Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van de federale procureur aan het College van procureurs-generaal periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004

Dovnload 0.99 Mb.

Verslag van de federale procureur aan het College van procureurs-generaal periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004



Pagina3/20
Datum04.04.2017
Grootte0.99 Mb.

Dovnload 0.99 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20

3. De uitoefening van de strafvordering



3.1. Statistieken
3.1.1. Aantal strafdossiers waarin de federale procureur de strafvordering uitoefent
In de periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004 besliste de federale procureur de strafvordering zelf uit te oefenen in 357 strafdossiers 9.
3.1.2. Stand van de onderzoeken
Stand van de onderzoeken op 31 december 2004 in deze 357 federale strafdossiers:






2003-2004

2002-2003

Opsporingsonderzoek

174

64

Gerechtelijk onderzoek

45

82

Tot beschikking

67

19

Zonder gevolg

56

16

Aanhangig bij de onderzoeksgerechten (regeling rechtspleging)

5


3

Vaststellingen

4

2

Vonnissen

19

1

Verzetten

1




Beroepen

9

1

Arresten van het Hof van beroep

8

0

Arresten van het Assisenhof

2




Verdeling van de seponeringen:


Verdeling van de seponeringen: periode 2003-2004

geen misdrijf (GM) 20

niet bewezen misdrijf (NBM) 3

onontvankelijke strafvordering (ONVR)

4

andere prioriteiten (PRIO) 7

onbekende dader (OD) 4

beperkte maatschappelijke weerslag (BMW) 2

onvoldoende bewijslast (OB) 14

seining dader (CSB) 1

overschrijding van de redelijke termijn (TERM) 1



3.1.3. Aantal personen in voorlopige hechtenis


In het kader van deze 357 federale strafdossiers werden in totaal 134 personen door de onderzoeksrechter in voorlopige hechtenis geplaatst. Hiervan waren op 31 december 2004 nog steeds 61 personen aangehouden.

3.1.4. Opsplitsing naar herkomst van de ‘FD’ dossiers


De 357 federale strafdossiers kunnen, naar herkomst toe, als volgt worden opgesplitst:



herkomst

Aantal strafdossiers







2003-2004

2002-2003

parketten:

  • Antwerpen

  • Aarlen

  • Brugge

  • Brussel

  • Charleroi

  • Dendermonde

  • Dinant

  • Doornik

  • Eupen

  • Gent

  • Hasselt

  • Hoei

  • Ieper

  • Kortrijk

  • Leuven

  • Luik

  • Marche-en –Famenne

  • Mechelen

  • Bergen

  • Namen

  • Neufchâteau

  • Nijvel

  • Oudenaarde

  • Tongeren

  • Turnhout

  • Verviers

  • Veurne

  • Krijgsauditoraat

  • Arbeidsauditoraat


22

0

18

97

4

2

1

1

0

5

1

0

1

0

1

1

0

1

2

1

0

4

1

0

0

0

0

1

0


2

0

7

122

4

4

0

1

2

6

1

0

0

3

1

2

0

1

0

0

0

0

0

1

0

0

1

3

0

Totaal:

164

161

Andere herkomst (bijvoorbeeld rechtstreekse klachten, aanmeldingen van de federale politie enz.)

193


26

TOTAAL

357

187

3.1.5. Opsplitsing naar bevoegdheidsgrond


De bevoegdheid van de federale procureur om zelf de strafvordering uit te oefenen, berust op, enerzijds, een limitatieve lijst van misdrijven (artikel 144ter, §1, 1°, 4° en 5° Ger.W.) en, anderzijds en complementair aan deze lijst, op twee kwalitatieve criteria, een veiligheidscriterium (artikel 144ter, §1, 2° Ger.W.) en een geografisch criterium (artikel 144ter, §1, 3° Ger.W.), en op alle ermee samenhangende misdrijven.
Krachtens dit nieuw artikel 144quater Ger.W. wordt voor de misdrijven bedoeld in boek II, titel Ibis, van het Strafwetboek (te weten “de ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht”) de strafvordering uitsluitend door de federale procureur uitgeoefend 10.
Binnen dit bevoegdheidskader oefende de federale procureur de strafvordering uit in de volgende materies:


