Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van de federale procureur aan het College van procureurs-generaal periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004

Dovnload 0.99 Mb.

Verslag van de federale procureur aan het College van procureurs-generaal periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004



Pagina5/20
Datum04.04.2017
Grootte0.99 Mb.

Dovnload 0.99 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20

5.4. Betrekkingen met de buitenlandse gerechtelijke autoriteiten



5.4.1. Statistieken met betrekking tot de algemene ondersteuning inzake internationale samenwerking

De hierna vermelde cijfers bevatten enkel de rechtshulpverzoeken die aan het federaal parket als contactpunt voor de buitenlandse gerechtelijke overheden werden gericht en vertegenwoordigen dus maar een deel van de rechtshulpverzoeken aan België.



1. aantal verzoeken om ondersteuning vanwege buitenlandse gerechtelijke autoriteiten:
in 2002/2003 : 764

in 2003/2004 : 685

2. aantal landen dat het federaal parket om steun heeft gevraagd:
2002/2003 2003/2004
- Schengenlanden: 11 12

- andere Europese landen: 15 14

- landen buiten Europa: 13 14
totaal: 39 40

3. voorwerp van de verzoeken om steun uitgaande van de buitenlandse gerechtelijke autoriteiten
2002/2003 2003/2004
- vragen over internationale rechtshulpverzoeken: 533 561

5.4.2. Statistieken over internationale rechtshulpverzoeken uitgaande van het buitenland
Aantal aan het federaal parket gerichte rechtshulpverzoeken per verzoekende Staat:

2002/ 2003/ 2002/ 2003/

2003 2004 2003 2004
Schengenlanden: 352 460 Europese landen buiten Schengen: 137 105

Nederland: 137 197 Verenigd Koninkrijk: 102 71

Duitsland: 114 91 Zwitserland: 8 6

Frankrijk: 48 80 Rusland: 7 5

Italië: 20 13 Noorwegen: 3 6

Luxemburg: 14 20 Polen: 3 2

Spanje: 8 7 Roemenië: 3 1

Zweden: 4 43 Bulgarije: 2 2

Finland: 3 1 Tsjechië: 2 1

Griekenland: 2 1 Oekraïne: 2 3

Oostenrijk: 1 1 Albanië: 1 1

Denemarken: 1 4 Estland: 1 2

Portugal: 0 2 Hongarije 1 2

Letland: 1 / Slovenië: 1 1

Servië: / 1

Lichtenstein: / 1

2002/ 2003/ 2002/ 2003/

2003 2004 2003 2004

landen buiten Europa : 39 37
Australië: 0 1

Verenigde Staten: 11 13 Algerije: 1 0

Canada 7 2 Angola 1 0

Congo: 5 2 Burkina Fasso: 1 0

Israël: 5 2 Mauritanië: 1 0

Hong-Kong: 2 0 Nieuw-Zeeland: 1 0

Thailand: 2 1 Paraguay: 1 0

Oekraïne: 0 2 Peru: 1 1

ICTR: 0 8 Turkije: 0 3

Colombië: 0 1 Cyprus: 0 1

5.4.3. Analyse van de opdracht van het federaal parket tot ondersteuning van de buitenlandse gerechtelijke autoriteiten voor wat hun rechtshulpverzoeken betreft: meerwaarde en ondervonden moeilijkheden
5.4.3.a. toesturen van RHV aan het federaal parket:
meerwaarde:
De praktijk toont verder aan dat het gebruik van het federaal parket als ingangspunt voor België van buitenlandse rechtshulpverzoeken voor merkelijke tijdswinst bij de tenuitvoerlegging ervan zorgt, en dit voor de talrijke redenen uiteengezet in het eerste activiteitenrapport.

Praktische moeilijkheden:

Het eerste activiteitenrapport van het federaal parket stipte reeds de moeilijkheden aan in de gevallen waarin de rechtshulpverzoeken per fax aan het federaal parket worden toegestuurd.


