Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van een wetgevingsoverleg

Dovnload 353.75 Kb.

Verslag van een wetgevingsoverleg



Pagina2/12
Datum28.10.2017
Grootte353.75 Kb.

Dovnload 353.75 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12
Jasper van Dijk (SP):
De heer Van Veen heeft dinsdag ook de cri de coeur van de kunst- en cultuursector gehoord. Eerder heeft hij een glansrol vervuld, die uitmondde in het amendement- Van Veen. Dat heeft eenmalig 10 miljoen extra opgeleverd. De oppositie heeft nu een nieuw amendement met dezelfde dekking ingediend: 10 miljoen voor de cultuursector. Kunnen wij rekenen op de steun van de heer Van Veen?

De heer Van Veen (VVD):


Nog niet zo lang geleden werd ik hier samen met collega Monasch weggezet als de "roversbende". Ik heb het gevoel dat we vandaag de introductie meemaken van de "regelaars", de heren Pechtold en Van Dijk. Ik weet werkelijk niet wat ze geregeld hebben. Ik ken niet de inhoud van welk amendement dan ook. Ik had het zeer op prijs gesteld als ik dat van tevoren had geweten. Dat is niet het geval, dus ik heb geen enkel idee of ik het wel of niet kan steunen. Ik weet in ieder geval wel dat wij met volle overtuiging de verlaging van de accijns op mousserende dranken hebben gesteund.

De heer Jasper van Dijk (SP):


Champagne, voor de kijkers thuis! Ik kan de heer Van Veen en ook mevrouw Van Toorenburg, die daar al naar vroeg, berichten dat het amendement zojuist via de mail is verspreid. Dat is het amendement op stuk nr. 57 van de leden Pechtold en Jasper van Dijk. Daarin wordt 10 miljoen voor cultuur geregeld, op exact dezelfde wijze als de heer Van Veen dat zelf een jaar geleden heeft gedaan. Ik zie dat het amendement nu wordt uitgedeeld door de bode. Kan de heer Van Veen al een tipje van de sluier oplichten? Is de VVD weer net zo constructief als vorig jaar?

De heer Van Veen (VVD):


Als wij het decentralisatiefonds voor de gemeenten aanspreken voor de financiering, dan zal dat amendement mijn steun hebben, maar zo snel kan ik het niet lezen. Ik begrijp dat de heer Van Dijk dezelfde dekking heeft gevonden als ik vorig jaar. Wat mij betreft kunnen we het decentralisatiefonds opheffen, dus laten we bekijken waar we met elkaar uitkomen. We hebben de tijd tot vanavond 21.00 uur.

De heer Jasper van Dijk (SP):


Ik wil even een misverstand wegnemen: het is niet het decentralisatiefonds. De dekking wordt gevonden in het budget voor de compensatie van energie-intensieve bedrijven, ETS. Voor alle helderheid: dat is een andere begroting en het wordt dus niet weggehaald binnen cultuur.

De heer Van Veen (VVD):


Ik ga het lezen. Zoals ik zei, hebben we tot 21.00 uur. Wij hebben dus nog tijd genoeg!

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):


Voorzitter. Hiëronymus Bosch kwam niet uit de Randstad. Alma Tadema kwam ook niet uit de Randstad. Het lijkt me goed om dat in gedachten te houden als wij vandaag spreken over de verdeling van de cultuurgelden in Nederland voor de komende jaren. Ik gebruik het woord "verdeling", want dat is waar mijn fractie vandaag met name naar kijkt. Wat de CDA-fractie betreft, is de regionale spreiding van het allergrootste belang. Het kabinet lijkt dat met de Raad voor Cultuur en het Fonds Podiumkunsten eigenlijk niet als uitgangspunt te nemen. Het lijkt wel een beetje: de duivel schijt altijd op de grootste hoop.