code

Aantal dossiers

Omschrijving

Gediversifieerd




2003

2004

2002

2003




2003

2004

10

29

19

10A vereniging van misdadigers

10B gijzeling

10C criminele organisatie


12

1

16

11

4

4

11B diefstal waarbij wapens werden getoond of gebruikt

11C afpersing



2
2

14

1

0

14 huisdiefstal

1

16

3

0

16A ontvluchting van gevangenen

16C verberging van misdadigers



2

1

17

6

11

17A diefstal door middel van braak, inklimming of valse sleutel

17D autodiefstal door middel van braak, inklimming of valse sleutel



3

3

20

14

0

20A verduistering

20D oplichting

20I computermisdrijven

20J informaticabedrog

20L data- of informaticasabotage


1

4

2

6

1

21

9

3

21A valsheid in geschriften door particulieren

21B valse verklaring



8

1

22

1

0

22 valse naam

1

24

1

0

24 namaken van zegels, stempels en merken

1

25

4

1

25B omkoping

25D verduistering of diefstal door ambtenaar



3

1

27

28

3

27A heling

27B witwassen van geld



2

26

30

18

52

30A moord

30E genocidewet-wetten van 16/06/1993 en 5/08/2003



2

16

35

25

5

35B aanslag op de Veiligheid van de Staat

35C daden van terrorisme



2

23

36

5

5

36A wapens (wederrechtelijk dragen, bezit…..)

36B springstoffen

36E in-, uit- en doorvoer van wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik

36- diefstal van kernmateriaal



2

1
1

1

37

86

20

37B aanranding van de eerbaarheid

37F ontucht van minderjarigen

37H prostitutie

37L mensenhandel

37N kinderpornografie

37O publiciteit in verband met prostitutie en ontucht



1

15

2

7

59

2

40

2

2

40A wederrechtelijke opsluiting

40B ontvoering van meerderjarigen en minderjarigen



1

1

41

2

0

41E vals alarm

2

43

1

0

43A opzettelijke slagen en verwondingen

1

45

38

29

45C bedreigingen

45D klacht van iemand die zich bedreigd voelt

45F verdachte handelingen


13

3

22

47

2

0

47 opzettelijke brandstichting

2

48

1

0

48B ontploffing

1

49

1

0

49A inmenging in openbare ambten

1

50

3

0

50B beschadigingen – vernielingen in het algemeen

50C opschriften op de openbare weg of op openbare gebouwen



2
1

52

3

1

52B laster

52D schending van het beroepsgeheim



1

2

53

2

0

53B aanslag op de persoonlijke levenssfeer

53D belagen -stalking



1

1

54

1

1

54A betogingen

1

55

38

8

55A wet op de vreemdelingen

55B onwettig verblijf

55C misbruik bij verkoop, verhuur van kameres aan vreemdelingen


32

5
1

56

4

0

56A racisme

4

60

17

20

60A verdovende middelen

60C verdovende middelen – internationale trafiek



11

6

61

2

0

61D handelspraktijken

2

62

1

0

62E vervoer van gevaarlijke produkten

1

67

1

0

67E goedgekeurde telecommunicatietoestellen

1

68

3

0

68B auteursrechten

3

70


1

0

70A misdrijven gepleegd door leiders van vennootschappen en wisselagenten


1




357

187









      1. Aantal processen-verbaal van aanhangigmaking

Op een totaal van 357 federale strafdossiers werden 165 processen-verbaal van aanhangigmaking (saisine) opgesteld, waarvan 8 voor strafdossiers die vóór 1 september 2003 werden geopend 11:





