Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Van stressgevoeligheid tot het burnout syndroom

Dovnload 28.38 Kb.

Van stressgevoeligheid tot het burnout syndroom



Datum05.12.2018
Grootte28.38 Kb.

Dovnload 28.38 Kb.

Van stressgevoeligheid tot het burnout – syndroom.

Levenslooppathologie en persoonlijkheidsstoornissen: miskende etiologische determinanten in stressgevoeligheid en het burnout -syndroom
In deze uiteenzetting wens ik drie klinisch psychologisch belangrijke determinanten toe te lichten, die de kans op stressgevoeligheid en burnout (b/o) vergroten.


  • life-events die we verantwoordelijk kunnen stellen voor het psychisch dysfunctioneren van de patiënt.

  • Persoonlijkheidskenmerken die de stressgevoeligheid aanmerkelijk beïnvloeden

  • Afweermechanismen die leiden tot verminderde soepele interactie tussen persoon en omgeving.



De psychoanalyticus H.J. Freudenberger (1987) beschreef het burnout syndroom als één van de eersten toen hij een bijzondere vorm van depressie wou beschrijven die volgens hem te wijten was aan stressoren in de werkomgeving van de persoon.

De symptomen van dit syndroom zijn uitputting van de fysieke en mentale reserves bij een persoon, die ondanks een totale inzet, er niet in slaagt de beoogde doelstellingen te verwezenlijken.

Waarom wordt nog steeds door de meest gezaghebbende medici, de premorbide kwetsbaarheid van de persoon onvoldoende belicht bij het onderzoek naar de oorzaak van stressgevoeligheid.
Vanuit het psychoanalytische referentiekader ben ik de mening toegedaan dat een emotionele belasting vanuit het verleden een belangrijke rol kan spelen voor de verminderde weerbaarheid van stress in de werksituatie.

Bij het beluisteren van burnout patiënten (stressgevoelige patiënten) heb ik kunnen vaststellen dat de aanwezigheid van pathologische en niet verwerkte life - events in het verleden, op termijn het psychisch evenwicht kan bedreigen en zelfs dermate kan verstoren dat een persoonlijke crisis onvermijdelijk lijkt.


Hoewel subtiele onbewuste psychische verstoringen in de voorgeschiedenis van de persoon niet noodzakelijk een voorwaarde vormen voor het ontstaan van het ziekteproces, mogen wij toch deze mediërende factoren (voorgeschiedenis, persoonlijkheidskenmerken en inadequate afmeermechanismen) niet veronachtzamen bij de diagnostiek en de therapie van het syndroom..
Laten we nu even stilstaan bij de vraag: wat maakt dat life-events een zinvolle invalshoek vormen voor het verkrijgen van inzicht op het burn-out syndroom?

Het verleden is niet, zoals men denkt, een voorbije gebeurtenis die niet meer aanwezig is, en de toekomst is evenmin een toekomstige gebeurtenis die nog niet voorhanden is.

Het verleden is in die zin niet voorbij en is niet wat is geweest, maar wordt voortdurend hernomen en is dus aanwezig in het heden, en is tevens werkzaam in de anticipatie op de toekomst. Indien men zicht wil krijgen op de stressoren die verantwoordelijk kunnen gesteld worden voor burnout, is het niet alleen van belang aandacht te hebben voor de werksituatie en werkomstandigheden, maar eveneens voor gebeurtenissen uit de particuliere levensloop (zoals onopgeloste of niet verwerkte conflicten) van het individu).

Bij het beluisteren van patiënten kon ik vaststellen kleine oorzaken grote gevolgen kunnen hebben voor de psychosociale belasting van het individu. Een schijnbaar onbelangrijke gebeurtenis kan een beslissend effect hebben.

Zo kan een onbewuste psychosociale belasting die we als kind meemaakten doorgroeien tot in de werksituatie. Ik denk hier in het bijzonder aan de interactiewijze met collega’s. We kunnen vaak in deze interactievorm de relatie die we hadden als kind tegenover onze ouders herkennen. Ook kunnen we spanningen, die we als kind observeerden tussen de ouders, onbewust van invloed zijn in de relatie tussen collega’s.

Neurotische persoonlijkheidstrekken, zoals het zich niet ontplooien op het werk, onvoldoende flexibiliteit en constant negativisme kunnen tot dysfunctioneren leiden. Wanneer dit euvel niet verholpen wordt, wanneer de persoon zich m.a.w.niet bewust is dat hij/zij onvervulde kinderlijke verlangens en frustraties uit de kindertijd aan het heropvoeren is, kan zich op termijn een burnout- proces ontwikkelen.

