Te Lourdes op de bergen
Te Lourdes op de bergen verscheen in een grot,

vol glans en vol luister de Moeder van God.


Na ieder couplet:

Ave, Ave, Ave Maria!(2x)


Zij riep Bernadette, een nederig kind,

"Wie zijt gij, vroeg 't meisje, die u daar bevindt?"


"Ik ben d' Onbevlekte en zuivere Maagd;

gans vrij van de zonde heb ik God behaagd."

Zij deed er ontspringen een klare fontein,

met helende waat'ren, als waar medicijn.


"Dat pelgrims hier komen, van wijd en van zijd,

'k zal zalving hier geven aan ieder die lijdt."


En sedert 't verschijnen der Moeder-Maagd daar,

stijgt immer de bede der christenen schaar.


15. Wij groeten u, o Koningin
Wij groeten u, O koningin, O Maria

U Moeder, vol van teed're min, O Maria


refrein: Groet haar, O cherubijn, prijs haar, O serafijn

Prijst met ons uw koningin. Salve, salve, salve Regina


O Moeder van barmhartigheid, O Maria

En troost in alle bitterheid, O Maria


Ons leven, zoetheid, hoop en vreugd', O Maria

Leid gij ons op de weg der deugd, O Maria


Toon ons in 't uur van onze dood, O Maria

De zoete vrucht van uwe schoot, O Maria


16. God groet u, zuiv’re bloeme
God groet u, zuiv're bloeme Maria, Maged fijn

Gedoog dat ik u roeme, Lof moet u altijd zijn!

Als gij niet waart geboren, O reine Maged vrij

Wij waren al verloren. Aan u beveel ik mij!


Maria, lelie reine Gij zijt mijn toeverlaat

Zoals een klaar fonteine die nimmer stille staat

Zo geeft gij ons genade en staat uw dienaars bij

Och, sta mij toch te stade. Aan u beveel ik mij!


O roosken zonder doren, o violette zoet

O bloemken, blauw in 't koren weest, mij, uw kinde, goed!

Vol liefde en gestadig, ootmoedig zo zijt gij

Och, weest mij toch genadig. Aan u beveel ik mij!



17. Lied van de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch
Lieve Vrouwe, hoor gunstig Onze smekingen aan:
O, Gij kunt op dit feesttij toch de beê niet versmaan
Van de honderden kinderen uit de stad, U zo waard
Die Gij, Moeder, vol eerbied om uw troon ziet geschaard

Sla uw ogen, o Liefste, Goedertierenste Vrouw,


Op uw kinderen; - zij bleven U, o Moeder, getrouw;
Het geloof hunner vaad'ren hielden z'altoos in eer,
Voor uw wonderbeeld knielden zij vertrouwvol ter neer

O Maria, o Zoetste, o beminlijkste Maagd,


O Gij, Moeder, wie nimmer tevergeefs wordt gevraagd,
Wees een schutsvrouw den Bisschop, die uw kind'ren geleidt
Die talenten en krachten aan uw eer heeft gewijd.
O Maria, O Zoete Lieve-Vrouw dezer stad,
Gij waart altoos haar glorie en haar dierbaarste schat
Geef, dat z'immer beware het aloude geloof;
Ach, gedoog niet, o Moeder dat men 't ooit haar ontroov'.

Wilt u na de viering het tekstboekje

op de hoek van de kerkbank leggen.

Dank hiervoor!




  • DIENST VAN HET WOORD
  • LIED BIJ HET BEREIDEN VAN HET ALTAAR
  • LAATSTE AANBEVELING TEN AFSCHEID

  • Dovnload 191.54 Kb.