Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van een wetgevingsoverleg vastgesteld 17 januari 2013

Dovnload 433.96 Kb.

Verslag van een wetgevingsoverleg vastgesteld 17 januari 2013



Pagina1/11
Datum05.12.2018
Grootte433.96 Kb.

Dovnload 433.96 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG

Vastgesteld 17 januari 2013


De algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben op 17 december 2012 overleg gevoerd met minister Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over het deel Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van de begroting 2013.
(De volledige agenda is opgenomen aan het einde van het verslag.)
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

De Roon
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,

Eijsink
De griffier van de algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

Van Toor


Voorzitter: Eijsink

Griffier: Wiskerke
Aanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Jasper van Dijk, De Caluwé, Eijsink, Van Klaveren, Leegte, Maij, Agnes Mulder, Van Ojik, Sjoerdsma, Van der Staaij, Thieme en Voordewind,
en minister Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die vergezeld is van enkele ambtenaren van haar ministerie.
Aanvang 16.00 uur.
De voorzitter: Ik open de vergadering en heet u van harte welkom bij het wetgevingsoverleg Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Ik heet de minister en haar medewerkers van harte welkom, net als de belangstellenden op de publieke tribune en uiteraard de collega-Kamerleden.

Wij bespreken vandaag volgens de agenda 21 stukken, die ik niet allemaal zal voorlezen. Ik merk wel op dat nr. 21 nog niet binnen is, namelijk een kabinetsreactie op het position paper Netherlands-African Business Council. Daarbij is genoteerd dat er nog een reactie te verwachten is. Ik wil toch even hebben opgemerkt tegenover de commissie en de minister dat die reactie mogelijk nog komt. Dan zullen wij zien hoe wij daarmee omgaan.

Collega's, u bent op de hoogte van het feit dat u tien minuten spreektijd hebt. De publieke tribune wijs ik erop dat de geachte afgevaardigden allemaal een aantal minuten spreektijd hebben en die worden verdeeld over de eerste en de tweede termijn. Wij beginnen in eerste termijn bij de heer Van Klaveren van de PVV. Ik sta de leden ruimhartig in eerste termijn drie onderlinge interrupties toe. Wij beginnen nu, om 16.00 uur. Het is de bedoeling dat wij om 18.00 uur schorsen voor de dinerpauze en daarna om 19.00 vervolgen met de eerste termijn van de minister.
De heer Van Klaveren (PVV): Voorzitter. Subsidiesponzen, linkse christenen en schuldgevoeligen schijnen de barricaden op te gaan. De subsidie richting de bodemloze put die ontwikkelingshulp heet, zal namelijk wat minder rijkelijk vloeien dan voorheen. Wat de PVV betreft, is iedere cent minder naar corrupte regimes, sharialanden en hulpclubjes in miljoenen kostende gebouwen, met directies die voor tonnen op de loonlijst staan, absolute winst. Echter, bezuinigen is een relatief begrip. In 2013 wordt er namelijk helemaal niets bezuinigd. Dat is dan nul komma nul, niets, nada. Niet echt een stevig begin dus. In de periode van 2014 tot 2017 wordt er slechts 500 miljoen per jaar bezuinigd. Er staat heel stoer "750 miljoen ingeboekt", maar daar gaat nog 250 miljoen af voor een zogenaamd revolverend fonds, dat wordt gebruikt om te investeren in -- inderdaad -- ontwikkelingslanden.

Verder is het miljard dat men vanaf 2017 gaat bezuinigen slechts 200 miljoen ten opzichte van 2013. Wij geven volgend jaar immers nog 4,3 miljard weg, terwijl in 1017 de teller op 4,1 miljard staat. Dit maakt de linkse ophef over de bezuinigingen en de geplande acties van onder andere de ChristenUnie in samenwerking met subsidieverslindende hulpclubs extra overbodig. Niet de hoogte van de bezuinigingen zou iets zijn om tegen te protesteren maar het enorme bedrag dat nog steeds wordt weggegooid; volgend jaar zelfs 1,5 miljard meer dan socialist Jan Pronk in zijn laatste termijn weggaf.

