Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Vakwerkplan vakgroep Duits

Dovnload 388.99 Kb.

Vakwerkplan vakgroep Duits



Pagina1/4
Datum04.04.2017
Grootte388.99 Kb.

Dovnload 388.99 Kb.
  1   2   3   4


Vakwerkplan vakgroep Duits

http://www.travel-destination-pictures.com/images/500/brandenburger-tor-berlin_344.jpg

In het vakwerkplan willen we graag het volgende vastleggen en expliciteren:

  • We hebben voor ieder vak een doorlopende leerlijn

  • Deze leerlijn is wezenlijk verschillend voor onze 3 opleidingen: vmbo TL, havo, vwo

  • Vanuit de gewenste inhoud en de leerdoelen maken we een bewuste keuze voor lesmethode en/of andere leermiddelen.

  • We maken een bewuste keuze voor de manier en het tijdstip waarop we leerdoelen evalueren of toetsen

Om dit te bereiken, moeten we een proces doorlopen. Ten eerste een aantal praktische zaken (het boek dat we nu gebruiken, etc.) vooralsnog buiten beschouwing laten. Ten tweede: werken van groot naar klein. Eerst bedenken wat het einddoel is, dan – als tussenstap - nagaan wat er in de onderbouw bereikt moet worden, en ten slotte pas kiezen welke middelen hiervoor ingezet worden.

Visie

Schoolbreed hebben we begin dit schooljaar verwoord wat voor alle leerlingen belangrijk is. Per team hebben we een eerste aanzet gemaakt om te bepalen – uitgaande van de leerling- wat per opleiding specifiek belangrijk is, ook in de schoolleiding hebben we dit gedaan. Dit kan niet zonder generaliseren; het gaat immers om groepen, niet om individuele leerlingen.

We zijn uitgegaan van einddoelen bij het formuleren van die onderdelen van ons onderwijs die karakteristiek zijn voor de leerlingen op een bepaalde opleiding. Het VMBO leidt over het algemeen op tot uitvoerend, producerend werk. De havo leidt op naar kaderfuncties: de schakel tussen beleidsmakers en uitvoerders. Het VWO leidt op tot werk op academisch niveau: onderzoek en beleidsontwikkeling.

Als je dit vertaalt naar onze leerlingen betekent het:

Vmbo tl: sterk geleide, gestructureerde opdrachten die vooral op (re-)productie gericht zijn. Instructie bevat een beperkt aantal stappen. Duur van opdrachten is niet te lang, de feedback komt zo snel mogelijk na het werk.

Havo: opdrachten deels op (re-)productie gericht, maar ook op interpretatie van bronnen en het toepassen van kennis en vaardigheden op nieuw materiaal. De leerling is gebaat bij concreet resultaat op korte termijn en theorie die duidelijk toe te passen is.

Vwo: naast (re-) productie en analyse van bronnen is onderzoek en ontwerpen iets wat deze leerling zou moeten leren. De leerling is, naast een kant- en klare uitleg van de theorie, ook gebaat bij opdrachten die hem uitdagen zelf verbanden en theoretische achtergronden te ontdekken. Opdrachten kunnen langer duren.

Natuurlijk zijn dit generaliseringen. Ze kunnen echter goed dienen als leidraad bij het nadenken over ons (vak)onderwijs. Op alle niveaus kunnen verschillende werkvormen worden ingezet. Zowel een vmbo leerling als een gymnasiast kan groepsopdrachten of individuele verwerkingsopdrachten krijgen. Het verschil zit in de mate van structurering en de inhoud van de opdracht.



Einddoelen

Vak: Duits





Vmbo tl

A2/B1

HAVO

B1/B2

VWO

B1/B2

Vaardig-heden

A2

Kan zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen begrijpen die verband hebben met zaken van direct belang (bijvoorbeeld persoonsgegevens, familie, winkelen, plaatselijke geografie, werk). Kan communiceren in simpele en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling over vertrouwde en alledaagse kwesties vereisen. Kan in eenvoudige bewoordingen aspecten van de eigen achtergrond, de onmiddellijke omgeving en kwesties op het gebied van directe behoeften beschrijven.


B1

Kan de belangrijkste punten begrijpen uit duidelijke standaardteksten over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school en in de vrije tijd. Kan zich redden in de meeste situaties die kunnen optreden tijdens reizen in gebieden waar de taal wordt gesproken. Kan een eenvoudige lopende tekst produceren over onderwerpen die vertrouwd of die van persoonlijk belang zijn. Kan een beschrijving geven van ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities en kan kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen.



B1

Kan de belangrijkste punten begrijpen uit duidelijke standaardteksten over

vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school en in de vrije tijd. Kan zich redden in de meeste situaties die kunnen optreden tijdens het reizen in gebieden waar de betreffende taal wordt gesproken.

