Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van een wetgevingsoverleg vastgesteld 17 januari 2013

Dovnload 433.96 Kb.

Verslag van een wetgevingsoverleg vastgesteld 17 januari 2013



Pagina11/11
Datum05.12.2018
Grootte433.96 Kb.

Dovnload 433.96 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11
voorzitter: Ik geef mevrouw Maij even de kans om te reageren, anders wordt het verwarrend.
Mevrouw Maij (PvdA): Ik begrijp het niet helemaal. Betekent dit dat de minister er dit jaar middelen voor beschikbaar heeft en het dus dit jaar nog zou willen doen?
De voorzitter: Ik geloof dat de minister dat wilde horen.
Minister Ploumen: Dan ga ik verder met het amendement op stuk nr. 25 van de heer Van Dijk en mevrouw De Caluwé over het Global Fund. Ik ontraad de aanneming van dit amendement. Het betreft een extra bijdrage aan het Global Fund van ruim 9 miljoen. De dekking wordt gezocht in het niet verstrekken van een bijdrage aan goed bestuur voor Rwanda. Nogmaals, ik deel de zorgen over de verminderde betrokkenheid van Rwanda. Daarom hebben wij de begrotingssteun ook opgeschort. Ik wil graag de consensus met de like minded donoren Duitsland, Verenigd Koninkrijk en België niet doorbreken, want een alleingang is minder effectief. Na het VN-rapport in januari en na mijn bezoek kom ik met een nadere appreciatie. Voor nu ontraad ik de aanneming van dit amendement.
De heer Jasper van Dijk (SP): Ik heb nog een feitelijke mededeling. Dit amendement wordt gewijzigd. Het bedrag wordt verlaagd van 9,5 miljoen naar 8 miljoen. De ondertekening wordt ook verbreed. Dat zal de minister nog zien.
De voorzitter: Daar kan de minister nu uiteraard niet op reageren.
Minister Ploumen: Het amendement-Mulder c.s. op stuk nr. 27 gaat ook over het verhogen van verplichtingen. Dit amendement beoogt 1,5 miljoen in te zetten via maatschappelijke organisaties in Rwanda. Dit zou een verschuiving moeten zijn van de opgeschorte begrotingssteun. Kan dit amendement worden aangehouden? Ik zal hierop terugkomen als ik de Kamer informeer over mijn reis daar naartoe. Dan zal ik mijn oordeel daarover geven.

Dan kom ik bij de moties. Ik ontraad de motie-Van Klaveren op stuk nr. 28. Ik ontraad eveneens de motie-Leegte op stuk nr. 29 over het revolverende fonds. Dit geldt voor alle andere moties die over het revolverende fonds gaan. Ik zeg dit er maar vast bij. Ik verwijs hiervoor naar de Kamerbrief. Ik houd in dit verband graag nog even de ruimte. Vanzelfsprekend zeg ik graag toe dat ik in april in dit verband met een brief kom en waar mogelijk eerder.


De heer Leegte (VVD): Ik begrijp niet helemaal waarom de minister mijn motie ontraad. Ik zou zeggen dat die eigenlijk ondersteuning van het beleid is. Deze onderdelen heeft de minister zelf ook genoemd. In de brief van de minister staat ook dat het fonds gaat over exportbevordering. De minister ontraad nu deze motie, maar zegt zelf in het debat dat wij het kadaster gaan stimuleren. Dat moet mijns inziens worden ontraden. Wij gaan geen kadaster stimuleren, maar de helft van het fonds gebruiken voor exportbevordering. In deze motie verzoek ik de minister om deze elementen mee te nemen. Als ik de motie zo uitleg, is die volgens mij ondersteuning van het beleid.
Minister Ploumen: Het is vervelend als hier misverstanden over bestaan. Ik meld daarom voor alle helderheid dat ik geen kadaster ga steunen uit de middelen van het revolverende fonds. Het steunen van een kadaster is nooit revolverend in mijn ervaring. Daarom noemde ik wat in de motie staat, flankerend beleid. Ik excuseer mij voor het geval dat dit niet duidelijk was. Het succes van het fonds hangt wat mij betreft ook af van het flankerend beleid. Het is mijn verantwoordelijkheid om straks met voorstellen in dezen te komen. Ik ontraad de aanneming van de motie toch, omdat ik in mijn reactie op de inbreng van de heer Leegte heb gezegd dat ik mij niet wil vastleggen op modaliteiten over hoeveel wij gaan doen en wat de aard ervan is. Nogmaals, ik houd vast aan mijn pleidooi om ruimte te houden. Ik wil nu niet zeggen dat ik deze modaliteiten niet ga inzetten, maar ik houd graag de ruimte om te bekijken op welke manier ik dat ga doen. Ik zeg echter graag toe dat de brief zo snel mogelijk komt.

