Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Universite catholique de louvain-la-neuve faculte de philosophie et lettres

Dovnload 81.03 Kb.

Universite catholique de louvain-la-neuve faculte de philosophie et lettres



Datum31.05.2017
Grootte81.03 Kb.

Dovnload 81.03 Kb.

UNIVERSITE CATHOLIQUE DE LOUVAIN-LA-NEUVE

FACULTE DE PHILOSOPHIE ET LETTRES

AGREGATION DE L’ENSEIGNEMENT SECONDAIRE SUPERIEUR EN LANGUES ET LITTERATURES GERMANIQUES.
GERM2A : séminaire de didactique néerlandaise : Partie culturelle

(P. Godin , C. Hoorelbeke)

Année Académique 2001-2002

Julie RAES et Cécile NAVEAU

Clichés rond Nederland.
Klas : Deze les is bestemd voor leerlingen van het vijfde of zesde leerjaar Nederlands als eerste vreemde taal.
Duur : Ongeveer 3 uur + ongeveer 1 uur voor de toets.
Bronnen : http://library.thinkquest.org/11318

http://www.ned.univie.ac.at/non/landeskunde

http://www.leerkracht.nl/lespraktijk/06-02acht.html

http://www.hku.nl/sz/sz-nl/introductie/nederland.html




  1. Doelstellingen.


Ons eerste doel is cultuurgericht : we willen de kennis van Nederland bij de leerlingen uitbreiden door hen de clichés rond Nederland te doen ontdekken. Daarna willen we de leerlingen bewust maken van de stereotypen rond hun eigen cultuur.
Ons tweede doel is taalgericht :

  • We willen dat de leerlingen nieuwe uitdrukkingen leren en hun woordenschat rond Nederland uitbreiden

  • De vier vaardigheden worden in onze les behandeld :

  1. leesvaardigheid : de leerlingen moeten de teksten kunnen begrijpen, sleutelwoorden vinden en op vragen antwoorden.

  2. luistervaardigheid : de leerlingen zullen een video over de Nederlandse clichés bekijken en op verschillende vragen moeten antwoorden.

  3. spreekvaardigheid : de leerlingen moeten in staat zijn een debat te voeren over een gegeven onderwerp. (met behulp van een fiche met argumenten en nuttige uitdrukkingen)

  4. schrijfvaardigheid : de leerlingen moeten in staat zijn hun mening uit te drukken over verschillende stellingen rond de Belgen.

  5. schrijfvaardigheid : de leerlingen moeten een tiental regels kunnen schrijven over het thema dat in de klas behandeld werd.




  1. Organisatie van de les.




  1. OPWARMINGSFASE

Om het onderwerp van de les in te leiden stellen we enkele vragen over Nederland:

  • Wie is ooit naar Nederland geweest?

  • Kan je misschien je ervaring aan je medestudenten vertellen? (wanneer?, waar?)

  • Kan je die plaats op de plattegrond aanduiden?

Daarna maken we een ‘brainstorming’ activiteit :

  • Als we over Nederland praten, welke woorden vallen jullie in? Aan welke stereotypen denken jullie? Waarom ? geef voorbeelden om die te rechtvaardigen.

We schrijven alle woorden op het bord. Die zullen nuttig zijn tijdens het verloop van de les. Op deze manier komen de leerlingen in contact met de woordenschat die later tijdens de les zal worden gebruikt.




  1. LEESOEFENING :

  • De leerlingen moeten de tekst lezen en de verschillende clichés terugvinden. We vragen de leerlingen wat ze over die stereotypen in de tekst hebben vernomen.

  • We schrijven die woorden naast de andere (uit de opwarmingsfase) op het bord en de leerlingen vergelijken beide kolommen.

  • De leerlingen moeten twee woordenschatoefeningen over de tekst invullen:

  1. Ze moeten de Nederlandse vertaling van Franse woorden uit de tekst vinden. Ze krijgen ook een context waarin het woord past om hen te helpen. Die oefening moet zo vlug mogelijk ingevuld worden en daarvoor mogen ze met hun buur werken.

