Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van een wetgevingsoverleg vastgesteld 17 januari 2013

Dovnload 433.96 Kb.

Verslag van een wetgevingsoverleg vastgesteld 17 januari 2013



Pagina4/11
Datum05.12.2018
Grootte433.96 Kb.

Dovnload 433.96 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11
voorzitter: Ik zie dat mevrouw Thieme wil interrumperen. Mevrouw Thieme, dit wordt uw derde interruptie.
Mevrouw Thieme (PvdD): Ik heb de amendementen van mevrouw Maij van harte ondersteund, met name het amendement met betrekking tot de versterking van de positie van vrouwen in ontwikkelingslanden. We weten echter allemaal dat vrouwen daar met name boerinnen zijn en dat landbouw een cruciale rol speelt bij het recht op voedsel. Mevrouw Maij vraagt enerzijds om projecten met als doel om emancipatie voor die vrouwen te bevorderen en daarin te investeren. Anderzijds zeggen die vrouwen dat zij met hun agrarisch bedrijfje bestaansrecht hebben. Ze willen alle ruimte krijgen om met ecologische bedrijven op een goede manier landbouw te bedrijven. Die ontwikkelingsgelden gaan echter naar die grote landbouwbedrijven die inzetten op intensivering en die deze vrouwen dus van het land verdrijven. Het is dan misschien wel mooi om te zeggen dat we gaan investeren in een emancipatiebeweging voor de vrouwen aldaar, maar zij willen meer bestaansrecht. Zij willen dat zij niet van het land worden verdreven en dat ze hun eigen voedsel kunnen verbouwen. Wat gaan wij daaraan doen?
Mevrouw Maij (PvdA): Ik ben het helemaal met mevrouw Thieme eens. Dat punt wilde ik ook maken op het moment dat ik sprak over mainstreaming. De thema's voedselzekerheid, water en gender zijn "mainstreamonderwerpen" geworden. Die zijn een beetje weggestroomd. Ik zou heel graag willen dat boerinnen met een klein akkertje en vrouwen die water dragen, die het grootste belang hebben bij gezond drinkwater, daarin ook goed worden opgenomen.
Mevrouw Thieme (PvdD): Ik ben ook blij dat er een Kamermeerderheid is die een motie van ons heeft aangenomen waarin staat dat ontwikkelingsgeld niet mag worden gebruikt voor investeringen in megastallen in ontwikkelingslanden. Daarin staat dat dit geld ten goede moet komen aan die "kleine" boerinnen. Het afgelopen jaar zijn er al projecten geweest waarbij geld aan megastallen in ontwikkelingslanden werd gegeven. Is mevrouw Maij met mij bereid om te strijden tegen dit soort uitgaven en ervoor te zorgen dat er criteria komen voor het steunen van de "kleine" boer in plaats van voor de grote bedrijven die meestal afkomstig zijn uit het Westen?
Mevrouw Maij (PvdA): Ik zou heel graag zien dat de minister ons liet weten op welke manier zij na 2014 de speerpunten voedselzekerheid en water vorm gaat geven. Ik heb aangegeven dat wat mij betreft de armoedebestrijding zo veel mogelijk in de allerarmste landen moet plaatsvinden, ook voor deze elementen. Daarbij heb ik aangegeven dat vrouwen daarin een belangrijke rol moeten krijgen.