In de motie-Van Dijk op stuk nr. 30 wordt de regering verzocht om af te zien van het plan om 250 miljoen van ontwikkelingssamenwerking vrij te maken voor internationale missies. Het betreft een overheveling vanuit de begroting van Defensie. Het gaat echt om 3D en dat is echt iets anders dan het combineren van humanitaire hulp met militaire inzet. Ik ontraad de aanneming van deze motie dus.

De motie-Van Dijk op stuk nr. 31 gaat over malaria. Kan deze motie worden aangehouden? Ik wil graag even met mijn collega van VWS hierover overleggen. De motie gaat namelijk over nationaal beleid en herijking. Daar heeft de minister van VWS opvattingen over die ik graag even wil horen. Ik verzoek de heer Van Dijk dus om deze motie aan te houden.

De motie-Maij c.s. op stuk nr. 32 gaat over het huisvesten van een nationaal comité van UN Women. Ik ga ervan uit dat de indieners een onderzoek beogen waarin met een neutraal perspectief wordt gekeken naar de mogelijkheden. Ik zie deze motie als ondersteuning van beleid. Het is altijd verstandig om even te bekijken welke mogelijkheden er zijn en wat de effectiviteit en de financiële consequenties daarvan zijn.

In de motie-Mulder op stuk nr. 33 wordt de regering verzocht om niet te korten op de vier speerpunten. Deze motie ontraad ik. Ik verwijs hiervoor heel graag naar mijn nota die in het voorjaar zal komen. Ik zal daarin ook hierop ingaan, maar ik wil daar nu niet op vooruitlopen.

De motie-Mulder op stuk nr. 34 gaat over de betrokkenheid van de samenleving en de mogelijkheden waarop giften aan particuliere initiatieven worden gefaciliteerd. Ik ontraad de aanneming van deze motie, want ik ben eigenlijk wel tevreden over de manier waarop wij dat nu doen.

In de motie-Mulder op stuk nr. 35 wordt de regering verzocht om geen nieuw geld uit te geven aan algemene begrotingssteun. Deze motie ontraad ik, omdat ik niet wil vooruitlopen op mijn nota in maart. Ik wil graag in samenhang met andere landen hiernaar kijken. Ik wijs in dit verband even op het onderzoek van de IOB dat vorige week maandag of de maandag daarvoor uitgekomen is. In dat onderzoek staat een aantal aanbevelingen over de effectiviteit van begrotingssteun.

Dan kom ik op de motie-Sjoerdsma op stuk nr. 36. Ik sta heel sympathiek tegenover deze motie. Ik kan de reikwijdte niet helemaal overzien, omdat onderzoek soms ook vertrouwelijk is of niet ontsloten kan worden. Kan de heer Sjoerdsma deze motie dus even aanhouden, zodat wij dit scherp kunnen krijgen?


De heer Sjoerdsma (D66): Zodra het vertrouwelijk is of niet ontsloten kan worden, heb ik daarvoor natuurlijk alle begrip.
Minister Ploumen: In dat geval zie ik de motie als ondersteuning van beleid en ook als aanmoediging.

De motie-Sjoerdsma c.s. op stuk nr. 37 gaat over transparantie, digitale publicatie en open data. Ik zie deze motie als ondersteuning van het beleid, waarvoor dank.

De motie-Sjoerdsma c.s. op stuk nr. 38 gaat over internationale klimaatgelden en mogelijke scenario's. Ik ontraad deze motie, want ik wil liever niet vooruitlopen op de internationale onderhandelingen. Ik heb al eerder gezegd dat de temporisering van bijdragen ook nog niet duidelijk is. Voordat ik besluit op welke manier ik dit allemaal ga doen, wil ik die onderhandelingen even afwachten.

