Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Vergadering burgemeester en wethouders datum: Agendanr

Dovnload 163.35 Kb.

Vergadering burgemeester en wethouders datum: Agendanr



Datum21.09.2017
Grootte163.35 Kb.

Dovnload 163.35 Kb.

VERGADERING BURGEMEESTER EN WETHOUDERS


Datum:
Agendanr.:

Registratienummer WPW:
2012002687

afdeling


Vertrouwelijk


Ja  Nee 



Paraaf

Paraaf


Teamleider:




Afdelingshoofd:

Routing







A

L

Medeparaaf




Paraaf

- B. en W.


op

12-6-2012













Commissies












 Afdeling Financiën en Control

 n.v.t.














 Afdeling Ruimte




- Informatieve Commissie.

op









 Afdeling Bestuurs en Managementondersteuning

- Besluitvoorbereidende

op








 Afdeling Samenleving




Commissie












 Afdeling Informatievoorziening en Vastgoed
















 Afdeling Publiekscentrum











V

I





- Raad


op







Kopie verstrekken aan:












Afdeling Bestuurs en Managementondersteuning








































Paraaf
B. en W.

S

B

W

W

W

Commissie-

vergadering

Actieve pers-voorlichting


Volgens
advies

















 Openbaar

 Ja

Bespreken
















 Besloten

 Nee








































Portefeuillehouder:

A. Hofstra

Ruimte






Ruimtelijke Ontwikkeling

Datum advies:

05 juni 2012

E.M. Pleizier






Ingekomen van:



Registratienummers WPW van de ingekomen brieven:



Datum stuk:














Onderwerp:

Ondertekening regionaal convenant Windenergie







Gevraagde college-beslissing:


Te besluiten om:
1. In te stemmen met de ondertekening van het regionaal convenant Windenergie.

2. Akkoord te gaan met het mandateren van Wethouder A. Hofstra om namens de gemeente

het regionale convenant Windenergie te ondertekenen op 21 juni.

3. Akkoord te gaan met het verzenden van de raadsinformatiebrief aan de gemeenteraad.



Collegevoorstel



Onderwerp
Ondertekening regionaal convenant Windenergie



Te besluiten om
1. In te stemmen met de ondertekening van het regionaal convenant Windenergie.

2. Akkoord te gaan met het mandateren van Wethouder A. Hofstra om namens de

gemeente het regionale convenant Windenergie te ondertekenen op 21 juni.

3. Akkoord te gaan met het verzenden van de raadsinformatiebrief aan de gemeenteraad.





Inleiding

De provincie Zuid-Holland heeft in de ‘nota Wervelender’ (januari 2011) als doel­stelling opgenomen om in 2020 720 megawatt (MW) aan windenergie op land gerealiseerd te hebben. In de Nota Wervelender staat dat voor de stadsregio Rotterdam ondertekening van een convenant met potentiële windenergielocaties op korte termijn wordt verwacht. Om tot het convenant te komen, is in 2009 het project “Creëren ruimte voor windmolens” gestart, één van de samenwerkingsprojecten uit de regionale Klimaatagenda stadsregio Rotterdam.


Het regionale convenant betreft het grondgebied van de stadsregio Rotterdam exclusief het havengebied van Rotterdam omdat daar al een convenant voor is opgesteld.


Beoogd effect

Een gezamenlijke regionale ambitie van 150 MW aan windenergie vastleggen, waarvan minimaal 100 MW wordt geoormerkt op basis van concrete locaties.




Argumenten

In Krimpen aan den IJssel is geen concrete locatie aangewezen

In de periode 2009-2010 zijn verkennende gesprekken met de regiogemeenten en studies uitgevoerd. Vanwege de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2010 en bestuurlijke wisselingen heeft dit extra tijd gekost. In mei 2011 heeft de stadsregio het plan van aanpak om tot een convenant te komen bestuurlijk vastgesteld. In de periode mei-juli 2011 zijn mogelijke regionale locaties geïnventariseerd. In Krimpen aan den IJssel is er geen geschikte locatie gevonden.


Commitment van alle regiogemeenten

Bij de start van het project is in het projectplan vastgelegd dat de regiogemeenten een gezamenlijk commitment aangaan om de ambitie te realiseren en dat alle regiogemeenten tekenen, ook de gemeenten zonder windenergielocaties.