Inderdaad, in de grote meerderheid van de gevallen wordt een internationaal rechtshulpverzoek per fax naar het federaal parket gestuurd en wordt nadien geen origineel meer per post.
Hoewel dat geen moeilijkheden oplevert indien uit de tekst duidelijk blijkt dat het federaal parket de enige geadresseerde is van het rechtshulpverzoek, kan het daarentegen wel moeilijkheden opleveren, als het RHV gericht is « aan de bevoegde Belgische gerechtelijke autoriteiten » en de plaats waar het ten uitvoer moet worden gelegd lokaliseerbaar is, want dan stelt zich de vraag of het origineel niet per post naar het bevoegde parket werd gestuurd, in toepassing van de rechtstreekse overhandiging tussen gerechtelijke overheden.

Dit probleem doet zich vooral voor als gebruik werd gemaakt van het politiekanaal (Interpol) voor het toesturen van een kopie van het RHV aan het federaal parket.


Om een dubbele parallelle behandeling van het RHV te vermijden, moet erop toegezien worden dat hetzelfde verzoek niet bij een andere gerechtelijke autoriteit aanhangig is gemaakt.

Dergelijke moeilijkheden hebben zich nog voorgedaan in de referentieperiode van huidig activiteitenverslag.


Niettemin werd aan de aanbevelingen tegemoetgekomen die in het vorige activiteitenverslag gedaan werden, zoals de elektronische centralisering van alle aan België gerichte rechtshulpverzoeken, in de wet van 9 december 2004 betreffende de wederzijdse internationale rechtshulp in strafzaken die op 3 januari 2005 in voege is getreden. De wet bepaalt dat de parketten verplicht zijn een kopie van alle binnenkomende en uitgaande rechtshulpverzoeken naar de dienst rechtshulp van de FOD Justitie te sturen.
Deze verplichting zal het de FOD Justitie op termijn mogelijk maken om de gerechtelijke autoriteiten, en het federaal parket meer in het bijzonder, inlichtingen te verstrekken over elk rechtshulpverzoek dat aan België is gericht of van België uitgaat.


5.4.3.b. uitvoering van RHV tot huiszoekingen in verschillende gerechtelijke arrondissementen
Het vorige activiteitenverslag maakte reeds gewag van de moeilijkheden bij een gecentraliseerde uitvoering van een buitenlands rechtshulpverzoek tot huiszoekingen in verschillende gerechtelijke arrondissementen.
Ingevolge artikel 11 al. 2 van de wet op de uitlevering zullen de aan België gerichte internationale rechtshulpverzoeken tot huiszoekingen en/of inbeslagnemingen pas uitgevoerd kunnen worden na uitvoerbaar te zijn verklaard door de raadkamer van de plaats waar de huiszoekingen en inbeslagnemingen plaats moeten vinden.
Ingevolge artikel 11 al. 3 van dezelfde wet moet de raadkamer van de plaats waar de stukken in beslag moeten worden genomen, beslissen of het al dan niet aangewezen is om ze naar de buitenlandse gerechtelijke overheid door te sturen.
Is de eerste bepaling niet van toepassing op internationale RHV uitgaande van de Beneluxlanden, de tweede bepaling geldt voor alle internationale rechtshulpverzoeken.
Deze beide bepalingen vormen een hinderpaal voor het centraliseren bij één enkele onderzoeksrechter van de tenuitvoerlegging van een internationaal rechtshulpverzoek.

Als het van een Beneluxland uitgaat, dan is de verplichte tussenkomst van de raadkamer in de fase van het doorsturen van de in beslag genomen stukken bron van belangrijke moeilijkheden.


Bijgevolg blijft de aanbeveling die in het vorige activiteitenverslag werd gedaan nog altijd geldig.


Aanbeveling:
Alinea’s 2 en 3 van artikel 11 van de uitleveringswet van 15 maart 1874 schrappen om het mogelijk te maken dat de centralisering van de tenuitvoerlegging van een internationaal rechtshulpverzoek bij één enkele onderzoeksrechter mogelijk wordt.