Ik begin opnieuw met het zinnetje over de fragiele staten. De allerarmste landen ter wereld zijn bijna zonder uitzondering ook fragiele staten. Het zijn landen die geteisterd worden door een neerwaartse spiraal van corruptie, geweld, gebrek aan centraal gezag en schending van mensenrechten. De rechten van de vrouw komen daarbij steeds meer onder druk te staan. Investeren in vrede en veiligheid is dus een basisvoorwaarde voor ontwikkeling. Daarnaast is het in ons belang om landen te helpen en een eind te maken aan die neerwaartse spiraal van geweld en afbreuk. Bijvoorbeeld door het ineenstorten van Mali heeft Al Qaida de kans gekregen om zich te nestelen op de drempel van Europa. Het gebrek aan gezag en controle in Mali is een belemmering voor de ontwikkeling van het land en de Sahel Regio en het kan ook een negatief effect hebben op Europa. Ook dit zijn wereldwijde problemen die we alleen gezamenlijk kunnen aanpakken en waarvoor Nederland expertise in huis heeft. Nederland heeft in een aantal fragiele staten langdurig geïnvesteerd in noodhulp en in enkele gevallen ook in vrede en veiligheid: in politieke en militaire steun. Deze inzet mag niet teniet worden gedaan. Het is van belang dat we blijven investeren in landen als Afghanistan, Zuid-Sudan, Somalië, Mali en de DRC. Hierbij moet echter meer dan voorheen naar de omringende landen worden gekeken. Beleid maken ten aanzien van Afghanistan, kan niet zonder naar Pakistan te kijken. Hetzelfde geldt voor de DRC en het Grote Merengebied en voor Mali en de Sahel Regio. Regionaal beleid ten aanzien van fragiele staten en hun omgeving kan meer zijn dan noodhulp. Noodhulp blijft noodzakelijk voor mannen, vrouwen, kinderen, ouden van dagen en gehandicapten die daar onder zeer moeilijke omstandigheden leven. Fragiele staten zijn echter niet alleen doffe ellende. In het noorden van Somalië, in Somaliland, bezocht ik in 1998 een vluchtelingenkamp buiten Hargeisa. In Hargeisa kwamen we een meneer tegen die net een netwerk voor mobiele telefonie opzette. Dat was dus al in 1998! Ik zou graag zien dat die twee werelden met elkaar in verbinding kwamen. Ik verzoek de minister om naar het fragiele statenbeleid te kijken en hier een regionaal beleid te formuleren, eventueel samen met haar collega van Buitenlandse Zaken en die van Defensie. Omdat het hier om grote inspanningen gaat, is ook de Europese dimensie hiervoor van belang.


De heer Jasper van Dijk (SP): Mag ik in dat verband ook vragen hoe mevrouw Maij aankijkt tegen het idee van de regering om een potje te maken voor internationale veiligheid, voor militaire missies, waarop het afgelopen weekend ook het Rode Kruis hevige kritiek heeft geuit? Je moet er namelijk voor oppassen dat je die hulpverlening vermengt met militaire actie. Deelt mevrouw Maij die mening?
Mevrouw Maij (PvdA): Dat is het volgende deel van mijn betoog. Als ik mijn betoog mag vervolgen … Mocht uw vraag dan niet in voldoende mate zijn beantwoord, dan zou ik het fijn vinden als u die nogmaals wilt stellen.
De heer Jasper van Dijk (SP): Dan telt dit natuurlijk niet als interruptie!
Mevrouw Maij (PvdA): Daarmee ben ik het eens.
De voorzitter: Daar ga ik over, maar laat ik het met de heer Van Dijk eens zijn.
Mevrouw Maij (PvdA): Wij zijn verheugd over de nieuwe kansen voor effectief beleid voor internationale veiligheid waarbij specifieke middelen onder de hoofdverantwoordelijkheid van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking worden gecreëerd. Vrede en veiligheid zijn belangrijke voorwaarden voor ontwikkeling. Het nieuwe fonds Vrede en Veiligheid kan hierin een rol spelen. Er moet meer nadruk komen te liggen op de 3D-benadering en de humanitaire kanten van vredesmissies. Uit dit fonds zullen bepaalde aspecten van vredesmissies gefinancierd kunnen worden. Dit fonds kan echter nooit als een budget voor vredesmissies worden aangemerkt omdat de kosten van missies, zoals die voor Uruzgan, een veelvoud van de middelen daaruit zullen zijn. Bovendien hebben deze missies meer dan alleen humanitaire kanten. De PvdA ziet graag dat de minister dit goed uitwerkt, samen met de minister van Buitenlandse Zaken en die van Defensie.
De heer Jasper van Dijk (SP): Mevrouw Maij kijkt naar mij met een blik van: dit is mijn antwoord. Ik vraag haar dus nogmaals of zij de mening van het Rode Kruis deelt dat het riskant is om die twee zaken met elkaar te vermengen, ook in verband met de 3D-benadering.
Mevrouw Maij (PvdA): De PvdA is voorstander van de 3D-benadering, waarbij Defence, Diplomacy en Development samengaan. Je ziet dat dit de meest integrale benadering is voor postconflictsituaties. Ik kan mij ook goed vinden in de opmerkingen van het Rode Kruis dat, daar waar het echte ICRC-interventies betreft, deze onafhankelijk moeten zijn.