Draagvlak van onderop

Aanvankelijk lag het initiatief voor de totstandkoming van het regionale convenant windenergie bij de provincie Zuid-Holland. Vanwege irritaties bij de gemeenten over de topdown-benadering van de provincie is in het najaar 2009 in het portefeuillehoudersoverleg GROM besloten zelf als regio aan de slag te gaan met het convenant met als focus: draagvlak van onderop en met de provincie op afstand.


Convenant draagt bij aan vergroten aandeel duurzame energie

Dit project is opgenomen in de regionale Klimaatagenda om het aandeel duurzame energie dat in de Stadsregio wordt opgewekt of geleverd door toe­passing van windenergie te vergroten.




Kanttekeningen

Niet rechtens afdwingbaar

Het convenant legt het bestuurlijke voornemen vast om op de genoemde locaties tot ontwikkeling van windturbines te komen. Het convenant is niet rechtens afdwingbaar.


Convenant inbrengen in herziening Provinciale Structuurvisie in 2012

In de provinciale ‘nota Wervelender’ is vastgelegd op welke locaties in de regio windturbines kunnen worden ontwikkeld. Gedeputeerde Veldhuijzen is bereid met een voorstel naar Provinciale Staten te gaan om het provinciaal beleid in overeenstemming met het regionale convenant te brengen via de jaarlijkse herziening van de Provinciale Structuurvisie (PSV) in 2012. Deze herziening is noodzakelijk omdat de nota Wervelender nu nog een grootschalig windpark mogelijk maakt op de Zuidrand van Voorne-Putten en een klein windpark in Maassluis. In het regionale convenant zijn deze locaties op uitdrukkelijk verzoek van de betreffende gemeenten niet opgenomen. Omdat vanuit de regio voldoende (deels alternatieve) locaties zijn aangedragen, komen deze locaties te vervallen.




Financiën

Niet van toepassing




Communicatie

Op regionaal niveau is de volgende woordvoeringslijn afgesproken:



  • Vragen over het proces, de gezamenlijke opgave en doelstellingen/achtergronden over het project: woordvoering door Alexandra van Huffelen als bestuurlijk trekker van dit project en/of Jan van Belzen als verantwoordelijk portefeuillehouder voor de koppeling met de regionale Klimaatagenda.

  • Vragen over individuele locaties: te beantwoorden door bestuurders van de betreffende gemeente. Iedere gemeente is zelf verantwoordelijk als het gaat om de communicatie over de individuele locaties in de betreffende gemeente.


Uitvoering

Alle portefeuillehouders van de regiogemeenten leggen het convenant windenergie in de eigen colleges ter besluitvorming voor inclusief verzoek om mandatering. Ook de andere partijen die het convenant mede ondertekenen zorgen voor mandatering ondertekening convenant. Op 21 juni 2012 vindt de ondertekening van het convenant plaats op een hiervoor geschikte locatie met een gepast feestelijk tintje. In de periode juli tot december 2012 maken de gemeenten met windenergielocaties een plan van aanpak voor de realisatie van deze locaties.




Bijlagen

  1. Convenant: Realisatie windenergie stadsregio Rotterdam

  2. Kaart: Locaties windenergie stadsregio Rotterdam

  3. Specificatie locaties windenergie stadsregio Rotterdam

  4. Raadsinformatiebrief ondertekening convenant windenergie





E.M. Pleizier



Aan de leden van de gemeenteraad

Postbus 200

2920 AE Krimpen aan den IJssel

Datum:


Ons kenmerk:

Afdeling:

Contactpersoon:

Uw brief van:

Onderwerp:

5-6-2012


Ruimte

E.M. Pleizier

Ondertekening convenant windenergie










Geacht raadslid,


De Europese Unie heeft als doel dat in 2020 ten minste 20% van het totale energieverbruik in Europa op een duurzame manier wordt opgewekt. In juni 2010 hebben alle EU-lidstaten een nationaal ‘actieplan duurzame energie’ opgeleverd. Hierin staat voor Nederland onder andere de doelstelling van 14 % duurzame opgewekte energie in 2020. Windenergie is daarbij onmisbaar.
Regional convenant opgesteld

