Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van een wetgevingsoverleg

Dovnload 353.75 Kb.

Verslag van een wetgevingsoverleg



Pagina9/12
Datum28.10.2017
Grootte353.75 Kb.

Dovnload 353.75 Kb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12
Bussemaker:
Ik stel voorop dat ik die cijfers van de heer Pechtold graag zie. Sta mij dan ook toe dat ik daar in de tweede termijn uitgebreider op terugkom. De amendementen neem ik de Kamer absoluut niet kwalijk, maar ik heb ze in deze vorm pas vlak voor het debat gezien. Het is niet dat ik nu tranentrekkend verhaal wil vertellen, maar ik vind wel dat de Kamer moet informeren waar dit van afgaat. Het ministerie is al zeer zwaar belast op het gebied van apparaatskosten. Het overgrote deel van de begroting van mijn departement gaat linea recta naar scholen, dus er is maar heel weinig waar ik heel direct op kan sturen. Ik ben altijd graag bereid om te kijken of er nog ruimte is en ik wil ook graag naar de cijfers voor 2017 en verder kijken, maar ik constateer wel dat met name de apparaatskosten de afgelopen tijd hoog waren, dat er nu overschrijdingen zijn en daarom ben ik vooralsnog heel erg bezorgd over de uitgaven op dit punt bij mijn departement en alle diensten die daarbij horen.

De voorzitter:


Mijnheer Pechtold, tot slot.

De heer Pechtold (D66):


In deze kabinetsperiode is er dankzij de oppositie 650 miljoen voor dit departement bij gekomen. In deze kabinetsperiode is er, omdat de coalitie vlak voor de verkiezingen bij het belastingplan nog eventjes geld wilde verdelen, 750 miljoen voor uitgetrokken. Dat mochten VVD en PvdA pondspondsgewijs verdelen en ook deze minister kreeg daar veel geld uit. Nu gaat het om de vraag of wij haar erfenis op een enigszins fatsoenlijke wijze kunnen achterlaten. Als we nu van sommige instellingen konden zeggen dat we ze in een volgende coalitie wel redden, zou ik tandenknarsend hiermee akkoord gaan, maar de minister geeft zelf aan, net als de Raad voor Cultuur, dat een aantal zaken volgend jaar gewoon niet meer bestaan als de Kamer nu niet het initiatief neemt voor extra geld. We zitten hier een dag lang te praten, ik heb mijn stinkende best gedaan om reële dekking te vinden en mijn conclusie is dat er 4 miljoen uit te halen is. Maar dat is wel een politieke keus. Het is een politieke keus als de minister daarvoor gaat staan en de coalitie haar die ruimte geeft. Ik vind dat de verdediging ten aanzien van die 4 miljoen echt beter moet.

De voorzitter:


De minister heeft al aangegeven dat zij hier in tweede termijn nog op terugkomt. Wilt u nog reageren op het realiteitsgehalte, of gaat u dat in tweede termijn doen, minister?

Minister Bussemaker:


Ik zal hier in tweede termijn op terugkomen, maar ik zeg nog maar een keer: precies vanuit de middelen waarover de heer Pechtold het heeft, hebben we 10 miljoen voor cultuur kunnen reserveren. Maar we vinden het ook belangrijk om niet op scholen te bezuinigen als het financieel tegenzit door een aantal problematieken. Ik kan niet alles tegelijk, maar ben graag bereid om naar de techniek en de cijfers te kijken.

In het amendement op stuk nr. 59 wordt voorgesteld om 10 miljoen van de begroting van EZ naar de cultuurbegroting over te hevelen. Dat is inderdaad vorig jaar ook gebeurd. Dat was eenmalig, zeg ik erbij. Dit is ook eenmalig. Dat geldt ook voor het andere amendement. Waar de 10 miljoen die nu in de begroting zit structureel is, is dit eenmalig. Het was vorig jaar al niet eenvoudig, maar ondertussen is bij de Voorjaarsnota 2016 het budget voor energie-intensieve bedrijven, het ETS, voor de jaren 2016 en 2017 neerwaarts bijgesteld met respectievelijk 24 miljoen en 22 miljoen. Dat is ten behoeve van de invulling van de rijksbrede problematiek, onder andere de ruilvoetproblematiek. De nu op de EZ-begroting beschikbare reeks is op basis van de actuele meerjarenverwachtingen van de CO2-prijs nodig om de indirecte kosten in het kader van energie-intensieve bedrijven te kunnen compenseren. Daarmee denk ik dat het ook een belangrijk onderdeel is van het energieakkoord. De nu op de EZ-begroting beschikbare reeks is op basis van de actuele meerjarenverwachtingen van de CO2-prijs nodig om de indirecte kosten in het kader van het ETS te kunnen compenseren. Korten op de nu resterende ETS-middelen is daarmee dus ook niet verantwoord. De situatie is anders dan de situatie van vorig jaar. Dat gezegd hebbende, herhaal ik wat ik eerder tegen mevrouw Vermue heb gezegd, namelijk dat het bedrag van vijf ton — ik snap dat dat geen 14 miljoen is — dat gereserveerd is voor de arbeidsmarktmiddelen, ook voor een ander doel ingezet kan worden zonder directe schade aan andere initiatieven toe te brengen.

