Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van de federale procureur aan het College van procureurs-generaal periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004

Dovnload 0.99 Mb.

Verslag van de federale procureur aan het College van procureurs-generaal periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004



Pagina19/20
Datum04.04.2017
Grootte0.99 Mb.

Dovnload 0.99 Mb.
1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   20

14.5.2. Dienstjaar 2004



a. Inkomsten
Op 17 maart 2004 deelde FOD Justitie aan het federaal parket mee dat een krediet van 6.300,00 € werd toegekend voor de kleine uitgaven voor de magistraten.
Op 10 mei 2004 ontving het federaal parket 5.875,00 € voor de secretariaatskosten.

Op 11 juni 2004 ontving het federaal parket 4.000,00 € voor de representatiekosten.


Op 29 juli 2004 ontvingen wij het saldo van de gelden voorzien voor de representatiekosten, namelijk 3.000 €.
Samengevat beschikt het federaal parket dus, voor het dienstjaar 2004, over volgende fondsen:
· secretariaatskosten : 5.875,00 €

· representatiekosten : 7.000,00 €

· kleine uitgaven : 6.300,00 €
b. Uitgaven
Inzake secretariaatskosten werd er 5.802,64 € uitgegeven aan bureelbenodigdheden.
Wat betreft de representatiekosten werd 6.992,23 € uitgegeven aan werklunches en vergaderingen.
Voor de kredieten van de kleine uitgaven voor de magistraten werd 6.220,84 € uitgegeven.
c. Overschotten
Op datum van 31 december 2004 zijn de overschotten als volgt:
· secretariaatskosten : 72,36 €

· representatiekosten : 7,77 €

· kleine uitgaven magistraten : 79,16 €

14.5.3. Opmerkingen en aanbevelingen


a. Wat betreft de secretariaatskosten
Ondanks het toegenomen aantal personeelsleden, o.a. door de delegatie van personen vroeger werkzaam bij het militaire gerecht, werd er in 2004 geen hoger bedrag toegekend.
Aangezien de post kleine uitgaven voormagistraten hoofdzakelijk moet worden aangesproken voor de aankoop van boeken en naslagwerken van de bibliotheek, worden de secretariaatskosten aangesproken zowel voor de personeelsleden als de magistraten. Dit legt beperkingen op die voor iedereen voelbaar zijn.
Het bedrag dat voor secretariaatskosten wordt toegekend zal voor het jaar 2005 naar boven worden herzien


b. Wat betreft de kleine uitgaven magistraten:
De aankoop van boeken, woordenboeken en naslagwerken blijft een knelpunt. Ongeveer ¾ van dit budget wordt voorbehouden aan het opbouwen van een bibliotheek. Maar dit blijft ontoereikend om de vraag naar naslagwerken in de verschillende materies waarin het federaal parket bevoegd is te voldoen.
c. Wat betreft de representatiekosten :
Zowel in 2003 als in 2004 was de envelop voor representatiekosten niet snel beschikbaar. Herinneren wij eraan dat pas op 20 april 2004 het saldo van de representatiekosten van het jaar 2003 uitgekeerd werd; dat de eerste schijf van de representatiekosten voor het jaar 2004 pas uitgekeerd werd op 11 juni 2004.
Op te merken valt ook dat op 9 mei 2005 de representatiekosten voor het jaar 2005 nog altijd niet beschikbaar waren.
Deze achterstallige uitbetaling brengt met zich dat de federale procureur, de federale magistraten persoonlijk geld moeten voorschieten voor representatiekosten (onthaal van buitenlandse magistraten). Hetzelfde geldt voor een secretaris diensthoofd wat betreft de consumpties die voorzien moeten worden voor de talrijke werkvergaderingen.

Aanbeveling



Het budget dat het federaal parket voor representatiekosten toebedeeld wordt moet, zelfs gedeeltelijk, zo vlug mogelijk ter beschikking worden gesteld en in elk geval vóór het einde van het eerste trimester van elk jaar.

