Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van een wetgevingsoverleg

Dovnload 353.75 Kb.

Verslag van een wetgevingsoverleg



Pagina3/12
Datum28.10.2017
Grootte353.75 Kb.

Dovnload 353.75 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12
Pechtold (D66):
Daarom snap ik die dekking niet. De SER, Mariëtte Hamer, heeft een gedegen rapport geschreven. Dat zei de SP zojuist ook terecht. Ik heb laatst ook weer eens de cijfers van bijvoorbeeld een violist in Amsterdam of in Berlijn bekeken. Ik geloof dat er een factor 2,5 verschil tussen zit ten gunste van Berlijn. En dan gaat de PvdA nu geld halen uit het arbeidsmarktbeleid. Ik vind het echt armoe met armoe bestrijden.

Mevrouw Vermue (PvdA):


De sector heeft ook aangegeven dat de arbeidsmarktmiddelen à €500.000 die nu binnen de 10 miljoen gevonden zijn, een druppel op een gloeiende plaat zijn. Wij kunnen daar hoogstens een klein deel van het traject mee in gang zetten. Mijnheer Pechtold, laten wij gezamenlijk optrekken. Laten wij, als de arbeidsmarktagenda er is, daar met elkaar gewoon een volwaardige agenda ervan maken.

De heer Pechtold (D66):


Daarmee ben ik het helemaal eens, maar ik zou niet in de tussentijd weggooien wat er al is. Dat zou mijn eerste punt zijn. Mijn tweede punt is dat ik een lans wil breken voor mijn eigen amendement, dat is gesteund door de heer Van Dijk. Dat gaat gewoon om een pot bij EZ. Dat geld wordt al jaren niet besteed. Het is gewoon over. Laten wij deze barre tocht door de woestijn — want dat is deze kabinetsperiode toch een beetje — op 15 maart afsluiten, maar dan wel op de manier dat wij proberen om alles houtje-touwtje bij elkaar te leggen. Wij moeten nu niet nog eens geld halen uit het arbeidsmarktbeleid, terwijl daar toch al te weinig geld voor is. Dat zegt mevrouw Vermue nu ook. Er is te weinig geld, maar dan is de redenering blijkbaar: dan kun je de rest eigenlijk ook wel weghalen.

Mevrouw Vermue (PvdA):


Alvorens we middelen uit het energieakkoord gaan halen, wil ik weten wat de gevolgen daarvan voor de duurzaamheid zijn. Zoals gezegd, wil ik de tijd nemen om het amendement van de heren Pechtold en Van Dijk goed te bestuderen. Ik denk dat het goed is om later daarop terug te komen.

De voorzitter:


Mevrouw Vermue, u hervat uw betoog.

Mevrouw Vermue (PvdA):


Ik heb nog een vraag over de arbeidsmarkt. Welke effecten hebben de nieuwe eisen ten aanzien van werkgeverschap bij de subsidieaanvraag gehad? Welke goede voorbeelden ziet de minister in de cultuursector? Naast de grote variëteit van makers en gezelschappen hebben lokale en regionale bestuurders in aanloop naar dit wetgevingsoverleg van zich laten horen. Uit de vele brieven van lokale en regionale bestuurders spreekt een duidelijke roep om meer afstemming en samenhang in het kunst- en cultuurbeleid, waarbij de verantwoordelijkheden tussen de lokale, regionale en landelijke overheden helder dienen te zijn.

De regionale spreiding van culturele instellingen is een belangrijk punt. Daarbij gaat het mij niet alleen om de spreiding van de uitvoeringen, maar ook om de vestigingsplaatsen van de makers. Zoals bekend draagt de vestiging van een culturele instelling sterk bij aan het lokale culturele klimaat. Dat is steeds belangrijker voor de ontwikkeling van steden. Een betere regionale spreiding van de instellingen in de basisinfrastructuur is misschien een lastig verhaal, doordat de continuïteit van deze belangrijke instellingen geborgd moet worden. Daarom moet er vooral spreiding van de fondsen komen. Constateert de minister een toename van regionale spreiding vanuit de toekenning bij de fondsen? Hoe verhoudt de spreiding van uitvoering zich tot de spreiding van vestiging? Ziet de minister mogelijk nog meer ruimte voor de fondsen hierin?