De voorzitter:
Eerst de heer Pechtold en daarna de heer Van Dijk.

De heer Pechtold (D66):


Als we hier over vijf ton moeten gaan spreken, voel ik me geen wethouder meer van een beetje stad maar van een dorp. Ik vind het werkelijk te doorzichtig. Een PvdA-opzetje om voor vijf ton arbeidsvoorwaarden bij kunstenaars weg te halen wordt gehonoreerd. Maar dit zijn de cijfers over het ETS op de begroting van Kamp: er werd in 2014 structureel 78 miljoen begroot. Wat was de realisatie? 31 miljoen. Dat is dus een onderbesteding van minder dan de helft. Vervolgens is het omlaag bijgesteld naar 61 miljoen. In de Miljoenennota is het al bijgesteld naar 51 miljoen, maar er wordt gemiddeld maar 46 miljoen gerealiseerd. Ieder jaar is er dus ruim 10 miljoen ruimte op de ETS-middelen. Vorig jaar kon het eruit. Ook dit jaar — het gaat weer om politieke wil — kan het eruit, want die bedrijven kunnen echt niet in november nog gaan aanbesteden. Dat is al gebeurd. Als ze daar plannen voor hadden, hadden ze die allang moeten indienen. Dus ook hier is de vraag — maar dan moet je natuurlijk over de portefeuille van een VVD-minister praten — of het kabinet bereid is om dit te doen. Ja of nee? Laat de uitkomst van dit debat nou niet zijn dat we voor vijf ton de arbeidsvoorwaarden van kunstenaars gaan uitkleden om die armoe te dekken. Het geld is er.

Minister Bussemaker:


Ik ben graag bereid om met de heer Pechtold over de cijfers van mijn eigen begroting, en ook altijd over andere begrotingen, te praten. Maar als hij hier een amendement indient om even een greep in de kas bij een collega te doen, kan hij niet van mij verwachten dat ik, zonder daarover concrete informatie te hebben gevraagd, zeg: laten we dat maar even doen. Dat zou ik ook niet willen. Ik weet dat het interessant is om bij elke bewindspersoon in elke zaal, waar altijd publiek bij is, te zeggen: we vinden dit nu belangrijker dan al het andere. Maar de heer Pechtold, en dat geldt voor alle woordvoerders, zit ook in andere commissies en hij weet dat er in iedere commissie pleidooien voor extra middelen worden gehouden. Ik ben dus graag bereid om vooral naar de cijfers over mijn eigen departement te kijken, maar dit zijn de gegevens die ik heb. Ik heb geen reden om daar een ander verhaal over te houden en zo wat geld van collega's bij andere departementen naar cultuur te halen. Dat zou ook al te gemakkelijk zijn.

De heer Pechtold (D66):


Ik snap werkelijk niet dat, waar het vorig jaar wel kon, het dit jaar niet zou kunnen als we het over dezelfde post hebben, als er in dat jaar niets is veranderd en als er 10 miljoen structureel overblijft. Ik zou niet weten waarom dat dan niet zou kunnen.

Minister Bussemaker:


Dat is omdat die bedragen al bij de Voorjaarsnota naar beneden zijn bijgesteld.

De heer Pechtold (D66):


Ja, en nog een ruimte hebben van ruim 10 miljoen.

De voorzitter:


Ik constateer dat we, ook de minister, in herhalingen vervallen. Ik geef de heer Van Dijk het woord.

