Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag Conferentie Geen nummers maar Namen – 16 september in Verzetsmuseum Amsterdam Voorbereidingen

Dovnload 20.92 Kb.

Verslag Conferentie Geen nummers maar Namen – 16 september in Verzetsmuseum Amsterdam Voorbereidingen



Datum13.04.2017
Grootte20.92 Kb.

Dovnload 20.92 Kb.

Verslag

Conferentie Geen nummers maar Namen – 16 september in Verzetsmuseum Amsterdam

Voorbereidingen

De conferentie was aanvankelijk eind mei gepland. Voor veel van de betrokkenen organisaties bleek dit echter een lastig moment: eind mei zouden zij net een groot aantal eigen herdenkingen, bijeenkomsten en presentaties achter de rug hebben. Ook zou verwarring kunnen ontstaan met andere activiteiten van Geen nummers maar Namen, zoals de opening van de tentoonstelling, de boekpresentatie en de podiumpresentatie. Hiernaast lieten geïnteresseerden uit het onderwijs weten dat zij zich eind mei onmogelijk vrij konden maken uit de tentamen- en eindexamendrukte. Daarom werd de conferentie ‘over de vakantie getild’, naar 16 september 2015.


Verzetsmuseum Amsterdam stuurde al voor de zomervakantie een eerste mailing naar potentiële geïnteresseerden. De uitnodiging was ondertekend door Liesbeth van der Horst (directeur Verzetsmuseum Amsterdam) en Dik de Boef, voorzitter COVVS. Uiteindelijk hebben 86 mensen zich opgegeven.
De inhoudelijke voorbereidingen zijn gedaan door Aik Meeuse, in nauw overleg met Jos Sinnema (initiator van Geen nummers maar Namen) en Marieke Verweij van het Verzetsmuseum Amsterdam. Het Verzetsmuseum Amsterdam was verantwoordelijk voor de organisatie en catering.

De conferentie
Deelnemers

Tijdens de conferentie zijn 77 deelnemers geteld; aanmerkelijk meer dan de 50 waarop van te voren gehoopt was. Deelnemers waren vooral afkomstig van (educatieve diensten van) oorlogs- en verzetsmusea en mensenrechtenorganisaties. Hiernaast waren er verschillende mensen uit het onderwijs, al was deze groep minder sterk vertegenwoordigd dan gehoopt. Ook was er een vertegenwoordiger van het Ministerie van VWS.



Doelen

1. Deelnemers laten kennismaken met de eindproducten van het project Geen Nummers maar Namen: de tentoonstelling, het boek en de compilatie van podiumvoorstelling.

2. Deelnemers de mogelijkheid geven om de verhalen uit de eerste hand te horen van de makers van en de betrokkenen bij het project.

3. Met elkaar de lessons learned van het project Geen nummers maar Namen op een rijtje zetten.


Voorafgaande aan het zaalprogramma konden deelnemers de tentoonstelling Geen nummers maar Namen bezoeken.
Het zaalprogramma (zie bijlage) werd geconcentreerd rond twee thema’s:

1. De methodiek

Beginnen met een intensieve begeleiding van een klein aantal leerlingen, die gedurende acht maanden een biografie schrijven van een oud-Dachau-gevangene. Daarna hun kennis en betrokkenheid inzetten om met hulp van professionals een groot publiek te bereiken.



2. De samenwerking

In het project werken meer dan 16 organisaties samen om ieder vanuit hun eigen expertise en met hun eigen netwerken het project Geen nummers maar Namen tot een succes te maken.


De Sprekers

Als eerst kwam Jos Sinnema aan het woord, de initiator van het project Geen nummers maar Namen in Nederland en coördinator van het gelijknamige educatief project. Ook is hij de samensteller van het gelijknamige boek.


Sinnema benadrukte wat volgens hem de essentie is van het educatief project: de persoonlijke ontmoeting tussen jongeren en een oud Dachau-gevangenen en/of zijn familie. Oud en jong raken in dit project nauw bij elkaar betrokken, waardoor de geschiedenis voor de jongeren gaat leven. Ook als de biografie is voltooid, zijn de jongeren vaak nog betrokken bij de personen die zij hebben geïnterviewd. Het warme contact tussen mevrouw Petroff-van Gurp en Jop en Jelle is daar een voorbeeld van. Daarnaast blijven de jongeren vaak betrokken bij het onderwerp. Een aantal van hen is nu ieder jaar aanwezig bij de Dachauherdenking. Een jongere die zes jaar geleden meedeed met het project, reisde dit jaar nogmaals naar Dachau en liet haar ouders de gedenkplaats zien.