En dat in een tijd dat de burgers in ons eigen land worden opgezadeld met enorme lastenverhogingen. Daar waar de VVD voorheen nog eens sprak en het opnam voor de werkende groep mensen in Nederland spreekt zij tegenwoordig teksten als "wij moeten subsidie geven aan goede doelen en hun kernactiviteiten" en "ontwikkelingsorganisaties moeten de helft van hun inkomsten zelf genereren", waarmee de VVD dus eigenlijk zegt dat zij het prima vindt om een half miljard in dit soort clubjes te steken, een onbegrijpelijke draai van 180 graden. Dat staatsontwikkelingshulp onzinnig is, werd al op heldere wijze uiteengezet in verschillende studies van onder andere Dambisa Moyo, William Easterly en Simeon Djankov. Het verstrekte geld wordt door landen weggegooid en in de landen die ontvangen, zien wij corrupte regimes en dictators in het zadel blijven zitten. Bij elke donatie groeit de afhankelijkheid.

De befaamde ontwikkelingseconoom Peter Bower gaf in de jaren zestig al een heldere definitie van ontwikkelingshulp: "belasting voor arme mensen in rijke landen geven aan rijke mensen in arme landen". Nederland geeft helaas nog steeds vijftien landen bilaterale ontwikkelingshulp. Als het aan de PVV zou liggen, zou dit aantal heel snel op nul staan. Wij hebben al meerdere keren gewezen op het feit dat het volstrekt belachelijk is dat Nederland geld geeft aan Indonesië, de zestiende economie van de wereld, maar wij kregen van geen enkele fractie steun voor het idee om de subsidiestroom stop te zetten. Maar ook achterlijke sharialanden als Afghanistan en Jemen en de Palestijnse boevenautoriteit krijgen nog steeds Nederlands ontwikkelingsgeld.

Hierover gaat ook mijn eerste vraag. Onlangs is 3 miljoen euro noodhulp gegeven aan de Palestijnse Autoriteit in verband met slachtoffers die gevallen zijn nadat Hamas raketten afvuurde op Israël, dat zich uiteraard verdedigde. Was dit geld geoormerkt en, zo ja, welk label hing daar dan aan? Hoeveel is er beschikbaar gesteld voor de slachtoffers van Israëlische zijde? Vorig jaar, op 17 maart 2011, is de motie-Van der Staaij/Voordewind aangenomen waarin gesteld wordt dat de Palestijnen geen geld meer krijgen als ze terrorisme verheerlijken. Palestinian Media Watch heeft het rapport "Palestinian Authorithy glorification of terrorists and payment of salaries to terrorists and Dutch funding" uitgebracht met daarin honderden terroristische voorbeelden. Er wordt onder meer gesteld dat de Palestijnse Autoriteit maandelijks meer dan 3,6 miljoen aan salarissen verstrekt aan terroristen. Wij gaan er dan ook van uit dat per direct de subsidie aan deze boevenbende gestopt wordt. Ik verneem graag een reactie.

Behalve met bilaterale hulp aan de vijftien partnerlanden strooit Nederland nog altijd met geld over de hele wereld. Er gaan nog steeds sloten met ontwikkelingsgeld naar organisaties als de EU, de VN, de Wereldbank en clubjes als Oxfam Novib, ICCO en Cordaid. Vijftien landen klinkt beperkt, maar ook hier wordt de burger een rad voor ogen gedraaid. Vele tientallen landen ontvangen nog steeds Nederlands hulpgeld. Zo gaat er via Oxfam Novib nog altijd geld naar landen als Libië, Somalië, Pakistan, Mali en zelfs Marokko. Over Oxfam Novib gesproken, deze arme organisatie huist in een pand ter waarde van 7 miljoen. GroenLinks-directrice Farah Karimi verdient meer dan een ton per jaar. En men steunt anti-Israëlpropaganda. Ook andere hulpclubs houden zich bezig met zaken waar veel belastingbetalers geen flauw idee van hebben. Zo gaf ICCO geld aan de anti-Israëlclub Electronic Intifada en verdient men in de directie van deze liefdadigheidsclub, net als bij Oxfam Novib, meer dan €100.000 per jaar. Dat zijn vrij aparte uitgaven voor clubjes die zeggen in de kern te bestaan om armoede in de derde wereld te bestrijden.