De heer Jasper van Dijk (SP):


Ik zal dan proberen om dit op een andere manier aan te vliegen. Ik wil het nog even hebben over dat rijtje van Pechtold en over die enorme bedragen die het kabinet inderdaad plotseling uit een hoge hoed vrijspeelde; voor die twee Rembrandts was ineens 160 miljoen beschikbaar. Dat was ineens, de Kamer wist van niets, maar het kon allemaal betaald worden. We praten hier over 4 miljoen en 10 miljoen; dat is peanuts. Het is echt peanuts op de Rijksbegroting en die van OCW van inderdaad meer dan 30 miljard. De minister zegt ook nog dat als je iets aan de arbeidsmarktpositie van kunstenaars wilt doen, je echt met geld over de brug moet komen. Eén plus één is twee. Waarom krijg ik de indruk dat de minister onze voorstellen met zo veel tegenzin bekijkt? Waar is die constructieve blik als zijzelf ook aangeeft dat er extra middelen nodig zijn?

Minister Bussemaker:


Ik wil heel constructief naar die voorstellen kijken, maar constructief is wat anders dan onverantwoorde besluiten nemen. Als ik kijk naar mijn eigen begroting, en niet alleen naar het amendement, en als ik zie hoe het gaat met de apparaatskosten, stel ik vast dat we ook een verantwoordelijkheid hebben om ervoor te zorgen dat de mensen die bij ons werken, dat werk nog een beetje naar behoren kunnen doen. Als wij vinden dat mensen redelijke contracten moeten krijgen en goed behandeld moeten worden, geldt dat ook voor de mensen die op mijn departement en bij de aanwezige diensten werken. De werkdruk is enorm hoog. Het gaat niet om een paar consultants die geen taken meer doen; het gaat hier echt om cruciale taken. Op grond van de gegevens die ik nu heb, kan ik niet zeggen: haalt u dat daar maar weg! Dat is onverantwoord.

De heer Jasper van Dijk (SP):


Maar als u heel eerlijk bent, las u net een blaadje voor dat u van uw collega van EZ hebt gekregen, met allemaal ingewikkelde termen over CO2 et cetera, waar deze cultuurcommissie volgens mij echt met afstand naar kan kijken. Laat ik het zo zeggen: ik vond het betoog van Pechtold veel overtuigender. Vorig jaar hebben we het ook gedaan: toen hebben we 10 miljoen vrijgespeeld. Ik heb het hier ook voor me liggen: er zit 61 miljoen in die pot, waarvan 46 miljoen is besteed. Dat is een simpele rekensom, die we bij Cultuur ook kunnen maken. Volgens mij wordt het dan een kwestie van dat de Kamer het weer moet doen. Eigenlijk geef ik de minister hier de mogelijkheid tot een schot voor open doel. De bal ligt op de stip. Ze kan zeggen: Tweede Kamer, ik hoor jullie roep, ik zie dat er noden zijn in de cultuursector, ik wil meekijken en ik wil meedenken in plaats van tegendenken. Die indruk wekt de minister niet. De minister wekt de indruk dat alles goed geregeld is en dat de Tweede Kamer maar moet gaan slapen. Maar dat zijn wij niet van plan. Wij zullen dit amendement doorzetten. Het zou de minister sieren als ze met ons meedenkt.

Minister Bussemaker:


Ik ben altijd bereid om mee te denken. Ik heb de afgelopen tijd natuurlijk zelf ook nagedacht. Daarom heb ik die 10 miljoen ook weten vrij te spelen. Ik heb ook nagedacht over de wijze waarop we dat bedrag het beste zouden kunnen besteden. Maar ik vind goed meedenken echt iets anders dan een greep in de kas van je buurman doen en zeggen: omdat ik het nu even belangrijker vind om iets voor dit thema te doen, ga ik het via de band spelen. Ik vind dat geen nette manier van regeren. Het zou ook niet bijdragen aan duurzame oplossingen, niet als het gaat over energie en niet als het gaat over cultuur.

De voorzitter:


Hiermee zijn we aan het einde van de beantwoording gekomen. Ik kijk even naar de Kamerleden of een schorsing tot 16.30 uur volstaat. Dat is het geval.

De vergadering wordt van 16.19 uur tot 16.30 uur geschorst.

De voorzitter:
We zijn nu toe aan de tweede termijn. Ik geef de heer Van Dijk van de SP als eerste het woord. U hebt nog vijf minuten over van uw spreektijd, mijnheer Van Dijk.

