Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verslag van een wetgevinsoverleg

Dovnload 352.75 Kb.

Verslag van een wetgevinsoverleg



Pagina1/6
Datum02.09.2018
Grootte352.75 Kb.

Dovnload 352.75 Kb.
  1   2   3   4   5   6



VERSLAG VAN EEN WETGEVINSOVERLEG
Vastgesteld

De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu heeft op 30 november 2015 overleg gevoerd met mevrouw Schultz van Haegen-Maas Geesteranus, minister van Infrastructuur en Milieu over Water.

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu,


Van Dekken

De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu,


Tijdink

Voorzitter: Jacobi
Griffier: Jansma

Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Bisschop, Dik-Faber, Geurts, Hachchi, Houwers, Jacobi, Smaling en Visser,

en mevrouw Schultz van Haegen-Maas Geesteranus, minister van Infrastructuur en Milieu.

Aanvang 11.00 uur.


Water


Aan de orde is de behandeling van:

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 25 november 2015 inzake waterbeleid (31710, nr. 44);

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Deltafonds voor het jaar 2016 (34300-J);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 25 november 2015 inzake het verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden over het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Deltafonds voor het jaar 2016 (34300-J, nr. 5);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 15 september 2015 ter aanbieding van het Deltaprogramma 2016 "Werk aan de delta. En nu begint het pas echt" (34300-J, nr. 4);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 25 november 2015 inzake de lijst van vragen en antwoorden over het Deltaprogramma 2016 "Werk aan de delta. En nu begint het pas echt" (34300-J, nr. 6);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 15 september 2015 ter aanbieding van het MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) Overzicht 2016, voor wat betreft de waterveiligheids- en waterkwaliteitsprojecten (34300-A, nr. 4);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 16 november 2015 ter beantwoording van vragen van de commissie over het MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport) Overzicht 2016 (34300-A, nr. 19);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 13 november 2015 inzake uitkomsten van de Bestuurlijke Overleggen MIRT en een aantal relevante ontwikkelingen (34300-A, nr. 17);

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII) voor het jaar 2016 (34300-XII);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 23 november 2015 inzake de beleidsdoorlichting Waterkwaliteit (32861, nr. 16);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 3 juli 2015 inzake toekomstbestendige en duurzame financiering waterbeheer (27625, nr. 340);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 3 juli 2015 ter aanbieding van de evaluatie van de praktijk van het grondwaterbeheer (27625, nr. 341);

  • de initiatiefnota van het lid Ziengs over legionellaregelgeving (34297);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 28 september 2015 met een reactie op het Actal-advies Regeldruk bij legionellapreventie (26442, nr. 57);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 26 oktober 2015 inzake vermogenskostenvoet en maximaal aandeel eigen vermogen drinkwaterbedrijven 2016 en 2017 (27625, nr. 342);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 24 november 2015 inzake rapportage toezicht drinkwatertarieven 2013, 2014 en 2015 (27625, nr. 344);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 24 november 2015 ter aanbieding van het rapport De kwaliteit van het drinkwater in Nederland in 2014 (27625, nr. 343);

  • de brief van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu d.d. 12 oktober 2015 inzake het hoofdlijnenakkoord over de waterzuivering in de glastuinbouw (32627, nr. 20);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 29 oktober 2015 inzake stand van zaken betreffende "Holwerd aan Zee" (34300-A, nr. 15);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 25 september 2015 ter aanbieding van de achtste voortgangsrapportage (VGR8) van het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2) met peildatum 30 juni 2015 (32698, nr. 23);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 9 oktober 2015 ter aanbieding van het accountantsrapport bij de achtste voortgangsrapportage van het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (32698, nr. 24);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 16 november 2015 inzake beantwoording van vragen van de commissie over aanbieding van de achtste voortgangsrapportage (VGR8) van het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2) met peildatum 30 juni 2015 (32698, nr. 25);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 26 oktober 2015 ter aanbieding van het accountantsrapport bij de 26ste voortgangsrapportage van het programma Ruimte voor de Rivier (30080, nr. 78);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 16 oktober 2015 ter aanbieding van de zesentwintigste voortgangsrapportage over het programma Ruimte voor de Rivier (30080, nr. 77);

  • de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 1 oktober 2015 inzake de achtentwintigste voortgangsrapportage Zandmaas en Grensmaas (18106, nr. 232).

De voorzitter:


Goedemorgen, dames en heren. Ik heet iedereen welkom bij het wetgevingsoverleg Water. Het is maandag en iedereen moet even op gang komen. Dat geldt echter niet voor de minister, zo heeft zij mij zojuist gezegd. Dat belooft wat voor vandaag. Welkom minister en mensen van het ministerie. Welkom publiek en, niet in de laatste plaats, leden van de Tweede Kamer.

Dit is een wetgevingsoverleg, maar ik houd toch vast aan de sprekersvolgorde van binnenkomst of, beter, de volgorde waarin de leden aan tafel zijn aangeschoven. Ik verwacht nog zeker de woordvoerder van de VVD, maar het is mij niet bekend of er nog woordvoerders van andere fracties later aanschuiven. Ik zal zelf als laatste spreken; dan moet je maar niet gaan voorzitten.

Ik wil voorstellen dat wij ons in eerste termijn beperken tot twee interrupties. Ik zal niet heel streng zijn, maar twee interrupties lijkt mij een goed vertrekpunt. Ik stel verder voor om in de termijn van de minister drie interrupties te gebruiken en te gaan lunchen na afronding van de eerste termijn.

De heer Geurts heeft een punt van orde.

De heer Geurts (CDA):
Ik zag dat er op de agenda een initiatiefnota van de VVD over legionella staat. In de brief schrijft de minister dat zij daarop in dit debat zal reageren, ook al is dat redelijk ongebruikelijk. Zeker nu de woordvoerder van de VVD er niet is, is het mijn voorstel om deze initiatiefnota door te schuiven. We hebben wel een initiatiefnota maar nog geen reactie daarop van het ministerie. En dan moeten wij daar nu een debat over voeren …

De voorzitter:


Heel praktisch. De stukken zijn niet volledig en het lijkt mij wijs om deze initiatiefnota vandaag niet te behandelen. Hooguit kan er worden gevraagd wanneer die stukken dan wel naar de Kamer komen.

Het lid Houwers komt binnen en ik heet hem natuurlijk van harte welkom.

Het woord is aan de heer Geurts. Hij heeft zeven minuten spreektijd en dat is heel wat.

De heer Geurts (CDA):


Voorzitter, gezien de hoeveelheid agendapunten is het toch redelijk kort. Ik begin snel.

De totale uitgaven aan waterbeheer bedroegen volgens de OESO in 2013 8,7 miljard. Het is de verwachting dat het alleen nog maar meer zal worden. Nederland is een waterland en omgaan met water en dijkversterking zit in onze genen. Onze waterveiligheid is dan ook de rode draad binnen het collectief bestuur in Nederland. De noodzaak van dat waterbeheer staat ook niet ter discussie. Voor onze waterveiligheid is het nodig dat het Deltaprogramma wordt uitgevoerd, zodat er praktisch en op feiten gebaseerd wordt gewerkt aan oplossingen.

Het proces kent echter ook zijn beperkingen. We zien dat bijvoorbeeld bij de geplande versterking van de veendijk bij Marken. Door ingenieurs er nog eens naar te laten kijken worden hier waarschijnlijk miljoenen uitgespaard, doordat deze dijk toch sterk genoeg lijkt te zijn. Dit benadrukt dat de uitvoeringsplannen een stevig fundament van kennis in de praktijk nodig hebben en dat alleen maar procesdenken en proces-checks niet afdoende zijn om ons efficiënt en veilig te beschermen tegen het water. Graag hoor ik hoe de minister hiernaar kijkt en hoe zij denkt de kwaliteit en de efficiëntie van de uitvoeringsplannen te bevorderen. De CDA-fractie vraagt de minister of zij bereid is ten behoeve hiervan de praktijk van de waterbouwer een rol te geven. Is de minister bereid de kennisprogramma's verder te versterken?