Wat de toepassing van het artikel 11 van de uitleveringswet betreft, was het in bepaalde gerechtelijke arrondissementen gebruikelijk om het exequatur te vragen van rechtshulpverzoeken tot telefoontap of opsporen van telecommunicaties. De elektronische drager met de gegevens of registraties van de telefoonoperator werd beschouwd als overtuigingsstuk dat in beslag moest worden genomen.
Na tussenkomst van de federale procureur heeft de procureur-generaal van Gent op 9 december 2004 een circulaire uitgegeven waarin verduidelijkt wordt dat voornoemd artikel 11 niet van toepassing was.

Er werd aan deze regel herinnerd in de circulaire van het college van procureurs-generaal COL 4/2005 inzake de wederzijdse rechtshulp in strafzaken.

5.4.3.c. de grensoverschrijdende operaties
Sedert 16 mei 2003, datum waarop de wet op de bijzondere onderzoeksmethoden van kracht werd, valt elk internationaal rechtshulpverzoek dat te maken heeft met een grensoverschrijdende observatie, een gecontroleerde of bewaakte door- of aflevering, ambtshalve onder de toepassing van deze wet, enkel en alleen vanwege het internationaal karakter ervan.
Het van kracht worden van deze wet heeft een aanpassing met zich gebracht van de administratieve en elektronische behandeling van die dossiers op het federaal parket.

Een vergelijking met de statistische gegevens uit de referentieperiode van het vorige activiteitenverslag is daarom niet relevant.



1. aantal grensoverschrijdende operaties per land:
SCHENGENLANDEN NIET-SCHENGEN LANDEN

2003/ 2003/

2004 2004
- Nederland: 41 - Verenigd Koninkrijk: 20

- Duitsland: 30 - Ierland: /

- Frankrijk: 12 - Noorwegen: 1

- Italië: 1 - Canada: /

- Luxemburg: 2 - Denemarken: 2

- Spanje: / - Australië: 1

- USA: 3

- Israël: 1
totaal : 86 totaal: 28
algemeen totaal 114 (= 101 observaties en 13 infiltraties)
2. belangrijkste strafzaken waarop de grensoverschrijdende operaties betrekking hebben:
2003/2004
- drugs: 67

- douane en accijnzen: 10

- diefstal: 10

- moord: 3

- mensenhandel: 6

- wapens: 4

- criminele organisatie: 5

- valsheden: 5

- witwassen: 5

- heling: 1

- gijzeling: 1

- terrorisme: 1
Een zelfde verzoek kan betrekking hebben op verschillende misdrijven.
Opmerkingen:
Voornoemde cijfers hebben betrekking op het aantal grensoverschrijdende operaties en niet op het aantal toelatingen dat het federaal parket heeft gegeven.

Er kunnen in een zelfde dossier verschillende toelatingen worden afgeleverd: verlenging, uitbreiding, wijziging.

Op de 114 dossiers werden er 264 toelatingen door het federaal parket afgeleverd. Het administratief werk ingevolge het van kracht worden van de wet op de bijzondere opsporingsmethodes is dus aanzienlijk.
Het staat vast dat 30% van de grensoverschrijdende operaties waarbij om een toelating werd gevraagd hebben uiteindelijk niet plaatsgevonden. Het bijkomende administratief werk ingevolge de wet op de bijzondere opsporingsmethodes is in dergelijk geval vergeefs, aangezien de buitenlandse gerechtelijke overheid de stukken nooit zal opvragen en in elk geval geen inzagerecht heeft in het vertrouwelijke dossier dat in België wordt geopend.
In de praktijk wordt aangenomen dat, als de federale magistraat verneemt dat de observatie waarvoor hij mondelinge toestemming heeft gegeven, maar nog niet schriftelijk bevestigd is, niet heeft plaatsgevonden, hij geen vertrouwelijk dossier opent en de verschillende formulieren niet opstelt.

