Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Van natuurlijke waterloop naar kanaal

Dovnload 302.91 Kb.

Van natuurlijke waterloop naar kanaal



Pagina1/2
Datum05.12.2018
Grootte302.91 Kb.

Dovnload 302.91 Kb.
  1   2

Van natuurlijke waterloop naar kanaal



Natuurlijke waterloop

Een natuurlijke oever herken je aan de oeverbegroeiing.

De wortels van de planten en struiken bieden bescherming aan dieren en jonge vissen, ze houden de bodem vast en beperken de erosie door de waterstroming.

Een deel van de opgeloste stoffen in het water wordt via de wortels door de planten opgenomen. Omgekeerd komt er via de wortels een niet onbelangrijke hoeveelheid zuurstof in het water.

Tussen en op de planten leven diverse micro-organismen die instaan voor het zelfzuiverend vermogen van de waterloop.

De natuurlijke oever heeft een licht hellende structuur die plantengroei bevordert. De plantengroei heeft ook een remmend effect op de stroming van het water.



Een natuurlijk riviersysteem heeft een zomerbedding en een winterbedding.

Tijdens drogere periodes blijft de rivier binnen haar oevers. Ze stroomt met andere woorden in haar zomerbedding.



Bij hoge regenval en grote watertoevoer (meestal tijdens winterperiodes) treedt de rivier buiten haar oevers en wordt haar bedding veel breder: de winterbedding. Het water krijgt er de tijd om in de bodem te infiltreren en zo de ondergrondse waterlagen aan te vullen. In de overstroomde gebieden worden er sedimenten afgezet. De grond is er bijgevolg vruchtbaarder. Akkers liggen dus vaak in de overstromingsgebieden van een rivier.


Onze landschappen zijn getekend door rivieren: samen met wind, regen, chemische en thermische effecten hebben ze het landschap geboetseerd tot wat het nu is, met vlakten, heuvels en valleien. Een landschap is voortdurend in evolutie. Het landschap dat we nu zien is een momentopname van een dynamisch systeem.


Een natuurlijke waterloop wordt gekenmerkt door een bovenloop, middenloop en benedenloop.

  • De bovenloop is een vlechtend rivierstelsel. Dit betekent dat de rivier nog geen vaste bedding gevonden heeft, maar de gemakkelijkste weg naar beneden zoekt. Meestal zijn dat verschillende beddingen en beddingetjes die zich nog gemakkelijk verleggen en als een vlecht door elkaar heen stromen. Het verval is er groot, de stroomsnelheden zijn er hoog. Al die omstandigheden zorgen ook voor een belangrijke erosie van de omgeving.




  • De middenloop wordt gekenmerkt door een meanderend systeem. Een meander is een lus in een natuurlijke waterloop. Dergelijke lussen ontstaan doordat in de buitenbocht (holle oever), waar het water het snelst stroomt, grond wordt weggespoeld (erosie) terwijl aan de andere zijde (bolle oever) grond wordt afgezet (sedimentatie). Op deze manier verplaatst de meander zich ongeveer 1 meter per jaar. Door dit mechanisme heeft een meander de natuurlijke neiging zichzelf af te snijden. Als dit gebeurt, wordt de meander een stuk van de rivier met stilstaand water en herneemt de rivier zelf nagenoeg zijn oude loop.




  • In de benedenloop is het verval klein, zijn de stroomsnelheden laag en worden sedimenten afgezet.



  1   2


Dovnload 302.91 Kb.