Als we het over kennis en kunde hebben, hebben we het ook over de heer Spaargaren en zijn collega's en over het plan voor sluizen in de Nieuwe Waterweg. Afgelopen weken was er een lage afvoer en storm waardoor het water zouter werd op het Brielse Meer, terwijl de zoetwateraanvoer daar voor bijvoorbeeld industrie heel belangrijk is. Het plan voor sluizen kan hiervoor een oplossing bieden. De minister heeft aangegeven binnenkort de Kamer te informeren. Mijn wens is dat dit plan een eerlijke kans krijgt en niet op voorhand wordt afgeserveerd wegens eenzijdige belangen.

Wat pijnlijk duidelijk wordt bij de hoogwatergeul Varik-Heesselt is dat niet de vraag óf dijkverzwaring óf een nevengeul speelt, maar en-en. De gevolgen voor het gebied zijn groot. Ik hoor dat 8% tot 15% landbouwgrond zal verdwijnen en dat fruitteelt verplaatst moet worden naar een gebied waar de kwaliteit van de grond veel minder is. Ik vind dat we dan nog eens goed moeten nadenken over de vraag of dit wel de juiste weg is. Ook bij het CDA staat veiligheid voorop, maar we vinden dat de neveneffecten niet vergeten mogen worden. Waarom wordt er niet gekozen voor gecontroleerde waterafvoer in de Rijndelta door bij veel neerslag water vast te houden of door water op te slaan in de bovenloop, zodat bij laagwater voldoende zoetwater beschikbaar blijft als water voor industrie, landbouw en drinkwater? Of denk ik dan veel te simpel, minister?

Deze zomer zijn er ook grote problemen geweest met de stof pyrazool die op het industrieterrein van Chemelot in de Maas werd geloosd. Dit is zeer zorgelijk en brengt onze drinkwatervoorziening in gevaar. Mijn vraag aan de minister is of zij dit probleem onderkent en of zij hierover gesproken heeft met het waterschap. Daarnaast vraag ik de minister hoe wij het mogelijk kunnen maken om hiertegen sneller en met effect op te treden.

Dan kom ik bij de financiering. Wanneer worden de onderzoeken opgeleverd naar de financiering van het waterbeheer die worden aangekondigd in de brief van de minister? De kosten van waterbeheer van landbouwgrond blijven stijgen, vooral als de hoeveelheid wegen en natuur toeneemt, en dat terwijl er voor natuurgrond nauwelijks hoeft te worden betaald. Maar natuurgronden moeten toch ook worden afgewaterd? Is de minister het met mij eens dat men terughoudend moet zijn met de prijsstijging van waterbeheer van landbouwgrond?

Ik merk in het veld dat de samenwerking in de waterketen her en der wordt bemoeilijkt. Zo is de fusie tussen het milieulaboratorium van de noordelijke waterschappen en het Waterlaboratorium Noord door btw-problematiek afgeketst. Is dit de minister bekend? Wil zij zich ervoor inspannen om dit soort problemen op te lossen?

Daarnaast moeten wij ook kritisch blijven kijken naar de kosten van drinkwater, omdat dit wordt geleverd door bedrijven met een monopoliepositie. De ACM is kritisch: de drinkwaterbedrijven geven geen transparant overzicht van de scheiding tussen de kosten van drinkwater- en niet-drinkwateractiviteiten. Ter verbetering van de transparantie maken de drinkwaterbedrijven nu een kostprijsmodel dat in 2016 zal worden toegepast. Kent de minister dit model? Zo ja, wil zij de Kamer hierover informeren? Zo nee, wil zij de Kamer dan ook informeren?

De CDA-fractie is verrast over de conclusie van de ILT dat drinkwaterbedrijven zich grotendeels aan de wet houden, terwijl de ACM concludeert dat waterbedrijven niet aannemelijk hebben gemaakt dat de drinkwatertarieven alleen de kosten voor drinkwateractiviteiten bevatten, zoals vereist in artikel 8 van het Drinkwaterbesluit. Hoe moet ik dit zien? Is de minister bereid om het toezicht op de drinkwatertarieven aan te scherpen?

De Drinkwaterwet moet voor juli 2016 worden geëvalueerd. Wil de minister in het kader van deze evaluatie kritisch kijken naar de berekening van de kostenvoet en de drinkwatertarieven? Wordt bij de evaluatie ook gekeken naar de huidige adviesrol van de ACM? Is die voldoende of is verdergaand toezicht eventueel mogelijk? Ik verwijs ter illustratie naar het bepalen van de prijs door netbeheerders in de energiesector.

De waterkwaliteit in Nederland is sterk verbeterd. Dit blijkt ook uit de sterke vooruitgang van populaties op en rond het water. De hoeveelheden drugs en geneesmiddelen die in het afvalwater worden gevonden, baren mij echter wel zorgen. Het bepalen van de ecologische norm voor oppervlaktewater is ook van groot belang voor de verantwoording van het Nederlandse mestbeleid. De CDA-fractie wil daarom dat de ecologische normen voor oppervlaktewater goed worden onderbouwd en dat metingen uniform worden uitgevoerd. Is de minister bereid een overzicht te verschaffen van de ecologische waterkwaliteitsnormen, met onderbouwing? Wil zij daarbij aangeven of die normen haalbaar zijn? Ik hoop dat de minister wil ingaan op de huidige "one out, all out"-systematiek. Die leent zich niet voor de monitoring van de voortgang van waterkwaliteit. Is de minister bereid een methode te ontwikkelen om de doeltreffendheid en de doelmatigheid adequaat te kunnen meten?

Ik vraag de minister of de stimulering van de zuiveringsopgave in de glastuinbouw kan worden meegenomen bij de uitvoering van de motie-Omtzigt die is ingediend tijdens de behandeling van het Belastingplan.

Boeren en waterschappen hebben hard gewerkt aan de projecten in het kader van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Die projecten moeten nu een succes worden. Daarvoor is geld beschikbaar in het plattelandontwikkelingsprogramma, maar dat komt nog niet echt van de grond. Wil de minister dit met haar collega van Economische Zaken en de provincies oppakken, want het Rijk heeft immers ook een systeemverantwoordelijkheid voor het plattelandontwikkelingsprogramma?

De heer Smaling (SP):
Voorzitter. Ik begin met 18.000 m3 per seconde. Dat is een beetje vaste prik en wij hebben daar al veel over uitgewisseld. Dat is prettig, want dit is toch maar een norm waarvoor op een gegeven moment is gekozen. Het is natuurlijk heel belangrijk wat Duitsland doet. In hoeverre bieden Europese hoogwaterbeschermingsrichtlijnen en richtlijnen voor overstromingsrisico's nu echt een leidraad om met dat land tot goede afspraken te komen, zodat wij hier niet overmatig of ondermatig maatregelen nemen in afhankelijkheid van wat bovenstrooms gebeurt? Dat is een belangrijk punt, want er zijn verschillen in normen, ook in overschrijdingskansen en in de intentie om iets te doen aan hoogwater. Indirect heeft dat natuurlijk een effect op wat we met Varik-Heesselt willen en wat we met de bypass Kampen willen. Je kunt dat niet los zien van wat er bovenstrooms gebeurt. Biedt de overstap van het KNMI-model 2006 naar het KNMI-model 2014 nog inzichten in de waterveiligheidsnormering? Het blijft soms toch het omgekeerde Betuweroutegevoel.