Gelukkig zit er verandering in de lucht. Wij begrijpen dat er een nieuwe beleidsvisie wordt vormgegeven waarin de regio's meer de regie krijgen. Hoe kunnen wij daarop voorsorteren? Hoe kunnen wij voorkomen dat de subsidies die wij nu geven, straks niet meer uitgegeven kunnen worden aan prachtig regionaal talent, omdat dat er inmiddels niet meer is? Wat wij straks zouden willen laten bloeien, hebben wij inmiddels misschien wel laten verleppen.

De verdeling van de financiële middelen voor cultuur over het land is echt extreem ongelijk en het is ook alleen maar erger geworden. Dat moet deze minister toch ook onverteerbaar vinden? Natuurlijk hebben wij gezien dat de minister heeft geprobeerd om het een en ander te redden met 10 miljoen extra. Dat waardeer ik zeer, absoluut, maar dat kan niet genoeg zijn. Het is ook niet genoeg. De verdeling past bovendien niet bij de verdeling die wij straks in ons cultuurbestel willen hebben. De Kamer heeft zich uitgesproken over de betere verdeling van de culturele budgetten over de Randstad en de regio's. Wat is daarvan terechtgekomen? Kan de minister, als ze naar de cijfers kijkt, zeggen dat ze Nederland recht doet? Of wordt alleen Amsterdam en een paar andere steden in de Randstad recht gedaan? Wat gaat de minister doen om dit recht te trekken? Ik denk dat wij vandaag een gebaar van de minister moeten krijgen, want zo kan het niet.

Als ik kijk naar Fonds Podiumkunsten, verbaast mij nog wel iets. Wij lezen dat het Fonds Podiumkunsten vooral kijkt naar internationalisering en culturele diversiteit bij kunstenaars, gezelschappen en podia. Speciale taken van het Fonds Podiumkunsten zijn het stimuleren van innovatie in de keten en het scheppen van productie, distributie en afname. Maar ik lees eigenlijk niets over regionale spreiding. Dan is het niet gek dat de helft van de 84 instellingen het komende jaar gevestigd is in Amsterdam. Als je naar de kaart kijkt, zie je dat Amsterdam een soort grote taart krijgt en dat er hier en daar een paar petitfourtjes worden uitgestrooid. Wat gaat de minister hieraan doen, zeker gelet op de podiumkunsten?

Kijk eens naar Podium Noorderlicht. Wij hadden eigenlijk verwacht dat dit podium recht gedaan zou worden, zeker omdat het zo cultureel is ingebed in de regio. Maar als er dan iets hersteld lijkt te worden, gaat er nog eens een klap geld naar Amsterdam. De heer Van Veen heeft dat al gezegd en terecht. Ik snap het niet. Ik vind dat dit niet kan. Graag horen wij de minister dat straks toelichten.

Wij horen haar ook graag over de initiatieven die zowel vanuit het noorden als het zuiden zijn gekomen om beter samen te werken. Cultuur in de regio's recht doen is echt wel meer dan alleen een beetje rondtrekken. Ik denk af en toe weleens dat er mensen zijn die denken: als een gezelschap ook de regio aandoet, hebben wij daarmee iets gedaan aan regionale spreiding. Maar dat is niet zo. Het gaat er juist om dat een gezelschap — ik focus daar nu even op — helemaal in de haarvaten van de samenleving zit. Dan kunnen mensen die heel goed zijn in een cultureel gezelschap, zich vervolgens ook het lot van leerlingen op een school in de buurt aantrekken. Dan komen daar ook de muziekleraren die bijvoorbeeld bij de Muzerije zitten. Het moet juist helemaal in de samenleving zitten. Het is niet genoeg als iemand alleen maar als een spreeuw langskomt, iets laat vallen en weer doorvliegt.