Bevoegdheidsgrond

Aantal vermeldingen in een proces-verbaal van aanhangigmaking




2003 - 2004

2002 - 2003

misdaden en wanbedrijven tegen de veiligheid van de Staat

0

0

bedreiging met een aanslag of diefstal van kernmateriaal, de diefstal of afpersing van kernmateriaal en de strafbare inbreuken inzake de externe beveiliging van kernmateriaal

0

0

georganiseerde mensenhandel en mensensmokkel

37

28

Illegale wapenhandel

1

1

ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht

9

45

bendevorming en criminele organisatie

92

65

veiligheidscriterium

65

20

geografisch criterium

92

41

Eén proces-verbaal van aanhangigmaking kan tegelijkertijd verschillende bevoegdheidsgronden aanstippen. Bijvoorbeeld worden de bevoegdheidsgronden ‘bendevorming’ of het ‘geografisch criterium’ vaak supplementair aan andere bevoegdheidsgronden vermeld.

3.1.7 Meerwaarde
De federale procureur kan slechts de strafvordering uitoefenen als “indien een goede rechtsbedeling het vereist”. Dat wordt “meerwaarde” genoemd.
De 165 processen-verbaal van aanhangigmaking laten ook toe een goed beeld te bekomen van de meerwaarde die de uitoefening van de strafvordering door de federale procureur rechtvaardigt:


Omschrijving van de meerwaarde

Aantal vermeldingen in een proces-verbaal van aanhangigmaking




2003 - 2004

2002 - 2003

De coördinatie van de uitoefening van de strafvordering of het vergemakkelijken van de internationale samenwerking lijkt niet te volstaan of vergt dermate veel inspanningen dat het efficiënter is zelf de strafvordering uit te oefenen



68



56

In hoofde van het federaal parket bestaat een bijzondere expertise die op het lokale vlak niet in gelijke mate voorhanden is, om reden van bijvoorbeeld de aard van het misdrijf (bijvoorbeeld terrorisme, internationale wapenhandel of ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht)

152

83


De federale procureur heeft zich reeds gelast met strafdossiers inzake soortgelijke feiten, dadergroeperingen of criminele fenomenen

135

69

Het is van belang hierbij aan te stippen dat één proces-verbaal van aanhangigmaking meerdere van bovenvermelde criteria (efficiëntie, bijzondere expertise en panoptisch zicht) kan bevatten.


3.1.8. Vonnissen en arresten
Het eerste vonnis in een dossier van het federaal parket werd op 25 juni 2003 uitgesproken. Het zal dus ingevoegd worden in de statistieken met betrekking tot de periode gedekt door onderhavig verslag.
Een volledige tabel van de uitgesproken vonnissen en arresten is bijgevoegd (bijlage C).


Vonnissen

Correctionele rechtbank

Aantal verdachten

totaal gevangenen niet

verschijnend

20

Brussel 13

Brugge 2

Gent 1

Hasselt 2

Turnhout 1

Furne 1

65

5

18

2

1

13

104

28

4

13

5

50

12
2

1

15

Opsplitsing van de vonnissen per materie
Rondtrekkende dadergroeperingen 2 Moordpoging 1

