Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Vijf functies hebben: Kredietbemiddelaar

Dovnload 34.59 Kb.

Vijf functies hebben: Kredietbemiddelaar



Datum29.06.2018
Grootte34.59 Kb.

Dovnload 34.59 Kb.

Bank- en financiewezen Hoofdstuk 4: Belgische financiële instellingen en hun functies

1. KREDIETINSTELLINGEN

Kredietinstellingen kunnen vijf functies hebben:



1. Kredietbemiddelaar
- Vaak kernactiviteit v/d instellingen
- Verzamelen van fondsen van spaarders
- Fondsen omzetten in diverse kredietvormen (voor ontleners)
Kredietinstelling treedt op als bemiddelaar of intermediair tussen spaarders en ontleners

2. Geldschepper
- Van elke ontvangen deposito leent men deel uit aan derden
(proces van geldcreatie - zie Globale Economie)

3. Kassier
- Nemen deel v/d betalingsverrichtingen van hun cliënteel over

4. Kapitaalbeheerder
- Vermogensbeheer van welgestelde klanten (private banking)
- Advisering over aandelen en obligaties
- ...
--> niet-rente inkomsten voor banken

5. Dienstverlener
- Adviezen op juridisch of fiscaal valk (leningen)
- Publiceren informatie
- Verhuren brandkasten
- ...
--> niet-rente inkomsten voor banken

TECHNOLOGISCHE VOORUITGANG



Bedrijven kunnen sinds 1996 gebruik maken van ISABEL (Interbank Standards Association Belgium)
--> beheren van rekeningen bij dertigtal aangesloten banken
Vroeger had elke bank eigen systeem en veiligheid (te moeilijk)
ISABEL heeft ook een systeem voor veilig confidentiële berichten uitwisselen

Particulieren kunnen vooral werken via bankautomaten, betaalterminals (debetkaarten) en kredietkaarten, home banking (huisbankieren), ...

Telefoon- of computerbankieren deed opmars


(soms speciaal programma v/d bank nodig)

Nu ook internetbankieren


--> geen programma meer op de computer, wel online werking

Automatisering van interbancaire communicatie
--> uniek model van elektronische geldoverdrachten werd uitgebouwd

Oprichting van UCV:


--> Uitwisselingscentrum voor te verrekenen verrichtingen van het Belgisch financieel systeem

Men ging betalingen per cheques, overschrijvingen en bankkaarten zoveel mogelijk digitaal maken


!! 99% v/d binnenlandse transacties gebeurd via UCV

Interbancaire betalingen vanaf 500.000 euro worden gedaan via ELLIPS


--> Electronic Large-Value Interbank Payment System (grote broer UCV)

OPDELING KREDIETINSTELLINGEN VROEGER

Vroeger werden kredietinstellingen in drie categorieën opgedeeld:

1. Banken
- Oudste en grootste categorie
- KT-depositowerving
- Kredieten aan handels- en bedrijfsleven

2. Spaarbanken
- Kleine spaarwezen
- Hypothecaire kredieten
- Staatsfondsen

3. Openbare kredietinstellingen
- Overheidsbanken met bijkomende opdrachten

De drie types hadden verschillende activiteiten en dus ook regels


--> grenzen werden vager
Er vond despecialisatie of branchevervaging plaats
--> opheffingen rond diverse bepalingen
Openbare kredietinstellingen werden ook privé banken verkocht

Bankwet van 1993 legde één statuut op voor alle verschillende soorten kredietinstellingen
--> allemaal onderworpen aan dezelfde juridische bepalingen en aan de controle v/d NBB

! Niet alle verschillen zijn verdwenen
--> strategische overwegingen en historische achtergrond zorgen nog steeds voor specialisaties

2. INSTITUTIONELE BELEGGERS

Institutionele beleggers: hun doen is het kapitaal, ter beschikking gesteld door vele kleine beleggers, op LT te beleggen in de financiële markt