De provincie Zuid-Holland heeft in de ‘nota Wervelender’ (januari 2011) als doel­stelling opgenomen om in 2020 720 megawatt (MW) aan windenergie op land gerealiseerd te hebben. Gemeenten zullen daar een bijdrage aan moeten leveren. In de nota Wervelender staat dat er voor de stadsregio Rotterdam een regionaal convenant windenergie zou worden opgesteld. Om tot het convenant te komen, is in 2009 het project “Creëren ruimte voor windmolens” gestart, één van de samenwerkingsprojecten uit de regionale Klimaatagenda stadsregio Rotterdam. Op deze manier is er draagvlak van onderop gecreëerd. Het regionale convenant betreft het grondgebied van de stadsregio Rotterdam exclusief het havengebied van Rotterdam, omdat daar al een convenant voor is opgesteld. Het convenant is niet rechtens afdwingbaar.


Regionale ambitie voor windenergie vastleggen

Het project “Creëren ruimte voor windmolens” is opgenomen in de regionale Klimaatagenda om het aandeel duurzame energie dat in de Stadsregio wordt opgewekt of geleverd door toe­passing van windenergie te vergroten. Doel van het convenant is een gezamenlijk regionale ambitie van 150 MW aan windenergie vast te leggen, waarvan minimaal 100 MW wordt geoormerkt op basis van concrete locaties. Het totaal aantal locaties in de stadsregio telt 132 MW aan concrete locaties en 48 MW aan studielocaties.


In Krimpen aan den IJssel is geen concrete locatie aangewezen

In de periode 2009-2010 zijn verkennende gesprekken met de regiogemeenten en studies uitgevoerd. Vanwege de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2010 en bestuurlijke wisselingen heeft dit extra tijd gekost. In mei 2011 heeft de stadsregio het plan van aanpak om tot een convenant te komen bestuurlijk vastgesteld. In de periode mei-juli 2011 zijn mogelijke regionale locaties geïnventariseerd. In Krimpen aan den IJssel is er geen geschikte locatie gevonden.


Commitment van alle regiogemeenten

Bij de start van het project is in het projectplan vastgelegd dat de regiogemeenten een gezamenlijk commitment aangaan om de ambitie te realiseren en dat alle regiogemeenten tekenen, ook de gemeenten zonder windenergielocaties. Vandaar dat wethouder Hofstra namens onze gemeente het convenant op 21 juni 2012 zal ondertekenen.

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel,



De secretaris,

De burgemeester,

Bijlagen:

1. Convenant: Realisatie windenergie stadsregio Rotterdam

2. Kaart: locaties windenergie stadsregio Rotterdam



In de onderstaande tabel zijn per gemeente de Te realiseren locaties, Potentiële locaties en Studielocaties weergegeven, waaraan in het convenant “Realisatie windenergie stadsregio Rotterdam” wordt gerefereerd.

Partijen spannen zich in om windturbines te realiseren op deze locaties. Gedurende de looptijd van het convenant kunnen zij besluiten aanvullende locaties voor de realisatie van windmolens toe te voegen.



De locaties zijn getypeerd naar bestuurlijk draagvlak ten tijde van ondertekening van het convenant. De typering geeft een indicatie van het nog te verrichten onderzoek dat per locatie varieert.



Regiogemeente

Locatienaam

Omvang locatie

Type locatie

Turbines

MW

Albrandswaard

-

-

-

-

Barendrecht

Heinenoordtunnel

5

15

Potentieel*

Vaanplein

5

15

Potentieel*

Bedrijventerrein Oost (A15)

