Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van een wetgevingsoverleg

Dovnload 439.29 Kb.

Verslag van een wetgevingsoverleg



Pagina2/7
Datum28.10.2017
Grootte439.29 Kb.

Dovnload 439.29 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

Het wetsvoorstel Regels met betrekking tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba) (31954).
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Voorzitter. De wet openbare lichamen BES -- ik denk dat het goed is om het een keer voluit te zeggen -- is inmiddels verworden tot "WolBES". Een aantal leden zei dat die aanduiding niet mooi is en dat niemand weet waar die over gaat. Ik vind dat ook, maar het is wel met meer wetten zo dat de afkorting ineens een eigen leven gaat leiden.

De WolBES regelt de instelling van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen het staatsbestel van Nederland. Uitgangspunt is dat de Nederlands-Antilliaanse wetgeving voorlopig van kracht blijft. Daarover hebben we zojuist gesproken. De status van openbare lichamen markeert de bijzondere positie die deze eilanden innemen. Nu de eilanden in een aantal opzichten op betekenende wijze verschillen van gemeenten, is het op een aantal onderdelen ook noodzakelijk om af te wijken van de wetgeving voor gemeenten. Door de eilanden in te richten als openbaar lichaam, kan maatwerk worden geleverd. We spraken daar zojuist al over bij de aanvullende vragen. Zo kunnen de eilanden een betekenende mate van autonomie behouden, zoals ik in mijn algemene inleiding al aanstipte.

De WolBES geeft regels voor de inrichting, samenstelling en bevoegdheid van het eilandbestuur, alsmede de verhouding tot het Rijk, daaronder begrepen het toezicht. Uitgangspunt van het destijds met de eilanden gemaakte afspraken was dat de Gemeentewet model zou staan voor de bestuurlijke inrichting. De Eilandsraad, het Bestuurscollege en de Gezaghebber komen dan ook in hoge mate overeen met de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, ook wat betreft de benoemingsprocedures. De heer Van Raak vroeg daarnaar.

De regels voor de financiële functie en de lokale belastingen zijn daarentegen geregeld in de wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, tezamen met de financiële verhoudingen tot het Rijk. We komen daar straks nog over te spreken.

Een ander verschil in de verhouding tot het Rijk is dat de BES als openbare lichamen een directe band hebben met het Rijk. Zij maken geen onderdeel uit van een provincie. Gelet op de grote afstand tussen Nederland en de eilanden, ook onderling, is het niettemin gewenst dat er een bestuurlijke schakel en toezichthouder tussen het Rijk en de openbare lichamen functioneert. Dat is de Rijksvertegenwoordiger; niet te verwarren met de huidige Commissaris voor de BES eilanden.

Hij is ambtelijk adviseur en kwartiermaker, maar heeft geen bevoegdheden over de eilanden. Die kan hij ook niet uitoefenen. De rijksvertegenwoordiger is verantwoording verschuldigd aan de minister van BZK. Op het gebied van sectorwetgeving is hij verantwoording verschuldigd aan de betrokken ministers.

Ik ga over tot de beantwoording van de vragen over de WolBES die nog niet schriftelijk zijn beantwoord. De Kamer heeft zelf de schriftelijke antwoorden gezien. Daarbij loop ik ook de amendementen op dit wetsvoorstel langs. Overigens heb ik dat steeds zo gedaan bij de behandeling; ik betrek de amendementen er steeds bij, zodat de Kamer daar meteen een reactie op heeft.

Ik begin bij artikel 134 GW en de openbare lichamen BES. De heren Van Bochove, Van Raak en Leerdam hebben allen gevraagd naar de uitvoering van de motie-Remkes, waar ik net al iets over heb gezegd. Of zij vroegen naar een Grondwetswijziging waarin de status van de openbare lichamen BES wordt neergelegd. Mevrouw Ortega-Martijn heeft gevraagd of de inrichting van BES niet indruist tegen artikel 134 GW. Over de motie-Remkes heb ik al gesproken. Die ga ik uitvoeren. Wat ik daar verder bij heb gezegd, heeft de Kamer goed gehoord.

