Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verder studeren in België Verder studeren in het buitenland Studeren in combinatie met werk Werkzoekend Werken in loondienst Werken als zelfstandige

Dovnload 467.6 Kb.

Verder studeren in België Verder studeren in het buitenland Studeren in combinatie met werk Werkzoekend Werken in loondienst Werken als zelfstandige



Pagina1/6
Datum27.11.2017
Grootte467.6 Kb.

Dovnload 467.6 Kb.
  1   2   3   4   5   6

Afgestudeerd!

Wat nu?


Verder studeren in België

Verder studeren in het buitenland

Studeren in combinatie met werk

Werkzoekend

Werken in loondienst

Werken als zelfstandige

Deze sociaaljuridische basistekst rond verder studeren en afstuderen werd bijgewerkt en geactualiseerd (mei 2011) en kan door alle studentenvoorzieningen gebruikt worden voor de eigen dienstverlening. Met dank aan de Sociale Dienst K.U.Leuven, de Sociale Dienst HUB en de Rijksdienst voor Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen. Veel succes er mee.


Mei 2011


VLHORA STUVOPLATFORM

Inhoud

1. Verder studeren in België 3

1.1 Kinderbijslag 3

1.2 Ziekteverzekering 4

1.3 Onderhoudsplicht 5

1.4. Belastingen 5

1.5 Studiefinanciering 8

1.6 Werkloosheidsreglementering 9
2. Verder studeren in het buitenland 10

2.1 Kinderbijslag 10

2.2 Ziekteverzekering 10

2.3 Onderhoudsplicht 11

2.4 Belastingen 12

2.5 Studiefinanciering 12

2.6 Werkloosheid 12
3. Studeren in combinatie met werken 13

3.1 Betaald educatief verlof 13

3.2 Tijdskrediet 15

3.3 Opleidingscheques 17


4. Werkzoekend 19

4.1 Wachttijd 19

4.2 Werkloosheid onderbreken 27

4.3 Uitkeringsgerechtigde werklozen 27


5. Werken in loondienst 31

5.1 Soorten arbeidsovereenkomsten 31

5.2 Geldigheidsvoorwaarden en vormvereisten 34

5.3 Einde arbeidsovereenkomst 35

5.4 Bedingen in de arbeidsovereenkomst 37

5.5 Uitzendarbeid 40

5.6 Deeltijdse arbeid 40

5.7 Stoppen voor het begin? 41

5.8 Het loon 41

5.9 Sociale documenten 42

5.10 Vakantie 43

5.11 Wat bij ziekte of ongeval? 44

5.12 Regularisatie studiejaren 45
6. Werken als zelfstandige 46

6.1 Wanneer zelfstandig? 46

6.2 Occasionele arbeid 46

6.3 Aansluitingsplicht 46

6.4 Bijdragen 47

6.5 Sociale rechten 48

6.6 Zelfstandig in bijberoep 50

6.7 Andere verplichtingen 50

6.8 Student als zelfstandige 51

1. VERDER STUDEREN IN BELGIE
1.1 Kinderbijslag
1.1.1 Kom je nog in aanmerking voor kinderbijslag?
Je hebt recht op kinderbijslag tot de maand waarin je 25 jaar wordt als je voor ten minste 27 studiepunten ingeschreven bent en blijft per academiejaar. Het soort contract waarvoor je inschrijft (diplomacontract, examencontract of creditcontract) is van geen belang.

Let op: zit je in je diplomajaar, zijn geen 27 studiepunten vereist.

Als je tijdens het academiejaar uitschrijft als student of als je in de loop van het academiejaar het aantal studiepunten dat je opneemt in je studiecontract vermindert tot minder dan 27, dan stopt de kinderbijslag vanaf de maand nadien. Je kan die wijziging best meedelen aan je kinderbijslagfonds, want het gebeurt toch achteraf automatisch.

Bij heroriëntering (= veranderen van studierichting) tijdens het academiejaar is het ook belangrijk dat de 27 studiepuntennorm behouden blijft. In dat geval verlies je de kinderbijslag niet. Om te bepalen of je (nog) voldoet aan de 27-studiepuntennorm zal er rekening gehouden worden met het aantal studiepunten dat in de oude opleiding opgenomen werd en het aantal nieuwe studiepunten waarvoor je (elders) inschrijft.
De datum van inschrijving is belangrijk voor je kinderbijslag:


  • indien je ten laatste op 30 november bent ingeschreven voor ten minste 27 studiepunten (in de loop van het academiejaar), dan heb je recht op kinderbijslag voor het hele academiejaar;

  • ben je pas ingeschreven na 30 november en de norm van 27 studiepunten wordt (in de loop van het academiejaar) bereikt, dan heb je recht op kinderbijslag vanaf de maand na de inschrijving.

