Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


V advocate n an traa

Dovnload 36.23 Kb.

V advocate n an traa



Datum05.04.2017
Grootte36.23 Kb.

Dovnload 36.23 Kb.

V

A D V O C A T E N
AN TRAA




GOEDERENVERZEKERING IN DE

INTERNATIONALE HANDEL

Bijdrage Mr R. de Haan

advocaat en partner Van Traa Advocaten Rotterdam

Inleiding



  1. Goederenverzekering en internationale handel zijn nauw met elkaar verweven. Zonder de transportverzekering zou de wereldgoederenhandel heden ten dage onmogelijk zijn gezien de grote risico’s die aan het goederenvervoer verbonden zijn en de grote bedragen die ermee gemoeid zijn. Voorbeelden zijn in feite overbodig: het vervoerende schip kan vergaan, de vrachtwagen kan betrokken raken bij een ongeval, de goederen kunnen gestolen worden gedurende de reis etc. Daarnaast zijn de goederen vooral bij lange reizen onderhevig aan allerlei manipulaties, bijvoorbeeld laden en lossen die tot schade kunnen leiden.



  2. Het doel van de transportverzekering is de belanghebbenden bij de goederen dekking te bieden tegen de geldelijke schade die zij in hun vermogen kunnen lijden door een gebeurtenis als gevolg waarvan de goederen geheel of gedeeltelijk verloren gaan, dan wel in beschadigde of minderwaardige toestand ter destinatie (eindbestemming) arriveren. De meeste goederenverzekeringen bieden dan ook dekking tegen deze risico’s, dat wil zeggen verlies of beschadiging. Ik verwijs naar de in de bijlagen opgenomen in Nederland gehanteerde standaard voorwaarden van de Nederlandse Beurs Goederenpolis 1991 met de daaraan gekoppelde clausule G13 (all risks) en de in Engeland ontwikkelde Institute Cargo Clauses All Risks uit 1963 en 1982.



  3. Voor een overzicht van de geschiedenis en de achtergronden van de transportverzekering verwijs ik naar Van Huizen Transportverzekering 1986 hoofdstuk II en de daar genoemde literatuur.



  4. Ik zal hier niet ingaan op de begrippen “verlies en beschadiging” en evenmin een algemeen overzicht geven van de gedekt gevaren bij transportverzekeringen. Ik verwijs daartoe naar de bestaande handboeken, in het bijzonder Dorhout Mees-Wachter “Schadeverzekeringsrecht, 4e druk 1967 en Van Huizen, Transportverzekering 1986 en Het Transportverzekeringsbedrijf, juridische en rechtsvergelijkende beschouwingen 1988. Tevens verwijs ik naar de vergelijkende studie van de Nederlandse Beurs Goederenpolis en de Institute Cargo Clauses van Dorst & Roodenburg, uitgegeven door de Vereniging van Transportassuradeuren in Nederland in januari 1985.



  5. In het kader van de internationale handel spelen naast de “basale” dekkingsvragen een aantal andere risico’s een belangrijke rol. Door de tijd hebben beursmakelaars en verzekeraars daarvoor dekkingen ontwikkeld die zoveel mogelijk de risico’s van de verkoper/exporteur of koper/importeur proberen weg te nemen. Ik zal stilstaan bij de volgende onderwerpen:

    • verzekerbaar belang;

    • seller’s and buyer’s interest;

    • toonderpolissen (de “Tranconro”-problematiek);

    • overname, meerdere waarde en dubbele dekking;

    • rejection-verzekering;

    • neming d.w.z. inbeslagname onderweg van overheidswege.