We hebben hoogwater, maar we hebben ook laagwater, ook de laatste tijd. Wordt daar ook naar gekeken met betrekking tot bijvoorbeeld de zoutintrusie? Er is zo veel laagwater dat je in het westen van het land behoorlijk last kan krijgen van zoutintrusie, nog los van de stremmingen van de scheepvaart. Dat ligt echter een beetje buiten het bestek van dit overleg.

Ik heb nog een vraag over de komende overschrijdingskansnormen. Ik heb een kaartje van het Deltaprogramma van vorig jaar. De Maas is helemaal groen, dat is 1 op 300. Ergens zit er een knik in en wordt het ineens 1 op 30.000. Dat doet vermoeden dat je het niet erg zou vinden dat Roermond en Venlo onderlopen, maar wel dat Den Bosch onderloopt. Als je hier de maatregelen van 1 op 30.000 neemt en daar 1 op 300, laat je dan niet gaan dat het hier al ondergelopen is voordat je daar die maatregelen neemt? Ik hoop dat ik het goed uitleg; je neemt maatregelen terwijl je bovenstrooms eigenlijk al "nat gaat".

Waterkwaliteit is een moeilijk onderwerp, want er komen verschillende signalen. Enerzijds gaat het goed en anderzijds gaat het slecht, vooral als je kijkt naar enkele stoffen. In het Tauw-rapport over de beleidsdoorlichting van artikel 12 lees ik dat we niet goed kunnen meten of de maatregelen ook leiden tot de gestelde doelen, bijvoorbeeld hoeveel procent van de doelen werkelijk gerealiseerd is met de maatregelen. We kunnen ook niet vaststellen of dit kosteneffectieve maatregelen zijn geweest. Voor de Kamer zijn dat wel vrij belangrijke zaken om goed te kunnen doen. Vorige week heb ik het minister Ploumen nog aardig lastig weten te maken door eigenlijk dezelfde vraag te stellen: u stelt doelen, maar wij kunnen niet goed vaststellen hoeveel procent van uw doelen u gerealiseerd hebt en of dat het juiste soort maatregelen is geweest. Wat gaat de minister hiermee doen? Er is ook nog steeds sprake van een mismatch tussen de Kaderrichtlijn Water, de Nitraatrichtlijn en de procedures die de Commissie toelating gewasbeschermingsmiddelen bezigt. Dat spoort niet lekker en dat geeft de minister ook toe in de brief die zij enige tijd geleden heeft gestuurd. Wat kan zij eraan doen? Alleen maar constateren dat er een mismatch is, lijkt mij niet voldoende. Daarvoor wordt het toch wel heel gecompliceerd.

Daar komt ook nog de kostentoerekening bij. Daar is ook een stuk over. We zijn nog niet echt in het stadium dat de vervuiler of de gebruiker betaalt, want er zijn heel veel diffuse lozingen uit landbouwgronden in het watersysteem, nog los van de medicijnresten en de microplastics. Wat is het toekomstbeeld van de minister als het gaat om de kostentoerekening van waterzuivering?

Het drinkwater loopt gevaar door pyrazoollozingen, waarover de heer Geurts ook heeft gesproken. Het lijkt alsof we daar niet echt tot een oplossing komen, als ik de drinkwaterbedrijven uit het oosten en het zuiden hoor. Zij kunnen gewoon niet winnen. Van de zomer waren de bekkens bij Rotterdam bijna leeg. Dat is wel een ernstige zaak. Wat gaat de minister hieraan doen? Waarom maken we kribben schoon met glyfosaat, terwijl we een discussie voeren over de mogelijk ernstige gevolgen van glyfosaat voor de drinkwaterkwaliteit en voor de volksgezondheid? Ik krijg daarover graag een antwoord van de minister. Dit soort zaken moet in de Algemene Maatregelen van Bestuur bij de Omgevingswet echt op het niveau van zorgplicht en maximale bescherming geborgd worden.

Over bodemdaling zou ik graag nog zien wat we gaan doen. Er is wel een programma, maar dat is ergens in ondergebracht en ik heb het nog niet boven zien komen. Ik heb er een halfjaar geleden al naar gevraagd en ik ben erg benieuwd om dat nu tot bloei te zien komen. Er is ook veel behoefte aan, niet zozeer omdat het leuk is om ermee bezig te zijn, als wel omdat de bodemdaling hier en daar nog sneller gaat dan de waterstijging. Het is nodig voor de veengebieden in Nederland om daar op een innovatieve manier mee om te gaan, waarbij het niet alleen gaat om landbouw, maar ook om natuur. Er zijn meekoppelkansen, om dat verschrikkelijke woord maar te gebruiken. Het is tegelijkertijd ook een mooi exportproduct.

Legionella laten we lopen.

Ik zal alleen nog ingaan op de Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer. Wat is de stand van zaken? Ik heb even zitten lezen in de afsprakenlijst van het bestuurlijk overleg. Ik krijg de indruk dat de financiering niet helemaal rond is, maar dat we niet meteen afstand moeten nemen van het ontwikkelperspectief van de ontwerprijksstructuurvisie. Mocht het niet lukken om de totale bekostiging rond te krijgen, dan zou een gefaseerde, meer stapsgewijze aanpak uitkomst kunnen bieden bij realisering van het ontwikkelperspectief. Doelt de minister met een stapsgewijze aanpak op de uitvoering of op de fasering zelf? De provincies en de gemeenten willen allemaal graag vooruit. Daarover krijg ik graag duidelijkheid.

De voorzitter:


Dank u wel, mijnheer Smaling. U bent binnen de tijd gebleven.

Mevrouw Hachchi (D66):


Voorzitter. De komende weken staan in het teken van de klimaattop in Parijs. Klimaatverandering heeft natuurlijk ook invloed op water, het thema dat wij vandaag bespreken met de minister. De gevaren van overstromingen zijn voor veel mensen duidelijk, maar ook een tekort aan water heeft ernstige gevolgen voor Nederland. Zowel waterschaarste als wateroverlast heeft gevolgen voor waterkwaliteit. Daar kom ik straks op terug. Het is belangrijk dat waterkwaliteit in alle opzichten van levensbelang is, maar toch een ondergeschoven kind dreigt te worden.

Laat ik beginnen bij waterschaarste. In Nederland zijn de gevolgen hiervan al zichtbaar. Doordat er weinig regenval is, is het waterniveau in de Rijn erg laag. Dat is problematisch om meerdere redenen. Er is minder scheepvaart mogelijk. Als die schepen stilliggen is dat schadelijk voor de economie. Hoe minder er over het water wordt getransporteerd, hoe meer er over de weg gaat, met alle gevolgen van dien.

Dit jaar heeft het aantal dagen laag water ook een record bereikt, namelijk 134 dagen. Dan komt ook de drinkwaterwinning in gevaar doordat de concentraties verboden stoffen te hoog zijn. Dit is in het verleden meerdere keren gebeurd, bijvoorbeeld vorig jaar in Brabant. Door de verwachte toename van droge periodes zal dit alleen maar erger worden. Dit heeft ook consequenties voor landbouw en recreatie. Kortom, we moeten nu actie ondernemen om problemen in de toekomst te voorkomen.

Naast waterbesparing zijn aanvullende acties noodzakelijk, zoals afspraken met buurlanden over de hoeveelheid en de kwaliteit van het water dat wordt doorgesluisd naar Nederland. Mijn eerste vraag aan de minister is dan ook of zij met haar Rijncollega's om de tafel gaat zitten om dit te regelen. Daarnaast moet Nederland voor extra buffers zorgen, zodat er een voorraad is tijdens drogere periodes. Dit kan bijvoorbeeld door extra natuurgebieden te ontwikkelen die dienen als waterbuffer in droge tijden. Gaat de minister hiermee aan de slag?