De voorzitter: De heer Leegte heeft een vraag.
De heer Leegte (VVD): Nee, ik heb meer een punt van orde. Ik zie dat net de position paper is binnengekomen. Mijn voorstel is om deze paper niet te behandelen in dit WGO maar te agenderen voor een algemeen overleg zo snel mogelijk na het kerstreces. De voorbereidingstijd is immers te krap om deze paper nog mee te nemen in mijn termijn.
De voorzitter: De paper die u noemde, is blijkbaar nu binnengekomen. Dit is een volledig ander punt. Ik stel dan ook voor dat wij eerst de heer Van Klaveren laten uitspreken. Straks zal ik dit punt in discussie brengen. De heer Van Ojik heeft wel een vraag aan de heer Van Klaveren.
De heer Van Ojik (GroenLinks): Ik vind het prima dat de heer Van Klaveren kritiek heeft op organisaties op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Hij zegt dat de directeuren van die organisaties meer dan een ton verdienen. In hun jaarverslagen geven de organisaties echter vrij precies aan hoe het feitelijk zit. Ik moet dan ook zeggen dat de bewering van de heer Van Klaveren onjuist is. De directeur van Oxfam Novib bijvoorbeeld verdient niet meer dan een ton.
De voorzitter: Wat is uw vraag?
De heer Van Ojik (GroenLinks): Ik zou graag willen dat de heer Van Klaveren zijn bewering ofwel staaft met feiten ofwel terugneemt.
De heer Van Klaveren (PVV): Ik neem dat niet terug. Ik kom er in mijn tweede termijn nog eventjes op terug, als u dat leuk vindt.

Het is jammer dat de VVD, terwijl er miljarden over de balk gesmeten worden, hier een punt van orde wil maken. Volgens mij zou men zich moeten bezighouden met andere zaken. Samen ontvangen deze hulpclubs meer dan 200 miljoen euro subsidie. De afgelopen twintig jaar gooiden ze maar liefst 4,5 miljard in de bodemloze putten van ontwikkelingshulp. Het is bekend dat er wat de PVV betreft, geen cent meer heen gaat.

Ik zal meteen ingaan op wat mijn collega van GroenLinks net zei. Wellicht minder bekend is het gegeven dat een van de grootste ontvangers van hulpsubsidie van de Nederlandse overheid, de Stichting Nederlandse Vrijwilligers (SNV), een stichting die vooral fors betaalde beroepskrachten in dienst heeft en geen vrijwilligers, structureel weigert om verantwoording af te leggen bij de onafhankelijke toezichthouder op goede doelen. SNV krijgt jaarlijks gemiddeld 120 miljoen euro, maar heeft geen CBF-Keur en geen CBF-Certificaat. De VVD stelde vandaag nog dat er in algemene zin goed met het geld wordt omgegaan door hulpclubs, juist omdat er verantwoording over moet worden afgelegd. Dat is dus niet waar; één van de grootste ontvangers weigert structureel verantwoording af te leggen en de VVD vindt dat prima. Wat ons betreft is dat bizar. Graag hoor ik van de minister waarom SNV door de jaren heen honderden miljoenen heeft ontvangen, maar geen onafhankelijke controle hoeft te laten uitvoeren.

Ik ga afsluiten. Behalve een linkse elite met een enorm schuldgevoel zijn er in Nederland weinig mensen te vinden die miljarden willen uitgeven aan deze kostenpost. Diederik Samsom bevestigde dit onlangs nog in de Volkskrant, waarin hij stelde: ik kreeg de eerste weken na de presentatie van het regeerakkoord massa's boze mails, maar over ontwikkelingssamenwerking nul. Nederland wordt kapot bezuinigd, maar de miljarden aan belastinggeld blijven overvloedig naar het buitenland stromen. Deze gekte dient wat ons betreft zo spoedig mogelijk te stoppen en in de tweede termijn zal ik daarom een motie indienen om dit te bewerkstelligen.


