Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van de federale procureur aan het College van procureurs-generaal periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004

Dovnload 0.99 Mb.

Verslag van de federale procureur aan het College van procureurs-generaal periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004



Pagina8/20
Datum04.04.2017
Grootte0.99 Mb.

Dovnload 0.99 Mb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   20

5.8. Centraal contactpunt en expertise



5.8.1. Documentatie
Om zijn opdracht tot het vergemakkelijken van de internationale samenwerking te kunnen volbrengen, legt het federaal parket geleidelijk een gespecialiseerde documentatie aan inzake rechtshulp in strafzaken: referentiewerken, rechtspraak, modellen van internationale rechtshulpverzoeken en specifieke documentatie over de in verschillende landen geldende wetgeving.
Er werden interne richtlijnen uitgewerkt voor de behandeling van rechtshulpverzoeken.

5.8.2. Deelname van de federale procureur en van de federale magistraten aan internationale fora
Om hun voortgezette opleiding te garanderen en een bepaalde expertise te verwerven in de materies die direct onder hun bevoegdheid vallen nemen de federale procureur en de federale magistraten regelmatig deel aan internationale conferenties.
Buiten de verplaatsingen in het kader van de opdrachten tot het vergemakkelijken van internationale samenwerking, de uitvoering van internationale rechtshulpverzoeken of de vergaderingen op Eurojust, Europol of in het raam van het Europees Justitieel Netwerk, hebben de federale procureur en verschillende federale magistraten deelgenomen aan internationale bijeenkomsten of conferenties, in België of in het buitenland, waarvan de voornaamste thema’s hieronder vermeld staan:


  • Europese gerechtelijke samenwerking

  • Internationale gerechtelijke samenwerking

  • Namaak van de Euro

  • Rechtshulp met de Verenigde Staten

  • Europees aanhoudingsbevel

  • Mensenrechten

  • Onderhandelingen bij gijzeling

  • Oorlogsmisdaden, volkerenmoorden en misdaden tegen de mensheid

  • Getuigenbescherming

  • Grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit

  • Strijd tegen de financiering van terrorisme

  • Mensenhandel en illegale immigratie

  • Kinderhandel



6. Toezicht op de algemene en bijzondere werking van de federale politie.

De controle op het informatiebeheer komt in voorliggend activiteitenrapport niet meer aan bod. Zij maakt het voorwerp uit van een speciaal rapport van het controleorgaan informatiebeheer dat voorgezeten wordt door de federale magistraat Yves DE BRAUWERE



6.1. Toezicht op de algemene en bijzondere werking van de federale politie

6.1.1. Algemeen


Dit toezicht is gebaseerd op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, op twee niveaus (hierna WGP genoemd). De artikelen van deze wet met betrekking tot het toezicht van het federaal parket werden in het eerste jaarverslag opgesomd en toegelicht (p.64/172 e.v.).
Het draaiboek met de modellen inzake het toezicht op de federale politie werd als bijlage 7 gevoegd bij het eerste jaarverslag van het federaal parket. Deze modellen worden regelmatig geconsulteerd op het intranet, voornamelijk door de federale magistraten die niet vertrouwd zijn met het toezicht op de werking van de federale politie. Het verdient ook aanbeveling om dit draaiboek regelmatig te verbeteren op basis van de expertise van de toezichtmagistraten.
In het eerste jaarverslag werd het belang van het toezicht op de werking van de federale politie benadrukt. De wetgever had immers specifieke taken van toezicht opgedragen aan de federale procureur zelf en aan enkele ‘toezichtmagistraten’. Bovendien heeft het College van Procureurs-generaal in het advies over het eerste jaarverslag gevraagd om meer inhoud te geven aan het toezicht  op de werking van DGJ in het algemeen, en aan de verhoudingen tussen de componenten in het bijzonder (pagina 4 van het advies). De wijze waarop het toezicht moest worden uitgebouwd werd in het advies niet nader omschreven.
Niettemin werd, zoals gesuggereerd in het vermelde advies, het toezicht, waar mogelijk, systematisch verder uitgebouwd.
Noch de wet, noch de circulaire over het federaal parket bepalen, op enkele uitzonderingen na (bv.arbitrageprocedure)  hoe het toezicht in de praktijk moet worden uitgeoefend. Bijgevolg is de praktijkervaring de leidraad geworden.

