Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van de federale procureur aan het College van procureurs-generaal periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004

Dovnload 0.99 Mb.

Verslag van de federale procureur aan het College van procureurs-generaal periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004



Pagina1/20
Datum04.04.2017
Grootte0.99 Mb.

Dovnload 0.99 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20







Verslag van de federale procureur

aan het College van procureurs-generaal

periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004




Inleiding

In toepassing van artikel 143bis §7 van het Gerechtelijk Wetboek stuurt de federale procureur een verslag aan het College van procureurs-generaal om het in staat te stellen te oordelen op welke wijze het federaal parket de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid uitgevoerd heeft en om na te gaan hoe het zijn bevoegdheden uitoefent.


Dit verslag zal aan de Hoge Raad voor de Justitie als werkingsverslag overgezonden worden, zoals bedoeld in artikel 346 §2, 2° van het Gerechtelijk Wetboek.
Huidig verslag omvat de periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004.

De volgende verslagen van het federaal parket zullen telkens een volledig burgerlijk jaar omvatten.

Het jaarverslag volgt de indeling van de gemeenschappelijke omzendbrief van de Minister van Justitie en het College van procureurs-generaal van 16 mei 2002 betreffende het federaal parket, (COL 5/2002) 1 en voegt er een aantal hoofdstukken aan toe inzake de organisatie, het administratief personeel, de materiële middelen en enkele andere werkingspunten van het federaal parket.
Een hoofdstuk werd gewijd aan de objectieven van het federaal parket voor de jaren 2005 en 2006.
De conclusie biedt een overzicht van de punten die voor verbetering vatbaar zijn en de voorstellen tot verbetering worden geformuleerd.
Het jaarverslag is in acht hoofdstukken ingedeeld:


  • hoofdstuk I de organisatie van het federaal parket

  • hoofdstuk II de opdrachten van het federaal parket

  • hoofdstuk III de werking van het federaal parket in het kader van de uitoefening van

de strafvordering

  • hoofdstuk IV de positie van het federaal parket binnen het Openbaar Ministerie

  • hoofdstuk V de materiële middelen en enkele andere werkingspunten van het

federaal parket

  • hoofdstuk VI het administratief personeel van het federaal parket

  • hoofdstuk VII objectieven

  • hoofdstuk VIII conclusie.

Bij het opstellen van de verschillende hoofdstukken en afdelingen werd de volgende methodologie gehanteerd:


  • De tekst van voormelde omzendbrief wordt in dit verslag niet meer in herinnering gebracht. De lezer wordt uitgenodigd het vorige jaarverslag (periode van 21 mei 2002 tot 31 augustus 2003) of de tekst zelf van de omzendbrief te raadplegen.




  • Huidig verslag geeft een overzicht van de wijze waarop de federale procureur, binnen de geviseerde periode, de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid uitvoerde en zijn bevoegdheden uitoefende; ook een overzicht van de werking van het federaal parket wordt behandeld.




  • Zowel dit activiteitenverslag als het vorige, dat de periode van 21 mei 2002 tot 31 augustus 2003 betreft, slaat op een periode van 18 maanden. De statistieken van de vorige periode zullen, voor zover mogelijk, telkens ter vergelijking worden weergegeven.

*

* *
Hoofdstuk I : Het kader en de organisatie van het federaal parket



1. Het wettelijk kader en het taalstelsel van de federale magistraten





    1. Het wettelijk kader

Het federaal parket vindt zijn wettelijke basis in de wetten van 22 december 1998 betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de Raad van procureurs des Konings2, en van 21 juni 2001 tot wijziging van verschillende bepalingen inzake het federaal parket3.