1.1.2 Wat als je verschillende opleidingen volgt?


Bij een inschrijving voor meerdere opleidingen of aan verschillende instellingen voor hoger onderwijs worden de studiepunten van de inschrijvingen samengeteld.

In geval van een combinatie met een opleiding buiten het hoger onderwijs (bijvoorbeeld taallessen in het onderwijs van sociale promotie) zijn de regels anders: als je niet aan 27 studiepunten komt in het hoger onderwijs, dan worden deze studiepunten omgezet in lesuren. Als je in totaal ten minste 17 uur per week les volgt, dan zal er recht zijn op kinderbijslag.


1.1.3 Krijg je kinderbijslag als je werkt tijdens je studies?
Als je werkt tijdens je studies, kan je eventueel de kinderbijslag verliezen. Kinderbijslag behouden is enkel afhankelijk van het aantal gewerkte uren en de periode waarin je hebt gewerkt. Het bedrag dat je verdient en het soort contract waarmee je werkt spelen geen rol.
Tijdens het academiejaar (het eerste, het tweede en het vierde kwartaal) mag je niet meer dan 240 uur per kwartaal werken. Je krijgt kinderbijslag voor een heel kwartaal, op voorwaarde dat deze norm niet overschreden werd. Overschrijd je deze norm, dan gaat de kinderbijslag voor de drie maanden van dat kwartaal verloren.
Let op: als je te veel werkt in het tweede kwartaal, verlies je ook de kinderbijslag tijdens de zomermaanden (derde kwartaal). Deze maatregel vervalt vanaf 1/01/2012.

Tijdens de zomervakantie (juli, augustus en september): mag je onbeperkt werken met uitzondering van de laatste zomervakantie (afstudeerjaar), want dan geldt de 240 uren regel.
Het aantal gewerkte uren wordt gecontroleerd via de RSZ-aangifte door de werkgever. Er is een aparte regeling voor schoolverlaters (zie infra).
Let op: Enkel de effectief gepresteerde uren worden meegerekend voor de berekening van de grens van 240 uren, bv. niet de uren van betaalde feestdagen, enz. Voor de toekenning van de kinderbijslag wordt er niet langer onderscheid gemaakt tussen een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten en een gewone arbeidsovereenkomst.
1.1.4 Welk bedrag ontvang je?
De som die wordt uitbetaald is afhankelijk van het feit of de rechthebbende (meestal één van de ouders) werknemer dan wel zelfstandige is, van het aantal kinderen in het gezin (het eerste kind krijgt een lager bedrag dan het tweede, het tweede een lager bedrag dan het derde), van hun leeftijd, van de situatie van het gezin en van je eigen situatie. Zo is de kinderbijslag hoger voor kinderen van invaliden, werklozen en gepensioneerden, voor wezen en voor mindervalide kinderen.

Het bedrag van de kinderbijslag per kind is de som van de basiskinderbijslag en de leeftijdsbijslag.


1.1.5 Kan je zelf je kinderbijslag ontvangen?
De kinderbijslag wordt meestal betaald aan je moeder of aan diegene die jou opvoedt. In een aantal gevallen kan je zelf de kinderbijslag ontvangen:

  • als je een apart domicilie hebt. Het verkrijgen van een eigen domicilieadres als student is door de wet echter strikt gereglementeerd;

  • als je getrouwd bent;

  • als je zelf kinderbijslag ontvangt voor een kind.

Als je zelf de kinderbijslag ontvangt, dan krijg je het bedrag van een eerste kind (laagste bedrag) zonder de verhogingen die gekoppeld zijn aan de gezinssituatie. In je oorspronkelijke gezin schuiven de andere kinderen op (tweede kind wordt eerste enz.). Om het voordeel van de rangorde en de eventuele verhogingen te behouden, kan je een ouder aanduiden als diegene die je kinderbijslag ontvangt. Je kunt dan onderling afspreken dat ‘jouw deel’ wordt doorgestort.


1.2 Ziekteverzekering
Tot je 25 jaar blijf je meestal als kind ten laste van (één van) je ouders verzekerd, op voorwaarde dat die ouder in regel is. Dit wil zeggen dat die ouder recht heeft op terugbetaling in de Belgische ziekteverzekering. Een zelfde domicilie is niet vereist.

Eenmaal 25 jaar geworden (of als je gaat werken), verlies je de hoedanigheid van ‘kind ten laste’ van je ouders. Dan moet je ofwel zelf gerechtigde worden, bijvoorbeeld in de hoedanigheid van student, ofwel een andere hoedanigheid van persoon ten laste verwerven als echtgenoot of als samenwonende partner. Hiervoor neem je best contact op met je ziekenfonds.