Tegen mevrouw Ortega-Martijn zeg ik dat de Grondwet zich er niet tegen verzet dat de drie eilanden openbare lichamen worden. Met de besturen van de eilanden is in de slotverklaring van november 2006 afgesproken dat zij deel gaan uitmaken van het staatsbestel van Nederland. Dit wordt vastgelegd in het voorstel Rijkswet tot wijziging Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden waarover de Kamer al verslag heeft uitgebracht. Bovendien is met de eilanden afgesproken dat ze openbaar lichaam in de zin van artikel 134 GW worden. Daar gaat de hele discussie met Bonaire over. Deze bepaling biedt de mogelijkheid tot het instellen van openbare lichamen. Met deze afspraak is de voorlichter van de Raad van State van het Koninkrijk uit 2006 gevolgd. Ik vond zelf wel interessant om daar gistermorgen vroeg de heer Wawoe over te horen op Radio 1 -- ik weet niet of de Kamerleden het ook hebben gehoord -- die juist dit punt zo nadrukkelijk aanstipte. Artikel 134 kan tijdelijk de basis voor een regeling voor decentrale openbare lichamen vormen, zoals ook Elten, Tudderen en de Zuidelijke IJsselmeerpolders een andere status dan gemeenten of provincies konden hebben.

Als na de evaluatie een definitieve keuze wordt gemaakt voor de staatkundige positie van de eilanden en er wordt gekozen voor behoud van de status van openbaar lichaam, dan kan daarvoor te zijner tijd een definitieve basis in de Grondwet worden gecreëerd, waarin waarborgen voor een rechtstreeks gekozen algemeen vertegenwoordigend orgaan, zaken over de verhouding tot het Rijk en dergelijke worden opgenomen. Hoewel deze grondwettelijke waarborgen op dit moment ontbreken, zijn de eilanden hiervan verzekerd omdat de WolBES daarin voorziet.

De heer Van Raak heeft gevraagd waarom het dualisme wordt ingevoerd. Hij is het hier ten principale niet mee eens. De heer Van Bochove heeft moeite met de verplichting tot onverkorte invoering van het dualisme. De stelling van de heer Van Raak ken ik heel nadrukkelijk uit de debatten inzake Nederland, die wij overigens ook met elkaar voeren. Zoals ook door de heer Remkes is aangegeven, kan invoering van het dualisme een breekijzer zijn om de bestuurscultuur te veranderen en ontwikkelingen die tot een integere en solide bestuurspraktijk leiden, versnellen. Ik ben het hier zeer mee eens. Of om met prof. Elzinga te spreken: de inclusieve bestuurscultuur van het monisme wordt doorbroken. De kwalificatie van de dualisering als het "koekoeksei van Elzinga" vind ik geen recht doen aan de verdiensten van prof. Elzinga, die met een buitengewoon degelijk rapport van de staatscommissie de pijlers van het duale bestel heeft opgericht, waartegen destijds door een ruime Kamermeerderheid ja is gezegd.
De heer Remkes (VVD): De staatssecretaris omhelst de heer Elzinga op dit punt. Ik vrees dat andere citaten van de heer Elzinga over deze wetgevingscontext haar minder goed uitkomen.
De voorzitter: Selectief winkelen heet dat.

**
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Zo zie je maar weer. Zoals ik van u altijd maar een aantal citaten hoor, krijgt u van mij ook altijd maar een aantal citaten te horen. Ik ken ook nog wel een aantal andere.

Tel uw zegeningen; op het punt van de inclusieve bestuurcultuur is er nadrukkelijk een stap vooruit gezet. Daar was ik het heel nadrukkelijk met de heer Remkes over eens. Met de invoering van het dualisme wordt namelijk de controlerende rol van de eilandsraad versterkt. De eilandsraad krijgt eigen ondersteuning in de vorm van een griffier. Ook komt er een gezamenlijke rekenkamer. De dualisering is in Nederland een vast onderdeel geworden van de inrichting van het decentrale openbaar bestuur, zo blijkt ook uit de laatst gehouden evaluatie. Zij staat als zodanig ook niet langer ter discussie, zo is vorig jaar geconstateerd naar aanleiding van de Staat van de dualisering.

