Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van een wetgevingsoverleg

Dovnload 439.29 Kb.

Verslag van een wetgevingsoverleg



Pagina5/7
Datum28.10.2017
Grootte439.29 Kb.

Dovnload 439.29 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

Het wetsvoorstel Wijziging van de Kieswet in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen Nederland (31956).
De voorzitter: De schriftelijke antwoorden hierover zijn gegeven op pagina's 18 tot en met 21. Wij zijn toe aan de eerste termijn van de staatssecretaris. Ik heb het gevoel dat daar in het algemene deel al een aantal dingen over zijn gezegd. Wij gaan dus bezien of wij daar efficiënt doorheen komen, want ik heb van collega's het signaal gekregen dat wij het echt om 19.00 uur moeten hebben afgerond. Daar moeten wij allemaal aan meewerken.

**
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Voorzitter. Het kiesrecht is een fundamenteel recht. Daar heb ik in het algemene deel inderdaad al iets over gezegd. Dat zal ik nu niet herhalen. Dat is mede de reden dat de Kieswet bij de eerste Nederlandse wetten hoort die van toepassing worden op de BES-eilanden. De inwoners van de BES-eilanden en de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de verkiezingen, krijgen daarbij te maken met een aantal voor hen nieuwe elementen. Ik noem hier: het stemmen in een willekeurig stemlokaal, de herinvoering van het stemmen bij volmacht met de beperking voor de eilandsraadverkiezing en de ruimere openingstijden van stemlokalen. Ook zullen wij, in elk geval bij de Tweede Kamerverkiezingen en de verkiezingen voor het Europees Parlement, te maken krijgen met voor hen nieuwe politieke partijen. Zij zullen op hun stembiljet straks de Nederlandse politieke partijen aantreffen. Ik onderstreep dit punt omdat dit een direct voor de burgers zichtbaar teken zal zijn van de integratie van de eilanden in het Nederlands staatsbestel. Zoals de heer Van Raak in zijn eerste termijn al zei: het is altijd goed om nieuwe kiezers te verwelkomen. Ik spreek dan ook de hoop uit dat de partijen in de Kamer er straks in hun campagnes ervoor zorgen dat deze kiezers zich welkom voelen in het Nederlands staatsbestel.

Wij hebben het net al even gehad over artikel 55 GW. Dat schrijft verkiezing van de Eerste Kamer door de Provinciale Staten voor. De heren Van Bochove, Remkes en Van Raak hebben mij erop gewezen dat het in strijd met deze bepaling is om het kiesrecht voor de Eerste Kamer aan de leden van de eilandsraden te geven. Ik heb tot nu toe overwogen dat het kiesrecht op grond van de Grondwet en internationale verdragen zwaarder moest wegen dan de letter van de Grondwet. Ik begrijp dat dit op bezwaren stuit. Zoals ik al heb aangekondigd in het algemene deel, aangehaakt bij de motie-Remkes, is een wijziging van artikel 55 GW in de maak. Mijn voornemen is met zo veel woorden om het kiesrecht voor de Eerste Kamer ook aan de eilandsraden toe te kennen. Als die bepaling tot stand is gekomen, staat niets aan de inwerkingtreding van het voorgestelde artikel Ya 22 in de weg. Om spanning met de Grondwet te voorkomen, vind ik het verstandig dat dit artikel pas in werking treedt als de Grondwet is aangepast. Daartoe dien ik een dezer dagen een nota van wijziging van de Kieswet voor de BES-eilanden in, die het mogelijk maakt dat dit artikel pas in werking treedt als artikel 55 GW is aangepast. Ik meen de heren Van Bochove, Van Raak en Remkes hiermee volkomen tegemoet te komen op het punt van de strijdigheid van de Eerste Kamerverkiezingen door de leden van de eilandsraad met de Grondwet.

Zolang artikel 55 GW niet in gewijzigde vorm in werking is getreden en artikel Ya 22 dus ook niet, hebben de eilandsraden geen stemrecht voor de Eerste Kamer. Daarmee hebben niet-Nederlanders geen invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer. Ik hecht eraan dat niet-Nederlanders stemrecht voor de eilandsraden hebben, net als niet-Nederlanders dat hebben voor gemeenteraden, ook al ontstaat daardoor het dilemma dat zij daarmee indirect invloed hebben op de samenstelling van de Eerste Kamer, zij het in zeer geringe mate. In de schriftelijke antwoorden ga ik in op de geringe invloed van de eilandsraden op de samenstelling van de Eerste Kamer. De commissieleden hebben de stemwaardes kunnen zien. Omdat ik het kiesrecht van niet-Nederlanders voor de eilandsraad zo'n belangrijk democratisch recht vind, ontraad ik het amendement van de heer Remkes om het kiesrecht van niet-Nederlanders voor de eilandsraad te schrappen. Zij moeten voor hun eigen gemeente, hun eigen eiland kunnen stemmen. Overigens doet het in eerste termijn aangehaalde probleem -- dat geldt ook in bredere zin -- zich nog een lange tijd niet voor, omdat ik sowieso het stemmen voor de Eerste Kamer pas in werking laat treden nadat de Grondwet is gewijzigd. Zoals de Kamer weet zal dat een behoorlijke tijd in beslag nemen. De Kamer kan er zelf aan bijdragen om dit te versnellen. Het kost echter de nodige tijd. Ik zou dat amendement willen ontraden.


Dan het amendement-Remkes op stuk nr. 11 (31956) over de identificatie bij de kandidaatstelling. Er zijn voortdurend stukken op nr. 11, voorzitter. Het is ook bijna carnaval. In het amendement staat dat bij het inleveren van de kandidatenlijsten moet worden geëist dat de indiener zich identificeert. In de nota naar aanleiding van het verslag heb ik hierover opgemerkt dat gekozen is voor de kan-bepaling, omdat deze ook in de rest van de Kieswet wordt gehanteerd. De Kiesraad heeft mij inmiddels geadviseerd om al deze kan-bepalingen over identificatie in de Kieswet aan te passen en er verplichtingen van te maken. Dat advies ligt er. Dit naar aanleiding van de introductie van de identificatieplicht voor kiezers in het stemlokaal. Ik zal deze aanpassing te zijner tijd ter hand nemen en dit daarbij ook voor de BES laten gelden. Indien de Kamer echter meent dat het wenselijk is om dit punt nu al te regelen -- daar kan ik me iets bij voorstellen -- dan heb ik daar inhoudelijk geen bezwaren tegen, omdat ik het zelf op termijn ga regelen. Ik laat dus het oordeel over dit amendement aan de Kamer. Daarmee heb ik volgens mij alle aanvullende vragen beantwoord ten opzichte van de schriftelijke antwoorden over de Kieswet.
De voorzitter: Mevrouw Van Gent, u wilt interrumperen, maar we gaan nu naar de tweede termijn van de Kamer.

