Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Van natuurlijke waterloop naar kanaal

Dovnload 302.91 Kb.

Van natuurlijke waterloop naar kanaal



Pagina2/2
Datum05.12.2018
Grootte302.91 Kb.

Dovnload 302.91 Kb.
1   2

Gekanaliseerde rivier / waterloop




De meeste bevaarbare waterlopen zijn gekanaliseerd. Deze ingreep omvat :

  • De rivier wordt rechtgetrokken wat betekent dat meanders worden afgesneden om ‘onnodige’ omwegen te vermijden.

  • De vaarweg wordt diep en breed genoeg gemaakt zodat schepen van een bepaald gabariet (maat voor de maximale scheepstonnenmaat waarvoor de waterweg is uitgerust) kunnen passeren.

  • De oevers worden verstevigd om de golfslag die de schepen veroorzaken op te vangen.

  • Stuwen en sluizen worden gebouwd om het debiet in de waterloop te regelen.

Kanalisaties gebeuren in de eerste plaats om scheepvaart mogelijk te maken of te vergemakkelijken. Daarnaast kunnen ze ook gebeurd zijn om de afwatering mee onder controle te houden door een versnelde waterafvoer.


Schepen veroorzaken bij het varen een sterke golfslag. Door de kracht van het water kalven de oevers af. De grond die hierbij in de waterloop terechtkomt, vermindert de diepte, waardoor scheepvaart bemoeilijkt wordt. Vandaar dat de oevers verstevigd of beschermd worden.

Betonnen oeverplaten maken dat de oever een kleinere oppervlakte in beslag neemt. Zo’n oever is stabiel en transformeert de rivier tot een ‘bak water’ waar het water snel wordt weggevoerd en waar schepen efficiënt kunnen doorvaren en aanleggen. Op dergelijke oevers is plantengroei uitgesloten. Vissen en andere dieren kunnen er moeilijk gedijen. Nu zoekt men naar oplossingen om waterlopen terug ‘natuurlijk’ in te richten.


Natuuronvriendelijke oevers worden omgevormd tot natuurvriendelijke oevers, bijvoorbeeld door de aanleg van plasbermen.



Bij plasbermen wordt een vooroever van bv. stenen aangelegd. Deze stenen steken ongeveer 40 cm boven het water uit. Erachter ligt de eigenlijke plasberm. Plasbermen zijn ondiepe, glooiende oevers van ongeveer 3m breed met een rijke plantengroei. Het zijn ideale paaiplaatsen voor vissen, nestplaatsen voor watervogels en legplaatsen voor amfibieën. Plasbermen zijn rijk aan bacteriën en micro-organismen die samen met de planten instaan voor het zelfzuiverend vermogen van de waterloop.
Bij het rechttrekken van rivieren ontstaan er kunstmatig afgesneden meanders.
Die oude rivierarmen staan al dan niet in verbinding met de rivier. De water-
kwaliteit is er meestal beter. Het zijn een soort vijvers met een natuurlijke oever-
begroeiing en vissen. Afgesneden rivierarmen vinden we langs de Leie, de
Dender, de Bovenschelde, de Nete, de Durme, ….


Kanaal


Kanalen zijn gegraven waterwegen. De meeste kanalen zijn gegraven voor
de scheepvaart
. Maar er zijn ook kanalen die het teveel aan oppervlaktewater
moeten afvoeren, dit zijn ‘afleidingskanalen’. Kanalen die water moeten aan-
voeren zijn voedingskanalen.
Een kanaal wordt gevoed met water van een rivier of van andere kanalen. Veel stroming is er niet, het debiet is klein.
Waar worden kanalen gegraven?

  • Kanalen lopen soms vlak langs een rivier.

Voorbeelden : - het Zeekanaal Brussel-Schelde tussen Brussel en Zemst evenwijdig aan de Zenne

- het Netekanaal gedeeltelijk evenwijdig aan de Nete

- het Albertkanaal tussen Luik en Lanaye evenwijdig aan de Maas.


  • Soms verbinden kanalen verschillende stroombekkens.
    Voorbeelden: - Albertkanaal (Maas en Schelde),

- Kanaal naar Charleroi (Samber/Maas en Schelde),

- Kanaal Bossuit-Kortrijk (Schelde en Leie).



  • Soms maken kanalen deel uit van een stroombekken.
    Voorbeeld: het Afleidingskanaal van de Leie

  • Soms behoren kanalen voor een deel tot een stroombekken
    Voorbeelden: - het Kanaal Gent-Brugge-Oostende,
    - het Netekanaal,

- de Zuid-Willemsvaart.

  • Kanalen die hoger liggen dan de omgeving maken geen deel uit van het stroombekken van de nabij gelegen beken en rivieren.

Als we de waterkwaliteit van de Vlaamse kanalen die geen deel uitmaken van het stroombekken gaan vergelijken met die van de rivieren en beken, valt op dat de waterkwaliteit van de kanalen beter is. Er mag in die kanalen meestal niet geloosd worden. Het debiet is namelijk te klein om de vervuiling die erin komt, voldoende te kunnen verdunnen.



Ook de samenstelling van het kanaalwater kan totaal anders zijn dat het omringende rivierwater. De samenstelling is afhankelijk van het voedingswater.
1   2

  • Kanaal

  • Dovnload 302.91 Kb.