Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van een wetgevingsoverleg

Dovnload 353.75 Kb.

Verslag van een wetgevingsoverleg



Pagina8/12
Datum28.10.2017
Grootte353.75 Kb.

Dovnload 353.75 Kb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12
voorzitter:
Er zijn nog een paar vragen over dit blokje. Ik geef mevrouw Van Toorenburg de gelegenheid om te interrumperen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):


De minister legt heel goed uit waarom het van belang is dat we ook over onze grenzen wat aan cultuur doen. Ik ben dat met haar eens. Het was de PVV die dit weekend gierend in de media riep dat zij hier een punt van zou maken tijdens het wetgevingsoverleg over cultuur. U ziet het: de PVV doet niet eens mee. Het is wel belangrijk dat wij vorige week een groot debat hebben gevoerd over de betrekkingen met Marokko. Marokko weigert heel veel jongeren uit Nederland terug te nemen wanneer er problemen zijn. Dan heb ik er moeite mee en vind ik het ook niet goed uit te leggen dat we Marokko geld geven voor jeugd, terwijl dat land helemaal geen eigen verantwoordelijkheid neemt. Ik heb het dan niet over landen die qua mensenrechten en qua ellende door hun hoeven zakken. Ik heb het niet over Libanon dat enorme vluchtelingenstromen opneemt. Ik heb het niet over Mali waar we terecht actie ondernemen. Maar kunnen we niet kritisch zijn op landen die niet meewerken, die geen eigen verantwoordelijkheid nemen? Moeten we die dan nog geld geven? Ik kan dat niet zo goed uitleggen.

De voorzitter:


Voordat ik de minister het woord geef, merk ik op dat de de heer Bosma hier niet is omdat hij ziek is.

Minister Bussemaker:


Ik begeef mij nu een beetje op glad ijs, want dit valt onder de portefeuille van collega Ploumen. Ik weet wel dat heel veel middelen die vanuit Ontwikkelingssamenwerking worden betaald, niet naar regeringen gaan maar heel bewust naar ngo's, juist om daar waar regeringen het laten afweten netwerken te kweken. Hoezeer ik hecht aan goed bestuur, ook in internationaal verband, er zijn goede redenen om het af en toe anders te doen. Naar ik heb begrepen, heeft de Kamer dat ook gezien, want dit was vorige week geen thema bij het begrotingsdebat Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

De voorzitter:


Mevrouw Van Toorenburg, tot slot.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):


Aan het eind van de dag, donderdag, werd het juist op dit punt wel een groot debat met de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Ik verzoek de minister in ieder geval dit punt mee te nemen ten aanzien van Marokko, want daar is een groot probleem aan het ontstaan. Marokko zegt: zoek het maar lekker uit. Dan is het een manier om te kijken hoe wij ons zelf grenzen kunnen stellen.

Minister Bussemaker:


Ik begrijp dat het een brief is van afgelopen donderdag, van staatssecretaris Dijkhoff?

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):


Ja.

Minister Bussemaker:


Oké, ik neem dit mee. De problematiek met Marokko speelt op verschillende terreinen. Ik zal uw zorg daarover met mijn collega's delen.

Ik kom bij de vragen van de heer Van Veen en mevrouw Van Toorenburg over indemniteit. De heer Van Veen heeft gevraagd of het zou helpen als wij de indemniteitsregeling weer simpeler zouden maken en of wij dan geld overhouden dat wij op een andere manier in cultuur kunnen investeren. Ik vind het in zijn algemeenheid een heel begrijpelijke gedachte. Ik deel die, want ik wil ook liever niet dat wij geld aan premies en dit soort regelingen uitgeven. Wij proberen dat te minimaliseren. De afgelopen tien jaar is met de indemniteitsregeling al 6,3 miljoen euro aan premiereductie door de musea bereikt, ofwel gemiddeld 37%. Dat is dus een aanzienlijke besparing op de premies. Wij hebben daar stappen gezet. Indien het maximum van 75 miljoen euro per indemniteitsaanvraag uit de regeling zou worden gehaald, zouden er enkele vaak grote individuele musea bij grote aanvragen, bijvoorbeeld voor blockbusters, van kunnen profiteren en dat zou dan weer ten koste gaan van de beschikbare ruimte voor de kleinere aanvragen van vaak kleinere musea. Dat lijkt mij niet wenselijk.

