Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Van de wolf en het lam

Dovnload 277.26 Kb.

Van de wolf en het lam



Pagina6/7
Datum14.03.2017
Grootte277.26 Kb.

Dovnload 277.26 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

II. God is éen


Als de ziel in het Ene komt en daarin binnengaat in een loutere verwerping van zichzelf, dan vindt zij daar God als in een Niets”, zegt Eckhart. De aard van Eckharts mystiek lijkt vooral in de sfeer van het levensinzicht te liggen en is daarom sterk verwant aan die van het boeddhisme. God is Inzicht. God is Weten: bewustzijn van Zichzelf en tegelijk het voortbrengen van Zichzelf. Wie volledig verzonken is in Gods inzicht, die heeft ‘de vreugde van de Heer’ gevonden. God is één, buiten God is niets. De hele schepping is vol van God. Hij is de onachterhaalbare diepte die in ons is. In het boeddhisme heet die onpeilbare diepte ‘Sunyata’.

III. De rechtvaardigen zullen leven


Wie God in waarheid bij zich heeft, voelt zich overal en onder alle mensen op zijn plaats. Wie in God is, is in vrede. God vinden is vrede vinden. Eckhart spreekt ook wel over ‘God grijpen’, ‘God smaken’ en ‘God genieten’. Dit grijpen van God betekent in feite dwars door alle beelden en begrippen heen intuïtief en woordeloos verwijlen bij de grond van alle werkelijkheid.
Bij God verwijlen brengt een zekere gelijkmoedigheid met zich mee, ja zelfs een ‘indifferentia’ (onverschilligheid) ten opzichte van eigen wel en wee en dat van anderen. De ‘onverschillige’ is de ware meester over zichzelf, die dwars door alle wederwaardigheden van een mensenleven een innerlijke vrede behoudt. Dit waarachtig bezitten van God geeft een sterke innerlijke houding, een contemplatieve houding, die nooit naar een ‘waarom’ vraagt. Zo’n mens leeft omdat hij leeft. Hij vraagt niet naar de reden van zijn bestaan, want hij bestaat omdat God bestaat. Onnodig te zeggen, dat zo’n mens zich verre houdt van snelle bevredigingen op het gebied van bezit, macht en status. De zielzorger Eckhart zegt: je hoeft niet bang te zijn om te mislukken, je hoeft je niet te laten opjagen om je bestaan te rechtvaardigen, want je bestaan ís al gerechtvaardigd door het simpele feit dat je er bent.
De ware rechtvaardige is de mens die zichzelf helemaal heeft achtergelaten, nooit aan zichzelf denkt en nooit vraagt naar het waarom van wat hem overkomt noch van het leven zelf. Hij is argeloos, spontaan en vanuit zijn diepste grond in het moment aanwezig. Gods zijn is zijn leven, Gods wezen zíjn wezen.

IV. De geboorte van de zoon in de ziel


Gods grond is mijn grond, Gods zijn mijn zijn. Gods zijn is een eeuwig voortbrengen van Zichzelf, zijn Zoon. God stort zich uit. Het is zijn wezen zichzelf te geven. De hele werkelijkheid is in wezen een proces waarin Hij zich voortbrengt als zijn Zoon. Hij is het innerlijk van het universum dat bezielt en draagt. “In die innerlijkste bron, daar is één leven, één zijn en één werk”, zegt Eckhart, en hij voegt daaraan toe: ”Mijn lichamelijke vader is eigenlijk niet mijn vader, hij is dat alleen maar met een klein stukje van zijn natuur en ik ben van hem gescheiden; hij kan dood zijn terwijl ik leef. Daarom is de hemelse Vader in waarheid mijn vader.”
De vader brengt de zoon voort in de eeuwigheid, in het eeuwige hier en nu. Bij God is geen tijd. De mens is een echo van God. De mens brengt God voort, zoals God de mens voortbrengt als zijn Zoon. Gods wezen is dialoog. Hij is altijddurend in gesprek met zichzelf. Gods woord is alles, de hele kosmos. Het Woord is en blijft God. Wij zijn God in een jij en ik, in een eeuwig gesprek zonder woorden. Dat ik er ben is Gods eigen antwoord op zichzelf. “Als een mens nederig is”, zegt Eckhart, “kan God zich niet weerhouden zich te laten zinken en uit te storten in de deemoedige mens”. Dát is Gods werk; iets anders doet hij niet. De mens kan niets anders doen dan dat te ondergaan. In het volgende citaat citeert Eckhart Augustinus: “De heilige Augustinus zegt: Wat helpt het mij dat deze geboorte altijd plaatsvindt als die niet plaatsvindt in mij? Dat ze plaatsvindt in mij, daarvan hangt alles af.”
Het gebied in de ziel dat die Godsgeboorte ondergaat, ligt aan gene zijde van het voorstellings- en denkvermogen, dus daar waar ego niet kan komen. Het boeddhisme zegt zelfs dat het ego in die diepte niet bestaat, dat wij daar in de Leegte zijn geworteld. Hoe meer een mens in zichzelf al zijn vermogens tot een eenheid brengt en komt tot een vergeten van alle beelden en begrippen, hoe dichter hij bij God komt. Hij is zich dan zelfs ook niet meer bewust van zijn eigen lichaam. De nadruk ligt dus op het loslaten. Met het verstand bereiken we God niet. God benader je door alle gevoelens en alle denken achter te laten. ‘Zonder wijze’ noemt Eckhart dat. ‘Wiseloos’ heet dat bij Ruusbroec.
Het godsbeeld van Eckhart is hemelsbreed verwijderd van het idee van een toornige God. Zijn God is nooit kwaad, alleen maar eindeloos hunkerend. God brengt bestaan voort, bestaan in liefde. De ervaring van de eenheid van alle bestaan in het goddelijke is een mystieke ervaring, een ervaring van het hart. Eckharts mensbeeld wordt gedomineerd door de hoge status van onze bestemming. Hij weet wel dat de mens zondig is, maar hij kapittelt niet. Hij probeert slechts te redden door te wijzen op dat iets in de ziel dat goddelijk is, dat beweegt en aanjaagt en zeer gelukkig maakt. Heel ons leven is een voortdurend zoeken naar dat iets. Eckhart heeft Augustinus goed gelezen: “Onrustig is ons hart, totdat….”
Het licht in de grond van de ziel kan zo rijk zijn, dat het naar buiten vloeit in de uiterlijke mens. Die innerlijke verlichting en de ermee gepaard gaande vredige vreugde is zo teer en aangenaam, dat je ze wil afschermen tegen alles wat niet God of goddelijk is. Zo keert je hart zich van het wereldse af. De ziel die naar haar oergrond zoekt en het vonkje licht beschermen wil, kan dat slechts bereiken via de weg van de zelfverloochening, dus door een achterlaten van zichzelf en alle geschapen dingen. Een mens moet zoveel mogelijk zwijgen en van zijn zintuigen wegvluchten om God te laten werken en spreken. Eckhart staat in een lange traditie van ascese met een nadruk op ‘wachten’ en ‘ondergaan’. We moeten in een vergeten en niet-weten komen, want daar openbaart het woord zich. Het ‘bij de dingen zijn’ levert slechts verstrooiing op.

1   2   3   4   5   6   7

  • III. De rechtvaardigen zullen leven
  • IV. De geboorte van de zoon in de ziel

  • Dovnload 277.26 Kb.