Het wettelijk kader van het federaal parket is vastgelegd in artikel 2 van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting (zoals gewijzigd door artikel 62 van de voormelde wet van 21 juni 2001) dat luidt als volgt: “Het aantal federale magistraten, de federale procureur niet inbegrepen, wordt vastgesteld op 18 ”.
Ten gevolge van de beslissing van de Bijzondere Ministerraad van 30 en 31 maart 2004, werd het kader van het federaal parket met 4 federale magistraten uitgebreid. De motivering van de ministerraad luidt als volgt: “…dat het federaal parket een supplementaire inspanning zou leveren op het gebied van de coördinatie van de verschillende onderzoeken en de ondersteuning van de lokale parketten” (…) en in de strijd tegen de rondtrekkende bendes “de grensoverschrijdende samenwerking in praktijk zou brengen”.
Op de vergadering van 10 november 2004 heeft het ministerieel comité voor inlichtingen en veiligheid deze kaderuitbreiding in verband met de strijd tegen het terrorisme aangehaald.

Vier vacante plaatsen voor federale magistraat werden in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2004 bekend gemaakt. Twee van deze plaatsen moesten opnieuw bekend gemaakt worden in het Belgisch Staatsblad van 10 februari 2005. De benoemingsprocedure is aan de gang en zou tijdens het tweede semester van het jaar 2005 afgerond zijn.


Deze kaderuitbreiding ging gepaard met een gespecialiseerde administratieve ondersteuning van 5 juristen, die in november 2004 in functie getreden zijn.
Bij Koninklijk Besluit van 1 oktober 2003, werd de h. Oldenhove de Guertechin, op zijn aanvraag, ontlast van zijn mandaat van federale magistraat. Hij is naar zijn oorspronkelijk korps, het parket-generaal van Bergen, teruggekeerd.

Deze vacante plaats van federale magistraat van de Franse taalrol die de kennis van de Nederlandse taal moest bewijzen, werd bij koninklijk besluit van 26 april 2004, ingevuld door de benoeming van de h. Jean Pascal Thoreau, eerste substituut procureur des Konings van Brussel die op 26 mei 2004 de eed heeft afgelegd.

Op 3 november 2003 werd de eerste federale procureur, die bij koninklijk besluit van 6 februari 2002, op 21 mei van kracht geworden, aangeduid was, benoemd tot adjunct-procureur bij het Internationaal Strafhof in Den Haag.
Daniel BERNARD, federale magistraat die voldeed aan de taalvoorwaarden en het grootste aantal dienstjaren had, werd, op voorstel van het College van procureurs-generaal, door de Minister van Justitie aangeduid om het interim voor de leiding van het federaal parket waar te nemen.
De dienstdoende federale procureur, kandidaat voor de opvolging van de h. Serge Brammertz, werd bij koninklijk besluit van 26 april 2004 (bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 4 mei 2004) tot federale procureur benoemd en heeft op 11 mei 2004 de eed afgelegd.
Ten gevolge van deze benoeming werd een vacante plaats van federale magistraat, van het Franse taalregime, die de kennis van de Nederlandse taal moest bewijzen, in het Belgisch Staatsblad van 21 mei 2004 bekend gemaakt.

Bij gebrek aan kandidaat moest deze plaats opnieuw bekend gemaakt worden in het Belgisch Staatsblad van 30 september 2004. Eén kandidaat heeft naar deze plaats gesolliciteerd. De benoemingsprocedure is aan de gang en zou op het einde van het eerste trimester van 2005 afgesloten moeten zijn.

Op 1 januari 2004 werden aan drie magistraten, afkomstig van de militaire rechtscolleges die op die datum afgeschaft werden, opdracht gegeven om het ambt van magistraat van het openbaar ministerie te vervullen bij het federaal parket.
Het betreft de h. Miguel FOBE, eerste advocaat-generaal bij het militair gerechtshof, en de heren eerste substituut krijgsauditeur, Clément VAN AVERMAET en Dirk SMETS.
1.2. het taalstelsel van de federale magistraten


      1. Inleiding

Krachtens artikel 43bis, §4, vierde, vijfde en zesde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken (zoals ingevoegd door artikel 63 van de voormelde wet van 21 juni 2001) moet daarenboven “de helft van de federale magistraten door hun diploma bewijzen dat zij het examen van doctor of licentiaat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd. Tenminste een derde van deze federale magistraten moeten het bewijs leveren van de kennis van de Franse taal.