De motie-Sjoerdsma op stuk nr. 39 over de nulmeting wil ik ontraden, want de NCDO doet dit onderzoek al. In het kader van de beperkte middelen stel ik voor om aan te sluiten bij wat er is. Staatsrechtelijk is dit misschien helemaal niet aan de orde, maar misschien kan daaraan nog wel een vraag van de heer Sjoerdsma toegevoegd worden, als hij dit graag ziet. Het is een omnibusachtig onderzoek. Die suggestie geef ik hem dus graag mee.

In hun motie op stuk nr. 40 verzoeken de heren Voordewind en Van Ojik om geen gebonden hulp meer te geven. Ik ontraad deze motie. In het beleid van Nederland is er zo min mogelijk gebonden hulp. Ik vind de term "gebonden hulp" ook een beetje een vorm van "oud denken", als ik het zo mag zeggen, wat ik overigens volstrekt niet gewend ben van deze indieners. Ik wil er niet badinerend over doen, maar ik wil van dit soort etiketten af. Die dwingen namelijk ofwel de ene ofwel de andere kant in een positie. Ik wil echt met een open mind en met effectiviteit voor ogen kijken naar de nieuwe architectuur. Dit komt ook in de nota van het voorjaar. Ik ga ervan uit dat wij het tegen die tijd echt nog eens daarover zullen hebben, als men daar echt behoefte aan heeft.
De voorzitter: Dit is een klein beetje uitlokking.
De heer Voordewind (ChristenUnie): De minister spreekt over "oud denken". Vindt zij ook dat 0,7 oud denken is?
Minister Ploumen: U hebt mij horen spreken over een nieuwe manier van kijken naar hulp en handel om de schotten en de emoties die er over en weer waren, te slechten. Ik wil dus nog niet aan de slag met een aantal ingediende moties. Ik vraag de leden der Kamer om mij de gelegenheid te geven om met nieuwe instrumenten te komen. Ik laat daarna graag aan het oordeel van de Kamer over of zij dit wenselijk vindt of niet.

Ik vind de motie-Voordewind op stuk nr. 41 sympathiek. Dat kan men zich voorstellen. Ik vind ze echter ook een beetje prematuur, omdat de internationale afspraken nog niet duidelijk zijn. Ik verwijs hierbij naar mijn oordeel over een eerdere motie.


De voorzitter: Minister, u zegt dat de motie op stuk nr. 41 prematuur is. Ontraadt u de motie? U hebt geen duidelijk oordeel gegeven over de motie.
Minister Ploumen: Ja, sorry, ik ontraad de motie op stuk nr. 41 dus om dezelfde reden als ik de andere motie ontraden heb.

Graag vraag ik de heren Voordewind en Van Dijk om hun motie op stuk nr. 42 aan te houden. Wat daarin staat, komt namelijk wel terug in onze debatten over mijn nota in het voorjaar. Ik kan mij voorstellen dat het verstandig is om hier en detail op in te gaan.

Graag vraag ik ook de heren Van Ojik en Van Dijk om hun motie op stuk nr. 44 aan te houden. Wij beginnen nu met het onder de loep nemen van een aantal belastingverdragen. Daarna rapporteren wij daarover. Graag zou ik naar bevind van zaken bekijken hoe wij de rest van het debat aanvliegen.

De motie-Van Ojik c.s. op stuk nr. 45 gaat over het instellen van onderzoek naar de gevolgen van de bezuinigingen van kabinet-Rutte I voor ontwikkelingslanden en programma's. Deze motie zie ik als ondersteuning van ons beleid. Wij monitoren namelijk voortdurend de resultaten, ook in het kader van de financiële middelen die wij daarvoor ter beschikking hebben gesteld. Deze motie past dus in ons monitoringskader en in de voortgangsrapportage op de speerpunten die wij dit voorjaar aan de Kamer zullen doen toekomen.