De voorzitter: Dank u wel. U hebt in de eerste termijn zeven minuten spreektijd gebruikt. Ik geef het woord aan mevrouw De Caluwé en aan de heer Leegte. Zij verdelen de 15 minuten spreektijd van hun fractie en hebben beiden om zevenhalve minuut gevraagd. Het woord is aan mevrouw De Caluwé.
Mevrouw De Caluwé (VVD): Voorzitter. Dit is het eerste gecombineerde begrotingsdebat over buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking. Dat is een goede ontwikkeling wat de VVD betreft. Uiteraard hadden wij graag een nog steviger aanpak van ontwikkelingssamenwerking willen zien, maar wij zijn in ieder geval blij met een verdere bezuiniging en met de nieuwe insteek van hulp naar handel. Hulp zal vooralsnog nodig blijven, want er zijn nog grote problemen, waarbij Nederland een verschil kan maken. De wereld is echter veranderd. Steeds meer arme landen maken een behoorlijke groeispurt door. Zij realiseren zich dat het versterken van de economie meer vruchten afwerpt dan het ontvangen van steun. Ik ben dan ook blij dat dit kabinet meer nadruk legt op het bevorderen van economische groei en handel. De minister heeft in de eerste weken van haar functioneren deze insteek uitgedragen. Dat geeft ons vertrouwen voor de toekomst.

De VVD is van mening dat de inzet van bedrijfsleven en hulporganisaties veel beter op elkaar afgestemd kan worden. Het zijn entiteiten die elkaar soms versterken, maar vaak ook tegenwerken. Ngo's begeven zich steeds meer op het commerciële pad, gaan gesubsidieerd de concurrentie aan met bedrijven of huren deze in als onderaannemer. Ik zou zeggen: schoenmaker, blijf bij je leest!


Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Zou mevrouw De Caluwé een concreet voorbeeld kunnen noemen van dit soort gedrag? Waarom vindt zij dat dit niet goed is?
Mevrouw De Caluwé (VVD): Dat kan ik zeker. Ik heb recentelijk gesproken met een organisatie die digitaal een platform biedt aan landbouwondernemingen op het platteland om aan een soort "match making facility te kunnen deelnemen". Zij kunnen hun producten aanbrengen en onderling contact houden. Ook kunnen zij zich op de markt begeven. Dit wordt aangeboden tegen een geringe vergoeding. Het hele project wordt ook uitgewerkt. Vervolgens komt dit bedrijf onderweg ngo's tegen die met subsidies hetzelfde proberen te doen. Met subsidie leer je niet ondernemen, maar met leningen leren deze boerenbedrijven om binnen twee à drie jaar hun omzet te vergroten en veel meer binnen te halen dan zij daarvoor binnenhaalden. Ook leren zijn hoe ondernemen werkt, door de leningen terug te betalen. Als je dit in de markt kunt aanbieden, kun je het geld dat je aan subsidies uitgeeft, beter aan andere dingen besteden. Dat wat in de markt wordt aangeboden, leert bedrijven om te ondernemen. Dat geld hoeft dan niet voor subsidies te worden gebruikt. Het kan veel beter aan andere dingen worden besteed. De toegevoegde waarde van ngo's ligt bij hun kernactiviteiten, maar niet bij een scala aan bijkomende producten. Bovendien zouden zij allen minstens 50% van de inkomsten zelf moeten genereren. Dat verplicht hen, te focussen en hun toegevoegde waarde scherp te krijgen. Het versterkt ook de band met hun donateurs.
De heer Van Klaveren (PVV): Kunt u aangeven wat de kernactiviteiten zijn en klopt het dus dat u bereid bent om een half miljard in dit soort clubjes te steken?