Nu ik de natuur toch heb genoemd, bij het debat in juni is een motie van D66 aangenomen over het koppelen van natuurambities aan waterplannen. In de waterbeleidsbrief lees ik dat het Tweede Nationaal Waterplan (NWP2) de basis vormt voor de Nationale Omgevingsagenda. Wordt de koppeling met natuur hierin meegenomen? Hoe worden de kansen benut om natuur en recreatie te koppelen aan waterprojecten, de eerdergenoemde meekoppelkansen? Kan de minister ons hierover informeren, bijvoorbeeld bij de begroting?

Over het waterpeil in het IJsselmeer wordt al lange tijd gesproken. In 2008 was het plan om het peil met anderhalve meter te verhogen. Nu komt er een peil met bandbreedtes. Dit is in principe goed, maar er zijn nog wel gevaren voor natuur, milieu en recreatie. Het is onduidelijk of een milieueffectrapportage alle effecten voor de meren meeneemt. Worden al deze punten meegenomen in de milieueffectrapportage voor volgend jaar?

Afgelopen donderdag hebben wij een interessante en vooral enthousiaste presentatie gehad over het project Holwerd aan Zee. Ik neem aan dat andere collega's hier ook over spreken. Ik ben benieuwd hoe de minister tegen dit project aankijkt.

Mijn collega Lutz Jacobi — u bekend, voorzitter — zal het een en ander zeggen over de Marker Wadden. Daar sluit ik mij bij voorbaat bij aan. Daar heb ik het met haar over gehad.

Ik ga door naar de waterkwaliteit. Het werkprogramma Schoon Water moet er niet alleen voor zorgen dat er voldoende zoet water is, maar ook dat bestaande watervoorraden van voldoende kwaliteit zijn. Op dit moment geeft het programma weinig inzicht in het behalen van de doelen uit de Kaderrichtlijn Water. Het biedt te weinig handvaten om de voortgang op dit vlak te kunnen volgen. Hoe ziet de minister dit? Wil zij die voortgang beter inzichtelijk en controleerbaar maken? Ik heb daar ideeën over, maar daarop kom ik terug na de beantwoording van de minister.

Geneesmiddelen in drinkwater is een terugkerende zorg. Daar heb ik samen met collega Dik-Faber vaker aandacht voor gevraagd. Wij lezen de stukken die wij last minute op dit punt hebben gekregen. De vordering zijn mondjesmaat; ik weet niet hoe ik het anders moet formuleren. En dat terwijl de bedreiging van onze drinkwatervoorziening toeneemt. De maatregelen die ik lees, gaan over — in het Engels — joint factfinding, no-regretmaatregelen en natuurlijk over internationale samenwerking. Ik vraag deze minister: waar zijn de concrete acties? Ik lees ook dat de koepelorganisatie voor geneesmiddelen wil gaan onderzoeken of gegevens over de effecten van geneesmiddelen bijvoorbeeld online gepubliceerd kunnen worden. Ik vraag mij dan af of hier niet de slager op zijn eigen winkelraam de kwaliteit van zijn vlees aanprijst. Wie zorgt ervoor dat deze gegevens kloppen en volledig zijn? Straks hebben wij een website, en dan? Wie moet dit verder oppakken, en wie draagt de kosten? Ik wil vandaag een helder antwoord van deze minister.

Hier en daar haalde ik de waterveiligheid al aan. Deze is van groot belang. Bij nieuwe projecten wordt nu al door de oogharen naar de nieuwe normering gekeken. Dat vertelde ook de Deltacommissaris vorige week. Dat is verstandig, maar over de nieuwe normering hebben wij nog niet kunnen spreken, want er is nog geen wet. Ik vraag de minister of het feit dat de Waterwet er nog niet is, knelpunten of discussie oplevert bij de huidige projecten. Deze vraag heb ik ook aan de deltacommissaris gesteld.

Heeft de minister aandacht voor de zogeheten bresbestendige dijken? Dat zijn dijken waarin geen bres kan ontstaan; het zijn doorbraakvrije dijken.

Ik begrijp dat de minister nu al een antwoord heeft.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:


Ik hoop dat ze dat allemaal zijn. Ik zal er straks dieper op ingaan.

Mevrouw Hachchi (D66):


Graag.

De voorzitter:


Dank voor de interruptie, minister.

Mevrouw Hachchi (D66):


Het gaat niet van mijn spreektijd af, hoop ik.

Naast maatregelen voor de dijken, zijn andere maatregelen nodig. Wij kennen het recente voorbeeld uit Amsterdam, waar het VUmc dagenlang platlag na een gesprongen waterleiding. De elektriciteitsvoorziening in de kelder bleek niet helemaal op orde te zijn. Ik ga niet op deze casus in, maar het roept bij mij wel de vraag op welke acties deze minister onderneemt om ervoor te zorgen dat vitale infrastructuur in het geval van overstroming overeind blijft.

De voorzitter:
U hebt nog een kleine minuut.

Mevrouw Hachchi (D66):


Dan ga ik opschieten, voorzitter.

Nederland heeft de kans om zich te onderscheiden op het thema "water". Dat lukt ook, maar de concurrentie wordt natuurlijk steeds steviger. De vraag die rijst, is of wij gezien de concurrentie nog wel vooroplopen. Is de minister het met D66 eens dat de Nederlandse watersector alleen kan bestaan door voldoende te investeren in onderzoek en innovatie? Daar kan de minister hoop ik wel op reageren.

Wij weten dat Caribisch Nederland nogal wat waterproblemen kent, waaronder de verziltingsproblematiek. Ik zou de minister willen vragen of zij in het kader van innovaties bereid is bedrijven te stimuleren om de verziltingsproblematiek op te lossen. Zij kunnen daar dan ervaring mee opdoen.

Ik rond af met een punt over de begrotingsbehandeling. We hebben bij de begrotingsbehandeling vaker stilgestaan bij het heen en weer schuiven van budgetten tussen jaren en fondsen. Daardoor is het lastig om een overzicht te krijgen hoe het ermee staat. Denk bijvoorbeeld aan het spoor, waar tekorten ontstonden. Bij het Deltafonds gaat 5,8 miljoen naar de generieke digitale infrastructuur en 4 miljoen naar de stelselherziening Omgevingswet. Dan rijst bij mij de vraag: ten koste waarvan gaat dat dan en hoe kunnen we verschuivingen tussen jaren en fondsen beter inzichtelijke maken?

De voorzitter:
En nu echt uw laatste zin.

Mevrouw Hachchi (D66):


Mijn laatste zin is: is de minister ook bereid om het hoogwaterbeschermingsprogramma in een voortgangsrapportage te gieten? Ik zal omwille van de tijd hiermee mijn inbreng afronden.

De voorzitter:


Dank u zeer. De heer Bisschop van de SGP-fractie heeft vier minuten.