De motie-Van Ojik op stuk nr. 46 ontraad ik. In de dialoog met het bedrijfsleven komen deze onderwerpen nadrukkelijk aan de orde. Bedrijven onderschrijven de OESO-richtlijnen. Ik zou niet willen kiezen voor een inspectie of een norm op code, want dit leidt allemaal tot stapeling en administratieve lasten. Ik benadruk nogmaals dat de OESO-normen worden onderschreven. Ik zei dit reeds in mijn inbreng. Het is een nadrukkelijk onderwerp van de dialoog met de betrokken bedrijven.
De heer Van Ojik (GroenLinks): Als die richtlijnen worden onderschreven en er dus eigenlijk, zoals blijkt uit het antwoord van de minister, geen probleem is, is de motie ondersteuning van het beleid. Ik begrijp de combinatie van "ze doen het al" en "ik ontraad de motie" niet.
Minister Ploumen: Wij zijn het voor een deel eens. Ik ontraad de motie omdat de heer Van Ojik in deze motie verzoekt om toezicht te houden om te zien of de bedrijven dit doen. Als ik dit zou toezeggen, zou dit leiden tot een toezichtmechanisme. De Kamer gaat dan natuurlijk ook vragen of ik daadwerkelijk toezicht heb gehouden en wat de bevindingen daarvan zijn. Dan stapelen wij, terwijl dit in de dialoog al nadrukkelijk aan de orde komt.

Dan kom ik tot slot op de motie-Thieme c.s. op stuk nr. 43 over het revolverende fonds. In lijn met mijn eerdere inzet in dit verband, ontraad ik ook deze motie. Ik zeg ook deze indieners toe dat ik echt zo snel mogelijk met een brief kom waarin alles staat wat er rondom dat fonds te bespreken is.


Mevrouw Thieme (PvdD): Ik geef dan hier alvast aan dat ik deze motie in afwachting van die brief zal aanhouden.
De voorzitter: Op verzoek van mevrouw Thieme stel ik voor, haar motie (33400-V, nr. 43) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De heer Jasper van Dijk (SP): Ik houd mijn motie over malaria op stuk nr. 31 ook aan.
De voorzitter: Op verzoek van de heer Jasper van Dijk stel ik voor, zijn motie (33400-V, nr. 31) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter: Ik verzoek iedereen om nog even te blijven zitten, want ik wil graag overgaan op de zes toezeggingen van de minister.

1. De Kamer ontvangt in de loop van 2013 een nieuwe beleidsnotitie over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen, inclusief de uitvoering van de motie-Peters en de intensivering van de landbouw.

2. De minister stuurt in maart 2013 een integrale beleidsnota naar de Kamer waarin ook de nadere uitwerking van het revolverende fonds en het fonds vrede en veiligheid wordt meegenomen.

3. De minister zegt de Kamer toe, een schriftelijk verslag te sturen van alle handelsmissies.

4. De minister informeert de Kamer op zo kort mogelijke termijn over de inspanning met betrekking tot de capaciteitsontwikkelingen voor belastingindiening in ontwikkelingslanden.

5. De Kamer ontvangt voor het kerstreces een brief over de uitvoering van de motie-Thieme over het niet meer financieren van megastallen uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking.

6. De minister informeert de Kamer over de uitkomsten van haar gesprek met UNHCR over de noodhulp aan Syrië en de problematiek van niet-geregistreerde vluchtelingen.
De heer Sjoerdsma (D66): De minister zei dat wij haar niet moeten vastpinnen op de klimaatgelden. Zij wil daarop terugkomen. Wanneer zal die gelegenheid zich voordoen?
Minister Ploumen: Het hangt een beetje af van de internationale onderhandelingen. Ik kom daarop terug, want ik doe graag een toezegging die ik gestand kan doen.
Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Ik had een opmerking over hetzelfde punt.
De voorzitter: De minister heeft verder toegezegd, een aantal kleine vragen morgen per brief te beantwoorden. Gezien het tijdstip herhaal ik die toezeggingen nu niet.
De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik had gevraagd of de minister bereid was om de motie over de eerlijke supermarkten uit te voeren. Zij zou daar in de tweede termijn op terugkomen. Misschien kan dit ook per brief.
Minister Ploumen: Mag ik daar morgen voor 14.00 uur op terugkomen?
De heer Voordewind (ChristenUnie): Ja.
De voorzitter: De minister komt hier dus morgen voor 14.00 uur op terug. Wij hebben een zes uur durend wetgevingsoverleg gevoerd met 47 interrupties, 19 moties en 9 amendementen. As we speak wordt de prijsvraag uitgeschreven voor een nieuwe naam voor het revolverende fonds. Ik dank de ondersteuning van de Kamer hartelijk. Ik dank verder de minister, de medewerkers en het publiek op de publieke tribune voor de vasthoudendheid. Last but not least dank ik de collega's voor hun collegialiteit, zes uur lang. Heel veel dank daarvoor.
Sluiting 23.13 uur.