HOOFDSTUK VI – Het administratief personeel van het federaal parket

15. Het personeel, de organisatie en de diensten

15.1. Het personeel
De administratieve omkadering van het federaal parket dat initieel bij koninklijk besluit van 4 juli 2001 vastgelegd werd, is bij koninklijk besluit van 19 november 2003 gewijzigd.
Het bestaat uit: 1 hoofdsecretaris, 2 secretarissen - hoofd van dienst, 6 secretarissen, 8 adjunct-secretarissen, 2 vertalers, 11 opstellers en 16 beambten.
Op 30 en 31 maart 2004 besliste een buitengewone ministerraad om, tegelijk met de uitbreiding van het kader van federale magistraten met 4, ook 5 bijkomende juristen aan het federaal parket toe te wijzen.
Op 31 december 2004, werkten er 60 mensen op het federaal parket:
hoofdsecretaris 1
secretarissen-hoofd van dienst
secretaris- gedelegeerd diensthoofd 1 (+1)

(van het auditoraat-generaal bij het Militair Gerechtshof, maar naar het federaal parket gedelegeerd sedert 1 januari 2004 krachtens de wet tot regeling van de afschaffing van de militaire rechtscolleges);


secretarissen 6

(krachtens de wet tot regeling van de afschaffing van de militaire rechtscolleges, zijn 1 secretaris van het auditoraat-generaal bij het Militair Gerechtshof en 1 griffier bij de krijgsraad vanaf 1 januari 2004 naar het federaal parket gedelegeerd, maar zijn ze uiteindelijk op het secretariaat van het college van procureurs-generaal terechtgekomen);


adjunct-secretarissen 7 (-1)

(een adjunct-secretaris, gedetacheerd bij het parket van de procureur des Konings te Brussel die verlof zonder wedde kreeg toegestaan, heeft op 4 mei 2004 zijn functie bij het federaal parket opnieuw opgenomen, een andere adjunct-secretaris is bij koninklijk besluit van 14 juli 2004 benoemd tot secretaris bij het auditoraat-generaal bij het Arbeidshof van Brussel)


juristen 8

Er werden 5 juristen benoemd in het rechtsgebied van het Hof van Beroep van Brussel en gedelegeerd naar het federaal parket bij respectievelijke ministeriële besluiten van 25 oktober 2004.

3 contractuele juristen waarvan één zijn ontslag heeft ingediend ( vooropzeg tot 31 december 2004).
vertalers 3 (+1)

waarvan één contractueel ;


opstellers 9 (-2)

(één opsteller die gedetacheerd was naar de kansspelcommissie heeft zijn functie op het federaal parket opnieuw opgenomen op 1 februari 2004. Een tweede opsteller die gedelegeerd was naar een ministerieel kabinet heeft zijn functie op het federaal parket op 9 augustus 2004 opnieuw opgenomen);




beambten 16

(een contractueel beambte en een beambte van de griffie van de krijgsraad werden benoemd tot beambten bij het federaal parket bij ministerieel besluit van 30 september 2004. Eén beambte is nog altijd gedelegeerd naar een ministerieel kabinet, een andere naar het parket van de procureur des Konings van Brussel en een derde is in verlof zonder wedde sedert 1 april 2004).

5 contractuele beambten.
Administratieve agenten 3

2 contractuele administratieve agenten;

1 administratieve agent (administratieve hoofdagent van het auditoraat-generaal bij het militair gerechtshof, sedert 1 april 2004 gedelegeerd naar het federaal parket krachtens de wet tot regeling van de afschaffing van de militaire rechtscolleges);
gerechtelijke technische assistenten 5

4 vastbenoemde gerechtelijk technische assistenten

1 gerechtelijk technisch assistent op arbeidsovereenkomst

15.2. De organisatie en de diensten

Wij verwijzen de lezer naar het administratief organogram van het federaal parket (bijlage A.1).


De taken die aan de verschillende secretariaten of diensten toegewezen zijn werden reeds in het eerste activiteitenverslag omschreven.
De evolutie in de opdrachten van het federaal parket en het toewijzen van nieuwe bevoegdheden (vooral ingevolge het opheffen van de militaire rechtbanken) bracht het opsplitsen van bestaande secretariaten of het opzetten van nieuwe met zich:
secretariaat B1 : coördinatie en de uitoefening van de strafvordering.
secretariaat B2 : beroep en assisenzaken.
secretariaat Bmil : uitoefening van de strafvordering ten laste van militairen en zuiver administratieve militaire dossiers.
secretariaat : bijzondere opsporingsmethodes, getuigenbeschermings-commissie en toezicht op de werking van de federale politie.
secretariaat H : administratieve verwerking van de coördinatie, de dossiers sekten, Child Focus, FCCU…..