De minister zegde eerder toe dat zij in het voorjaar met een voorstel komt voor de invulling van dit fonds voor vredes- en crisisbeheersingsoperaties in ontwikkelingslanden. De PvdA wacht haar voorstel af.

Tot slot richt ik mij op de toekomst van ontwikkelingssamenwerking. Nederland stond altijd vooraan in het OS-denken. Er is veel kennis en denkkracht in Nederland over dit onderwerp, maar die komt onvoldoende bij elkaar. In de lente van 2013 brengt het High Level Panel van de VN een verslag uit aan de secretaris-generaal van de VN over de visie op de toekomst van ontwikkelingssamenwerking. 2015 is het ijkmoment voor de millenniumontwikkelingsdoelstellingen. Deze zullen in dat jaar niet allemaal worden gerealiseerd. Daarnaast is er in Rio een set duurzame ontwikkelingsdoelstellingen gepresenteerd. Het High Level Panel zal een voorstel doen voor de agenda na 2015, waarbij armoedebestrijding -- dat is de overkoepelende doelstelling van de MDG's -- en verduurzaming van de economie -- daarbij is de vraag hoe moet worden omgegaan met het gebruik van de mondiale publieke goederen -- samen komen. Het laatste is het overkoepelende doel van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen, de SDG's. Na de presentatie van het High Level Panel is er nog ongeveer anderhalf jaar beschikbaar om in VN-verband tot een gezamenlijke agenda te komen. Deze zal uiterlijk begin 2015 vorm krijgen. In vele landen in de wereld is al een levendig debat gaande over deze nieuwe agenda, waaraan de overheid, het bedrijfsleven, de politiek en kennisinstellingen deelnemen. Nederland kent een dergelijk breed maatschappelijk debat niet. In dit kader is het ook van belang om naar de rol van nieuwe donoren te kijken, alsmede naar de definitie van ODA. Vorige week was hierover een eerste bijeenkomst van de OESO in Londen. De PvdA ontvangt van de regering graag informatie over deze bijeenkomst. Zij wil een appreciatie van de minister van datgene wat daar is besproken.
Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Mevrouw Maij ging in op ODA vanaf 2015. Het CDA heeft dat gemist in het regeerakkoord. Vindt de PvdA dat wij daarin een prominente rol zouden moeten spelen? Zouden wij voorop moeten gaan lopen en hoe wordt dan het vertrouwen van de inwoners teruggewonnen? Dat is voor het CDA namelijk heel cruciaal. Ik ben benieuwd of dat ook voor mevrouw Maij cruciaal is op het moment dat er heel veel reuring in een samenleving is over steun aan ontwikkelingslanden. Zou dit een prominente plek moeten krijgen in die ODA-criteria? Ik doel dus op het herwinnen van het vertrouwen. Ik ben dus benieuwd hoe de PvdA daarover denkt en ook wat de gedachte van de minister daarover is.
Mevrouw Maij (PvdA): Mevrouw Mulder stelt twee vragen. Zij vraagt naar de steun aan ontwikkelingssamenwerking, het brede maatschappelijke debat daarover en de steun daarvoor in de samenleving. Ik draag daaraan vanuit de PvdA heel graag bij en denk dat de regering dat ook graag wil, omdat ontwikkelingssamenwerking niet alleen in het verdomhoekje zou moeten zitten. Dat is wat er nu een beetje gebeurt. Wat mij betreft kan men ook heel trots zijn op datgene wat er bereikt is met ontwikkelingssamenwerking.