**
Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik bewaar het wel voor de tweede termijn.


De heer Van Bochove (CDA): Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor haar toezegging over artikel 55 van de Grondwet en het pas kunnen stemmen op het moment dat dit echt goed is geregeld. Daarmee is een van de knelpunten uit de discussie van afgelopen vrijdag weggenomen. Overigens is het geen unieke situatie, zoals ik al meerderen keren heb betoogd. Niemand hoeft zich dus tekortgedaan te voelen.

De staatssecretaris heeft in haar schriftelijke antwoord nog eens duidelijk gemaakt dat men, net als in Nederland, in de eilandsraad gekozen kan worden als men geen Nederlander is. Dat was een bij mij levend misverstand. Dan blijft de afweging die in het amendement-Remkes op stuk nr. 9 is neergelegd, of je de gelijkstelling acceptabel vindt van het wel mogen kiezen voor de Eerste Kamer en het feit dat een klein deel van de mensen, namelijk niet-Nederlanders die er langer dan vijf jaar wonen, leden van de eilandsraad mag kiezen. Daarbij speelt ook de schaal een rol. Is dat punt zwaar genoeg in relatie tot het betoog van de staatssecretaris? Ik begrijp haar opmerking namelijk wel. Je sluit mensen die langer op de eilanden wonen -- dat kan ook tien of vijftien jaar zijn -- uit van het stemrecht voor de eilanden. Daar zit een spanning in; ik gaf dat vrijdag al aan in mijn debat met de heer Remkes. Ik wil op dit punt geen misverstand laten bestaan. Ik wil het nog eens zorgvuldig wegen voordat ik tot een finale afronding kom. Het is goed om hierover in eigen kring nog eens na te denken.

Ik heb nog een ander belangrijk punt, waarover ik ook een amendement heb ingediend, namelijk het stemmen bij volmacht. De staatssecretaris houdt in de schriftelijke beantwoording nadrukkelijk vast aan de afspraken die ze daarover met de eilandsraden heeft gemaakt. Ik ben op dat punt nog niet overtuigd. We moeten de normale, hier geldende maatstaven wegen. Ik heb vorige week vrijdag aangekondigd dat ik hierover een amendement overweeg. Ondanks de beantwoording door de staatssecretaris in haar schriftelijke bijdrage van gisteravond kom ik tot de conclusie dat ik onvoldoende argumenten heb gevonden om niet over te gaan tot het indienen van een amendement. Ik zal dus een amendement maken.
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Even voor mijn begrip: wat zou precies de inhoud van het amendement zijn?
De heer Van Bochove (CDA): Dat zou gaan over het werken met volmachten zoals we dat hier in Nederland gewend zijn, bijvoorbeeld over het gemaximeerd zijn en over de manier waarop men de volmacht moet aantonen. Het kan niet zo zijn dat men een briefje stuurt waarin staat dat men toevallig ziek is, dat men van het eiland af is of dat men iets anders heeft.
De heer Leerdam (PvdA): Voorzitter. Wij kunnen instemmen met het voorstel van de staatssecretaris over de Grondwet.

Ik ben het eens met de heer Van Bochove over de tien en vijftien jaar niet-Nederlanderschap. Ik vraag mij af hoe dat zit. Wat verstaat de staatssecretaris onder niet-Nederlanderschap? Er zijn mensen die daar langer dan vijftien jaar wonen, die niet het Nederlanderschap hebben, maar die wel mee kunnen stemmen bij verkiezingen inzake het eilandgebied en de gemeenten. Ik ga ervan uit dat die mensen wel gewoon mee kunnen doen met de verkiezingen voor het eilandgebied. Kan de staatssecretaris daar specifiek op ingaan?

Afgelopen vrijdag is er, terecht, enige consternatie over ontstaan dat ik zou hebben gesteld dat er geen identificatieplicht zou moeten zijn. De staatssecretaris is daar in de schriftelijke antwoorden op een goede manier op ingegaan. Geenszins is dat namelijk het geval. Natuurlijk moet iemand zich kunnen identificeren. Het ging mij er echter gewoon om dat wij bij de Europese verkiezingen, en dan hebben wij het gewoon over Nederland, bepaalde zaken hebben gezien in kleine gemeenten die gewoon niet zouden mogen voorkomen. De staatssecretaris is op deze zaken schriftelijk ingegaan. Ik ben het met de staatssecretaris eens dat de mensen zich moeten kunnen identificeren. Dat moeten wij in stand houden. Het zou natuurlijk te gevoelig liggen als dat niet het geval is. In die zin sluit ik mij natuurlijk aan bij het merendeel van de Kamer. De PvdA sluit zich daar ook bij aan.

De PvdA heeft kennisgenomen van de informatie die de regering verschaft heeft over de circulaire en wijst nogmaals op het belang van de goede voorlichting bij de verkiezingen. Mijn fractie merkt wel op dat de verkiezingsbeïnvloeding door het tijdsverschil niet geheel is uitgesloten en vraagt de staatssecretaris in welke mate zij overweegt om de stembussen op de BES-eilanden eerder te laten sluiten. Misschien is het goed om dat niet om drie uur te doen, zoals de staatssecretaris heeft aangegeven. Wij moeten er rekening mee houden dat de uitslagen van de verkiezingen in Nederland al om zeven uur op de Antillen bekend worden. De staatssecretaris kan daar wellicht nog even naar kijken.


De heer Van Raak (SP): Voorzitter. De SP heeft twee staatsrechtelijke bezwaren tegen de manier waarop nu de verkiezing van de Eerste Kamer is geregeld. Veel dank dat de staatssecretaris het nu in een voorstel van wijziging van de Grondwet gaat regelen. Zij gaat regelen dat leden van het eilandsbestuur leden van de Eerste Kamer kunnen kiezen. Daarmee vervalt alleen niet het tweede bezwaar, namelijk dat niet-Nederlanders op deze manier een stem krijgen via de leden van de eilandsraden in de samenstelling van de Staten-Generaal. De staatssecretaris zegt dan dat dit maar een heel klein probleem is, omdat het maar heel weinig mensen zijn. Relatief gezien zijn het voor de eilanden, zeker voor Saba en Statia, heel veel mensen: ongeveer 40%. Maar staatsrechtelijk zit het nog steeds niet lekker.