  2. Ze moeten de twee delen van bepaalde zinnen verbinden en de vertaling van de nieuwe uitdrukkingen vinden.

N.B. : De leerlingen moeten al de woordenschat uit die oefeningen kennen voor de toets.



  1. LUISTEROEFENING :

- We geven de structuur van het interview aan en we lezen samen de woordenschat.

  • De leerlingen kijken twee keer naar een interview op televisie. Ze moeten verschillende vragen beantwoorden.

  • We verbeteren die vragen (mondelinge verbetering).

  • De leerlingen krijgen de schriftelijke versie van het interview zodat ze die voor de toets thuis kunnen herlezen.




  1. LEESOEFENING :

- In het eerste deel van de les hebben we over traditionele clichés gesproken. Nu zullen we het hebben over modernere stereotypen die ook meer gericht zijn op het eigenlijke leven van Nederlanders. Daarmee krijgen ze ook een paar woorden die nuttig zullen zijn voor de spreekoefeningen.

  • De leerlingen krijgen sommige beschrijvingen van nieuwe clichés en ze moeten een gepaste titel bedenken voor elke alinea. Ze moeten hun antwoord rechtvaardigen.




  1. SPREEKOEFENING :

  • Als spreekoefening zullen we een rollenspel over een mogelijke legalisatie van drugs in België maken die een uitbreiding is van het onderwerp ‘tolerantie in Nederland’. (de leerlingen hebben daarover iets gelezen in de voorafgaande leesoefening) Na het rollenspel zullen we hun eigen mening over het onderwerp vragen.

  • We delen de klas in groepen van zes leerlingen in en laten ze een paar minuten om over hun argumenten na te denken. (we geven ook woordenschat als ze het vragen)

Ze krijgen dus een fiche met de beschrijving van hun personage en enkele argumenten. Ze krijgen ook een blad met uitdrukkingen die ze kunnen gebruiken.


  1. SCHRIJFOEFENING :

  • Als huiswerk moeten de leerlingen een tiental regels schrijven over de clichés die buitenlanders over de Belgen hebben aan de hand van verschillende stellingen die ze krijgen. Ze kunnen ook hun eigen mening over hun land geven.




  1. TOETS

Tijdens de les vragen we de leerlingen alleen de woordenschat van de oefeningen te kennen en ook de tekst en het interview nauwkeurig te herlezen.

  • Schrijfvaardigheid : De leerlingen moeten een tiental regels schrijven over de verschillende clichés rond Nederland die we in klas behandeld hebben. Ze moeten een volledige tekst schrijven.

  • Leesvaardigheid : De leerlingen lezen 2 kleine teksten over Nederlandse karakteristieken die niet in de klas behandeld werden en moeten vragen beantwoorden. Ze krijgen ook een paar vertalingen van woorden die problemen zouden kunnen stellen.


Typisch Nederlands


Vraag aan een willekeurige buitenlander wat typisch Nederlands is en hij zal je iets vertellen over klompen, tulpen of molens. Ondanks het feit dat we allang niet meer op klompen lopen en tulpen eigenlijk uit Turkije komen, blijven die associaties in het buitenland hardnekkig bestaan. De molens die nog in ons land te zien zijn, hebben meestal alleen een historische of educatieve functie. Ze worden niet meer gebruikt voor het malen van meel of het wegpompen van water. Maar voor de toeristen die ons land bezoeken behoren molens net als klompen en tulpen tot onze cultuur. Natuurlijk hoort daar ook het water van Nederland bij. De Noordzeekust, het Ijsselmeer, de grote rivieren, de Waddenzee en vanzelfsprekend de grachten die in veel Hollandse binnensteden te bewonderen zijn. Ook de oude gevels van de Amsterdamse grachtengordel en onze uitgestrekte weilanden met koeien zijn deel van het beeld dat buitenlanders van Nederland hebben. Delfts blauw aardewerk is al eeuwenlang een Nederlands product dat over de hele wereld bekend is. En dan zijn er natuurlijk nog de oude Hollandse kaas en de kaasmarkten van Gouda en Alkmaar.
De Hollandse keuken is niet wereldberoemd om zijn speciale technieken en verfijnde gerechten. Deze is gebaseerd op het principe van eerlijke producten die op een eenvoudige manier worden bereid. Eeuwenlang bestond ons land uit hardwerkende boeren en vissers. Zij zorgden voor echte Hollandse gerechten als stampot.
Volgens de moderne clichés zou Nederland een land zijn waar alles mag, ook dingen die elders (nog) verboden zijn: men gebruikt er drugs, euthanasie en abortus worden frequent toegepast, kortom men is modern zonder rekening te houden met oude tradities. In feite zijn drugs en euthanasie niet onbeperkt toegelaten maar wel in bepaalde gevallen. Als men dat als moderne vormen van tolerantie wil zien, dan kan men weer een verband leggen met de 17de eeuw, want een belangrijke reden waarom Nederland toen zo’n grote bloei kon bereiken, is vrij zeker de tolerantie. Over het algemeen is het imago van Nederland eerder positief.