Hier kunnen vragen zoals: Hoe gaat de persoon met een tekort om? Hoe ervaart de persoon autoriteit? Nuttig blijken bij het traceren van stressoren.

Recht wordt de patiënt pas gedaan in de hulpverlening, wanneer men zijn/haar beleven, handelingen en uitingen beluistert in een professionele klinische situatie. Iedere psychotherapie die afziet van het beluisteren van het levensverhaal van de patiënt, loopt gevaar voorbij te gaan aan de uniciteit van het individu en doet onrecht aan de persoon.

Juist door het beluisteren van de levensloop, zijn/haar antecedenten, zijn/haar reële - en toekomstprojecten, krijgen we inzicht in het dysfunctioneren van de persoon en kunnen we de oorzaak van het lijden aanwijzen.
Elke klacht, elk symptoom vraagt om betekenis, vraagt om duiding.

Symptomen worden niet gevormd door bewuste processen, van daar kan een symptoom pas verdwijnen als de verantwoordelijke triggers bewust zijn geworden.

We kunnen de pathogenese een handje toesteken door de actuele stressgevoeligheid te relateren aan de voorgeschiedenis van de patiënt. Het is zo dat de negatieve connotatie, die de patiënt aan een voorval toekent, afhangt van zijn subjectieve ervaring.

Ook voor de behandelingsstrategie is het van belang dat de hulpverlener samen met de patiënt het verband inziet tussen innerlijke individuele dramatiek, zijn flexibiliteit en stressbestendigheid. Naarmate we minder door het verleden zijn bevangen, kunnen we actuele problemen beter copen (omgaan met stress)


Tot dusver mijn visie op de interactie van life-events met burnout.
Een tweede visie kunnen we kaderen in de theorie die we

‘De kwetsbaarheidtheorie’ kunnen noemen en die stelt dat bepaalde persoonlijkheidstrekken de kwetsbaarheid van de persoon vergroten en ontegensprekelijk een weerslag kunnen hebben op de stresskwaliteit.

Ik meen dat persoonlijkheidsdiagnostiek van wezenlijk belang is voor de behandelingsstrategie van het b/o syndroom.

Kennis van de persoonlijkheidstructuur helpt, naast de kennis van de life-events, het inzicht in de aandoening te vergroten. Deze mediërende factoren zijn voor de therapeut eveneens van klinisch belang voor de predictie van de slaagkansen van de behandeling.


In de klinische praktijk heb ik kunnen vaststellen dat personen met dwangmatige, theatrale, ontwijkende en afhankelijke persoonlijkheidskenmerken ontvankelijker zijn en een verhoogd risico tot burnout – en stress aandoening hebben.

Personen met een dwangmatige persoonlijkheidstrek weten vaak niet of ze nu op zichzelf of op anderen moeten vertrouwen. Ze wekken de indruk heel autonoom te zijn, terwijl ze voortdurend piekeren over hoe anderen over hen oordelen. Vaak gedragen zij zich aangepast en beleefd naar de buitenwereld toe, maar voelen ze juist verzet, kwaadheid of rancune van binnen. Deze gevoelens durven zij zichzelf en anderen niet toe te staan. Ze zijn sterk gericht op het naleven van regels, ook om zo hun eigen gevoelens en impulsen in bedwang te houden. Ze zijn trots op hun realiteitszin en hun rationele inslag en wantrouwen gevoelens. Je hoort ze steeds spreken in termen van 'moeten' of 'zou moeten'. Zij doen bijna alles met grote inzet en perfectionisme. Vaak hangt deze gedrevenheid en ook hun sterk kritische inslag, samen met angst voor afwijzing, straf of beschuldiging.

In interactieve situaties kan angst voor verlies van controle spelen. Ook kan, in de relationele sfeer tussen collega’s, opeens de behoefte aan geborgenheid bovenkomen, die dan in conflict treedt met hun zin voor onafhankelijkheid.

Afhankelijke mensen zien zichzelf vaak als hulpeloos en minderwaardig. Zij ervaren de steun, bescherming en waardering van meestal één belangrijk persoon, een collega of een chef, als de oplossing voor dit probleem. Zij cijferen zichzelf gemakkelijk weg en hebben er alles voor over om de waardering die zij voor die personen koesteren aan zich te binden. In reactie op stress zoeken zij houvast buiten zichzelf. Zij vermijden competitie en zullen niet snel vijandig op anderen reageren. Zij schikken zich meestal passief in hun werksituatie en worden eerder boos op zichzelf dan op een ander.Zo lopen mensen met een afhankelijke persoonlijkheidsstijl het risico, eerder dan anderen, gepest of gebruikt te worden. Ambitie en succes kunnen een bedreiging voor hen vormen omdat ze dan denken alleen de verantwoordelijkheid te moeten dragen en zo hun steun bij de ander te verliezen. Het denken van afhankelijke mensen wordt gekenmerkt door een weinig kritische kijk op henzelf en hun omgeving. Spanningen en (dreigende) conflicten zien zij het liefst over het hoofd. Zij identificeren zich te vaak met anderen die in hun ogen beter zijn opgewassen tegen het leven. De negatieve inschatting van hun eigen mogelijkheden leidt tot disfunctioneren op het werk.