Het duale systeem kenmerkt zich door een functionele scheiding van rollen en posities, met daaraan gekoppeld een scheiding van bevoegdheden. De onderlinge verhoudingen zijn zuiver en voor de burgers goed te begrijpen. Er is niet een argument te bedenken waarom het duale bestel op de eilanden niet ingevoerd zou moeten worden, nu we de structuur voor de eilanden moeten regelen. We moeten het onafhankelijk regelen omdat we voor de sui-generisoplossing, de maatwerkoplossing, hebben gekozen. Overigens heb ik op dit punt, het dualisme, op een aantal concrete vragen van de heer Van Bochove en anderen schriftelijk gereageerd. Ik ga ervan uit dat de Kamerleden zelf mijn schriftelijke antwoorden ook voortdurend betrekken bij mijn antwoorden.

Dan de rechtspositie van eilandpolitieke ambtsdragers. De heer Remkes wil dat de rechtspositie voor eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden een-op-een wordt overgenomen van de rechtspositie van raadsleden en wethouders. Op dit punt overweegt hij een motie, heb ik begrepen. Op het punt van de rechtspositie volgt de WolBES de structuur van de Gemeentewet. Voor eilandsraadsleden betekent dit dat de eilandsraad bij eilandsverordening de vergoeding regelt, maar dat het Rechtspositiebesluit, een AMvB, het maximum aangeeft. Afwijken kan dus alleen naar beneden. Het is goed dat de Kamer zich dat realiseert. De desbetreffende eilandsverordening dient tevens aan de Rijksvertegenwoordiger te worden gezonden, die op die manier zijn toezichthoudende functie kan uitoefenen. Zo zou hij de eilandsverordening voor vernietiging kunnen voordragen indien deze in strijd zou zijn met het rechtspositiebesluit of de WolBES. Verder wijs ik erop dat we de WolBES hebben aangepast aan de Dijkstalwetgeving. Ik weet niet of de Kamerleden dat hebben gezien, maar dat hebben we wel gedaan. Zo worden de regels voor openbaarmaking van inkomsten uit nevenfuncties en de verrekening daarvan aangescherpt. Er is dus ook ten aanzien van de eilandsgedeputeerden geen verschil in de structuur van de rechtspositie. Tot zo ver zie ik dan ook niet de meerwaarde van een dergelijke toezegging van mijn kant op dit punt, of van een motie van de kant van de Kamer. Het onderwerp heeft namelijk mijn volledige aandacht.

Hier hoort nog een stukje bij. Wat betreft de hoogte van de vergoeding is er wel een verschil. Door het recentelijk opheffen van de kleinste gemeenteklasse in Nederland en het samenvoegen van verschillende daarboven gelegen klassen, is in veel gemeenten de raadsvergoeding omhooggegaan. Als dit geprojecteerd wordt op de BES, betekent dit juist een verhoging van de vergoeding voor eilandsraadsleden. Is dat wat de heer Remkes beoogt? Dat is het niet, lijkt mij. Ook de rechtspositie van wethouders in kleine gemeenten is recentelijk verbeterd nu het wethouderschap aldaar niet langer in deeltijd hoeft te worden vervuld. In het verleden was dat wel zo geregeld in gemeenten met minder dan 18.000 inwoners. Daarnaast wijs ik erop dat ook de overige rechtspositionele aanspraken in Nederland uitgebreider zijn dan op de BES. Wil de heer Remkes die ook gelijktrekken? Overigens leidt invoering van op de Nederlandse rechtspositie gebaseerde besluiten op de BES tot allerlei lastige uitvoeringsproblemen. Ik denk hierbij aan verschillen in fiscaliteit, het voorzieningenniveau, de verschillende munteenheden en de jaarlijkse indexering van vergoedingen.