Agenda.
1. Nota van Wijziging begroting Buitenlandse Zaken, inclusief de vaststelling van de begrotingsstaat van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) voor het jaar 2013



33400-V-15 - Nota van wijziging d.d. 07-12-2012

minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans
2. Deel Ontwikkelingssamenwerking van de begroting Buitenlandse Zaken 2013

33400-V - Begroting d.d. 18-09-2012

minister van Buitenlandse Zaken, U. Rosenthal
3. Deel Ontwikkelingssamenwerking van de antwoorden op feitelijke vragen over de begroting Buitenlandse Zaken 2013

33400-V-11 - Brief regering d.d. 09-11-2012

minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans
4. Deel Ontwikkelingssamenwerking Homogene Groep Internationale Samenwerking 2013

33401 - Brief regering d.d. 18-09-2012

minister van Buitenlandse Zaken, U. Rosenthal
5. Deel Ontwikkelingssamenwerking van de antwoorden op de feitelijke vragen over de HGIS-nota 2013.

33401-3 - Brief regering d.d. 12-11-2012

minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans
6. Uitvoering tweede fase inzake ontsluiting OS-gegevens

33000-V-158 - Brief regering d.d. 04-07-2012

staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H.P.M. Knapen
7. Verslag van de VN Conferentie over Duurzame Ontwikkeling van 20-22 juni 2012 in Rio de Janeiro (Rio+20)

30196-182 - Brief regering d.d. 05-07-2012

staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H.P.M. Knapen
8. Modernisering van de ontwikkelingssamenwerking

32605-102 - Brief regering d.d. 04-07-2012

staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H.P.M. Knapen
9. Verslag bezoek aan Colombia: van 'Aid naar Trade' in de praktijk

32605-105 - Brief regering d.d. 05-07-2012

staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H.P.M. Knapen
10. Criteria voor subsidieverlening Fonds Duurzaam Water (FDW) en Fonds Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid (FDOV)

32605-107 - Brief regering d.d. 06-07-2012

staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H.P.M. Knapen
11. Toezegging m.b.t. de capaciteit op het gebied van gender en mensenrechten op het ministerie

32735-69 - Brief regering d.d. 03-07-2012

minister van Buitenlandse Zaken, U. Rosenthal
12. Reactie op verzoek commissie inzake het Local Government Capacity Programma van VNG International

32605-67 - Brief regering d.d. 03-02-2012

staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H.P.M. Knapen
13. Toezending landenprogramma's van het Local Government Capacity Programme 2012-2016 van VNG International.

32605-111 - Brief regering d.d. 04-10-2012

staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H.P.M. Knapen
14. Aanbieding overzicht van de voorwaarden die de EU hanteert bij het verlenen van begrotingssteun

21501-04-148 - Brief regering d.d. 24-10-2012

staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H.P.M. Knapen
15. Informatie over de verhouding in toepassing van conditionaliteit op partnerlanden Rwanda en Ghana

29237-143 - Brief regering d.d. 01-11-2012

minister van Buitenlandse Zaken, U. Rosenthal
16. Bevindingen discussie maatschappelijk middenveld in internationale samenwerking

32605-112 - Brief regering d.d. 22-10-2012

staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H.P.M. Knapen
17. Toelichting op de Disaster Risk Reduction (DRR) van de faciliteit Wereldbank en het EU SHARE initiatief

32605-113 - Brief regering d.d. 24-10-2012

staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H.P.M. Knapen
18. Afschrift van de brief aan de voorzitter van de Eerste Kamer over het voornemen tot (mede-)oprichting door de Staat van een vereniging ter ondersteuning van het internationale collectief "Initiative on the Voluntary Principles on Security and Human Rights" (VPs)

2012Z20089 - Brief regering d.d. 22-11-2012

minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen
19. Exportfinanciering en ondersteuning export

31985-16 - Brief regering d.d. 05-09-2012

staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, H. Bleker
20. Verslag van de economische missie naar Irak, 2 - 7 juni 2012

33000-XIII-193 - Brief regering d.d. 05-07-2012

staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, H. Bleker
21. Kabinetsreactie op position paper NABC Nog te ontvangen brief

1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

  • Sjoerdsma
  • Thieme
  • Agnes Mulder
  • Ploumen

  • Dovnload 433.96 Kb.