Ik neem 2015 als voorbeeld. Toen werden er acht aanvragen afgewezen in verband met het bereiken van het plafond. De totaal hierdoor misgelopen premiekorting bedraagt €380.000. Ik heb de regeling per 1 januari 2016 aangepast, juist met het doel om meer afwijzingen en misgelopen premiereductie te voorkomen. Over twee jaar wordt de regeling geëvalueerd en dan zal worden bezien of het doel van de regeling bereikt is.

Mevrouw Van Toorenburg vroeg nadrukkelijk naar de collectiemobiliteit binnen Nederland. In het cultuurconvenant met de landsdelen voor de periode 2017-2020 hebben wij afspraken gemaakt om de barrières weg te nemen die collectiemobiliteit in de weg staan. Begin 2017 zullen die afspraken in een werkconferentie met vertegenwoordigers van overheden en musea worden uitgewerkt. De rijkscollectie kan al onder gunstige voorwaarden worden geleend door musea. De nieuwe standaardbruikleenovereenkomst legt alleen risico voor herstelbare schade bij de bruikleennemer. De Staat neemt het risico van het volledig verloren gaan van het werk of waardevermindering ervan. Het belangrijkste is dat er vertrouwen is in de bewaaromstandigheden bij de bruikleennemer. Dat reduceert eventuele verzekeringslasten enorm. Daarom zet ik erop in — zie ook het cultuurconvenant — om vooral te stimuleren dat wij meer vanuit vertrouwen werken, omdat dat de manier is om ervoor te zorgen dat wij niet meer dan nodig aan verzekeringen uitgeven. Dat kunnen wij vooral in het binnenland regelen. Nogmaals, ik hoop dat ik duidelijk heb kunnen maken dat wij daar echt al slagen maken.

Mevrouw Van Toorenburg heeft ook gevraagd naar het gesprek dat ik met de VNG heb gevoerd. Dat wordt opgenomen in de bestuurlijke convenanten.

De heer Van Veen vroeg naar de Restitutiecommissie en of oude zaken eventueel heropend worden. Laat ik het volgende vooropstellen: ik ben blij dat hij mij alert vindt ten aanzien van het restitutiebeleid. Dit thema is juridisch ingewikkeld en bevat zeer veel gevoeligheden. Het ligt daarnaast internationaal ingewikkeld, omdat er steeds meer claimanten uit het buitenland komen. Voor zover ik weet, staat ons beleid zowel nationaal als internationaal in hoog aanzien. Ik doe er ook veel aan om dat zo te houden. Maar we kunnen nog slagen maken in de uitvoering van het beleid. Ik ben daar momenteel mee bezig. Het gaat dan nadrukkelijk niet om een aanpassing van het beleid, maar alleen om een verandering in de organisatie eromheen. We gaan bijvoorbeeld bekijken of we de onderzoekskant, die hier een rol bij speelt, daarmee kunnen samenbrengen. We willen daarnaast bekijken hoe we claimanten en bezitters kunnen stimuleren om onderling tot een oplossing te komen. Dat heeft geen gevolgen voor de lopende zaken, want die worden gewoon afgehandeld volgens de huidige werkwijze. Aangezien het beleid zelf niet verandert, verwacht ik niet dat oude zaken heropend zullen worden.