Verzekerbaar belang



  1. Voorwaarde voor aanspraak op schadevergoeding is dat de verzekerde een aantoonbaar belang dient te hebben bij de transportverzekering. Zonder belang bij het verzekerd object, in ons geval de goederen, heeft de verzekerde geen recht op schadevergoeding. Verzekerbaar belang dient onderscheiden te worden van het gevaarsobject. Het gevaarsobject is het verzekerd voorwerp, terwijl het voorwerp van verzekering het verzekerbaar belang is. Voor een uitgebreid overzicht verwijs ik naar Van Huizen “Het transportverzekeringsbedrijf” hoofdstuk IV paragraaf 2. In het navolgende zal ik uitgaan van de volgende definitie van verzekerbaar belang: “De mogelijkheid, dat men door een bepaalde onzekere gebeurtenis aantoonbare schade in zijn vermogen (in geld meetbare vermogensvermindering of gederfde vermogensvermindering) lijdt.” Bij de goederenverzekering zal deze mogelijkheid er in de regel uit bestaand dat verlies of beschadiging van de zaak gedurende het vervoer tot vermogensschade leidt. Tot zoverre is er niets bijzonders aan de hand; zonder belang geen aanspraak op schadevergoeding.



  2. De verzekerde dient belang te hebben. Daarbij zijn bij de goederenverzekering verschillende personen te onderscheiden, te weten de eigenaar, de verkoper, de koper en eventueel opvolgende kopers. Tussen leveringscondities/betalingsvoorwaarden en transportverzekering bestaat dan ook een sterke samenhang. Indien het risico van de verkoper overgaat op de koper, bijvoorbeeld in geval van de leveringsconditie CIF gaat ook het belang onder de goederenverzekering op de koper over. Diens belang moet dan wel meeverzekerd zijn. Met de zgn. belangenclausule wordt beoogd deze belangen mee te verzekeren. Ook de bekende clausule “voor wie het anders geheel of ten dele zou mogen aangaan, vriend of vijand”, beoogt deze belangen te verzekeren. Op de vraag of de verkoper belang blijft houden bij de verkochte goederen als het risico op de koper overgegaan is, kom ik hieronder bij de seller’s interest-verzekering terug.



  3. De verzekerde dient een belang te hebben ten tijde van de schade. Artikel 250 Wetboek van Koophandel bepaalt dan ook dat de verzekeraar niet gehouden is tot uitkering over te gaan als hij ten behoeve van wie een verzekering gesloten is “ten tijde der verzekering geen belang in het verzekerde voorwerp heeft”. Dit betekent dat ook ingeval de verzekering het belang van alle mogelijk bij de goederen betrokken partijen beoogt te dekken, de verzekerde die aanspraak maakt op schadevergoeding zijn belang zal moeten aantonen. Zo zal de verkoper in de regel geen aanspraak kunnen maken op vergoeding indien het risico van de goederen op de koper overgegaan is. Dit wordt geïllustreerd door de zaak die geleid heeft tot het arrest van het Hof Amsterdam van 18 december 2003, S&S 2004, 141.



  4. Sommige polissen bevatten een clausule inhoudende dat in geval van schade geen ander bewijs van het bestaan van het verzekerde belang zal worden gevorderd dan overlegging van de polis. Deze clausule, ook wel genoemd “policy proof of interest” (P.P.I), wordt in de zeeverzekering vaak gebruikt bij verzekering van het belang, welk bestaan en/of welke omvang niet gemakkelijk te bewijzen is, bijvoorbeeld verzekering van disbursements of meerdere waarde. Naar Engels recht maken dergelijke clausules de verzekering nietig en wel op grond van artikel 4 lid 2 sub b van de Marine Insurance Act. Naar Nederlands recht wordt wel aangenomen dat een dergelijke clausule die de verzekeraar de bevoegdheid tot tegenbewijs ontneemt, in strijd is met het indemniteitsbeginsel en mitsdien met artikel 254 Wetboek van Koophandel en dus nietig is. Van Huizen wijst erop dat er in het verleden een discussie geweest is of artikel 254 Wetboek van Koophandel met zich brengt dat het beding in het geheel nietig is of uitsluitend teweeg brengt dat de uitsluiting van tegenbewijs buiten werking wordt gesteld, zodat het beding nog alleen omkering van bewijslast bewerkstelligt. Volgens Van Huizen wordt de laatste visie als de juiste erkend (Van Huizen, Het Transportverzekeringsbedrijf 1988 blz. 78 en 79). Dit betekent dat de clausule wel geldig is, doch verzekeraars alleen het recht om tegenbewijs te leveren niet ontnomen kan worden.