5. 4.4. Bilateraal of multilateraal overleg met de gerechtelijke overheden van Lidstaten of derde Staten
Verschillende overlegvergaderingen met de gerechtelijke (en politionele) overheden van Nederland, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk hebben in de referentieperiode plaatsgevonden. Deze overlegvergaderingen die een meer algemene benadering betreffen of verband houden met een specifiek thema komen zich nog voegen bij de operationele vergaderingen die regelmatig in het kader van specifieke dossiers worden gehouden.
5.4.4.a. Bilateraal overleg met de buurlanden


  1. met Nederland

vergadering met betrekking tot de problematiek van het « vuurwerk »


Het probleem van het vuurwerk is nog altijd een nationale prioriteit voor Nederland ingevolge de ramp in Enschede in het jaar 2000: veel Nederlanders komen zich in verschillende Belgische bedrijven van vuurwerk voorzien om die daarna illegaal in te voeren; zij omzeilen aldus het verkoops- en opslagverbod van dat soort materiaal in Nederland.
Er zijn in de betrokken periode op het federaal parket drie vergaderingen gehouden: op 16 oktober 2003, op 24 maart en 20 oktober 2004.

Op die vergaderingen waren, naast een federaal magistraat, de Nederlandse officier van justitie op landelijk niveau verantwoordelijk voor de problematiek, de magistraten van de betrokken Belgische parketten, de verantwoordelijke Nederlandse politiemensen en de directeur van het programma « milieu » van de federale politie en één van zijn adjuncten aanwezig.

Doel van die vergadering is essentieel de contacten tussen de Nederlandse en Belgische gerechtelijke overheid te vergemakkelijken, steun te bieden bij het opmaken van de internationale rechtshulpverzoeken die de Nederlandse autoriteiten opmaken even vóór de systematische controleperiode (van 1 september tot 31 december) en de tenuitvoerlegging ervan te coördineren.


  1. Met Frankrijk

Instantie Belgisch-Frans overleg inzake grensoverschrijdende gerechtelijke samenwerking


Er werd een federale magistraat aangesteld om aan de vergaderingen deel te nemen van dat overlegplatform dat opgericht werd op initiatief van de procureurs-generaal van Bergen, Gent en Douai en dat de verbetering nastreeft van de grensoverschrijdende gerechtelijke samenwerking in de strijd tegen de grensoverschrijdende criminaliteit.

Deze vergaderingen hadden plaats op 17 december 2003 en op 23 juni 2004.


overlegvergadering –Schengenverdrag
Op 24 juni 2004 heeft het federaal parket, samen met de procureur-generaal van Douai, een tweede werkvergadering belegd waaraan de procureur-generaal van Douai en één van zijn magistraten, een vertegenwoordiger van het parket-generaal van Gent, de procureurs van de Republiek van Rijsel en Duinkerke, de procureurs des Konings van Doornik en Bergen, evenals vertegenwoordigers van de Franse en Belgische politiediensten uit de grensregio’s deelgenomen hebben.

De vragen die op de eerste vergadering van 23 mei 2003 aan bod waren gekomen kregen hier hun verder beslag.


3. met het Verenigd Koninkrijk
In het kader van zijn opdracht tot vergemakkelijken van de internationale samenwerking kreeg het federaal parket in september 2004 van verschillende Belgische gerechtelijke autoriteiten te horen dat er moeilijkheden waren bij de tenuitvoerlegging van aan Groot-Brittannië gerichte RHV.
In samenwerking met het parket-generaal van Gent en de dienst internationale gerechtelijke samenwerking in strafzaken van de FOD Justitie heeft het federaal parket een lijst van die rechtshulpverzoeken opgemaakt.
De centrale overheid van het Home Office van het Verenigd Koninkrijk stemde erin toe om een delegatie bestaande uit de federale procureur, de federale magistraat coördinator van de sectie internationale samenwerking en een lid van de dienst gerechtelijke samenwerking van de FOD Justitie op 26 januari 2005 in Londen te ontvangen.
Op 22 maart 2005 werd er in Brussel een informatievergadering gehouden.