De heer Van Veen vroeg ook naar de bewegwijzering van erfgoed en monumenten. Dat is een mooi thema. Ik heb mijzelf ook weleens afgevraagd: waarom staat hier geen bordje waarop staat dat ik linksaf moet om dat fantastische museum of kasteel te bezichtigen? Om die reden hebben we het rijksmonumentenbordje geïntroduceerd. Dat was stap één. Dat bordje bestaat nog niet zo lang, maar dat kunnen alle eigenaren op hun monument aanbrengen. Ik heb er vorige week, samen met de provincie, nog één mogen aanbrengen op de Haringvlietsluizen, die vanaf vorige week maandag een rijksmonument zijn geworden. Het rijksmonumentenbordje is een samenwerking tussen de ANWB en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ook gemeenten kunnen zich hierbij aansluiten voor hun gemeentelijke monumenten. Maar het is niet aan mij om mij te bemoeien met de manier waarop op lokaal niveau de weg wordt gewezen naar belangrijke monumenten. Ik vind dat wel een belangrijk thema, maar ik wil niet treden in de gemeentelijke en provinciale verantwoordelijkheden.

Ik ben uiteraard wel zelf betrokken bij het erfgoed dat op nationaal niveau van belang is, zoals ons werelderfgoed of monumenten die op de nominatie staan om werelderfgoed te worden. Er staan nu bijvoorbeeld bruine borden langs de snelwegen, waarop de Nieuwe Hollandse Waterlinie en het Rietveld Schröderhuis staan aangegeven. Dat geldt ook voor de grachtengordel en voor de Limes, die laatst genomineerd is als werelderfgoed. We hebben dat samen met Rijkswaterstaat en de ANWB gedaan.

De heer Van Veen voert hier zijn laatste debat, omdat hij binnenkort een andere belangrijke functie, die van burgemeester, zal aanvaarden. Als ik het goed heb, staat in zijn gemeente één rijksmonument. De heer Van Veen zou op dit punt het voortouw kunnen nemen. Hij zou aandacht kunnen vragen voor de bewegwijzering op lokaal niveau. Die kan worden vormgegeven met soortgelijke borden als de bruine borden waarmee wij het werelderfgoed onder de aandacht brengen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werkt heel veel samen met partijen in de regio in allerlei projecten om monumenten en erfgoed zichtbaar en toegankelijk te maken.

De heer Van Dijk vroeg of we niet een nationaal historisch museum moeten hebben. Het Nationaal Historisch Museum is niet voor niets niet doorgegaan. Dat had niet alleen te maken met geld. De huidige musea doen er heel veel aan om onze geschiedenis goed te presenteren. Denk bijvoorbeeld aan het Rijksmuseum en het Nederlands Openluchtmuseum. Zij hebben samen het voortouw genomen om de historische canon van Nederland te verbeelden. Zij zijn daar goed mee aan de slag gegaan. Maar ook andere musea, zoals het Zuiderzeemuseum, het Nationaal Museum van Wereldculturen en het Nationaal museum Paleis Het Loo doen heel veel aan geschiedenis. Ik ontwikkel daar zelf ook nog weleens iets extra's voor op themagebied. Ik heb recentelijk bijvoorbeeld alle musea, bibliotheken en archiefcentra die op de een of andere manier aandacht besteden aan de geschiedenis van slavernij, bij elkaar gebracht om te bekijken wat zij kunnen doen om de verschillende collecties die zij hebben meer te ontsluiten. Dan wordt voor de buitenwereld veel beter zichtbaar wat er op dat gebied eigenlijk allemaal bestaat. Als je nu naar het Rijksmuseum gaat, denk je volgens mij eerder aan de positieve dingen van de Gouden Eeuw dan aan dat deel van de geschiedenis waar we minder trots op zijn. Ook dat is echter onze geschiedenis. Ik wil dat de musea er ook aan werken om dat zichtbaar te maken.