malgré le fait que ; depuis longtemps ; en fait

obstinément

le fait de moudre

l’évacuation des eaux

évidemment 


admirer

étendu/vaste

honnête (du terroir)
ailleurs
en bref 

tenir compte de

illimité
plutôt


LUISTEROEFENING
A – Dag allemaal ! Vandaag zullen we een Vlaamse specialist van de Nederlandse cultuur ondervragen. Hier is Mevrouw Belang.

Dag Mevrouw ! U hebt de Nederlandse clichés bestudeerd. Kunt u daar een beetje over spreken ?

Tulpen zijn typisch Hollands. Dat is een echt cliché maar die tulpen komen eigenlijk niet uit Nederland. Kunt u dat misschien verklaren ?
B – Tulpen worden als typisch Hollands beschouwd omdat ze heel veel in Nederland gekweekt worden. In het Westen zijn er heel grote velden met allemaal tulpen. Die groeien daar om later over de hele wereld verkocht te worden.

Maar tulpen zijn eigenlijk niet afkomstig uit Holland ; ze komen oorspronkelijk uit Turkije. Dat was zo’n 400 jaar geleden. Ze zijn toen met handelaars naar Nederland gekomen.


A – Hoeveel soorten tulpen zijn er ? En wat is het symbool daarvan ?
B – Er bestaan eigenlijk meer dan 100 000 verschillende soorten tulpen. En vroeger waren ze een symbool van prestige. Alleen de rijken konden tulpen kopen en die werden dan ook gebruikt om te laten zien hoe rijk je was.
A – Dank u… Ik zou graag wat vragen over de beroemde Nederlandse klompen.
B – Ja zeker, ga je gang !
A – Kunt u wat vertellen over de geschiedenis van de klomp ?
B – De klomp, in zijn tegenwoordige vorm, werd sinds de late middeleeuwen op vele plekken in Europa gedragen. Hier en daar komt hij nu nog voor, het meest in Nederland.

Dit eenvoudig schoeisel bleef lange tijd populair in Nederland vooral door de drassige bodem en ook door het feit dat in Holland de juiste houtsoorten in overvloed beschikbaar waren.


A – En welke houtsoorten worden daarvoor gebruikt ?
B – Mmmh… Vooral wilgen en populieren !
A – Wie draagt er klompen ?
B – Iedereen over de hele wereld denkt dat alle mensen in Nederland op klompen lopen. Maar dat is niet waar ! Alleen een paar mensen in Nederland lopen op klompen, ongeveer 5000, misschien meer, misschien minder, een paar duizend dus. En bijna alle mensen die klompen dragen zijn boeren en tuinders. Dat houdt dus in de mensen die klompen nodig hebben voor hun werk. Ze hebben die als bedrijfskleding.
A – Waarom draagt men klompen ?
B – Ze dragen klompen omdat ze erg handig zijn als je door vieze aarde loopt rond te banjeren.

Je kunt rubberlaarzen dragen om geen vieze voeten, sokken en broek te krijgen. Maar er zijn wat nadelen als je laarzen draagt in plaats van klompen !