Kan een eenvoudige lopende tekst produceren over onderwerpen die vertrouwd of die van persoonlijk belang zijn. Kan een beschrijving geven van ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities en

kan kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen.

B2

Kan de hoofdgedachte van een ingewikkelde tekst begrijpen, zowel over

concrete als over abstracte onderwerpen, met inbegrip van technische besprekingen in het eigen vakgebied. Kan zo vloeiend en spontaan

reageren dat een normale uitwisseling met moedertaalsprekers mogelijk is zonder dat dit voor een van de partijen inspanning met zich meebrengt.

Kan duidelijke, gedetailleerde tekst produceren over een breed scala van onderwerpen; kan een standpunt over een actuele kwestie uiteenzetten en daarbij ingaan op de voor- en nadelen van diverse opties.


B1

Kan een eenvoudige lopende tekst produceren over onderwerpen die

vertrouwd of die van persoonlijk belang zijn. Kan een beschrijving geven van ervaringen en

gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities en kan kort redenen en verklaringen

geven voor meningen en plannen.

B2

Kan de hoofdgedachte van een ingewikkelde tekst begrijpen, zowel over concrete als over

abstracte onderwerpen, met inbegrip van technische besprekingen in het eigen vakgebied. Kan

zo vloeiend en spontaan reageren dat een normale uitwisseling met moedertaalsprekers

mogelijk is zonder dat dit voor een van de partijen inspanning met zich meebrengt. Kan

duidelijke, gedetailleerde tekst produceren over een breed scala van onderwerpen; kan een standpunt over een actuele kwestie uiteenzetten en daarbij ingaan op de voor- en nadelen van diverse opties.





Kennis

De leerling kan:
Domein A: Leesvaardigheid

- aangeven of een tekst, gegeven een bepaalde informatiebehoefte, relevante informatie bevat.

- de hoofdgedachte van een tekst/tekstdelen aangeven.

- de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven.

- gegevens uit één of meer teksten met elkaar vergelijken en daaruit conclusies trekken.
Domein B: Kijk- en luistervaardigheid

- alle punten onder Domein A.

- op basis van het gehoorde anticiperen op het vervolg van een gesprek.
Domein C: Spreken/ Gespreksvaardigheid

- veel voorkomende mondelinge sociale omgangsvormen (begroeten, bedanken etc.) juist interpreteren en zelf toepassen.

- informatie geven en vragen

- naar een mening/oordeel vragen en een mening/oordeel geven.

- een persoon, object of gebeurtenis beschrijven.

- een gebeurtenis uit het verleden of in de toekomst vertellen of beschrijven.

- persoonlijke gevoelens en uiten en ernaar vragen.

- een voorkeur uitspreken of naar een voorkeur vragen.

- instemmen of weigeren

- een (telefoon)gesprek beginnen of eindigen.

- gebruik maken van compensatiestrategieën.

Domein D: Schrijfvaardigheid

- (persoonlijke) gegevens verstrekken

- een korte schriftelijke mededeling doen

- een briefje schrijven

- op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken.

- omgaan met naslagwerken.

- zowel persoonlijke als semi-formele brieven ook via elektronische weg versturen.
Domein E: Oriëntatie op studie en beroep

De leerling kan zich oriënteren op de eigen loopbaan. Hij/zij is zich bewust geworden van de eigen achtergrond, interesses en sterke/zwakke punten. Hij/zij ziet het belang van Duits voor een evt. verdere loopbaan.


Algemeen:

- zelfstandig leren en werken

- werken met informatie- en communicatietechnologie

-de Nederlandse taal functioneel gebruiken

- vaardig omgaan met verbale en cijfermatige informatie

-in het leer- en werkproces adequaat omgaan met zichzelf en anderen.


De leerling kan:
Domein A: Leesvaardigheid

- aangeven welke informatie relevant is, gegeven een vaststaande behoefte;

- de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven;

- de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven;

- relaties tussen delen van een tekst aangeven;

- conclusies trekken met betrekking tot intenties, opvattingen en gevoelens van de auteur.



Domein B: Kijk- en luistervaardigheid

- alle punten onder Domein A;

- anticiperen op het meest waarschijnlijke vervolg van een gesprek;

- aantekeningen maken als strategie om een tekst aan te pakken.


Domein C: Spreken/ Gespreksvaardigheid
- adequaat reageren in sociale contacten met doeltaalgebruikers;

- informatie vragen en verstrekken;

- uitdrukking geven aan gevoelens;

- zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden;

- strategieën toepassen om een gesprek voortgang te doen vinden;

- De leerling kan verworven informatie adequaat presenteren met het oog op doel en publiek, en

daarbij zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden.