De heer Pechtold (D66):
Ik had dit wel weer een beetje verwacht van het CDA, maar je moet natuurlijk wel lef hebben als woordvoerder van het CDA om dit hier zo met droge ogen te vertellen. Want het was het CDA dat met de VVD, onder druk van de PVV, 20% van het totale cultuurbudget heeft wegbezuinigd. Het was het CDA dat een kaalslag heeft toegestaan. Het was het CDA dat een andere kant opkeek toen de noodklok werd geluid. En dan nu zeggen dat de 10 miljoen niet goed is verdeeld, terwijl er door het CDA 200 miljoen is wegbezuinigd, waarvan de gevolgen nu nog, tot aan de dag van vandaag, voelbaar zijn? Ik vind het krokodillentranen. U mag van mij huilen, maar dan zijn het krokodillentranen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):


Soms is het bijna een rituele dans. Deze geluiden ken ik wel van D66. Er wordt altijd geroepen om meer geld. We hebben ons in een vorige periode inderdaad genoodzaakt gezien om een aantal maatregelen te treffen. Grappig genoeg, als ik nu met allerlei culturele instellingen praat, vinden ze het heel knap van zichzelf hoe ze daar vorm aan gegeven hebben. Dus zo verschrikkelijk vind ik het eigenlijk niet meer als ik erop terugkijk. Waar het mij om gaat, is dat het geld dat we uiteindelijk uitgeven aan cultuur, terechtkomt bij iedereen in Nederland. Dat is niet zo. Het komt terecht in de Randstad. Als je daar bij bedenkt dat er ook langs allerlei andere geldstromen nog eens een keer een enorme hoeveelheid geld naar de G4, naar Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag gaat, begrijp ik niet dat D66 echt helemaal geen enkele sjoege daarin heeft, dat het ze niets kan schelen dat uit Limburg bijna niets meer komt, dat Brabant wordt leeggehaald en dat het oosten van het land bijna geen cultuur meer krijgt. Ik weet gewoon, als Brabantse, dat je er veel meer voor moet doen als je bij cultuur in de Randstad wilt komen. Het kost extra geld, het kost extra tijd en, wat ik zei, het zit niet ingebed in onze regio's. Het gaat mij dus om een fatsoenlijke verdeling. Ik weet, D66 interesseert dat niet. Zij zijn helemaal lekker voor de Randstad. Dat mag ook. U gaat voor mijn part elke dag naar Amsterdam. Dat mag. Maar ik vind het belangrijk, en ik denk zelfs de D66'ers in Den Bosch, dat het ook een beetje neerkomt in onze regio's.

De heer Pechtold (D66):


Je merkt het: mevrouw Van Toorenburg loopt gewoon weg voor de vraag die ik stel. Ze noemt het zelfs "grappig". Ze zegt dat het grappig is en dat die 200 miljoen eigenlijk wel goed was. Dat vind ik een oneigenlijke discussie. Ik vind het prima dat het CDA nu eindelijk inziet dat er te veel bezuinigd is op cultuur. Ik vind het prima dat we een discussie hebben over een eerlijke verdeling. Het CDA heeft geen poot uitgestoken voor deze begroting. Er ligt nu een amendement van de SP en D66, dat zelfs niet invult, maar gewoon de ruimte geeft aan de sector om het geld te verdelen, met de Raad voor Cultuur, met Kunsten '92. Kortom, wij gaan hier niet sturen vanuit de Kamer. Dat is het initiatief. Ik zou tegen mevrouw Van Toorenburg zeggen: inderdaad, vergeet die periode met de PVV maar zo snel mogelijk. Mevrouw Van Toorenburg noemt nog zo'n voorbeeld als Den Bosch. Ik ben blij dat D66 daar nu de grootste partij is, want wat gebeurde er na de bezuinigingen van CDA, VVD en PVV? Heel veel gemeenten gingen vervolgens ook bezuinigen, waaronder Den Bosch, met steun van het CDA.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):


