Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van een wetgevingsoverleg

Dovnload 384.79 Kb.

Verslag van een wetgevingsoverleg



Pagina1/11
Datum03.10.2017
Grootte384.79 Kb.

Dovnload 384.79 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11



VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG


De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat, de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de vaste commissie voor Justitie, de algemene commissie voor Wonen, Wijken en Integratie, de vaste commissie voor Economische Zaken en de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben op 16 november 2009 overleg gevoerd met minister Balkenende van Algemene Zaken, minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat, minister Hirsch Ballin van Justitie en minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de Crisis- en herstelwet (32127).
Van het overleg brengen de commissies bijgaand stenografisch verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,

Jager
De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Koopmans
De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Atsma
De voorzitter de vaste commissie voor Justitie,

De Pater-van der Meer
De voorzitter van de algemene commissie voor Wonen, Wijken en Integratie,

Van Gent
De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,

Timmer
De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Leerdam
De griffier van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,

Sneep

**
Voorzitter: Jager


Aanwezig zijn 11 leden der Kamer, te weten:
Aptroot, Van der Ham, Jager, Koopmans, De Mos, Ouwehand, Roemer, Samsom, Van der Staaij, Vendrik en Wiegman-Van Meppelen Scheppink,
en de heer Balkenende, minister-president, minister van Algemene Zaken, de heer Hirsch Ballin, minister van Justitie, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de heer Eurlings, minister van Verkeer en Waterstaat, en mevrouw Verburg, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Aan de orde is voortzetting van de behandeling van:

- het wetsvoorstel Regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten (Crisis- en herstelwet) (32127).
De voorzitter: Goedemorgen allemaal. Ik heet bijzonder welkom de minister-president en de ministers van Justitie, LNV en Verkeer en Waterstaat. Minister Cramer van VROM laat zich verontschuldigen wegens een verplichting in het buitenland. Ik stel voor, dat iedereen zijn inbreng zo snel mogelijk levert, ook gelet op de geplande tijden. Ik houd dezelfde volgorde aan als tijdens het plenaire debat.

**
Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Een procedurele vraag. In de schriftelijke beantwoording staat dat de minister van LNV een vraag mondeling zal toelichten. Het lijkt mij voor de hand liggen dat dit nu gebeurt.


De voorzitter: De minister laat mij weten dat dit in tweede termijn zal gebeuren. Ik geef u dan de gelegenheid om daarop te reageren, mochten er nog onduidelijkheden overblijven.

**
De heer Vendrik (GroenLinks): Voorzitter. Dit is een bijzondere manier om een debat te voeren. Op maandagochtend zijn wij zo ineens in een tweede termijn verzeild geraakt. Bij zo'n groot en omvattend wetsvoorstel blijft dat een procedure die mijn fractie niet zint. Maar goed, gedane zaken nemen geen keer.

De partijpolitieke kleuring van de aanwezige bewindslieden geven treffend aan hoe het gesteld is met die Crisis- en herstelwet. De heer Eurlings spreekt dat al weer tegen, zie ik. De minister van LNV gaat er echter nog weer eens goed voor zitten. Het geeft al weer aan bij wat voor een wetsvoorstel wij zijn beland.

Dank voor de beantwoording in eerste termijn van de minister-president. Ondanks het nachtelijke uur had hij de vorm te pakken, ook al kan men van mening verschillen over de inhoud van de beantwoording. Afgelopen vrijdag, toen ik nog nagloeide van de eerste termijn, zag ik eindelijk het wetsvoorstel over kilometerheffing van de minister van Verkeer en Waterstaat. Fascinerend dat het er toch is gekomen. Wij gaan dat natuurlijk snel behandelen, in tegenstelling tot het tempo van de voorbereiding, want het moet natuurlijk voor juni 2010 door de Kamer heen. Anders hebben wij geen kabinet meer. Die 35 mld. leidt immers tot verkiezingen.

Over kilometerheffing gesproken, het is mij welkom dat het wetsvoorstel er ligt. Ongeveer op dit moment komt er nog een allerlaatste amendement van mij op tafel dat in de Crisis- en herstelwet vastlegt dat de kilometerheffing als vast onderdeel meegenomen wordt bij het doorrekenen van nut en noodzaak van bepaalde geasfalteerde opties van deze minister van Verkeer en Waterstaat. Ik vraag het kabinet daar in tweede termijn op te reageren. Ik wil niet dat wij asfalt aanleggen zonder de kilometerheffing mee te nemen bij het bepalen van nut en noodzaak en het maken van kosten-batenanalyses. Het lijkt mij logisch, zeker gezien de projecten die de minister in deze wet heeft weten te fietsen, dat wij dat gewoon regelen. Wij moeten niet eerst asfalt aanleggen en pas vele jaren later aan de kilometerheffing denken. Dat moet meegenomen worden in de besluitvorming.