Mevrouw Dik-Faber vroeg naar het Nationaal Holocaust Museum in het Joods Cultureel Kwartier. Dit betreft inderdaad een belangrijk initiatief van het Holocaust Museum. Ik mocht bij de opening zijn. Ik heb de tentoonstelling over de ondergang van Abraham Reiss dus inderdaad samen met Jeroen Krabbé, gezien. Het was een zeer indrukwekkende expositie en het is een mooi plan. Het Joods Historisch Museum heeft een langjarige subsidierelatie met OCW. Van een andere belangrijke instelling in het Joods Cultureel Kwartier, de Hollandsche Schouwburg, worden de activiteiten via het Joods Historisch Museum door mij gesubsidieerd. De Hollandsche Schouwburg zal een onderdeel gaan vormen van het nieuwe Nationaal Holocaust Museum. Dat heeft echter nog wel een lange weg te gaan. Ik draag daar graag aan bij. Ik ben daar graag bij betrokken, maar dit is ook een belangrijke verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van VWS. Hij gaat over de oorlogsherinneringen en dus ook over de specifieke musea in Nederland die zich richten op de herinnering van de Tweede Wereldoorlog. Ook de gemeente Amsterdam speelt hierbij een belangrijk rol. Ik hoop dat uit mijn aanwezigheid bij de opening mag blijken dat ik een warm pleitbezorger ben van dit initiatief. Ik vind het heel mooi dat de verschillende instellingen in het Joods Cultureel Kwartier steeds meer de samenwerking zoeken. Ik denk daarbij ook aan de synagoge en het Verzetsmuseum.

De heer Van Dijk vroeg of het bezoek aan de musea niet gratis kan worden. Ik ben daar niet voor, want uit onderzoek blijkt dat het gratis maken van museabezoek niet zozeer leidt tot nieuw bezoek, maar vooral tot extra bezoeken door vaste bezoekers. Een van mijn belangrijkste doelstellingen is om een meer divers publiek te bereiken. Ik investeer die middelen dan liever ergens anders in. Ik ben er wel blij mee dat wij musea via de museumjaarkaart, maar ook via de MBO Card en de CJP-pas, goed toegankelijk kunnen maken. Ik geef nog een voorbeeld. Het Boijmans van Beuningen was tot voor kort op woensdag gratis. Dat is afgeschaft. Door de substitutie-effecten is dat te duur. Het leverde verder te weinig extra publiek op.

Er zijn nog een paar vragen gesteld over monumenten. Sta mij toe, voorzitter, om de volgende opmerking toch te maken. Mevrouw Van Toorenburg merkte op dat het vreemd was dat ik mijn brief over monumenten met de fiscaal woordvoerders van de commissie voor Financiën had willen bespreken. Ik zou willen dat mijn macht zo ver zou reiken dat ik kon bepalen met wie in de Kamer ik welke brief kon bespreken. Ik stel alleen vast dat ik met Prinsjesdag een brief over monumenten naar de Kamer heb gestuurd. Hoewel wij weleens eerder tijdens debatten en begrotingsbehandelingen inzake cultuur over monumenten hebben gesproken, heeft deze commissie die brief overgedragen aan de vaste commissie voor Financiën. Dat speet mij zeer, maar het was niet anders. Ik zeg het toch maar: het overgrote deel van de monumentenaftrek komt terecht in Amsterdam. Nee, het is niet het overgrote deel — ik moet mij zorgvuldig uitdrukken — maar een substantieel deel.

Mevrouw Van Toorenburg en mevrouw Dik-Faber vroegen inzake de rijksmonumenten nog naar de relatie met vrijwilligers en de eigen bijdrage voor de Sim. Het kapitaliseren van de inzet van vrijwilligers is met name van belang voor instellingen die niet de eigen bijdrage van de Sim kunnen opbrengen. In hoeverre dat het geval is, zal blijken uit de evaluatie van de Sim in 2018. Uit het onderzoek van Berenschot blijkt niet dat het om een groot of acuut probleem gaat. Ik ga dit onderwerp betrekken bij de herijking van het monumentenstelsel voor 2018, zoals ik dat ook met de commissie voor Financiën heb besproken.