De helft van de federale magistraten moet door hun diploma bewijzen dat zij het examen van doctor of licentiaat in de rechten in het Frans hebben afgelegd. Tenminste een derde van deze federale magistraten moeten het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse taal.
Ten minste één federale magistraat moet het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal”.
Op 31 december 2004 bestond het kader van het federaal parket uit:
1 federale procureur, Franstalig, wettelijk tweetalig (einde van het mandaat: 31 maart 2007)
7 federale magistraten van het Franse taalstelsel (op 11) waaronder twee wettelijk tweetalig

(de benoemingsprocedure van een Franstalige wettelijk tweetalige federale magistraat is lopende)


9 federale magistraten van het Nederlandse taalstelsel (op 11) waaronder 5 wettelijk tweetalig

(met inbegrip van de h. DEBRAUWERE,voorzitter van het controleorgaan)


3 gedelegeerde magistraten van het Nederlandse taalstelsel waaronder 2 wettelijk tweetalig

Tot heden werd de plaats van (Franstalige) federale magistraat die de kennis van de Duitse taal moet bewijzen, bij gebrek aan kandidaat, niet toegekend.

1.2.2. Ondervonden moeilijkheden met betrekking tot het taalstelsel van de federale magistraten.


  1. Onmogelijkheid te zetelen in een arrondissement met een ander taalstelsel dan dat van het diploma.

Bij toepassing van de wet op het gebruik der talen kan een federale magistraat niet als openbaar ministerie zetelen in een arrondissement met een ander taalstelsel dan dat van zijn diploma, zelfs indien hij houder is van het bewijs van kennis van de andere landstaal.


Deze regel kan op de werking van het federaal parket nadelige gevolgen hebben in de mate dat het federaal parket bevoegd is om in zijn dossiers in alle gerechtelijke arrondissementen van het koninkrijk te vervolgen en dat elke eenheid van de afdeling strafvordering niet over magistraten van de twee taalstelsels kan beschikken.
Zo mag een magistraat, die wettelijk tweetalig is, en die een dossier in onderzoek, in een bijzonder domein behandelt, dit dossier niet op de zittingen verdedigen wanneer het dossier moet vastgesteld worden in een gerechtelijk arrondissement met een ander taalstelsel dan dat van zijn diploma. Dus zal een andere federale magistraat, die van dit dossier in onderzoek geen kennis heeft, moeten vorderen en het dossier voordien volledig instuderen.

In het gerechtelijk arrondissement Brussel wordt deze praktijk evenwel aanvaard.



Aanbeveling



Een wijziging van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken zou moeten overwogen worden om federale magistraten, die het bewijs van de kennis van de andere landstaal geleverd hebben, in staat te stellen te zetelen op zittingen in een gerechtelijk arrondissement met een ander taalstelsel dan dat van zijn diploma, of in het gerechtelijk arrondissement Brussel op de zittingen met een ander taalstelsel dan dat van zijn diploma.

b. ondervonden moeilijkheden bij de aanwerving

Er werd reeds vermeld dat de plaats van een federale magistraat die het bewijs moest leveren van de kennis van de Duitse taal tot heden, bij gebrek aan kandidaat, niet ingevuld werd.


Ten einde de werving van een Franstalige federale magistraat niet te vertragen, en vermits er tot heden geen Duitstalige dossiers bestaan, waarin het federaal parket de strafvordering uitoefent, zou er overwogen kunnen worden lid 6 van artikel 43bis, §4 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken te schrappen.
Mocht een procedure exclusief in de Duitse taal plaatshebben, kan men steeds het artikel 144bis, §3 van het gerechtelijk wetboek toepassen dat voorziet in procedures van delegatie of detachering.


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20

  • Inleiding
  • 1. Het wettelijk kader en het taalstelsel van de federale magistraten
  • Aanbeveling

  • Dovnload 0.99 Mb.