Seller’s and buyer’s interest



  1. Deze verzekering, veelal een aparte clausule, beoogt het belang van de verkoper te dekken indien bij levering van goederen op conditie C&F of FOB, dat wil zeggen als de goederen reizen voor risico van de koper en de verkoper geen zekerheid heeft dat de koper de goederen tegen transportschade heeft verzekerd, de koper mocht weigeren de volle koopprijs te betalen uit hoofde van beschadiging of verloren gegane goederen tijdens de reis. Een seller’s interest-verzekering dekt dus niet insolventie van de buitenlandse koper of verhindering van de betaling door overmacht danwel schade door niet opneming van documenten om andere redenen dan transportschade. Het is dus geen kredietverzekering. De seller’s interest-verzekering dekt uitsluitend verlies of beschadiging van de goederen en wel tot ten hoogste het bedrag dat de koper niet voor de beschadigde of verloren gegane goederen betaalde. Zie hierover uitgebreid D. Koole, Aspecten van verzekering bij export, Kluwer Fenedex 3e herziene druk 1994, blz. 20 e.v.



  2. De verzekering eindigt zodra de koper de koopprijs volledig heeft voldaan. Indien verzekeraars het niet betalen van de koopprijs in verband met schade of verlies aan de verkoper vergoeden, worden zij gesubrogeerd in de rechten van de verkoper jegens kopers of derden. Verzekeraars kunnen op grond van subrogatie de niet betaalde koopprijs op de onverzekerde koper verhalen.



  3. Volgens Van Huizen (Het Transportverzekeringsbedrijf t.a.p., blz. 70 en 71) is de seller’s interest-verzekering overbodig, omdat de verkoper een verzekerbaar belang direct onder de gewone goederentransportdekkingsclausule heeft, omdat hij een belang in de goederen houdt zolang hij de koopprijs nog niet heeft ontvangen. Ik kan mij wel vinden in de opvatting van Van Huizen als het eindresultaat maar niet is dat verzekeraars tweemaal zouden moeten betalen, dat wil zeggen éénmaal aan de koper voor wiens risico de goederen reisden en éénmaal aan de verkoper, omdat die de koopprijs niet betaald gekregen heeft. Hetzelfde belang kan naar mijn mening niet tweemaal op dezelfde polis verzekerd zijn.



  4. Overigens blijkt er in de praktijk wel behoefte te zijn aan de seller’s interest-verzekering. Dit blijkt uit het vonnis van de Rechtbank Amsterdam van 3 november 2004 (zie bijlage 1) en het vonnis van de Rechtbank Amsterdam van 7 maart 2001, alsmede Hof Amsterdam, 18 december 2003 (S&S 2005, 141). Uit het vonnis van de Rechtbank Amsterdam van 3 november 2004 blijkt dat causaal verband vereist is tussen het onbetaald laten van de koopsom enerzijds en een verzekerd evenement volgens de polis anderzijds. Rejection van de lading door de lokale autoriteiten is derhalve een niet door seller’s interest-verzekering gedekt evenement. Uit het arrest van het Hof Amsterdam van 18 december 2003 blijkt dat de verzekerde die een beroep doet op de seller’s interest-dekking wel moet aantonen dat zij nog geen betaling van de koopsom heeft gekregen. De verzekerde dient derhalve daadwerkelijk vermogensschade geleden te hebben.