1.3 Onderhoudsplicht
De wettelijke onderhoudsplicht van de ouders neemt in principe een einde bij het verwerven van een einddiploma van het hoger onderwijs dat toegang geeft tot de arbeidsmarkt. Dat betekent dat je ouders volgens de wet niet meer verplicht zijn om jou nog financieel te steunen als je een tweede opleiding wil volgen.

Toch kan een kortlopende bijkomende opleiding (bijvoorbeeld een specialisatie van één jaar) jouw kansen op tewerkstelling in belangrijke mate verhogen. Bepaalde rechters rekenen dit nog tot de onderhoudsplicht. Hierbij is echter wel vereist dat de bijkomende studie in het verlengde ligt van de eerder gevolgde opleiding.


1.4 Belastingen
Het loon dat de jobstudent verdient, kan gevolgen hebben voor de belastingen van de student zelf en die van de ouders. Het inkomen uit arbeid van de student wordt nooit bij het inkomen van de ouders gevoegd.
1.4.1 Fiscaal ten laste?
Ouders krijgen een belastingvermindering voor de kinderen die fiscaal ten laste zijn. Voor het inkomstenjaar 2011 is een kind fiscaal ten laste indien het op 1 januari 2012 bij de ouders gedomicilieerd is en de netto bestaansmiddelen van het kind in 2011 niet hoger zijn dan €2.890. Voor eenoudergezinnen wordt dit bedrag opgetrokken tot €4.170.

1.4.2 Berekening netto bestaansmiddelen


Het bedrag van de netto bestaansmiddelen is niet hetzelfde als wat je netto uitbetaald krijgt!
Stap 1: Om de netto bestaansmiddelen te berekenen tel je alle bruto inkomsten op die je tussen 1 januari en 31 december van het inkomstenjaar hebt ontvangen: lonen, commissielonen, alimentatiegelden en leefloon van het OCMW. Kinderbijslag en studietoelagen worden niet meegerekend!

Indien de inkomsten loon uit arbeid betreffen, worden zowel het gewone loon, het vakantiegeld, de premies en toeslagen bedoeld, inclusief het loon van de vakantiejob. Ook de commissielonen of honoraria die je als student verdiende als freelancer of zelfstandige worden bij het inkomen gevoegd.


Stap 2: Van deze bruto inkomsten trek je de sociale zekerheidsbijdrage of de solidariteitsbijdrage af. Dit is het bruto belastbaar inkomen. Bij loon uit arbeid is dit bedrag meestal terug te vinden bij belastbaar inkomen op de maandelijkse loonfiches die je als student ontvangt van de werkgever.
Stap 3: Indien je werkte met een studentencontract, dan tel je het bruto belastbaar loon dat je hiermee verworven hebt maar mee voor het bedrag boven €2.410.
Stap 4: Om de netto bestaansmiddelen te berekenen, verminder je het saldo van je bruto belastbaar inkomen met 20%, met een minimum van €400.
Stap 5: Indien de student onderhoudsgelden ontvangt dan wordt een eerste schijf van €2.890 op jaarbasis niet langer meegeteld als inkomsten. Het bedrag dat overblijft, wordt voor 80 % in aanmerking genomen en toegevoegd bij de netto bestaansmiddelen die voortvloeien uit arbeid.

Voorbeeld







Gehuwde ouders/ Wettelijk samenwonende ouders

Alleenstaande ouder

Belastbaar loon met studentencontract

- wat je hebt verdiend tot maximum €2.410



€3.200
- €2.410
= €790

€3.200
- €2.410
= €790

+ Belastbaar loon met ander contract

+ €2.150

+ €2.150

= (bruto-)belastbaar

€2.940

€2.940

- 20% forfaitaire aftrek (minimum €400)

- €588

- €588

= netto bestaansmiddelen

€2.352

€2.352

Onderhoudsuitkering: wat je hebt verkregen bovenop €2.890




(€3.000 – €2.890 = €110) 80% van €110 = €88

= Netto bestaansmiddelen

2.352

€2.352 + €88 = €2.440

In beide gevallen blijft de student fiscaal ten laste. Als kind van gehuwde ouders wordt de grens van €2.890 netto bestaansmiddelen niet overschreden. Als kind van een alleenstaande ouder ontvangt de student een onderhoudsuitkering, maar blijft onder de grens van €4.170.


