Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van de federale procureur aan het College van procureurs-generaal periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004

Dovnload 0.99 Mb.

Verslag van de federale procureur aan het College van procureurs-generaal periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004



Pagina2/20
Datum04.04.2017
Grootte0.99 Mb.

Dovnload 0.99 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20

Aanbeveling



Er zou moet overwogen worden lid 6 te schrappen van artikel 43bis, §4 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken dat bepaalt dat minstens één federale magistraat de kennis van de Duitse taal moet bewijzen.

2. Organisatie en organogrammen van het federaal parket



2.1. Voorafgaande bemerking
De organisatie en de organogrammen van het federaal parket hebben, sedert zijn oprichting op 21 mei 2002 verschillende wijzigingen ondergaan, hoofdzakelijk te wijten aan de geleidelijke opvulling van het kader van het federaal parket en aan de evolutie van de verschillende materies die onder zijn bevoegdheid kwamen.
Reeds einde 2003 nam de dienstdoende federale procureur het initiatief voor een bezinning, binnen het federaal parket, om de opdrachten van de federale procureur en de federale magistraten nauwkeurig te omschrijven.
Een algemene dienstnota over de organisatie van het federaal parket, de bevoegdheden van de federale procureur en de federale magistraten, en de toewijzing van de taken werd op punt gesteld.

Deze is op 6 januari 2005 van kracht geworden. 4 (zie bijlage B).


Voor zover deze algemene dienstnota in 2004 werd uitgewerkt en in feite enkel heeft vastgelegd wat reeds van toepassing was, op enkele uitzonderingen na, waaronder, b.v., “de coördinatoren” en bepaalde toewijzingen van taken, wordt dit in huidig verslag vermeld.


    1. De organogrammen van het federaal parket

Volgende organogrammen werden als bijlagen A, 1, 2 en 3 gevoegd:



  • Bijlage A.1 : algemeen organogram van het federaal parket

  • Bijlage A.2 : administratief organogram van het federaal parket

  • Bijlage A.3 : organogram van de sectie uitoefening van de strafvordering


2.3 De organisatie van het federaal parket
De organisatie van het federaal parket neemt de vier hoofdopdrachten over die de wetgever heeft toegekend: (de uitoefening van de strafvordering, de coördinatie van de uitoefening van de strafvordering, het vergemakkelijken van de internationale samenwerking en het toezicht op de algemene en bijzondere werking van de politiediensten); vier bijzondere opdrachten zijn eraan toegevoegd : de getuigenbescherming, de controle van de bijzondere opsporingsmethoden, de vervolging van de misdrijven inzake de schendingen van het internationaal humanitair recht en de bevoegdheid om de misdrijven te vervolgen, gepleegd door militairen in het buitenland in vredestijd.
De structuur in het federaal parket beantwoordt aan elk van deze opdrachten (afdeling of eenheid)

De lezer wordt verwezen naar het organogram in bijlage A1.


2.4 Overwegingen over de organisatie van het federaal parket.
2.4.1. Afwezigheid van een hiërarchische structuur.
De wetgever heeft binnen het federaal parket geen hiërarchische structuur voorzien: de federale procureur leidt 18 (thans 22) federale magistraten die volledig gelijk zijn, ongeacht hun graad of anciënniteit in hun oorspronkelijk parket.

Het federaal parket telt op het ogenblik onder de federale magistraten: 1 eerste advocaat-generaal bij het Militair Gerechtshof, 1 advocaat-generaal bij het Hof van Beroep, 4 substituten procureur-generaal bij een Hof van Beroep, 3 eerste substituten procureur des Konings, 2 eerste substituten Krijgsauditeur en 7 substituten procureur des Konings.


Zeer snel was de federale procureur genoodzaakt om eerst twee, dan drie federale magistraten als « coördinatoren” aan te duiden, aan wie hij een bijstandsopdracht toevertrouwd heeft in de coördinatie van de verschillende taken van het federaal parket.
Aanbeveling
De mogelijkheid zou moeten overwogen worden om de functie van « federale adjunct-procureur » te creëren, in navolging van de « eerste substituten » van de parketten of van de « advocaten-generaal » van de parketten-generaal.
2.4.2. Parket uitsluitend samengesteld uit magistraten met een specifiek mandaat.
Elke magistraat is aangeduid voor een termijn van 5 jaar die twee maal hernieuwbaar is, na een evaluatie die ten laatste 4 maanden voor het einde van een mandaat plaats heeft.

Ten laatste na de afloop van drie mandaten van federale magistraat vervoegt de magistraat van het openbaar ministerie het kader van zijn oorspronkelijk parket en bezit de graad die hij 15 jaar geleden had met teruggang van het salaris, tenzij hij benoemd werd voor een functie waarnaar hij vóór het einde van een van zijn drie mandaten gepostuleerd had.


Het gelijktijdig vertrek van meerdere federale magistraten met ervaring na afloop van het derde mandaat, zou zeer nadelig zijn voor de goede werking van het federaal parket en voor het vervullen van zijn opdrachten.
Aanbeveling



Teneinde deze toestand te voorkomen en te vermijden dat federale magistraten met ervaring, maar eveneens om hun toekomst bekommerd, vroegtijdig vertrekken, zou de mogelijkheid moeten overwogen worden om een federaal magistraat definitief te benoemen na afloop van zijn tweede mandaat van 5 jaar.
Deze oplossing, in samenhang met boven vermeld voorstel om de functie van federale adjunct-procureur te creëren, zou de oprichting van een federaal parket toelaten, dat is uitgerust is met een permanente structuur waarbinnen een hiërarchische bevordering mogelijk is.

Hoofdstuk II: De opdrachten van het federaal parket
De wetgever kende het federaal parket initieel vier hoofdtaken toe (artikel 144bis §2 Ger.W.):


  • de uitoefening van de strafvordering;

  • de coördinatie van de uitoefening van de strafvordering;

  • het vergemakkelijken van de internationale samenwerking;

  • het toezicht op de algemene en bijzondere werking van de federale politie.

Sedert de inwerkingtreding van het federaal parket werden aan het federaal parket, naast voormelde hoofdtaken, eveneens de volgende hoofdopdrachten toevertrouwd:




  • de uniforme en coherente uitbouw van de strijd tegen het terrorisme (brief van de Minister van Justitie van 21 januari 2003 en de richtlijnen van 16 oktober 2001 van de procureurs-generaal 4);

  • het voorzitterschap van de getuigenbeschermingscommissie (wet van 7 juli 2002 5);

  • de uniforme en coherente toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden (wet van 6 januari 2003 6);

  • de uitoefening van de strafvordering ten aanzien van door militairen in het buitenland gepleegde misdrijven in vredestijd (wet van 10 april 2003 7);

  • de exclusieve uitoefening van de strafvordering wegens ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht (wet van 5 augustus 2003 8).

Deze vijf nieuwe opdrachten van het federaal parket komen uitvoerig aan bod verder in dit hoofdstuk onder punt 7 “Bijzondere opdrachten”.



Naast de bijzondere opdrachten die hun rechtsgrond vinden in ministeriële richtlijnen of richtlijnen van het College van procureurs-generaal, vormen voormelde negen opdrachten op dit ogenblik de kerntaken van het federaal parket.

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20


Dovnload 0.99 Mb.