Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Voor Kwaliteit en Creativiteit aan onze Universiteit Beleidstekst n a. v de rectorverkiezing

Dovnload 1.45 Mb.

Voor Kwaliteit en Creativiteit aan onze Universiteit Beleidstekst n a. v de rectorverkiezing



Pagina13/18
Datum05.12.2018
Grootte1.45 Mb.

Dovnload 1.45 Mb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18

Campus Kortrijk verder uitbouwen


De Campus Kortrijk is ontstaan in de (gouden) tijd, waar men, in het kader van de ontluikende democratisering van het onderwijs, de universiteit (geografisch) dichter bij de potentiële aspirant-studenten wou brengen. Dit verklaart waarom zich nu in elke Vlaamse provincie minstens één universiteit bevindt, voorheen soms zelfs meerdere van een verschillende ideologische achtergrond.


Vandaag studeren in Kortrijk een 1000-tal studenten, ondersteund door ongeveer 200 personeelsleden. Het docerend korps bestaat voor 40 % uit residenten en 60 % pendelaars, die bachelor-onderwijs verzorgen in opleidingen uit de Letteren, Rechten, Toegepaste Economische, Exacte en Biomedische Wetenschappen en Pedagogie en Psychologie.
T
Onderwijs
ussen de ‘subfaculteiten’ aan de Campus Kortrijk en de ‘moeder-‘faculteiten in Leuven, is de samenwerking meestal uitstekend. De Campus Kortrijk is een ‘opstapcampus’ met een duidelijk geprofileerd onderwijsproject, dat door studenten die hun eerste jaren in Kortrijk doorbrengen, meestal zeer gesmaakt wordt. Zo bijvoorbeeld studeren 20 % van alle generatiestudenten van de eerste bachelor Geneeskunde en 14 % van alle generatiestudenten van de eerste bachelor Biomedische wetenschappen momenteel in Kortrijk. De ‘Kortrijkse’ studenten appreciëren vooral de ‘kleinschaligheid’ (‘Een campus op maat’), de goed georganiseerde socio-culturele en studentikoze evenementen en de verschillende groepsevenementen die er plaatsvinden (met o.a. een zeer actieve rol van de studentenparochie, voorbereidende weken te Anseremme). Vanwege de studentvriendelijkheid, kunnen de verschillende opleidingen er ook worden ingezet in ‘proeftuinen’ voor onderwijsinnovatie en –ontwikkeling (vooral ook met de aanwezigheid van ‘Onderwijskunde’ in het opleidingspakket, en het Impulscentrum voor Onderwijsvernieuwing, een samenwerkingsverband tussen Campus Kortrijk, KATHO en KHBO). Indrukwekkend ook is de gemiddelde aanwezigheid op de voordrachten georganiseerd bij de Universiteit Derde Leeftijd, die bijgewoond worden door 700 à 800 mensen !
De Campus Kortrijk is bovendien een lokaal universitair ankerpunt voor de Associatie in het westen van Vlaanderen.
T
Kortijk = Leuven West ?
och kan er nog verder gesleuteld worden aan de relatie tussen de universiteit in Leuven, en de Campus Kortrijk, die in Leuven zelf nog niet voldoende wordt gepercipieerd en geapprecieerd als ‘Leuven West’. Hieraan liggen verschillende oorzaken ten gronde. Vooreerst is de Campus Kortrijk in Leuven te weinig bekend, zelfs in die faculteiten die mee instaan voor het onderwijs in Kortrijk. Ook in het kader van de recente groepsstructuurhervormingen, is er een zekere bezorgdheid of de nieuwe groepsstructuren wel voldoende aandacht zullen hebben voor de belangen en problematieken van Kortrijk76.Voor wat betreft de onderwijsdienstverlening is er het probleem van een onvoldoende aantal residentiëlen in Kortrijk, zodat de huidige residentiëlen in sommige gevallen een overmaatse doceerbelasting hebben. Enerzijds moeten we dus de dienstverlening voor onderwijs vanuit Leuven meer stimuleren en beter onderbouwen (‘pendelaars’ stimuleren), anderzijds moeten we wellicht ook nadenken over maatregelen om in Kortrijk zelf meer residentiëlen aan het werk te krijgen (zo ook is er een redelijk tekort aan praktijkassistenten en BAP). Daarvoor bestaan verschillende mogelijkheden.
E
Allocatie specifiek voor Kortrijk
én van de instrumenten is het allocatiemodel, waarin nu voor de Campus Kortrijk een voorafname gebeurt van afgerond 100 rekeneenheden. Deze voorafname is er gekomen vanwege de specifieke situatie van de Campus, die om een eerder beleidsmatige aanpak vraagt omdat verschillende indicatoren in het allocatiemodel moeilijk toepasbaar zijn op Kortrijk. Het gevoel bestaat echter dat voor wat betreft ‘opbrengsten’ in het allocatiemodel, residentiëlen (waarvan omwille van de voorafname de dienstverlening niet echt iets opbrengt) anders behandeld worden dan ‘pendelaars’ (die wel ‘opbrengen’ voor hun moederfaculteit). Een andere anomalie in het allocatiemodel, die dient gecorrigeerd te worden, is dat de onderzoeksperformantie die gegenereerd wordt in Kortrijk, niet mee in rekening wordt gebracht, maar ressorteert onder de voorafname. M.a.w. of de wetenschappelijke output, bvb. in aantal doctoraten behaald o.l.v. een residentiële promotor in Kortrijk, hoog of laag is, het maakt voor de ‘interne’ betoelaging van de Campus Kortrijk geen verschil uit. Idem dito voor de externe middelen en de bibliometrische parameters. Deze deficiëntie moet bij een eerstvolgende update van het allocatiemodel geremedieerd worden. Ook van belang voor wat betreft allocatie, is de noodzaak om met de Campus Kortrijk een beheerscontract af te sluiten, voor perioden van 5 jaar (zoals nu het geval voor de periode 2001-2005). Dergelijke overeenkomst garandeert een grotere structurele en operationele zelfstandigheid en is stabiliserend omwille van het meerjarenperspectief (ook budgetair) en de explicitering van de doelstellingen. Aandachtspunten in dergelijk convenant zijn de werkingsmiddelen die rekening houden met studentenaantallen, nieuwe onderwijsrichtingen, onderwijsvernieuwingen, investeringskredieten (sociale infrastructuur, studentenresidenties,...).
E
Onderzoek en valorisatie ervan
en andere opportuniteit om de Campus Kortrijk beter te consolideren tot ‘Leuven West’, is om ook de onderzoekscomponent te versterken in Kortrijk. Dit kan bovendien de aantrekkingskracht voor potentieel residentiëlen substantieel verbeteren. In de regio Kortrijk bestaat immers een zeker ongenoegen dat onze universiteit de Campus Kortrijk niet als echt volwaardig beschouwd, en enkel als een soort opstap of rekruteringspool voor Leuven (een gevoel dat nog versterkt wordt door het feit dat de meeste bachelors slechts partieel (120 i.p.v. 180 studiepunten) in Kortrijk kunnen worden gevolgd). Vandaar ook de vraag van zowel de mensen van de Campus zelf, als van de politieke overheden (stad, provincie, Vlaamse regering), om ook inspanningen te doen op het gebied van onderzoek in Kortrijk zelf. Op deze manier wordt het ook mogelijk om gemakkelijker docenten-onderzoekers, BAP/AAP aan te trekken, wat ook de didactische ondersteuning ten goede zal komen. Het hoeft trouwens geen betoog dat deze regio, net als Leuven, kan uitgroeien tot een high-tech regio (voor zover ze dat al niet in belangrijke mate zou zijn), die er sterk bij gebaat zou zijn om te kunnen interageren met de universiteit, op het gebied van innovatief onderzoek.
O
Research