De essentie van de theatrale persoon is een continu patroon van excessieve emotionaliteit en aandachtszoekend gedrag.
Mensen met theatrale levensstijl voelen zich niet op hun gemak en voelen zich niet gewaardeerd als ze menen onvoldoende aandacht te krijgen.
Ten slotte: Mensen met een ontwijkende persoonlijkheid hebben ook een verhoogde kans op burnout omdat deze groep van mensen wel goede werkrelaties zou willen, maar dat niet durft om henzelf te beschermen tegen de meningen van anderen. Ze ontwikkelen dan ook in de werksfeer verschillende copingsmechanismen ( dit begrip refereert naar de probleemgerichte en emotioneel gerichte strategieën, die uiteindelijk gebruikt worden om een probleem op te lossen of hanteerbaar te maken) om zich tegen anderen te beschermen. Vooreerst kunnen ze hyperwaakzaam reageren tegenover de omgeving. Voortdurend speuren ze naar tekens die zouden kunnen wijzen op persoonlijke kritiek, vernedering of andere negatieve reacties ten aanzien van hun persoon.

Door die overdreven waakzaamheid is de kans immers groter dat ze iets interpreteren als negatief. Door dat vermijdingsgedrag doen deze mensen weinig nieuwe ervaringen op, hebben ze meer tijd om met hun negatieve ervaringen bezig te zijn, ze worden depressief en komen aldus in een vicieuze cirkel terecht.


Als derde determinant van stress en burnout - pathologie kunnen we stellen dat het hanteren van falende afweermechanismen de kansen op stress en burnout vergroten ( een afweermechanisme is een onbewuste poging om bedreigende conflicten buiten het bewustzijn te houden, ten einde de gevoelens die met het conflict gepaard gaan, weg te werken).

Ieder persoon bouwt een voor hem karakteristiek systeem van afweer op, wat een verklaring oplevert voor het verschil in gevoeligheid en reacties op stressoren tussen mensen.

Een veel voorkomende vorm van afweer, die ik bij stress en bunout- patiënten heb kunnen beluisteren is wat wij in éénvoudige termen ‘het keren tegen zichzelf’ zouden noemen. Deze groep patiënten hebben de neiging gevoelens naar binnen te richten en zichzelf te beschuldigen.Gevoelens van woede of ontgoocheling die normaal tegen de ander zijn gericht, worden niet tegen de ander geuit, maar tegen henzelf en geven aanleiding tot een negatief zelfbeeld.
Een ander veel voorkomend onbewust gehanteerde afweer die ik bij stress en burnout - patiënten aantrof is ‘vermijding’ en ‘projectie’ Bij vermijding worden bepaalde situaties vermeden of bepaalde activiteiten niet meer uitgevoerd.
Van projectie: kunnen we spreken wanneer een persoon eigen kenmerken of motieven die hij/zij wil afweren aan anderen toeschrijft.

Een persoon kan eveneens onder de stress ‘regresseren’ waaronder we verstaan: het terugkeren naar een vroegere fase van subjectieve veiligheid ten gevolge van actuele problemen.

Het onbewuste doel van de regressie is vluchten naar veiligheid en geborgenheid (in bepaalde gevallen kunnen we ziekteverzuim en psychosomatische reacties toeschrijven aan regressiefenomenen).

Afweermechanismen hebben dus een functie omdat ze helpen het psychische evenwicht te bewaren bij conflicten, maar ze hebben een negatieve bijwerking omdat ze de juiste waarneming van de werkelijkheid verstoren.

Het verstoorde evenwicht van de patiënt wordt, door zijn gehanteerde afweermechanismen, tijdelijk hersteld, maar daartegenover staat dat het de realiteit vervormt zonder dat de patiënt zich daarvan bewust is.

Op termijn geeft deze aanleiding tot de ontwikkeling van negatieve relatiepatronen die het functioneren in de werksituatie kunnen in de weg staan. Mensen reageren nu eenmaal op elkaars gevoelens en laten hun gedrag beïnvloeden door de emoties die ze bij een ander waarnemen of waarop ze anticiperen.