Wat de discussie betreft over de definitie van ODA, stellen landen als China, India en Brazilië, die ook met internationale samenwerking bezig zijn, zich terecht de vraag wat hun internationale samenwerking betekent en wat de betekenis daarvan is voor de ODA-criteria. Ik denk dat dit één van de onderwerpen is waarover we spreken. Ik zou het heel mooi vinden als onze regering daarin eveneens een actieve rol speelde.


De voorzitter: De heer Voordewind, dit wordt uw derde interruptie
De heer Voordewind (ChristenUnie): Daarvan ben ik mij bewust. Dat wordt inderdaad een heel interessante discussie. Na 2015 horen we hoe we verder gaan met de Development Goals. Dan zal duidelijk zijn of we die al dan niet behaald hebben, hoe we verder gaan en of we wat dat betreft een ommezwaai gaan maken. "Uw" voormalig minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking heeft daarover ook het een en ander geschreven in een column in Vise Versa. Daarin stipte hij ook aan dat het belangrijk is om tot social protection programma's te komen, ofwel een sociaal zekerheidsstelsel in ontwikkelingslanden. Ziet ook deze woordvoerder van de Partij van de Arbeid dat zitten?
Mevrouw Maij (PvdA): De millenniumontwikkelingsdoelstellingen zijn ambitieus, maar wat mij betreft zouden die ambitieuzer kunnen zijn. "De armoede in de wereld halveren" zou moeten worden vervangen door "proberen om een eind te maken aan de armoede in de wereld". Onderdeel daarvan is volgens mij inderdaad sociale steun in ontwikkelingslanden voor de mensen die daar onder het bestaansminimum leven. Ik vind het ook belangrijk dat die twee agenda's -- die van duurzame ontwikkeling en die van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen, waar die gaan over armoedebestrijding -- samenkomen. Het moeten niet alleen agenda's zijn die voor ontwikkelingslanden gelden, maar het dienen ook agenda's te zijn die voor ons gelden. Die duurzame ontwikkeling zou niet alleen in ontwikkelingslanden moeten plaatsvinden, maar daarmee zouden ook wij aan de slag moeten gaan. Ik zou het fantastisch vinden als onze regering in de persoon van deze minister, een belangrijke rol in dat debat kon spelen.
De heer Voordewind (ChristenUnie): Dat is een mooie lijn, maar Jan Pronk heeft gezegd dat je binnen die duurzame ontwikkeling specifiek moet kijken of je het ontstaan van sociale zekerheidsstelsels zou kunnen stimuleren. Deels is dat al aan de gang, bijvoorbeeld via de zorgverzekeringen. Je zou echter ook kunnen denken aan een wezenuitkering, een weduwenuitkering, met name om die kinderarbeid of die meisjesprostitutie tegen te gaan. Verder doel ik op pensioenstelsels et cetera. Ziet u die lijn van de heer Pronk ook zitten?
Mevrouw Maij (PvdA): Dat zijn zaken die nationaal in ontwikkelingslanden geregeld zouden moeten worden. Ik denk dat het belangrijk is dat, daar waar ontwikkelingslanden ons daarbij om steun vragen, wij nagaan of wij dat kunnen doen in het kader van datgene wat we na 2014 aan Ontwikkelingssamenwerking in een aantal landen bilateraal doen.
De voorzitter: U hebt nog één minuut.
Mevrouw Maij (PvdA): Die heb ik niet nodig.