Stel eens voor dat je dit staatsrechtelijk goed gaat regelen. Je zou dan in de Grondwet een bepaling moeten opnemen dat een aantal niet-Nederlanders binnen het Koninkrijk om een aantal redenen wel een stem zou kunnen krijgen in de samenstelling van een deel van de Staten-Generaal. Probeer dat maar eens staatsrechtelijk te regelen. Dat is bijna onmogelijk. Het is ongelofelijk wat voor discussies dat zou losmaken. Juist om die reden vraag ik om dat toch te doen. Er om praktische redenen maar even omheen fietsen is wel lekker makkelijk omdat het om weinig mensen gaat, maar wij hebben trouw gezworen op de Grondwet. Volgens mij zou je dat wel moeten regelen. De vraag aan de staatssecretaris is of wij dan niet in de Grondwet moeten regelen dat een aantal niet-Nederlanders toch stemrecht krijgt. De discussie daarover zie ik met veel interesse tegemoet. Dit is staatsrechtelijk gezien de weg die wij moeten bewandelen.


De heer Remkes (VVD): Voorzitter. Ik heb twee opmerkingen. De eerste opmerking is naar aanleiding van de schriftelijke beantwoording van de staatssecretaris. Zij schrijft in het antwoord op een vraag van collega Van Raak: ik acht het instellen van een dergelijk verlengd loket niet noodzakelijk. De redenering daarbij is dat politieke partijen daar over de nodige relevante contacten beschikken.

Dat zal wellicht voor sommige politieke partijen het geval zijn. Ik heb nog niet onderzocht hoeveel leden of bijzondere sympathisanten …


De heer Brinkman (PVV): Van ons geen!
De heer Remkes (VVD): … van mijn eigen politieke club daar wonen, maar volgens mij is het aantal buitengewoon minimaal. Ik vond het antwoord op dat punt niet echt overtuigend. Ongetwijfeld gaan wij daar in de campagne verandering in brengen. Zeker na dit wetgevingsoverleg ben ik van het succes daarvan overtuigd.

Ik kom bij het belangrijkste punt. De staatssecretaris heeft wat het kiesrecht voor de leden van de Eerste Kamer betreft een belangrijke stap gezet en dat zie ik ook. Blijft het punt van collega Van Raak en collega Van Bochove. Het kiesrecht voor de volksvertegenwoordiging is hier ten principale aan de orde. Hoe gering de aantallen ook zijn, het denationaliseren van dat kiesrecht is het loslaten van een belangrijk principe dat tot dusverre is gehanteerd. Ik blijf natuurlijk verder nadenken. Wellicht kan een oplossing worden gevonden in de aanpassing van de wegingsfactoren bij de verkiezingen voor de Eerste Kamer. Misschien kan de staatssecretaris daarop reageren. Maar het blijft voor de VVD-fractie een belangrijk principieel punt.


De heer Van Raak (SP): Dat lijkt mij een interessante optie. Moet ik die aanpassing van de wegingsfactoren zo bezien dat je dan het aandeel niet-Nederlandse stemmers uit die wegingsfactoren haalt?
De heer Remkes (VVD): Ja, je corrigeert het.
De heer Van Raak (SP): Ik wil daar serieus over nadenken.
De heer Brinkman (PVV): Voorzitter. Wij moeten in ieder geval nog even nadenken over de optie van collega Remkes. De staatssecretaris zelf heeft al aangegeven dat de Kieswet ook voor haar buitengewoon belangrijk is. Dat is niet meer dan terecht en ik verwacht ook niet anders van een democratische bewindspersoon. Maar het zou toch heel raar zijn dat wij hier zoiets regelen buiten de bepalingen van de Grondwet om, ook al geldt het voor een klein aantal mensen. Ik zou de staatssecretaris toch dringend willen verzoeken om, misschien met de optie van collega Remkes of misschien met een ander idee, met een oplossing voor dat probleem te komen. Ik ondersteun wat dat betreft de woorden van een aantal leden dat het niet zo kan zijn dat niet-ingezetenen stemrecht hebben voor sommige leden van de Staten-Generaal. Dat kan gewoon niet.
Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voorzitter. Ik zou graag iets willen zeggen over de wijze waarop de Eerste Kamer wordt gekozen vanaf de BES-eilanden. De zaak wordt naar mijn idee enigszins opgeblazen. Ik wil hier niemand mee beledigen of schofferen, maar het is wel mijn mening. Ik heb er vrijdag een precieze vraag over gesteld en ik heb er een precies antwoord op gekregen. Het gaat om zestien stemmen. In totaal werden bij de Eerste Kamerverkiezingen van 2007 163.087 stemmen uitgebracht en de kiesdeler bedroeg 2175 stemmen. Ik heb er toch behoefte aan om het schriftelijk antwoord op mijn vraag van vrijdag hier voor de microfoon uit te spreken en ook mijn collega's er nog eens op te wijzen.
De heer Remkes (VVD): Dat is niet de kern van het probleem.
Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Er wordt nu net gedaan of niet-Nederlanders de zaak hier gaan overnemen…
De heer Van Raak (SP): Voorzitter. Hier maak ik ernstig bezwaar tegen! Wij zijn hier gekozen als Kamerleden om wetten goed te regelen.
Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voorzitter. Heb ik het woord nog? Of heb ik het woord niet meer?
De voorzitter: Ik kom er niet bovenuit. Ik wilde zeggen dat mevrouw Van Gent het woord heeft.

**
Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voor de goede orde: ik heb de Nederlandse nationaliteit. Dat zullen sommigen nu jammer vinden. Ook hier kunnen mensen die vijf jaar ingezetene zijn van Nederland, maar zonder de Nederlandse nationaliteit te bezitten, voor de gemeenteraden stemmen. Dat heb ik vrijdag ook aangegeven. Wat is in dit geval het probleem? Wij kennen op de BES-eilanden niet de provincie. Daarover hebben wij ook uitgebreid van gedachten gewisseld. Je moet dus een pragmatische oplossing zien te vinden waardoor toch -- dat is ook een democratisch proces -- op de BES-eilanden getrapt gestemd kan worden voor de Eerste Kamer. Getrapt, want dat is nu eenmaal het systeem voor de Eerste Kamer. Nu wordt voorgesteld om de in de maak zijnde grondwetswijziging van artikel 55 af te wachten. Naar ik begrijp, zal er op de BES-eilanden tot die tijd geen stemrecht zijn voor de Eerste Kamer. Ik vind dat totaal ondemocratisch, want dat betekent dat ook Nederlanders die in de eilandsraden zitten hun stem niet meer kunnen uitbrengen omdat er wellicht één of twee -- gerelateerd aan die zestien stemmen -- niet-Nederlanders hun stem zouden uitbrengen. Ik wil hierop een serieuze reactie, want ik vind het echt te gek voor woorden dat je op dat moment -- en er is natuurlijk goed over nagedacht -- ook de Nederlanders het stemrecht ontneemt. Ik blijf het dus zwaar overdreven vinden en zou de constructie die oorspronkelijk door de staatssecretaris is gekozen nog eens onder de aandacht willen brengen, want ik ben het daarmee eigenlijk nog steeds eens. Ik merk dat hierover grote opwinding ontstaat. Ik zou de staatssecretaris daarom willen vragen of het niet mogelijk is om de Nederlanders die in de eilandsraad zitten wél de mogelijkheid te geven om hun stem uit te brengen voor de Eerste Kamer. Ik zou een splitsing willen aanbrengen, want anders worden Nederlanders gediscrimineerd voor het uitbrengen van een stem voor de Eerste Kamer. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van mijn collega's die zich hierover verschrikkelijk opwinden.