Dit was het onderwerp rechtspositie, maar ik ben nog niet klaar met de WolBES.
De heer Van Raak (SP): De vergoedingen zijn relatief hoog en men gaat vroeg met pensioen, waar de SP het niet mee eens is. Buiten dat wil ik even inzoomen op de sollicitatieplicht. De staatssecretaris zegt in haar schriftelijke reactie: als de Eerste Kamer de wet heeft aangenomen, wil ik het nader gaan bezien. Wat betekent "nader bezien"? Volgens mij is er geen enkele reden te bedenken om op Bonaire, Saba en Statia geen sollicitatieplicht voor politieke ambtsdragers in te voeren.
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Dat ben ik met de heer Van Raak eens, want we hebben het niet voor niets ook zo geregeld in Nederland.
De heer Van Raak (SP): Dank voor die toezegging.
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Mijn volgende punt is de verenigbaarheid van het lidmaatschap van de eilandsraad met een ambtelijke functie, waarover het amendement-Remkes op stuk nr. 11 gaat. Bijna alle leden hebben gesproken over de combinatie van het lidmaatschap van de eilandsraad met het zijn van ambtenaar in dienst van het openbaar lichaam. De leden zijn hier kritisch over. De heer Remkes heeft het amendement ingediend om die mogelijkheid te schrappen.

In de kleine politieke gemeenschappen op de BES is het gebruikelijk dat de leden van de eilandsraad tevens een ambtelijke functie kunnen vervullen. Zij zijn dan echter deels vrijgesteld van dienst. Zo functioneert het nu in de praktijk. Die ambtelijke instroom is nodig om voldoende gekwalificeerde volksvertegenwoordigers te vinden, zeker nu met de invoering van de dualisering het aantal leden van de eilandsraad de facto toeneemt. De mogelijkheid om de bij eilandverordening bestaande ambtelijke functies alsnog verenigbaar te verklaren met het lidmaatschap van de eilandsraad is dan ook absoluut noodzakelijk. Dat is ook heel nadrukkelijk van de kant van de eilanden zelf aan de orde gesteld. De Kamer moet daarbij denken aan bijvoorbeeld een eiland als Saba, waar dit zich voordeed. Het wordt met klem door de eilanden onderstreept.

Ik kan mij evenwel goed indenken dat deze constructie vanuit de Nederlandse optiek als ongebruikelijk en zelfs als ongewenst wordt beschouwd. Ik had zelf die aarzeling ook. Om die reden is de bevoegdheid van de eilandsraad op twee manieren beperkt. De eerste waarborg is dat het moet gaan om functies die niet zodanige bevoegdheden of verantwoordelijkheden met zich brengen dat voor belangenverstrengeling moet worden gevreesd. De heer Van Bochove vroeg zich hardop af welke functies dan niet kwetsbaar zijn. Ook mevrouw Ortega-Martijn vroeg om voorbeelden in dit verband. De heer Leerdam benadrukte nog eens het gevaar van belangenverstrengeling in de politieke cultuur van de BES. In de nota naar aanleiding van het verslag ben ik hierop ingegaan. Op voorhand kan niet precies worden aangegeven om welke functies het nu gaat. Er moet in ieder geval worden gedacht aan functies in de uitvoerende of de ondersteunende sfeer. Er valt wel degelijk onderscheid te maken tussen functies. Hoe dichter men op het proces van beleids- en besluitvorming zit, wat bijvoorbeeld bij leiding geven het geval is, hoe minder waarschijnlijk het is dat sprake zal kunnen zijn van verenigbaarheid. De tweede waarborg is dat de betreffende eilandverordening moet worden goedgekeurd door de rijksvertegenwoordiger. Er zit dus een dubbel slot op. Omdat die extra toets erin zit, is er geen aanleiding om te vrezen dat de regeling zal worden misbruikt.

Ten overvloede wijs ik erop dat de rijksvertegenwoordiger een inlichtingenplicht heeft jegens de minister van BZK en dat de minister aanwijzingen kan geven. Ik kan de heer Van Bochove dan ook geruststellen. Wij zullen hierbij de vinger aan de pols houden. Vanzelfsprekend zal dit onderdeel ook bij de evaluatie van de wetgeving nadrukkelijk terugkeren, omdat dit echt een relevant verschil is met hetgeen in de Gemeentewet gebruikelijk is. Wij zullen daar tegen die tijd ook de discussie daarover moeten voeren, omdat wij dan kunnen zien hoe deze waarborgen in de praktijk hebben gewerkt. Ik moet het amendement van de heer Remkes ontraden, omdat heel nadrukkelijk over de betreffende zaken is gesproken met de eilanden.


