Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van een wetgevingsoverleg

Dovnload 353.75 Kb.

Verslag van een wetgevingsoverleg



Pagina12/12
Datum28.10.2017
Grootte353.75 Kb.

Dovnload 353.75 Kb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12
Bussemaker:
Ik kan niet anders. We hebben een heel ingewikkeld monumentenstelsel; het zit vrij complex in elkaar. Ik doe echt een dringend beroep op de commissie om tot zorgvuldige besluitvorming te komen. Anders wordt het erg hapsnap: het ene debat met de ene commissie, het andere debat met de andere commissie, terwijl het voor iedereen in de monumentensector van heel groot belang is dat we nu dingen goed op elkaar afstemmen. We moeten niet naar één categorie kijken, maar naar alle categorieën kijken. We hebben bijvoorbeeld afgebakende budgetten voor gebouwde, groene en archeologische monumenten. Het klinkt heel sympathiek om er een uit te lichten, maar wat doen we dan met de rest? Ik heb er zelf behoefte aan om het debat daarover met de Kamer meer geordend te voeren.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):


De minister geeft aan dat zij niet te veel ad-hocoplossingen wil. Is het voor de minister denkbaar dat we dit voor een jaar repareren omdat er onderuitputting is en dat we bij de herziening van het monumentenbeleid bekijken hoe we tot een structurele oplossing kunnen komen?

Minister Bussemaker:


Nee, zie het debat dat ik met de fiscaal woordvoerders heb gehad. Dat wordt ook allemaal hapsnap: hier een jaar en daar een jaar. Ik vind dat niet verantwoord en blijf de motie ontraden.

De motie op stuk nr. 77 van de leden Grashoff en Pechtold gaat over het algemene vestigingsklimaat in belangrijke stedelijke regio's. Ik laat het oordeel daarover aan de Kamer. Ik vind de gedachte heel interessant. Die sluit heel goed aan bij wat we al doen met de stedelijke regio's en het vestigingsklimaat. Het kabinet heeft er bijvoorbeeld met de gemeente Eindhoven recentelijk intensief overleg over gevoerd. Ik laat het oordeel aan de Kamer. Ik zal het zo plannen dat het meegenomen kan worden bij de inrichting van het nieuwe stelsel.

Tot slot maak ik nogmaals een opmerking over het amendement, inmiddels op stuk nr. 60, van de leden Pechtold en Van Dijk over de begroting van OCW. Ik dank de heer Pechtold voor het feit dat hij ons deelgenoot heeft willen maken van de cijfers die hij heeft gebruikt. Hij ziet een dalende reeks en concludeert dat er dan vast sprake van onderbesteding zal zijn en dat die zou kunnen worden gebruikt. Er is inderdaad sprake van een dalende reeks, maar die is helaas ontstaan vanwege taakstellingen voor mijn departement. Die dalende reeks is dus niet ontstaan doordat wij zomaar minder zijn gaan uitgeven, maar wel doordat wij minder mochten uitgeven. Als daarbovenop die middelen zouden worden gebruikt zoals in het amendement wordt voorgesteld, zou er eigenlijk een dubbele taakstelling ontstaan. Het probleem met dit amendement is dat de personele uitgaven in 2016 dalen, maar de post materieel in 2016 oploopt. Verder is de overschrijding van de norm voor externe inhuur met 0,05% marginaal. De gevolgen hiervan zullen echt heel groot zijn. Ik ben nu niet op zoek naar argumenten. Ik zou heel graag overal willen kijken, ook bij de apparaatskosten, maar ik moet de leden er echt op wijzen dat de aanneming van dit amendement grote gevolgen zal hebben, onder andere voor de dienstverlening van DUO. Als ik het snel omreken, gaat het volgens mij om 40 fte's en daarmee om 45 mensen. DUO is bezig met het Programma Vernieuwing Studiefinanciering, een enorm project. Ik ben blij en trots dat DUO heel goed functioneert en dat we daar geen Kamerdebatten over hebben. Dat zou ik heel graag zo houden. Ik kan het niet mooier maken dan het is. Deze dekking is echt onwenselijk.