Ik roep de minister op om hierover in gesprek te gaan -- dat is datgene wat ik net met de heer Voordewind en mevrouw Mulder deelde -- met gelijkgezinde collega's, bijvoorbeeld die uit de Scandinavische landen en Canada, en ons hierover te informeren. Ook verzoek ik de minister om in Nederland een dergelijk breed debat te organiseren en zo tot een gedragen input van Nederland in het mondiale debat te komen.


De heer Van der Staaij (SGP): Hoe kijkt mevrouw Maij aan tegen het fiscaal meer stimuleren dat mensen aan goede doelen geven, ook in het kader van ontwikkelingssamenwerking? De VVD heeft in een interview aangegeven dat zij dat wel in het regeerakkoord had willen zien maar dat het daar niet van is gekomen. Heeft de PvdA daar bezwaar tegen of hoe zit dat?
Mevrouw Maij (PvdA): Ik kijk uit naar de uitwerking van deze vraag van de heer Van der Staaij. Ik weet niet of hij zelf wel eens aan een goed doel geeft. Zo ja, dan kan hij dat bedrag van de belasting aftrekken. Volgens mij is er dus al een fiscale manier om dat te doen. Mocht de heer Van der Staaij nog iets anders bedoelen, dan hoor ik dat graag.
De heer Van der Staaij (SGP): Bijvoorbeeld in de Catshuisstukken die openbaar zijn gemaakt, kwam naar voren dat je het bereik van de Geefwet zou kunnen uitbreiden naar maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met ontwikkelingssamenwerking. Dat betekent dat er nog een hogere aftrekpost is voor giften aan maatschappelijke organisaties in het kader van ontwikkelingssamenwerking.
Mevrouw Maij (PvdA): Ik kan niet anders zeggen dan dat op dit moment giften voor ontwikkelingssamenwerking ... Als u een gift doet aan een van de Nederlandse ontwikkelingsorganisaties -- ik zal geen naam noemen -- of aan een andere maatschappelijk verantwoorde organisatie, kunt u die aftrekken van de belasting. Ik denk dat de vraag over een ander fiscaal iets gaat. Ik zie daarvan dus graag de uitwerking. Daarna kan ik het antwoord op uw vraag geven.
De heer Van der Staaij (SGP): Nog één keer, misschien ter toelichting. Dat is inderdaad waar. Die aftrekmogelijkheid kennen we allemaal, maar die Geefwet houdt in dat er juist een verhoogde aftrekbaarheid is. Daarmee geef je dus een extra stimulans aan het doen van giften in het kader van ontwikkelingssamenwerking, zoals die er bijvoorbeeld ook voor de cultuursector is gekomen. Wil de PvdA-fractie dat in ieder geval overwegen?
Mevrouw Maij (PvdA): Ik zie de uitwerking graag tegemoet.
De voorzitter: Dit is de derde interruptie van de heer Sjoerdsma.
De heer Sjoerdsma (D66): Ik heb goed geluisterd naar het verhaal van mevrouw Maij. Dat omvat niet onsympathieke voorstellen, maar onder de streep staat toch nog altijd dat bedrag van 1 miljard dat eraf gaat. Kan mevrouw Maij mij vertellen van welke projecten in welke landen zij dat bedrag af wil halen? Ik doel niet op de visie van het kabinet maar op die van de Partij van de Arbeid.
Mevrouw Maij (PvdA): Ik heb geprobeerd om in mijn betoog aan te geven op wie de regering naar mijn mening de focus moet leggen, namelijk op de allerarmsten. Ik heb ook aangegeven dat wat mij betreft de focus moet liggen op de vrouwen, die onderdeel zijn van de allerarmsten. Ik heb geprobeerd om aan te geven dat er een verschil is tussen het geven van de hengel en het in staat stellen van mensen om die hengel bij hun eigen overheid op te eisen. Die visie zou ik graag verder uitgewerkt zien door de regering.
De heer Sjoerdsma (D66): Sorry, ik vind dat toch echt te gemakkelijk. Aan de goede kant hebt u wel een verhaal maar als u even geen zin hebt om te antwoorden, verschuilt u zich achter het kabinet. We zagen dat laatst ook in een algemeen overleg over Oost-Congo. U wilde 2 miljoen voor noodhulp en u kreeg 2 miljoen voor noodhulp. Daar was ik ook wel voorstander van voor Oost-Congo, maar het zijn wel dealtjes. Gaan we vaker zien dat u wel weet welke cadeautjes u wilt hebben maar dat u niet weet waar u wilt schrappen? Laat ik het dan maar op zo'n manier vragen.
Mevrouw Maij (PvdA): Ik moet zeggen dat ik in dit verband 2 miljoen voor mensen die in mensonterende omstandigheden leven, geen cadeautje zou willen noemen. Ik vind dat echt een ongemakkelijke opmerking.
De heer Sjoerdsma (D66): Ik doel op cadeautjes aan u, mevrouw Maij, op politieke cadeautjes.
Mevrouw Maij (PvdA): Ik zeg dat ik dat echt een ongemakkelijke opmerking vind. Ik heb duidelijk aangegeven waarop ik wil focussen. Ik denk dat we hier het debat aan moeten gaan over de focus op ontwikkelingssamenwerking. Ook heb ik aangegeven dat die 1 miljard mij pijn doet. Ik vind het begrijpelijk dat de heer Sjoerdsma daarin wil wrijven, maar die 1 miljard doet mij pijn en daar wil ik het graag bij laten.
Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Voorzitter. Vandaag bespreken wij de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Het CDA was in het vorige kabinet verantwoordelijk voor Ontwikkelingssamenwerking. Ik kan zeggen dat de CDA-fractie trots is op wat er in die tijd is bereikt. Ondanks felle kritiek van met name partijgenoten van de huidige minister, is Ben Knapen er in onze ogen in geslaagd het OS-beleid te hervormen en zijn er flinke stappen gezet om het beleid aan te passen aan de ontwikkelingen in de wereld. Dat ging niet zonder pijn. De nieuwe keuzes waren ingrijpend en de bezuinigingen op het budget hadden grote consequenties voor de ontwikkelingssector en de mensen die daarin werken.