De heer Van Bochove (CDA): Het is in Nederland niet ongebruikelijk dat mensen die in het openbaar onderwijs zitten, in de gemeenteraad zitten. Dat mag volgens de wet. Daar heb je zo'n uitzondering die wij ook hier kennen. In de voorbeelden noemt de staatssecretaris echter tegelijkertijd -- en daarom heb ik er ook zo nadrukkelijk naar gevraagd in mijn inbreng -- leidinggevenden. Ik ken echter heel wat beleidsambtenaren die, om de staatssecretaris de waarheid te vertellen, vaak nog veel bepalender zijn dan leidinggevenden. De beleidsambtenaren worden echter ingesloten als "wél mogelijk". Dat lijkt mij ongewenst. Ik begrijp toch niet waarom de staatssecretaris zo strak vasthoudt aan de openingen die zij laat. Dat moet zij toch nog eens toelichten. Ik kan er namelijk een paar dingen invullen die ik heel ongelukkig vind.
De heer Remkes (VVD): Ik sluit mij volstrekt aan bij collega Van Bochove, maar ik wil een ander voorbeeld noemen: een ambtenaar die een inkoopfunctie heeft. Ik kan heel makkelijk een constructie verzinnen waarbij die functie hartstikke strijdig is. Ik vind dat de staatssecretaris preciezer aan moet geven wat wel en wat niet.
Mevrouw Van Gent (GroenLinks): De staatssecretaris zegt: er vindt geen belangenverstrengeling plaats; dat hebben wij proberen te voorkomen. Misschien kan de staatssecretaris nog eens aangeven hoe dat precies is afgebakend. Mag je bijvoorbeeld niet het woord voeren over ruimtelijke ordening als je ambtenaar ruimtelijke ordening bent geweest? Hoe wordt dit afgebakend? Ik vind het namelijk goed dat in Nederland die combinatie niet kan. Je kunt niet tegelijkertijd ambtenaar en raadslid zijn in een gemeente. Ik heb zelf ooit mijn baan daarvoor opgezegd. Je moet dat heel helder scheiden.
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Ik had diezelfde aarzeling. Ik kan mij dit punt daarom goed voorstellen. Ik heb hier nadrukkelijk met de besturen en in brede zin met de mensen op de eilanden over gesproken, juist omdat het om zulke kleine eilanden gaat.

Bijvoorbeeld op Saba is er bijna geen werkgelegenheid buiten de ambtelijke organisatie. Laten wij dat even voor ogen houden; het gaat mij om het perspectief. Dan heb je een praktisch probleem. Daarom hebben wij ernaar gekeken. Geregeld is dat er een eilandverordening op dit punt moet komen. In die verordening moeten de functies worden benoemd; zie de voorbeelden van de heer Van Bochove. Ik ben het er overigens helemaal mee eens dat de kwestie van beleidsambtenaren ingewikkelder kan zijn dan de kwestie van leidinggevenden. In de eilandverordening moet worden benoemd wanneer er wel of niet sprake is van belangenverstrengeling, de incompatibiliteit. Die verordening moet worden goedgekeurd door de rijksvertegenwoordiger. Dan wordt echt naar die specifieke functies gekeken. Doordat de rijksvertegenwoordiger, die weer verantwoording schuldig is aan de minister van BZK, de verordening moet goedkeuren, kunnen wij er wel degelijk iets over zeggen. Zo is het geregeld. Maar ik stond ook voor een praktisch probleem op zo'n klein eiland zoals Saba, waar bijna niks anders is. Ik vraag u om daar goed over na te denken.



