Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Vlaamse sporen in Venetië

Dovnload 17.41 Kb.

Vlaamse sporen in Venetië



Datum30.10.2018
Grootte17.41 Kb.

Dovnload 17.41 Kb.

“Vlaamse sporen in Venetië” Eric Brusten - Travel Express Benelux, 26ste jaargang - januari 2005, nummer 218
De Dogenstad werkt nog steeds als een magneet op toeristen. Maar naast San Marco en Canal Grande valt zoveel meer te ontdekken in Venetië – zoals een aantal verrassende Vlaamse sporen.

De waterbus klieft door de uitdeinende golfslag richting stad. Via Murano, San Michele en Giudecca bereiken we uiteindelijk hét standaardpanorama van de stad aan het water: de campanile op het San Marcoplein, het Dogenpaleis en de bolle koepel van de Santa Maria della Salute-kerk.

Her verhaal van deze kerk gaat terug tot 1631. De lokale machthebbers hadden immers, toen de stad eens te meer een pestepidemie te verwerken kreeg, beloofd een nieuwe kerk te bouwen als de republiek verlost werd van die plaag. Toen dat ook gebeurde werd begonnen met de constructie, volgens een ontwerp van architect Baldassare Longhena. Die naam is niet zonder belang voor de rode draad die we kriskras door Venetië zullen spinnen. Longhena blijkt nauw te hebben samengewerkt met een Vlaamse beeldhouwer, Josse De Corte (1627-1679). Deze uit Ieper afkomstige kunstenaar wordt beschouwd als één van de belangrijkste beeldhouwers in het Venetië van de tweede helft van de 17e eeuw. Zijn beelden (met invloeden van Bernini en Vlaamse barokke meesters) en het feit dat De Corte een eigen school in Venetië had, hebben heel wat kunstenaars geïnspireerd en beïnvloed. Dat onze landgenoot het hoofdaltaar voor de Salutekerk mocht maken, bewijst hoe hoog collega’s zijn vakmanschap inschatten. De knielende vrouw beeldt Venetië uit die Maria en het Kind om hulp smeekt tegen de pest. Wij zijn gelanceerd: De Corte blijkt op uiteenlopende plekken in de lagune sporen nagelaten te hebben.

Reisagente

Via de steegjes achter de Salutekerk belanden we op de Fondamenta Zattere. Deze promenade is nu een aangename wandelweg met leuke terrasjes. We laten het ons geen twee keer zeggen, alvorens de vaporetto ons overzet naar Giudecca.

Het verhaal van de kapucijnerkerk Redentore loopt parallel aan dat van de Salute. Het sobere gebouw is een blijk van dank voor het overwinnen van de pestplaag van 1576. Als we informeren naar Giusto Lecourt (nvdr: zijn ver-italiaanste naam) is de monnik verwonderd over onze interesse. “Voor onze kerk heeft hij twee grote beelden in de nissen van de voorgevel gemaakt, van de apostel Marcus en Sint-Franciscus.”

Hier blijkt het alsof we maar een kerk hoeven binnen te lopen om deze verloren Vlaamse zoon te ontmoeten. Monique Decoster, een Vlaamse reisagente die al 17 jaar in Venetië woont en werkt, is meteen mee als we over onze ontdekking vertellen. “De Corte, natuurlijk. Maar er zijn nog Vlaamse sporen; de Vlaamse wandtapijten in het Palazzo Ducale, of de Vlaamse meesters zoals Van Dijck en andere in enkele musea hier. Of de polyfone muziek die door Orlandus Lassus en Adriaan Willaert naar Venetië is gebracht en nadien door Monteverdi verder is ontwikkeld. Er is zelfs een Calle della poste dei Fiandre, verwijzend naar de handel tussen onze contreien en Venetië. Het is trouwens opvallend hoe de geschiedenis van Brugge parallel loopt met deze van Venetië. Alleen hadden ze hier snel door dat, wilde men niet in hetzelfde schuitje als Brugge belanden, de lagune koste wat kost moest worden opengehouden. En dat hebben ze met succes gedaan.”