Zoals ik zei, was het in de Tweede Kamer vooral de PvdA die flink van leer trok tegen de keuzes die het vorige kabinet maakte: kwartetten met de allerarmsten, de staatssecretaris van de uitverkoop en de vraag wat er toch gebeurd was met het CDA. Daarom is het juist zo verbazend dat de PvdA na zes weken onderhandelen akkoord ging met een bezuiniging van 1 miljard op het ontwikkelingsbudget. Op 13 november zei de leider van de PvdA nog dat het kabinet met de bezuiniging op Ontwikkelingssamenwerking onder de fatsoensnorm is gezakt. Kan de minister aangeven hoe zij dat ziet? Gaat zij nu onfatsoenlijk beleid uitvoeren? Kan zij daarnaast aangeven wat het voor een kabinet betekent als onder de fatsoensnorm wordt geregeerd? Graag willen wij een reactie hierop.

Bijzonder pijnlijk in dit licht is de keuze om de klimaatgelden in de toekomst ook nog eens met het OS-budget te financieren. De CDA-fractie heeft daarmee grote moeite. Kan de minister aangeven hoeveel geld zij hieraan jaarlijks kwijt is? Hoeveel gaan bijvoorbeeld Infrastructuur en Milieu hieraan bijdragen? Dit, gezien de toezegging van de staatssecretaris.