Er zijn vier belangrijke groepen: - Verzekeringsinstelingen


- Instellingen voor belegging van aanvullende pensioenen
- Instellingen voor Collectieve Beleggingen (ICB)
- Instellingen voor Belegging in Schuldvorderingen (IBS)

2.1 Verzekeringsmaatschappijen

Ondernemingen zijn hier slechts relevant als ze opereren op financiële markt


(door belegging van hun technische reserves)

De beleggingen zijn voornamelijk op lange termijn


Schade- en aansprakelijkheidsverzekeringen leggen minder reserves aan dan levensverzekeringen

! Verzekeringsinstellingen bieden hun cliënteel steeds meer spaarmogelijkheden op LT

Voorbeeld:
Koppeling tussen levensverzekeringen en gemeenschappelijke beleggingsfondsen
--> TAK-23 - producten

Ook verzekeringsbankieren (bancassurance) kent een serieus groei


--> kredietinstellingen verkopen steeds meer verzekeringsproducten

2.1.1 Specifieke kenmerken balans verzekeringsinstellingen

Er is een extra post op de passiefzijde namelijk TECHNISCHE RESERVE


--> bedrag dat de verzekeringinstelling jaarlijks bij wet verplicht moet reserveren om aan haar verplichtingen inzake de uitbetaling van schadeclaims te kunnen voldoen

! Technische reserve moet op elk moment gedekt zijn door activa die als waarborg kunnen dienen
--> deze activa zijn dekkingswaarden (aandelen, obligaties, herverzekeraar, ...)
Dekkingswaarden moet voldoen aan volgende kenmerken: Veilig
Rendabel
Liquide

2.1.2 Specifieke kenmerken resultatenrekening verzekeringsinstellingen

Resultaatcomponenten van een verzekeringsinstelling:

+ Technisch resultaat

+ Herverzekeringsresultaat

+ Financieel resultaat

- Algemene beheerkosten




- Personeelskosten




- Afschrijvingen




- Overige exploitatiekosten

- Waardeverminderingen en provisies

= WINST UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING (VOOR BELASTINGEN) =

+ Uitzonderlijk resultaat

- Belastingen

= NETTOWINST =

Op de volgende pagina overlopen we de verschillende zaken



Technisch resultaat

Resultaat uit traditionele verzekeringsactiviteiten
- Verkopen verzekeringscontacten
- Uitkeren schadeclaims
Ontvangen premies - contract voorziene schadeuitkeringen - reserveringen uitkeringen (toekomst)

Herverzekeringsresultaat

Commissieloon ontvangen van herverzekeraar
- deel premie-inkomens die men moet afstaan aan herverzekeraar
(dit in ruil voor overdragen van aantal verzekeringsrisico’s)

Financieel resultaat

Opbrengst voortvloeiend uit de belegging v/d van klanten ontvangen verzekeringspremies
! Meestal worden deze geïnvesteerd in financiële activa met LT (zoals obligaties)

Algemene beheerskosten

Enerzijds zelfde posten als bij bank: afschrijvingen gebouwen, energiekosten, ...


Anderzijds specifieke zaken voor verzekeringssector: commissielonen voor opbrengen polissen

Voor de andere zaken zie HD1

2.1.3 Specifieke kenmerken solvabiliteitsregulering verzekeringsinstellingen

NNB reguleert solvabiliteit van verzekeringsinstellingen


--> instelling moeten een voldoende hoge solvabiliteitsmarge hebbe,

Solvabiliteitsmarge: vermogen v/d verzekeringsinstelling dat NIET dient ter dekking v/e voorzienbare verplichting (zoals een schade-uitkering). Ook immateriële activa dat niet verkocht kan worden (zoals know-how) worden NIET meegeteld bij de berekening v/d marge

Berekening: buiten bestek v/d cursus

Wanneer een solvabiliteitsmarge te laag is


--> NNB zal herstelplan vragen aan instelling
- Vermindering van kosten
- Verhoging van tarieven
- Verkoop van gehele of gedeeltelijke beleggingsportfeuille

