Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Vaktaal en vakbegrippen beeldende vorming vmbo Aan de hand van eigen beeldend

Dovnload 177.06 Kb.

Vaktaal en vakbegrippen beeldende vorming vmbo Aan de hand van eigen beeldend



Datum05.12.2018
Grootte177.06 Kb.

Dovnload 177.06 Kb.


Vaktaal en vakbegrippen beeldende vorming vmbo

Aan de hand van eigen beeldend werk dient de kandidaat voor het CSE de volgende begrippen te (her)kennen en te benoemen en deze in het CPE (van zijn eigen discipline) toe te kunnen passen. Zie voor een actuele versie de syllabus beeldende vorming.





Begrippen CPE en CSE beeldende vorming vmbo

1. Verschijningsvormen / beelddragers

CSE en CPE

Autonome kunst Toegepaste kunst
Tweedimensionaal, Driedimensionaal
Stilstaand Bewegend

  • affiche

  • afgietsel

  • animatie

  • architectuur

  • assemblage

  • beeldhouwerk

  • buste

  • cd-rom

  • clip

  • collage

  • commercial

  • computer(animatie)

  • decor

  • decoratie

  • design

  • drama(serie)

  • documentaire

  • druk

  • dvd ets

  • exterieur

  • foto(serie)

  • film

  • fotomontage

  • game

  • gravure

  • grafiek

  • graffiti

  • illustratie

  • industriële vormgeving

  • installatie

  • instructiefilm

  • interieur

  • karikatuur

  • keramiek

  • kinetisch object

  • kostumering

  • miniatuur

  • mixed-media

  • mobile

  • mode(-accessoires)

  • monument

  • object-trouvé

  • paneel

  • performance

  • plattegrond

  • ready-made

  • reliëf

  • reportage

  • scherm

  • schilderij

  • sculptuur

  • sokkel

  • speelfilm

  • tekening

  • trailer

  • video(clip)

  • (wand)tapijt



Begrippen CSE en CPE beeldende vorming

2. Aspecten van de voorstelling

Inhoud

  • attribuut

  • accesoire

  • blikrichting

  • en face

  • en profil

  • gebaar

  • houding

  • geënsceneerd

  • genre

  • idealiseren

  • kleding

  • landschap

  • naar de fantasie

  • naar de waarneming

  • onderwerp

  • personage

  • portret

  • stilleven

  • symbool

  • thema

  • vereenvoudigd

  • vertellend

  • uitdrukking

  • verhaal



Begrippen CSE en CPE beeldende vorming

3. Zeggingskracht / karakteristieken

De kandidaat heeft kennis en inzicht in de wijze waarop aspecten van de voorstelling - al dan niet in combinatie met beeldende aspecten, materialen en technieken - bijdragen aan de zeggingskracht van beelden van anderen en weet deze zodanig te hanteren en te combineren dat ze bijdragen aan de zeggingskracht van eigen beeldend werk.


Zoals

  • agressief

  • angstig

  • beweeglijk

  • chaotisch

  • chique

  • eentonig

  • eenzaam

  • eerbetoon

  • expressief

  • dramatisch




  • dynamisch

  • feestelijk

  • formaat

  • futuristisch

  • geëmotioneerd

  • harmonieus

  • klassiek

  • lieflijk

  • naturalistisch

  • nét echt / realistisch

  • ordelijk

  • romantisch

  • somber

  • sober

  • statitisch

  • surrealistisch

  • verdrietig

  • verstild

  • vervreemdend

  • vrolijk

  • zakelijk




Begrippen CSE en CPE beeldende vorming

4. Proces

zoals

  • atelier

  • ambachtelijk

  • beeldmateriaal

  • compositieschets

  • draaiboek

  • experiment(eren)

  • inlijsten

  • lijst

  • materiaalproef

  • maquette

  • mindmap

  • moodboard

  • oeuvre

  • onderzoek

  • opdracht

  • portfolio

  • prototype

  • regie




  • registreren

  • scenario

  • schetsen

  • sfeerblad

  • stijl

  • storyboard

  • studio

  • voorstudie

  • vormonderzoek

  • werkwijze



Begrippen CSE en CPE beeldende vorming

5. Functionaliteit

zoals

  • decoratief

  • educatief

  • esthetisch

  • gebruiksfunctie

  • mythologisch

  • praktisch

  • religieus

  • status

  • symbolisch

  • toegepast

  • verhalend

  • verwijzend

  • waarschuwend

  • wervend



Begrippen CSE en CPE beeldende vorming

6.Culturele en kunsthistorische context

Voor zover aangegeven (septembermededelingen) en van belang voor het thema van het betreffende examenjaar