Ontvoering/gijzelneming 1 Terrorisme 2

Springstoffen (bezit) 1 Mensenhandel 5

Drugs 4 Militaire bevoegdheden 3


Straffen uitgesproken in eerste aanleg

10 jaar 1

9 jaar 3

8 jaar 7

7 jaar 6

6 jaar 5

5 jaar 22

4 jaar 10

42 maanden 2

40 maanden 3

3 jaar 9

30 maanden 2

2 jaar 12

15 maanden 1

1 jaar 4

12 maanden 2

- 6 maanden 1

opschorting 2

schuld 2

vrijspraken 8

Arresten

Hof van beroep

Assisenhof

Hof van cassatie

14

Brussel 6

Gent 2

Bergen 2

4




Assisenhof van Henegouwen

Beschuldigden Aangehoudenen Uitgesproken straffen

9

3

25 jaar 2

20 jaar 1

15 jaar 1

10 jaar 1

5 jaar 1

12 maanden 2

Vrijspraak

2



3.2. Interpretatie van de meerwaarde

Het begrip “meerwaarde” voor de uitoefening van de strafvordering door het federaal parket werd in een eerste fase erg ruim geïnterpreteerd. In die zin werd soms tot federalisering van dossiers overgegaan omdat, omwille van capaciteitsproblemen ontstaan door de aanwijzing van magistraten uit zijn korps tot federale magistraat, hierom werd verzocht door de procureur des Konings of de procureur-generaal. Dit was voornamelijk het geval voor strafdossiers die werden gefederaliseerd, afkomstig van het parket te Brussel en van het parket-generaal te Bergen.


Sindsdien wordt het criterium van de meerwaarde terug in de geest van de wet en dus veel strikter geïnterpreteerd.
3.3. Uitsluitinggrond voor wat de leden van gemeenschaps– of gewestregeringen en ministers betreft
De procureur kan de strafvordering niet uitoefenen ten aanzien van leden van een gemeenschaps- of gewestregering en van ministers.
Laatstgenoemde uitsluitinggrond diende te worden ingeroepen in 1 dossier: het proces-verbaal ervan werd aan de procureur-generaal te Brussel tot beschikking toegezonden.
3.4. Dringende maatregelen

De federale procureur dient alle dringende maatregelen te nemen die met het oog op het uitoefenen van de strafvordering noodzakelijk zijn en dit zolang een procureur des Konings/arbeidsauditeur zijn wettelijk bepaalde bevoegdheid niet heeft uitgeoefend. De federale procureur oefende regelmatig (niet berekenbaar) deze bevoegdheid uit. Bijvoorbeeld in het kader van ontvoeringen in het buitenland, terroristische dreigingen en internationale gecontroleerde en bewaakte af – en doorleveringen met onbekende bestemming in België. In de meeste gevallen werd, zodra de zaak lokaliseerbaar werd, het strafdossier aan de bevoegde procureur des Konings tot beschikking toegezonden.
3.5. Nietigheidsgronden
Er werd tot op heden in geen enkel federaal strafdossier enige nietigheid inzake de bevoegdheidsverdeling tussen de federale procureur en de procureur des Konings/arbeidsauditeur/procureur-generaal opgeworpen.

4. De coördinatie van de strafvordering
4.1. Statistieken

In de periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004 werd veelvuldig een beroep gedaan op de federale procureur om de uitoefening van de strafvordering te coördineren. De federale procureur oefent zijn coördinatieopdracht uit ten aanzien van alle misdaden of misdrijven.
4.1.1. Beknopt overzicht van de coördinatievergaderingen
Onderhavige tabel bevat slechts de oorspronkelijke vergaderingen, die vaak door nakomende ad hoc vergaderingen werden gevolgd.


datum

vragende

parket/


politiedienst

materie

betrokken parketten

onderzoeksrechters

03.09.2003

15.10


PG (BR)

urbanisme:

illegale plaatsing van reclameborden



3 PG (BR,GE,AN)

+ alle Nederlandstalige parketten

(behalve TU en HA)





05.09

GE

rondtrekkende dadergroeperingen

AN, BR,GE, LE

BR, LE 

22.10.

GE

diefstal van ladingen

AN, GE, VE, BR, LE

BR, GE, LE

19.11

MO

drugshandel

MO, TN




19.11

HA, KO

namaak van de €

AR, BG, DI, HA, IE, KO, LI, ME, MO, NA, OU, TG, VE




19.11

NA

hold-up met explosieven

CH, NA, TN, MA

CH, MA, NA, TN

15.12.