Het federaal parket beschikt eveneens over twee vertrouwenspersonen « ongewenste intimiteiten op de werkplek »



15.3. Opmerkingen
In het eerste activiteitenrapport werden er verschillende opmerkingen gemaakt met betrekking tot het administratief kader van het federaal parket, tot het functieprofiel en de beroepsbekwaamheid van het administratief personeel.
15.3.1. Kader
Het administratief personeelskader is momenteel voldoende om de administratieve taken van het federaal parket tot een goed einde te brengen. Het spreekt vanzelf dat, als het aantal federale magistraten toeneemt, het aantal administratieve personeelsleden ook proportioneel verhoogd zal moeten worden.
15.3.2. Functieprofiel en beroepservaring
Het gebrek aan beroepservaring van een deel van het administratief personeel laat zich nog altijd voelen, alhoewel het mettertijd een betere kennis van de materie gekregen heeft.
Alhoewel elk personeelslid de mogelijkheid gekregen heeft om taalcursussen te volgen, laat de kennis van de tweede landstaal, wat voor het federaal parket nochtans een vereiste is, bij sommigen nog altijd te wensen over. Bovendien zijn weinig personeelsleden in staat een document in het Engels op te stellen en niemand (behalve een jurist en een parketvertaler) beheerst het Duits. Welnu, het federaal parket moet in de drie landstalen functioneren en één van zijn voornaamste taken betreft de internationale samenwerking.

Het toekennen van een taalpremie zou het personeel ertoe kunnen aanzetten om zich ten volle aan de studie van een tweede taal te gaan wijden.


15.3.3. Het slachtofferonthaal
Op 31 december 2004 beschikte het federaal parket niet over een eigen dienst slachtofferonthaal. Er werd overeengekomen dat, indien nodig, een beroep zou gedaan worden op de bestaande diensten in de verschillende parketten.

Ter inlichting :


Daar er in mei 2005 een belangrijk assisenproces plaats heeft inzake misdaden tegen het internationaal humanitair recht met zeer veel slachtoffers, werd in maart 2005 overleg gepleegd met de referentiemagistraat van het parket-generaal van Brussel en de directrice van het Justitiehuis van Brussel met het oog op de oprichting van een systeem van slachtofferonthaal speciaal voor het federaal parket.

Hoofdstuk VII: Conclusies
16. Punten die verbeterd kunnen worden en aanbevelingen



Toestand in het verslag

pagina

Punten die verbeterd kunnen worden aanbevelingen


HoofdstukI : De organisatie van het federaal parket
1. Het wettelijke kader en de taalrol van de magistraten
1.2. De taalrol
1.2.2. Moeilijkheden die verband houden met de taalrol


  1. Onmogelijkheid om te zetelen in een arrondissement van een andere taalrol dan die van het diploma

b. aanwervingsmoeilijkheden




2. Organisatie en organo-grammen van het federaal parket

2.3. Beschouwingen over de organisatie van het parket


2.3.1. Afwezigheid van hiërarchische structuur

2.3.2. Parket enkel bestaande uit magistraten met specifieke mandaten


Hoofdstuk II: De opdrachten van het federaal parket.
5. Het vergemakkelijken van de internationale samenwerking.
5.3. Betrekkingen met de Belgische autoriteiten
5.3.2. Betrekkingen met de FOD Justitie
5.3.2.d. antwoord op vragenlijsten


5.4. Betrekkingen met de buitenlandse gerechtelijke autoriteiten
5.4.3.b. uitvoering van RHV strekkende tot huiszoekingen in verschillende gerechtelijke arrondissementen.

5.6. Betrekkingen met de internationale instituties



5.6.3. Eurojust
5.6.3.d. Verplaatsingen naar de zetel van Eurojust (of Europol) in Den Haag


5.7. Opdrachten van het federaal parket inzake internationale politie-samenwerking
5.7.4. Betrekkingen met de verbindingsofficieren
2. adviesbevoegdheid inzake de accreditering van Belgische verbindings-officieren


6. Het toezicht op de algemene en bijzondere werking van de federale politie.
6.1. Het toezicht op de algemene en bijzondere werking van de federale politie
6.1.6. de arbitrageprocedure

6.1.8. het specifiek toezicht op de werking van de directie-generaal van de gerechtelijke politie


b het expertisenetwerk « politie »


7.1. Bijzondere opdrachten
7.1. Strijd tegen het terrorisme
7.1.3. Samenwerking met andere diensten
7.1.3.d. Deelname aan de vergaderingen van het College voor inlichting en veiligheid (CIV)