Naast een betere regionale spreiding van de subsidies vind ik het heel belangrijk dat er regionale plannen gemaakt worden die een samenhangende visie bieden op de regionale culturele activiteiten en voorzieningen. Deze regionale plannen hebben wat mij betreft tot doel om te streven naar een compleet aanbod voor een zo breed mogelijk publiek. Hoe gaat de minister stimuleren dat er lokaal of regionaal stevige culturele agenda's uitgewerkt worden met daarin voorzieningen en mogelijkheden voor alle inwoners?

De landelijke basisinfrastructuur, de landelijke fondsen en het lokale en regionale beleid vragen om een nog betere afstemming. Hierin vind ik de beweging van de drie noordelijke provincies interessant. Zij proberen duidelijk iets nieuws onder de titel We the North. Ook werkt het project BesteBuren in de zuidelijke grensprovincies in samenwerking met Vlaanderen aan prachtige initiatieven. Landelijk beleid dient deze vormen van afstemming en samenwerking te ondersteunen en te belonen. In dit licht stel ik dan ook de vraag in hoeverre de matching van lokale en provinciale overheden in de beoordeling van de fondsen of vanuit de rijksoverheid positief gewaardeerd wordt. Mocht dit niet tot extra punten leiden, is de minister dan bereid om hier wat aan te doen?

De lokale en regionale overheden vervullen tevens een belangrijke rol in het stimuleren van cultuureducatie. Een belangrijk onderdeel van de regionale plannen op het gebied van cultuur moet het aanbieden van doorlopende leerlijnen op het gebied van de cultuureducatie zijn. 70% van de basisscholen doet mee aan het programma Cultuureducatie met Kwaliteit. 90% van de mbo'ers heeft sinds kort een cultuurkaart. Dat moet naar 100%.

Cultuureducatie is, zoals de minister in haar brief schreef, een belangrijke bouwsteen in de ontwikkeling van kinderen voor nu en in de toekomst. Er is nu extra geld beschikbaar gekomen voor cultuureducatie waarmee meer leerlingen in het vmbo bereikt zullen worden. Daarnaast krijgt het muziekonderwijs een extra impuls waarbij basisschoolleerlingen met partijen zoals harmonieën, fanfares, orkesten en poppodia met muziek aan de slag gaan. De Partij van de Arbeid vindt het goed om te zien dat de cultuureducatie versterkt wordt door samenwerking met lokale en regionale partijen. Eind november verwacht de Kamer een brief over de toekomst van de cultuureducatie. Kan de minister alvast een tipje van de sluier oplichten? Hoe wordt de Kamer hier de komende maanden bij betrokken?

Tot slot heb ik nog een vraag voor het kabinet over paleis Soestdijk. In dit geval wordt immers meer dan alleen rijksvastgoed verkocht. Klopt het dat paleis Soestdijk wordt verkocht aan de hoogste bieder, waardoor de verkoopprocedure centraal staat en de culturele waarde ondergeschikt is in de besluitvorming? Hoe wordt de Kamer door het kabinet betrokken bij de keuze van de plannen? Waarom wordt de keuze voor de plannen pas na de verkiezingen bekendgemaakt?