Centra
m al deze redenen dienen ook op de Campus Kortrijk zelf incentives te worden gegeven voor actieve, naar de regio ‘getunede’ research-centra, bevolkt door onderzoekers die in Kortrijk zelf actief zijn. Hiertoe kan de universiteit de nodige aanzetten geven, maar zal ook cofinanciering gezocht worden bij voornoemde overheden. Op termijn kan dit ook leiden tot de oprichting van in het Kortrijkse verankerde spin-offs van ‘Leuven West’. Onderzoekslijnen voor dergelijke centra liggen voor de hand zowel biomedisch, als richting toegepaste wetenschappen (kunstofnijverheid, voeding, ...), als bij humane (Kortrijk als labo voor interregionaal innovatiebeleid).

Voor onderzoek zijn er trouwens verschillende andere, locale, opportuniteiten die zich aandienen, zoals een intensivering van de samenwerking met de universiteit van Rijsel, met de United Nations University en het Europa college, en met de onderzoeksactiviteiten van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ).


K-L.Inc

Op termijn kan zelfs gedacht worden aan de oprichting van een rond de Campus geconcentreerd K-L.Inc (Kortrijk-Leuven Innovation Networking Circle) naar analogie met L.Inc), een netwerk van onderzoeksgroepen (waarvan sommige in Leuven) en bedrijven, actief in het Kortrijkse. Hiertoe kunnen ook bestaande en nieuwe research parken worden uitgebouwd. Bovendien ontstaan er vandaag ook veel initiatieven in het kader van grensoverschrijdende interregionale samenwerking, waarbij de driehoek Kortrijk – Doornik – Rijsel wel eens zou kunnen uitgroeien tot een rolmodel in Europa. Ook in Frankrijk is er immers een decentralisatiebeweging naar de regio’s aan de gang i.v.m. het innovatiebeleid. Onlangs werd de West-Vlaamse gouverneur door de Vlaamse regering belast met een coördinerende opdracht om een strategisch plan uit te werken, en hierin kan de Campus Kortrijk – of zeggen we voortaan ‘Leuven West’? – niet ontbreken.



De positie van Campus-Kortrijk in de universiteit: Voor wat betreft onderwijs en administratieve ondersteuning (horizontaal) gelden dezelfde normen en geplogenheden als in Leuven. De onderwijsprogramma’s en POC’s zijn trouwens identiek. Voor wat betreft onderzoek is er interactie met ‘moedergroepen’ in Leuven. Maar nieuwe opportuniteiten in de vorm van research-centra verbonden aan de Campus Kortrijk, moeten worden aangeboord, mede in het kader van het regionaal innovatiebeleid rond het Kortrijkse, alsook in het kader van de toegenomen belangstelling voor grensoverschrijdende interregionale samenwerking met Henegouwen en Noord-Frankrijk. Op termijn creëren we meer spin-offs met maatschappelijke zetel in Kortrijk, en richten we ook K-L.Inc op (Kortrijk-Leuven Innovation Networking Circle).

1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18

  • Kortijk = Leuven West
  • Allocatie specifiek voor Kortrijk
  • Onderzoek en valorisatie ervan
  • Research Centra

  • Dovnload 1.45 Mb.