De heer Van Bochove (CDA): Jarenlang heb ik, en met mij vele andere Nederlanders, dat recht niet gehad. Daarover heb ik GroenLinks nooit gehoord. Meet GroenLinks sinds kort met twee maten?
Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik begrijp het punt helemaal niet. Vrijdag heb ik een heel precieze vraag gesteld. De stemming en sfeer over dit punt begrijp ik absoluut niet. Vrijdag vroeg ik wat eigenlijk het precieze probleem is. Waar hebben wij het nu over? Wij weten allemaal -- en daarom heeft de heer Bochove totaal geen punt -- dat wij hier over een constructie praten die wij in Nederland niet kennen, want in Nederland hebben wij de provincie voor het kiezen van de Eerste Kamer. Bij de constructie voor de BES-eilanden hebben wij de provincie niet; daarover zijn wij het allemaal eens. Daarom moeten wij zoeken naar een nieuwe constructie. Laat ik het woord "hysterisch" niet gebruiken, maar daarover wordt nu toch wel opgewonden gedaan. Ik heb de aantallen genoemd die heel precies aangegeven zijn in antwoord op mijn vraag. Ik zie daarom het probleem niet, behalve de heel principiële kwestie. Maar wij hoeven de structuur voor de BES-eilanden maar één keer te regelen. Wij gaan natuurlijk niet met bijvoorbeeld Venezuela, Suriname, Spanje of Frankrijk dit soort constructies aan, want daarmee hebben wij dit soort constructies niet. Mijn antwoord is dat je het niet groter moet maken dan het is. Ik wil echt een antwoord op de principiële vraag -- ik vraag dat ook aan mijn collega's -- of men het aanvaardbaar vindt dat Nederlanders door de constructie die de staatssecretaris als compromis voorstelt, de mogelijkheid wordt ontnomen om voor de Eerste Kamer te stemmen. Dat is immers het gevolg als men accepteert dat het geen provincie is. Ik vind dat niet aanvaardbaar.
De heer Van Raak (SP): Lang praten betekent niet altijd goed praten. Als hier iemand stemming loopt te maken, dan is het wel mevrouw Van Gent. Ik ben hier gekozen als Kamerlid en wij zijn hier bezig met een wetgevingsoverleg. Ik heb als taak om te controleren of de wetgeving op orde is en haar politiek en straatrechtelijk te toetsten aan de Grondwet. Dat doe ik op een serieuze manier en dan wens ik niet van stennismakerij te worden beschuldigd.

Ik vraag mevrouw Van Gent daar afstand van te nemen. Ik heb twee fundamentele problemen aangekaart, waarvan er één is opgelost dankzij de discussie die mevrouw Van Gent niet wilde voeren. Die discussie wilde ik wel voeren en één punt is daardoor opgelost. Een ander punt blijft over en dat gaat over belangrijke wetgevingstechnische problemen die ik probeer op te lossen. Als ik serieus mijn werk probeer te doen, alternatieven probeer aan te dragen en daar wellicht nog met de staatssecretaris uitkom, stel ik dit soort kwalificaties niet op prijs.


De voorzitter: De heer Remkes heeft ook nog een vraag. De vorige vraag eindigde niet met een vraagteken.

**
De heer Remkes (VVD): Mijn vraag aan mevrouw Van Gent sluit aan bij de gevoelens van collega Van Raak. Vindt zij eigenlijk niet dat de principiële kant van de zaak door haar met het grootst mogelijke gemak van tafel wordt geveegd door termen als "hysterisch" en dergelijke te gebruiken? Dat is echt totaal buiten de orde. Het gaat om de vraag of de fractie van GroenLinks altijd zo makkelijk met principes omspringt.


Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Blijkbaar heb ik een open zenuw geraakt. Ik stel voorop dat ik geen woord terugneem van mijn bijdrage. Ik heb vrijdag een zakelijke vraag gesteld en daar hebben wij een antwoord op gekregen. Ik moet gewoon vaststellen dat het kabinet in deze uitzonderlijke situatie zowel ambtelijk als politiek voor een pragmatische oplossing heeft gekozen, omdat er in de BES-constructie geen provincies zijn et cetera. Daar kan ik mij het nodige bij voorstellen. Ik moet wel zeggen dat dit punt volgens mij enorm wordt opgeblazen. Mensen kunnen boos worden, zich op hun teentjes getrapt voelen of wat dan ook, maar ik ben van mening dat wij een inhoudelijk meningsverschil hebben.

Ik hoop dat de staatssecretaris ingaat op mijn punt dat door de constructie die zij nu kiest, mensen met de Nederlandse nationaliteit eigenlijk het recht ontnomen wordt om, weliswaar getrapt, hun stem uit te brengen voor de Eerste Kamer. Ik wil eens weten wat dat betekent voor de Grondwet of welke invloed dat heeft op de grondwettelijke rechten van Nederlandse ingezeten. Dat meen ik echt heel serieus. Ik neem aan dat mijn collega's dat ook heel interessant vinden.


De voorzitter: Alvorens ik het woord geef aan mevrouw Ortega, heet ik de gevolmachtigde minister van de Nederlandse Antillen, de heer Van der Plank, welkom.

**
Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie): Voorzitter. Ik kan me best vinden in de redenering van mevrouw Van Gent, maar ik kan me ook voorstellen dat artikel 55 pas inwerking treedt als een en ander geregeld is in de Grondwet. Om elkaar een beetje tegemoet te komen, stel ik de vraag of het nou niet mogelijk is om bij het eerste voorstel van de staatssecretaris iets te regelen in een overgangsregeling, in aanvulling op de manier waarop het nu in de wet is opgenomen. Wij moeten namelijk wel met elkaar eens zijn dat het gaat om de overgang van een bepaalde bestaande situatie naar een nieuwe situatie. In die zin lijkt het me inderdaad een beetje raar dat mensen die altijd kiesrecht hebben gehad, dat plotseling niet meer hebben. Graag een antwoord daarop.