Ik begon mijn verhaal met de drie portretten die op mijn kamer hangen en de dialoog die deze werken tot stand brengen. Een dialoog zullen wij ook de komende jaren nodig hebben in de kunst- en cultuursector. De erkenning van de betekenis van de cultuursector is de afgelopen jaren hersteld. De kabinetsinzet op cultuur en onderwijs krijgt veel waardering. De aandacht voor talentontwikkeling en cultureel ondernemerschap sluit goed aan bij de actuele ontwikkelingen, maar daarmee is onze opgave niet voltooid. De komende jaren willen wij alles weer in balans brengen.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Ik ga nog een poging doen om de logica van de inzet van de PvdA te begrijpen. De Partij van de Arbeid maakt 100 miljoen vrij voor cultuur in het verkiezingsprogramma. Dat vind ik hartstikke goed. Dat doen wij ook. Maar de verkiezingen zijn in maart. Daarna gaan we zien wat er precies zal gebeuren. Dinsdag hebben wij instellingen gezien bij de petitie-aanbieding. Wij hebben daar veel over kunnen lezen. Straks treden zij ook op. Die instellingen zitten nu in nood. Vindt mevrouw Vermue het dan niet ook uiterst pijnlijk dat haar boodschap voor die instellingen is: wij gaan u redden, de PvdA gaat voor cultuur opkomen, maar dat is vanaf maart? De instellingen die nu om hulp roepen, zoals Orkater, Korzo, Dood Paard, Bellevue Lunchtheater en noem maar op, laat mevrouw Vermue nu eigenlijk stikken en daardoor is het waarschijnlijk te laat als zij volgend jaar met die 100 miljoen komt aanzetten.

Mevrouw Vermue (PvdA):


Of het te laat is, is ook een van mijn vragen aan de minister geweest. Ik wil nu in ieder geval bij motie een eerste stap zetten. Ik hoop op steun van de SP voor die motie. Zoals gezegd ga ik het sympathieke voorstel, het amendement dat de heer Van Dijk medeondertekend heeft, goed bestuderen.

De voorzitter:


Mijnheer Van Dijk, wij vervallen een beetje herhaling, maar tot slot.

De heer Jasper van Dijk (SP):


Ik waardeer het dat mevrouw Vermue het amendement serieus gaat bestuderen. Maar stel nou dat zij in overleg met haar fractie tot de conclusie komt dat zij dit niet kan steunen, dan gaat iedereen naar huis en is er vandaag niets geregeld. Mag ik mevrouw Vermue vragen om samen met de collega's alles ervoor te doen om een andere oplossing te zoeken, mocht zij het voorstel van Pechtold en Van Dijk niet accepteren?

Mevrouw Vermue (PvdA):


Zeker, mijnheer Van Dijk. U mag op mijn volledige inspanning rekenen om te kijken hoe we gezamenlijk de middelen voor elkaar krijgen. Ik heb ze in anderhalve week tijd niet binnen de huidige begroting gevonden. Laten we de komende maanden aan de hand van uw voorstel kijken of er nog alternatieven voorhanden zijn.

De heer Pechtold (D66):


Voorzitter. Ik wil vandaag graag beginnen met een uitspraak van een van onze belangrijkste wetenschappers en dat is Robbert Dijkgraaf. Het ging over cultuur en politiek. Ik citeer: "De politiek vraagt: 'Werf nieuw publiek. Vind nieuw geld. Onderneem. Wees toegankelijk, maar ook weer niet té. Luister naar de samenleving. Maar bovenal, blijf jezelf.'" Een winkelwagen vol met dubbele boodschappen. Daarin heeft Dijkgraaf gelijk. Voor de middelen die wij als samenleving ter beschikking stellen, verwachten we enorm veel terug, terwijl het in mijn optiek niet alleen om middelen zou moeten gaan, maar ook om vertrouwen. De cultuursector heeft immers al zo veel moois voortgebracht.

Na vier jaar kijken we ook terug op het ministerschap van minister Bussemaker. Ik moet zeggen, de toon van deze minister was vanaf het begin heel anders dan die van haar voorganger, staatssecretaris Zijlstra, in Rutte I. Maar helaas had ze wel dezelfde portemonnee. Ook de minister realiseerde zich dat we iets waardevols dreigde te verliezen en probeerde dat te repareren. Zeker in de laatste periode is haar gelukt om her en der weer een impuls te geven. Vorig jaar heb ik dat met een aantal collega's ook kunnen doen. Ik wil de rol van collega Monasch daarbij niet onbesproken laten. Hij heeft als een breekijzer in de coalitie veel betekent voor de sector.

