Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van de federale procureur aan het College van procureurs-generaal periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004

Dovnload 0.99 Mb.

Verslag van de federale procureur aan het College van procureurs-generaal periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004



Pagina14/20
Datum04.04.2017
Grootte0.99 Mb.

Dovnload 0.99 Mb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   ...   20

Aantal toepassingsgevallen van artikel 47 undecies, laatste lid Sv.

Krachtens artikel 47 undecies, laatste lid Sv. maakt de federale procureur eveneens in zijn jaarverslag de globale evaluatie en de statistische gegevens bekend van de zaken waarvoor het federaal parket een opsporing gestart heeft en die tot een seponering hebben geleid.

In de periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004 werd geen enkel strafdossier van dit soort door het federaal parket geseponeerd.

Bemerkingen over de statistieken


  1. De cijfers van de eerste tabel houden geen rekening met de operaties die aan de federale procureur in de referentieperiode gemeld werden en omvatten dus niet de laattijdige kennisgevingen.




  1. Men moet rekening houden met het feit dat, in het kader van eenzelfde operatie, die slechts éénmaal in boven vermelde tabellen opgenomen werd, verschillende machtigingen kunnen verleend worden (verlenging, wijziging, aanvulling).

Het totaal aantal machtigingen in de besproken periode is 1.692 voor observatie en 155 voor infiltratie, verleend door de BOM magistraten van de lokale parketten en zij betreffen dossiers die door de federale politie, door de lokale politie of de douane kunnen behandeld worden.




  1. Er valt op te merken dat tot 31 december 2004 geen enkele observatie door de arbeidsauditoraten gemeld werd die nochtans ook bepaalde bijzondere opsporingsmethoden toepassen.

3. Exploitatie van de informatie door de parketten toegezonden


De exploitatie van deze gegevens heeft tot doel:


  1. Een globaal zicht te krijgen van de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden in het land.

Deze gegevens worden aan de BOM magistraten op de gespecialiseerde opleidingsseminaries verstrekt. (zie onder)




  1. De dossiers opsporen die onder de bevoegdheid van het federaal parket kunnen vallen, hetzij in het kader van de uitoefening van de strafvordering, hetzij in de coördinatie van de strafvordering.

De BOM magistraat van het federaal parket stuurt de informatie naar zijn collega van de « sectie strafvordering » die deze materie behandelt.

Indien nodig neemt deze laatste contact op met de BOM magistraat van het betrokken parket.

Deze toezending gebeurt regelmatig: 32 dossiers hebben de bijzondere aandacht van de BOM magistraat van het federaal parket weerhouden die ze heeft toegestuurd aan zijn collega, belast met de materie in het federaal parket.


7.3.2.b. de infiltraties

Buiten de verplichting om kopieën van machtigingen naar het federaal parket te sturen verzekert het federaal parket een meer doorgedreven opvolging inzake infiltraties.

Inderdaad, volgens de richtlijnen van kracht moet elke infiltratie het voorwerp van een « commissie 1 » uitmaken voor de aanvang ervan.

Tijdens de infiltratie zelf heeft een « commissie 2 » plaats bij elke belangrijke ontwikkeling, of ten minste alle drie maanden.

De federale magistraat, belast met de operationele opvolging van de BOM wet gaat naar elke commissie.
Deze vergaderingen die in de periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004 opliepen tot meer dan honderd, worden in de lokalen van het federaal parket gehouden of meestal in de lokale parketten ingericht.

7.3.2.c. Buitenlandse steunaanvragen inzake infiltratie.


Buitenlandse undercoverteams richten in bepaalde gevallen steunaanvragen aan UCT België, om, enerzijds buitenlandse undercoveragenten toe te laten, in het kader van hun coveropbouw, niet-operationele bezoeken aan België te brengen en, anderzijds, om een Belgische undercoveragent in « bruikleen » te krijgen, teneinde deze in het raam van een operationeel dossier op hun grondgebeid in te zetten.

Alle deze aanvragen moeten aan de federale procureur gemeld worden die voorafgaand zijn akkoord moet geven.


25 aanvragen werden in de referentieperiode gedaan.

7.3.2.d. Controle en beheersopdracht van de bijzondere fondsen


De federale magistraat, specifiek aangesteld om het operationeel gedeelte van de BOM problematiek op te volgen, oefent een driemaandelijkse controle op de provisies A uit (informantenwerking en dekking van kosten van bijzondere operaties) en C (algemene niet-operationele kosten van het undercoverteam). Deze magistraat staat eveneens in voor de globale jaarlijkse controle van deze fondsen. Deze controle gaf aanleiding tot het opstellen, door de federale procureur, van een verslag dat via het College van procureurs-generaal aan de minister van Justitie toegezonden werd.

Deze jaarlijkse controle voorziet de doorlichting van elk bewijs door de politiediensten opgesteld.


Voorvermelde federale magistraat voerde eveneens de controle uit over de aanwending van de provisie B (« toongeld » dat gebruikt wordt in het raam van de bijzondere opsporingsmethoden). Voor de periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004 werden deze gelden een veertigtal keren gebruikt voor bedragen die schommelden tussen 2500€ en 1.000.000 €. De operaties waarvoor het toongeld aangewend werd, waren vrij uiteenlopend met een duidelijk overwicht van operaties in het kader van inbreuken inzake verdovende middelen.


7.3.2.e. Controle van de fictieve identiteiten

1. Richtlijnen


Vertrouwelijke richtlijn van het College van procureurs-generaal van 18 november 2002 met betrekking tot de controle en het toezicht door de federale procureur op het gebruik van fictieve identiteiten.

De creatie en het gebruik van de fictieve identiteiten door de Belgische politieambtenaren worden door het federaal parket gecontroleerd. De boven vermelde federale magistraat stelt over deze controle een verslag op dat, via het College van procureurs-generaal aan de Federale Overheidsdienst Justitie wordt gestuurd.


Buiten de controle op het gebruik van fictieve identiteiten door de federale magistraat, belast met de operationele opvolging van BOM, is deze eveneens verantwoordelijk voor de aanvragen tot toekenning van fictieve documenten voor de undercoveragenten.

Elke aanvraag van dit type moet het akkoord ontvangen, met medeondertekening, van de hoger vermelde federale magistraat.




1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   ...   20

  • 7.3.2.b. de infiltraties
  • 7.3.2.c. Buitenlandse steunaanvragen inzake infiltratie .
  • 7.3.2.d. Controle en beheersopdracht van de bijzondere fondsen
  • 7.3.2.e. Controle van de fictieve identiteiten

  • Dovnload 0.99 Mb.