Vervolgens wil ik het nog even hebben over de volmachtregeling. Ik ben er voorstander van dat wij ons gewoon houden aan de regeling zoals die in Nederland bestaat. Ik ben namelijk ook niet zo tevreden met de onderbouwing waarmee wordt aangegeven dat het negatief is. Door allerlei wetgeving streven wij juist naar integriteit van bestuur en dat is misschien ook wel een mooie toetssteen om te kunnen beoordelen hoever wij daarin zijn gekomen.
De voorzitter: Dit is einde van de tweede termijn van de Kamer. Het woord is aan de staatssecretaris.

**
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Voorzitter. In de tweede termijn van de Kamer is eigenlijk maar op een paar punten ingegaan. De meest Kamerleden vonden de schriftelijke en de mondelinge beantwoording op de meeste punten afdoende.

Ik ga de sprekers af in de volgorde waarin zij gesproken hebben. Een aantal onderwerpen zal bij eerdere sprekers aan de orde zijn geweest.

De heer Van Bochove is blij met de toezegging dat artikel 55 zal worden betrokken bij de Grondwetswijziging. Ik denk dat het goed is dat ik het systeem van de Kieswet nog even uitleg. Nederlanders en niet-Nederlanders kiezen Nederlanders in de eilandsraad. Voor dat systeem is gekozen. Niet-Nederlanders kunnen dus niet gekozen worden in de eilandsraad. De heer Van Bochove heeft hierover een vraag gesteld, die ik in het algemene deel al heb beantwoord. De Nederlanders in de eilandsraad kiezen de leden van de Eerste Kamer. Zo zit het systeem in elkaar: Nederlanders en niet-Nederlanders kiezen Nederlanders in de eilandsraad en die Nederlanders in de eilandsraad kiezen op hun beurt de leden van de Eerste Kamer.

Mevrouw Van Gent heeft gelijk met haar reactie op hetgeen ik op pagina 18 in de schriftelijke antwoorden heb aangegeven over de stemwaarde. De Nederlanders in de eilandsraden brengen zestien stemmen in voor de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer.
De heer Van Raak (SP): Dit wordt nu al voor de zoveelste keer gezegd. Louter het aantal kan toch nooit een argument zijn!
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Nee, dat is mijn argument ook niet.
De heer Van Raak (SP): Nou, dan hoor ik graag een ander argument.
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Ik heb net al mondeling een inhoudelijk argument aangedragen. Daarom ben ik ook ingegaan op de reactie van de Kamer. Ik hoop dat de heer Van Raak gewoon even kan luisteren naar de antwoorden.

Ik heb net mondeling aangegeven dat ik tegemoet ben gekomen aan de Kamer. Ik zal artikel 55 laten wijzigen. In de Grondwet staat immers niet dat leden van een eilandsraad de leden van de Eerste Kamer kunnen kiezen. Er zijn hier twee punten aan de orde. Dat moet je dus regelen. Dat zullen wij doen via een wijziging van artikel 55. Ik heb de Kamer gezegd dat ik het artikel Ya 22 van het wetsvoorstel houdende wijziging van de Kieswet niet in werking zal laten treden voordat dit in de Grondwet is geregeld. Daarmee is de grondwettelijke basis om de leden van de eilandsraad voor de Eerste Kamer te laten stemmen, geregeld. Ik beschouw dat als een verregaande tegemoetkoming aan de Kamer. Ik heb na de inbreng van de Kamerleden een andere weging gemaakt dan in de schriftelijke behandeling.

Een ander punt van de heer Van Bochove is de invloed die niet-Nederlanders via hun volksvertegenwoordiging hebben op de Eerste Kamer. Hij heeft daar terecht op gewezen. Zij hebben getrapt invloed. Dat zeg ik zo nadrukkelijk, omdat zij niet in de eilandsraden zitten. Zij kunnen wel kiezen, maar niet gekozen worden; zij hebben geen passief kiesrecht. Ik heb daar een afweging over gemaakt. Ik ontneem de niet-Nederlanders niet graag het kiesrecht, omdat ik het heel belangrijk vind dat iedereen die aan het vijfjaarscriterium voldoet voor zijn eigen eilandsraad kan stemmen.

Ik hecht daar zelf erg aan. Ik ben hier in Nederland ook verantwoordelijk voor de Kieswet. Ik heb het altijd erg belangrijk gevonden dat iedereen in een gemeente kan stemmen voor zijn eigen bestuur. Dat is een kwestie van betrokkenheid. Wees blij, zou ik haast zeggen, dat mensen komen stemmen voor hun eigen bestuur. Laten wij daar ook blij mee zijn, want dan leeft de democratie.

De heer Van Bochove heeft terecht opgemerkt dat dit het enige punt is dat overblijft. Er ligt een amendement voor op dat punt. Ik wil de aanneming van dat amendement ontraden, omdat ik het belangrijk vind dat ook niet-Nederlanders voor hun eigen eilandsraad kunnen stemmen. Nu zou je kunnen zeggen dat je het daar niet helemaal mee oplost. In de praktijk kiezen Nederlanders immers de leden van de Eerste Kamer. Voor mij is het echter belangrijk dat die mensen kunnen kiezen en ik neem die invloed op de eilandsraad dan even voor lief. Ik hecht namelijk echt aan die betrokkenheid bij de samenleving, bij het besturen. Ik hecht eraan dat mensen de moeite nemen om te gaan stemmen. Dat is gewoon van belang.

Hoe meer wij dat in Nederland kunnen stimuleren en hoe hoger de opkomst daar, hoe beter. Ik neem de indirecte invloed dus even voor lief. Zo heb ik het gewogen. De heer Van Bochove zegt daarover zelf nog te moeten nadenken. Daarbij kan ik mij iets voorstellen.

De heer Remkes vraagt of er niet iets meer met die weging kan worden gedaan. Dat zou volgens hem ook een oplossing kunnen zijn. Natuurlijk kan dat. Daarover moet ik zelf ook nog even nadenken. Ik heb nadrukkelijk naar zijn punt over artikel 55 geluisterd. Dat is helder en dat breng ik in procedure, maar ik hecht wel erg aan het kiezen voor de eilandsraad. Ik kan dan wellicht nog iets met die weging doen. Dat hoeven wij nu niet te weten, omdat die wegingsfactor niet geregeld hoeft te worden. Ik zal bezien of dat een mogelijke oplossing is. De kiesraad stelt de wegingsfactor immers altijd vast op basis van CBS-cijfers. Deze zal te zijner tijd na wijziging van de Grondwet wel in de Kieswet moeten worden geregeld. De Grondwet moet immers eerst worden gewijzigd voordat deze wordt vastgesteld. Er is dus wel tijd om daarover na te denken, zoals ik ook in mijn beantwoording al zei. Ik hecht zelf echter wel erg aan het kiesrecht, ook van de niet-Nederlanders. Daaraan liggen andere argumenten ten grondslag dan de argumenten die net door een aantal leden naar voren zijn gebracht.