De Kamer wil dus repareren, maar dat heeft ons wel in een positie gebracht die eigenlijk niet wenselijk is. We zijn te veel op de stoel gaan zitten van de Raad voor Cultuur en de fondsen. Ik zeg er eerlijk bij: ieder hier met zijn eigen hobby. De andere kant is: als de Kamer niet deze rol had gepakt, waren de gevolgen pijnlijk duidelijk geworden. Neem nu als voorbeeld — ik pak van nature iets regionaals — het Rijksmuseum Twenthe. Een paar jaar geleden moest het de luiken dicht doen en nu wordt het, in de woorden van dezelfde Raad voor Cultuur, geprezen in de nieuwe museale benadering. "Visionair" heet het nu! En dan het Metropole Orkest, dat onlangs een Grammy Award in de wacht sleepte. Zonder ingreep van de Kamer was het opgehouden te bestaan. Neem de productiehuizen. Zonder mijn partij was deze plek voor talentontwikkeling niet langer verankerd geweest in de BIS. Maar neem ook het extra jeugdtheater, dat door onze inspanningen is opgenomen in de BIS. Via de cash rebate is er 20 miljoen extra voor film in Nederland. Het liefst zou ik ook high-end drama en animatieseries onder die cash rebate een plek bieden. Wat vindt de minister daarvan?

De voorzitter:


Mijnheer Pechtold, mijnheer Van Veen wil u een vraag stellen.

De heer Van Veen (VVD):


Ik vind het toch wat te gemakkelijk om te zeggen dat politieke partijen hun persoonlijke hobby's hebben ingebracht in het debat. Ik wil heel duidelijk stellen dat mijn fractie daar zeker niet aan heeft meegedaan en zelfs heeft gewaarschuwd om d1e moties, die ook gingen over Oerol, niet te steunen. Is de heer Pechtold het met mij eens dat dit een kapitale misser is geweest in de afgelopen vier jaar in het handelen van de Kamer?

De heer Pechtold (D66):


Volgens mij ben ik de eerste in dit rijtje die het boetekleed aantrekt. Ik kan mij nog herinneren, toen ik vorig jaar mijn eerste Cultuurbegroting deed, dat het de heer Van Veen was die kwam met de VOC-archieven in Jakarta en het erfgoed van nieuwszender RTL dat gedigitaliseerd moest worden. Volgens mij waren dat twee lobbyorganisaties die ook bij mij zijn langs geweest, maar waarvoor de VVD gevoelig was. Laten we niet de pot … hoe noem je het ook alweer? Nou ja, in ieder geval, u snapt wat ik bedoel. Dat is zo'n regionale uitdrukking! We moeten richting een nieuw kabinetsperiode ervoor waken dat we hier op de stoel van de Raad voor Cultuur of de fondsen gaan zitten, maar ik gaf zojuist onderbouwd aan waarom ik het wel goed vind dat we het hier en daar hebben gedaan, want er was anders meer drama geweest dan een toneel kan bevatten.

De heer Van Veen (VVD):


Zo makkelijk gaat het niet. Het VOC-verhaal was onderdeel van de Erfgoedwet. Ik heb het zeker niet bij het Cultuurbegroting genoemd. Dat had ook een heel andere intentie. Uiteindelijk is er een amendement aangenomen dat onze VOC-archieven in het buitenland beschermt. Ik ben er heel trots op …

De heer Pechtold (D66):


Ik ook.