Tot mijn teleurstelling is het vanwege een digitale kink in de kabel niet mogelijk gebleken, een breed feed-in-amendement aan de Kamer voor te leggen. Dat zal op een later moment, in een volgend wetgevend traject moeten gebeuren, waarschijnlijk het wetsvoorstel Voorrang voor duurzaam. Tot mijn grote spijt kan ik daar het debat niet op zoeken met het kabinet. Het is echter een uitdrukking van het oordeel van GroenLinks dat het kabinet met deze Crisis- en herstelwet weliswaar een aantal groene maatregelen heeft genomen, maar er nog geen Green Deal van heeft gemaakt. Zowel mondeling als schriftelijk heeft het kabinet daarop niet gereageerd. Dat is wat mij betreft, nog voorbijgaande aan alle juridische en bestuursmatige opmerkingen die te maken vallen over dit wetsvoorstel, het grote manco van dit wetsvoorstel. Heeft het kabinet wel het uiterste gedaan om van deze wet een Green Deal te maken? Dat is volgens mijn fractie niet het geval. Ik vraag de minister-president om zich op dat punt te verantwoorden.

Als ik de schriftelijke antwoorden lees, met name van de minister van Justitie op de diverse amendementen, wordt het juridische risico van nieuwe bepalingen in deze Crisis- en herstelwet klein geacht.

Ik denk dat het verstandig is daar nader op in te gaan, en ik vraag de minister van Justitie om dat te doen in zijn tweede termijn. Bij verschillende amendementen, bij de toelichting mijnerzijds, maar ook mondeling donderdagavond in het debat, heb ik echt mijn best gedaan om mee te denken met de regering. Het is onverstandig om in dit wetsvoorstel bepalingen op te nemen die op zichzelf weer een nieuw juridisch risico betekenen, en dus kunnen leiden tot zeer forse vertragingen. Dat gaat niet alleen over het relativiteitsvereiste, het gaat ook over de vraag in hoeverre bijvoorbeeld de MER-richtlijn door Nederland goed wordt uitgevoerd. Daar is in oktober al een rechtszaak over geweest bij het Hof. Het gaat over meer punten van deze wet. Veel bestuurskundigen hebben erop gewezen -- en dat verdient nadere uitleg van de regering -- dat het kabinet hier nieuwe juridische risico's mee neemt. In plaats van versnelling te realiseren, oogst het kabinet hiermee vertraging. Graag een nadere duiding van de minister van Justitie.

Dan heb ik een opmerking over de A4, in de richting van de minister van Verkeer en Waterstaat maar ook in de richting van de minister-president. Ik vraag nadere tekst en uitleg waarom die A4 Midden-Delfland in deze wet zit. Wanneer een traject helemaal doorlopen is en in eerdere fasen bijvoorbeeld gestrand is bij de rechter, kan ik me vanuit de mentaliteit van het kabinet voorstellen dat het kabinet vervolgens denkt: nu is het afgelopen, we pakken gewoon door. We zetten het traject gewoon in deze wet. Dat is bij de A4 niet gebeurd. Ik zeg nogmaals tegen de minister-president en tegen de minister van Verkeer en Waterstaat dat het altijd politieke besluiten op rijksniveau zijn geweest, ook zelfs door het vorige kabinet, en de vorige minister van Verkeer en Waterstaat, om de A4 Midden-Delfland niet aan te leggen, omdat er geen goede casus was. Er zou bovendien ook geen goede besteding van middelen mee gemoeid zijn. Daar is de A4 op gestrand. Dan geeft het geen pas om een project dat dus kennelijk politiek omstreden is, nu onder het mom van de gewenste procedurele versnelling in deze wet op te nemen. Alleen al daarom houd ik mijn amendement op dat punt staande. Graag een reactie van de minister-president en de minister van Verkeer en Waterstaat.