5.4.4.b. Multilateraal overleg
1. met Nederland en Duitsland
Er werd een trilateraal overlegplatform EUREGIO (België, Nederland, Duitsland) opgezet in 2002, op initiatief van Nederland. Deze werkgroep verenigt magistraten van parketten in de grensstreek van België (Eupen, Luik, Tongeren en Verviers), Duitsland (Aken) en Nederland (Roermond en Maastricht).
Het federaal parket heeft verschillende keren aan vergaderingen van die groep deelgenomen. Ze hebben onder meer geleid tot het opstellen van een jaarboek en een vademecum over de samenwerking tussen de grensstreken van genoemde landen en tot het inrichten van een seminarie in oktober. Het seminarie had tot doel ervaringen uit te wisselen en de samenwerking in operationele dossiers te verbeteren. Deze groep heeft eveneens, op initiatief en met de exclusieve financiële steun van Nederland, een bureau internationale samenwerking opgericht om de behandeling van rechtshulpverzoeken en grensoverschrijdende operaties te vergemakkelijken.
Dit initiatief beantwoordt duidelijk aan de verwachtingen van magistraten en politiemensen van de EUREGIO.
Het federaal parket neemt voornamelijk aan deze vergaderingen deel om erop toe te zien dat er geen parallel werk wordt geleverd met andere groepen actief op dat vlak en om te vermijden dat er parallelle kanalen inzake internationale samenwerking worden opgezet.

Inderdaad bestaat het gevaar dat dit initiatief parallel gaat opereren met andere structuren zoals het EJN, Eurojust en het federaal parket. De vermenigvuldiging van dergelijke regionale initiatieven zou op termijn de rationaliseringsinspanningen door de bestaande instanties teniet kunnen doen en het risico op parallelle behandeling doen toenemen.


2. met Nederland, Frankrijk en Groothertogdom Luxemburg
De federale magistraten van de eenheid “drugs” nemen deel aan de werken van het strategisch overleg « Hazeldonk ».
Dit overleg dat op regelmatige tijdstippen tussen België, Nederland en het Groothertogdom Luxemburg plaatsvindt wil de politieacties inzake bestrijding van het drugstoerisme coördineren.

De federale magistraten van de eenheid “drugs” van het federaal parket nemen deel aan de jaarlijkse vergaderingen die afwisselend in elk van de betrokken landen gehouden worden. De laatste vergadering in de referentieperiode vond plaats in Senningen (GHL) op 21 oktober 2004.


De groep « Hazeldonk » is op 12 september 2003 naar Parijs geweest in het kader van een operationeel dossier.
Het federaal parket was ook vertegenwoordigd op het seminarie betreffende het “A Team” (gemengde Nederlandse en Franse politieteams in het kader van gecoördineerde operaties “Hazeldonk”) dat op 9 november 2004 in Brussel werd gehouden.
5.4.4.c. Overleg met de landen van buiten de Europese Unie
Het federaal parket werd in de referentieperiode niet uitgenodigd om deel te nemen aan bilateraal overleg met de gerechtelijke autoriteiten van niet-Europese landen.

5.4.5. Geprivilegieerde contacten met de nationale parketten en de gespecialiseerde parketten van de andere Europese landen
5.4.5.a. Met Nederland
Het federaal parket onderhoudt geprivilegieerde contacten met het Landelijk Parket Nederland. De magistraten van die parketten hebben regelmatig contact met de federale magistraten, voornamelijk in het kader van operationele dossiers, meer specifiek in het kader van het terrorisme.
5.4.5.b. Met Duitsland
Eén keer per jaar wordt de federale procureur uitgenodigd om in Karlsruhe deel te nemen aan de werkdagen terrorisme van de Duitse federale procureur en de Duitse procureurs-generaal.

De federale procureur woonde de vergadering van 17 november 2004 bij. Hij heeft er de wetgevende ontwikkelingen in België inzake de bestrijding van terrorisme en de internationale gerechtelijke samenwerking uiteen kunnen zetten. De procureurs-generaal of federale procureurs van Oostenrijk, Zwitserland, Luxemburg en Nederland zijn daar eveneens vertegenwoordigd .