De heer Van Veen (VVD):


… dat we dat voor elkaar hebben gekregen. Die twee dingen passen dus niet bij elkaar. Ik denk ook dat de lachers er ook niet bij horen. Wij hebben geld bij cultuur weggehaald om dat vervolgens aan festivals te geven die het wellicht helemaal niet nodig hebben. De wrange constatering is dat mensen die nu gebruik moeten maken van het geld van het Fonds Podiumkunsten, gefinancierd worden uit de BIS. Ik zeg tegen de heer Pechtold dat dit een kapitale misser is geweest van de politiek. Ik ben bereid om samen met de heer Pechtold vandaag een amendement en motie in te dienen om dat terug te draaien en ervoor te zorgen dat festivals via het Fonds Podiumkunsten worden geholpen, en niet via de BIS. Dat is gewoon niet goed geweest.

De heer Pechtold (D66):


De VVD'er Van Veen komt toch een beetje over als een slager die vegetariërs verwijt dat ze niet alle groenten onbespoten eten. Ik zou graag met de heer Van Veen optrekken als het gaat om een nog evenwichtiger verdeling. Laat ik het zo zeggen: ondersteun het amendement-Pechtold/Van Dijk en er valt met mij overal over te praten. Dat betekent in ieder geval dat we weer 14 miljoen te verdelen hebben in deze armoe.

De voorzitter:


Mijnheer Pechtold, u hervat uw betoog.

De heer Pechtold (D66):


Dank u wel, voorzitter. Voordat we bij een nieuw stelsel zijn aangekomen — ik heb dat in Paradiso verwoord als "de tocht door de woestijn" — moeten we ervoor zorgen dat onderweg geen waardevolle organisaties gesneuveld zijn. Maar de komende begroting weet dat niet te voorkomen. Daarom doet D66 voorstellen om extra geld vrij te maken voor cultuur. Wij willen minimaal 14 miljoen euro om instellingen te redden of te versterken; organisaties en instellingen die allang bestaan en die elk hun eigen publiek hebben opgebouwd en die zijn gewogen en goed bevonden. We vragen de minister om advies te vragen aan de Raad voor Cultuur, de fondsen en Kunsten '92 om een goede verdeling van dit extra budget tot stand te kunnen brengen. Dan kun je bijvoorbeeld denken aan het Metropole Orkest, het Letterkundig Museum, de Rijksacademie en, via het Fonds Podiumkunsten, heel veel instellingen die een positief advies hebben gekregen, maar door gebrek aan middelen buiten de boot zijn gevallen. Denk aan Maas theater en dans, Korzo, Orkater, Suburbia en vele andere. Het zou echt zonde zijn als dit kabinet ze om laat vallen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):


De heer Pechtold heeft net een spelletje gespeeld en gedaan alsof D66 het ook belangrijk vindt dat er iets aan cultuur wordt gedaan in de regio. Het kwam er moeilijk uit, maar er werd toch een poging gewaagd. Dan snap ik niet waarom hij een lijstje opsomt in het amendement met instellingen die allemaal in de Randstad zitten; Almere reken ik dan even tot de Randstad. Waarom is D66 totaal niet bereid om te kijken naar de fantastische initiatieven in de regio's? Dan kunnen we er met elkaar over praten. Om nu nog meer te geld te geven aan de Randstad, vind ik echt onbestaanbaar.

De heer Pechtold (D66):


Waar mevrouw Vermue daarnet 20 minuten had om te lezen, heeft mevrouw Van Toorenburg inmiddels 30 minuten de tijd gehad om te lezen. Pechtold en Van Dijk stellen voor om 4 miljoen uit het een en 10 miljoen uit het ander te halen. Voor die 4 miljoen geven we een aantal ideeën. Voor die 10 miljoen geven we die niet. Als mevrouw Van Toorenburg ook de invulling van die 4 miljoen een doorn in het oog is, wil ik in ruil voor haar steun graag kijken hoe we dan tot een nog evenwichtiger verdeling binnen de 10 miljoen komen. Maar daar hebben we allereerst de vrienden van de coalitie voor nodig. Ik wijs ze er nog maar eens op dat dat geld bij Economische Zaken een ondersteding is, dat dat geld over is, en dat het net als vorig jaar heel goed tot invulling in de cultuur zou kunnen leiden. Mevrouw Van Toorenburg en ik, die hier altijd onze gezamenlijke liefde voor de regio betuigen, worden het vast eens.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):