Daarmee zijn de belangrijkste punten behandeld.


De voorzitter: Er zijn twee leden die nog een vraag hebben op dit punt.

**
De heer Van Raak (SP): Ik ben erg blij dat een serieuze discussie met de staatssecretaris mogelijk is. Ik moet wel zeggen dat het parlement een heel bedenkelijk niveau heeft gekregen. Als je probeert een discussie te voeren over de kwaliteit van de wetgeving, word je weggezet als stemmingmaker. Ik vind het erg jammer dat de GroenLinks-fractie dat niet terugneemt. Het niveau waarop de discussie hier wordt gevoerd, is bedenkelijk.

Ik ben erg blij dat de staatssecretaris ...
Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voorzitter, mag ik daar toch even op reageren? Ik word rechtstreeks aangesproken.
De voorzitter: Het is logisch dat mevrouw Van Gent nu een opmerking wil maken, mijnheer Van Raak.

**
Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voorzitter. Ik word rechtstreeks aangesproken. Ik begrijp deze reactie van de heer Van Raak helemaal niet. Wij hebben hier een discussie en ik sta daarin gewoon heel anders dan hij. Dat moet kunnen en dat hoort bij het democratisch spel. Ik ben uitermate rustig en de heren Brinkman, Remkes en Van Raak zijn opgewondener dan ik.


De heer Van Raak (SP): Dit vind ik echt ontluisterend. Eerst trekt u een grote broek aan en spreekt u van stemmingmakerij, terwijl u nu in het holletje kruipt. Ik vind het echt schandalig. Ik wil op niveau verdergaan met wetgeving, als dat kan.
Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik wens niet op deze wijze benaderd te worden. Ik lever hier gewoon een bijdrage en ik heb een mening. Ik kruip helemaal niet in een holletje. Daaraan moet ik echt niet denken. Ik vind het complete flauwekul wat hier gebeurt. Ik hoop dat de voorzitter erop toeziet dat wij hier gewoon een debat kunnen voeren. Ik ben het gewoon niet eens met het standpunt van deze drie heren. Het zij zo.
De voorzitter: Zullen wij dit element daarmee afronden en teruggaan naar het wetsvoorstel?

**
De heer Van Raak (SP): Voorzitter. Wij gaan terug naar het wetsvoorstel. Ik ben blij dat wij daarover een serieuze discussie kunnen voeren en dat de staatssecretaris zal kijken naar de wegingsfactor. Ik sta echter voor hetzelfde dilemma als de heer Van Bochove en de staatssecretaris. Aan de ene kant vind ik het heel belangrijk dat niet-Nederlanders voor de eilandsraad kunnen stemmen. Aan de andere kant vind ik het ook heel belangrijk dat er niet gemarchandeerd wordt met de Grondwet en dat wij niet via een achterdeur organiseren dat niet-Nederlanders stemrecht krijgen voor de Staten-Generaal. Het gaat mij vooral om die achterdeur. Ik moet die afweging ook maken en net als de heer Van Bochove en anderen ben ik daar nog niet uit. Ik vraag de staatssecretaris of het niet goed zou zijn om, om ons te helpen, de Kiesraad om een advies te vragen over de weging tussen die twee principes, namelijk aan de ene kant het stemrecht voor de eilandsraad en aan de andere kant, zoals de heer Remkes het noemt, het denationaliseren van de verkiezing van de Staten-Generaal, daarbij meenemend de optie van de wegingsfactor. Dat zou voor mij wellicht duidelijkheid kunnen brengen en misschien zelfs voor mevrouw Van Gent.


De heer Brinkman (PVV): Voorzitter. Ik heb nog een opmerking over hetzelfde punt. Ik begrijp niet dat wij een aparte regeling treffen voor de BES-eilanden, waarbij niet-ingezetenen kennelijk getrapt invloed kunnen uitoefenen op de samenstelling van de Eerste Kamer.
De heer Leerdam (PvdA): Dat is niet zo.
De heer Brinkman (PVV): Dat is wel zo. Niet-ingezetenen in Nederland kunnen dat dus niet, omdat ze niet voor de provinciale staten kunnen stemmen. Het is mooi dat er gestemd kan worden voor de eilandraad, maar niet-ingezetenen moeten gewoon niet daarvoor kunnen stemmen. Ik zou daar helemaal geen moeite mee hebben. De PVV heeft sowieso problemen met het stemrecht van niet-ingezetenen voor gemeenteraden of wat dan ook. Ik zal vertellen waarom ik ook daarmee problemen heb. U bent er totaal niet op ingegaan dat ik in eerste termijn gezegd heb dat er op de eilanden een aantal gevallen van generaal pardon aan de gang zijn. Die ervoor zorgen dat er duizenden niet-ingezetenen "gewit" gaan worden, om het maar zo te zeggen. Deze niet-ingezetenen worden geadministreerd. Zij zijn gelegaliseerd en kunnen over vijf jaar meestemmen. Nu praat u misschien over een kleine invloed. Als dit op Bonaire echter ook gaat gebeuren, praat u over een paar jaar over heel veel invloed.
De heer Van Bochove (CDA): Ik wil ook ingaan op dit punt. De heer Van Raak had het over de Kiesraad. Het lijkt mij echter veel essentiëler dat je een aantal wijzigingen in wet- en regelgeving die de staatssecretaris nu voorstelt, koppelt aan de voorliggende vraag en die bij de Raad van State neerlegt voor een inhoudelijk advies. Dan krijg je het hele staatkundige en juridische kader helder. Ik kan natuurlijk op eigen kracht ook naar een aantal van die mensen stappen. Het is echter misschien verstandig, de Raad van State om advies te vragen over wat wijsheid is in dit dilemma.
Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Als je de grondwet wijzigt, moet dat sowieso. Dat is natuurlijk een lange procedure. Mijn vraag was, wat er ondertussen gebeurt. Het is een getrapt systeem. Dat zou ik geen achterdeur willen noemen, want het gaat in alle openheid. Wat gebeurt er tot die tijd? Ik wil de mensen op de BES-eilanden, nu zij openbaar lichaam van Nederland worden, niet het recht ontnemen om hun minimale invloed uit te oefenen op de samenstelling van de Eerste Kamer. Dat vind ik een principiële kwestie.
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Ik antwoord meteen op die laatste vraag. Ik breng de grondwetswijziging in procedure. Die moet het mogelijk maken om de eilandsraden te laten stemmen voor de Eerste Kamer. Dat kan nu immers niet. Dat is de eerste stap. Tot die tijd treedt artikel Ya 22 niet in werking. Totdat die grondwetsherziening geregeld is, kunnen de eilandsraden niet stemmen voor de Eerste Kamer. Dit sluit aan bij de principiële discussie van de Kamer. Men vond dat er in de Grondwet een deugdelijke basis moest zijn en dat artikel 55 in brede zin gewijzigd moest worden. Ik leg dit even uit, hoewel dit niet het punt was. Afhankelijk van de snelheid van de grondwetwijziging betekent dit dat de eilandsraden in ieder geval één keer niet voor de Eerste Kamer kunnen stemmen. Dat is reëel.