Het hanteren van afweermechanismen is echter niet onbeperkt. Wanneer conflicten te intens zijn of te snel op elkaar volgen, zal de patiënt niet meer in staat zijn voldoende afweer te mobiliseren zodat hij decompenseert en ziek wordt. Het burnoutsyndroom kan dan geïnterpreteerd worden als een decompensatieverschijnsel.

Behandeling en prognose


Verwijzende naar het voorafgaande lijkt het voor de hand te liggen dat bij de psychotherapie een onderscheid moet worden gemaakt tussen therapie tijdens de burnout fase en die ná de burnout. De therapie in de herstelfase zal voornamelijk gericht moeten zijn op een blijvende alertheid en bewustwording voor de kwetsbaarheid die ontstaat door de specifieke uniciteit van de persoon.
Patiënten die zich ontvankelijk opstellen voor de psychische bewustwording van de mogelijke relatie tussen de besproken determinanten, m.n. life-events, mediërende persoonlijkheidsfactoren en afweervormen, maken een grotere slaagkans in de herstelperiode dan patiënten die tegenover psychische factoren een weerstand vertonen.
Vooraleer een algemeen besluit te formuleren wil ik als illustratie een casus beschrijven.
Vincent is een vierendertig jarige man. Hij staat op een hoogtepunt van zijn carrière, waarnaar hij steeds heeft gestreefd. In plaats van blij te zijn, wordt hij depressief, maakt fouten en blijkt zich niet goed te kunnen handhaven; hij wordt ziek en komt niet weer terug op zijn werk. Om dit bevreemdende gedrag te kunnen begrijpen moeten wij ons eerst empathisch bewust zijn dat Vincent iemand is die een groot succes heeft behaald en die voor een nieuwe- grote uitdaging staat.

Bij het beluisteren van Vincent kreeg ik te horen dat hij zeer ambivalent reageerde op zijn nieuwe werkpositie. Enerzijds gevoelens van triomf, die terecht bij het bereiken van zulk een positie passen. Maar ik hoorde eveneens angst die geuit werd onder de vorm van 'als dat maar goed gaat'. Tijdens het beluisteren van zijn particuliere levensgeschiedenis heb ik deze gevoelens kunnen traceren.

De angstige gevoelens wezen evenwel op een interpretatie: de overwonnen positie werd eerder ingenomen door een collega – die de rol toebedeeld kreeg van tegenstander en concurrent. De bedreiging en belasting van die collega stonden in geen enkele verhouding tot de werkelijkheid. De collega werd in de ogen van Vincent een geweldige, denkbeeldige tegenstander, waarbij de overwinning beangstigend en met zeer veel ambivalentie omgeven was. Door de particuliere levensgeschiedenis van Vincent in de therapie te betrekken, kon ik de globaal geformuleerde ambivalentie verder inhoud geven en tevens de context waarin deze gevoelens ontsproten waren transponeren op de werksituatie. Uit zijn verhaal blijkt Vincent een achtergrond te hebben waar hij de rivaliteit met zijn autoritaire vader uit de weg ging, zich passief onderwierp, maar toch gevoelens van vijandigheid bleef koesteren tegenover de vader (die hij als tegenstander beleefde).Na deze bewustwording kon de man zijn directiefunctie feilloos opnemen.

Deze casus laat duidelijk zien dat het onvoldoende zou zijn geweest de symptomen alleen te betrekken op de werksituatie.Vandaar dat een uitgebreide en uitvoerige anamnese en het beluisteren van het levensverhaal inzicht kunnen geven in de pathogenese van stressaandoeningen en burnout.


Conclusie


De psychoanalytische aanpak van stressgevoeligheid en burnout bestaat erin dat de patiënt zich, via reconstructie van zijn levensverhaal, bewust wordt van symptoombevorderende triggers, zodat hij in staat is op deze te anticiperen en positieve maatregelen te nemen.
De verantwoordelijkheid van de psychoanalytische therapeut bestaat erin , dat hij meer dan in een regulair klinisch - medisch behandelingsproces, de kwantiteiten angst, depressiviteit, machteloosheid waaronder de stressgevoelige patiënt.lijdt, niet alleen weet te onderkennen, maar het onverwerkte verleden en de beleving ervan weet te duiden om de burnout een halt toe te roepen en de progressie tot een blijvend herstel mogelijk te maken.


Willy Depecker

Psychoanalyticus



  • Behandeling en prognose
  • Conclusie

  • Dovnload 28.38 Kb.