Eerst, als je een tuinder bent heb je waarschijnlijk geen klompen nodig. Maar als je een boer bent met scherpe dingen op je erf, en het zou alles behalve lekker zijn om een poot van een koe, een spijker, een punt van een hooivork of iets dergelijks in je voet te krijgen, kun je beter klompen dragen. Klompen beschermen je !

Ten tweede, zijn er ook een heleboel mensen die klompen dragen omdat je er zo gemakkelijk in en uit kan stappen zonder veel tijd te verknoeien.

Ten laatste, als je laarzen draagt heb je meestal zweetvoeten ; met klompen, integendeel, kan frisse lucht bij je voeten komen… en dus zweet je niet !
A - Bedankt ! We weten dat molens en Delfts aardewerken ook zeer beroemd zijn in Nederland… kunt u ons verklaren waarom het zo is ?
B – Eerst, de molens… De molen is inderdaad in de ogen van het buitenland het symbool van Nederland. In het Nederlandse landschap zag men eeuwenlang in alle richtingen wel een molen en schilders van de 17de tot de 20ste eeuw versterkten het beeld van Nederland als Molenland door hun landschappen met zoveel mogelijke molens te vullen.
A – Inderdaad, maar weet u hoeveel molens er zijn in Nederland ?
B – Tja, in het begin waren er ongeveer 9000 molens in Nederland.

70 jaar geleden verdwenen er 7000 door de komst van stoom en elektrische energie . Nu staan er in het hele land nog maar hoogstens 2000 molens.


Wat Delfts blauw betreft, wat kan ik hierover zeggen… euh…..
A – Wel, wat is dat eigenlijk ?
B – Met Delfts blauw bedoelen we een in aardewerk bewerkt bord, dat in blauw, wit en bruin beschilderd is. Vaak staan er boeren of boerinnetjes op afgebeeld, die een oud ambacht uitbeelden.

Bijna iedereen die ooit in Delft is geweest, heeft wel een bord aan de muur zien hangen.

Maar tegenwoordig worden er niet zoveel Delfts blauwe kunstwerken meer met de hand gemaakt. En ja,… dat is alles, denk ik…
A - Dank u wel voor al die boeiende inlichtingen over de Nederlandse cultuur. Ik wens u een prettige avond !

Woordenschat :

kweken


de handelaar

pronken


het schoeisel

de drassige bodem

het houtsoort

de wilg


de tuinder

de kas


handig

vies


de rubberlaarzen

het erf


de hooivork

verknoeien

zweten

de stoom


hoogstens

het ambacht


cultiver


marchand

parader, se faire valoir

chaussure

le sol marécageux

la sorte de bois

le saule


le maraîcher

la serre


pratique

sale


des bottes en caoutchouc

le terrain

la fourche

gaspiller

suer, transpirer

la vapeur

au maximum

l’artisanat





Luistervaardigheid :



  • Waar komen de tulpen vandaan en hoe werden ze naar Nederland gebracht ?

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………



  • Waarom vinden we meer klompen in Nederland dan in de rest van Europa ? (2 redenen)

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………



  • Wat zijn de 3 voordelen van het dragen van klompen ? (korte antwoorden zijn voldoende)

.…………………………………………………………………………………………...

………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………….………


…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….



  • Waarom verdwenen 7000 molens 70 jaar geleden ?

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………



  • Wat wordt vooral op Delfts aardewerken afgebeeld ?

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………


Leesvaardigheid

Vind een passende titel voor elke alinea (rechtvaardig je keuze).

………………………………………

Volgens de moderne clichés zou Nederland een land zijn waar alles mag, ook dingen die elders verboden zijn: soft drugs zijn gelegaliseerd, euthanasie en abortus worden frequent toegepast en huwelijk van homoseksuele paren wordt soms toegelaten.

Nederland is ook een land met een soepel asielbeleid. Met de handel kwamen veel mensen naar Nederland en Nederland is dus al eeuwenlang een land van verschillende nationaliteiten en groeperingen die over het algemeen vreedzaam naast elkaar leven. In Nederland zijn dus vreemdelingenhaat en -angst niet zo sterk als in sommige andere Europese landen.