Er is ook Europese regelgeving: Solvency II



2.2 Pensioenwezen

Er zijn drie grote pijlers binnen het pensioenwezen



1) WETTELIJK PENSIOENSTELSEL

Taak van de sociale zekerheid


--> doet geen investeringen in LT financiële activa
--> is geen institutionele belegger

2) COLLECTIEVE AANVULLENDE PENSIOENVORMING

Aanwezig bij toenemend aantal grote ondernemingen


--> doen aan collectieve aanvullende (of extralegale) pensioenvorming

Er zijn twee vormen:


- Groepsverzekering
- Pensioenfonds


Groepsverzekering: werkgever en werknemer betalen elk een deel v/d verzekeringspremie aan de verzekerinstellingen

Premie wordt op LT belegd


--> kapitaal wordt opgebouwd

Pensioensfonds: werkgever en werknemer storten bijdragen in het fonds en het fonds (beheer door specialisten) doet hiermee beleggingen in LT. Het fond is een v/d onderneming onafhankelijke VZW

Werknemer heeft pensionering recht op een deel v/h uitgebouwde kapitaal



! Verzekeringsinstellingen (bij groepsverzekeringen) en pensioenfonds
--> institutionele beleggers (spaarport gevormd door bijdragen individuele beleggers op LT)

3) PENSIOENSPAREN

Belgische overheid geeft fiscale stimulans aan particulieren die zelf pensioenreserve aanleggen


--> gaat via levensverzekeringspolis of bancair pensioenspaarfonds

! Men mag een deel v/h spaarbedrag in mindering brengen v/h belastbaar personeninkomen
--> rendement stijgt

2.3 Instellingen voor collectieve belegging (ICB)

2.3.1 Definitie

Collectieve effectenportefeuille: instelling voor collectieve belegging verzameld door een organisme dat zich in de plaats stelt van een aantal private beleggers

Het is een grote verzamelpot waar groot aantal personen deel spaargeld storten


--> wordt gemeenschappelijk belegd in deposito’s, aandelen, obligaties, ...

In ruil voor deelname aan ICB krijgen beleggers deelbewijzen



Voorbeeld:
Wanneer men 1% v/h kapitaal van ICB inbracht, zal men 1% v/d deelbewijzen in handen krijgen

Er is meestal een beheersmaatschappij, onder toezicht van één of meerdere financiële instellingen maar juridisch volledig onafhankelijk ervan, belast met het samenstellen en beheren v/d collectieve portefeuille



2.3.2 Voordelen

Beleggen in een ICB heeft voordelen:


- ICB wordt beheerd door specialisten die op de hoogte zijn v/d financiële markt
- Er is een groot bedrag dus meer risicospreiding is mogelijk
- Men kan duurdere effecten aankopen
- Men kan sneller inspelen op gewijzigde marktsituatie (continue opvolging specialisten)

2.3.3 Soorten ICB’s

ICB’s worden opgedeeld in gesloten en open beleggingsfondsen



Gesloten beleggingsfonds: aantal deelbewijzen ligt vast
--> wie een deelbewijs wil kopen, moet een bezitter als verkopende partij vinden
--> wie een deelbewijs wil verkopen, moet een kopen vinden
! Geld rechtstreeks uit fonds terugvorderen is niet mogelijk
Voorbeeld: BEVAK (Beleggingsvennootschap met vast kapitaal)

Open beleggingsfonds: men kan in- en uitstappen mits betaling v/e in- of uitstapkost
--> aantal deelbewijzen v/h fonds schommelt naar gelang toe- en uittreding van beleggers
Bij het uitreden kan men zijn inbreng terug opvragen
Het fonds liquideert een gedeelte v/d collectieve beleggingsportefeuille
--> belegger wordt cash terugbetaald
Voorbeeld: BEVEK (Beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal)