7.1.4.e. Wetgevende initiatieven

7.2. De getuigenbescher-mingscommissie.
7.2.2. Werkingsmiddelen
7.2.2.b. financiële middelen


      1. Ontwikkelingen en aanbevelingen



7.4. Inbreuken in vredestijd gepleegd door militairen in het buitenland.
7.4.3. Opmerkingen en aanbevelingen
7.4.3.a. afleveren van een aanhoudingsbevel

7.4.3.b. Verwijzing naar de korpstucht



HOOFDSTUK III. – De werking van het federaal parket in het kader van de uitoefening van de strafvordering

10. Ten aanzien van hoven en rechtbanken
10.1. Uiteenlopende praktijken in hoven en rechtbanken
10.1.1. betekening van de beschikkingen van de raadkamer en rechtsdagbepaling bij de correctionele terechtzittingen van de federale dossiers
10.1.2. praktijken op de terechtzitting ten aanzien van het federaal parket
10.2. Aanbeveling


HOOFDSTUK IV – De positie van het federaal parket binnen het openbaar ministerie
13. Ten aanzien van het College van procureurs-generaal, van de Raad van procureurs des Konings en van de Raad van arbeidsauditeurs
13.1. Ten aanzien van het College van procureurs-generaal
13.1.3. Deelneming van het federaal parket aan nationale overlegplatformen of permanente werkgroepen


HOOFDSTUK V – De materiële en enkele andere werkingsmiddelen van het federaal parket
14. Het gebouw, de informatica, de andere werkingsmiddelen, de documentatie en het budget.
14.1. Het gebouw

14.2. De informatica


14.2.1. Het informatica-systeem
Opmerkingen voor wat de statistieken betreft

14.2.2. het informatica-materiaal


14.5 het budget


14.5.3. aanbevelingen
a. representatiekosten

5

5



7
7

25

28



42

47

57



59

67

70



71

73

74


88

89



109

112


113

114
114

118

Men moet de mogelijkheid onderzoeken om de wet op het taalgebruik aan te passen, zodat federale magistraten, die hun kennis van de andere landstaal bewezen hebben, kunnen zetelen op de terechtzittingen in een gerechtelijk arrondissement van een andere taalrol dan die van hun diploma, of, in het gerechtelijk arrondissement Brussel, op de terechtzittingen van de andere taalrol dan die van hun diploma.


Men moet de mogelijkheid onderzoeken om alinea 6 van artikel 43bis, §4 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtzaken te schrappen, waarin bepaald wordt dat minstens één federaal magistraat zijn kennis van het Duits moet bewijzen.

Het lijkt noodzakelijk na te denken over de mogelijkheid om de functie van adjunct bij de federale procureur in te stellen naar het voorbeeld van de « eerste substituten» van de parketten of van de « (eerste) advocaten-generaal » van de parketten-generaal.

Om te vermijden dat ervaren federale magistraten die met hun toekomst begaan zijn het federaal parket verlaten, lijkt het noodzakelijk na te denken over de mogelijkheid voor een federaal magistraat om definitief benoemd te worden voor zover hij zijn tweede mandaat van 5 jaar uitgedaan heeft.

Het is wenselijk dat de Europese instanties (Europese Unie, Eurojust, Eurojustice, OESO, Europees Justitieel Netwerk) met elkaar overleggen inzake het opstellen van de vragenlijsten die gericht worden aan de Belgische autoriteiten en aan het federaal parket, in materies die ze gemeen hebben, en om de antwoorden te bundelen die worden verstrekt door de Belgische autoriteiten.

Het is wenselijk te bekijken of de tweede en de derde alinea van artikel 11 van de wet van 15 maart 1874 op de uitlevering niet geschrapt kan worden, zodat het mogelijk is de tenuitvoerlegging van een internationaal rechtshulpverzoek te centraliseren in de handen van één enkele onderzoeksrechter.

Het is noodzakelijk om een versnelde aankoopprocedure van vervoerstitels op punt te stellen, zodat een federale magistraat op zijn gemak, zo nodig de dag zelf, naar een vergadering van Eurojust kan gaan.



Het zou erg nuttig kunnen zijn mocht er een verbindingsofficier (en geen politieattaché) in het Verenigd Koninkrijk worden aangesteld. Hij zou ook voor Ierland geaccrediteerd kunnen worden.

De omzendbrief COL 4/2001 van het College van procureurs-generaal over de arbitrageprocedure zou geëvalueerd en aangepast kunnen worden in functie van organisatie en werking van het federaal parket en van een eventuele uitbreiding van het toepassingsgebied ervan. Een wetgevend initiatief is wenselijk om de algemene arbitrage (artikel 28ter, §3, derde alinea 3 en artikel 56, §2, derde en vierde alinea van Sv) af te stemmen op de ‘bijzondere arbitrage’ (artikel 8/7 van de wet op het politieambt).