De heer Bisschop (SGP):


Voorzitter. Ik beperk me tot een viertal punten uit de veelheid die voorligt. Allereerst de verzilting van de zuidwestelijke delta. De SGP blijft zich zorgen maken over de verzilting van West-Nederland. De aanvoer van rivierwater in de zomer neemt af, terwijl er meer water nodig is voor droogtebestrijding. Daarnaast is er sprake van verdieping van de Nieuwe Waterweg, verzilting van het Volkerak-Zoommeer, extra zeesluizen in het Noordzeekanaal en het kierbesluit voor het Haringvliet. Zout water rukt op en legt een grote druk op de zoetwatervoorziening. Er is inmiddels een stresstest uitgevoerd. Ook het plan-Spaargaren is bekeken en ik krijg alles bij elkaar de indruk dat het probleem op papier zo klein mogelijk wordt gemaakt. Ik noem een paar punten die dat moeten onderbouwen, bijvoorbeeld de oprukkende zouttong op de Lek en de extra bovenstroomse onttrekking van water buiten beschouwing te laten of het leggen van de focus op de drinkwatervoorziening en minder op de landbouw, en bij het plan-Spaargaren niet verder te kijken dan de voordelen voor de Hollandse IJssel. Ik vraag de minister nadrukkelijk om bij de volgende bezoeken aandacht te besteden aan deze aspecten van het verziltingsprobleem en de reële taxatie van de reikwijdte daarvan.

Het tweede puntje betreft de planologische schaduwwerking van de deltaplannen. Wij zijn een warm voorstander van het Deltaprogramma en de deltaplannen, maar in de structuurvisie wordt voor verschillende gebieden aangegeven dat in de verre toekomst waterveiligheidsmaatregelen nodig zijn, bijvoorbeeld in de Structuurvisie WaalWeelde West, een pilot van het Deltaprogramma. In het plan worden allerlei potentiële maatregelen genoemd. Het plan heeft 2050 als horizon, met doorkijkjes naar 2100. Voor gebiedsbewoners levert dit nu al veel onzekerheid op. Maatregelen worden misschien pas over 30 jaar uitgevoerd, maar zorgen nu al voor een planologische schaduwwerking en lastiger verkoopbare woningen. Dat is een realiteit. Formeel is van planschade echter nog geen sprake. Ver vooruitkijken is een goed zaak, immers regeren is vooruitzien, maar ik vraag de minister wel om de problemen van de bewoners in dit gebied op dit moment al serieus te nemen. Mijn concrete vraag is: wil zij bezien of hier, bijvoorbeeld met behulp van de Omgevingswet, een mouw aan gepast kan worden?

Het derde thema betreft de waterkwaliteitsmeting. De SGP is ronduit kritisch over de manier waarop met waterkwaliteitsmetingen wordt omgesprongen. Waterschappen hanteren te vaak strengere normen dan volgens de Kaderrichtlijn Water nodig zijn. Klopt het bijvoorbeeld dat in België de lat veel lager ligt? Normoverschrijding wordt dan al snel toegeschreven aan de landbouw, terwijl ook sprake kan zijn van kwel, of van uitspoeling van in een ver verleden opgehoopte fosfaatverzadigde landbouwgronden. De strengste bemestingsnormen liggen vooral in het oosten van het land, terwijl hoge fosfaatgehaltes en normoverschrijdingen zich vooral voordoen in het westen van het land.

Waterschappen gebruiken verschillende meetmethoden voor fosfor en stikstof. De meest gebruikte methode komt structureel veel hoger uit dan andere, meer nauwkeurige methoden. Al met al hebben wij dus behoorlijk wat twijfels over de kwaliteit van de waterkwaliteitsmetingen. Ik hoor graag hoe de minister hier tegenaan kijkt en hoe zij gaat voorkomen dat er met twee maten wordt gemeten.

De voorzitter:
U hebt nog een heel klein minuutje.

De heer Bisschop (SGP):


Dat komt fantastisch uit, voorzitter, dank u zeer. Ik wil nog even kort stilstaan bij het arrest met betrekking tot de Kaderrichtlijn Water. De SGP houdt vraagtekens bij de wijze waarop de minister het recente arrest van het Europese Hof met de betrekking tot de Kaderrichtlijn Water duidt. Ik zou het graag geloven, maar de ervaringen bij bijvoorbeeld Natura 2000 maken ons kritisch. Het is opvallend dat het arrest expliciet de Nederlandse, vrijblijvendere interpretatie van de verplichting om achteruitgang van de waterkwaliteit te voorkomen verwerpt. Er zijn meer aspecten te noemen. Ik heb onvoldoende spreektijd om dat nu uit te discussiëren, maar ik vraag de minister wel om nog eens kritisch naar dat arrest te kijken. We moeten voorkomen dat het beleidselastiek zo ver wordt opgerekt dat het klapt in de gezichten van bedrijven en waterbeheerders.

De voorzitter:


Dank voor uw bijdrage. Er is een interruptie van de heer Geurts.

De heer Geurts (CDA):


Ik vind het laatste punt van het arrest heel interessant. Kan de heer Bisschop ons nog vertellen op welke punten hij doelde? Dat is namelijk heel interessant.

De voorzitter:


Dat geeft de heer Bisschop nog een mooie gelegenheid om uit te wijden.

De heer Bisschop (SGP):


Het gaat erom dat er een koppeling wordt gemaakt met concrete maatregelen die invloed hebben op de waterkwaliteit. Dat is de kern van het probleem. De vraag is of je kunt volstaan met een taxatie van de invloed van ontwikkelde waterplannen op de waterkwaliteit. Of moet je een koppeling maken met concrete maatregelen die van invloed kunnen zijn? De interpretatie van de minister is wat ruimhartiger, maar wij hebben sterk het idee dat het arrest nadrukkelijk inzet op een koppeling met concrete maatregelen en de gevolgen hiervan. Als dat waar is, moet je bij elke maatregel of elk plan een toets afnemen. Dat kan vergaande consequenties hebben voor die plannen. Een koppeling met een waterplan ligt op zichzelf voor de hand. Dan kun je een integrale afweging maken. Dat zou ons dierbaar zijn. Ik zie echter ook hoe Natura 2000 destijds geïnterpreteerd is en hoe dat harnas steeds vaster gesnoerd werd, om maar niet te spreken over een keurslijf. Eerlijk gezegd hebben wij er dan niet veel vertrouwen in dat hierbij veel ruimte geboden zal worden. Die zorg deel ik met de minister. Ik hoor graag haar reflectie daarop, ook om te voorkomen dat er straks een interpretatie wordt uitgedragen die niet houdbaar blijkt te zijn.

De voorzitter:


Ik zie dat de heer Geurts hiermee tevreden is gesteld. Het woord is aan mevrouw Dik-Faber. Zij heeft een spreektijd van vier minuten.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):


Voorzitter. Vorig jaar is met het uitkomen van de deltabeslissingen een nieuwe fase van het Deltaprogramma gestart. Nieuwe normen voor waterveiligheid worden nu ook in wetgeving verankerd. Dat gaat nog gebeuren. Hoe verhoudt dit zich tot de Omgevingswet?

In 2016 komt er een Nationale Adaptatie Strategie (NAS), die we meteen al in 2017 zullen evalueren. Ik verwijs graag naar mijn amendement, ingediend bij de begrotingsbehandeling van Infrastructuur en Milieu, waarin ik heb gevraagd om aan gemeenten 1 miljoen euro beschikbaar te stellen voor lokale klimaatadaptatieplannen om zo invulling te kunnen geven aan de Nationale Adaptatie Strategie. Dan zal die evaluatie namelijk ook goede resultaten laten zien.

Het kabinet heeft ondanks de motie nog geen besluit genomen over verlenging van het Deltafonds. Gaat de minister zich bij het ministerie van Financiën inzetten voor verlenging van het Deltafonds? Kan de minister vertellen waar de koppeling tussen waterveiligheid en waterkwaliteit succesvol is gebleken? Vorige week vertelde iemand die het kan weten dat er met de ruggen naar elkaar wordt vergaderd. Dat klinkt niet echt als synergie. Ik krijg hierop graag een reactie.