  5. Spiegelbeeld van de seller’s interest-verzekering is de buyer’s interest-verzekering. Deze dekt het belang van de koper die voor bestelde goederen vooruit heeft moeten betalen. In de praktijk wordt hier, voorzover mij bekend, weinig gebruik van gemaakt. In ieder geval is het aantal gepubliceerde geschillen zeer beperkt.



Toonderpolissen



  1. In het internationale handelsverkeer dienen op grond van de koopovereenkomst verzekerings­certificaten afgegeven te worden. De verkoper die op grond van de conditie CIF verplicht is de goederen te verzekeren, verzoekt zijn verzekeraar of makelaar een verzekeringscertificaat af te geven dat de goederen bij het vervoer begeleidt. Veelal is dit een zogenaamde toonderpolis of

-certificaat. Dit is een polis waarin als verzekerde vermeld is toonder of “bearer”. Deze clausule bewerkstelligt dat de polis gemakkelijk overdraagbaar is, namelijk door enkele overgave en dat de verzekeraar eventuele verweermiddelen die niet op de inhoud van de toonderpolissen zelf, doch op omstandigheden buiten de polis om, gegrond zijn, niet kan gebruiken tegen de derde houder van de toonderpolis te goeder trouw. Indien derhalve de wat ik noem moederpolis door een beroep op artikel 251 Wetboek van Koophandel, verzwijging, getroffen wordt, heeft dit geen gevolgen voor de toonderpolis voorzover deze in handen is van een derde. Dit was onder meer aan de orde bij wat in de wandelgangen heet de Traconro-problematiek en geleid heeft tot het arrest van de Hoge Raad van 19 april 2002, NJ 2002, 456 (zie rechtspraakoverzicht sub 1).



  1. Ik wijs erop dat de toonderpolis niet zonder meer aanspraak op schadevergoeding geeft. Vereist blijft dat de houder van de polis die schadevergoeding vraagt, bewijst dat hij het bij de polis verzekerde belang heeft.



  2. Toonderpolissen zijn te onderscheiden van zgn. dekkingsbevestigingen. De discussie in de hiervoor genoemde Traconro-zaak was of er sprake was van een dekkingsbevestiging danwel van een verzekeringscertificaat. Indien het door de makelaar afgegeven stuk te beschouwen zou zijn als een dekkingsbevestiging zou de verzekering nietig zijn op grond van artikel 251 Wetboek van Koophandel. Indien het een polis zou zijn, zouden verzekeraars zich niet op verzwijging tegen de derde houder kunnen beroepen. De Hoge Raad heeft uiteindelijk in de laatste zin beslist. Het zou te ver gaan hier al te diep op in te gaan. Ik verwijs naar de noot van Mijnssen en de bespreking van het arrest door Kamphuizen in AV&S , 2 april 2003.



Overname meerdere waarde en dubbele dekking



  1. Transportverzekeraars worden regelmatig geconfronteerd met bedrijven die uit bepaalde landen goederen importeren waarbij zij niet zelf in de goederentransportverzekering kunnen voorzien, omdat in het land van herkomst van regeringswege de bepaling geldt dat die verzekering bij verzekeraars in eigen land moet worden ondergebracht. De leverancier zorgt dus voor de goederentransportverzekering. Dat importeurs er bij deze figuur niet altijd gerust op zijn of die in het land van herkomst van de goederen gesloten verzekering hun behoeften wel voldoende dekt, is zeer begrijpelijk. Begin jaren ’90 importeerden Nederlandse handelaren grote hoeveelheden grondnoten uit China. Deze waren verzekerd door de PICC, the People’s Insurance Company of China, op Chinese condities. Het incasseren van de verzekeringsgelden stuitte op grote problemen, niet in de laatste plaats omdat de procedure van de schaderegeling in China zeer gecompliceerd was. Voor dit probleem is de zgn. overnameverzekering ontwikkeld. Een aantal voorbeelden van clausules heb ik bij de stukken gevoegd. Dit wordt ook wel een zgn. parapluverzekering genoemd. Deze verzekering biedt de importeur een volledige dekking met overbrugging van eventuele verschillen in condities. De verzekering geschiedt met cessie van de polis van de buitenlandse verzekeraar, zodat alle daaruit voortvloeiende rechten aan de Nederlandse verzekeraar worden overgedragen. Ook wordt wel afgesproken dat de Nederlandse verzekeraar de schade als renteloze lening uitbetaalt en het verhaal onder de buitenlandse polis in naam van de verzekerde ter hand neemt. Die lening moet slechts worden terugbetaald tot het bedrag dat onder de buitenlandse verzekering verhaald wordt. Dit is noodzakelijk omdat er anders sprake zou zijn van dubbele verzekering. Dat laatste willen de Nederlandse importeur en Nederlandse verzekeraars voorkomen, omdat het eindresultaat wel eens zou kunnen zijn dat de buitenlandse polis in dat geval in het geheel niet hoeft uit te keren of indien sprake zou zijn van Engelse condities en Engels recht de beide polissen met elkaar in gemeenschap zouden lopen en ieder 50% van de schade zouden moeten dragen. Dat is nu juist niet de bedoeling van de overnameregeling.