Tegen de heer Van Raak en de heer Brinkman kan ik zeggen dat het precies is zoals de heer Van Bochove zei: het blijft een weging, niet op het eerste deel, maar op het tweede deel, namelijk of je niet-Nederlanders wilt laten stemmen voor de eilandsraad. Ik heb aangegeven dat ik daaraan erg hecht. De argumenten hiervoor heb ik ook gegeven: betrokkenheid en het feit dat de besturen gaan over die mensen die er soms al lang wonen. Ik hecht ook eraan om de opkomst zo groot mogelijk te maken. Dat zijn mijn argumenten. Nederlanders en niet-Nederlanders kiezen Nederlanders in de eilandsraad. Dat is het getrapte systeem. Als de grondwetswijziging heeft plaatsgevonden, kiezen zij dus voor de Eerste Kamer. Ik stap daaroverheen.



Ik hecht meer aan het stemrecht voor de niet-Nederlanders. De heer Van Bochove gaat daarover nadenken en dat geldt ook voor mevrouw Van Gent. Ik wil de heer Remkes tegemoetkomen door over de weging na te denken. De Kiesraad heeft overigens over dit wetsvoorstel wel geadviseerd, volgens de normale procedure, maar geen enkele opmerking over dit punt gemaakt. Dit geeft aan dat men hiermee goed kan leven. Waarom zouden wij het nog eens aan de Kiesraad vragen? Als ik de Grondwetswijziging in procedure breng, zal de Raad van State daarover uitgebreid adviseren. Het gaat dan ook over dit punt. Ik denk dus dat daarover wel een goed advies komt. De Kamer moet dan verder haar eigen afweging maken.
De heer Van Bochove (CDA): Daar zit ik dan, met respect, een slagje eerder in dan de staatssecretaris. Wij moeten immers hier wel met elkaar vaststellen of wij het kiesrecht aan de niet-Nederlanders op de eilanden feitelijk ook willen geven. Daarmee kunnen wij niet wachten tot de staatssecretaris met het advies op de Grondwetswijziging komt. Gelet op de discussie die wij hier hebben gevoerd in het licht van de vraag hoe wij met het amendement omgaan, is een adviesaanvraag door de staatssecretaris aan de Raad van State op dat punt misschien het meest passend. Dat moet op korte termijn gebeuren.
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Ik weet het niet. Wij zijn er ook voor om eigen afwegingen te maken, denk ik dan maar. Ik zie het, misschien een beetje meer met de voeten op de grond, gewoon zo dat het beter is om zelf een afweging te maken. Ik weeg het zo dat ik het belangrijk vind dat de niet-Nederlanders stemmen. Ik hecht daar zelf erg aan. Er ligt een amendement, maar ik vind dat de niet-Nederlanders moeten kunnen stemmen. Je kunt dat altijd weer wijzigen. Ik vind het van groot belang dat de niet-Nederlanders stemmen en ik vind het indirecte niet zo'n groot probleem.
De heer Van Raak (SP): Ik neem aan dat er een nota van wijziging moet komen, nu de staatssecretaris het zo stelt. Die nota van wijziging zouden wij kunnen voorleggen aan de Raad van State.
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Er hoeft helemaal geen nota van wijziging te komen, behalve over de opschorting ingevolge artikel Ya 22 van de Kieswet. Dit wetsvoorstel is ook voorgelegd aan de Raad van State.
De heer Van Raak (SP): In het kader van de opschorting moet er iets op papier komen, met een nummer erop. Zou dat papier met dat nummer niet kunnen worden voorgelegd aan de Raad van State? Die kan dit dan op de implicaties beoordelen. Dan hebben wij volgens mij een advies en kunnen wij verder.
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Het kan, maar het kost zeker zes weken. De heer Brinkman vindt dat wel goed, want hij wil alles zo lang mogelijk laten duren. Ik moet dit even wegen.
De heer Van Raak (SP): Ik wil graag de staatsrechtelijke implicaties zien. Met het gevoel snap ik heel goed de afweging om ervoor te kiezen de niet-Nederlanders stemrecht te geven voor de eilandraden. Daar gaat mijn voorkeur ook naar uit, maar ik moet weten wat de staatsrechtelijke consequenties zijn. Ik ben het er erg mee eens dat de Raad van State ons op dat punt wellicht zou kunnen bijpraten.
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: De Raad van State heeft ingestemd met dit wetsvoorstel. Ik weet dat ook u vindt dat een aantal dingen best langer mag duren. U hebt daarvan geen geheim gemaakt in het algemene deel van uw bijdrage. Tegen de Kamer zeg ik dat ik denk dat het beter is dat de Kamer haar eigen afweging maakt op dit punt. De Kiesraad heeft naar dit wetsvoorstel gekeken. De Raad van State heeft er ook naar gekeken en er geen commentaar op gegeven. Ik kom u tegemoet op het punt van artikel 55. Op alles waarin ik u ten opzichte van de Grondwet tegemoetkom, zal de Raad van State positief adviseren. Ik zou daarom zeggen: laat de Kamer haar beoordeling op dit punt maken, dat lijkt mij beter. Het punt van de weging, dat de heer Remkes naar voren heeft gebracht, zal ik serieus meenemen.

Op het punt van het generaal pardon ben ik niet ingegaan, zeg ik tegen de heer Brinkman. Ook die mensen moeten aan de eisen voldoen, dat wil zeggen dat zij er een bepaalde tijd moeten wonen.