2

6

Potentieel*

Bernisse

Hartel-Oost Bernisse

2

6

Studie

Brielle

-

-

-

-

Capelle aan den IJssel

Rivium

1

3

Potentieel**

Hellevoetsluis

Haringvlietdam upgrade

4

12

Te realiseren

Haringvlietdam verlenging upgrade

2

6

Studie

Krimpen aan den IJssel

-

-

-

-

Lansingerland

Prisma/Bleizo

4

12

Potentieel

Maassluis

-

-

-

-

Ridderkerk

Nieuw Reijerwaard

3

9

Potentieel***

Rotterdam

Hoek van Holland

10

30

Potentieel

Rozenburg Landtong

4

12

Studie****

Beneluxster

2

6

Studie

Schiedam

Beneluxtunnel Schiedam

2

6

Potentieel

Spijkenisse

Hartel-Oost Spijkenisse

2

6

Studie

Vlaardingen

De Groote Lucht

2

6

Te realiseren

‘T Scheur

4

12

Studie

Beneluxtunnel Vlaardingen

1

3

Potentieel

Westvoorne

Noordzeeboulevard

5

15

Potentieel

* De locaties zijn opgenomen in de voorontwerp structuurvisie Barendrecht (de MW’s zijn ambtelijk ingeschat). De voorontwerp structuurvisie wordt in juli 2012 in de gemeenteraad van Barendrecht besproken.
De locatie Heinenoordtunnel ligt in Provinciaal Landschap. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland brengen de ruimtelijke consequenties in in de voorstellen voor de Actualisering Provinciale Structuurvisie 2012.

** Er is een particulier initiatief voor realisatie van één windturbine met een vermogen van 3 MW.

*** De windturbines zijn opgenomen in het provinciale inpassingsplan. Het provinciale inpassingsplan is door Gedepu­teerde Staten van Zuid-Holland geaccordeerd (vergelijkbaar met collegeniveau). Het provinciale inpassingsplan moet nog vastgesteld worden door Provinciale Staten van Zuid-Holland.
De locatie is ongewenst door de gemeente Ridderkerk.

**** De locatie is ongewenst door de deelgemeente Rozenburg.





Type locatie

Status

MW

Te realiseren

De gemeenteraad van de betreffende stadsregiogemeenten is akkoord gegaan met realisatie/upgrading van windturbines op deze locaties. Realisatie van deze locaties zal spoedig volgen.

18

Potentieel

Er is bestuurlijk draagvlak in het college van B&W van de betreffende stadsregio­gemeenten voor realisatie van windturbines op deze locaties. Wel is nog nader onderzoek nodig naar inpassing in de omgeving.

114

Subtotaal

132

Studie

Er is bestuurlijk draagvlak bij de namens de betreffende stadsregiogemeenten het convenant ondertekenende wethouder voor realisatie van windturbines op deze locaties. Wel moeten nog technische en bestuurlijke afwegingen worden gemaakt.

48

Totaal

180

Ondergetekenden:




  1. De gemeente Albrandswaard, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door ...............................(naam), ...........................................(functie), krachtens het machtigingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. ........................, handelend ter uitvoering van genoemd besluit, hierna te noemen: “de Gemeente Albrandswaard”;

en ,



  1. De gemeente Barendrecht, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door ...............................(naam), ...........................................(functie), krachtens het machtigingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. ........................, handelend ter uitvoering van genoemd besluit, hierna te noemen: “de Gemeente Barendrecht”;

en,



  1. De gemeente Bernisse, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door ...............................(naam), ...........................................(functie), krachtens het machtigingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. ........................, handelend ter uitvoering van genoemd besluit, hierna te noemen: “de Gemeente Bernisse”;

en,



  1. De gemeente Brielle, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door ...............................(naam), ...........................................(functie), krachtens het machtigingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. ........................, handelend ter uitvoering van genoemd besluit, hierna te noemen: “de Gemeente Brielle”;

en,



  1. De gemeente Capelle aan den IJssel, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door ...............................(naam), ...........................................(functie), krachtens het machtigingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. ........................, handelend ter uitvoering van genoemd besluit, hierna te noemen: “de Gemeente Capelle aan den IJssel”;

en,



  1. De gemeente Hellevoetsluis, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door ...............................(naam), ...........................................(functie), krachtens het machtigingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. ........................, handelend ter uitvoering van genoemd besluit, hierna te noemen: “de Gemeente Hellevoetsluis”;

en,


  1. De gemeente Krimpen aan den IJssel, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door ...............................(naam), ...........................................(functie), krachtens het machtigingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. ........................, handelend ter uitvoering van genoemd besluit, hierna te noemen: “de Gemeente Krimpen aan den IJssel”;

en,



  1. De gemeente Lansingerland, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door ...............................(naam), ...........................................(functie), krachtens het machtigingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. ........................, handelend ter uitvoering van genoemd besluit, hierna te noemen: “de Gemeente Lansingerland”;