De instroom van dat zilte zeewater zorgt in het najaar geregeld voor ongemak. Uit de duikers op het San Marcoplein borrelt het water op, de palazzi langs het Canal Grande krijgen water binnen, her en der moeten toeristen rechtsomkeer maken voor het wassende water. Op de speciale loopbruggetjes is het dan filelopen. Monique Decoster is minder enthousiast: “Voor toeristen is het misschien grappig, voor ons is dit echt vervelend. Net zoals je wel eens minder vriendelijk wordt als je nog eens onvoorbereide toeristen de weg moet wijzen. We krijgen soms tot 100 000 dagtoeristen over de vloer terwijl Venetië maar 60 000 inwoners meer telt. Steeds meer mensen trekken noodgedwongen weg, handelszaken en scholen verdwijnen. Misschien moeten we daar met veneziaviva.be vooral op werken: de leefbaarheid van de stad is zeker zo belangrijk als het restaureren van het kunstpatrimonium.”

Dorsoduro en ghetto

Toch blijft net dat kunstaanbod een enorme aantrekkingspool. Wij laten ons meedrijven op de stroom. Als de vaporetto aanmeert aan San Toma duiken we opnieuw de Dorsoduro wijk in, richting basiliek van Santa Maria Gloriosa dei Frari. Liefhebbers van funeraire kunst weten dat hier twee illustere namen rusten, de schilder Titiaan en componist Monteverdi. Toch worden we ook hier verrast: de barokke altaren aan de ingang te ere van Sint-Antonius en van het Heilig Kruis brengen ons weer op het spoor van Longhena en jawel, Josse De Corte. Via de Scuola di San Rocca belanden we aan de kerk San Nicola di Tolentino, één van Venetië’s patroonheiligen. Het neoclassicistische voorportaal verbergt een verrassend speels barok interieur. Ook hier pikken we onze rode draad op: de engelen op het hoofdaltaar worden toegeschreven aan de Ieperling. Waar we tot nog toe de toeristenstromen ontweken hebben, is er nu geen ontkomen aan. We staan op een wip aan het Canal Grande en het treinstation. We duiken de Rio Tera in, het kanaal van Cannaregio over en slaan dan linksaf. De drukte valt zo van ons af: dit is nog één van die plekken waar je het levende Venetië kan ervaren. Een gelijkaardig gevoel hebben we op de Fondamenta della Misericordia – een perfect alibi voor een koffiestop of het lokale aperitief Bellini.


De vuilnisboot vaart voorbij, aan de overzijde verpulveren arbeiders bouwafval in het scheepsruim, ginds komt nog een ander vaartuig aan: letterlijk alles moet over het water worden aan- en afgevoerd, hetgeen deels de hoge prijzen verklaart. Maar, en zeker als je na het vallen van de avond door de stad waadt, zorgt de aanwezigheid van dat water voor net de magische dimensie die het surplus van Venetië uitmaakt. De stad, verlost van zijn horden dagtoeristen, kan dan weer even zichzelf zijn.

Dat gevoel van authenticiteit vind je ook in het ghetto. In Venetië heeft het woord trouwens zijn hedendaagse betekenis gekregen: het eilandje waar joodse inwijkelingen verplicht moesten gaan wonen en waar ’s avonds de toegang werd vergrendeld – tot Napoleon in 1797 het verbod heeft opgeheven. Precies omdat ze nergens anders mochten wonen, waren joden verplicht de ruimte zo efficiënt mogelijk te verbouwen: in de hoogte dus. Zes tot negen verdiepingen tellen de wolkenkrabbers hier.


Langs het water


We zetten koers naar de zoveelste kerk. An sich is dat niet verwonderlijk: kerkgemeenschappen (en rijke burgers) waren in de Dogenrepubliek één van de weinige kapitaalkrachtige groepen die zich kunstwerken of grafmonumenten konden veroorloven – dat bewijst de rijk versierde Madonna del Orto. Voor het grafmonument van diplomaat Cavazza heeft De Corte enkele beelden gesculpteerd. Hij blijkt niet de enige landgenoot: vlak ernaast hangt een schilderij van de Antwerpenaar Daniël Van Dyck. Maar de echte blikvangers zijn de doeken van Tintoretto – die hier ook begraven ligt.

Meer werk van beide meesters vind je in het stedelijk ziekenhuis, in de kapel van San Lazzaro dei Mendicanti. Een eerwaarde troont ons mee en toont als volleerde gids “zijn” voornaamste kunstwerken: een Tintoretto in het hoofdaltaar en borstbeelden van de gebroeders Mora die worden toegeschreven aan Lecourt. De Corte is in deze buurt flink actief geweest: de vier grote beelden op de voorgevel van de Ospedaletto-kerk komen ook uit zijn atelier.