Ik hoor het al. Dit een soort paniekreactie van D66. De heer Pechtold kent de feiten namelijk niet. Dit klopt allemaal niet, maar dat is niet zo belangrijk. Waar het vooral om gaat, is dat we inderdaad niet weglopen voor onze verantwoordelijkheid. Er is in het verleden bezuinigd op cultuur. Ik zie dat de culturele sector zichzelf vrij knap herpakt. Dat is ook heel goed. Ik zie nu een enorme klap geld naar cultuur gaan, maar met name in Amsterdam. Ik heb de heer Pechtold van D66 werkelijk waar nog niet zó'n stukje excuus zien maken daarvoor. Hij gaat er niet eens op in. Hij gaat maar door over het verleden, over een aantal jaren geleden. Hij neemt er geen enkele verantwoordelijkheid voor dat er uiteindelijk in onze regio's niets meer overeind blijft. Het is wel grappig, want in andere debatten zegt Kees Verhoeven bijvoorbeeld: ik moet nu van D66 ook af en toe iets roepen over de regio's, want de verkiezingen komen eraan. Hij zegt het tenminste nog eerlijk. Laten we dus met elkaar vaststellen dat een aantal partijen het zich aantrekken dat we ook in het noorden, oosten en zuiden cultuur overeind houden, en dat er partijen zijn die dat echt totaal niet boeiend vinden. Dat vind ik erg.

Ik denk dat we ons punt duidelijk hebben gemaakt: zo kan het niet. Ik ben zeer benieuwd wat de minister eraan doet. Ik kijk natuurlijk wel met een schuin oog naar het amendement. Ik zie dat dat hiervoor ruimte biedt, maar de instellingen die worden genoemd, zitten met name weer in de Randstad. Daarvan word ik helemaal niet gelukkig, dus ik vraag me af of het ze werkelijk de rozen interesseert. Dat zou ik toch jammer vinden.

Dan een aantal andere onderwerpen waaraan we aandacht zouden willen besteden. Als we al totaal onmachtig zijn om ons cultuurgeld te verdelen over het land, laten we dan bekijken wat we wel kunnen doen. Wat kunnen we doen met de indemniteitsregeling en wat kunnen we doen met scholen? Kunnen we ervoor zorgen dat alle kinderen in ons land in klassikaal verband, met het openbaar vervoer, kunnen gaan genieten van onze kunst en cultuur? Dat hebben wij de vorige keer aan de minister gevraagd. Ik vind dat zij daar niet al te ruimhartig op gereageerd heeft. Ze komt bijna niet verder dan de kaart voor mbo-studenten. Dat is niet wat ik bedoelde. Als we na 9.00 uur een schoolklas in de trein kunnen krijgen om naar Amsterdam te reizen, waar al het geld wordt uitgegeven, dan zouden we dat toch moeten stimuleren? Wat heeft de minister op dat punt gedaan? Ik heb daar nog geen antwoord op gekregen. Ik krijg dat graag van de minister. Het kan ook niet de hoofdprijs kosten. Die treinen rijden toch en anders zitten die kinderen er niet in. Als je dat na 9.00 uur doet, moet het heel makkelijk zijn om daar een heel mooi pakket voor kinderen van te maken. Er zijn musea die zich dit aantrekken. De vorige keer heb ik ze misschien onrecht gedaan. Het Rijksmuseum bijvoorbeeld doet daar echt zijn best voor. Maar misschien kunnen we dat veel breder aanpakken.

Dan de indemniteitsregeling. Dat is een mooi woord voor een soort garantieregeling waardoor musea niet zoveel verzekeringspremie hoeven te betalen. Ik ben blij dat ook de heer Van Veen zich dit echt aantrekt. De vorige keer was het een motie van het CDA en D66. We doen dus zowaar nog weleens iets samen op dit dossier.

De heer Van Veen (VVD):
Dat zal de laatste keer geweest zijn!