Dan kom ik bij mijn amendement over de leegstandsheffing. Ik geef onmiddellijk aan het kabinet toe dat het een bescheiden heffing is. Dat klopt, maar het is niet zo dat er geen interesse bestaat. Ik weet dat de gemeente Amsterdam hier al mee bezig is. We kunnen wel het hele gemeentelijke belastinggebied overhoop gaan gooien, maar dat doe ik niet. Ik sluit aan bij de bestaande OZB, gekortwiekt en wel door de vorige minister van Binnenlandse Zaken. Ook dat laat ik even voor wat het is. Binnen de ruimte die gemeenten hebben, wil ik hen stimuleren of in ieder geval de mogelijkheid in handen te geven om die leegstandsheffing ook daadwerkelijk in praktijk te brengen. Die interesse is er. Waarom maakt het kabinet er een probleem van? Een vraag, denk ik, voor de minister-president. Waarom wil het kabinet die ruimte niet geven aan gemeenten? Als ze geen interesse hebben, gebruiken ze het niet. Als die interesse er wel is, en nogmaals, sommige gemeenten, waaronder Amsterdam, hebben interesse, geef ze dan die ruimte.

Dan kom ik bij mijn amendement over het laten vervallen van de 70%-eis bij energie-isolatieprojecten, dat ik samen met onder andere de heer Samsom heb ingediend. Ik vraag het kabinet expliciet op het volgende argument in te gaan. Het kabinet treft in de Crisis- en herstelwet een voorziening om de 70%-eis te laten vervallen. De goede woningbouwcorporaties die met goede projecten komen en snappen dat je draagvlak moet verwerven, help je niet met deze voorziening. Je helpt vooral die woningbouwprojecten die er, kort gezegd, een rotzooitje van maken, en die er een energie-isolatieproject doorheen proberen te drukken. Ik zou denken dat dit toch niet de wens kan zijn van de regering om juist de niet goed functionerende woningbouwcorporaties op dat punt te helpen. Volgens mij vindt het hele maatschappelijke veld dat. Aedes heeft geen behoefte aan deze bepaling, de Woonbond wil het niet, wij willen het niet. Waarom houdt het kabinet vast aan deze regeling in de Crisis- en herstelwet?

Tot slot nog een opmerking, waarbij ik met grote vriendelijkheid kijk in de richting van de heer Koopmans. De bouwvakker moet de steiger op, daarover waren wij het eens. In deze wet is wel een aantal procedurele voorzieningen getroffen voor grote woningbouwprojecten, vaak uitgevoerd door woningbouwcorporaties. Allemaal tot je dienst, maar dat gaat om grote projecten die vooral, als het tot versnelling leidt, waarschijnlijk meestal vaak ten goede komen aan de grote aannemerij. Ons hart klopt nu even voor de kleine aannemerij. Daarom dien ik de volgende motie in.


*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de bouw veel arbeidsplaatsen verloren dreigen te gaan, niet in de laatste plaats bij kleine aannemers;
constaterende dat de energiebesparingsdoelstelling voor de bebouwde omgeving uit Schoon en Zuinig nog niet binnen handbereik is;
van mening dat een verdere stimulans voor particuliere woningbezitters om hun woning energiezuiniger te maken welkom is;
overwegende dat een dergelijke stimulering snel veel werk zal opleveren in de bouw, juist bij kleine aannemers;
verzoekt de regering, voor de begrotingsbehandeling van VROM een voorstel uit te werken, waarbij extra subsidie beschikbaar komt voor energiebesparingsmaatregelen voor particuliere woningbezitters, welke mogelijk worden gefinancierd uit een opslag op fossiele brandstoffen

zoals aardgas,


en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Vendrik, Van der Ham, Roemer en Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 85 (32127).