Zoals reeds aangegeven in het eerste jaarverslag, heeft de wetgever eerder een punctueel, dossiermatig toezicht gewenst dan een toezicht op de algemene werking (zie ondermeer nieuw art.47quater SV). In de praktijk blijkt echter dat het dossiermatig toezicht moeilijk los te koppelen valt van het algemeen toezicht, zodat er dan ook een brede invulling wordt gegeven aan het wettelijke toezicht. Overigens blijkt ook in 2004 dat er weinig concrete toezichtdossiers aangemeld worden door magistraten of politiediensten. Wel wordt het federaal parket regelmatig gevraagd om een advies te verlenen met betrekking tot een structureel of functioneel probleem waarmee de centrale diensten van de federale politie te kampen hebben. Deze adviezen worden vaak verstrekt in het kader van één van de vele werkgroepen waaraan de federale referentiemagistraat deelneemt. In de loop van 2004 werd nagedacht hoe het toezicht van het federaal parket beter kon georganiseerd worden. Er moest immers meer inhoud worden gegeven aan deze kerntaak van het federaal parket, daarbij natuurlijk rekening houdende met de andere kerntaken.


De federale procureur heeft de optie behouden om twee federale magistraten, die ook instaan voor de internationale samenwerking, met het toezicht te belasten. In het recente organogram van het federaal parket (in voege sinds 2005), werd het toezicht versterkt door een derde federale magistraat met een aantal specifieke toezichtfuncties te belasten. Het toezicht over de verschillende centrale directies van DGJ werd dan ook verdeeld over drie federale magistraten.

Daarbij mag niet uit het oog worden verloren dat talloze vergaderingen van DGJ moeten opgevolgd worden. Bij de taakverdeling van de toezichtfuncties werd erover gewaakt dat, in de mate van het mogelijke, de magistraten die verantwoordelijk waren voor bepaalde strafdossiers niet met toezicht werden belast. Het parket ziet zich hier immers geconfronteerd met een delicate evenwichtsoefening: de samenwerking promoten ( ‘partnerschap’) met de centrale diensten van de federale politie in het kader van zijn verschillende opdrachten (de uitoefening en coördinatie van de strafvordering, het vergemakkelijken van de internationale samenwerking), en tegelijk het toezicht op de werking van de federale politie uitoefenen in deze dossiers. Het blijkt van belang telkens aan de federale politie duidelijk kenbaar te maken in welke hoedanigheid het federaal parket optreedt (dubbele pet).
Het College heeft eveneens gevraagd om niet enkel de algemene werking van DGJ in het oog te houden, maar ook en in het bijzonder de interne verhoudingen tussen de componenten van DGJ.
Het functioneringsmodel dat het licht zag in 2003 werd in 2004 op een andere wijze georganiseerd. Er werd bij dit overleg, waarbij het federaal parket betrokken werd, gestreefd naar meer evenwicht in de verhouding tussen de centrale directeurs en de gerechtelijke directeurs van DGJ (meer inspraak van de gerechtelijke directeurs). Deze nieuwe overlegstructuur werd aan het expertisenetwerk ‘politie’ meegedeeld. Het klopt dat de interne verhoudingen binnen DGJ nauwlettend in het oog moeten worden gehouden om eventuele ontsporingen te vermijden. Een jaarlijkse evaluatie van dit model is noodzakelijk.
In de loop van 2004 is er merkbare vooruitgang geboekt in het kader van de informatieuitwisseling tussen DGJ en het federaal parket, enerzijds, en tussen het federaal parket, als vooruitgeschoven post, en het expertisenetwerk ‘politie’, anderzijds. De federale procureur en de toezichtmagistraten blijven goed geplaatst om de activiteiten van DGJ, voornamelijk de centrale diensten, op de voet te volgen. In de praktijk krijgen wij de agenda en de documentatie van de vergadering van de directeur-generaal met de centrale directeurs om de twee weken toegestuurd, terwijl de belangrijkste informatie aan het expertisenetwerk ‘politie’ wordt doorgespeeld, dat op zijn beurt voor de verdere informatiestroom instaat.
Voor wat de coördinatie van het toezicht op de politiediensten betreft, (samenwerking tussen de verschillende toezichtorganen) kan verwezen worden naar het initiatief van het expertisenetwerk ‘politie’ om de samenwerking te bekijken van de algemene inspectie met het vast comité van toezicht (probleem van protocol en taakverdeling), alsook naar het voorstel (van het federaal parket) om dit belangrijke item te bekijken in het kader van de werking van de federale politieraad.

1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   20

  • 6.1. Toezicht op de algemene en bijzondere werking van de federale politie

  • Dovnload 0.99 Mb.