Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Vogels van het Scheldegebied Door René Lux

Dovnload 63.78 Kb.

Vogels van het Scheldegebied Door René Lux



Datum31.07.2017
Grootte63.78 Kb.

Dovnload 63.78 Kb.

Vogels van het Scheldegebied

Door René Lux

Afprintbaar op steekkaarten 200 x 125 mm

Marges : links 14 mm, overige 10 mm



De knobbelzwaan, die tot de eendvogels behoort, is de bekendste zwaan in Europa. Men ziet hem in grote parkvijvers, meren en in langzaam stromende wateren. Het is een naaste verwant van onze tamme gans. De soort dankt zijn naam aan de zwarte knobbel op de oranje-rode snavel, die bij het vrouwtje gemiddeld kleiner is en bij het mannetje tijdens het broedseizoen extra opzwelt. In het water is de Knobbelzwaan verder nog te onderscheiden aan de sierlijk gebogen hals en de naar beneden gerichte snavel. Poten grijs tot zwart. In de krachtige vlucht strekt de knobbelzwaan de hals en maken zijn vleugels een karakteristiek, zingend geluid.

Het verenkleed is zowel bij het mannetje als bij het vrouwtje wit. Bij de jongen is het eerst grijsbruin, dan lichtbruin en uiteindelijk dus wit. De snavel is oranje-rood van kleur met een zwart uiteinde.

Op het menu van de knobbelzwaan staan overwegend waterplanten en gras. Door zijn lange hals is hij instaat planten op ruim 1 meter diepte in het water te bereiken.

De aard van deze vogel is in strijd met zijn vreedzaam en sierlijk uiterlijk: hij is bijzonder agressief en tiranniek. Tijdens het broedseizoen vormt het mannetje in het water een groot territorium, waaruit hij elk dier verjaagt. Zijn dreiggedrag bestaat uit het sterk buigen van de hals en het over de rug bollen van de vleugels terwijl hij komt aangezwommen naar de indringer of rivaal. Het is een vrij zwijgzaam dier, dat bij agressie sist en soms een zwakke trompetroep laat horen.

Het grote nest wordt van allerlei materialen, zoals takken, riet en stro, op de grond gebouwd en kan een doorsnede van 4 m en een hoogte van 75 cm bereiken. De 4 à 7 eieren worden gedurende 34 à 38 dagen, in hoofdzaak door het wijfje, bebroed. De kuikens zijn lichtgrijs van boven en witter onderaan. Soms draagt het wijfje ze op de rug mee. Ze kunnen na 20 weken vliegen. De jonge vogels zijn vaalbruin en vertonen al snel witte plekken in hun verenkleed. De grijze snavel met zwarte basis en punt wordt bij het ouder worden eerst roze, vervolgens oranje.



AALSCHOLVER

Klasse: Aves (vogels)


Orde:  Pelecaniformes (pelikaanachtigen)

Familie: Phalacrocoracidae (aalscholvers) Geslacht en soort: Phalacrocorax carbo (gewone aalscholver)

Kenmerken :

Aalscholvers hebben een lange, slanke, rekbare hals. Op de bovensnavel zit een haak. Uitwendige neusgaten ontbreken en de snavel is licht getand. Het verenkleed is glanzend zwart-groen en bruin, de ondersnavel en de hals zijn wit. In de broedtijd krijgen de mannetjes witte veren op hun kop en in de nek. Poten hebben zwemvliezen.

Maten : Ongeveer 1 meter lang, zijn vleugels hebben soms wel een spanwijdte van 1,50 meter.

Er worden 3 á 4 eieren gelegd. Na twee maanden vliegen ze uit en na twee jaar zijn ze volwassen

Duikt naar vis. Rust vaak in grote dichte groepen op zandbanken, rotsen, palen of in bomen.

Aalscholvers zijn viseters die erom bekend staan dat zij erg goed naar vis kunnen duiken. Dat doen ze zowel in zoet, zout als brak water. Ze kunnen tot langer dan een minuut onder water blijven en ze zwemmen met behulp van de zwemvliezen aan hun poten achter de prooi aan. De staart doet dan dienst als roer. In water van 1 tot 3 meter diep duikt hij naar vis, schaaldieren en amfibieën.