Eveneens in het kader van de aanbevelingen van het rapport van Berenschot vroeg mevrouw Dik-Faber of er niet meer aandacht voor verduurzaming zou moeten komen. Ja, want de opgave van de monumentenzorg is ingrijpend veranderd. Sinds 1995 is door het Rijk maximaal met succes ingezet op het restaureren van de vele vervallen rijksmonumenten. Willen rijksmonumenten een toekomst hebben, dan zullen zij ook moeten worden gebruikt. Je kunt een monument prachtig restaureren, maar als er daarna niemand meer komt en er geen gebruik meer van wordt gemaakt, wordt het alsnog binnen afzienbare tijd een ruïne. Dat zien wij bij de kerken. Daar heb ik het al over gehad. Wij zien ook dat duurzaamheid een heel grote opgave aan het worden is, omdat monumenten vaak enorm veel energie gebruiken. Ik heb een pilot duurzame monumenten gestart, om meer inzicht te krijgen in de kansen en problemen om utilitaire monumenten te verduurzamen.

Laat ik één mooi voorbeeld geven. Bij de Hermitage in Amsterdam heeft men veel meer bezoekers dan men oorspronkelijk had ingeschat. Die bezoekers geven allemaal warmte af. Die warmte kun je via een buis gewoon ergens de lucht in laten gaan, maar wat heeft men daar gedaan? De warmte wordt onder de grond naar de Hortus Botanicus geleid, waar de kassen heel veel warmte nodig hebben. Het is heel simpel, maar ik vind het vrij geniaal en een heel mooie oplossing. Zo zijn er andere voorbeelden van plaatsen waar wij met duurzaamheid bezig zijn. Ik noem als voorbeeld de grote hal van de Enkafabriek in Ede. Die zorgt voor de warmte-koude uitwisseling bij een deel van de huizen die eromheen staan. In 2017 komen de gegevens uit die pilots beschikbaar. Ook die zullen wij gebruiken bij de herijking van het monumentenstelsel.

Mevrouw Dik-Faber en mevrouw Van Toorenburg hebben vragen gesteld over de groene monumenten. Daar zitten echt een paar problemen en daarom heb ik ook met de toenmalige minister van LNV besloten om de subsidie van 2,5 miljoen op de particuliere buitenplaatsen te stoppen en in 2011 de groene monumenten toegang te geven tot de Sim, wat toen nog de Brim was. Er zijn ongeveer 1.400 groene monumenten. 600 daarvan zijn historische buitenplaatsen. U moet echter ook denken aan stadsparken, vestingwerken en begraafplaatsen. Voor 2011 hadden eigenaren van groene monumenten geen enkele mogelijkheid om subsidie te krijgen van OCW. Ik denk dat het een goede zaak is dat dit nu wel kan. Er is nu jaarlijks een apart budget van 5 miljoen, dus dat is aanzienlijk meer dan voor 2011. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan een onderzoek naar de staat en onderhoudsbehoefte van groene monumenten. Verschillende organisaties, zoals de FIM, de Landelijke Organisatie voor Begraafplaatsen en de Vereniging Particuliere Historische Buitenplaatsen, zijn nauw bij het onderzoek betrokken. De resultaten van dit onderzoek betrek ik bij de herijking van de monumentenzorg. Ik hoop dat ik de Kamer duidelijk kan maken dat de herijking van de monumentenzorg echt wenselijk is.

Mevrouw Vermue vroeg naar de verkoop van paleis Soestdijk. Zij vroeg ook of het klopt dat de culturele waarde in de besluitvorming ondergeschikt is aan de financiën. De verkoop van paleis Soestdijk is zeer uitgebreid met collega Blok besproken in de commissie voor Wonen en Rijksdienst. Ook is gesproken over de procedure. In dat overleg is afgesproken dat verkoop alleen kan plaatsvinden aan partijen met oog voor cultuurhistorische aspecten. De Erfgoedwet en de Omgevingswet bieden harde kaders voor het beheer en het behoud van de cultuurhistorische aspecten van Soestdijk. De kwalitatieve selectie is onlangs afgerond. Drie voorstellen voldoen aan de kwalitatieve eisen. De betrokken partijen mogen nu een bod uitbrengen. Voor het overige zou ik graag naar collega Blok willen verwijzen.