en,



  1. De gemeente Maassluis, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door ...............................(naam), ...........................................(functie), krachtens het machtigingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. ........................, handelend ter uitvoering van genoemd besluit, hierna te noemen: “de Gemeente Maassluis”;

en,



  1. De gemeente Ridderkerk, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door ...............................(naam), ...........................................(functie), krachtens het machtigingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. ........................, handelend ter uitvoering van genoemd besluit, hierna te noemen: “de Gemeente Ridderkerk”;

en,



  1. De gemeente Rotterdam, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw drs. A.C. van Huffelen, wethouder Duurzaamheid Binnenstad en Buitenruimte krachtens het machtigingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. 22 mei 2012, handelend ter uitvoering van genoemd besluit, hierna te noemen: “de Gemeente Rotterdam”;

en,



  1. De gemeente Schiedam, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door ...............................(naam), ...........................................(functie), krachtens het machtigingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. ........................, handelend ter uitvoering van genoemd besluit, hierna te noemen: “de Gemeente Schiedam”;

en,



  1. De gemeente Spijkenisse, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door ...............................(naam), ...........................................(functie), krachtens het machtigingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. ........................, handelend ter uitvoering van genoemd besluit, hierna te noemen: “de Gemeente Spijkenisse”;

en,



  1. De gemeente Vlaardingen, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door ...............................(naam), ...........................................(functie), krachtens het machtigingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. ........................, handelend ter uitvoering van genoemd besluit, hierna te noemen: “de Gemeente Vlaardingen”;

en,



  1. De gemeente Westvoorne, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door ...............................(naam), ...........................................(functie), krachtens het machtigingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. ........................, handelend ter uitvoering van genoemd besluit, hierna te noemen: “de Gemeente Westvoorne”;

en,


  1. Het openbaar lichaam stadsregio Rotterdam, te dezen vertegenwoordigd door de heer J. van Belzen, de portefeuillehouder Groen, Water en Milieu, krachtens het machtigingsbesluit van het dagelijks bestuur van stadsregio Rotterdam d.d. ........................, handelend ter uitvoering van genoemd besluit, hierna te noemen: “de stadsregio Rotterdam”;

en,



  1. De provincie Zuid-Holland, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door ...............................(naam), de gedeputeerde, hiertoe gemachtigd door de Commissaris van de Koningin in de provincie Zuid- Holland op ………., hierna te noemen: “de provincie”;

en,



  1. De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, handelende in zijn hoedanigheid van bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden, de heer drs. M.J.M. Verhagen, hierna te noemen: “ Minister van ELI”;

en,


  1. Het Havenbedrijf Rotterdam N.V. te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer ir. drs. H.N.J. Smits, de president- directeur, hierna te noemen : “het Havenbedrijf”;

en,



  1. De Natuur en Milieufederatie Zuid- Holland, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer A.P. Ouwehand, hierna te noemen: “de NMZH”;

en,


  1. De Nederlandse Wind Energie Associatie, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer mr. J. Warners, hierna te noemen: “de NWEA”;

Alle gemeenten gezamenlijk te noemen: de stadsregiogemeenten en;


Allen gezamenlijk te noemen : “Partijen”:

In overweging nemende dat:


  • in het Energierapport 2011 van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie windenergie als een van de belangrijkste hernieuwbare energieopties voor Nederland genoemd wordt, waarbij de ambitie is om 6.000 megawatt (MW) windenergie­vermogen op land te realiseren in 2020, waartoe in de Structuurvisie Wind op Land voorkeursgebieden voor grootschalige windenergie op land aangewezen worden.

  • in de Nota Wervelender het belang van windenergie voor de provincie benoemd wordt, waarbij de ambitie is om 720 MW windenergievermogen in Zuid-Holland te realiseren in 2020, waartoe in de Nota Wervelender concentratiegebieden, plaatsingsgebieden en locaties voor windenergie op land aangewezen zijn.

