Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Universiteit van Amsterdam Afstudeerseminar

Dovnload 225.26 Kb.

Universiteit van Amsterdam Afstudeerseminar



Pagina3/6
Datum05.12.2018
Grootte225.26 Kb.

Dovnload 225.26 Kb.
1   2   3   4   5   6

2. Theoretisch Kader


In dit theoretisch kader worden verschillende theorieën behandeld die van belang zijn voor deze literatuurstudie. Ten eerste zal de relatie tussen Zuid-Afrika en ´foreigners´ nader toegelicht worden. Vervolgens wordt er een overzicht gegeven van de belangrijkste theorieën als het gaat om de invloed van massamedia. Termen als framing, agendasetting en priming zijn belangrijke theorieën als het gaat om beeldvorming. Ook wordt er een beeld gegeven van de Zuid- Afrikaanse media, hoe deze markt werkt en waaruit deze bestaat. Uiteindelijk wordt de onderzoeksmethode besproken en verantwoord.

2.1 ´Foreigners´ in Zuid-Afrika

Foreigners’


Buitenlanders uit andere Afrikaanse landen in Zuid-Afrika krijgen veel aandacht in de media en politiek (Harris, 2001). In verschillende mediavormen krijgt deze groep zowel negatieve als positieve aandacht. Maar zowel de politieke aandacht voor de verkiezingen van 1999 voor deze groep als de betrokkenheid met gewelddadige criminaliteit zet deze groep op de voorgrond (Harris, 2001). De interne diversiteit en complexiteit van deze groep is enorm. ‘Foreigners’ kunnen worden onderverdeeld in drie verschillende categorieën (Harris, 2001). De eerste groep bestaat uit vluchtelingen, deze relatief nieuwe groep ontstond na de afschaffing van apartheid in 1994. De tweede groep bestaat uit migranten die zich tijdelijk in Zuid-Afrika bevinden en zich dus niet permanent in Zuid-Afrika vestigen. Deze groep kan worden onderverdeeld in economische migranten en illegale migranten. Economische migranten zijn arbeiders die tijdelijk komen werken in Zuid-Afrika. Er zijn veel illegale migranten die aantrekkelijk zijn voor werkgevers omdat ze onbeschermd zijn en dus makkelijk kunnen worden uitgebuit. Tot slot bestaan er immigranten die voor lange tijd een leven in Zuid-Afrika willen opbouwen. Uiteindelijk gaat het in dit onderzoek om de hele groep buitenlanders in Zuid-Afrika die in de media onderzocht worden. Gedurende deze literatuurstudie zal deze groep onder de noemer vreemdelingen, illegalen, buitenlanders, etnische minderheid en immigranten vallen, maar voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag is dit één groep.


Xenofobie


Tijdens het apartheidsregime werden verschillende bevolkingsgroepen gedefinieerd en gecreëerd (Harris, 2001). Deze apartheidsideologie van vooroordelen was de basis voor de xenofobie wat aanzet tot geweld. Xenofobie is een negatieve houding jegens vreemdelingen, illegalen en immigranten (Minnaar & Hough, 1996). In het algemeen kan gesteld worden dat de Zuid-Afrikaanse cultuur steeds meer doordrongen wordt met xenofobie. In de politiek wordt vaak de overstroming aan immigranten gezien als een oorzaak voor veel problemen die een grote invloed heeft op de publieke opinie (Human Rights Watch, 1998). Zo worden immigranten verantwoordelijk gehouden voor de grote misdaadgolf, de grote werkloosheid en zelfs de verspreiding van ziektes zoals HIV. De opvatting dat migranten de oorzaak zijn van al deze problemen leidt tot uitbuiting en misbruik van migranten door Zuid-Afrikaanse burgers, de politie, het leger en het ministerie van binnenlandse zaken (Human Rights Watch, 1998). Voornamelijk vluchtelingen met onderscheidende uiterlijke kenmerken zijn een makkelijk doelwit Volgens Crush (2000) hebben Zuid-Afrikaanse burgers weinig tot geen contact met andere Afrikaners. Vijandige ideeën ten opzichte van buitenlanders worden dus niet gevormd uit ervaring maar voornamelijk door stereotypering en mythes.