5.4.5.c. Met Roemenië
Op 10 december 2004 heeft een afvaardiging van Roemeense magistraten, onder wie de adjunct-procureur van het nationale parket anti-corruptie een bezoek gebracht aan het federaal parket geweest.
5.4.5.d. Met Zwitserland
De federale procureur heeft de Zwitserse federale procureur of diens medewerkers verschillende keren ontmoet, meer bepaald ter gelegenheid van de wereldtop inzake transnationale criminaliteit die plaatsgevonden heeft in Monaco van 14 tot 16 oktober 2004 of nog tijdens de vergadering in Karlsruhe waarvan sprake onder punt 5.5
5.4.5.e. Met Spanje
De federale procureur heeft verschillende keren operationele contacten gehad met de Spaanse nationale procureur (fiscal jefe de la audiencia national) in het kader van twee Europese aanhoudingsbevelen die door Spanje uitgeschreven werden ten laste van personen die ervan worden verdacht tot de ETA te behoren.
Een federale magistraat belast met de uitoefening van de strafvordering in een dossier ten laste van deze zelfde personen onderhoudt regelmatige en vruchtbare contacten met de Audiencia Nacional, waardoor de uitwisseling van rechtshulpverzoeken vergemakkelijkt wordt.

5.4.5.f. Met Frankrijk
In het kader van hun dossiers onderhouden de federale magistraten belast met het terrorisme contacten met hun collega’s van de anti-terrorismesectie van het parket van Parijs.

5.4.5.g. Perspectieven


Op 31 december 2004 heeft de federale procureur bij de Hoge Raad voor de Justitie een aanvraag tot stage in het buitenland ingediend voor hemzelf en de federale magistraten, in het kader van beurzen door de Koning Boudewijn-stichting toegekend.
Met dit verzoek wil men bepaalde magistraten van het federaal parket in staat stellen enkele dagen in negen Europese nationale of federale parketten te verblijven, met het oog op het verstevigen van de betrekkingen met die parketten. Doelstelling is tot een permanente informatie-uitwisseling te komen.
De Hoge Raad voor de Justitie heeft per brief dd. 14 april 2005 de federale procureur laten weten dat de jury voor de stages van magistraten in het buitenland dit project niet heeft weerhouden.

5.5. Het Europees aanhoudingsbevel

5.5.1. Voorstelling


De wet van 19 december 200312, van kracht geworden op 1 januari 2004, heeft het mechanisme van het Europees aanhoudingsbevel in Belgisch recht omgezet. Deze wet zet dus in Belgisch recht internationale verplichtingen om die voortvloeien uit het kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten13.
5.5.2. Rol van het federaal parket
De wet op het Europees aanhoudingsbevel vertrouwt het federaal parket een aantal bijzondere opdrachten toe. Ze worden hierna uiteengezet.
a. overschrijding van de termijn van 90 dagen

Als wegens uitzonderlijke redenen de definitieve beslissing inzake de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel niet kon worden genomen binnen de 90 dagen vanaf de datum van aanhouding van de persoon, wordt de federale procureur daarvan door het openbaar ministerie op de hoogte gebracht. De federale procureur brengt Eurojust daarna van deze vertraging op de hoogte, met verduidelijking van de redenen daarvan14.


Het federaal parket heeft deze bepaling moeten toepassen in het kader van een procedure die verband hield met een Europees aanhoudingsbevel uitgaande van Spanje ten laste van twee personen die ervan worden verdacht deel te hebben genomen aan aanslagen door de ETA.
b. samenloop tussen verschillende Europese aanhoudingsbevelen

Als verschillende lidstaten van de Europese Unie een Europees aanhoudingsbevel ten laste van dezelfde persoon15 hebben uitgeschreven, wordt de federale procureur eveneens door de bevoegde procureur des Konings op de hoogte gebracht. De raadkamer beslist dan welk aanhoudingsbevel prioritair ten uitvoer moet worden gelegd, op advies van de federale procureur. De federale procureur kan, zo hij het nodig oordeelt, het advies van Eurojust vragen inzake de beste keuze.



Er heeft zich nog geen enkel geval voorgedaan in de betrokken periode.

c. conflict tussen een Europees aanhoudingsbevel en een verzoek tot uitlevering


De federale procureur komt eveneens tussen ingeval er een conflict rijst tussen een Europees aanhoudingsbevel en een verzoek tot uitlevering uitgaande van een derde land16. Hij wordt dan onverwijld door het openbaar ministerie daarvan op de hoogte gebracht. De beslissing welke keuze er wordt gemaakt komt dan toe aan de regering, op advies van de federale procureur en na opmerkingen van de onderzoeksrechter, rekening houdende met alle omstandigheden in de zaak.