Mevrouw Maij (PvdA): Mijnheer Buma heeft op 20 augustus gezegd dat het wel wat minder kan met ontwikkelingshulp. Als ik de berekening van het CPB goed nakijk, wil het CDA 0,5 miljard op ontwikkelingshulp bezuinigen. Ik begrijp dat mevrouw Mulder kritiek heeft op de Partij van de Arbeid, maar wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.
Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Ik begrijp de opmerking van mevrouw Maij, maar dan moet zij er wel bij zeggen dat het vanaf 2015 is. Wij houden ons aan de criteria die wij met elkaar internationaal hebben afgesproken. Afspraak is afspraak en wij kunnen alleen maar constateren dat de PvdA-fractie en de PvdA-minister hier onderdoor gaan. Dus zij houden zich niet aan afspraken.
Mevrouw Maij (PvdA): In het Catshuis had het CDA al 750 miljoen weggegeven. Ik begrijp de kritiek en het is allemaal moeilijk, maar laten we wel open en eerlijk tegen elkaar blijven.
Mevrouw Agnes Mulder (CDA): En als wij dan toch open en eerlijk zijn, moet er ook bij gezegd worden dat dit nog niet door de fractie was goedgekeurd en dat ik weet dat er sprake was van grote moeite met juist dit onderdeel. U bent heel gemakkelijk akkoord gegaan -- dat geldt ook voor de VVD-fractie -- met nivelleren. Daarvan hebt u achteraf spijt gehad. Ik geloof dat wij hierover nog wel eens samen hadden gesproken in een regering, in een vorige dan wel te verstaan.

Wel ziet de CDA-fractie een kans in samenvoeging van Economische Handel en Ontwikkelingssamenwerking. In het vorige kabinet hebben we al een stap gezet, namelijk die van hulp naar investeren. Die wordt breed gedragen door de huidige regeringspartijen. We weten dat de minister haar visie in een brief nader zal toelichten, maar de CDA-fractie is al erg nieuwsgierig en hoopt dat de minister vandaag al iets meer gaat zeggen over wat haar agenda is voor de komende jaren. De afgelopen jaren is coherent beleid gevoerd tussen Ontwikkelingssamenwerking en Handel. Neem het voorbeeld van Colombia, een transitieland. Op zijn laatste reis naar dat land kwam Ben Knapen terug met een portefeuille vol met orders voor het Nederlandse bedrijfsleven. Is dit het soort coherentie waarop de minister wil voortbouwen? Het CDA zou een dergelijke benadering van harte toejuichen. Graag horen we van de minister hoe zij hierover denkt.

De afgelopen twee jaar is de sector ontwikkelingssamenwerking ingrijpend gemoderniseerd. Er is gekozen voor minder landen met een scherpere focus op die onderwerpen waarvoor geldt dat Nederland daadwerkelijk het verschil kan maken, met meer inzet op samenwerking tussen de verschillende spelers in de sector en de kennis waarmee zij elkaar versterken. Wij hebben nog maar net de brieven gekregen van de projecten die in gang zijn gezet. De CDA-fractie is van mening dat die inzet overeind moet worden gehouden en de minister zegt ook dat ze dat wil, maar ze gaat dat wel doen met 1 miljard minder. Wij vragen ons dan ook af waar deze enorme bezuiniging zal neerslaan en wanneer de minister daarover duidelijkheid geeft. Welke gevolgen zal dat bijvoorbeeld hebben voor het beurzenprogramma van de Nuffic en het Global Fund? Moeten de contracten met de ngo's worden opengebroken? Andere partijen maakten daarover ook al opmerkingen. Wij vragen ons af hoe de minister dat wil doen. Hoeveel zal er worden gekort op de bijdragen aan VN-instellingen en welke gevolgen zal dat hebben voor de positie die Nederland internationaal inneemt?

De minister van Buitenlandse Zaken zei bij de start van het kabinet dat het imago van Nederland in het buitenland moet worden opgepoetst. Hoe voorkomt de minister dat het door de bezuiniging juist imagoschade oploopt? Wij horen in ieder geval graag van de minister of zij het speerpuntenbeleid overeind zal houden. Dat is voor de CDA-fractie van ontzettend groot belang.

