Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Verwerkingsopdrachten Specifieke doelgroepen saw4

Dovnload 354.92 Kb.

Verwerkingsopdrachten Specifieke doelgroepen saw4



Pagina3/3
Datum05.12.2018
Grootte354.92 Kb.

Dovnload 354.92 Kb.
1   2   3

Begrijpen en toepassen

Opdracht 3
Lees de tekst in 7.2 en beantwoord de volgende vragen.
31 Vertel in je eigen woorden wat een persoonlijkheidsstoornis is.

32 Waarom richt hulpverlening zich met name op de symptomen en niet op de persoonlijkheidsstoornis?

33 Welke symptomen zie je bij persoonlijkheidsstoornissen?

34 Wie kan concluderen dat iemand een persoonlijkheidsstoornis heeft?




Opdracht 4
Lees de tekst over BPS in 7. 3. Beantwoord de volgende vragen.
35 Waar of niet waar? Licht je antwoord toe.

  • BPS komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen;

  • BPS is niet te genezen;

  • Depressie en middelenmisbruik komen vaak voor bij mensen met BPS;

  • Iemand met BPS is zwaar gestoord.

36 Lees de diagnostische criteria. Noem vijf kenmerken van iemand met BPS.

37 Welke factoren leiden mogelijk tot BPS?

38 Lees paragraaf 7.3.3 en 7.3.4. en het tintvlak over Adriana (paragraaf 7.3.1).

Welke afweermechanismen en uitingen van BPS herken je bij haar?

39 Lees ook het tintvlak over Joyce in paragraaf 7.2. Is Joyce iemand met een BPS? Licht je antwoord toe.

40 Omgaan met mensen met BPS is niet altijd makkelijk. Welke richtlijnen kun je hierbij in acht nemen?

41 Is het wel verstandig om iemand met BPS eigen verantwoordelijkheid te geven?

42 De Linehan-therapie is een behandelmethode voor mensen met BPS.



  • Voor wie is hij bedoeld?

  • Wat is het doel?

  • Welke houding van de therapeut is belangrijk bij deze therapie?

  • Uit welke modules bestaat de training?

Opdracht 5
Lees paragraaf 7.4, 7.5 en 7.7 over APS, PPS en afhankelijke PS.
43 Bij welke persoonlijkheidsstoornis horen de volgende uitspraken en kenmerken?


  • Ze hebben een lage zelfwaardering;

  • Is halsstarrig en rancuneus, niet snel in staat te vergeven;

  • Ze hebben weinig vertrouwen in een behandelaar;

  • Veel trainingen, onder andere assertiviteitstraining, worden met succes toegepast.

  • Kortdurende behandelingen hebben weinig effect;

  • Impulsiviteit en onvermogen om vooruit te kijken;

  • Sanctioneren van grensoverschrijdend gedrag helpt;

  • Verdedigen leidt tot toename wantrouwen;

  • Gedragstherapieën gericht op agressieregulatie en zelfbeheersing worden ingezet;

  • Stress-inoculatietraining en desensitisatie zijn trainingen die hier worden toegepast.

  • Is achterdochtig, zonder dat er een goede reden is, betreffende de trouw van partner en vrienden, collega’s;

  • Angst speelt hier een belangrijke rol;

  • Ze reageren vaak koel, afstandelijk, praten moeilijk over emoties;

  • Kortdurende behandelingen hebben weinig effect;

  • De cliënt moet eerst inzien dat hij aan deze stoornis lijdt om nut van therapie te hebben.

  • Heeft een sterke behoefte verzorgd en beschermd te worden;

  • Durft zijn mening niet goed te uiten uit angst steun of goedkeuring te verliezen;

  • Zich niet conformeren aan de maatschappelijke norm, dat je je aan de wet moet houden;

  • Kan moeilijk alledaagse beslissingen nemen zonder overdreven veel advies van anderen;

  • De belangrijkste kenmerken van deze stoornis nemen af naarmate iemand ouder wordt;

  • Zelfvertrouwen opbouwen en complimenteren helpen deze cliënt;

  • Ontbreken van geweten en gebrek aan respect voor anderen;

  • Vermoedt zonder gegronde redenen, dat anderen hem/haar uitbuiten of bedriegen.



Onderzoeken en oefenen
Opdracht 6
Lees paragraaf 7.6 en beantwoord in een subgroep de vragen over de volgende casus.
Casus: intake Emma
Emma was als kind al heel oplettend voor met name plakkerige middelen, het opruimen en controleren van haar kamer. Tijdens de puberteitsjaren waren de klachten milder en minder opvallend. Er was destijds weliswaar sprake van controleren (vooral haar kleding, elke dag 2 tot 3 maal schoon ondergoed), maar het verstoorde haar dagelijks functioneren nauwelijks. Bovendien stimuleerde haar moeder dit gedrag omdat ook zij een 'puntje precies' iemand was. Tussen Emma’ s ouders waren hierover vaak felle discussies aangezien haar vader een 'rommelig' iemand was. Emma vertelde dat dit waarschijnlijk ook de reden was waarom haar vader weinig thuis was en moeder met al het werk liet zitten.
Klachtenpatroon bij intake: Emma is vies voor alles wat van buiten komt. Ze is bang dat allerlei bacteriën ziekten kunnen veroorzaken, dat ze zelf besmet zal worden en het aan anderen(haar kinderen) overdraagt. Vanuit deze angst heeft Emma in de loop der jaren een arsenaal aan rituelen opgebouwd die op 'voorkomen' gericht zijn, zoals: voortdurend poetsen, kleding dagelijks wassen, handen wassen. Alle handelingen zijn repetitief, alles wordt doorlopend gecontroleerd. De rituelen (zowel het schoonmaken als controleren) vormen een volledige dagtaak. Zowel haar echtgenoot als de kinderen worden in haar dwang betrokken. Ze moeten zelfs bepaalde rituelen opvolgen. Kinderen mogen bepaalde ruimten in huis niet betreden, moeten op haar verzoek veelvuldig hun handen wassen en dagelijks hun kleding verschonen. De druk op het gezin wordt hoog en leidt tot conflicten en relatieproblemen.

Vragen:

44 Pas de diagnostische criteria van OCD toe op Emma. Welke kenmerken van OCD heeft zij?

45 Hoe adviseer je iemand om te gaan met Emma?

46 Op wat voor manier kan Emma geholpen worden met haar probleem en er vanaf komen?

47 Kijk op internet of je nog meer te weten kunt komen over richtlijnen om om te gaan met mensen met OCD en of er nog andere behandelmethoden zijn?

48 Bespreek jullie bevindingen plenair met de andere subgroepjes.





Verwerkingsopdrachten thema 7 Specifieke doelgroepen; saw 4 pagina
© Uitgeverij Angerenstein BV Velp
1   2   3


Dovnload 354.92 Kb.