Vervolgens beschreef Sinnema stap voor stap het intensieve traject om met de jongeren een biografie te schrijven van een oud-Dachauer. Dit leidde tot het benoemen van verschillende lessons learned, vermeld aan het einde van dit verslag.

In het educatief project volgen de jongeren de weg die ‘hun’ oud-gevangene in gevangenschap heeft afgelegd. Zo komt de geschiedenis tot leven en krijgen ook deze plekken, waaronder bijna altijd minstens drie kampen, voor de jongeren betekenis. Deze constatering mondde uit in een advies aan de kampcomités die zich beraden op de toekomst en van wie het nationaal 4/5 mei comité hoopt dat ze meer gaan samenwerken. Met een verwijzing naar de ervaringen in het project Geen nummers maar Namen, adviseerde Sinnema om jongeren zich te laten verdiepen in de levensgeschiedenis van een individuele gevangene in plaats van de geschiedenis van een specifiek kamp. Zo komt de geschiedenis voor jongeren meer tot leven, en verdiepen zij zich op een logische en aansprekende manier in de geschiedenis van meerdere kampen. Bij een dergelijke educatieve aanpak ligt samenwerking tussen de kampcomités voor de hand.
Tweede spreker was Karen Tessel, bij de totstandkoming van de tentoonstelling conservator van het Verzetsmuseum Amsterdam en samensteller van de tentoonstelling Geen nummers maar Namen.

In haar speech vertelde ze dat het Verzetsmuseum graag de verbinding tussen de jongeren en de oud-Dachauers wilde laten zien. Daarom zijn in de tentoonstelling korte filmfragmenten (interviews) opgenomen: direct bij het persoonlijke verhaal en de objecten in de vitrines.

In de tentoonstelling staan twaalf oud-Dachauers centraal. Aan de hand van persoonlijke objecten wordt getoond hoe concentratiekampgevangenen, in een systeem waarin alles was gericht op ontmenselijking, op verschillende manieren hun menselijkheid en waardigheid probeerden te bewaren.

De twaalf personen zijn zo gekozen dat zij de bezoekers een representatief beeld geven van de Nederlandse politieke gevangenen in het kamp. Zonder uitzondering ging aan de opsluiting in Dachau een verblijf in meerdere gevangenissen en kampen vooraf. Dit vaak onderbelichte aspect van het concentratiekampsysteem wordt in de tentoonstelling ook voor het voetlicht gebracht.


Om de dialoog met het publiek aan te gaan en hen sterker en langer bij de tentoonstelling en het thema te betrekken, is een interactief monument in de tentoonstelling opgenomen. Bezoekers kunnen in dit monument op zoek naar informatie over de mensen achter de kampnummers. Via een applicatie op de website van het verzetsmuseum kunnen zij zelf ook informatie over oud-gevangenen aandragen. Tot 16 september werden al ruim 220 aanvullingen gedaan. Ook na de tentoonstelling blijft dit digitale monument op de website van het Verzetsmuseum Amsterdam bestaan.
Tot slot vertelde Karen Tessel over de samenwerking met Amnesty International Nederland, waarmee het afsluitende onderdeel van de tentoonstelling is ontwikkeld. Amnesty legt de vinger op de zere plek door de aandacht te blijven vestigen op mensen die nu, net als tijdens de Tweede Wereldoorlog, gevangen zitten om politieke redenen. Zes leerlingen van het Cartesius Lyceum schreven in Amsterdam in het afgelopen schooljaar biografieën over drie van deze hedendaagse gevangenen, op dezelfde manier als dat gebeurt bij de oud-Dachauers. Aan deze politieke gevangenen wordt in de expositie ook op dezelfde manier aandacht gegeven: in vitrines met persoonlijke objecten en met filmpjes die de biografen laten zien. Het publiek wordt opgeroepen ter plekke een brief te schrijven aan de directe familie van deze politieke gevangenen.
De samenwerking met Amnesty heeft goed uitgepakt. Het was voor zowel het Verzetsmuseum als voor Amnesty een experiment. In dit intensieve traject is goed gebruikgemaakt van elkaars expertise.
Mara Linnekamp van Amnesty International bevestigde dit. De familie van de politiek gevangenen hebben de aandacht in deze vorm heel erg op prijs gesteld. De tentoonstelling heeft enkele honderden brieven van bezoekers op geleverd. Ook heeft Amnesty in het Verzetsmuseum een bijeenkomst voor de achterban georganiseerd toen de vrouw van Raif Badawi (aan wie een vitrine is gewijd) een bezoek aan Nederland gebracht.