Wanneer de vogel een vis pakt neemt hij deze eerst mee naar de oppervlakte. Daar slikt hij hem dan door. Na een succesvolle jacht gaat de aalscholver naar een rustige plekje aan de oever.


De aalscholver heeft niet zo'n goede waterafstotende vetlaag als andere watervogels. Daarom zit de aalscholver vaak met gespreide vleugels in de zon om op te drogen. Het verenkleed van de aalscholver is waterdoorlatend, omdat hij anders niet zou kunnen duiken.

Aalscholvers zijn zeer sociale dieren. Ze broeden dicht naast elkaar, in kolonies, op rotsrichels aan zee of in bomen aan meren of kusten, plaatselijk in rietvelden of op grond. Het nest bestaat uit takken. Het legsel van de aalscholver bestaat uit 3 of 4 blauwe, met een krijtlaag bedekte eieren van 50 gram. Ze worden 23 tot 25 dagen bebroed. De jongen zijn naakt en zwart, met een roze kop. Beide ouders zorgen voor het onderhoud van het nest, het broeden en het voeren van de jongen.
De jongen vliegen reeds na minder dan twee maanden uit. Het volwassen verenkleed krijgen ze pas als ze twee jaar of nog ouder zijn. Pas dan gaan ze voor het eerst op zoek naar een partner.

Als ze vliegen vormen ze een V-formatie.


Alleen in heel koude winters trekken de Nederlandse aalscholvers weg naar Frankrijk, Spanje en naar de westelijke Middelandse Zee tot in Tunesië. In normale winters wordt de Nederlandse populatie aangevuld met dieren uit vooral Denemarken.

In Afrika en Azië worden afgerichte aalscholvers gebruikt om voor de mens vis te vangen. Een ring rond de hals voorkomt dat ze de prooi zelf inslikken.




-even de vleugels en de veren laten drogen -

De Wilde Eend
Anas platyrhynchos

Grootte : lengte: 51 - 62 cm, spanwijdte: 91 - 98 cm

Biotoop : Zowel in de stad als op het platteland is de de wilde eend de meest algemene eendensoort van onze streken. Hij voelt zich in parken thuis, maar ook in afgelegen, rustige wateren, moerassen, meren, sloten in akkers en weilanden.

Voortplanting : Bij het gemeenschappelijk baltsvertoon trekt de woerd zijn kop in en slaat vaak met zijn snavel op het water. Dikwijls ziet men de woerden in volle vlucht achter een eend aanjagen. Het meestal goed verborgen nest wordt van plantedelen gemaakt en met dons gevoerd. Het bevindt zich meestal op de grond, maar ook wel in bij het water staande bomen; de kuikens laten zich dan vallen. De gewoonlijk 7 à 12 lichtgroene eieren worden soms al eind maart gelegd en door het wijfje in circa 4 weken uitgebroed. Ze verzorgt de jongen meestal alleen en deze zijn na twee maand vliegvlug

Voedsel : Met zijn brede, platte snavel zeeft hij allerlei klein plantaardig en dierlijk materiaal uit het water. Hij foerageert ook ver van water, bijvoorbeeld op stoppelvelden.

Gedrag : In de stad is het een echte cultuurvolger, die zich graag door de mens laat voeren, terwijl het in natuurgebieden vaak een zeer schuwe vogel is. De wilde eend kan met krachtige vleugelslag recht uit het water opstijgen. Zijn van vliezen voorziene zwempoten staan ver naar achteren, zodat hij zich op het land schommelend voortbeweegt. Het wijfje maakt het kwakende geluid dat de mens met eenden associeert.

De woerd heeft soms echter ook een zachte, hees klinkende roep, met name als hij gealarmeerd is. In vlucht hoor je het fluitende vleugelgeluid. Kenmerken : De woerd heeft een glanzend groene kop, een witte halsband, een kastanjebruine borst en gekrulde zwarte veren aan de staart. Met zijn ruime halve meter is hij in onze streken de grootste grondeleend. De eend heeft een groengele snavel en een paarsblauwe spiegel. Tijdens de najaarsrui onderscheidt de woerd zich door zijn gele snavel van de eend. Veel exemplaren tonen opvallende kleurafwijkingen door vermenging met gekweekte vormen en zijn soms moeilijk te herkennen.