2.2 Media effecten

Attitudes


Deze literatuurstudie focust zich op de invloed van informatie verspreid door massamedia, en in het bijzonder wat de invloed daarvan is op de inheemse bevolking, de Zuid-Afrikaanse burgers in relatie met etnische minderheden. Een etnische groep is een gemeenschap van mensen die dezelfde fysieke eigenschappen delen en culturele overeenkomsten hebben op verschillende gebieden zoals nationaliteit, taal, religie, culturele tradities, herkomst, geschiedenis en uiterlijke kenmerken (Boomgaarden, 2007). Als deze etnische groep in een land woont waar de etniciteit verschilt met die van de meerderheid van de populatie van het land dan wordt dit een etnische minderheid genoemd. Zoals in de vorige paragaaf beschreven gaat het om migranten die in Zuid-Afrika werken of werk zoeken en vluchtelingen. De attitudes ten opzichte van deze arbeidsmigranten is waar het in dit onderzoek om draait. Dit zijn over het algemeen negatieve attitudes. Hagendoor en Sniderman (2001) definiëren dit als:
Negative attitudes towards out-groups and a social reality of resistance towards immigrant groups, in particular those groups that are by their language, religion or culture not assimilated in the host society to which they have emigrated. The attitudes are negative in tone and evaluation, refer to a common category, namely immigrants, and focus on the negative characteristics or consequences of immigrants.’ (Hagendoorn & Sniderman, 2001, p. 20)

Vooroordelen


Er is over het algemeen geen sprake van dat negatieve attitudes direct in de berichtgeving voorkomen (Boomgaarden, 2007). Massamedia zullen in de berichtgeving niet de verschillen tussen etnische minderheden benadrukken wat tot racisme kan leiden. Massamedia kunnen wel ideeën verstrekken die indirect raakvlak hebben met racisme. Zo kunnen media berichten over etnische bedreigingen die een gevaar zijn voor de nationale staat en culturele en symbolische waarden (Boomgaarden, 2007). Hieruit kunnen vooroordelen ontstaan. Vooroordelen kunnen in vier onderdelen worden uiteengezet (Boomgaarden, 2007). Ten eerste heeft een vooroordeel eerder betrekking op een sociale groep dan op een individu. Er treedt generalisatie op, vooroordelen doen geloven dat een kenmerk van een individu van een sociale groep geldt voor de hele zelfde sociale groep. Ten tweede zijn vooroordelen bijna altijd negatief. Ten derde moeten vooroordelen aannemelijk zijn. En tot slot zijn vooroordelen moeilijk te veranderen en zijn ze volhardend. Mede door vooroordelen worden stereotypes gevormd, deze worden in de volgende paragaaf toegelicht.

Stereotypering


Stereotypes zijn mentale structuren van sociale groepen en degene die daar bij horen. Deze structuren bevatten genoeg informatie om groepsleden te beoordelen zonder deze echt te ervaren (Boomgaarden, 2007). Volgens Ehrlich (1973) komen stereotypes voort uit het sociale erfgoed van een maatschappij. Ze zijn vroeg aangeleerd, voor iedereen bekend en worden regelmatig geactiveerd om vooroordelen te bevestigen. In het onderzoek van Sniderman, Hagendoorn en Prior (2004) worden bedreigingen gezien als de grootste invloed op etnische vooroordelen. Er zijn drie verschillende bedreigingen van invloed, namelijk economische, veiligheid en culturele bedreiging. Door vooroordelen en stereotypering worden attitudes gevormd. Dit kan op drie verschillende manieren geschieden (Entman, 2007). Soms wordt nieuws vervormd of incorrect weergegeven, dit wordt ‘distortion bias’ genoemd. Als in de berichtgeving van een politiek conflict een zijde begunstigd wordt in plaats van gelijk weergeven, wordt dat ‘content bias’ genoemd. Tot slot kunnen journalisten door hun eigen motivatie bevooroordeelde inhoud produceren, dit wordt ‘decision making bias’ genoemd.