Domein D: Schrijfvaardigheid

- adequaat reageren in schriftelijke contacten met doeltaalgebruikers;

- informatie vragen en verstrekken;

- verworven informatie adequaat presenteren met het oog op doel en publiek, en daarbij zaken of personen beschrijven en uitdrukking geven aan gevoelens en standpunten verwoorden;

met behulp van:

- een tekstverwerkings-programma een tekst schrijven;

- (elektronisch) naslag-materiaal teksten opstellen.
Domein E: Literatuur

- beargumenteerd verslag uitbrengen van zijn leeservaringen met ten minste drie literaire werken.


Domein F: Oriëntatie op studie en beroep

De leerling kan zich oriënteren op de eigen loopbaan. Hij/zij is zich bewust geworden van de eigen achtergrond, interesses en sterke/zwakke punten. Hij/zij ziet het belang van Duits voor een evt. verdere loopbaan.


Algemeen:

- De leerlingen beheerst een algemeen en meer abstract vocabulaire.

- De leerling heeft kennis van lees-, luister- en communicatiestrategieën.


De leerling kan:
Domein A: Leesvaardigheid

- aangeven of een tekst, gegeven een bepaalde informatie-behoefte, relvante informatie bevat en, zo ja, welke;

- kan de hoofdgedachte van een tekst dan wel delen van een tekst aangeven en de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven.

- kan onderdelen van een tekst benoemen en het verband tussen delen van een tekst aangeven;

- kan op grond van de tekst conclusies trekken met betrekking tot beoogd publiek, taalgebruik en schrijfdoel(en), als ook opvattingen en gevoelens van de auteur.
Domein B: Kijk- en luistervaardigheid

- alle punten onder Domein A;

- een langer betoog en lezingen begrijpen en zelfs complexe redeneringen volgen, wanneer het onderwerp redelijk vertrouwd is;

- de meeste nieuws- en actualiteitenprogramma’s op de tv begrijpen;

- het grootste deel van films in standaardtaal begrijpen.
Domein C: Spreken/ Gespreksvaardigheid

- duidelijke, gedetailleerde beschrijvingen presenteren over een breed scala van onderwerpen die betrekking hebben op zijn/haar interessegebied.

- een standpunt over een actueel onderwerp verklaren en de voor- en nadelen van diverse opties uiteenzetten;

- zodanig deelnemen aan een vloeiend gesprek, dat normale uitwisseling

met moedertaalsprekers redelijk mogelijk is;

- binnen een vertrouwde

context actief deelnemen aan een discussie en hierin standpunten uitleggen

en ondersteunen.



Domein D: Schrijfvaardigheid

- adequaat reageren in schriftelijke contacten met doeltaalgebruikers;

- informatie vragen en verstrekken;

- verworven informatie adequaat presenteren met het oog op doel en publiek, en daarbij zaken of personen beschrijven en uitdrukking geven aan gevoelens en standpunten verwoorden;

met behulp van:

- een eenvoudige, samenhangende tekst schrijven over onderwerpen die vertrouwd of van persoonlijk belang zijn;

- persoonlijke en formele brieven schrijven waarin ervaringen en indrukken beschreven worden.
Domein E: Literatuur

- beargumenteerd verslag uitbrengen van zijn leeservaringen met ten minste drie literaire werken;

- literaire tekstsoorten herkennen en onderscheiden, en literaire begrippen hanteren in de interpretatie van literaire teksten;

- een overzicht geven van de hoofdlijnen van de

literatuurgeschiedenis en de gelezen literaire werken plaatsen in dit historisch

perspectief.


Domein F: Oriëntatie op studie en beroep

De leerling kan zich oriënteren op de eigen loopbaan. Hij/zij is zich bewust geworden van de eigen achtergrond, interesses en sterke/zwakke punten. Hij/zij ziet het belang van Duits voor een evt. verdere loopbaan.



Algemeen:

- De leerlingen beheerst een algemeen en meer abstract vocabulaire.

- De leerling heeft kennis van lees-, luister- en communicatiestrategieën;

- De leerling heeft een gedetailleerde kennis van de Duitse literatuurgeschiedenis en land- en volkenkunde.




  1   2   3   4

  • Einddoelen Vak: Duits
  • Vaardig-heden A2
  • Kennis De leerling kan: Domein A: Leesvaardigheid
  • Domein B: Kijk- en luistervaardigheid
  • Domein D: Schrijfvaardigheid
  • Domein E: Oriëntatie op studie en beroep
  • Domein A: Leesvaardigheid
  • Domein E: Literatuur
  • Domein C: Spreken/ Gespreksvaardigheid
  • Domein F: Oriëntatie op studie en beroep

  • Dovnload 388.99 Kb.