Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van de federale procureur aan het College van procureurs-generaal periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004

Dovnload 0.99 Mb.

Verslag van de federale procureur aan het College van procureurs-generaal periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004



Pagina9/20
Datum04.04.2017
Grootte0.99 Mb.

Dovnload 0.99 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   20

6.1.2. Het toezicht op de officieren van gerechtelijke politie

De federale procureur oefent, onder het gezag van de minister van Justitie, het toezicht uit op alle officieren van gerechtelijke politie, als zij opdrachten voor het federaal parket uitvoeren.


In het eerste jaarverslag van het federaal parket werd deze toezichtfunctie becommentarieerd. We verwijzen de lezer uitdrukkelijk naar het eerste jaarverslag.
In de periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004 werden geen dossiers geopend met betrekking tot strafrechterlijke vervolging en/of tuchtrechtelijke aanpak van een officier van gerechtelijke politie naar aanleiding van de uitvoering van de opdrachten van het federaal parket.

6.1.3. De federale politieraad


De federale procureur is een vast lid van de federale politieraad20. De bijeenkomsten van de federale politieraad worden voorbereid door de toezichtmagistraten die, zo nodig, de federale procureur als expert vergezellen.

In het vorig jaarverslag werd de werking toegelicht van de federale politieraad in de periode 2002–2003 (pagina 73 en 74/172). Zowel het College van Procureurs-generaal als de Minister van Justitie werden van de werking van de federale politieraad in 2003 en 2004 op de hoogte gebracht, aangezien beide instanties vertegenwoordigd zijn in deze Raad.


Met de komst van een nieuwe voorzitter, de heer Bruggeman, en het overnemen van het administratief secretariaat door het SAT in 2004, werd een nieuwe impuls gegeven aan de federale politieraad. Er werd dus gevolg gegeven aan de aanbeveling ter zake in het vorige jaarverslag (pagina 163/172).
Het federaal parket heeft, in de persoon van de federale procureur, actief deelgenomen aan de werkzaamheden van de federale politieraad (vergaderingen van 18 mei 2004, 21 september 2004 en 23 november 2004).
Vooreerst moet vastgesteld worden dat een aantal aandachtspunten van het federaal parket in het advies van de federale politieraad inzake het nationaal veiligheidsplan 2004-2007 (bijvoorbeeld, de rol van de lokale politie voor opdrachten van federale aard, de opvolging van de taakverdeling tussen de federale en lokale politie, het belang van de beeldvorming bij de informatiegestuurde politie, de algemene problematiek van de informatiehuishouding, de afstemming tussen de toezichtorganen op de politie…) werden overgenomen. Op het niveau van het federaal parket werd dit advies voorbereid door de toezichtmagistraat op de werking van DGJ, die ook lid was geweest van het begeleidingscomité van het nationaal veiligheidsplan.
Het huishoudelijk reglement van de federale politieraad werd aangepast om de werking ervan te optimaliseren (probleem van vereiste aanwezigheidsquorum, persoonlijke aanwezigheid van de leden en mogelijkheden van bijstand door “experten”, enz…).
Een ander belangrijk agendapunt betrof de relaties tussen de inspectie-, toezicht- en controlediensten. Het federaal parket was immers vragende partij om meer afstemming (en minder overlapping) te krijgen tussen de verschillende toezichtorganen, met inbegrip van de toezichtfunctie van het federaal parket zelf (zie pagina 163/172 van het eerste jaarverslag).
In 2004 heeft de federale politieraad nog het probleem aangesneden van de afstemming van de Europese en de nationale prioriteiten (volgens het federaal parket was deze rubriek te summier in het eerste nationaal veiligheidsplan), de uitbreiding van het kader van de algemene inspectie en de relaties tussen het vast comité van toezicht en de algemene inspectie.
Het onderzoek naar de afstemming tussen deze en andere controlediensten werd in 2004 en 2005 voortgezet. Het federaal parket blijft vragende partij om ook door de federale politieraad gehoord te worden met betrekking tot de toezichtfunctie van het federaal parket.
Samenvattend kan gesteld worden dat in 2004 de federale politieraad weloverwogen en genuanceerde adviezen uitgebracht heeft met betrekking tot belangrijke dossiers inzake de algemene werking van de federale en de lokale politie. Op deze wijze vervult deze raad de rol van centraal adviesorgaan van de voogdijministers. Het is van belang dat alle leden van de raad hun verantwoordelijkheid blijven nemen, en er actief aan blijven deelnemen. Dat is wat het federaal parket in 2004 heeft gepoogd.
Volledigheidshalve kan het voorstel van de federale politieraad gesteund worden daar waar aangekondigd werd om ook een advies uit te brengen over het rapport van het begeleidingscomité van de politiehervorming (zie ook voorstel 80 van het vorig jaarverslag, pagina’s 164/172).

6.1.4. De speciale arbitrageprocedure betreffende de verhouding tussen de commissaris-generaal en de directeurs-generaal van de federale politie


Zoals ook voor de periode die door het vorige jaarverslag gedekt werd, heeft de commissaris-generaal voor de periode van 1 september 2003 tot 31 december 2004 opnieuw geen enkel conflict aan het federaal parket gemeld of een vraag om advies in de zin van artikel 100 WGP toegestuurd. Blijkbaar handhaaft de commissaris-generaal zijn politiek om eventuele geschillen in dit verband door onderling overleg met de directeurs-generaal op te lossen.
Het federaal parket wordt niet uitgenodigd op de vergaderingen van de commissaris-generaal met de directeurs-generaal. Het blijft dus moeilijk om rechtstreeks een  specifiek zicht te verwerven op de verhouding tussen de commissaris-generaal en zijn vijf directeurs-generaal. Weliswaar rapporteert de directeur-generaal van de algemene directie van de gerechtelijke politie regelmatig op de vergaderingen met de centrale directeurs, waar de toezichtsmagistraat aanwezig is, over de vergaderingen van de commissaris-generaal. Anderzijds bieden de driemaandelijkse overlegvergaderingen van het College van Procureurs-generaal met de commissaris-generaal, waaraan de federale procureur deelneemt, ook de gelegenheid om zicht te krijgen op de relaties tussen de commissaris-generaal en zijn directeurs-generaal.
In het kader van het toezicht op de algemene en bijzondere werking van de federale politie, wordt voornamelijk gefocust op de werking van DGJ daar waar de werking van DGS (algemene directie van de operationele steun) ook belangrijk is voor de werking van Justitie (dienst van de ANG, de dienst DSU, dienst  DSO enz…).
Het is belangrijk voor de toekomst (2005) om niet enkel het advies van DGJ in te winnen maar ook dat van DGS met betrekking tot de materies waarvoor DGS bevoegd is.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   20

  • 6.1.3. De federale politieraad

  • Dovnload 0.99 Mb.