De heer Jasper van Dijk (SP):


Voorzitter. De minister zegt dat de SP alles veel te financieel bekijkt. Ik vind dat eigenlijk best brutaal. Eerst wordt er snoeihard bezuinigd op de cultuursector. Er worden gaten geslagen in het aanbod, artiesten verdienen steeds minder en instellingen zijn in nood, maar vervolgens zegt de minister dat de SP alleen maar over geld praat. De problemen zijn veroorzaakt door kabinet-Rutte I en ze zijn niet fundamenteel gewijzigd door kabinet-Rutte II, waarvan deze minister deel uitmaakt. Dat is niet eens mijn verhaal; het is het verhaal dat we vanuit de cultuursector horen.

De minister zei ook: als je de arbeidsmarktpositie van kunstenaars, die noodlijdend zijn, echt wilt verbeteren, zul je ook met geld over de brug moeten komen. Dat is precies wat de heer Pechtold en ondergetekende doen met onze amendementen voor 14 miljoen erbij. Als die twee amendementen worden aangenomen, ontstaat er ruimte voor instellingen om de positie van hun werknemers te verbeteren en mensen aan te nemen. Dat helpt niet alleen de kunstenaars zelf, maar ook de mensen die in de ondersteuning zitten en die maar al te vaak op tijdelijke contracten zitten. Kortom, mijn appel aan alle collega's is om heel goed naar die amendementen te kijken. Als ze daar niet mee akkoord gaan, vraag ik ze om met een alternatief te komen. Anders gaan we na dit debat over tot de orde van de dag. Dan voorspel ik u dat u al deze partijen in aanloop naar de verkiezingen fantastische verhalen over cultuur zult horen vertellen in verkiezingsdebatten. De ene zal het nog beter doen dan de andere, maar intussen zijn er instellingen omgevallen. Die moet je dan je weer opnieuw opbouwen, maar dat is directe kapitaalvernietiging.

De minister gaat niet akkoord met mijn voorstel om rijksmusea één dag per week gratis te maken, want dat werkt volgens haar niet. Nog los van de vraag of dat zo is, ben ik er ook principieel voor om musea die onze nationale kunstschatten bezitten, gratis toegankelijk te maken, al is het nota bene maar voor één dag per week! Het is toch ook principieel heel gek dat de kunst die uiteindelijk in handen is van het volk, alleen met een soms behoorlijk hoge toegangsprijs bekeken kan worden? Los daarvan, als je aan de slag zou willen gaan met het idee om musea één dag per week gratis te maken, zou je dat gepaard kunnen laten gaan met een campagne en met voorlichting. Daardoor zou je die andere groepen, die nu niet bereikt worden, wel degelijk kunnen bereiken. Ik ben daar dus niet zo pessimistisch over.

Tot slot. De Grote Prijs van Nederland dreigt een fors deel van zijn ondersteuning te verliezen. Ik had dat in eerste termijn al genoemd, maar de minister ging daar niet op in. Ik citeer: de Grote Prijs is, als een van de partners van de Popcoalitie, de enige landelijke speler die in deze lacune voorziet door de koppeling te maken tussen liveshows en een ontwikkelprogramma, waarbij divers talent leert hoe ze de markt kunnen bereiken. Misschien herinnert de minister zich nog dat ik hier twee, drie jaar geleden een hoorzitting heb georganiseerd met artiesten, onder wie Leo Blokhuis, Blaudzun, Tim Knol en Kyteman, die een vlammend betoog hebben gehouden voor het belang van popmuziek. De minister heeft dat belang toen onderlijnd in een algemeen overleg dat wij gehouden hebben. Ik verzoek haar om nog eens goed naar die Grote Prijs te kijken. Ik heb daarover ook een amendement in de maak. Dat krijgt ze binnenkort toegestuurd.

De heer Van Veen (VVD):
Voorzitter. Ik wil eigenlijk beginnen met poehpoeh, het is allemaal niet best. Volgens mij hebben we in de afgelopen periode echter ook kunnen constateren dat heel veel cultuurinstellingen wel degelijk in staat zijn geweest om aan die nieuwe toekomst te werken, om die nieuwe toekomst op te bouwen en om aan hun publiek te laten zien dat ze er zijn voor dat publiek.

Ik blijf teleurgesteld over de A- en B-lijst van het Fonds Podiumkunsten. Het is feitelijk de basis voor het amendement van beide ritselaars, maar we hebben mailtjes gekregen van Kunsten '92 waarin wordt becijferd dat we een bedrag van tussen de 70 en 100 miljoen aan het budget zouden moeten toevoegen. We hebben een bericht gekregen van de Raad voor Cultuur waarin staat: doe ons 15 miljoen extra. Als ik al die bedragen bij elkaar optel, is dadelijk die 200 miljoen die we ooit bezuinigd hebben, weer tenietgedaan. Laat dat dan maar onderdeel zijn van toekomstige regeerakkoorden, maar laat het geen onderdeel zijn van dit debat.