Op zoek naar Rubens

De rust die dit stuk van Venetië uitademt willen we nog even vasthouden. In de Calle de le Erbe bewonderen we één van de weinige herenhuizen dat ooit Vlaamse bewoners heeft gehad. De uit het Gentse afkomstige familie Van Axel verwierf Palazzo Sorano-Van Axel in 1627. Het palazzo ligt vlakbij de schattige Santa Maria dei Miracoli. Het prachtige interieur en de idyllische setting verklaart waarom dit de meest gegeerde trouwkerk is van de stad. Naarmate we meer zuidwaarts wandelen, komt de drukte van de Strada Nuova en Rialtobrug ons vanzelf tegemoet. Op een boogscheut van de pas heropende Fenice-opera houden we halt aan de Santa Maria del Giglio-kerk. De wereldse voorgevel, met reliëfplannen van steden en beelden van de Barbaro-familie (dat van Antonio Barbaro is van Josse De Corte), was blijkbaar een aanvaarde praktijk: in ruil van hun mecenaat mochten rijke burgers zich publiekelijk laten vereeuwigen. Maar er is nog een reden om hier halt te houden: in een kleine zijkapel hangt de enige Rubens in Venetië, een Madonna met kind. We nemen even tijd om te verpozen.

Als het ochtendlijke Venetië zich op gang trekt, ontspint zich een gezellige drukte op het Canal Grande: platbodems voeren basisgoederen aan, telkens de vaporettoboten aanmeren haasten Venetianen zich naar hun werk. We roeien tegen de stroom in en zoeken het groen van de Biënnale-tuinen op - en belanden toch weer in een dorp. Bouwvakkers palaveren, espresso in de hand, aan de Fondamenta Santa Anna, de groenteboot bedient vroege klanten, aan het Canale San Pietro sorteren vissers de vangst van vanmorgen. Op het aanpalende eiland wekt de basiliek onze aandacht. Tot 200 jaar geleden was dit (en niet San Marco) de zetel van de aartsbisschop van Venetië, lezen we in onze gids. Vandaar dat de basilica San Pietro di Castello nog een aantal mooie kunstschatten bevat. Longhena ontwierp het hoofdaltaar en een zijkapel, een aantal beelden van het hoofdaltaar dragen de stempel van zijn kompaan De Corte.

Bij het buitenkomen overvalt ons een gevoel van ontwenning: het spoor van deze Vlaamse meester lijkt hier dood te lopen, terwijl we nog nauwelijks iets weten over de man zelf. Wat voor iemand was hij? Waar heeft hij gewoond? Waar was zijn atelier? En hebben we alle sporen wel gevolgd? We weten dat hij heeft meegewerkt aan de façade van het Palazzo Pesaro, dat enkele engelenbeelden de traphal van het museum Ca’Rezonico sieren en dat de kerk van San Clemente een grafmonument van zijn hand herbergt. Maar (voorlopig) afscheid nemen in Venetië doe je pas in stijl met een bezoek aan San Michele.



Onze laatste tocht met de vaporetto verloopt in stilte. Dit eiland is voor bekende en onbekende Venetianen, residenten met naam en faam een laatste rustplaats geworden. Componist Igor Stravinsky en zijn eega, Ezra Pound met zijn levenspartner, Nobelprijswinnaar Joseph Brodsky, mevrouw Multatuli – het zijn enkele van de vele graven die ons tot mijmeren aanzetten. Zelfs San Girolamo, het laatste beeld van Josse De Corte op onze tocht (in de kerk naast het kerkhof), geen gepolijst marmer meer, maar poreuze kalksteen – als wil het een waarschuwing zijn: uw tijd om hier of elders te liggen komt nog, beste bezoeker.

  • Monique Decoster, een Vlaamse reisagente die al 17 jaar in Venetië woont en werkt, is meteen mee als we over onze ontdekking vertellen
  • Monique Decoster
  • Misschien moeten we daar met veneziaviva.be vooral op werken: de leefbaarheid van de stad is zeker zo belangrijk als het restaureren van het kunstpatrimonium .” Dorsoduro en ghetto
  • Op zoek naar Rubens

  • Dovnload 17.41 Kb.