  • met inachtneming van bovenstaande doelstellingen in 2009, het convenant “realisatie windenergie in de Rotterdamse haven” aangegaan is door de ministeries van EZ en VROM, het Havenbedrijf, de provincie, de gemeente Rotterdam, het Rotterdam Climate Initiative, de NWEA en de NMZH;

  • in de regionale Klimaatagenda van de stadsregio en het Plan van Aanpak, zoals bij besluit van 5 november 2008 vastgesteld door de regioraad, het belang van de doelstelling van het opwekken van duurzame energie middels windenergie wordt onderkend;

  • de stadsregiogemeenten met het samenwerkingsproject “Creëren van ruimte voor wind­molens” uit de regionale Klimaatagenda het aandeel duurzame energie dat binnen de regiogemeenten wordt opgewekt door toepassing van windenergie willen vergroten en hiermee een bijdrage willen leveren aan de ambitie uit de Nota Wervelender van de provincie.

  • in de Nota Wervelender is opgenomen dat ondertekening van een convenant met potentiële windenergielocaties op korte termijn wordt verwacht.

  • Partijen middels dit convenant initiatieven uit de markt tot plaatsing van windturbines wensen te stimuleren;

  • Partijen in het kader van voornoemd project wensen samen te werken aan de uitvoering van de doelstellingen aangaande windenergie zoals neergelegd in de Nota Wervelender van de provincie en in de regionale Klimaatagenda van de stadsregio Rotterdam en hiertoe nadere afspraken in onderhavig convenant wensen vast te leggen.


Komen Partijen als volgt overeen:
Artikel 1. Definities

Windturbines: grote windmolens met een vermogen van 1 MW of meer, ten aanzien waarvan geldt dat voor de berekening van het totale te realiseren vermogen indicatief maar niet limitatief uitgegaan wordt van 3 MW;

Als categorieën in het convenant worden onderscheiden:



Te realiseren locaties: de gemeenteraad van de betreffende stadsregiogemeenten is akkoord gegaan met realisatie/upgrading van windturbines op deze locaties. Realisatie van deze locaties zal spoedig volgen;

Potentiële locaties: er is bestuurlijk draagvlak in het college van B&W van de betreffende stadsregiogemeenten voor realisatie van windturbines op deze locaties. Wel is nog nader onderzoek nodig naar inpassing in de omgeving;

Studie locaties: er is bestuurlijk draagvlak bij de namens de betreffende stadsregio­gemeente het convenant ondertekenende wethouder voor realisatie van windturbines op deze locaties. Wel moeten nog technische en bestuurlijke afwegingen worden gemaakt.
Artikel 2. Doelstellingen


  1. Partijen wensen een gezamenlijke bijdrage te leveren aan de doelstelling van het Rijk en de provincie aangaande de realisatie en opbrengst duurzame energie middels windturbines.

  2. Partijen spannen zich in om in 2020 minimaal 100 MW aan windenergievermogen op Te realiseren locaties en Potentiële locaties gerealiseerd te hebben.

  3. Partijen spannen zich in om in 2020 additioneel minimaal 50 MW aan windenergievermogen op Studie locaties, en eventueel op door Partijen wenselijk geachte niet in dit convenant opgenomen locaties, gerealiseerd te hebben.

  4. Partijen creëren draagvlak bij en betrokkenheid van burgers en bedrijven uit de regio door de mogelijkheid tot participatie – in termen van (al dan niet financieel) profijt hebben van - bij realisatie van de windenergieprojecten te bevorderen.

  5. De stadsregiogemeenten maken realisatie van windenergieprojecten op Potentiële locaties en – voor zover dat nog niet heeft plaatsgevonden – op Te realiseren locaties mogelijk in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Waar nodig worden door colleges van B&W voorstellen geformuleerd ter bespreking in de gemeenteraden.

  6. De stadsregiogemeenten maken aanvullend vóór 1 januari 2013 per gemeente, op basis van een gezamenlijk op te stellen format, een plan van aanpak voor de windenergielocaties binnen de eigen gemeentegrenzen, met daarin een specificatie van activiteiten en tijdpad per windenergielocatie om zo spoedig mogelijk de nog benodigde afwegingen te kunnen maken (in geval van Studie locaties) dan wel de realisatie van windenergieprojecten mogelijk te maken (in geval van Te realiseren locaties en Potentiële locaties).

  7. De stadsregiogemeenten dragen zorg voor de afstemming met het Havenbedrijf bij het opstellen van de plannen van aanpak voor de windenergielocaties binnen de eigen gemeentegrenzen, voor zover deze betrekking hebben op windenergielocaties die grenzen aan het havenindustriële complex. Dit heeft tot doel dat de plannen geen belemmeringen veroorzaken voor de ontwikkeling van het haven- en industriecomplex en de veiligheid van de scheepvaart en de omgeving.