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):


Nou, dat was vast niet de laatste keer. Ik zou hierover het volgende van de minister willen weten. Kan die kop er nu af? En wat gaan we betekenen voor de binnenlandse verdeling? Er is een mooi rapport gemaakt waarin staat hoe we ook in het land ervoor kunnen zorgen dat het niet allemaal in depots verdwijnt, maar beter kan worden verdeeld. Je hoort echter nog steeds dat er tot 100% verzekerd moet worden, ook vanuit gemeenten en andere decentrale overheden. Wat gaat de minister daarin betekenen?

Dan de groene monumenten. De minister heeft voor 2017 alle subsidieaanvragen voor 25 groene monumenten afgewezen. Daarover maken we ons een beetje zorgen. Kan de minister dit toelichten? Voor het onderhoud van landgoederen is, net als het onderhoud van gebouwen, een langdurige zekerheid qua financiering nodig. Daar hoor ik toch iets te weinig over.

Dan het kerkelijk erfgoed. In juni heeft de minister een prachtig fotoboek over kerkinterieurs in Nederland in ontvangst mogen nemen. Een aantal mooie zaken vormden daarin het decor. Ik ben benieuwd wat de minister met dat boek heeft gedaan. Ik hoop dat zij meer heeft gedaan dan het aandachtig te lezen. Wat gaat de minister daadwerkelijk doen; wat kan zij betekenen voor het behoud van kerkelijk erfgoed? Er is een onlangs een hoorzitting geweest over de toekomst. Dat was een goed initiatief. Ik ben benieuwd wat de minister daar uiteindelijk mee zou willen doen.

Dan de fiscale aftrek voor het onderhoud van monumenten. De minister heeft er zelf voor gekozen om het debat daarover in een andere commissie te voeren. Dat heeft ons enigszins verbaasd, maar het is gebeurd. Toch hebben wij hierover nog een vraag. De minister waarschuwt ervoor dat de fiscale aftrek voor het onderhoud van particuliere woonhuismonumenten de hervorming van het stelsel uiteindelijk zal belemmeren. Dat begreep ik niet. In dat verband noemt zij de discussie die in de Erfgoedwet is gevoerd om vrijwilligers te kapitaliseren. Ik begrijp helemaal niet wat de minister daarmee wil. Kan zij dat uitleggen?

Tot slot de orkesten in het oosten. Ik vind het heel knap dat de orkesten eruit zijn hoe ze met elkaar willen samenwerken. Iedereen is er gelukkig mee: de leiding, de muzikanten, de ondernemingsraad. Maar ik begrijp dat het nu weer aan de Raad voor Cultuur wordt voorgelegd, die daar ineens ook weer wat van gaat vinden. Ik begrijp niet zo goed waarom. Hoe kijkt de minister naar dat plan?

Mevrouw Vermue (PvdA):


Voorzitter. In mijn werkkamer hier in Den Haag hangen drie foto's. Ze zijn gemaakt door een regionale kunstenaar. De portretten zijn in verschillende steden geëxposeerd en er zijn dialoogtafels over georganiseerd. Inwoners gingen in gesprek over hetgeen ze in de portretten herkenden, ze kenden er verschillende betekenissen aan toe en taboes werden doorbroken. Dat herken ik ook sinds de portretten in mijn werkkamer hangen. Er gaat geen bezoek voorbij of het gesprek gaat erover. Dat is wat kunst en cultuur doen. Ze brengen mensen bij elkaar, ze laten ons kritisch denken en dragen zo bij aan onze ontwikkeling. Kunst en cultuur overbruggen verschillen tussen mensen. Daarom is het zo belangrijk dat ze voor iedereen toegankelijk zijn. Of het nu om dans, toneel, film of muziek gaat, kunst en cultuur doen ertoe.