HA

vernielingen van radartoestellen

HA, LE, TG, TU




16.12

VE

diefstallen in garages

BG, VE

VE

28.01.2004

DGJ/DJC

mensensmokkel

(Aziatisch milieu)



AN, BG, OU

+ arbeidsaud. : AN, BR



BG

17.02

MO

drugshandel

BR, LI, MO, TN

MO

23.02

HU

diefstal met list

CH, HU, NA, NI




03.03

DGJ/DJB

voertuigenzwendel

NI




15.03

DGJ/DJB

ramkraken

NA, NI

NA

22.03

DI

gewapende over-vallen (banken)

CH, DI, LI, MA

DI, MA

11.05

IE

voertuigenzwendel

CH, DE, IE, VE




08.06

DGJ/ DJB

diefstal met gaatjes boren

BR, CH, DI, NA, NE, NI, VE




08.06

VE

gewapende overvallen (benzinestations)

AN, EU, GE, HA, TG, TU, VE

TG

14.06

LI

drugshandel

HU, LI, TG, VE

TG

16.06

LE

financiële deliquentie

BR, LE




21.09

LI

moorden, gewapende overvallen

PG (LI)

BR, LI, VE






11.10

DE

mensensmokkel

BG, BR, DE





22.10

OU

witwassen

AN, OU


OU

09.11

LE

mensensmokkel

BR, HA, LE





24.11


DGJ/DJB

diefstal van luxe voertuigen

TU, VE

+ 1 Nederlandse parket






24.11


DGJ/DJB

financiële misdrijven

AN-BR-LE-KO-TG






      1. Coördinatievergaderingen die tot de uitvoering van de strafvordering door het federaal parket hebben geleid

De coördinatievergadering heeft bovendien in bepaalde gevallen (naast de coördinatie van verschillende reactieve onderzoeken, de duidelijke afbakening van elk van deze onderzoeken en de verzekering van een snelle en doeltreffende informatiewisseling tussen de betrokken parketten en politiediensten) geleid tot de opening van een afzonderlijk federaal onderzoek inzake de onderliggende georganiseerde criminaliteit.


Tenslotte toen gebleken is dat de coördinatie niet zou lukken, onvoldoende zou zijn of het verwachte resultaat niet zou opleveren, heeft de federale procureur beslist de strafvordering zelf uit te oefenen.
Het informaticasysteem dat thans op het federaal parket in gebruik is, maakt het niet mogelijk om de gegevens met betrekking tot deze gevallen te becijferen.
4.2. De rol van de centrale directies van de algemene directie van de gerechtelijke politie (DGJ)
4.2.1. Algemene benadering
De lezer wordt naar het eerste jaarverslag verwezen (dat de periode van 21 mei 2002 tot 31 augustus 2003 dekte) met betrekking tot de omschrijving van de rol van de centrale directies van de algemene directie van de gerechtelijke politie (DGJ).
Bij elke aanvraag tot coördinatie vraagt de federale magistraat aan DGJ een analyse van de aanvraag te verrichten.
In het eerste jaarverslag werd vermeld dat « het soms een probleem stelt voor DGJ (centrale diensten) op zeer korte termijn een volledige analyse aan het federaal parket ter beschikking te stellen ».
Naar aanleiding van deze vaststelling en de aanbevelingen in het eerste jaarverslag heeft de d.d. federale procureur in december 2003 de gerechtelijke directeur-generaal en al zijn directeurs uitgenodigd op een vergadering op het federaal parket waarop alle federale magistraten aanwezig waren.

Deze vergadering had tot doel de werking van de centrale diensten van DGJ en die van het federaal parket op elkaar af te stemmen.


De bijzondere inspanning die door de geïntegreerde politie geleverd werd om een betere informatiedoorstroming te bekomen, vanaf de lokale politiediensten en de GDA’s naar het centrale niveau van de federale politie via de arrondissementele informatiekruispunten (AIK’s) is merkbaar en begint zijn vruchten af te werpen.
De federale magistraat die een coördinatievergadering voorzit, beschikt nu, meer dan voorheen, over een beter totaalbeeld en panoptisch zicht van het geanalyseerde fenomeen. Dat zou trouwens de toegevoegde waarde aan de deelnemers van de coördinatievergadering moeten betekenen.
De verbetering van deze specifieke ondersteuning van DGJ voor het federaal parket moet nog voortgezet worden. Er zal permanent aandacht aan besteed worden.