  8. De stadsregiogemeenten verkennen de plaatsingsmogelijkheden voor windturbines bij de herziening of opstelling van bestemmingsplannen met betrekking tot bedrijfsterreinen of glastuinbouwgebieden van tenminste 50 hectare.

  9. De stadsregio Rotterdam neemt het initiatief een format te ontwikkelen voor de op te stellen plannen van aanpak voor de windenergielocaties binnen de eigen gemeentegrenzen en coördineert afstemming tussen de plannen.

  10. De stadsregio Rotterdam initieert en faciliteert ieder half jaar een overleg tussen Partijen met betrekking tot de voortgang van het proces en de uitvoering van onderhavig convenant.

  11. Gedeputeerde Staten spreken hun waardering uit voor de inzet vanuit de gemeenten in de stadsregio Rotterdam om te komen tot dit convenant en brengen dit convenant in in de voorstellen voor de Actualisering Provinciale Structuurvisie 2012.

  12. De minister van ELI zorgt op rijksniveau voor interdepartementale afstemming. Van daaruit zet de minister van ELI zich in om knelpunten in wet- en regelgeving en beleidsregels die thans en in de toekomst belemmeringen op rijksniveau opwerpen voor de realisatie van windturbines in de stadsregio Rotterdam zoveel mogelijk weg te nemen.

  13. Het Havenbedrijf verleent medewerking aan de realisatie van windturbines op Te realiseren locaties en Potentiële locaties die grenzen aan het havenindustriële complex, waarbij uitgangspunt is dat deze ontwikkelingen geen negatieve impact hebben op windturbine­locaties in het Havengebied en geen belemmering vormen voor het functioneren van het havenindustriële complex. Het Havenbedrijf beoordeelt Studielocaties per geval op zijn merites.

  14. De NWEA ondersteunt de groeimogelijkheden voor de toepassing van windenergie in de stadsregio Rotterdam. De NWEA stimuleert de bij haar aangesloten projectontwikkelaars en andere bedrijven om projecten uit te voeren en zet haar communicatiemiddelen in om het draagvlak te vergroten voor windenergie in de stadsregio Rotterdam en daarbuiten. Daarbij benoemt de NWEA ook de economische kansen van windenergie en brengt best practices voor lokale betrokkenheid onder de aandacht. De NWEA kaart in overleg met overheden en andere instanties kansen en belemmeringen aan om de in de bijlage genoemde windenergie­locaties zoveel mogelijk te kunnen benutten.

  15. De NMZH spant zich binnen haar verantwoordelijkheden en capaciteit in om de mogelijk­heden voor toepassing van windenergie binnen de stadsregio Rotterdam optimaal te benutten. De NMZH zoekt bij haar eigen netwerk van natuur- en milieuorganisaties steun voor de uitvoering en werkt samen met de convenantpartners aan kennisdeling, kennis­uitwisseling en participatie van burgers en bedrijven bij de uitvoering van het convenant.


Artikel 3.Status convenant

Partijen beogen met de ondertekening van onderhavig convenant geen rechtens afdwingbare verplichtingen in het leven te roepen.


Artikel 4. Inwerkingtreding en duur

  1. Dit convenant treedt in werking na ondertekening door Partijen en eindigt op 31 december 2020.

  2. De verplichtingen van de stadsregio Rotterdam ingevolge dit convenant eindigen als deze publiekrechtelijke rechtspersoon ophoudt te bestaan. De provincie neemt in dat geval de in artikel 2 lid 11 opgenomen taken dan van de stadsregio Rotterdam over, tenzij Partijen anders beslissen.


Artikel 5 Tussentijdse beëindiging en onvoorziene omstandigheden

  1. Indien een partij van mening is dat een in dit convenant gesteld doel niet haalbaar is, brengt deze partij de andere Partijen daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte. Waarna Partijen met elkaar in overleg treden. De betreffende partij is niet eerder gerechtigd te stoppen met de (gedeeltelijke) uitvoering van onderhavig convenant, dan nadat Partijen in overleg vastgesteld hebben dat een in dit convenant gesteld doel niet haalbaar is.