De invloed van de media


De verschillende vormen van attitude verandering worden gevormd door belangrijke invloeden uit de media. Framing, priming en agenda-setting zijn belangrijke termen als het gaat om attitude verandering. Het belangrijkste onderdeel van deze literatuurstudie is het effect van framing van etnische minderheden in de media.
Framing can be defined as the process of culling a few elements of perceived reality and assembling a narrative that highlights connections among them to promote a particular interpretation.’ (Entman, 2007, p. 164)
Volgens Entman (2007) betekent framing dus het vormen en veranderen van de interpretaties en voorkeuren van het publiek. Dit gebeurt door middel van priming: het activeren van schema’s van het publiek door de nadruk te leggen op bepaalde ideeën die het publiek aanmoedigen hoe te denken, voelen en beslissingen te nemen in bepaalde situaties. Een andere methode van framing is agenda-setting, hierbij bepaalt de media niet ‘what to think’ maar ‘what to think about’. Dit zijn vaak onderwerpen die politieke en publieke aandacht verdienen. De oorzaken van de problemen worden benadrukt met als doel een moreel oordeel op te roepen en bepaald politiek beleid te bevorderen. Framing geeft een eenzijdige kijk op de zaak, waarbij in een geschil maar een kant wordt belicht (Entman, 2007). In de politiek wordt regelmatig geklaagd dat de oppositie meer media-aandacht krijgt in hun voordeel. Framing bestaat uit drie verschillende onderdelen (Scheufele, 1999). Het eerste onderdeel is het proces waarbij journalisten een bepaald frame gebruiken in een reportage. Volgens Scheufele (1999) zijn er vijf factoren die journalisten mogelijk beïnvloeden als het gaat om framing van een bepaalde kwestie. Dit zijn sociale normen en waarden van de journalist, druk en beperkingen opgelegd vanuit de organisatie, druk van belangengroepen, journalistieke routines en politieke en ideologieën van de journalist zelf. Het tweede onderdeel is het effect van framing op individuen en de daar bijhorende attitudes. Er bestaat een directe relatie tussen framing in de media en het effect op individuen (Scheufele, 1999). Het derde onderdeel is de impact van publieke frames op journalisten en hun organisatie. Journalisten worden op hun beurt weer beïnvloed door verschillende nieuws frames. Zo is de invloed van nationale media op locale media en andersom als het gaat om reproduceren van nieuws enorm (Scheufele, 1999). In het geval van deze literatuurstudie is het tweede aspect het meest van belang.

Conflictjournalistiek


Het is bijna onmogelijk om volledig objectief bericht te geven en het publiek een goed beeld van de situatie te geven in conflictgebieden. Als het gaat om conflictberichtgeving zou het nieuws onder invloed zijn van verschillende factoren (McColdrick, 2006). Er zijn drie manieren waarop het nieuws beïnvloedt kan worden in conflictgebieden. Ten eerste door officiële bronnen. Ten tweede berichten journalisten vaak alleen over een gebeurtenis maar niet de aanloop daartoe. En ten derde de tweestrijd tussen de belichting van beide kanten van een conflict. Doordat journalisten uit noodzaak moeten vertrouwen op zogezegd officiële bronnen, wordt de berichtgeving bij voorbaat onbetrouwbaar geacht (McColdrick, 2006). Onvolledige berichtgeving geeft een verkeerd beeld doordat uitleg van onderliggende oorzaken ontbreekt. Door complexe conflicten in twee kampen in te delen kan escalatie van het conflict ontstaan.

Ook zogenaamde ‘peace journalism’ zou de integriteit en objectiviteit van journalistiek bedreigen (Kempf, 2007). Volgens Kempf (2007) moet goede journalistiek waarheidsberust, objectief, neutraal en onbevooroordeeld zijn. Als het gaat om ‘peace journalism’ betekent dit dat er een bepaald doel bereikt wordt, namelijk vrede. Maar juist goede journalistiek wil het publiek niet beïnvloeden en objectief blijven. Juist als er doelen gesteld worden gaat de objectiviteit van de journalistiek verloren, journalisten kunnen op deze manier niet meer neutraal blijven. Volgens Loyn (2007) moeten journalisten nauwkeuriger te werk gaan maar hun werkwijze moet ongewijzigd blijven. Journalisten hebben een grote verantwoordelijkheid als het gaat om conflictberichtgeving. Ze spelen niet meteen een grote rol als het gaat om het creëren van vrede, maar wel in de creatie van de sociale constructie van de realiteit in het nieuws.



1   2   3   4   5   6

  • 2.1 ´Foreigners´ in Zuid-Afrika
  • Xenofobie
  • 2.2 Media effecten
  • Vooroordelen
  • Stereotypering
  • De invloed van de media
  • Conflictjournalistiek

  • Dovnload 225.26 Kb.