De toezichtfunctie van de federale procureur moet beter naar de referentiemagistraten ‘politie’ en naar DGJ gecommuniceerd worden. Er zou hierbij gedacht kunnen worden aan het aanvullen van de omzendbrief Col 3/2001 van het College van procureurs-generaal met de rol van het federaal parket inzake het toezicht op
de werking van de DGJ.

De aanbeveling uit het eerste activiteitenverslag om het koninklijk besluit van 21 juni 1996 houdende oprichting van het College voor inlichting en veiligheid te wijzigen met het oog op de opname van de federale procureur bij het CIV blijft actueel


Er zouden wetgevende initiatieven genomen kunnen worden in volgende materies:

  • mogelijkheid om een beroep te doen op burgers infiltranten

  • mogelijkheid van telefoontap in het kader van proactieve recherche

  • aantrekken van gespecialiseerde onderzoeksrechters, meer bepaald op het vlak van terrorisme

.

Het is wenselijk dat de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken de noodzakelijke specifieke organisatorische maatregelen treffen om de bescherming van getuigen mogelijk te maken. (artikel 11 van de wet van 7 juli 2002).


De Getuigenbeschermingscommissie zou moeten kunnen overwegen om een persoon die zelf in verdenking is gesteld in een beschermingsprogramma voor bedreigde getuigen op te nemen, door artikel 108§ 4, tweede alinea Sv te wijzigen.
Er zou in hoofdstuk VIIter Sv – bescherming van bedreigde getuigen – in de mogelijkheid moeten worden voorzien dat de dienst getuigenbescherming van de federale politie over kan gaan tot observaties (met of zonder technische middelen) met het oog op de eventuele toepassing van artikel108 §3, 4° van hetzelfde wetboek.

Het is wenselijk, hetzij gevallen te voorzien waarin de termijn van de vrijheidsberoving van 24 uur in de zin van artikel 12 van de Grondwet uitgebreid wordt, hetzij, minstens, de eis van toestemming van de verdachte persoon die in het buitenland verblijft in de zin van artikel112§1 Sv te laten vallen.


Het is wenselijk, mits de nodige aanpassingen, de regel te herstellen waarin voorzien was bij het vroegere artikel 24 van het wetboek van strafrechtspleging voor het leger die stelde dat « Het (…) openbaar ministerie, de kamer van inbeschuldigingstelling of de raadkamer, de rechterlijke commissie bij het Militair Gerechtshof of bij een krijgsraad en elke strafrechtbank die wordt belast met de vervolging van een misdrijf dat weinig ernstig schijnt te zijn, mogen de verdachte militair naar diens korpscommandant verwijzen om hem disciplinair te doen straffen»

Aangezien het federaal parket moet samenwerken met alle rechtbanken van het Koninkrijk, zou het nuttig zijn om te streven naar een uniforme praktijk voor wat de procedures en praktijken op de terechtzitting ten aanzien van het federaal parket betreft.

Het is altijd nuttig om een inventaris op te maken van alle circulaires of richtlijnen die aangepast moeten worden door de afschaffing van de nationale magistraten en de oprichting van het federaal parket en de vertegenwoordiging of afwezigheid van het federaal parket bij de nationale overlegplatforms of permanente werkgroepen te herzien.

Er moet dringend gedacht worden aan een nieuwe huisvesting, in een voldoende ruime en beveiligde omgeving, liefst in een gebouw dat enkel en alleen door het federaal parket wordt betrokken.
Er moeten maatregelen worden genomen opdat de statistieken van het federaal parket vanaf werkjaar 2005 in de algemene statistieken van het openbaar ministerie opgenomen zouden kunnen worden.
Om de talrijke verplaatsingsopdrachten van het federaal parket te verzekeren, moet het voldoende draagbare computers met internetverbinding krijgen.
Het budget dat aan het federaal parket voor representatiekosten toegestaan is moet zo vlug mogelijk beschikbaar zijn, al was het gedeeltelijk, en in elk geval vóór het einde van het eerste trimester van elk jaar.

1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   20

  • Aanbeveling
  • 2. Organisatie en organo-grammen van het federaal parket
  • 5.6. Betrekkingen met de internationale instituties

  • Dovnload 0.99 Mb.