BEVEK en BEVAK genieten van fiscale voordelen


--> grote populariteit bij beleggers

Er zijn vele varianten zoals:


- Fixfondsen: vaste vervaldag en minimaal rendement
- Dakfonds (fund of funds): ICB die belegt in meerdere ICB’s
--> extra risicospreiding
- Klikfondsen: vooraf bepaalde indexstijging (voorbeeld BEL20) wordt vastgeklikt
--> negatieve marktevoluties hebben geen invloed op de terugbetalingsprijs

Succes v/d instrumenten ligt in het risico- en rendementprofiel


(meer aantrek dan kasbons en obligaties)

Er is vaak ook een vrijstelling aan roerende voorheffing



2.4 Instellingen voor belegging in schuldvorderingen (IBS)

Doel: beleggen in kredieten die aan hen werden overgedragen door financiële instellingen
--> IBS gaat gedeelte v/d schuldvorderingen omzetten in effecten (effectisering)
--> worden aangeboden aan publiek

Het is een doorschakelinstrument


--> zorgt voor kredieten die oorspronkelijk in handen waren van financiële instellingen
(komen terecht bij beleggers als nieuwe effecten)

3. INSTELLINGEN DIE RISICOKAPITAAL VERSCHAFFEN

3.1 Zakenbanken of investeringsbanken

Impact op deze banken was groot tijdens crisis


--> failliet, overgenomen of omgezet naar commerciële banken

Ze leggen zich toe op beleggingen in risicodragend kapitaal


--> financiële middelen aandelen om deze te verkopen met meerwaarde
--> ze controleert geen ondernemingen, streeft enkel inspraak na in ondernemingen met aandelen

Voorbeelden: Lehman Brothers, Bear Stearns, Merril Lynch, Investco (KBC dochter)

Andere doen aan het verschaffen van venture capital of risicokapitaal


--> jonge ondernemingen vinden niet snel de financiële middelen
Via investeringsbanken wel van ontwerpfase tot marktrealisatie

België heeft het GIMV: Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen


--> dit is wel een overheidsinstelling en geen zakenbank

Zakenbanken kunnen optreden als raadgever rond fusies, overnames, herstructureringen, ...


--> België heeft er geen die uitsluitend advies aanbieden
(Devisie zit bij gespecialiseerde departementen en consulting firma’s)

Zakenbanken handelen in effecten


--> ook deze behoort meestal tot de taak van gespecialiseerde departementen of dochterond.

3.2 Holdings

Holdings of portefeuillemaatschappijen streven controle na v/d ondernemingen waar men aandelen bezit (effectieve controle vereist geen meerderheidsaandeel)

Bij beursgenoteerde bedrijven speelt het publiek meestal een passieve rol door de spreiding
Men kan controlepositie via: - Piramidale (verticale) participaties
- Kruiselingse (horizontale) participaties

Voorbeeld: Ackermans & Van Haaren

4. BELEGGINGSONDERNEMINGEN

Instellingen die beroepsmatig beleggingsdiensten verstrekken aan derden

Er is een juridische opdeling in vier categorieën


--> verschillen volgens verrichtingen en de matiging hiertoe

We bespreken enkel de beursvennootschappen



Beursvennootschappen: beleggingsondernemingen die alle vormen van beleggingsdiensten en nevendiensten mogen uitvoeren

Voorbeelden Beleggingsdiensten: - Uitvoeren beursorders voor rekening van derden
- Samenbrengen van tegenpartijen voor fin. transactie (fusie) - Uitvoeren financiële transacties voor eigen rekeningen

Voorbeelden Nevendiensten: - Verhuur van kluizen
- Verstrekken adviezen inzake kapitaalstructuur
- Verstrekken adviezen inzake beleggingen

5.1 SITUATIE IN DE PRAKTIJK

5.1 Inleiding

We merkten vier grote groepen van financiële instellingen (Juridisch):


- Kredietinstellingen
- Institutionele beleggers
- Verschaffers risicokapitaal
- Beleggingsondernemingen

Alle vier onderworpen aan verschillende wettelijke bepalingen omtrent eigen vermogen, activiteit, ...