**
De heer Vendrik (GroenLinks): Tegen de heer Koopmans: eigenlijk is dit een motie ter uitvoering van een nieuw programma, namelijk Anders betalen voor energie. Hij kent het andere programma van het kabinet op dit punt. Staatssecretaris De Jager heeft in zijn fiscale vergroeningsbrief een bescheiden verhoging van de energiebelasting op aardgas als een nadrukkelijke optie benoemd. Het kabinet heeft daarvoor in de zomer niet gekozen. Wij geven het kabinet in overweging daarnaar alsnog te kijken en via een bescheiden opslag op aardgas een potje geld te maken voor die particuliere woningbezitter, die daarmee de bouwvakker op de steiger kan krijgen. Daar zijn allerlei modaliteiten voor mogelijk. Er bestaan twee programma's van het kabinet op het gebied van energiebesparing, maar die hebben vooral het karakter van een lening, of ze zijn gereserveerd voor investeringen in dubbel glas. Prima, maar het gaat ons om een bredere stimulans. Ik geloof dat de heer Koopmans daar interesse in had. Kan het kabinet dit voor de begroting van VROM uitwerken?
De heer Samsom (PvdA): Geheel in de geest van deze wet kun je ook gewoon doorpakken en een amendement indienen bij het Belastingplan. Sterker nog, u kunt ook meedoen met het amendement dat mijn partij daarvoor heeft ingediend, voor een kleine verhoging van de ecotaks op aardgas. Zou u dat niet beter kunnen doen, in plaats van een "belletje-trek"- motie in te dienen, waarmee u op dit moment niet zo gek ver mee komt? U kunt uw wetgevende capaciteiten toch beter en scherper gebruiken, mijnheer Vendrik, zo ken ik u.
De heer Vendrik (GroenLinks): Het onaardige deel van deze interruptie laat ik maar even voor wat het is. Volgens mij heeft de Partij van de Arbeid in het betreffende amendement al een bestemming gevonden voor de bescheiden verhoging van de aardgasprijs, maar dat is niet deze bestemming. Het lijkt mij heel goed om dat deze week te bespreken. Wij hebben in juni in het debat al aangegeven richting staatssecretaris De Jager om die optie te gebruiken en de energiebelasting op aardgas te verhogen. Dat kan voor een deel worden gebruikt voor het terugsluizen, via verlaagde lasten op arbeid, maar je kunt het ook benutten voor de regeling waarover ik het nu heb. Dat is mijn pleidooi vandaag. Het kabinet is nog niet over de brug gekomen, dus we werken op meerdere fronten tegelijk, mijnheer Samsom. Elke gelegenheid die we kunnen aangrijpen om dit op de agenda te houden, grijpen wij aan, dus ook vandaag. De uitnodiging is ook de andere kant op: doet u graag mee, ook vandaag, met dit onderwerp!
De heer Koopmans (CDA): Voorzitter. Dank voor de uitgebreide schriftelijke antwoorden. De heer Vendrik maakte een opmerking over de procedure. Ik hecht eraan hier te zeggen dat de gekozen procedure niet de regering kan worden verweten. Wij zouden dat niet kunnen doen. Het is een keuze van de Kamer geweest. Het is niet deze vaste commissie met haar planning geweest, maar het is het voorzitterschap geweest, dat ervoor heeft gekozen, terwijl dit debat drie weken lang donderdag om 10.15 uur zou beginnen, daar een ander debat voor te plakken. Dat even terzijde.

Partijpolitiek is het heel interessant dat de minister van VROM de hier aanwezige ministers blijkbaar voldoende vertrouwt om het debat te voeren. Ook dat terzijde.


Ik maak een aantal opmerkingen over de brief die is aangeleverd. In het amendement op stuk nr. 27 van de fractie van de ChristenUnie wordt over tal van mogelijkheden om projecten toe te voegen voorgesteld om die te voorzien van een AMvB. De regering zegt dat dit voldoende is als wij dit alleen via de Staten-Generaal doen. De CDA-fractie gaat hiermee akkoord met één toevoeging. Het is best mogelijk dat er per AMvB een project of iets anders wordt toegevoegd, waarover ook best kan worden geoordeeld dat een wat bredere procedure wordt gevolgd. Ik vraag de regering of zij dit deelt, dus dat je dit met elkaar beoordeelt en dat het niet in de wet hoeft.

Ook het amendement op stuk nr. 28 is door de ChristenUnie-fractie ingediend. Daarin wordt voorgesteld dat ook provincies bevoegdheden krijgen. De regering zegt: dit klinkt sympathiek, maar er moet meer worden geregeld. Dit is het letterlijke citaat uit de brief. Ik ben heel benieuwd wat er dan moet worden geregeld, wil dit een afdoende werkend amendement zijn.