De heer Grashoff vraagt of de Nationale Opera niet heel veel geld krijgt. Er is in Nederland maar één zo'n gezelschap. Het is het enige gezelschap dat op zo'n grote schaal operaproducties van internationale status realiseert. Het biedt een breed repertoire, dat zich internationaal onderscheidt door een excellent uitvoeringsniveau. Opera is naar zijn aard een van de duurste kunstvormen. Het kost dus wat, maar ik zeg er ook bij dat de Nationale Opera van de raad een omschrijving krijgt met heel veel complimenten. De Nationale Opera heeft een voorbeeldfunctie in het uitvoeren van en investeren in een breed klassiek en innovatief operarepertoire en in een nieuwe generatie kunstenaars. De Nationale Opera heeft zelfs afgelopen jaar de prestigieuze internationale prijs Opera Company of the Year Award gewonnen. Dat is zo'n beetje de Oscar van de opera. Dat is dus de reden waarom er maar één opera is.

Ik heb nog een paar losse vragen te beantwoorden. De brief over cultuureducatie krijgt de Kamer binnenkort. Daarin zal onder andere worden ingegaan op de motie-Monasch/Van Veen (32820, nr. 147) over een gemeenschappelijk houvast betreffende cultuureducatie voor onderwijs, overheden en de culturele sector, op de motie-Monasch/Ouwehand (32820, nr. 151) over de centra voor kunstzinnige vorming en muziekscholen, op mijn toezegging aan mevrouw Van Toorenburg over het vervoer naar musea en op datgene wat we in de afgelopen jaren hebben bereikt met cultuureducatie.

De heer Pechtold vroeg: kan dat budget niet beter worden ondergebracht bij de begroting voor Onderwijs? Het eigenaarschap van cultuur ligt bij scholen en moet daar ook liggen. Als alle scholen zo ver waren dat ze cultuureducatie prioriteit gaven vanuit de reguliere onderwijsmiddelen, dan zou ik niet mijn middelen naar die scholen overbrengen en zou ik daarmee iets anders kunnen doen in het kader van het cultuurbeleid. Helaas zijn we nog niet zo ver en is er echt nog stimulering nodig om cultuur een vaste plek in het curriculum te geven. Culturele aanbieders spelen daarin een heel grote rol. Dat rechtvaardigt cultuuruitgaven voor onderwijs, in ieder geval op dit moment.

De heer Pechtold had een vraag over de cash rebate op film en high-end drama. Ik heb de Raad voor Cultuur gevraagd om in het licht van de nationale en internationale ontwikkelingen in de audiovisuele sector advies te geven over de aansluiting tussen het media- en het filmbeleid. Ik vind het ook van belang dat Nederland aansluit op de internationale ontwikkelingen. High-end producties zijn interessant maar duur. De huidige budgetten zijn niet altijd toereikend om op internationaal concurrerend niveau te produceren. Filmfondsen en de sector stellen dat hiervoor 10 miljoen extra nodig is. Voordat we de discussie over financiële middelen zouden kunnen voeren, hebben we eerst een goed inhoudelijk advies nodig. Daarom heb ik de Raad voor Cultuur gevraagd om daarover te adviseren. Dat advies komt begin volgend jaar.

Ik kom nu bij de amendementen.

De voorzitter:


Alleen het amendement over Kunsten '92 is eruit, zeggen de opstellers.