Er heeft zich nog geen enkel geval voorgedaan.
d. contactpunten van het Europees Justitieel Netwerk
Aangezien er vijf federale magistraten contactpunten zijn van het Europees Justitieel Netwerk, is het federaal parket eveneens geroepen om een rol te spelen bij de ondersteuning van de nationale gerechtelijke autoriteiten als uitvaardigende overheid om de gerechtelijke autoriteit te identificeren die bevoegd is voor de tenuitvoerlegging mocht die onbekend zijn17.

5.5.3. Interne organisatie


Een magistraat van de afdeling internationale samenwerking werd aangesteld als referentiemagistraat voor de vragen die betrekking hebben op de toepassing van de wet op het Europees aanhoudingsbevel. De federale procureur en de referentiemagistraat zijn de geprivilegieerde gesprekspartners van iedere andere (nationale of buitenlandse) gerechtelijke autoriteit. Ze worden bijgestaan door de andere magistraten van de afdeling ‘internationale samenwerking’ en door een jurist.

5.5.4. Maandelijkse vergadering van de multidisciplinaire werkgroep


Er werd op initiatief van de FOD Justitie een multidisciplinaire werkgroep opgericht. Deze groep waarin mensen uit practici van verschillende diensten (SIRENE-DSO, parket van Brussel, FOD Justitie, parket-generaal van Gent, onderzoeksrechter, federaal parket) zitten, is ermee belast de concrete moeilijkheden te bespreken die rijzen bij toepassing van de wet betreffende het Europees aanhoudingsbevel en daar praktische en efficiënte oplossingen voor uit te werken. Een proces-verbaal van elke vergadering wordt bezorgd aan de groepsleden. Deze werkgroep komt iedere maand bijeen.
5.5.5. Helpdesk – expertise
a. ten overstaan van nationale of buitenlandse gerechtelijke autoriteiten.

Er werd een cel « Helpdesk » opgezet, bestaande uit de federale referentiemagistraat « EAB » en een jurist, ten behoeve van de gerechtelijke autoriteiten, die daar met alle (praktische en juridische) vragen terechtkunnen die ze dienstig achten. De vragen kunnen zowel telefonisch als per e-mail aan de helpdesk worden gericht.



b. Raadpleging-antwoorden op vragenlijsten betreffende het EAB
Het federaal parket wordt regelmatig geconsulteerd over de juridische aspecten van de antwoorden die moeten worden gegeven op de internationale vragenlijsten met betrekking tot het Europees aanhoudingsbevel uitgaande van de Europese Commissie, van het Europees justitieel netwerk, van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie en van de organisatie voor procureurs « Eurojustice ».
c. Deelneming aan seminaries
De federale procureur en de federale magistraten worden regelmatig uitgenodigd om deel te nemen aan seminaries en colloquia over het Europees aanhoudingsbevel, zowel in België als in het buitenland..
In de loop van het jaar 2004 was het federaal parket, als deelnemer of spreker, op de volgende internationale seminaries of colloquia over het Europees aanhoudingsbevel vertegenwoordigd:

  • Madrid, 28 april 2004

  • Dublin, 13 juni 2004

  • Praag, 25 oktober 2004

  • Toledo, 8 november 2004


De federale procureur en een federale magistraat werden ook als spreker uitgenodigd in het kader van opleidingen inzake internationale samenwerking ingericht door de Hoge Raad voor de Justitie.
5.5.6. Statistieken
Voorafgaande opmerking:

Weinig ingewikkelde informatieverzoeken worden telefonisch of per mail afgehandeld zonder dat er een dossier wordt geopend.


Aantal aan het federaal parket toegestuurde Europese aanhoudingsbevelen
Uitgaande van de Belgische gerechtelijke overheid: 46

Uitgaande van de andere Lidstaten: 26
Duitsland: 1 Nederland: 6

Spanje: 7 Polen: 3

Frankrijk: 6 Zweden: 2

Hongarije: 1

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20

  • 5.5. Het Europees aanhoudingsbevel

  • Dovnload 0.99 Mb.