Ik wil de minister een compliment maken dat zij erin is geslaagd om het incidentele geld van afgelopen jaar om te zetten in structureel geld. Dat was immers maar de vraag toen we vorig jaar dit amendement-Van Veen in de Kamer aannamen.

De heer Jasper van Dijk (SP):


Ik begrijp dat ik nu tot ritselaar word bestempeld. Mag ik de heer Van Veen er dan aan herinneren dat hij de grootste ritselaar was toen hij vorig jaar als eerste op het amendement werd genoemd? Het was het amendement-Van Veen c.s. Ik ben hem daar zeer dankbaar voor. Hij was op dat moment dus blijkbaar ook een groot voorstander van het beschikbaar stellen van 10 miljoen voor de sector om grote problemen op te lossen. Eerlijk gezegd, hoopte ik dat hij daar vandaag ook toe bereid zou zijn. Heb ik dat juist of is hij van mening veranderd?

De heer Van Veen (VVD):


Ik wil altijd meedenken over voorstellen die het halen, die mogelijk zijn. Ik ga later geen boek schrijven, maar als ik een boek zou schrijven, zou ik over het amendement van vorig jaar een boek kunnen schrijven.

De heer Jasper van Dijk (SP):


Dan mogen we wel een tipje van de sluier van dat eerste hoofdstuk van dat boek oplichten. De heer Van Veen was de grote aanvoerder van dat geweldige amendement. Dat was mooi. Dat werd gewaardeerd. Hij lijkt nu een iets andere toon te hebben ten aanzien van het regelen van extra geld voor de sector, waarvoor de sector goede argumenten aanvoert. Waarom zou hij van mening veranderen? Waarom niet dit jaar weer meekijken naar een goede overbrugging?

De heer Van Veen (VVD):


Vorig jaar ging het om het resultaat. Het resultaat was 10 miljoen extra voor cultuur. Ik heb net aangegeven dat ik juist heel blij ben dat de minister een incidentele dekking van 10 miljoen heeft omgezet in een structurele dekking van 10 miljoen. Daar heb ik de minister een compliment voor gemaakt. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat als we nu opnieuw een incidentele dekking gaan vinden voor cultuur, we volgend jaar opnieuw een minister de opdracht geven om die structureel te maken en we deze dekking weer gaan gebruiken als incidenteel geld voor cultuur. Daar doe ik vooralsnog niet aan mee.

Ik merk op dat musea het extreem goed doen in Nederland. Ik raad de vaste Kamercommissie aan om een keer per jaar een blik te werpen op de jaarverslagen van die musea. Er zijn er die het moeilijk hebben, maar er zijn er ook die het extreem goed doen. Ik ben onder de indruk geraakt van de collecties in Nederland die ik de afgelopen twee jaar heb mogen aanschouwen. Ik ben onder de indruk van de wijze waarop die is opgeslagen in de Nederlandse depots en van de passie die men heeft om op een maximale wijze het publiek te bereiken. Ik ben gegrepen door dat enthousiasme. Die trots en dat enthousiasme moeten we ook benutten.

De minister daagt mij uit om in mijn toekomstige rol, waar ik over dat soort dingen dan niet ga, een poging te doen om bruine bordjes te laten plaatsen. Ik hoop dat de minister zich zal willen inspannen om in gesprek te gaan met provincies, die daar ook een hele belangrijke rol in hebben, om ervoor te zorgen dat als je naar het Muiderslot wilt gaan, je niet pas na de geluidswal kunt zien waar het is. Het bord staat er immers wel. Ik zal daar ook een motie voor indienen.

Dan het internationale cultuurbeleid. De minister en ik zullen het niet eens worden. Ik zal ook op dat gebied een motie indienen. Ik vind het niet goed dat we 1 miljoen euro belastinggeld uittrekken voor iets waarvan we niet weten wat het oplevert.