  2. Van de overnameregeling is te onderscheiden de zgn. meerderewaardeverzekering. Dit is een afzonderlijke verzekering van een bepaald bedrag tot dekking van de hogere waarde die de goederen boven de waarde bij een reeds bestaande verzekering gedekt voor de verzekerde vertegenwoordigen. Dit kan het geval zijn bij het oplopen van de marktprijzen, betaling van hoge invoerrechten, gemaakte winst bij doorverkoop etc. De meerderewaardeverzekering dekt het meerdere bedrag op dezelfde voorwaarden als de verzekering van de verkoper en volgt de schadeafwikkeling daarvan door hetzelfde percentage uit te keren als de onderliggende polis van de verkoper zonder mee te betalen in de expertisekosten en zonder mee te delen in een eventuele regresopbrengst. In geval van averijgrosse betaalt de meerderewaardepolis alleen mee als de verzekerde som van de onderliggende polis van de verkoper lager is dan de dragende waarde van de goederen. Ook van deze dekking werd veel gebruik gemaakt bij de import van Chinese grondnoten in de jaren ’90. Veelal waren de Chinese polissen niet afdoende om de waarde van de noten die zij voor de Nederlandse importeurs vertegenwoordigden afdoende te dekken.



Rejection-verzekering



  1. De rejection-verzekering komt vooral bij het transport van consumptiegoederen van het ene naar het andere land voor. De belanghebbenden bij de goederen wensen niet alleen de normale transportgevaren, doch ook het risico van rejection mee te verzekeren. Daartoe wordt door de buitenlandse afnemers bij de leveringcondities bedongen of de financierende banken nemen de voorwaarden van een dekking tegen rejection op in hun accreditiefbepalingen.



  2. Onder rejection wordt, kort samengevat, verstaan de kans dat de autoriteiten of de ontvangers in het land van bestemming om bepaalde redenen de goederen niet accepteren. De redenen kunnen zeer verschillend zijn. We kennen allemaal de weigering van vlees door Egyptische autoriteiten in verband met de BSE, maar ook omdat de labeling van de goederen niet in overeenstemming is met de voorschriften. Ik heb het meegemaakt dat één verkeerd label in een partij tot het volledig weigeren van de partij door de Egyptische autoriteiten leidde.



  3. Ook voor deze risico’s is in de markt een dekking ontwikkeld. Ik heb twee niet gepubliceerde uitspraken bijgevoegd, waarin de vraag of het rejection-risico verzekerd is en zo ja, wat de reikwijdte van deze dekking is, aan de orde komt. Naar mijn weten wordt de zgn. May 1975 wording heden ten dage nog maar zelden gehanteerd en is de dekking juist in verband met de grote financiële gevolgen voor verzekeraars aanzienlijk beperkt.