zoals

  • avantgarde

  • archeologie

  • archief

  • beeldtaal

  • behoudend

  • conserveren

  • depot



  • elite

  • erfgoed

  • idealistisch

  • klassiek

  • maatschappelijk

  • origineel

  • progressief

  • religieus




  • renovatie / restauratie

  • revolutionair

  • sociaal / socialistisch

  • stijl / kunststroming

  • tegendraads

  • traditie

  • tijdsgeest


Begrippen CSE en CPE beeldende vorming

7. Aspecten van de vormgeving


Beeldende aspecten

Compositie / ordening

  • aandachtspunt

  • aanzicht ( voor-, zij-, achter-

  • (a)symmetrie

  • compositievormen

  • evenwicht / harmonie

  • herhaling

  • plaatsing

  • richting

  • ritme

  • vlakverdeling


kleur

  • kleurencirkel

  • kleurcontrasten

  • kleurfamilie

  • kleurgebruik

  • kleurhelderheid

  • kleurmenging

  • kleurverloop

  • optische kleurmenging

  • primaire kleuren

  • secundaire kleuren

  • tertiaire kleuren

  • verzadigde kleuren

  • zuivere kleuren


Licht

  • clair-obscur

  • eigen schaduw

  • kunstlicht

  • licht-donker contrast

  • lichteffecten

  • lichtval

  • lichtrichting

  • meetlicht

  • strijklicht

  • natuurlijk licht




  • schaduwwerking

  • slagschaduw

  • tegenlicht

  • zijlicht


Lijn

  • contour

  • lijndikte

  • lijnrichting

  • lijnsoort

  • lijnwerking

  • lineair


Textuur

  • zoals: fijn, glad, ruw, grof

  • stofuitdrukking


Ruimte

  • afsnijding

  • atmosferisch perspectief

  • close-up

  • coulissewerking

  • diepte

  • groot voor – klein achter

  • kader

  • kikvorsperspectief

  • kleurperspectief

  • lijnperspectief

  • ooghoogte

  • overlapping

  • plasticiteit

  • plat

  • ruimteomvattend

  • tuimte suggestie

  • ruimtewerking

  • scherptediepte

  • standpunt

  • verdwijnpunt




  • verkorting

  • vervaging

  • vogelperspectief


Structuur
Vorm

  • abstract

  • figuratief

  • geabstraheerd

  • gedetailleerd

  • geometrisch

  • gesloten vorm

  • gestileerd

  • gestoomlijnd

  • maatverhouding

  • massief

  • open vorm

  • organisch

  • restvorm

  • schematisch

  • silhouet

  • vereenvoudigd

  • vlak

  • volume

  • vormsoort

  • vormcontrast


Geluid

  • vocaal

  • instrumentaal

  • digitaal


Hanteringswijze




CSE

CPE tekenen

CPE handenarbeid

CPE textiele werkvormen

CPE Audio visuele vormgeving

Materialen

Zie ook CSE. Voor gebruik van materialen bij het CPE zijn geen dwingende voorschriften opgesteld. Het gebruik is afhankelijk van wat de school beschikbaar heeft. De lijst geeft slechts een indicatie van meest gebruikte materialen en

gereedschappen.

beton

computer

doek / stof

garens

geluid

hout (massief/plat) houtskool

inkt

karton

klei

krijt

licht

metaal

papier

potlood

stof

textiel

verf

vezels

acrylverf

aquarelverf

ecoline

gouache

houtskool

olieverf

oost-indische inkt

pastel

plakkaatverf

siberisch krijt

software

verf

vetkrijt

beton

engobepoeders

gips

glazuurpoeders

hout (massief, balk, plaat) houtverf

leer

marmer

metaal (draad, plaat) metaalverven

niet-plastische kunststoffen plastische (kunst)stoffen software

steen

verf
was


Garens
gemengde garens


katoen

linnen

touw

wol
Stoffen

badstof

bont

doek

fleece

jute

kant

katoen

kunststof

leer

linnen

software

tricot

tule

vilt


cd

cd-rom

computer

doka en toebehoren

dvd

filmcamera

(digitale) fotocamera

fotopapier

fotorolletje

geluidsapparatuur

lenzen

lichtapparatuur

objectief

printer

projectie-/beeldscherm

scanner

software

video

film

CSE

CPE tekenen

CPE handenarbeid

CPE textiele werkvormen

CPE Audio visuele vormgeving

Technieken

Zie CSE. Voor gebruik van technieken bij het CPE zijn geen dwingende voorschriften opgesteld. Het gebruik is afhankelijk van wat de school beschikbaar heeft en gewoon is. De lijst geeft slechts een indicatie van meest gebruikte tchnieken

assembleren

(be)drukken

beeldhouwen

boetseren

digitaliseren

digitaal presenteren

collage

construeren

ensceneren

filmen

fotograferen

gieten

grafische technieken

modelleren

monteren

schetsen

schilderen

tekenen

textiele

zeefdrukken

arceren

aquarelleren

collage

constructief tekenen

dekkend schilderen

diepdrukken

egaal schilderen

hoogdrukken (linosnede, houtsnede)

knippen

mengen

monotype

plakken

pointilleren

scheuren

schilderen( in toon, kleur en toets)

sjabloneren

snijden

spatten

tamponeren

transparant schilderen

buigen

draaien

drijven

glazuren

gutsen

hakken

(hout)- verbindingen maken

insnoeren

klinken

knippen

lassen

omklappen

oprollen

ponsen

raspen

scheuren

schuren

plooien

polijsten

risten

solderen

snijden

vijlen

vouwen

zagen

appliqueren

breien

borduren

construeren

dessineren

draperen

haken

knopen

modelleren

rafelen

sjabloneren

spannen

spinnen

stempelen

twijnen

verstevigen

verven

vilten

vlechten

vouwen

weven

acteren

concept maken

draaiboek maken

decor bouwen

focussen

interviewen

kostumeren

monteren

regisseren

registreren

script maken

storyboard maken

spotten

zoomen








  • 1. Verschijningsvormen / beelddragers
  • Autonome kunst Toegepaste kunst
  • 2. Aspecten van de voorstelling
  • 3. Zeggingskracht / karakteristieken
  • 4. Proces
  • 5. Functionaliteit
  • 6.Culturele en kunsthistorische context
  • 7. Aspecten van de vormgeving
  • Textuur zoals: fijn, glad, ruw, grof stofuitdrukking Ruimte
  • Structuur Vorm
  • Geluid vocaal instrumentaal digitaal Hanteringswijze
  • CPE Audio visuele vormgeving
  • Garens gemengde garens katoen linnen touw wol Stoffen

  • Dovnload 177.06 Kb.