Mevrouw De Caluwé (VVD): De kernactiviteit van ngo's is het bieden van hulp. Dat gaat meer om het klassieke OS-werk en niet zozeer om het oprichten van bedrijfjes, het bedrijfsmatig te werk gaan of het ontplooien van commerciële activiteiten. De heer Van Klaveren spreekt over het subsidiëren of het financieren van deze organisaties, maar de VVD is altijd tegen het structureel financieren van ngo's geweest. Wel willen wij die financieren op projectmatige basis. Wij hebben meerjarenplannen. Daar komen projecten uit voort en daar kan financiering aan gegeven worden.


De heer Van Klaveren (PVV): Dat is helder. Het was voor mij altijd een beetje schimmig of de VVD bereid was om daar honderden miljoenen in te steken, maar dat is hierbij bevestigd.

Mevrouw De Caluwé geeft aan dat de kernactiviteiten gevormd worden door het klassieke OS-werk. Wat houdt dit volgens de VVD in? Daar krijg ik nog steeds geen antwoord op.


Mevrouw De Caluwé (VVD): Wij hebben een aantal speerpunten, te weten voedsel, zekerheid, watermanagement en veiligheid. Op die terreinen kunnen organisaties, waaronder ngo's, een aantal dingen doen. Dat kan zijn het ondersteunen van het maatschappelijk middenveld, het helpen bij de watervoorziening of het ondersteunen van het bedrijfsleven met advies over de cultuur in een regio. Dat kunnen ontzettend veel dingen zijn, als die maar niet bedrijfsmatig zijn. De ngo's moeten niet doen wat anderen zelf beter kunnen doen.
De heer Van der Staaij (SGP): Ik ben het met mevrouw De Caluwé eens dat wij op termijn meer eigen inkomsten van de maatschappelijke organisaties mogen verwachten. Dat mogen wij van die organisaties verlangen. Zij mogen laten zien dat zij op die manier geworteld zijn. Is mevrouw De Caluwé het met mij eens dat wij heel voorzichtig moeten zijn met lopende contracten en dat wij daarin eigenlijk niet moeten inbreken? Ik spreek nu over het langetermijnbeleid.

Als wij de vrijgevigheid van mensen meer willen stimuleren, dan moeten wij dat ook fiscaal belonen. Is mevrouw De Caluwé dat met mij eens?


Mevrouw De Caluwé (VVD): De VVD is altijd voor het fiscaal belonen van vrijgevigheid geweest. Dat heeft ook in ons verkiezingsprogramma gestaan. Dat heeft het op dit moment niet gehaald, maar wij zijn daar altijd wel voor geweest.

Wij moeten zo veel mogelijk de bestaande contracten respecteren, maar er zijn ook contracten die al heel erg lang lopen. Wij kunnen best bezien wat wij daar in de tussentijd aan kunnen veranderen. Wij hebben nu eenmaal de taak om te bezuinigen in de komende paar jaar. Dat zal in 2014 verder gestalte krijgen. Wij kunnen nu al bekijken wat wij in 2014 zouden kunnen veranderen.


De heer Van der Staaij (SGP): Wij spreken over een nieuw kader na 2015. Dat is nog iets anders dan het inbreken in lopende contracten met allerlei maatschappelijke organisaties.

Mevrouw De Caluwé merkt op dat de VVD het fiscaal belonen van vrijgevigheid een interessante gedachte vindt. Wij zouden de Geefwet daarvoor kunnen uitbreiden. Zij zegt dat dit op dit moment nog niet is gelukt. Heeft de VVD wel de handen vrij om die weg op te gaan als een Kamermeerderheid zou vinden dat vrijgevigheid fiscaal beloond zou moeten worden?