De biodiversiteit van de waternatuur is na 1990 verbeterd, maar stagneert de laatste tien jaren. Er zullen dus nog heel wat maatregelen genomen moeten worden om de waterkwaliteit nog verder te verbeteren. Het is goed om te zien dat vanuit de agrarische sector vier initiatieven worden uitgevoerd onder de paraplu van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW). Is de financiering van deze projecten goed geborgd? Ik krijg hierop graag een reactie van de minister. LTO geeft aan te zoeken naar collectieve oplossingen voor de zuiveringsplicht, maar zij heeft zorgen over de haalbaarheid en de betaalbaarheid voor de kleinere glastuinbouwbedrijven. Hoe schat de minister dat in?

Het werkprogramma Schoon Water is vooral gericht op meer samenwerking tussen alle partijen. Wat is de stok achter de deur als de KRW-doelen op deze manier, met die samenwerking, niet worden bereikt? Het programma moet snel concreet worden. Vewin heeft ruim 60 maatregelen voorgesteld. Neemt de minister deze mee?

Ik kom tot de gebiedsdossiers. Zij zijn dé plek om te komen tot maatregelen om aan de Kaderrichtlijn Water te voldoen. Uit een rapport van het RIVM blijkt dat de maatregelen onvoldoende zijn verankerd. Is de minister bereid om gebiedsdossiers wettelijk te verankeren in de AmvB bij de Omgevingswet en de financiering van maatregelen op te nemen in het Deltafonds?

Dan kom ik bij het onderwerp geneesmiddelen. In het werkprogramma is de aanpak van geneesmiddelenresiduen een belangrijk onderdeel. Ik heb daarover nog een aantal vragen. Komt er een fonds waaruit verder onderzoek wordt gefinancierd, zoals ook is bepleit in een aangenomen motie van de ChristenUnie en D66? Waarom komt er geen landelijke afspraak dat de inzameling in ieder geval bij alle apotheken vanaf 1 januari mogelijk is? Nu worden goede voorbeelden geïnventariseerd, maar wij willen gewoon de afspraak: vanaf 1 januari inzamelen. Hoe zit het met het normeren en meten van geneesmiddelenresiduen in het water? Ik heb daarover nog een aangehouden motie. Ik hoor graag wat de stand van zaken is. De ChristenUnie ziet een kans voor Nederland om tijdens het voorzitterschap de Europese strategie voor geneesmiddelen te bespoedigen. Pakt de minister deze handschoen ook op?

Ten behoeve van innovaties in de waterketen wil de minister experimenten stimuleren. Juist op dit punt heb ik een amendement ingediend, namelijk om in de Omgevingswet te verankeren dat waterschappen, met het oog op innovatie, meer kunnen doen dan alleen waterzuivering: niet als taak, maar wel als bevoegdheid. Ik roep de minister op om bij de verdere uitwerking van de Omgevingswet nog eens goed naar dit amendement te kijken.

De tijd gaat heel snel, dus ik noem kort een paar projecten die voor ons belangrijk zijn. Hoe gaat het met de deltadijken, in het bijzonder de dijk tussen Rhenen en Wageningen? Het punt van de Marker Wadden gaat de fractie van de Partij van de Arbeid inbrengen, maar ook voor onze fractie zijn die zeer belangrijk. Ik sluit me aan bij het plan-Spaargaren en de vragen die zijn gesteld door mijn collega van de SGP. Holwerd aan Zee heeft onze warme sympathie, evenals de Eems Dollard Regio. Ik heb nog een heel concrete vraag over Kornwerderzand. Ik begrijp dat de door de regio gewenste bredere sluis is uitgesteld. Kan de minister toelichten wat daarvan de reden is? We hopen dat dit project op de agenda van het Rijk blijft staan.

Daarmee zit ik precies op vier minuten.

De voorzitter:
Dat is echt precies. Alle complimenten voor uw timing en het feit dat u de inhoud daar goed op hebt afgestemd.

Voor de heer Houwers staan er twee minuten spreektijd.

De heer Houwers (Houwers):
Voorzitter. Dat weet ik. Ik zal het dus kort houden. Ik heb een vijftal punten. Allereerst de kosten van drinkwater. Drinkwaterbedrijven hebben een monopolie. Je moet de kosten dus in de hand houden. Vindt de minister het niet vreemd dat er zo weinig transparantie is? Zou het niet veel beter zijn als de drinkwaterbedrijven zich ook echt, nagenoeg helemaal, zouden beperken tot drinkwaterproductie en -levering? Andere activiteiten zijn wat mij betreft niet per se noodzakelijk.

Dan kom ik tot de waterkwaliteit en de Kaderrichtlijn Water. Anderen hebben daar ook iets over gezegd. Gaan we die doelen halen? Kan de minister nog eens nader toelichten welke maatregelen we nu precies nemen en wat de effecten daarvan zijn? Ik lees in de stukken dat het "aannemelijk is", en andere vage termen, dat het allemaal bijdraagt. Dat is mij echter wel een beetje te vaag om er miljoenen in te verspijkeren. Ik krijg daar graag iets meer duidelijkheid over.

Dan wat betreft het verbod op gewasbeschermingsmiddelen en allerlei andere activiteiten om te voorkomen dat er zaken in het water terechtkomen die er niet in thuishoren. Ik vind dat we daarmee heel voorzichtig moeten zijn. We moeten goed weten wat we doen en wat we niet doen. Ten eerste moet je goed weten dat de zaken die je verbiedt, ook werkelijk slecht zijn. Ten tweede zou je je ook goed moeten verdiepen in de effecten, want mensen willen toch onkruid bestrijden en een aantal andere zaken doen. Als je verkeerde middelen verbiedt: prima, maar kijk ook wat de gevolgen zijn, want die kunnen soms ook nadelig zijn.

Ik kom bij het onderwerp legionella. Ik zie dat er een initiatief is om de regelgeving daarvoor wat te beperken. Dat lijkt me op zich uitstekend, maar ik zou er wel voor willen waarschuwen …

De voorzitter:
Even een punt van orde. U was nog niet binnen toen is besloten om dit punt van de agenda te halen omdat alle stukken over legionella nog niet rond zijn.

De heer Houwers (Houwers):


Dat is mij ontgaan; dan ga ik me daarin beperken.

Ik houd nog een punt over. Dat punt betreft innovaties op het gebied van drinkwater. Er zijn inmiddels drinkwaterbedrijven die de leidingen monitoren. Op die manier kunnen zij snel en goed zien wat er in de drinkwaterlevering gebeurt. Die drinkwaterlevering moet constant zijn. We moeten daarom zorgen dat er voldoende zoet water en dus voldoende drinkwater is, ook in tijden van schaarste. Daarnaast is het goed om de kwaliteit te borgen. Is de minister voornemens om met de bedrijven te overleggen en de voorlopers na te volgen, zodat het wordt overgenomen als drinkwaterbedrijven de leidingen al monitoren?

De voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Houwers, u bleef precies binnen de tijd. Het woord is aan mevrouw Visser. Haar hadden we als woordvoerder van de grootste fractie hier vanmorgen vooraan verwacht, maar het is iets anders gelopen.

Mevrouw Visser (VVD):


Voorzitter. Ik was wat dingen kwijt, waaronder mijn telefoon, dus vandaar. Maar ik ben er en wil beginnen met dank te zeggen voor de routekaart waar ik vorige keer namens de VVD-fractie om heb gevraagd. Wel heb ik een klein kritiekpunt, namelijk de late toelevering van alle stukken. Ik denk dat ik daarbij namens mijn collega's spreek. Wij hebben de afgelopen weken een stortvloed van papier gekregen, waarmee we inmiddels een dijk kunnen bouwen. Juist omdat we met elkaar een goed debat willen voeren en we nadere vragen willen kunnen stellen, zou ik een en ander de volgende keer iets eerder willen hebben. Deze hartenkreet moest mij even van het hart.