1.4.3 Meerbelasting bij het wegvallen van een kind ten laste
De ouders betalen meer belastingen indien de student niet meer fiscaal ten laste is. In onderstaande tabel wordt het bedrag van de meerbelasting (exclusief de gemeentebelasting) weergegeven bij het wegvallen van een kind ten laste.


Weerslag uitgedrukt in meerbelasting bij het wegvallen van een kind ten laste (inkomen 2010)

Evolutie aantal kinderen ten laste

Gehuwde/wettelijk samenwonende ouder met een belastbaar inkomen



Alleenstaande ouder met een belastbaar inkomen



< €24.410

> €24.410

< €24.410

> €24.410

van 1 naar 0


350

350

778

765

van 2 naar 1


665

645

691

665

van 3 naar 2


1.678

1.638

1.784

1.784

van 4 naar 3


2.024

2.004

2.094

2.081

van 5 naar 4


2.236,50

2.236,50

2.236,50

2.236,50

en volgende

2.236,50

2.236,50

2.236,50

2.236,50

1.4.4 Zelf belastingen betalen


Gelukkig mag de ongehuwde student al heel wat meer verdienen vooraleer hij zelf belastingen moet betalen. Hierbij wordt rekening gehouden met het netto belastbaar inkomen van de student. Dit is het bruto belastbaar inkomen min de beroepskosten (kleding, vervoer, enz.). Deze zijn doorgaans forfaitair vastgesteld (in 2011: 28,7% op de eerste €5.300, 10% op het gedeelte tussen €5.300 en €10.530, enz.).
Zelf moet je pas belastingen betalen op je inkomsten van 2011 vanaf het ogenblik dat je een netto belastbaar jaarinkomen hebt van €6.570 (of €6.830 bij een totaal belastbaar jaarinkomen lager dan €24.410 ). Je betaalt belastingen op het gedeelte boven dit bedrag. Let op: alimentatiegelden worden voor 80% meegerekend.
Indien er bedrijfsvoorheffing werd ingehouden en het jaarinkomen blijkt lager dan €6.570 netto belastbaar, zal deze bedrijfsvoorheffing na controle van de belastingdiensten volledig aan jou worden terugbetaald. Als er slechts een solidariteitsbijdrage van het loon werd afgehouden, is er geen bedrijfsvoorheffing ingehouden op het loon en kan er ook geen bedrijfsvoorheffing worden teruggestort.

1.4.5 Omrekening van bruto belastbaar loon naar netto belastbaar inkomen




(Bruto)belastbaar

€7.584,09

(Forfaitaire) beroepskosten

- €1.749,51

(28,7% tot €5.300 = €1521,10;

10% van €5.300 tot €7.584,09 = €228,41)


Netto belastbaar

€5.834,58

1.4.6 Belastingbrief invullen


Studenten die zelf een inkomen hebben verkregen, moeten dit afzonderlijk aangeven en niet bij het inkomen van de ouders voegen.

De meeste studenten krijgen automatisch een aangifteformulier opgestuurd omdat zij ouder zijn dan 18 jaar of al een tewerkstelling achter de rug hebben. Wie dit formulier niet ontvangt, moet dit zelf aanvragen voor 1 juni van het aanslagjaar aan de bevoegde belastingdienst en dit terugsturen uiterlijk 30 juni van het aanslagjaar.


De werkgever is verplicht een fiscale fiche 281.10 op te sturen waarop alle gegevens staan die nodig zijn om de belastingbrief in te vullen. Hier wordt het belastbare inkomen vermeld met verwijzing naar bepaalde rubrieknummers. Die nummers corresponderen met de nummers van het aangifteformulier en op de overeenkomende plaats vul je de bedragen in.

1.5 Studiefinanciering
1.5.1 Recht op een studietoelage van de Vlaamse overheid?
Om in aanmerking te komen voor studiefinanciering van de Vlaamse overheid, moeten studenten voldoen aan een aantal cumulatieve voorwaarden.

Een student die voldoet aan de nationaliteitsvoorwaarde, de pedagogische en financiële voorwaarden, heeft recht op een studiefinancieringkrediet dat bestaat uit:



  • twee bachelorkredieten;

  • één masterkrediet;

  • één startkrediet;

  • één jokerkrediet;

  • één krediet voor het volgen van een voorbereidingsprogramma;

  • één krediet voor het volgen van een schakelprogramma;

  • één krediet voor het volgen van een lerarenopleiding als vervolgopleiding.

Je komt enkel in aanmerking als je ingeschreven bent met een diplomacontract van minstens 27 studiepunten (uitzondering: diplomajaar). Studiepunten die je opneemt in een credit- of een examencontract geven geen recht op een studietoelage!