4.2.2. Benadering per materie


Er werden veel contacten opgenomen met deze centrale diensten door de federale magistraten van de eenheden van de afdeling strafvordering van het federaal parket.

Systemen van informatiewisseling werden door de federale magistraten van verschillende eenheden op punt gesteld.


Voorbeelden daarvan zijn:
4.2.2.a. Op vlak van verdovende middelen
Maandelijks ontmoeten de drie magistraten van de eenheid “verdovende middelen” van het federaal parket de centrale dienst “drugs” van DGJ.
Het valt hier op te merken dat de capaciteit van de centrale dienst « drugs » teveel lijkt opgeëist te worden door de werklast met betrekking tot de uitvoering van internationale verzoeken, ten nadele van de strategische analyses en de operationele ondersteuning aan de Belgische dossiers, zowel op het vlak van de uitoefening van de strafvordering als op het vlak van de coördinatie.
4.2.2.b. Op vlak van rondtrekkende dadergroeperingen
De directie van de bestrijding van de criminaliteit tegen goederen (DGJ/DJB) zendt regelmatig het federaal parket een volledig analyserapport toe van het fenomeen van de rondtrekkende dadergroeperingen actief in België.

Deze gegevens worden door het federaal parket nauwkeurig geëxploiteerd. Een optimale exploitatie van deze analyses kan verwacht worden met de komst van 4 federale magistraten in het raam van de kaderuitbreiding die in de loop van het laatste trimester van 2005 een concrete vorm zou moeten aannemen.


In andere materies werden systemen van informatie-uitwisseling uitgewerkt.

4.3. Optimalisering van de coördinatie

De inwerkingstelling van de coördinatieopdracht leidt nog tot twee bijkomende vaststellingen.

4.3.1. inzake de uitoefening van de strafvordering
De tendens die in het eerste jaarverslag werd uiteengezet, wordt bevestigd.
Naarmate de andere bevoegdheden van het federaal parket aan belang winnen, met name de uitoefening van de strafvordering, gebeurt dat ten koste van zijn coördinatieopdracht.
De parketten moeten zich bewust zijn van de moeilijkheden van het federaal parket om zich met een groot aantal dossiers te gelasten met het oog op de uitoefening van de strafvordering: beperkt kader van magistraten, verplaatsingsproblematiek, enz.

4.3.2. coördinatietechniek


De coördinatie blijft onmiskenbaar één van de belangrijkste opdrachten van het federaal parket en is zeer belangrijk voor de gecoördineerde werking van het openbaar ministerie.
Deze opdracht is nog steeds primordiaal en moet nog geoptimaliseerd worden.
Het beleid van de federale procureur, dat reeds in het vorige jaarverslag uiteengezet was en dat een welberedeneerde en goed gecommuniceerde, doch dwingende tussenkomst van de federale procureur ten aanzien van de betrokken parketten en/of arbeidsauditoraten in het kader van de coördinatievergaderingen nastreeft, blijft actueel.
Het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat zulke dwingende tussenkomst slechts mogelijk is ‘behoudens andersluidende beslissing van de bevoegde procureur-generaal.
In overeenkomst met de raad van procureurs des Konings, ingeval er aanwijzingen zouden zijn dat de coördinatie niet zal lukken, onvoldoende zal zijn of het verwachte resultaat niet zal opleveren na kennisneming van de standpunten van de vertegenwoordigers van de betrokken parketten, zal de federale procureur om de persoonlijke tussenkomst van de korpschefs van de betrokken parketten verzoeken, vóór alle tussenkomst van de procureur-generaal.


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20

  • 3.2. Interpretatie van de meerwaarde
  • 3.4. Dringende maatregelen
  • 4. De coördinatie van de strafvordering 4.1. Statistieken
  • 4.3. Optimalisering van de coördinatie

  • Dovnload 0.99 Mb.