De mensen in het land kennen het CDA als partij van de samenleving. Daarom hechten wij ook grote waarde aan betrokkenheid van die samenleving bij ontwikkelingssamenwerking. Het budget dat we hiervoor beschikbaar stellen, is een uiting van betrokkenheid van de gehele samenleving bij mensen die het minder hebben en bij de allerarmsten in de wereld. Als de samenleving dat niet meer zo ziet, hebben wij een serieus probleem. Het is daarom goed dat het SCP laat zien dat steeds meer mensen uit eigen initiatief projecten opstarten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Welke rol ziet de minister daarvoor en hoe kan ze een en ander eventueel ondersteunen?

Ik ga in op handel en export. We spreken vandaag over Ontwikkelingssamenwerking en Handel. Daarover is al het een en ander gezegd door de heer Leegte en mevrouw Maij. Wij sluiten ons van harte bij die woorden aan, want we moeten het echt hebben van onze concurrentiepositie en export. Wat kan de minister daaraan doen?

Op welke wijze wil de minister het bedrijfsleven vroegtijdig betrekken bij de totstandkoming van handelsverdragen in Brussel? Welke rol ziet zij voor zichzelf om handelsbelemmeringen af te bouwen en hoe wordt duurzaamheid hierbij betrokken, ook met het oog op de verschillende bestaande posten waarop een korting te verwachten is? Wientjes zei daar ook al het een en ander over. Wat is de visie van de minister daarop?

Ik ga in op het revolverend fonds dat belangrijk is voor ondernemers in ontwikkelingslanden en in Nederland. Dat fonds kan de economie daar versterken en werkgelegenheid creëren, wat ontzettend belangrijk is. Aandachtspunten voor ons ten aanzien van het fonds zijn de duurzaamheidscriteria, garantiestellingen, professioneel beheer -- mensen met verstand van zaken moeten met die fondsen aan de slag gaan -- maatschappelijk verantwoord ondernemen, draagvlak in onze samenleving en vrouwelijke ondernemers die in de Arabische regio ook de beschikking kunnen krijgen over kredieten. Dat is erg belangrijk: een hartenkreet van ons.

Ik kom op het budget voor internationale samenwerking en het fonds Internationale Veiligheid, waarover ook al het een en ander is gezegd. Kan de minister wat het nieuwe budget betreft ingaan op de afstemming met de ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken? Wij hebben gelezen dat daarop een korting plaatsvindt en vragen ons af hoe dit verder wordt opgepakt. Wij weten dat er een brief onderweg is, maar misschien kan de minister daarover in dit overleg toch al iets zeggen. We vragen ons onder andere af of de Patriots van het budget moeten worden gefinancierd. Hoe zit het met de piratenbestrijding. In het Financieel Dagblad werd over de grondstoffen uit het Midden-Oosten geschreven dat de VS waarschijnlijk minder olie gaan importeren vanuit die regio. Dit zal de heer Leegte aanspreken. Als zij dan stoppen met de beveiliging van de transporten, hebben we weer een tekort van 5 miljard. Dat soort vragen hebben wij hierover.

Ik ga in op de financiële structuur in OS-landen, waarover ook collega Van Dijk al sprak. Wat gaat de minister daaraan doen? Van heel veel mensen heb ik gehoord dat er sprake was van een heel confronterende uitzending.

Wij zijn kritisch over de begrotingssteun. Kan de minister in overweging nemen om de begrotingssteun die op het programma stond voor Rwanda, in te zetten voor de samenleving aldaar? Ik doel dus op het inzetten daarvan voor de mensen in Rwanda en dus niet voor die overheid.

Graag horen wij van de minister hoe zij een en ander met betrekking tot de ODA ziet na 2015. Wij vinden het jammer dat dit niet in het regeerakkoord staat.


De heer
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

  • Jasper van Dijk
  • Sjoerdsma

  • Dovnload 433.96 Kb.