Trek :Wilde eenden zijn geen standvogels, in tegenstelling tot wat velen zouden denken. De mannetjes trekken al in mei-juni naar hun ruigebieden, de vrouwtjes en juvenielen in juli-augustus. Broedvogels uit onze streken trekken evenwel niet al te ver. In oktober-december arriveren hier grote aantallen uit Scandinavië en Noordwest-Rusland.




kluut



© Martin Kramer

Wetenschappelijk

Recurvirostra avosetta

Engels

avocet

Verspreiding

Europa, Azië, Afrika

Voedsel

ongewervelden

Lengte

42 - 45 cm

Gewicht

225 - 400 gram

Status

algemeen

De omhoog gebogen snavel maakt de kluut een goed herkenbare steltloper. Zijn verenkleed is overwegend wit met een kenmerkende zwarte tekening op zijn kop (een 'capuchon'), op de rug en vleugels. Ze zoeken hun voedsel in de bovenste laag van de bodem van ondiep water bij voorkeur in het getijdegebied met een maaiende beweging van hun snavel.

kokmeeuw



© Martin Kramer

Wetenschappelijk

Larus ridibundus

Engels

blackheaded gull

Verspreiding

Europa, Azië

Voedsel

alleseter

Lengte

38 - 43 cm; spanwijdte: 92 cm

Status

algemeen

Deze middelgrote meeuwensoort is in de zomer herkenbaar aan zijn donkerbruine kop met een witte oogring. In de winter heeft hij een witte kop met een donker 'koptelefoontje'.

De kokmeeuw broedt in grote kolonies bij meren en moerassen in het binnenland of langs de kust. In Nederland is het aantal broedparen de laatste eeuw sterk toegenomen. Sinds de jaren 70 neemt het aantal weer iets af. Rond het jaar 2000 broedde er ongeveer 130.000 paar


stormmeeuw



© Martin Kramer

Wetenschappelijk

Larus canus

Engels

common gull

Verspreiding

Europa, Noord-Azië

Voedsel

alleseter

Lengte

41 cm, spanwijdte 122 cm

Status

algemeen

Deze meeuw lijkt met zijn lichtgrijze bovenzijde van de vleugels op de zilvermeeuw maar is een flinke slag kleiner. Bovendien heeft hij geen vleeskleurige poten maar groengele. De snavel is egaal groengeel en heeft geen oranje vlek zoals bij de zilvermeeuw. Het geluid is veel hoger en scheller dan dat van de zilvermeeuw.

De stormmeeuw is een vrij algemene broedvogel in de kuststreek ons land. Ook trekken er veel stormmeeuwen door of zijn hier als wintergast


fuut



© Martin Kramer

Wetenschappelijk

Podiceps cristatus

Engels

great crested grebe

Verspreiding

Europa, Azië, Afrika, Australië

Voedsel

vis

Lengte

46 - 51 cm

Gewicht

0,6 - 1,5 kg

Status

algemeen

Anderhalve eeuw geleden was de fuut in Nederland en veel andere Europese landen een zeldzame vogel geworden. Dat kwam vooral door de jacht om zijn kopveren voor op modieuze hoedjes. Tegenwoordig is hij gelukkig weer algemeen en komt zelfs in stadsgrachten voor. In de winter hebben ze niet zo'n mooi verenkleed en verblijven ze vaak op zee.

Canadese gans






Wetenschappelijk

Branta canadensis

Engels

Canadian goose; Canada goose

Verspreiding

Noord-Amerika, Japan. ingevoerd in Europa en Nieuw-Zeeland

Voedsel

gras en andere planten

Lengte

55 - 100 cm

Gewicht

3 - 6 kg

Status

algemeen

Deze ganzen zijn te herkennen aan hun grijze lichaam, zwarte kop met witte keel en wangen en lange, zwarte hals. Ze zijn eventueel te verwarren met de brandgans en de rotgans, maar die zijn een stuk kleiner.

De Canadese gans is de grootste gans die in Europa voorkomt. Oorspronkelijk kwamen deze ganzen alleen in Noord-Amerika voor, maar ze zijn in Engeland, Ierland en Zweden en in Nieuw-Zeeland ingevoerd en verwilderd. Ze zijn nu ook in Nederland te zien: als wintergast maar in toenemende mate ook als broedvogel.