Laat mij tegen het publiek zeggen dat het echt van ons mag verwachten dat we tijdens een debat serieuzer kijken naar amendementen van 10 miljoen dan de heer Pechtold hier doet, alsof het effe iets is wat je achteloos bekijkt. Het is belangrijk dat mensen ervan uit kunnen gaan dat we serieus naar dingen kijken en dat doe ik dus ook. Vandaar mijn vraag. Daarom wil ik dus graag van de heer Pechtold horen of het totale bedrag uitsluitend aan de regio kan worden toebedeeld of dat D66 daartoe niet bereid is. Want alleen dán kunnen we met elkaar vaststellen dat er misschien iets wordt gedaan voor de regio's. Anders is het gewoon weer een versterking van de Randstad. Dat mag D66 doen, maar zeg dan niet iets te geven om de regio's.

De heer Pechtold (D66):


Ik vind het nou een beetje vervelend worden. Uw partij, het CDA, heeft op dit punt helemaal niets gedaan en was vorig jaar zelfs zo boos dat de coalitie met een deel van de oppositie een akkoord bereikte, dat zij niet eens wilde meedoen met de verdeling van het geld, dus als één partij de regio heeft laten vallen, is dat het CDA wel. U was zo op uw … getrapt dat u dat niet wilde. In beide amendementen staat gewoon: "Gedacht kan worden aan onder andere …". Dat geldt voor de verlaging van de apparaatskosten met 4 miljoen ten bate van de Nederlandse cultuursector (amendement op stuk nr. 58) en voor de verdeling van 10 miljoen op advies van de fondsen (amendement op stuk nr. 57). Ik weet werkelijk niet waar de pijn van het CDA zit. Ik zou zeggen: stap even over dat gedoe heen, kijk mee en laten we gezamenlijk de positieve druk op onze buren — voor u zijn dat de heer Van Veen en mevrouw Vermue — verhogen om tot iets goeds te komen. Dat zal de sector waarderen. We moeten hier niet gaan zitten muggenziften over de vraag of Almere wel of niet tot de regio behoort.

De heer Grashoff (GroenLinks):


Ik loop het gevaar om met mijn interruptie mee te doen aan een loopgravenoorlog, maar dat wil ik niet. Met mijn interruptie aan de heer Pechtold wil ik nagaan of we het eens kunnen worden over een bepaalde vraagstelling in plaats van over een bepaalde opvatting. Het cultureel klimaat is een enorm belangrijke vestigingsfactor. We zien in Nederland dat de regio's Amsterdam en Utrecht een gigantische aantrekkingskracht hebben en dat andere regio's hier en daar ondertussen zorgelijk weinig aantrekkingskracht hebben. We weten dat het cultureel klimaat echt een heel belangrijke vestigingsfactor is. Is de heer Pechtold het met mij eens dat het verstandig zou kunnen zijn om nog eens zorgvuldig te laten onderzoeken op welke manier en in welke mate je door het stimuleren van het cultureel klimaat zou kunnen bijdragen aan het oplossen van krimpvraagstukken? Daarmee doel ik niet op een tegenstelling tussen stad en platteland, maar op een evenwichtige verdeling. Hoe zou je met name stedelijke regio's, ook buiten de Randstad, kunnen inzetten om te voorkomen dat Nederland volloopt in Amsterdam en Utrecht, met een vastlopende woningmarkt, terwijl op andere plekken in Nederland een heel ander type vraagstukken ontstaat?