Neming dat wil zeggen: inbeslagname onderweg van overheidswege


  1. Tot slot nog een enkel woord met betrekking tot het risico dat de goederen gedurende de reis van overheidswege in beslag genomen worden en geconfisqueerd. Dit komt nogal eens voor, met name bij vervoer door Oost-Europese landen. Ons kantoor is laatst geconfronteerd met confiscatie door de Wit-Russische douaneautoriteiten, omdat de in de transportdocumenten genoemde geadresseerden bij de Wit-Russische douane onbekend zouden zijn. Dit zou een strafbaar feit zijn onder de Wit-Russische douanewetgeving. De rechter te Wit-Rusland besliste dat de in beslag genomen partijen ten gunste van de Wit-Russische overheid verkocht mochten worden.



  2. De vraag is of dit verlies als gevolg van de confiscatie gedekt is onder een normale goederenpolis waarbij ik uitga van toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van de Nederlandse Beursgoederenpolis 1991 en de molestclausule M3.



  3. Art. 25 NBGP 1991 bevat het beding "vrij van oorlogsrisico en vrij van stakersrisico".
    Onder oorlogsrisico wordt verstaan:

  • oorlog en op oorlog lijkende handelingen, burgeroorlog, revolutie en opstand,

  • (…),

  • uitwerking van daaruit achtergebleven torpedo's, mijnen, bommen en dergelijke oorlogswerktuigen, ook indien de schade in vredestijd is ontstaan,

  • neming en aanhouding op last van hogerhand.

Volgens Dorhout Mees Schadeverzekeringsrecht (1967), nr. 405 hebben zuivere douane­maatregelen met molest niets te maken, oorlogsvoorschriften daarentegen alles. Voorts meent hij:



" (…) in overheidsmaatregelen zoeke men, willen het daden van molest genoemd kunnen worden, allicht iets van daden van een oorlog voerend land of tenminste daden, ingegeven door het landsbelang ten opzichte van de buitenlandse politiek".

In zijn boek Nederlands Handels- en Faillissementsrecht III, Het nieuwe verzekeringsrecht (1987), nr. 187 meent hij: "Neming en aanhouding op last van hogerhand, een gevaar dat vooral bij de moderne totale oorlog het verkeer over zee bedreigt, doch dat niet tot het optreden van de overheid van oorlog voerende landen is beperkt. Er valt ook onder inbeslagneming wegens overtreding van invoerbepalingen en dergelijke".




  1. In zijn bespreking van de vraag of een verzekering de gewone gevaren danwel molest omvat (nrs. 187-188) merkt Dorhout Mees op dat indien molest uitgesloten is, nagegaan moet worden of de schade een gevolg is van een verzekerde of niet verzekerde oorzaak: gewoon gevaar of molest. En voorts schrijft hij:

"Door de in de praktijk gebruikelijke clausules is de uitsluiting van molest van de gewone verzekering dikwijls ruimer dan dekking in de molestpolis, zodat sommige schaden door geen van beide verzekeringen wordt gedekt."
Het vorenstaande geldt, aldus Dorhout Mees:

"ook voor inbeslagneming e.d. voor zover dit onder oorlogsmolest valt, maar het risico van overtreding van invoerbepalingen e.d. is van geheel andere aard, zodat dit laatste onderdeel kan vormen van een normale transportverzekering. Wel moet daarbij het risico nauwkeurig worden omschreven".

In andere rechtsliteratuur heb ik geen antwoord op deze kwestie gevonden, evenmin als in de rechtspraak.