Gelukkig maken mensen steeds meer gebruik van het culturele aanbod in hun omgeving. Deze ontwikkeling hebben we ondersteund door bijna 30 miljoen euro extra beschikbaar te stellen voor jeugdtheater, voor talentontwikkeling in de film- en podiumkunsten, voor vernieuwing via de festivals, voor kunstprojecten met directe maatschappelijke waarde en voor pop en jazz. Hiermee hebben we belangrijke zaken kunnen behouden die in hun voortbestaan werden bedreigd. Tegelijkertijd is de cultuursector uitgedaagd om zich te profileren, te vernieuwen en de samenwerking te zoeken. Op die manier is ingezet op het bereiken van niet alleen een groter maar vooral een ander en meer divers publiek.

De kunst- en cultuursector heeft een enorme veerkracht getoond, maar makers zijn onder druk komen te staan omdat ze vaak de laatsten in de keten van besluitvorming zijn. Dat heb ik de afgelopen twee weken in mijn allereerste bijeenkomst als kunst- en cultuurwoordvoerster mogen ervaren. Tijdens een rondetafelgesprek over de cultuurfondsen kwamen de dilemma's haarscherp naar voren. In de aanloop naar dit debat ben ik door vele partijen benaderd om aandacht te vragen voor hun punten, niet alleen vanuit de wens tot voortbestaan van de eigen gezelschappen maar juist vanuit de uitdagingen die overkoepelend voor de gehele sector aan de orde zijn.

De BIS is uitgebreid met een aantal verspreide, toonaangevende festivals en met productiehuizen waar nieuw talent een kans krijgt. De onverwachtste beslissingen vonden plaats bij de presentatie-instellingen. Dat zijn instellingen zonder eigen collectie die tentoonstellingen organiseren. Het overige geld voor cultuursubsidies werd verdeeld via de cultuurfondsen, die allemaal hun eigen aandachtsgebied hebben. Deze fondsen kennen veel toe voor vernieuwing en dat leidt tot afwijzingen voor bestaande instellingen. Door het extra geld voor festivals en muziektheater zijn een aantal pijnlijke afwijzingen gerepareerd. De kritiek op de reparatie van twee groepen in de sector is dat het stelsel onevenwichtig wordt door slechts enkele categorieën gericht extra te ondersteunen. De Raad voor Cultuur constateert eveneens onevenwichtigheden in het stelsel, onder andere doordat er festivals aan de BIS zijn toegevoegd en de musea in de BIS op historie in deze financiering zitten. Hoe beoordeelt de minister de kritiek op deze onevenwichtigheid?

De oproep van de sector is om er met extra geld voor te zorgen dat alle instellingen met een positieve beoordeling gesubsidieerd worden en dat ze de komende herziening in goede staat kunnen meemaken. Wil de minister ingaan op de gevolgen van de afwijzingen voor de positief beoordeelde instellingen? Wat zijn deze gevolgen? In hoeverre wijken deze gevolgen af van die van de afgelopen vier jaar?

De heer Jasper van Dijk (SP):


Die vraag kan ik beantwoorden: de gevolgen zijn dat die instellingen eruit liggen, omdat er te weinig geld voor ze is. De vraag aan de Partij van de Arbeid is dus of zij bereid is om mee te denken over een oplossing. Vorige week hebben wij getracht om 11 miljoen te regelen, met als dekking de zogenoemde champagnetaks. Daar heeft de partij van mevrouw Vermue niet aan meegewerkt. Vandaag hebben we een nieuwe kans voor haar. Ik zal haar een update geven: Pechtold en Van Dijk willen inmiddels 14 miljoen euro voor cultuur regelen. De amendementen op stuk nr. 57 en op stuk nr. 58 zijn net binnen. Mevrouw Vermue heeft die ook voor zich. Zij heeft dit vorig jaar ook gesteund, net als de heer Van Veen, waarvoor heel veel dank vanuit de sector. Is mevrouw Vermue bereid om ons, althans de sector, dit jaar ook te steunen?

Mevrouw Vermue (PvdA):


De intentie is zeker om daarover mee te denken, maar we hebben pas zojuist de amendementen ontvangen. Ik wil graag de tijd nemen om die nog even goed te bestuderen.