We hebben in de afgelopen weken in verschillende media nadrukkelijk kunnen lezen over de voortgang van de topsector Water. Er waren enige kritiekpunten: verliest Nederland zijn toppositie in de wereld? De VVD-fractie wil daar een aantal vragen over stellen, want we kunnen met elkaar prachtige plannen maken, maar uiteindelijk gaat het gewoon om de uitvoering en zijn het onze baggeraars die in de wereld het geld verdienen en het verschil weten te maken.

De minister is bij de opening van het Suezkanaal geweest. Dat was een van de grootste baggerwerkzaamheden van de afgelopen jaren. Wij zijn er ontzettend trots op dat Nederlandse bedrijven daar een bijdrage aan hebben geleverd, maar het bizarre is dat zij dat in eerste instantie hebben geprobeerd in een Nederlands consortium, waarvoor zij een verzoek hebben ingediend bij Atradius voor een exportkredietverzekering. Die werd bijna geweigerd vanwege de mensenrechtensituatie in Egypte. Dat is natuurlijk heel gek. Vervolgens zijn zij in een Belgisch consortium gestapt en hebben ze de opdracht binnen gekregen, omdat de Belgische overheid wél bereid was om een exportkredietverzekering toe te staan.

We zeggen dat water een van de speerpunten is van ons ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Daar zetten we allerlei projecten voor op, die al dan niet herleidbaar zijn, waarbij ik ook kijk naar de heer Smaling. Dat doen we juist ook in het kader van ontwikkeling. We weten dat veel rampen in de wereld aan water gerelateerd zijn. Ook is water een primaire levensbehoefte. Als je ergens mee wilt beginnen, weten we dat je met water zelfstandigheid van de bevolking kunt creëren, beginnend bij vrouwen. Hoe kan het dat we aan de ene kant zeggen dat we dat allemaal doen in het kader van ontwikkelingssamenwerking, maar dat we vervolgens, als een van de grootste opdrachten beschikbaar komt, zeggen: de mensenrechtensituatie staat niet toe dat daar werk wordt geleverd?

Wij kunnen dit niet met elkaar rijmen en vragen de minister wat de afspraken zijn met EZ en Ontwikkelingssamenwerking om ervoor te zorgen dat de topsector Water het werk kan doen en het verschil kan maken door opdrachten uit te voeren. Daar zijn volgens ons echt nog meer mogelijkheden voor, die we proactiever kunnen uitdragen. Ik weet dat de minister veel handelsmissies doet, maar we willen graag dat daar opvolging aan gegeven wordt, zodat het werk daadwerkelijk gedaan kan worden.

Mevrouw Hachchi (D66):


Ik begrijp dat mevrouw Visser vragen aan de minister stelt over dit specifieke geval in Egypte en dat zij vraagt hoe het zit met de verschillende departementen in relatie tot mensenrechten, buitenlandse zaken, ontwikkelingssamenwerking, de topsector Water en de positie van deze minister in het kabinet. Die vragen kan ik volgen en het is prima dat dit wordt voorgelegd. Maar in de inbreng van mevrouw Visser mis ik enigszins haar blik op mensenrechten en de afweging die vaak wordt gemaakt wanneer Nederlandse bedrijven een project gegund krijgen of niet. Betekent dit dat de VVD vanaf nu echt alleen maar staat voor het bedrijfsleven en de economie, en dat zij de mensenrechten eigenlijk maar onzin vindt? Want ik mis het deel mensenrechten en het belang daarvan.

De voorzitter:


Mevrouw Visser voor een antwoord tijdens het WGO Water.

Mevrouw Visser (VVD):


Dit is een mooi frame van mevrouw Hachchi, want dat heeft de VVD niet gezegd. Wel vraag ik naar het volgende. Exportkredietverzekeringen zijn bedoeld om export naar het buitenland te bevorderen. Wij zeggen met elkaar dat de topsector Water een van onze belangrijkste sectoren is. Ik heb mevrouw Hachchi ook horen zeggen dat de kennis en knowhow van het Nederlandse bedrijfsleven ingezet kan worden om het verschil te maken en de mensenrechtensituatie te verbeteren in landen waar die niet goed is en waar armoede is. Dat is voor ons een van de speerpunten van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Hoe kan het dat we dit wel met de mond belijden maar er vervolgens in de uitvoering, als er concreet een exportkredietverzekering moet worden afgesloten, niet over de brug wordt gekomen? Dan zijn wij blijkbaar het enige land met een sideletter waarin staat dat er een andere afweging moet worden gemaakt. Ik kan die twee zaken niet rijmen omdat volgens de VVD-fractie juist de mensenrechtensituatie in Egypte er baat bij heeft als bijvoorbeeld het Suezkanaal wordt uitgebaggerd, waardoor mensen aan het werk kunnen gaan en in staat worden gesteld om hun eigen brood te verdienen. Wat ons betreft is dit een win-winsituatie.

Mevrouw Hachchi (D66):


Afgaande op de betreffende casuïstiek ben ik benieuwd naar de reactie van de minister, maar ik verwacht ook een heldere reactie van de VVD-fractie over mensenrechten. Vindt zij in de context van in dit geval de exportkredieten nog steeds dat wij oog moeten houden voor de mensenrechten? Als ik dat mag begrijpen uit de beantwoording door mevrouw Visser dan ben ik hiermee gerustgesteld.

Mevrouw Visser (VVD):


Het is een van onze vragen. Wat is nu de afweging bij exportkredietverzekeringen? Enerzijds gelden er bij ontwikkelingssamenwerking bepaalde beleidsdoelstellingen. Anderzijds wordt bij de topsector Water en bij de exportkredietverzekering blijkbaar een andere afweging gemaakt. Wij kunnen die drie zaken niet met elkaar rijmen. Wij zien juist geen tegenstelling in die drie. Dat is de reden waarom wij dit op deze manier agenderen.

Dit is het internationale deel. Maar de topsector Water kan ook nationaal heel veel dingen doen. In dat kader vragen wij aandacht voor een aantal grote projecten. Toevallig hebben mevrouw Hachchi en mijn collega de heer Veldman vragen gesteld over Nijmegen en het grote project Ruime voor de Rivier. Uit de beantwoording zien wij de inzet van de minister, maar dit is een van de grootste Ruimte voor de Rivierprojecten waarin voor het eerst met een bredere blik is gekeken, juist in het kader van het meekoppelen van kansen en van wat er mogelijk is. Wij doen een oproep aan Rijkswaterstaat om met een brede blik te kijken naar dit soort projecten en het verdienmodel en de bredere blik daarin mee te nemen. De minister zegt dat zij in gesprek gaat, maar wat ons betreft moet er een tandje bij om te bekijken wat eruit kan worden gehaald. Ook hier hebben wij opgeschreven dat wij zullen kijken naar de meekoppelkansen. Maar bij de praktische uitvoering in Nijmegen gaan er heel veel zaken moeizaam, waarbij de gemeente continu het voortouw moet nemen. Dat zou net andersom moeten zijn. Rijkswaterstaat zou, namens de minister, die ambitie ook moeten hebben. De gemeente zou daarbij moeten kunnen aanhaken. Wij zien eigenlijk een tegengestelde beweging. De gemeente zit te duwen en te trekken. Het schiet nog niet heel erg op.