  1. Vervolgens is de vraag of de molestclausule M3 dekking geeft voor inbeslagname en confiscatie. De formulering van oorlogsrisico is dezelfde als die onder het beding "vrij van molest" in art. 25 NBGP 1991.
    Indien de inbeslagname en confiscatie door het beding "vrij van molest" van dekking zou zijn uitgesloten, zou in beginsel dus dit risico weer zijn ingesloten door M3, ware het niet dat ten aanzien van het "oorlogsrisico" de dekking eerst aanvangt aan boord van een zeeschip of luchtvaartuig (en eindigt na lossing daaruit). Deze dekking sluit aan bij het zogenaamde Waterborne en Airborne Agreement. Deze internationale afspraken beperken de dekking van het oorlogsrisico tot het verblijf aan boord van een zeeschip resp. aan boord van een luchtvaartuig. In dit verband wijst Dorhout Mees erop in Nederlands Handels- en Faillissementsrecht III, het Nieuwe Verzekeringsrecht, no. 186:


"Oorlogsmolest land is nog minder te verzekeren en hier is verzekering economisch ook niet zo nodig. Indien geen verzekering nodig ware zou het zee- en luchtvervoer gestaakt worden, de goederen ter land zijn er nu eenmaal, of men ze verzekeren kan of niet".

Een en ander betekent, dat indien de inbeslagneming en confiscatie bij vervoer over land van dekking zou zijn uitgesloten op grond van het beding "vrij van molest", dit risico niet onder de dekking wordt gebracht middels de molestclausule M3.


Daarvan uitgaande is derhalve cruciaal de vraag of het risico onder molest valt in de zin van het beding "vrij van molest".
Zoals hierboven uiteengezet is het antwoord op die vraag onzeker. Waar Dorhout Mees eerst stellig was in zijn opvatting dat inbeslagname door overtreding van invoerbepalingen geen molest oplevert, lijkt hij daarin in zijn later werk minder stellig te zijn. Naar zijn mening kan dit risico onderdeel vormen van een normale transportverzekering, waarbij dan wel het risico nauwkeurig moet worden omschreven.



  1. Naar Engelse opvatting valt in beslagneming en verbeurdverklaring als gevolg van overtreding van een administratiefrechtelijk of strafrechtelijk voorschrift onder “seizure, arrest, restraint and detainment”in de zin van § 6.2 van de Institute Cargo Clauses (A) d.d. 1 januari 1982. Aangenomen wordt dat voldoende is dat een overheid in die hoedanigheid bevoegd is een verordening uit te vaardigen die ertoe leidt dat goederen verloren gaan. Ik verwijs in dit verband naar Van Huizen, Het Transportverzekeringsbedrijf t.a.p., blz. 243 en 244, alwaar hij de heersende opvatting weergeeft. Zelfs indien de Institute War Clauses (cargo) van toepassing zouden zijn op verschepingen over land dit niet tot dekking van het risico van confiscatie zou leiden, nu de Institute War Clauses (cargo) confiscatie etc. niet meedekken en de dekking van capture, seizure and arrest relateren aan oorlog of een daarmee vergelijkbare situatie waardoor schade als gevolg van inbeslagneming op grond van douane- en handelsvoorschriften buiten de molestdekking zijn gehouden. Dit risico moet dan ook onder een daartoe speciaal ontworpen clausule meeverzekerd worden, aldus Van Huizen.



  2. Tot slot wijs ik u erop dat in het oorspronkelijke ontwerp van het nieuwe verzekeringsrecht artikel 7.17.2.9a bepaalde dat de verzekeraar geen schade door oorlog of oorlogsgeweld vergoedt. Een nadere omschrijving van deze begrippen was noch in het ontwerp noch in de toelichting gegeven. Inmiddels is het artikel geschrapt, zodat ook onder het nieuwe recht onzekerheid zal blijven bestaan met betrekking tot de vraag of inbeslagname door overtreding van invoerbepalingen volgens Nederlands recht molest oplevert.





  • Inleiding
  • Verzekerbaar belang
  • Seller’s and buyer’s interest
  • Toonderpolissen
  • Overname meerdere waarde en dubbele dekking
  • Rejection-verzekering
  • Neming dat wil zeggen: inbeslagname onderweg van overheidswege

  • Dovnload 36.23 Kb.