Je hebt eveneens recht op een studietoelage, voor zover je nog over studietoelagekrediet beschikt. Dit krediet wordt als volgt berekend:

  • als je voor het eerst in het hoger onderwijs bent ingeschreven, krijg je een startkrediet van 60 studiepunten;

  • de volgende academiejaren is je studietoelagekrediet gelijk aan het aantal studiepunten waarvoor je in het voorgaande studiejaar slaagde met een score van minstens 10 op 20 (niet gedelibereerd!);

  • als je onvoldoende studietoelagekrediet hebt, wordt dit aangevuld vanuit je jokerkrediet (= reserve van 60 studiepunten voor je volledige studieloopbaan).

Heb je al een diploma in het hoger onderwijs behaald, dan zal men je diploma gelijk stellen en kredieten wegschrijven.



  • Als je al een bachelordiploma of een diploma van het hoger onderwijs van één cyclus behaalde of je bent in het bezit van een kandidaatsdiploma, dan wordt één bachelorkrediet weggeschreven, ook al heb je tijdens die jaren geen studiefinanciering gekregen.

  • Bezit je al een master- of licentiaatdiploma, dan ben je, bovenop één bachelorkrediet van het bachelor- of kandidaatsdiploma, ook een masterkrediet kwijt.


Voortgezette opleidingen (bachelor na bachelor, master na master of postgraduaat) komen niet in aanmerking voor studiefinanciering. Voor het volgen van een tweede master of derde bachelor heb je geen recht meer op een studietoelage van de Vlaamse overheid.
Meer informatie over deze studietoelagen kan je terugvinden op: www.studietoelagen.be, www.centenvoorstudenten.be of ga langs bij de medewerker van de sociale dienst van de hogeschool of universiteit.
1.5.2 Kom je in aanmerking voor studiefinanciering van andere diensten?
Een aantal organisaties voorzien in beurzen en leningen voor aanvullende studies. Daarnaast bestaat ook de mogelijkheid om bij banken aanspraak te maken op een soort specialisatiekrediet. Meer informatie via www.centenvoorstudenten.be.

1.6 Werkloosheidsreglementering
Het kan zijn dat je pas enkele maanden na het behalen van je eerste diploma beslist om verder te studeren. Als je in deze tussenperiode al ingeschreven bent als werkzoekende bij de VDAB en je wachttijd is al begonnen, dan zal de al doorlopen wachttijd verloren gaan wanneer je voor het beëindigen van de wachttijd opnieuw studies aanvat.

Begin je na een voltooide wachttijd opnieuw te studeren en ontving je minimum voor één dag een wachtuitkering, dan heb je meteen na het einde of het stopzetten van deze studies recht op wachtuitkeringen.



2. VERDER STUDEREN IN HET BUITENLAND
2.1 Kinderbijslag
Ben je nog geen 25 jaar en studeer je in het buitenland, dan kan je onder bepaalde voorwaarden nog recht hebben op kinderbijslag. Als het programma erkend is door de buitenlandse overheid of overeenstemt met een programma dat erkend is door deze overheid, dan wordt er van uit gegaan dat je voldoet aan de voorwaarde van een inschrijving voor ten minste 27 studiepunten. Indien de studies niet tot het hoger onderwijs behoren, moet je ten minste 17 lesuren per week per semester volgen.

De procedure tot het verkrijgen van kinderbijslag verschilt naargelang je verder studeert binnen of buiten de EER.


2.1.1 Je studeert binnen de EER?
Voor studies binnen de Europese Economische Ruimte (EER: de landen van de EU, aangevuld met Liechtenstein, IJsland en Noorwegen) of in Zwitserland vraag je voor je vertrek het formulier E402 aan bij je kinderbijslagfonds. Je laat het invullen door de buitenlandse onderwijsinstelling en bezorgt het terug aan je kinderbijslagfonds.
2.1.2 Je studeert buiten de EER?
Studeer je in een land buiten de EER, dan vraag je het formulier P7int aan. Je laat het invullen door de buitenlandse onderwijsinstelling en bezorgt het terug aan je kinderbijslagfonds. In volgende gevallen is er recht:

  • je studeert met een studietoelage toegekend door een Belgische of buitenlandse overheid;

  • of je studeert in een land waarmee België een bilaterale overeenkomst mee heeft gesloten;

  • of je studeert in het hoger onderwijs (al dan niet na het behalen van een diploma hoger onderwijs) in een ander land, maar voor maximum één schooljaar en op voorwaarde dat er geen ouder (of partner van die ouder) werkt in het land waar jij studeert.

  1   2   3   4   5   6


Dovnload 467.6 Kb.