Stichting Doen bood Amnesty International en het Verzetsmuseum Amsterdam een stand aan op de Uitmarkt, waar 900 handtekeningen zijn verzameld voor vrijlating van de hedendaagse politieke gevangenen.


Na deze sprekers volgde de vertoning van de compilatie van de podiumpresentatie op 4 mei in Theater Bellevue. Deze compilatie (17 minuten) gaf een goed beeld van de sfeer en de inhoudelijke inbreng van de jongeren.
Aansluitend kon het publiek in korte interviews kennismaken met deelnemers aan het project: enkele leerlingen, een oud-Dachauer en twee leerkrachten. Allen beaamden dat het project heel intensief is en veel aandacht vergt, maar daardoor ook een unieke ervaring is.
Na de pauze werd de aandacht verlegd naar de samenwerking. In een panelgesprek konden de vertegenwoordigers van verschillende organisaties vertellen wat hun inbreng is geweest in het project. De vertegenwoordiger van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, benadrukte het belang van de onderlinge samenwerking, waarbij de organisaties elkaar verrijken met hun eigen expertise en netwerk. De vertegenwoordiger van Amnesty International gaf aan dat de methode van het maken van een biografie door een jongere, ook goed te gebruiken is voor actuele onderwerpen.
Tot slot was er gelegenheid tot het stellen van vragen en discussie.

Naast enkele vragen om verheldering werd de discussie aangezwengeld of dit project nu een goed voorbeeld is van een echte samenwerking, waarbij verschillende organisaties een gelijkwaardige rol hebben, of dat het in de praktijk toch één organisatie is (het Verzetsmuseum Amsterdam) die van andere organisaties medewerking kreeg.

Liesbeth van der Horst, directeur van het Verzetsmuseum Amsterdam, antwoordde dat het toch echt een project is geweest met verschillende onderdelen, waarbij het Verzetsmuseum alleen bij de tentoonstelling de trekker was en bij de coördinatie van het hele project (subsidieaanvraag, financiën) de spil was. Maar bij andere onderdelen (educatief traject, boek, podiumpresentatie) hebben andere organisaties en personen de lead gehad.
Tot slot vatte de dagvoorzitter, Aik Meeuse, de Lessons Learned van de middag samen:
1. Ja, het kan effectief zijn om een educatief programma te richten op een paar jongeren die je intensief begeleidt, in plaats van op zoveel mogelijk jongeren die je van materiaal voorziet.
2. Maak gebruik van de mogelijkheden van het schoolcurriculum; bed je aanbod hier zo mogelijk in in. Denk bijvoorbeeld aan het profielwerkstuk dat leerlingen moeten maken en waar ze punten mee kunnen verdienen.
3. Zoek naar een intrinsieke motivatie en maak de match aantrekkelijk. Laat de leerlingen bijvoorbeeld solliciteren om mee te mogen doen met het project. Maak een koppeling tussen de school waarop ze zitten / de plaats waar ze wonen en de persoon waarover ze een biografie schrijven.
4. Stel een mensenleven centraal. Regel een persoonlijke ontmoeting tussen de leerlingen en die persoon of haar/zijn nabestaanden/familie. Ga daar als begeleider niet mee naar toe, maar laat het zo veel mogelijk de ervaring van de leerling zelf zijn.
5. Zorg voor een persoonlijk contact en voor authentieke ervaringen, bijvoorbeeld door het bezoeken van kampen, deelnemen aan herdenkingen, etc.
6. Begeleid intensief. Zit er als leerkracht achteraan en wees beschikbaar voor feedback en als steun in de rug. Een betrokken docent als begeleider en steun van de schooldirectie zijn essentieel voor het welslagen.
7. Neem de prestaties van de leerlingen serieus en geef ze eigen verantwoordelijkheid.
8. Vraag ze om iets zelf te maken en biedt ze de kans om met professionals te werken. Bijvoorbeeld officiële presentaties van hun biografieën, een hoofdstuk in een echt boek, een rol in een professionele presentatie in een theater en een bijdrage in een echte museale expositie)
9. Maak het onderwerp desgewenst breder, bijvoorbeeld door het te actualiseren.
In de pauze en na afloop was er ruim gelegenheid voor de deelnemers om te spreken met de mensen die in het programma een rol speelden, en om met elkaar ervaringen en meningen uit te wisselen.
In de museumwinkel lag het boek Geen nummers maar Namen ter inzage en kon het door geïnteresseerden worden gekocht.

Bijlagen:

Uitnodiging en programma



Deelnemerslijst




  • De conferentie Deelnemers
  • De Sprekers
  • Karen Tessel
  • Mara Linnekamp

  • Dovnload 20.92 Kb.