De Nederlanders zijn trots op hun reputatie van tolerantie en liberale wetgeving.


………………………………………

De eerste koning van Nederland was Willem van Oranje, daarom is de kleur ‘oranje’ zeer populair bij Nederlanders. Die kleur is zelf een symbool voor Nederland geworden. Tijdens de huwelijksdag van de kroonprins, maar ook op andere koninklijke feestdagen, wappert de oranje wimpel naast de Nederlandse driekleurige vlag. In de sport is oranje ook de kleur van Nederland als het om internationale wedstrijden gaat. De Nederlandse sporters en supporters zijn meestal gekleed in een oranje tenue.


………………………………………

Buitenlanders ervaren Nederlanders vaak als zeer direct en soms als onbeleefd. De Nederlanders hebben inderdaad een verbazingwekkend directe manier van converseren. Ze kijken je recht in de ogen. Nederlanders houden ook weinig van formaliteiten. Daarom zeggen ze heel snel ‘je’ tegen elkaar.


………………………………………

De Nederlanders hebben veel respect voor de persoonlijke levenssfeer van anderen. In openbare gelegenheden zie je Nederlanders alleen met elkaar praten als ze elkaar kennen. Bijvoorbeeld als ze nieuwe buren krijgen zullen ze niet uit zichzelf kennis gaan maken. Dat betekent niet dat ze onvriendelijk zijn, alleen zal iemand het ijs moeten breken.


………………………………………

Een andere kenmerk van de Nederlanders is de gierigheid of, als ze het liever hebben, de zuinigheid. Inderdaad kijken de Nederlanders altijd naar de prijs. Als ze op vakantie gaan, bijvoorbeeld, kopen ze bijna niets ter plaatse, ze brengen alles mee. Daarom worden ze niet zeer gewaardeerd als toeristen in het buitenland.



Woordenschat :

het asielbeleid

vreedzaam

de wetgeving

de kroonprins

wapperen


de wimpel

verbazingwekkend

onbeleefd

de gierigheid

de zuinigheid

la politique d’asile

pacifique

la législation

le prince héritier

flotter au vent

la banderole

surprenant, étonnant

impoli

l’avarice



l’économie, la parcimonie



Spreekvaardigheid



Situatie :

De Vlaamse regering wil de mening van de bevolking kennen over de legalisatie van drugs. Elke leerling zal een fiche met zijn rol krijgen. Met behulp van een paar argumenten moeten ze een debat voeren.


Rollen :


  • Minister: Je bent de voorzitter van de vergadering (je moet dus het debat inleiden). Je vindt dat het gebruik van soft drugs wel mag maar niet in het openbaar. Je wil het verkoop van drugs absoluut controleren (kwaliteit en kwantiteit, leeftijd van de gebruiker).




  • Grootouder: Je bent er totaal tegen. Het is slecht voor de gezondheid en gevaarlijk voor de samenleving (minder concentratie in de auto…). De legalisatie van drugs zal jongeren aanzetten (inciter) tot steeds meer drugs te gebruiken. Als soft drugs gelegaliseerd worden, zullen jongeren nog steeds verder willen gaan en iets harder willen proberen.




  • Jongere : Je bent er totaal voor, soft drugs zowel als hard drugs. We zijn jongeren en we hebben het recht om te doen wat we willen . Het is ons probleem! We zijn vrij! We willen ons ontspannen en niks zal ons tegenhouden, de wet ook niet. Het is bekend dat jongeren altijd willen doen wat verboden is.




  • Jongere : Je bent voor een legalisatie van soft drugs maar niet van hard drugs omdat die te gevaarlijk zijn. Als soft drugs gelegaliseerd worden, zal de zin (envie) voor wat verboden is verdwijnen en jongeren zullen dus drugs minder aantrekkelijk vinden.

Als sigaretten en alcohol gelegaliseerd zijn, waarom worden drugs niet gelegaliseerd? Soft drugs zijn toch minder schadelijk dan alcohol.