Er zijn functies te noemen waarbij sowieso geen sprake is van incompatibiliteit en waarvoor wij het hier ook zo hebben geregeld. De heer Van Bochove sprak over het openbaar onderwijs. Dat is pas van de laatste jaren, want vroeger was het niet zo geregeld. Ook in de Nederlandse situatie kun je daarbij vragen hebben. Ik kan mij bijvoorbeeld ook voorstellen dat er openbare scholen moeten worden gebouwd en dat mensen uit het openbaar onderwijs daar heel nadrukkelijk bij betrokken zijn. Ik draai het argument even om, zodat wij ook naar onze eigen praktijk kijken. Ik heb in het verleden zelf hiermee te maken gehad, dus ik weet hoe lastig en ingewikkeld het is.
Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Dan voeren ze daar het woord niet over.
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Precies, maar dat is ook niet altijd waar. Ik vraag u om op dit punt ook naar onze eigen praktijk te kijken. Verder hebben wij mensen die bij de vrijwillige brandweer in dienst zijn en ambtenaren van de burgerlijke stand. Dat kan in Nederland ook. Wij hebben uitvoerende medewerkers van de reinigingsdiensten et cetera, voor wie het niet belemmerend werkt. Aan dat type functies denk ik. Ik ben het eens met de voorbeelden van de beleidsambtenaren en de afdeling inkoop. Maar ik denk dat er in de wetgeving voldoende geregeld is om belangenverstrengeling te voorkomen met de eilandverordening en het toezicht van de rijksvertegenwoordiger. Ik vraag u om daar nog eens goed naar te kijken. Ik vraag u ook om gespiegeld te kijken naar hetgeen in Nederland gebeurt en naar de aard, schaal en omvang van de eilanden, waardoor er bijvoorbeeld op Saba bijna geen andere functies zijn om uit te putten voor de eilandsraad dan ambtelijke functies. Dat zijn de argumenten.
De heer Van Raak (SP): Als op Saba iedereen ambtenaar is, kunnen wij toch beter een ondernemingsraad in het leven roepen dan een eilandsraad? Het beeld dat de staatssecretaris hier schetst, bevestigt toch dat het koekoeksei van Elzinga daar niet thuishoort en dat wij onszelf een hoop ellende op de hals halen met die dualisering? Dit is weer aanleiding om te vragen om er nog eens goed over na te denken.
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Ik vind dat dit er niks mee te maken heeft. Ik vind dat er goed moet worden gekeken naar de mensen die in de eilandsraad zitten. Ik vind dat er voldoende waarborgen zijn in de wetgeving ten opzichte van het amendement op stuk nr. 11 van de heer Remkes met de eilandverordening en de rijksvertegenwoordiger. Ik zou het nu niet willen verwarren met de discussie over het dualisme.
Mevrouw Van Gent (GroenLinks): De staatssecretaris zegt dat de verordening moet worden goedgekeurd door de rijksvertegenwoordiger. Kan zij aangeven op welke punten die check plaatsvindt? Ik zou mij kunnen voorstellen dat een ambtenaar die bijvoorbeeld werkt bij openbare werken of de milieudienst niet meteen de woordvoerder milieu wordt. Zo kun je wel een hele lijst geven. Probeer je dat op de een of andere manier te scheiden of speelt dat helemaal geen rol? Kan de staatssecretaris ons die checklist doen toekomen?
De heer Leerdam (PvdA): Ik heb de staatssecretaris inderdaad gevraagd hoe de trainingen zouden kunnen worden gemonitord. De effectiviteit van deze trainingen zou natuurlijk invloed kunnen hebben op het invoeren van de bestuurscultuur en de dualisering. Welke indicatoren worden daarvoor gehanteerd?
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Op de vraag over de trainingen in verband met de dualisering heb ik schriftelijk antwoord gegeven. Ik denk dat de trainingen een belangrijke bijdrage kunnen leveren, net zoals dat in Nederland het geval was. Zelf heb ik ervaring met de invoering van het dualisme in een gemeentebestuur. Ik weet niet of er meer commissieleden zijn die daarmee ervaring hebben, maar ikzelf weet dat trainingen van levensbelang zijn om gemeenteraden, maar ook colleges, burgemeesters en griffies goed te laten functioneren. Dat is ook de reden dat wij geregeld hebben dat er trainingen worden gehouden, naast wat wij al in het kader van institutionele versterking van bestuurskracht doen. Daarvoor is de kwartiermaker ook aanwezig.