De heer Pechtold (D66):


Toch blijkt dat het departement in totaal boven de norm zit. Ik hoorde de minister heel voorzichtig zeggen dat er misschien iets aan ruimte is. Wij dachten die 4 miljoen daar te vinden. Zou de minister ons dan kunnen informeren over de ruimte die er wel is? Zojuist vlogen de bedragen namelijk omlaag naar €500.000. Ik heb zelfs al €50.000 gehoord. Ik heb het gevoel dat ieder miljoen dat wordt gevonden, op dit moment belangrijk is. Als de minister kan uitvinden wat er wel uit kan komen als het die 4 miljoen niet kan zijn, vraag ik haar om ons die informatie te geven; dan kunnen wij proberen om het deel in te zetten dat over is en haalbaar is. Dit alles staat natuurlijk los van het andere amendement.

Minister Bussemaker_:_De_Kamer_krijgt_dit_allemaal_vóór_de_stemmingen_van_volgende_week_dinsdag._De_voorzitter'>Bussemaker:


Ik heb zelf natuurlijk ook alles al tien keer omgedraaid, omdat ik ook graag meer middelen voor cultuur wil. Ik ben heel blij met die 10 miljoen. Die €500.000 worden gewoon anders belegd: die gaan in plaats van arbeidsmarktondersteuning naar het Fonds Podiumkunsten, ook omdat we daarmee nog niet zo ver zijn. De €50.000 voor de drie provincies in het Zuiden worden belegd via middelen die al zijn gereserveerd bij het Fonds voor Cultuurparticipatie. Het gaat daarbij wel om keuzes maken. Ik zie niet hoe ik binnen mijn begroting nog andere manieren zou kunnen verzinnen. Ik heb dit zelf al uitentreuren gedaan. Ik zal hier met alle plezier nog op ingaan in de brief die ik u heb toegezegd. Ik hoop dat ik voor u helder zal kunnen maken — dat vind ik ook mijn plicht — waarom deze dekking bij mij op problemen stuit.

De voorzitter:


Wij zijn hiermee gekomen aan het eind van de tweede termijn van de minister. Ik zie dat de heer Pechtold de zaal verlaat. Dank u wel, meneer Pechtold.

De griffier heeft twee toezeggingen genoteerd over twee brieven die de Kamer nog zal krijgen.



  • De minister zendt de Kamer een brief over cultuureducatie, waarin zij ingaat op een aantal zaken, waaronder op de motie-Monasch/Van Veen (32820, nr. 147), op de motie-Monasch/Ouwehand (32820, nr. 164), op het vervoer naar musea, het onderwerp van mevrouw Van Toorenburg, en op de vraag wat wij tot dusver met cultuureducatie hebben bereikt. Deze onderwerpen worden in die brief geadresseerd. De Kamer ontvangt deze brief voor eind november.

  • De minister heeft verder een brief toegezegd over de bestemmingsfondsen en over de moties op de stukken nrs. 63 en 64 van de heer Van Veen. In die brief zal de minister ook een antwoord proberen te geven op de motie-Dik-Faber/Pechtold op stuk nr. 74 inzake de herbestemming van religieuze monumenten en zal de minister reageren op het amendement op stuk nr. 60 over de apparaatskosten. De Kamer zal die brief nog vóór de stemmingen ontvangen.

Volgende week dinsdag zal er over de moties worden gestemd. Over de amendementen wordt vóór de kerst gestemd.

Minister Bussemaker:
De Kamer krijgt dit allemaal vóór de stemmingen van volgende week dinsdag.

De voorzitter:


Dus volgende week dinsdag wordt er gestemd over de moties. In de laatste vergadering voor het kerstreces wordt er gestemd over de amendementen.

De heer Jasper van Dijk (SP):


Nee, voorzitter. Ik heb dit toevallig uitgezocht voor een andere begroting. De stemmingen over de amendementen zullen plaatsvinden op 8 december.

Minister Bussemaker:


De Kamer krijgt die brieven gewoon vóór de stemmingen van volgende week over de moties. Alles komt dus in één keer.

De voorzitter:


Alles komt in één keer. 8 december is sowieso voor de kerst. Wij gaan dus uit van 8 december.

Ik dank de minister en haar medewerkers, de mensen van de fracties en de mensen op de publieke tribune en thuis. Ik wens eenieder wel thuis.

Sluiting 18.02 uur.


ONGECORRIGEERD STENOGRAM
Verslag OSV 13 (2016-2017) van 21 november 2016



Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl





1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12

  • Bussemaker : De Kamer krijgt dit allemaal vóór de stemmingen van volgende week dinsdag. De voorzitter
  • Bussemaker : De Kamer krijgt die brieven gewoon vóór de stemmingen van volgende week over de moties. Alles komt dus in één keer. De voorzitter

  • Dovnload 353.75 Kb.