  2. Bij ingrijpende wijziging van omstandigheden welke bij het aangaan van het convenant niet waren te voorzien, treden Partijen met elkaar in overleg, waarbij zij trachten een aanvaardbare oplossing te vinden voor de gerezen problemen, rekeninghoudend met hun wederzijdse belangen.

  3. Indien gemeenteraden of provinciale staten niet akkoord gaan met één of meerdere windenergielocaties, zullen Partijen met elkaar in overleg treden, waarbij zij zullen trachten een aanvaardbare oplossing te vinden voor de gerezen problemen, rekeninghoudend met hun wederzijdse belangen.

  4. Dit convenant eindigt ingeval:

    1. Partijen tussentijdse beëindiging overeenkomen;

    2. Na verloop van de in artikel 4 gestelde termijn.

  1. Aanpassingen van onderhavig convenant op grond van het gestelde in dit artikel en op grond van regelgeving zullen over en weer nooit tot aansprakelijkheid en schadeplichtigheid kunnen leiden voor partijen.


Artikel 6. Overleg

  1. Partijen zullen ieder half jaar met elkaar in overleg treden met betrekking tot de voortgang van het proces en de uitvoering van onderhavig convenant.


Artikel 7. Wijzigingen van het convenant

  1. Elke partij kan de andere Partijen schriftelijk verzoeken onderhavig convenant te wijzigen. In dit geval treden Partijen binnen zes weken na vorenbedoeld schriftelijk verzoek met elkaar in overleg.

  2. Wijzigingen zullen eerst na schriftelijke goedkeuring van alle Partijen worden geacht onderdeel uit te maken van onderhavig convenant. De door Partijen goedgekeurde wijzigingen worden als bijlage aan dit convenant gehecht.


Artikel 8. Toepasselijk recht en geschillen

  1. Op onderhavig convenant is het Nederlands recht van toepassing.

  2. Ingeval geschillen ontstaan tussen Partijen zullen Partijen middels overleg tot een oplossing trachten te komen. Een geschil is aanwezig, indien één van de Partijen dat schriftelijk en gemotiveerd mededeelt aan alle andere Partijen.


Artikel 9. Bijlagen

  1. De bijlagen bij onderhavig convenant worden geacht hiervan onderdeel uit te maken.

  2. Bijlagen bij onderhavig convenant zijn:

        1. matrix met overzicht van de locaties

        2. kaart met overzicht van de locaties

Aldus opgemaakt en ondertekend te ……….op ……




  1. De gemeente Albrandswaard …………………………………


  1. De gemeente Barendrecht ………………………………..


  1. De gemeente Bernisse ………………………………..


  1. De gemeente Brielle …………………………………


  1. De gemeente Capelle aan den IJssel …………………………………


  1. De gemeente Hellevoetsluis …………………………………


  1. De gemeente Krimpen aan den IJssel ………………………………..


  1. De gemeente Lansingerland ………………………………..


  1. De gemeente Maassluis ……………………………….


  1. De gemeente Ridderkerk ……………………………….


  1. De gemeente Rotterdam, ………………………………..

Mevrouw drs. A.C. van Huffelen



  1. De gemeente Schiedam ………………………………..


  1. De gemeente Spijkenisse ………………………………..


  1. De gemeente Vlaardingen ………………………………..


  1. De gemeente Westvoorne ………………………………..


  1. De stadsregio Rotterdam ………………………………..

De heer J. van Belzen



  1. De provincie Zuid- Holland ……………………………….


  1. De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie …………………………………

De heer drs. M.J.M. Verhagen



  1. Het Havenbedrijf Rotterdam ………………………………

De heer ir. drs. H.N.J. Smits



  1. De Nederlandse Wind Energie Associatie ……………………………..

De heer mr. J. Warners



  1. De Natuur en Milieufederatie Zuid- Holland ……………………………..

De heer A.P. Ouwehand



Beslissing:








  • Vertrouwelijk
  •  Afdeling Financiën en Control  n.v.t.
  •  Afdeling Samenleving
  •  Afdeling Informatievoorziening en Vastgoed
  •  Afdeling Publiekscentrum
  • Afdeling Bestuurs en Managementondersteuning
  • Paraaf B. en W. S B W W

  • Dovnload 163.35 Kb.