Een ander project dat ik in dit kader noem is de Afsluitdijk. Het is het eerste Design, Build, Finance, Maintaincontract. Het komt niet meer terug naar de Kamer. Welke ecologische plussen zijn er in dit project ingebouwd? Wij weten dat de vispassage erin is genoemd. Zijn er nog andere zaken in het project ingebouwd of zijn er nog andere veranderingen in het project-Afsluitdijk die hebben geleid tot een scopewijziging wat betreft inhoud of financiën? Het is een heel groot project en wij vinden het jammer dat de Kamer daarin niet nog een keer inzage heeft. Ik begin erover omdat ik ook hier probeer een aantal zaken met elkaar te rijmen. Wij brengen enerzijds een vispassage aan in de Afsluitdijk voor ruim 80 miljoen. Het Marker Waddenproject van 30 miljoen wordt gestart. Anderzijds worden bij de IJsselmeervisserij alleen maar beperkingen en verboden opgelegd. Als je met elkaar probeert een aantal zaken, zoals een vispassage, te realiseren, kan ik dat niet rijmen met allerlei beperkingen voor visserij op het IJsselmeer. Wat is de integraliteit van de afweging? Als wij zoveel miljoenen besteden, ga ik ervan uit dat er vissen doorheen moeten komen en dat er ook visserij op het IJsselmeer mag worden bedreven. Wij zien daar alleen maar beperkingen. Hoe moeten wij dat zien en hoe zien wij het project Marker Wadden daarin? Daaraan worden ook door de rijksoverheid tientallen miljoenen besteed. Hoe vallen die zaken vanuit de verschillende departementen met elkaar te rijmen?

Wij hebben vorige week een gesprek gevoerd met de Deltacommissaris. Dat ging onder andere over de Markermeerdijken. Er is daarvoor meerdere malen aandacht gevraagd, ook door mevrouw Jacobi. Er is hierbij sprake van voortschrijdend inzicht. Er wordt gelukkig nader onderzoek gedaan. De vraag kwam ook naar voren of wij voldoende scherp hebben hoe de Deltabeslissingen en het Hoogwaterbeschermingsprogramma in elkaar haken en of alle berekeningen voldoende zijn doorgerekend. Ik noem het voorbeeld van de Markermeerdijken. Gelukkig wordt er nu nader onderzoek gedaan, maar dit onderwerp baart ons wel zorgen. Is het HWBP voldoende afgestemd op het nieuwe Deltaprogramma? De Markermeerdijken zijn wat ons betreft het voorbeeld waaruit blijkt dat dit niet het geval is. Heeft de minister die verkenning gedaan? Zo nee, is zij daar dan toe bereid, om na te gaan of er niet nog een aantal van dit soort projecten is?

Ik ga in op de waterkwaliteit. Een aantal collega's heeft daarover ook gesproken. We hebben nogal last van het "one out, all out"-principe. Dat blijft ons bezighouden. Wat is de stand van zaken op dit punt binnen de Europese Commissie? Volgend jaar begint weer een nieuwe ronde. Wat wordt de inzet van Nederland daarvoor? Een aantal collega's heeft de Kaderrichtlijn Water al genoemd. Wij hebben heel veel normen. Dat zijn er 34 voor nitraat en 42 voor fosfaat en dan heb ik de rest van de normen nog niet genoemd. Wij hebben geconstateerd dat 14 normen boven de wettelijke normen zijn opgesteld. Kan het niet eenvoudiger? We hebben voor dit soort stoffen al zo veel normen en daar komt het "one out, all out"-principe bij. Als we hieraan blijven vasthouden, gaan we het never nooit niet halen, al wordt het water wel steeds schoner, zoals de verschillende organisaties en de waterschappen constateren. Wat kunnen we daaraan doen? Kunnen we tot een andere beoordeling komen?

Hetzelfde geldt voor de mariene strategie. Daarin staat ook dat het voorstel is voorgelegd aan de Europese Commissie. Ook daarvoor geldt dat de Europese Commissie het niet goed kan beoordelen. Ik voorzie daarvoor dezelfde discussie als bij de Kaderrichtlijn Water. Nederland probeert weer het beste jongetje van de klas te zijn en neemt heel veel normen op. Als dan het "one out, all out"-principe gaat gelden, zullen we nooit ergens aan voldoen.

Mijn volgende onderwerp is de financiering. De heer Geurts sprak daar ook al over. Het is goed dat het onderzoek loopt, maar wij vragen hierin wel aandacht voor het internationale speelveld in het kader van het principe "de gebruiker betaalt". Dat geldt ook voor alle andere maatregelen die worden genomen. Ik noem bijvoorbeeld de zuiveringsinstallaties bij de glastuinbouw. Wordt dit soort principes betrokken bij de verdere verkenning? Wat gebeurt er op de andere departementen en welke andere voorwaarden gelden er? Wat betekent dit voor de internationale concurrentiepositie? Wat betekent dit voor alle zaken die worden neergelegd bij de gebruiker, die hiervoor moet betalen?

Voor het drinkwater wil ik mij aansluiten bij de vragen die door mijn collega's, zoals de heer Geurts, zijn gesteld. Hoe ziet de minister de beoordeling van de ACM in dezen?

Voor het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer schijnt het probleem gelegen te zijn in de provinciale uitvoeringsbesluiten, die op zich laten wachten. Is de minister daarmee bekend? Is zij bereid om hierover met haar provinciegenoten, de gedeputeerden, het gesprek aan te gaan om hier iets meer vaart achter te zetten?

In haar brief heeft de minister geschreven dat zij naar aanleiding van de vorige discussie over visserij en windmolens naar deze onderwerpen zal kijken. Zij zal hierop terugkomen in het beleidsplan Noordzee. Zij gaat echter niet in op de inhoud. Is de minister bereid om toch wat meer toe te staan, à la de Engelse visserij, dan zij initieel van plan was?

Ik ga in op de hoogwatergeul Varik-Heesselt. In de MIRT-verkenning wordt gemeld dat in het kader van de meekoppelkansen wordt gekeken naar het meebetalen van de meerkosten voor de rivierverruiming. Het gaat dan om bijna 100 miljoen. Er is 200 miljoen beschikbaar gesteld. Wij weten dat de hele discussie over Varik-Heesselt nog loopt — het is inmiddels het favoriete onderwerp geworden van collega Smaling — maar wat betekent dit voor de beschikbare ruimte bij andere grote projecten die nog van start moeten gaan in het kader van meekoppelkansen? Dit project haalt daar namelijk al een heel groot brok uit.

Wij zijn ook benieuwd naar de reactie van de minister op Holwerd aan Zee en naar haar antwoord op de vragen over de inzet van het plan-Spaargaren. Wij hebben in de brief gelezen dat de minister hierover verder zal praten om na te gaan wat dit betekent. Wij zijn echt benieuwd naar de uitkomst hiervan.

Er is nog een laatste vraag. Dan ben ik waarschijnlijk ook door mijn tijd heen. Die vraag heeft te maken met gewasbeschermingsmiddelen. Wij hebben daarover ook vragen gesteld. Er heeft vorige week een VSO over plaatsgevonden, we gaan morgen daarover stemmen en we vernemen nu vanuit de media dat Rijkswaterstaat als eerste een uitzondering hierop maakt. Deze constructie is wel heel bijzonder. Ik hoor daarop graag een reactie van de minister. Waarom mag Rijkswaterstaat hier een uitzondering op maken? Zijn er geen andere mogelijkheden voorhanden?

De voorzitter:


Dank u wel. U had nog enige minuten, maar dat is niet erg. Ik wil nu zelf het woord voeren en vraag de heer Geurts om het voorzitterschap over te nemen.
  1   2   3   4   5   6

  • Voorzitter: Jacobi Griffier: Jansma
  • Water Aan de orde is de behandeling van: de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 25 november 2015 inzake waterbeleid (31710, nr. 44);
  • Schultz van Haegen-Maas Geesteranus : Ik hoop dat ze dat allemaal zijn. Ik zal er straks dieper op ingaan. Mevrouw Hachchi

  • Dovnload 352.75 Kb.