  • Ouders : Je zit er tussenin : Je weet wel dat drugs gevaarlijk zijn voor de gezondheid maar je zou toch meer gerustgesteld (tranquillisé) zijn als het gebruik van drugs gecontroleerd zou worden. Je zou het ook goed vinden om beter geïnformeerd te worden. Je denkt dat drugs niet toegelaten mogen worden in scholen en in het algemeen voor minderjarigen.




  • Psycholoog : Je bent er tegen. Het zal niets veranderen. De politie zal nooit alles kunnen controleren en de consumptie zal niet verminderen.

Het is bekend dat jongeren altijd willen doen wat verboden is. Maar, als het gebruik van drugs niet meer verboden is, zullen de jongeren een ander verbod vinden dat ze kunnen overtreden.

We weten wel dat drugs een slechte invloed op het gedrag van jongeren hebben en dat het vaak ongevallen veroorzaakt. Ze nemen drugs om hun problemen te vergeten maar komen nooit meer in de reële wereld terug. Bovendien worden ze vaak afhankelijk van drugs.


Uitdrukkingen :
De vergadering inleiden :

  • Welkom op deze vergadering…

  • Ik dank u voor uw aanwezigheid (présence) op deze vergadering…

  • Goed, laten we dan beginnen…

  • Het probleem dat we vandaag zullen behandelen is…

  • Ik laat jullie nu het woord om hierop te reageren (je vous laisse maintenant la parole pour réagir à ceci)

Informatie zoeken



  • Wat denkt u ervan ?

  • Wil iemand nog iets toevoegen ? (qqn désire-t-il ajouter qqch ?)

Je standpunt bekendmaken



  • Ik vind / denk / geloof dat…

  • Ik heb de indruk / het gevoel dat…

  • Ik ben van mening dat…

  • Volgens mij…

  • Ik ben ervan overtuigd dat…

Verduidelijking vragen (éclaircissement)



  • Kunt u dat even uitleggen ?

Akkoord gaan / niet akkoord gaan



  • Daar ga ik (niet) mee akkoord !

  • U hebt volkomen gelijk ! (vous avez tout-à-fait raison)

  • Daar ben ik niet zo zeker van !

  • Dat hangt er vanaf ! (Cela dépend)

  • Ja, dat is waar !

  • Ik ga helemaal niet akkoord met wat u zegt…

De besluitvorming



  • Wat is nu de uiteindelijke beslissing ?

  • Zullen we hierover stemmen ?

Dankwoord



  • Dames en heren, ik dank u voor uw medewerking…


Schrijfvaardigheid.
Huiswerk : Schrijf een tiental regels over de Belgische cultuur :


  • Wat denk je van je eigen land ?

  • Welke zijn, volgens jou, de clichés die de buitenlanders hebben over België / Belgen ?

(je kan gebruik maken van de volgende stellingen om ideeën te krijgen)


  1. België is het land van politieke schandalen, kindermoorden en corruptie.




  1. Belgen leggen de nadruk op het feit dat ze geen Fransen noch Nederlanders zijn.




  1. Elke Belg voelt zich slechts op de tweede plaats Belg. Ze voelen zich op de eerste plaats Vlamingen, Walen of Brusselaars.




  1. België is het land van goed bier, goudgele frieten en lekker eten (mosselen).


Naam :


Voornaam :

Klas :


Datum :

TOETS : Typisch Hollands



  1. Schrijfvaardigheid. ( /10)

Schrijf een tiental regels over de verschillende clichés rond Holland die we in de klas behandeld hebben. Maak een volledige tekst.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

²Leesvaardigheid ( /10).
Er zijn nog verschillende karakteristieken van de Nederlandse cultuur die we nog niet behandeld hebben. In de volgende teksten zullen we het hebben over water, stampot en typische dranken.