Mevrouw De Caluwé (VVD): Dat zie ik op dit moment niet gebeuren, want dat kost geld. Wij moeten naar het budget blijven kijken. Ik ben niet voor maatregelen die het budget weer vergroten.
De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik was een beetje verrast door de scherpe toon van de VVD op dit gebied, omdat juist de VVD altijd naar voren heeft gebracht dat hulp en handel heel goed zouden moeten kunnen samengaan. Er zit nu een minister die de opdracht heeft om beide zaken goed te combineren. Waar ligt de grens? Wat zou de VVD precies willen afschaffen? Er zijn veel projecten, bijvoorbeeld de microprojecten, die heel goed en succesvol verlopen, vooral voor de allerarmste groepen. Ik denk in dit verband aan vrouwen die weduwe zijn geworden. Er worden door ngo's ook trainingen gegeven op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen, zodat bedrijven wellicht geholpen kunnen worden om de OESO-normen te hanteren. Ik neem aan dat de VVD juist dit soort projecten nog wel wil ondersteunen.
Mevrouw De Caluwé (VVD): Ik ben het met de heer Voordewind eens dat juist die ondersteuning en de wederzijdse kruisbestuiving heel belangrijk zijn. Daar ben ik ook absoluut voor. Wij zullen echter heel goed moeten kijken naar onder meer de microfinanciering. Leningen kunnen gegeven worden uit subsidies die aan ngo's verstrekt zijn, maar bijvoorbeeld ook door banken. Over het algemeen zit er een ontzettend hoge rente op microfinanciering. Je moet je afvragen wat het meest handige is. Het is beter om het bij commerciële partijen te doen als zij de leningen tegen een laag tarief kunnen aanbieden en de ngo's complementair te laten zijn aan de bedrijven. Op die manier kun je met hetzelfde geld méér bereiken. Dat is waar ik op uit ben.
De heer Voordewind (ChristenUnie): Het mooie van de microkredieten was altijd dat in sommige gevallen zelfs een lening werd gegeven tegen 0% rente, juist omdat die vrouwen in een zodanige kwetsbare positie zitten, terwijl commerciële banken deze leningen wel tegen rente verstrekken. Waarom worden hier de microkredieten weggesneden, terwijl die juist de allerarmsten helpen?
Mevrouw De Caluwé (VVD): Ik ben niet voor het rigoureus wegsnijden van microkredieten. Als kredieten tegen 0% rente worden aangeboden, is dat een ander verhaal dan wanneer zij commercieel worden aangeboden. Door ngo's zijn ook microkredieten aangeboden tegen een vrij hoge rente. Dan moet je het anders ingeven. Bij microkredieten of leningen tegen 0% rente die niet op een commerciële manier kunnen worden aangeboden, wil ik absoluut kijken of het op een andere manier kan.

Bedrijven zijn geen hulporganisaties. Het runnen van schooltjes en weeshuizen kunnen zij beter overlaten aan de professionals. Het is aan de minister om een optimale mix te vinden tussen enerzijds meer ruimte laten aan bedrijvigheid en anderzijds de verschillende vormen van hulp zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Daarbij dienen de grote aantallen onderaannemingen te worden tegengegaan. Dat kost namelijk extra geld, geeft minder inzicht in de activiteiten en leidt tot onnodige extra lagen. De minister geeft aan dat zij de instrumenten nog eens goed tegen het licht wil houden. Wij zijn het daarmee eens. Ik vraag de minister ook om het aantal bedrijfsleveninstrumenten fors omlaag te brengen. Bij Buitenlandse Zaken zijn dat er 29. Met die van EZ erbij komen wij op 52.

Ik vraag de minister om te overwegen bedrijfsadviseurs te stationeren op het ministerie en op de ambassades. Grote bedrijven zijn bereid mensen voor enige tijd uit te lenen. Een dergelijke kruisbestuiving levert veel commerciële ondersteuning en inzicht op en bovendien kan dat met gesloten beurzen. Ook bij de aansturing van het beleid in de diverse partnerlanden is vooruitgang te boeken. De ambassades maken allemaal hun eigen meerjarenplannen, de doelen blijven weinig concreet en meetbaar en de controle op de plannen ligt vaak bij een kleine groep ambassademedewerkers. De oplossing ligt in het opzetten of verstevigen van expertisegroepen op het ministerie, bijvoorbeeld voor water en voedsel. Deze expertisegroepen kunnen als een vliegende kiep de ambassades in partnerlanden ondersteunen en bovendien voor een meer samenhangende uitrol in de verschillende landen zorgen.