Buiten de broedtijd leven ze in troepen. Ze grazen dan gewoonlijk overdag op weilanden, maar soms zoeken ze ook voedsel in ondiep water, waarbij ze met hun hoofd en nek onder water steken.

wintertaling






Wetenschappelijk

Anas crecca

Engels

green-winged teal; common teal

Verspreiding

Europa, Azië, Noord-Amerika

Voedsel

vooral plantaardig, ook kreeftachtigen en insecten

Lengte

34 - 38 cm

Gewicht

350 gram

Leefgebied

toendra, bosachtige wetlands

In Europa is de wintertaling de kleinste eend. Het mannetje heeft een fraai getekende kop: kastanjebruin met een witomlijnde metaalgroene vlek over de ogen en wangen. Het vrouwtje heeft een meer gecamoufleerde tekening, net als bij de wilde eend. Zowel het mannetje als het vrouwtje hebben een groene 'vleugelspiegel' (achterrand) en een smalle witte streep op de bovenkant van de vleugel. Het mannetje maakt een fluitend geluid, het vrouwtje kwaakt.

bergeend



© Wereld Natuur Fonds

Wetenschappelijk

Tadorna tadorna

Engels

shelduck; common shelduck

Verspreiding

Europa, Azië, West-Oceanië

Voedsel

schelpen, slakjes, kreeftachtigen

Lengte

58 - 67 cm

Gewicht

1 - 1,5 kg

Status

plaatselijk algemeen

Deze forse eend komt vooral bij kustwateren voor. Het mannetje en het vrouwtjes komen in uiterlijk grotendeels overeen: overwegend wit met een opvallende bruine band over de borst en een donkergroene kop. Het mannetje heeft een vlezige rode knobbel aan de basis van de (eveneens rode) snavel.

Bergeenden broeden vaak in verlaten konijnenholen.


Nijlgans Alopochen aegyptiacus

Lengte : 63 tot 73 cm

Kenmerken




De bovenzijde is bruin van kleur, de onderzijde is lichtgrijs



Rondom het oog bevindt zich een donkere vlek



De kop is bleker dan de rest van het lichaam



Op de borst bevindt zich een donkere vlek



De snavel is roze met zwarte vlekken



De poten zijn roze van kleur

Hoewel de bouw van nijlgans doet denken aan een kleine gans, is de vogel net zoals de verwante bergeend een echte eend. Door het bonte verenkleed is de nijlgans een opmerkelijke vogel, die vooral door de donkere vlek rondom het oog goed te herkennen is.

De nijlgans komt oorspronkelijk alleen voor in Jordanië, Israël en enkele delen van Afrika ten zuiden van de Sahara. In de 18e eeuw is de vogel in Europa ingevoerd als siervogel, waarna ontsnapte vogels al snel ook in het wild zijn gaan broeden. Vooral de laatste jaren is de vogel sterk in aantal toegenomen, tegenwoordig broeden jaarlijks bijna 5.000 broedparen in Nederland. De vogels trekken in de winter gedeeltelijk weg, maar zijn al vroeg weer terug om reeds januari te beginnen met broeden.


Nijlganzen zijn een pestsoort, omdat ze veel andere jonge watervogels dood bijten, om te voeren aan hun jongen. Zijn pas courant sinds 1968.



De Blauwe Reiger

Familie: Ardeidae, of reigers en roerdompen..

Wetenschappelijke naam: Ardea cinerea..

Grootte: 90 centimeter lang.

Gewicht: 1,6 tot 2 kilogram.

Levensduur: tot 20 jaar.

De blauwe reiger is een grote, stevig gebouwde reiger. Hij heeft een lengte van 90-100 cm en een vleugelspanwijdte van 155-175 cm.

De snavel is grijsgeel, in de paartijd oranje. Volwassen dieren hebben twee lange smalle sierveren aan het achterhoofd.

Vaak vind je reigers heel onopvallend langs riet of op een veld staand, wachtend op een buit.



De blauwe reiger leeft van vis, kikkers, mollen en muizen. Wanneer de kans zich voordoet gaat hij ook graag op bezoek bij tuinvijvers. 
Het nest van de blauwe reiger is een platform van takken dat in kruinen van hoge, oude bomen gebouwd wordt. Soms treffen we ook nesten aan in het riet of op rotsen.


  • Canadese gans
  • Nijlgans Alopochen aegyptiacus

  • Dovnload 63.78 Kb.