NEDERLAND WATERLAND





Nederland is een land met veel water. Dat komt onder andere doordat Nederland voor een groot gedeelte onder de zeespiegel ligt. Nederland heeft twee grote rivieren, de Rijn en de Maas. De Rijn is de grootste. Aan de monding van de Rijn ligt ‘s werelds grootste haven, het Rotterdamse Europoort. Omdat Nederland voor een groot deel lager dan de zee ligt kan Nederland niet zonder alle dijken die er omheen liggen. Dat is ook vaker gebleken als de dijken het begaven en grote stukken land onder water kwamen te staan. Een van de grootste rampen uit de geschiedenis van Nederland was de watersnoodramp van 1953. Toen is bijna heel Zeeland (een provincie van Nederland) onder water komen te staan en zijn er meer dan 1800 mensen verdronken. Dit heeft aanleiding gegeven tot een ongelooflijk project, het Deltaplan (een groot project waarbij de kans op een overstroming heel erg verkleind is). Water is in Nederland ook vaak in positieve zin gebruikt. Er waren vroeger bijvoorbeeld veel kastelen, die zich beschermden door een watergracht. Water is onmisbaar in de voedselvoorziening, voornamelijk in de visserij. Ook heeft een groot deel van Nederland altijd geleefd van de scheepvaarthandel.




STAMPOT

Een stampot is een gerecht waarbij alle gare bestanddelen goed door elkaar worden ‘gestampt’, vandaar de naam. De basis ervan zijn aardappelen en groenten. Deze combinatie kan men ook in de keukens van andere landen aantreffen, maar daar zijn ze meestal niet zo stevig als in Nederland. Stamppotten kunnen daarom als typische Nederlandse gerechten worden beschouwd. Vroeger behoorden de stamppotten tot de goedkoopste maaltijden, omdat ze werden gemaakt van wat het eigen land voortbracht.


Een van de bekendste stamppotten is hutsepot. Het wordt vooral tijdens de viering van Leidens Ontzet gegeten, maar staat ook op andere dagen vaak op het menu. ‘Hutsepot’ is eigenlijk een éénpansgerecht dat bestaat uit aardappelen, uien en wortelen. Omdat het altijd met een klapstuk (een bepaald rundvlees) wordt gegeten, wordt de naam echter meestal voor het geheel gebruikt.
Ook boerenkool is een stamppot. Boerenkool is tegelijkertijd ook de naam van de groente die daar het basisingrediënt van vormt. Deze groente wordt alleen in Nederland op grote schaal geteeld en is buiten dat land nauwelijks verkrijgbaar. Boerenkool wordt altijd samen met rookworst gegeten.

WOORDENSCHAT :

Nederland Waterland

- de zeespiegel : le niveau de la mer

- begeven(begaf-begaven) : lâcher

- de monding : l’embouchure

- de watersnoodramp : grandes innondations



Stampot

- gaar : cuit

- het bestanddeel : l’ingrédient, l’élément

- stampen : écraser

- aantreffen : découvrir

- stevig : solide, nourrissant

- voortbrengen : produire, créer

- verdrinken(verdronken-verdronken) : se noyer

- aanleiding geven tot : donner lieu à

- de overstroming : l’inondation

- de voorziening : l’approvisionnement

- voornamelijk : principalement
- de viering : la célébration

- het éénpansgerecht : repas à plat unique

- rundvlees : viande de bœuf

- boerenkool : chou frisé

- telen : cultiver

- rookworst : saucisse fumée








VRAGEN : Herschrijf niet letterlijk wat in de tekst staat. Gebruik je eigen woorden!


  1. Waarom noemt men Nederland ‘waterland’? (geef vier elementen)( /4)

……………………………………………………………………………..…………………

………………………………………………………………………………………………..

……………………………………………………………..……………………………...….

…………………………………………………………………………….……………….....


  1. Wat gebeurde er in1953? Verklaar ( /3)

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….




  1. Noem twee soorten stampotten en beschrijf die in één zin. ( /3)

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………



…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………


  • Leesvaardigheid
  • Spreekvaardigheid
  • Naam : Voornaam : Klas : Datum : TOETS : Typisch Hollands
  • NEDERLAND WATERLAND
  • STAMPOT

  • Dovnload 81.03 Kb.