De voorzitter:


De heer Van Dijk, tot slot.

De heer Jasper van Dijk (SP):


Mevrouw Vermue heeft de amendementen al een minuut of twintig. Ze heeft ze dus echt al kunnen bestuderen. Ik vind het te makkelijk om te zeggen: we gaan ze bekijken en u hoort nog van ons. Mooie woorden over cultuur zijn natuurlijk een lege huls als er niet ook een budget bij wordt geregeld. Mevrouw Vermue was bij het aanbieden van de petitie vorige week en ik hoop dat ze straks ook in Nieuwspoort is, maar kan de sector dan ook iets van de Partij van de Arbeid verwachten?

Mevrouw Vermue (PvdA):


Zeker. Als de heer Van Dijk goed naar mij luistert, zal hij horen dat ik daar straks verder op inga. Ik ben nog aan het begin van mijn verhaal. Ik heb een snelle blik op het amendement geworpen — dat klopt; daar heb ik twintig minuten de tijd voor gehad — en heb gezien dat de heer Van Dijk de middelen zoekt bij EZ, vanuit een dekking die ook onderdeel is van het energieakkoord. Ik vind het belangrijk om de tijd te nemen om zorgvuldig na te gaan wat dit betekent.

De heer Jasper van Dijk (SP):


Vanzelfsprekend. Het is heel goed dat mevrouw Vermue het goed bestudeert. Ik wijs haar erop dat haar voorganger, de heer Monasch, dit vorig jaar heeft gesteund. In die zin heeft de partij van mevrouw Vermue al een keer inhoudelijk gezegd dat zij akkoord gaat met deze dekking voor cultuur.

Mevrouw Vermue (PvdA):


Ja, maar vorig jaar werd verwezen naar reserves die er toen waren. Het is de vraag of die reserves er dit jaar weer zijn. Ik denk dus dat het goed is om daarnaar te kijken.

De heer Van Veen (VVD):


Ik hoorde de woordvoerster van de PvdA ook praten over het Fonds Podiumkunsten. Dat fonds heeft een A- en B-lijst geïntroduceerd en de inmiddels overbekende zaaglijn. Kan mevrouw Vermue zich herinneren of weet zij misschien op grond van de erfenis van de heer Monasch dat wij het Fonds Podiumkunsten de opdracht hebben gegeven om een A- en B-lijst te introduceren en een zaaglijn toe te passen?

Mevrouw Vermue (PvdA):


In die historie zou ik me nog even goed moeten verdiepen, maar ik ben bekend met de zaaglijn en de knelpunten die het Fonds Podiumkunsten met betrekking daartoe aan de orde heeft gesteld, zeker ten aanzien van alle mensen die daar een beroep op willen doen.

De heer Van Veen (VVD):


Laat ik dan zeggen wat ik denk te hebben gelezen. In de uitgangspuntenbrief is geen A- en B-lijst geïntroduceerd en ook geen zaaglijn. Er is een opdracht in verwoord voor het Fonds Podiumkunsten om een advies te geven aan de minister over de besteding van gelden. Die gelden hebben we met elkaar vastgesteld. Ik heb geconstateerd dat we een aantal extra instellingen hebben kunnen helpen. Het valt mij op dat mevrouw Vermue nu specifiek voor het Fonds Podiumkunsten een oplossing vraagt, terwijl de andere fondsen zich aan de opdracht hebben gehouden en geen A- en B-lijst hebben geïntroduceerd. Wat zouden we losmaken als we de B-lijst van het Fonds Podiumkunsten zouden oplossen in de wetenschap dat de Raad voor Cultuur zich gewoon aan de opdracht en het te besteden geld heeft gehouden?

Mevrouw Vermue (PvdA):


Het lijkt alsof de heer Van Veen vooruitloopt op mijn spreektekst. Daarin heb ik het niet over nog meer geld, maar wel over de terechte zorgen die hij aankaart. Daar moeten we een balans in vinden. Ik vervolg graag mijn betoog.