In de praktijk is er minder scheiding dan op theoretisch vlak

De grote spelers zijn via uitgebreid netwerk dochterondernemingen actief op meerdere domeinen

Er zijn ook kleinere spelers die zich toespitsen op een niche
--> hier is ook een verklaring voor

5.2 Economies of scale binnen de financiële sector

5.2.1 Algemene definitie

Economies of scale of toenemende schaalvoordelen
--> ontstaan wanneer door inzet van extra productiefactoren (arbeid, kapitaal, grondstof) de gemiddelde kost per productie-eenheid afneemt

Geldt ook binnen financiële sector


Kost per productie-eenheid is de kost v/d verschillende diensten die de fin. instelling verleent

Er zijn verschillende ‘soorten’ toenemende schaalvoordelen



5.2.2 Illustraties

A) Fysische schaalvoordelen

Toename v/d bankgrootte leidt vaak tot een minder proportionele toename v/d vaste kosten
--> gemiddelde kost voor het verlenen van financiële diensten daalt

ZIE VOORBEELD PAGINA 346

B) Financiële schaalvoordelen

Toename v/d bankgrootte leidt vaak tot een minder proportionele toename v/h insolvabiliteitsrisico
--> meer spreiding van kredieten onder klanten mogelijk
--> minder kans op faillissement door grote kredietverliezen
--> meer mogelijkheden tot compensatie van verliezen via gezonde kredietnemers

Dit is de reden dat de gearing ratio minder dan proportioneel toeneemt


--> grote banken moeten een minder groot bedrag aan eigen vermogen aanhouden

Men krijgt een hoger rendement op eigen vermogen (ROE)



ZIE VOORBEELD PAGINA 347

5.2.3 Grenzen

Indien een onderneming te groot wordt, is er kans op diseconomies of scale (afn. schaalvoordelen)


--> deze ontstaan door organisatorische moeilijkheden

Voorbeelden: - Moeilijkheden bij integratie twee verschillende bedrijfsculturen bij fusie
- Toename in bureaucratie bij uitbreiding
- Moeilijkheden rond afstemming van verschillende computersystemen

Minimum efficient scale: bedrijfsgrootte zonder bijkomende schaalvoordelen
--> dit is de optimale omvang

5.3 Economies of scope binnen de financiële sector

5.3.1 Algemene definitie

Economies of scope of voordelen van diversificatie
--> kostenvoordelen ontstaan door het simultaan produceren of verdelen van meerdere producten of diensten

5.3.2 Illustratie

Ontstaan van geïntegreerde financiële groepen (financiële conglomeraten) die zowel bank- als verzekeringsproducten verkopen, kan verklaard worden voor het bestaan van economies of scope bij de verdeling v/d financiële producten



Reden: - Zelfde research afdeling kan verschillende financiële producten ontwerpen
- Databanken met klantengegevens kunnen door verschillende diensten gebruikt worden
- Bestaand kantorennet kan verschillende financiële producten distribueren

5.3.3 Grenzen

Bij teveel of niet-geschikte activiteiten die worden gecombineerd binnen één fin. instelling


--> diseconomies of scope (nadelen van diversificatie) ontstaan

ZIE VOORBEELD PAGINA 348 - 349

Naast de nadelen van diversificatie zijn er ook wettelijke begrenzingen aan de door financiële instelling te realiseren diversificatievoordelen

Zo is het verboden consumenten te verplichten bij aankoop één product een additioneel ander product te kopen (woonkrediet + brandverzekering in één pakket)

Dit kan o.a. verklaren waarom men zich beperkt tot één financiële dienst als nichespeler



ZIE OEFENINGEN PAGINA 349



Jeroen De Koninck – HIRB – 2012-2013





Dovnload 34.59 Kb.