De heer Pechtold (D66):


Ik ben het met de heer Grashoff eens. Er wordt elke keer gedaan of ik uit Amsterdam kom, maar ik ben een inwoner van de regio. Ik kom uit Wageningen; regionaler kan het bijna niet, met de landbouwuniversiteit. Ik voel me zeker tot die opvatting aangetrokken, maar we zitten nu in de laatste maanden van het ministerschap van mevrouw Bussemaker en ik stel vast dat we met alle goede bedoelingen van de Kamer heel ver zijn gekomen in het hier en daar repareren van zaken en het hier en daar voorkomen dat festivals, instellingen of wat dan ook omvallen. We zijn een eind gekomen, maar we hebben nog even te gaan tot de coalitieonderhandelingen na 15 maart 2017. Ik hoop dat alle partijen die nu 100 miljoen beloven en dat in het verleden niet hebben gedaan, dat zullen waarmaken. D66 zal hen scherp houden. Voor die tijd, nu dus, is er echter een probleem. Als we gezamenlijk optrekken om de 14 miljoen die wij met onze amendementen willen vrijspelen — dat zijn reële bedragen en dekkingen — in te zetten, weet ik het volgende zeker. Als we de Raad voor Cultuur, Kunsten '92 en de fondsen vragen om dat geld op een goede manier te verdelen, rekening houdend met het idee van regio versus Randstad, hoeven wij nu niet op die stoel te gaan zitten, want dan komen we er wel uit. Mijn zorg is dat we elkaar hier op de vierkante millimeter gaan vertellen wat wel of niet regionaal is en dat het geld vervolgens niet beschikbaar komt. Dat zou ik doodzonde vinden.

De heer Grashoff (GroenLinks):


Dat het geld niet beschikbaar zou komen, zal in ieder geval niet aan de fractie van GroenLinks liggen, want in het tussenliggende halfuurtje heb ik goed kunnen kijken naar de dekking. Mijn fractie steunt het amendement van harte. Dat is dus geen punt.

Het gaat echter om een structureler vraagstuk dat niet nu even te repareren is met een paar verschuivingen. Het is wel een fundamenteel vraagstuk. Ik denk dat het verstandig kan zijn om hier vanuit culturele invalshoek naar te laten kijken. Ik zal broeden op een motie met het verzoek om hier onderzoeksmatig fundamentele aandacht aan te besteden. Ik hoop op steun van de heer Pechtold.

De heer Pechtold (D66):
Ik ben het helemaal eens met iedereen die opkomt voor de regio, maar dan wil ik wel een zuivere discussie. Het is namelijk niet "Randstad versus de rest van het land". Als je het over Twente hebt, gaat het vaak over Enschede. Als je het over Brabant hebt, gaat het vaak over de grote steden. Het zijn de grote steden waar de culturele ontwikkelingen plaatsvinden en de versterking zit. Het is misschien een platte vergelijking, maar in een winkelstraat zitten niet voor niets vijf schoenenwinkels naast elkaar: niet omdat ze de concurrentie opzoeken, maar omdat ze elkaar versterken in het aanbod. Zo werkt het ook met cultuur: als je daar meer van op een plek hebt, heb je een beter klimaat. Laten we ophouden met de oneigenlijke tegenstelling tussen de Randstad en de rest van het land en laten we goed kijken naar de stedelijke centra, ook buiten de Randstad, waar het culturele klimaat versterkt kan worden. Is dat Groningen? Ja. Is dat Eindhoven? Ja. Is dat Enschede? Ja. Laten we niet doen of het alleen maar Randstad versus platteland is, wat dat ook maar mag zijn. Dat is gewoon niet waar.