Verdere bezuinigingen kunnen wat ons betreft ook gevonden worden in het stoppen van bijdragen aan slecht functionerende multilaterale organisaties. De laatste evaluatie van Buitenlandse Zaken leverde maar liefst 25% matig tot onvoldoende presterende multilaterale organisaties op. Deze evaluatie dateert echter van 2009. Kan de minister op korte termijn een actuele evaluatie presenteren?

De groep partnerlanden is heel divers: van zeer arme landen tot middeninkomenslanden met een enorm groeipotentieel. Nederland moet hier een verder gediversifieerd beleid voeren. Landen waarmee wij een brede relatie hebben, bijvoorbeeld Indonesië, kunnen migreren van hulp naar handel. Bovendien kunnen wij met Indonesië een vorm van tripartiete samenwerking opbouwen. Indonesië is naast ontvanger namelijk ook donor geworden. Landen als Kenia en Ghana zijn meer gebaat bij een grotere focus op bedrijvigheid dan arme landen als Mali en Sudan. Hier kan het revolverend fonds als een van de instrumenten worden gehanteerd. Met dit fonds kunnen bedrijven híér samen met bedrijven dáár investeren in het versterken van bedrijvigheid en ontwikkeling in ontwikkelingslanden. De minister werkt het fonds uit in samenwerking met o.a. MKB-Nederland. Ik verzoek de minister hierbij ook partijen te betrekken die al ruime ervaring hebben met dit soort fondsen, zoals de Rabobank met het Rabo Rural Fund. En wanneer kunnen wij het plan voor het fonds voor vredesmissies tegemoet zien?

Ik heb nog een drietal specifieke punten. Heb ik daarvoor nog tweeënhalve minuut?

Volgens de Algemene Rekenkamer ontbreekt het aan voldoende inzicht in doel en resultaat van de begrotingsstukken, terwijl dit door voormalig minister Rosenthal wel was toegezegd. Graag ontvang ik een aanvullende brief van de minister, waarin de budgetten conform de brief van 1 juni 2012 zijn ingevuld.

Eerder heb ik al betoogd dat er voor het Grote Merengebied uitsluitend nog gewerkt zou moeten worden met een regionale aanpak. Hiervoor is vooralsnog onvoldoende steun gebleken. De activiteiten van met name Rwanda en Oost-Congo kunnen echter niet ongestraft blijven. Ik zal dan ook steun geven aan een amendement om de begrotingssteun aan Rwanda stop te zetten. Verder wacht ik de reactie van de secretaris-generaal van de VN op het rapport van de expert Group af. Mogelijk zal ik alsnog met een voorstel komen voor de beëindiging van alle directe hulp aan Rwanda. In plaats van regionale plus bilaterale hulp in het Grote Merengebied kan Nederland zich beter concentreren op Noord-Afrika. Deze regio is zeer van belang voor Nederland vanwege de veiligheid, immigratie en economische ontwikkeling.



Ik rond af. De VVD-fractie is zeer positief over de aangekondigde inzet van de minister op het gebied van vrouwenrechten. Ik verzoek de minister bij alle speerpunten hiermee actief rekening te houden en de inzet waar mogelijk te versterken. De Kamer heeft hiervoor kortgeleden een meerpartijeninitiatief opgericht. Negen partijen zetten zich daarbij in voor de positie van de vrouw in ontwikkelingslanden. Vrouwen zijn essentieel gebleken voor de opbouw en ontwikkeling van hun land; zij verdienen daarbij alle steun. Mijn collega van de PvdA-fractie zal hierop in concrete amendementen nog terugkomen.
De heer
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

  • Voorzitter: Eijsink Griffier: Wiskerke
  • Agnes Mulder
  • Van Klaveren

  • Dovnload 433.96 Kb.