Het amendement op stuk nr. 29 is voor de CDA-fractie heel ingewikkeld en bijzonder. Dat is het amendement van de heer Van der Ham c.s., waarin wordt gevraagd om de EHS onder dit project te brengen. De regering zegt daarover in haar antwoord: dit geldt alleen voor de ruimtelijke inbedding, het geldt niet voor aankoop en dergelijke. Ik ben er heel benieuwd naar, want de aanwijzing voor de EHS loopt volgens een heel andere procedure, die helemaal niet in deze wet zit. Er zit nog een vuiltje bij. De regering zal moeten begrijpen dat wij enorm grote moeite hebben met de onteigeningsparagraaf in het wetsvoorstel als dit voorstel wordt overgenomen. Wij zijn namelijk principieel tegenstander van onteigening voor de EHS. Dat hebben wij al heel vaak gezegd en dat ligt bij ons zwaar.
De heer Van der Ham (D66): Hoe zwaar?
De heer Koopmans (CDA): Zwaar.
De heer Van der Ham (D66): Gewichtje erbij? Kunnen wij het even een beetje…
De heer Koopmans (CDA): Zwaar, zwaar, zwaar.
De heer Van der Ham (D66): Als het wordt aangenomen, wat doet u dan? Tegen de wet stemmen?
De heer Koopmans (CDA): Dit ligt bij ons zwaar.
De heer Van der Ham (D66): Zo zwaar dat u tegen de wet stemt dus niet.
De voorzitter: Mijnheer Van der Ham, u hebt uw vervolgvraag gehad. De heer Koopmans gaat verder.

**
De heer Koopmans (CDA): De heer Van der Ham krijgt er niet meer uit, en ook niet minder, dan "zwaar".


De heer Van der Ham (D66): Ik ben er heel blij mee.
De heer Koopmans (CDA): Ik kom op het amendement op stuk nr. 38. Dank aan de regering voor het feit dat dit aan het oordeel van de Kamer wordt overgelaten. Er staat nog een zijdelingse opmerking over de buitenring Parkstad in de beantwoording, namelijk dat er nog wat onduidelijkheden bestaan over met name de financiering van de afslag Nuth. Dit mag dan wel zo zijn, maar het lijkt mij toch goed om het hierin op te nemen. Ik zou eerder de minister van Verkeer en Waterstaat samen met de provincie Limburg willen oproepen om die problemen zo snel mogelijk op te lossen, liefst nog voor de Eerste Kamerbehandeling van dit wetsvoorstel. Dan gaat het ook daar allemaal vrolijk en zonder problemen door.

Het amendement op stuk nr. 43 gaat over dat onteigeningsdeel. Dat is een amendement van de heer Aptroot, maar ook de heer Van der Staaij heeft daarover opmerkingen gemaakt. Tijdens de hoorzitting zijn teksten geleverd door een aantal deskundigen op het gebied van de mogelijke problemen in relatie tot het wetsvoorstel en ook in relatie tot mogelijk grote juridische onduidelijkheden. Tot nu toe vind ik de teksten uit de hoorzitting en ook de ingediende amendementen sterker dan de antwoorden van de regering. Met name de beantwoording onder nummer 43 is wel heel algemeen gesteld en gaat niet in op de specifieke problematieken die zijn aangekaart. Ik roep de regering op om onze fractie op dit punt nog eens te overtuigen.

De heer Aptroot heeft in de ogen van de CDA-fractie een buitengewoon sympathiek amendement op stuk nr. 47 ingediend. Dat is het schrappen van het begrip "handelingen" uit de Nb-wet.
Ik vraag mij af -- ik lees de tekst van de regering -- of het letterlijk in strijd is met de Europese richtlijn. Wij denken dat dat niet zo is en dat het best zou kunnen met de Europese richtlijn, waarin niet over "handelingen" wordt gesproken.

Net als mevrouw Ouwehand zijn wij benieuwd naar wat de minister van LNV ons gaat vertellen over het amendement op stuk nr. 55.


Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb inderdaad nog wel wat vragen over het amendement op stuk nr. 55, maar vooral ook aan de heer Koopmans. Ik vraag mij af waarom er geen concrete termijnen zijn opgenomen en waarom er wordt gesproken over een ambitieuze en realistische daling, naast een weging van haalbaarheid en betaalbaarheid. Bedoelt de heer Koopmans met dit amendement een programmatische aanpak te regelen via de beheerplannen, waarin op termijn wordt gekeken wat de haalbare daling van de stikstofdepositie is? En als dat zo is, wat is dan in de optiek van de heer Koopmans met het voorliggende wetsvoorstel en aanvullend zijn amendement de precieze rechtspositie van de ondernemer? De minister zegt namelijk in haar antwoorden dat zij uitgaat van de programmatische aanpak. Dat biedt volgens haar rechtszekerheid. Kunnen ondernemers er dan op basis van een beheerplan, met aanvullend die programmatische aanpak, van uitgaan dat zij zes jaar lang de handelingen mogen uitvoeren die in dat beheerplan zijn opgenomen? De volgende vraag dringt zich namelijk op. Als blijkt dat de aanpak van de minister niet werkt -- en daarop wijzen alle signalen -- en er tussendoor een procedure komt van Europa, voor wie is dan de rekening? Wordt het beheerplan aangepast en blijkt de worst die de minister voor de neus van de ondernemer heeft gehouden, toch niet te kunnen worden opgegeten? Ik ben vegetariër, dus dat spreekt mij op zich aan, maar het lijkt mij toch niet dat wij dat zouden moeten willen. Met andere woorden: moet de ondernemer tussentijds toch bloeden, of gaat het om een keiharde rechtspositie en moet de staatskas open?
De heer Koopmans (CDA): Deze lange vraag bevatte volgens mij minstens veertien vragen, maar hij is vrij simpel te beantwoorden. Met dit amendement kiest mijn fractie voor een ambitieus plan. Een programmatische aanpak van stikstof is ambitieus. Het amendement is ook in die zin geformuleerd. Maar het is ook flexibel. Ten gevolge van jurisprudentie zitten de Natura 2000-gebieden nu op slot. In het plenaire debat gaf ik al het voorbeeld van ondernemers die willen investeren in minder stikstofuitstoot. Zij worden geremd; zij mogen dat niet eens, omdat dat minderen alsnog een significantie aantasting zou kunnen zijn. Dat is een bizarre situatie.

Wij krijgen dus een ambitieus verhaal dat flexibel toepasbaar is. In de komende jaren gaan wij dus naar minder uitstoot toe. De flexibiliteit zorgt ervoor dat de rechtszekerheid van de ondernemers geweldig verbetert. De rechtszekerheid die zij nu hebben, is namelijk vrij simpel: zij weten niet wat zij mogen doen en als zij wat vragen krijgen zij meestal een "nee", na een lange zit bij de Raad van State. Dat werkt natuurlijk niet. Dat is niet omdat zij geen goede ideeën hebben, maar omdat wij de regelgeving niet goed hebben geregeld. Dat is niet omdat zij het milieu slechter maken, maar omdat wij de regelgeving niet goed hebben geregeld. Dat gaan wij met dit amendement, in combinatie met de tweede nota van wijziging en de rest van de inhoud van het wetsvoorstel, beter doen. Daarvoor hoeft dus niemand te betalen. Het is dus ook nog gratis!


Mevrouw Ouwehand (PvdD): De heer Koopmans onderbouwt niet waarop hij de stelling baseert dat niemand hoeft te betalen. Ik ben het met hem eens dat ondernemers nu niet weten waaraan zij toe zijn. Dat is bestuurlijk een heel groot politiek onvermogen op dit dossier. Maar ik denk niet dat dit het gaat oplossen. Daarin ben ik niet de enige: ook de Raad van State spreekt daarover. Dus nogmaals de vraag: hoe gaat dat straks lopen? Ik zou graag zien dat de heer Koopmans daarover gewoon een beetje eerlijk is.
De heer Koopmans (CDA): Het moet niet gekker worden, dat hier aan mijn eerlijkheid wordt getwijfeld. Waarom zou de Staat moeten gaan betalen? Ik kan er sowieso geen rechtsgrond voor bedenken. Als gevolg van dit amendement hoeft men niet te betalen.

Integendeel, ondernemers krijgen weer ruimte, terwijl tegelijkertijd de depositie omlaag gaat in het hele land en ook in het beheersgebied. Er hoeft dus niet betaald te worden. Als wij niks doen, komen wij volgens mij nog eerder in de situatie dat wij, niet ingevolge de wet, maar ingevolge de politieke doelstellingen, met elkaar iets zullen verzinnen waardoor de ammoniakuitstoot omlaag gaat. Het is overigens natuurlijk fantastisch dat sinds 1990 de ammoniakuitstoot in Nederland meer dan gehalveerd is dankzij tal van maatregelen van de veehouderijsector in Nederland.


De
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

  • Crisis- en herstelwet (32127)
  • Voorzitter: Jager
  • - het wetsvoorstel Regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten (Crisis- en herstelwet) (32127) . De voorzitter
  • Van der Ham

  • Dovnload 384.79 Kb.