Voorzitter. De directeur van het Mondriaan Fonds twitterde afgelopen week na de fantastische aankoop van Gewitterfront van Rauch voor Museum de Fundatie: nu het nog kan. Ik vind dat we er met elkaar voor moeten zorgen dat dit blijft kunnen, zodat musea hun collectie levend kunnen houden en het internationale aspect — kijk naar dit kunstwerk — niet uit het oog verliezen. De Raad voor Cultuur heeft natuurlijk geadviseerd binnen bestaande financiële kaders, maar wij verwachten — daar zet mijn partij op in — dat die ruimte na de verkiezingen groter zal zijn. Laten we, zonder valse verwachtingen te scheppen, hopen dat de raad zich daarop voorbereidt door de grootste knelpunten op een rij te zetten. Wil de minister dat zeker stellen?

Mij moet nog iets van het hart: de zogenaamde verplichte regionale spreiding van culturele instellingen over het land. Die discussie keert steeds terug. Ik vind dat we daarin doorschieten. Natuurlijk moet er overal een bepaalde culturele basis zijn, moet overal een bepaald aanbod dichtbij zijn en moet er aandacht zijn voor een grotere culturele participatie. In plaats van dat centraal te bepalen, kunnen we beter aansluiten bij regionale ontwikkelingen in stedelijke regio's, met afstemming tussen het Rijk, de provincies, de gemeentes en het culturele veld. Daar worden ook vele verschillende pilots voor georganiseerd. Een voorbeeld daarvan is de pilot in het noorden van het land. Daar maken drie provincies en vier steden een gezamenlijk cultureel programma, over bestuurlijke grenzen heen, om het aanbod te versterken en het geld dat er is optimaal te besteden. Pakt de minister die handschoen op? Op welke manier doet zij mee met die regionale initiatieven? Hoe worden de geleerde lessen uit de pilots overgedragen en betrokken bij de herziening van het stelsel? Wij willen dat het nadenken over de toekomst van het cultuurstelsel volgend jaar al begint. Graag krijg ik hierop een reactie van de minister.

Ik kom op het religieus erfgoed. Deze maand hebben we een rondetafelgesprek georganiseerd, waarin we veel gehoord hebben over de uitdaging van kerken die hun oorspronkelijke functie verliezen en leeg komen te staan. De RCE (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en de veldpartijen hebben samen gewerkt aan een Agenda Toekomst Religieus Erfgoed. Het slotsymposium daarvan is op 8 december. Ik hoop dat de minister wil toezeggen dat ervoor gezorgd zal worden dat de kennis en kunde die zijn opgedaan met deze agenda kunnen worden voortgezet in bijvoorbeeld een kenniscentrum. We weten dat religieus erfgoed vaak lastig te herbestemmen is met instandhouding van de cultuurhistorische waarde. Ook het verduurzamen is een grote opgave. Daarom zullen mijn collega Dik-Faber van de ChristenUnie en ik hierover later een aantal moties indienen.

We zijn verheugd over het feit dat er extra geld is uitgetrokken voor cultuureducatie, maar kan dit budget niet beter worden ondergebracht bij Onderwijs? Er is immers ook geen aparte begroting voor wiskunde. Graag krijg ik hierop een reactie.

Een specifiek punt is het kennisinstituut Atria. We begrijpen dat deze instelling voor emancipatie door bepaalde subsidievoorwaarden in de knel komt. Ook hierop krijg ik graag een reactie.

Ik kom tot een afronding. Cultuur en erfgoed zijn voor ons land van groot belang. Onze samenleving verandert snel, waardoor mensen soms vertwijfeld om zich heen kijken en zich afvragen wat het betekent om in Nederland te wonen. Wat betekent het om Nederlander te zijn? Wat definieert ons? Ik vind dat cultuur een belangrijke bijdrage kan leveren aan antwoorden op die vragen. Cultuur zorgt voor reflectie. Cultuur leert ons over onze geschiedenis en bereidt ons voor op onze toekomst. Daarom moeten we in deze tijden investeren in cultuur. Met onze amendementen zetten we daarin hopelijk de eerste positieve stap.

Mevrouw

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12

  • Jasper van Dijk
  • Pechtold
  • Van Toorenburg

  • Dovnload 353.75 Kb.