Ik moet eerlijk zeggen dat ik het -- hoe zeg ik het netjes? -- zo beneden alle peil vond dat u gisteren in uw bijdrage op het punt van de toestroom naar de eilanden aan Haïti refereerde, waar vreselijke zaken aan de orde zijn, dat ik na enig wikken en wegen heb besloten om daar niet op in te gaan. Ik zeg maar waarom ik het doe en waarom u op dat punt geen reactie van mij krijgt.
De heer Brinkman (PVV): Voorzitter. Dat is dan heel erg jammer. Noem het maar gewoon puur realisme. Het is inderdaad absoluut verschrikkelijk wat er op Haïti gebeurt. Daarover ben ik het helemaal met u eens. En wat ik nu ga zeggen klinkt misschien raar uit de mond van een PVV'er, maar ik vind het schandalig dat Nederland daar maar twee miljoen heen stuurt. Dit zeg ik maar even voor de duidelijkheid, want dit is ook wel weer een punt van de PVV: zij is tegen ontwikkelingssamenwerking, maar voor heel goede noodhulp. Dit moet ik even zeggen. Verder ben ik een realist, dus ik zie dat door deze ongelooflijke ramp of rampen, want op Haïti is sprake van de ene na de andere ramp, er een grote vluchtelingenstroom kan komen. Daar mag deze staatssecretaris wel de ogen voor sluiten, maar ik zeg dat hier gewoon. Dat zij dan gelijk in de stress schiet en denkt: o jee, het woord Haïti is gevallen en ik vind het verschrikkelijk dat de heer Brinkman daarover praat, want het is natuurlijk ook verschrikkelijk wat daar gebeurt, en daarom ga ik zijn vragen niet beantwoorden, geeft maar even het niveau aan waarop wij hier met elkaar zitten te praten. Ik heb de staatssecretaris een paar heel duidelijke, heldere vragen gesteld over het feit dat er een paar generaal pardons op die eilanden zijn gekomen. Ik heb daarmee aangegeven dat er daardoor over vijf jaar een aantal op dit moment illegale, niet-ingezetenen stemrecht krijgen en de staatssecretaris beantwoordt mijn vraag niet eens! Hoe durft zij?
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: U zou zeker bij zo'n onderwerp een beetje rustig moeten blijven, want daar speelt zich een groot menselijk drama af. Ik vond de relatie die u gisteren legde tussen de toestroom naar de eilanden en Haïti beneden alle peil. Ik heb gezegd wat ik heb gezegd.
De heer Brinkman (PVV): Maar waarom? Waarom?
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Dat neemt niet weg dat ik uw vragen altijd serieus heb genomen.
De heer Brinkman (PVV): Waarom vindt u dat beneden alle peil? Het is toch de realiteit? Waarom vindt u dat beneden alle peil?
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Als er geholpen moet worden, moet er geholpen worden.
De heer Brinkman (PVV): Ik zeg net zelf dat ik me schaam voor twee miljoen!
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Ik heb geen zin in deze discussie. Ik heb mijn reactie gegeven op uw bijdrage.
De heer Brinkman (PVV): U duwt mij in een hoek om iets wat ik niet gezegd of beweerd heb. Dat vind ik schandalig.
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Ik heb alle vragen van de heer Brinkman op het terrein van het Brooks Towers Akkoord -- daar gaat het om -- in een vorig algemeen overleg uitgebreid beantwoord. Ik heb ze in oktober besproken, dus ik vind niet dat er aanvullend nog iets over hoeft te worden gezegd. Wij hebben er toen uitgebreid over gesproken. Ik heb het akkoord op verzoek van de Kamer in de politieke stuurgroep aan de orde gesteld. In de politieke stuurgroep heeft de minister van Justitie er in aanwezigheid van alle andere bestuurders op de Antillen over gesproken. Ik heb u daarover gerapporteerd, dus daar wilde het maar bij laten.

Ik wil de vraag van de heer Leerdam over de stembussen en het eerder sluiten daarvan, waar de heer Leerdam het niet mee eens was, nog beantwoorden, al heb ik dat al schriftelijk gedaan. Ik vind dat iedereen in staat moet zijn om zijn stem uit te brengen in de periode die er is, dus van 07.30 uur tot 21.00 uur. U weet ook wel dat ik in het kader van de verkiezingen met het rode potlood wel eens heb gedacht dat de stembussen in het kader van de uitvoering ook hier eerder dicht konden. Dat hebben we eerder met elkaar besproken. In de afweging vond ik openingstijden waardoor men maximaal van zijn stemrecht gebruik kan maken, zwaarder wegen dan het geringe risico van beïnvloeding. Daarom heb ik het antwoord gegeven dat ik heb gegeven. Ik wijs u er ook op dat de openingstijden van de stemlokalen in de Kieswet zijn vastgelegd. Dat is op dit moment zo. Als u vindt dat de stemlokalen op de Antillen eerder moeten sluiten, dan moet dat in de wet worden vastgelegd en daartoe dient er een amendement over te worden ingediend. Ik vind de openingstijden goed zoals ze zijn. Ik wijs dus even op de procedure en waarom ik dat vind: omdat mensen zo maximaal mogelijk van hun stemrecht gebruik moeten kunnen maken.

Ik ben blij dat de heer Leerdam het eens is met wat er over de ID-plicht is geschreven. Gisteren had hij daar mede met het oog op de Europese verkiezingen enkele vragen over. Ik ben daar schriftelijk uitgebreid op in gegaan.

De heren Van Raak en Remkes hebben vragen gesteld over artikel 55.


Ik ben bereid om over deze weging na te denken. Volgens mij heb ik dan ook de punten van mevrouw Ortega in de algemene discussie meegenomen, want ik heb niet gehoord dat zij nog een ander punt heeft genoemd.
Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie): Het klopt dat de staatssecretaris een en ander heeft meegenomen, maar ik doelde erop dat er één keer niet kan worden gestemd. Omdat de staatssecretaris dat heel mooi had neergezet, had ik gezegd dat dat stuk dan misschien kan worden gebruikt als overgangsregeling totdat een en ander inderdaad is verankerd in de wet. Als ik het goed heb begrepen, gaat men toch één keer niet stemmen.
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Gehoord de Kamer leek het mij het beste om het helemaal in overeenstemming met de Grondwet te doen. Dan moeten de leden van de Eilandsraad ook in de Grondwet de mogelijkheid krijgen om te stemmen voor de Eerste Kamer. Dat gaan wij eerst regelen en daarna treedt artikel Ya 22 in werking.
De voorzitter: Hiermee sluit ik de discussie over de Kieswet. Wij gaan over naar de Invoeringswet.

**

1   2   3   4   5   6   7

  • Bijleveld-Schouten
  • Brinkman
  • Remkes
  • Van Gent
  • Van Raak
  • Leerdam

  • Dovnload 439.29 Kb.