Ik wil nog even naar de indemniteitsregeling van de minister. Zij sprak snel, maar ik heb meegeschreven. Zij zei dat zij er in de afgelopen periode in was geslaagd om de premiekosten met 37% te verlagen en dat dat 6,3 miljoen zou hebben opgeleverd. Als ik dan even snel reken, maak ik daaruit op dat de musea in Nederland 17 miljoen euro premie betalen per jaar om collecties te verzekeren. Als we het over een serieuze dekking hebben, vind ik dat we echt moeten nadenken over de indemniteitsregeling. Op die manier kunnen we 17 miljoen euro premiegeld voorkomen. Ik heb snel geschreven toen de minister het uitsprak, maar ik hoorde 37% en een opbrengst van 6,3 miljoen.

Over de amendementen heb ik al iets gezegd. Voordat mijn spreektijd op is, die ik mijn moties in. Ik heb er zes. Dit is de laatste keer; je kunt maar beter iets achterlaten.

Motie

De Kamer,



gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de motie-Monasch c.s. (32820, nr. 172) het ongewenste effect heeft dat de in de motie genoemde festivals een hoger bedrag krijgen toegekend dan via het Fonds Podiumkunsten mogelijk zou zijn geweest;

constaterende dat hierdoor een ongelijk speelveld ontstaat;

verzoekt de regering, de in de motie genoemde festivals niet in de BIS op te nemen, de vrijgekomen middelen toe te voegen aan het Fonds Podiumkunsten en de genoemde festivals daar onder te brengen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 61 (34550-VIII).

Motie

De Kamer,



gehoord de beraadslaging,

overwegende dat cultureel erfgoed dat is opgenomen in de BIS, van nationaal belang is;

constaterende dat de bewegwijzering naar dit cultureel erfgoed in meerdere gevallen tekortschiet;

verzoekt de regering, in overleg te treden met provincies en gemeenten om deze bewegwijzering beter tot haar recht te laten komen, en voor het zomerreces de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 62 (34550-VIII).

Motie

De Kamer,



gehoord de beraadslaging,

overwegende dat eind 2016 het bestemmingsfonds OCW gevuld zal zijn met 8 miljoen euro;

constaterende dat de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij de cultuurbegroting dient aan te geven waaraan dit geld besteed dient te worden en dat dit nog niet is gebeurd;

verzoekt de regering om bij de besteding:



  • historische schulden van musea bij het bestemmingsfonds OCW te verevenen;

  • een aanvullend advies te vragen aan de Raad voor Cultuur over het resterende bedrag, waarbij de te besteden middelen ten goede komen van de museale sector;

verzoekt de regering voorts, bij de besteding van het resterende bedrag de volgende mogelijkheden mee te nemen:



  • een bijdrage aan het Mondriaan Fonds ten behoeve van het aankoopfonds;

  • het buiten de BIS-criteria ondersteunen van twee musea in de regio;

  • het verhogen van het toegekende bedrag aan musea met een lagere BIS-bijdrage dan 1 miljoen euro,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 63 (34550-VIII).

De voorzitter:
Mijnheer Van Veen, u had negen minuten. U hebt nog vijf minuten. Ik hoor u steeds sneller praten, maar u hebt nog tijd genoeg.

De heer Van Veen (VVD):


O, dat vind ik heel prettig. Ik weet dat mensen op de klok kijken. Ik ga dus gewoon lekker door.

De voorzitter:


Gaat u dan gewoon in uw vertrouwde tempo door.

De heer Van Veen (VVD):


Dank u wel, voorzitter.

Motie


De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat musea via de BIS exploitatiesubsidie toegekend kunnen krijgen;

overwegende dat afhankelijk van het exploitatieresultaat, de eigen inkomsten en de hoogte van de subsidie het bedrag bepaald wordt dat gealloceerd wordt voor het bestemmingsfonds OCW;

verzoekt de regering om de uitgangspunten voor de afdracht aan het bestemmingsfonds OCW te wijzigen en daarbij rekening te houden met het eigen vermogen en het vermogen om één jaar lang de salarissen van het personeel uit te betalen;

verzoekt de regering tevens om giften en erfenissen geen deel te laten uitmaken van de berekening van de bijdrage aan het bestemmingsfonds OCW;

verzoekt de regering voorts, een evenwichtiger afdrachtmodel te kiezen dan het huidige en dit voor te leggen aan de Kamer en deze nieuwe systematiek gedurende de aanstaande BIS-periode te implementeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De

1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12

  • Bussemaker : Dat is omdat die bedragen al bij de Voorjaarsnota naar beneden zijn bijgesteld. De heer Pechtold
  • Jasper van Dijk
  • Van Veen

  • Dovnload 353.75 Kb.