Minister Bussemaker:


Ik begon met het amendement op stuk nr. 60, over de apparaatskosten bij OCW. De indieners, de heren Pechtold en Jasper van Dijk, zeggen dat er 4 miljoen is onderbesteed. Zij willen dat bedrag inzetten voor cultuur. Het verhaal zit helaas iets complexer in elkaar. In 2015 heeft OCW voor 33 miljoen aan externen ingehuurd. Het allergrootste deel daarvan, ruim 26 miljoen, betrof uitzendkrachten die vooral bij DUO als flexibele schil worden ingezet om piekwerkzaamheden op te vangen. Dat betreft met name het geven van voorlichting aan studenten. Bijvoorbeeld in september, wanneer een nieuw studiejaar aanbreekt, moet er ontzettend veel gebeuren bij DUO. Ik hecht er zeer aan dat alle aankomende en zittende studenten goed worden voorgelicht. Dat is echt een cruciale taak, ook in het licht van de toegankelijkheid van het onderwijs. Een ander deel van die 33 miljoen gaat naar de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, voor de uitvoering van het monumentenbeleid. Vorige week en de week ervoor heb ik van de woordvoerders van de commissie voor Financiën begrepen dat ze zeer hechten aan goed monumentenbeleid. Een ander, tijdelijk onderdeel betreft de uitgaven die het Nationaal Archief doet in het kader van de digitalisering van de archieven. OCW kan hierop geen 4 miljoen bezuinigen zonder grote gevolgen voor het primaire proces.

In 2015 is op de externe inhuur iets overgebleven: circa 1,3 miljoen. Het is dus geen 4 miljoen maar 1,3 miljoen. De totale apparaatskosten zorgden voor een overschrijding van 2,7 miljoen. Kortom, het geld voor dekking van wat is voorgesteld is er niet. OCW heeft de afgelopen jaren ook al de grootste korting van alle departementen op apparaatskosten gekregen. Ik zeg maar eerlijk dat het echt piept en knarst op een aantal punten en dat 4 miljoen daarbinnen niet zomaar is vrij te maken. Ik snap dat het heel aantrekkelijk klinkt om geld aan instellingen te geven in plaats van aan uitvoering. Maar op het moment dat er iets niet goed loopt met de voorlichting en de brieven die aankomend studenten en studenten krijgen, word ik terecht onmiddellijk naar de Kamer geroepen, omdat de Kamer vindt dat ik dan steken heb laten vallen. Hetzelfde geldt bij het monumentenbeleid. De digitalisering van archieven is misschien niet een enorm tot de verbeelding sprekend thema, maar het is wel erg belangrijk als we ook op termijn alle historische informatie toegankelijk willen houden voor de volgende generaties.

De heer Pechtold (D66):
Waar een wil is, is een weg. Ik trap niet in het tranentrekkende verhaal van de minister, want ik heb ook mijn huiswerk gedaan. Extern onderzoek laat zien dat het ministerie van OCW boven de norm zit voor externe inhuur, dat blijkt ook uit de jaarrapportage, dus daar kan wat vanaf. Als de apparaatslasten dezelfde lijn volhouden van de afgelopen jaren, zie je dat er net in 2017 een piekje in zit. Als je echter elk jaar de realisatie tegen de uitkomst afzet, zit daar gewoon 4 miljoen tussen. Ik vind het dan niet netjes dat de minister over de monumentenzorg begint, want dit is een kwestie van willen. Het zit in de getallen. De minister zit boven de norm van externe inhuur, en laat zij dan niet beginnen over student-stagiairs — daar krijgt iedereen natuurlijk de tranen van in zijn ogen — want dit gaat gewoon om duurbetaalde managers.

Daar kan de minister wat aan doen. Zij kan de keus maken om 4 miljoen hieruit te halen, op een begroting van 33 miljard. Als zij dat doet, kan ik zeggen dat er een wil is. Ik heb hier de cijfers voor me waaruit die dalende lijn blijkt en daar is die 4 miljoen gewoon uit te halen.

Minister

1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12

  • Bussemaker : Ik begrijp dat het een brief is van afgelopen donderdag, van staatssecretaris Dijkhoff Mevrouw Van Toorenburg

  • Dovnload 353.75 Kb.