De voorzitter:


De heer Van Veen vindt dat goed. Hij zal goed luisteren.

Mevrouw Vermue (PvdA):


Dat is heel fijn.

Het is belangrijk om zorgvuldig om te gaan met de zorgen uit de sector. De geconstateerde onevenwichtigheid mag niet versterkt worden. Hoe houdt de minister zicht op de wijze waarop de fondsen tot hun beoordeling komen? Ziet zij mogelijkheden om de transparantie te vergroten? De vraag is of we met de vier jaar ondersteuning van alle positief beoordeelde instellingen de juiste verwachtingen scheppen. Ik kan nu nog niet met zekerheid stellen dat deze instellingen bij het herijken van het stelsel wel serieus uitzicht hebben op structurele ondersteuning.

Tegelijkertijd vind ik het zorgelijk dat instellingen die al geruime tijd bestaan met een positieve beoordeling van het Fonds Podiumkunsten nu geen subsidie ontvangen. Ik denk hierbij in het bijzonder aan instellingen als Orkater en Korzo, die met een lange staat van dienst met een positieve beoordeling nu in de B-categorie terecht zijn gekomen. Dat zijn instellingen die eveneens veel aan talentontwikkeling doen. Het Metropole Okest trekt om een andere reden aan de bel, namelijk vanwege een korting van €500.000 binnen de basisinfrastructuur. Het Maastrichtse productiehuis Intro in Situ valt buiten de basisinfrastructuur, maar kan wel op gedeeltelijke steun van de provincie rekenen. Wat betekent dit voor hun voortbestaan? Nemen we hierover nu geen onomkeerbare besluiten? Kan de minister bij eventuele meevallers in de Voorjaarsnota nog iets voor hen betekenen, of ziet zij andere mogelijkheden voor het voortbestaan van deze instellingen?

Om dit nu al kracht bij te zetten, is de Partij van de Arbeid voornemens een motie in te dienen om binnen de extra beschikbaar gestelde middelen van 10 miljoen euro een bedrag van €500.000 vrij te maken voor het Fonds Podiumkunsten en enkele gezelschappen die met een positieve beoordeling in de B-categorie terecht zijn gekomen, alsnog tegemoet te komen. De hoop is dat veel partijen zich bij ons aansluiten om zo gezamenlijk op te trekken. Wij realiseren ons dat wij hiermee op dit moment nog niet tegemoet kunnen komen aan alle positieve beoordelingen, maar willen onderstrepen dat op de lange termijn gewerkt moet worden aan een toename van continuïteit en stabiliteit. Het is mede daarom dat de Partij van de Arbeid de komende jaren 100 miljoen extra wil gaan investeren in kunst en cultuur.

De middelen die wat de Partij van de Arbeid betreft extra naar de podiumkunsten gaan, komen uit de gereserveerde middelen voor de arbeidsmarktontwikkeling. Ja, de aandacht voor de arbeidsmarktpositie van kunstenaars is belangrijk. Hiervoor is in de komende jaren een veel fundamentelere investering nodig. Dat is een investering die wij zeker willen doen en waarvoor wij graag de komende jaren samen met anderen willen optrekken. Wij hebben de afgelopen jaren de aandacht voor de arbeidsmarktpositie van kunstenaars blijvend op de agenda gezet. Daarnaast is de gezamenlijke arbeidsmarktverkenning van de SER en de Raad voor Cultuur gekomen met schrijnende cijfers over de mate waarin kunstenaars in staat zijn om een volwaardig inkomen te verwerven. Hieruit is de opdracht van de sector aan de SER en de Raad voor Cultuur gekomen om een arbeidsmarktagenda te maken. Deze trajecten zijn van wezenlijk belang, maar ik wil weten wat er nu al gebeurt.

De heer

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12

  • Van Veen

  • Dovnload 353.75 Kb.