Mevrouw Van Gent vroeg hoe je dat checkt. Hoe dat moet gebeuren, staat in artikel 14, lid 4, onder d van de WolBES: "ambtenaar werkzaam in een bij eilandsverordening van de eilandsraad aan te wijzen functie, die niet zodanige bevoegdheden of verantwoordelijkheden meebrengt, dat voor belangenverstrengeling moet worden gevreesd." In artikel 16 staat een toetsingskader, met een uitwerking van wat een lid van de eilandsraad allemaal niet mag. Het moet in een verordening verder worden uitgewerkt. Ik ben zelf bereid om na te denken over de criteria die voor de rijksvertegenwoordiger gelden. Mevrouw Van Gent heeft gelijk, wij moeten dan ook nadenken over de manier waarop de rijksvertegenwoordiger kijkt. Die baseert zich dus op de artikelen 14 en 16, maar hij moet wel een uitgewerkt toetsingskader hebben dat wij nog niet klaar hebben. Ook de rijksvertegenwoordiger is er nog niet. Indachtig wat mevrouw Van Gent naar voren brengt en wat ik daarop heb geantwoord, zullen wij dat toetsingskader ontwikkelen.

Er ligt nog een amendement-Remkes op stuk nr. 10 over de omvang van de eilandsraad, waarin staat dat de omvang van de eilandsraden wordt gefixeerd op de huidige aantallen: voor Bonaire negen en voor Sint-Eustatius en Saba vijf leden. Daarnaast gaat het amendement over de bevoegdheid van de eilandsraden om bij eilandsverordening het aantal leden uit te breiden of te schrappen. De heer Remkes heeft gelijk dat de omvang van de eilandsraad door de invoering van de dualisering de facto al toeneemt. Wij hebben die discussie in Nederland ook gehad. Misschien hebben wij haar nog steeds, maar voor het moment is zij in ieder geval afgerond. Op zichzelf kan ik mij indenken dat het voor kleine politieke gemeenschappen al een opgave is om voldoende gekwalificeerde kandidaten te vinden. Daarover hadden wij het daarnet al. Ikzelf ben verantwoordelijk voor het organiseren van de gemeenteraadsverkiezingen en heb gemerkt dat je datzelfde probleem ook in Nederland ziet. Partijen spreken zich daarover uit. Nu het amendement geen verslechtering vormt ten opzichte van het huidige aantal leden, heb ik daartegen geen principiële bedenkingen. Overigens wordt thans aan Bonaire wel de mogelijkheid geboden om het aantal leden uit te breiden. Ik plaats hierbij twee kanttekeningen. De overgang naar de nieuwe staatkundige verhoudingen betekent zo goed als zeker een verzwaring van de bestuurslast voor de eilanden. Het takenpakket voor de eilanden zal veranderen en er wordt een dualistisch bestuurssysteem ingevoerd. In die omstandigheden kan het dienstig zijn om de eilandsraad uit te breiden. Verder maakt een grotere eilandsraad het bestuur minder kwetsbaar, ook in termen van integriteit.
Een grotere politieke gemeenschap zal doorgaans een doorbreking zijn van de bestaande inclusieve bestuurscultuur. Ook neemt de representativiteit toe als gevolg van de wijziging van de kiesdeler. Er zijn dus wel degelijk voordelen aan de uitbreiding te benoemen.

Tenslotte wijs ik erop dat het effect van dit amendement maar beperkt is, nu de eilandsraad toch pas van deze bevoegdheid gebruik had kunnen maken voor de verkiezingen in 2015. Indien tussentijds zou blijken dat het dringend gewenst is de omvang van de eilandsraad met het oog op de verkiezingen te vergroten, wil ik wel de mogelijkheid openhouden om dat via wetswijziging te regelen, indien het amendement is aanvaard, maar dan is de Kamer daar weer bij betrokken.

Ik laat het oordeel over dit amendement verder aan de Kamer. Ik heb wel begrip voor een aantal argumenten die zijn aangevoerd, maar ik heb er een aantal kanttekeningen bij geplaatst. Ik denk dat de evaluatie in voorkomend geval moet uitwijzen of het huidige aantal leden gehandhaafd dient te worden of dat verdere uitbreiding naar een omvang vergelijkbaar met die van gemeenten aangewezen is, want dit is lager dan van gemeenten.
De heer

1   2   3   4   5   6   7

  • Remkes
  • Bijleveld-Schouten
  • Van Gent

  • Dovnload 439.29 Kb.