Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Voor Kwaliteit en Creativiteit aan onze Universiteit Beleidstekst n a. v de rectorverkiezing

Dovnload 1.45 Mb.

Voor Kwaliteit en Creativiteit aan onze Universiteit Beleidstekst n a. v de rectorverkiezing



Pagina15/18
Datum05.12.2018
Grootte1.45 Mb.

Dovnload 1.45 Mb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18

Daadwerkelijk wegen op de politiek


Is politiek belangrijk voor de universiteit ? Men zou hier de aloude boutade kunnen citeren dat, wanneer wij ons niet zouden bezighouden met politiek, de politiek dat wel met ons zal doen. Om onze drievoudige missie kwaliteitsvol te kunnen realiseren, hebben we gunstige omgevingsfactoren nodig, zoals bijvoorbeeld een efficiënt, onafhankelijk en competitiegebaseerd systeem van allocatie van onderzoeksfondsen, en dit op regionale, federale en Europese schaal. Of efficiënte monitoringsystemen en rechtvaardige accreditatiemechanismen voor de kwaliteit van ons onderwijs. Of transparante financieringsmechanismen voor de eerste geldstroom. Of transparante regelgeving rond intellectuele eigendom van gecreëerde kennis, of rond milieu en veiligheid.


Administratie-ve vereenvou-diging en re-kenschap

Het leidt geen twijfel dat de toenemende regelgeving en administratieve bureaucratisering, wat soms nogal omfloerst de ‘accountability’ wordt genoemd, ook naar de universiteiten toe de laatste jaren drastisch is toegenomen: er lijkt geen einde te komen aan decreten, wetten en besluiten, op het gebied van onderwijs, milieu, vergunningen, veiligheid, verloning, statuten, ... die ook de universiteit langzaam maar zeker operationeel verstikken. De toename van de bureaucratisering die wij elke dag merken, is een zichtbaar en rechtstreeks gevolg van de toenemende regelgeving (waarbij in vele gevallen de rector hoofdelijk verantwoordelijk wordt gesteld) ons opgelegd door regionale, federale en Europese overheden. Deze trend mee helpen om te buigen, is ook één van de belangrijke uitdagingen voor de volgende beleidsploeg, in haar discours naar deze overheden toe.


D
Invloed op politiek
aarom ook is politieke credibiliteit en invloed – maar dan wel één die niet (te) partijgebonden is – uiterst belangrijk. Politici stellen meestal wel goed overleg op prijs. Voorbeelden zijn het tot stand komen van nieuwe mechanismen voor de eerste geldstroom, de manier waarop de middelen van de tweede geldstroom (bvb. het BOF) verdeeld worden over de universiteiten, alle decreten die relevant zijn voor de universiteiten (bvb. het decreet op de dienstverlening, enz...). Een bijzonder aandachtspunt hier is dat we moeten vermijden van heiliger te willen zijn dan de paus: er zijn verschillende voorbeelden bekend van decreten en regelgevingen, waar we collectief over klagen, maar die uiteindelijk tot stand zijn gekomen in nauwe samenwerking met (medewerkers van) onze universiteit !
Bovendien spelen de universiteiten een belangrijke rol in diverse fora en adviesraden die de Vlaamse Gemeenschap rijk is, zoals de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid, de Vlaamse Onderwijsraad, de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen, (commissies van) de Vlaamse Interuniversitaire Raad, enz. Naar de stem van onze universiteit in deze adviesraden wordt zeker geluisterd! We moeten echter – zoals we eerder hebben aangestipt – de communicatie van en naar dit diplomatiek corps van vertegenwoordigers in deze diverse beleids- en adviesorganen veel efficiënter organiseren !
In maart 2000 schreven de Europese regeringsleiders een stukje geschiedenis met het opstarten van de zogenaamde ‘Lissabonstrategie’. Deze moet er voor zorgen dat Europa tegen 2010 ‘de meest dynamische en competitieve kennismaatschappij in de wereld wordt’. Ook hier moeten de universiteiten bewaken dat zij in deze Europese strategie voldoende aan bod komen.

De universiteiten zijn in Vlaanderen de enige spelers op het gebied van fundamenteel onderzoek, of beter gezegd, (niet-georiënteerd) onderzoek op initiatief van de vorser, en dit in tegenstelling tot de situatie in onze buurlanden (Frankrijk CNRS, in Duitsland: Max-Planck).



    1. De Associatie

A
Hogescholen van academisch niveau


l geruime tijd waren er talrijke en sterke indicaties dat vroeg of laat toch samenwerkingsverbanden tussen universiteiten en hogescholen zouden ontstaan. Immers, onze Vlaamse hogescholen bekleden in Europa een beetje een aparte plaats, waarbij verschillende opleidingen ‘van academisch niveau’ zijn, zoals dat in het decreet op de hogescholen gespecifieerd staat. Dergelijke kwalificatie draagt natuurlijk bij tot een nogal ‘floue’ profilering van onze hogescholen in Europa. Want wat betekent ‘van academisch niveau’ wanneer de opleiding niet tot een universiteit behoort ? Verschillende studies hebben bevestigd dat het opleidingsniveau van sommige programma’s in de hogescholen, beter is dan dat van sommige universiteiten in de brede Europese Unie. Het is ook zo dat het ‘Hoger Onderwijs Buiten de Universiteit’ in Europa op zeer diverse manieren is georganiseerd, waarbij sommige opleidingen die bij ons buiten de universiteit staan, in andere landen binnen de universiteit geïntegreerd zijn. Tot slot was het ook duidelijk dat de Bachelor-Master hervorming aangekondigd in de Bologna verklaring, bij de hogescholen bepaalde verwachtingspatronen zou creëren.
In zekere zin zijn dit de ‘objectieve’ redenen voor het academiserings- en accrediteringstraject waarvoor de hogescholen pleitten.


De Associatie K.U.Leuven



Anderzijds was de Leuvense Associatie ook een reactie tegen een poging om de K.U.Leuven zowel ideologisch als regionaal in te dammen. Feit is dat het ontstaan van de Associatie – waarbij vooral de huidige rector fel aan de kar heeft getrokken – een voorheen ongekende dynamiek in het Hoger Onderwijs heeft teweeggebracht84. Niet minder dan 17 commissies zijn de dag van vandaag actief om binnen onze Associatie, een integratieproces op het gebied van onderwijs en onderzoek tot stand te brengen. Hoewel het Associatiedossier niet alle faculteiten en departementen aan onze universiteit in gelijke mate aanbelangt, toch is het voor de hele universiteit van belang omwille van verschillende redenen.
Grosso modo kan men de complementariteit in onderwijs en onderzoek tussen hogescholen en onze universiteit, als volgt visualiseren:



Voor wat betreft onderwijs, stel ik voor om de opleidingen in de hogescholen, die consistent bij mekaar horen, te groeperen in een geassocieerde faculteit, die voor wat betreft onderwijs, via een ‘overkoepelende POC’ interageert met de relevante faculteit(en) van de universiteit. Op termijn kunnen hier ook benoemingen voor docenten in de hogescholen aan bod komen. Voor wat betreft onderzoek, gebeurt de interactie tussen de relevante individuen, afdelingen en/of onderzoeksgroepen van de departementen van de hogescholen en de departementen van de universiteit (dit kan bvb. via het nu reeds bestaande statuut van geaffilieerd onderzoeker). Onderzoek, m.i.v. de toekenning van doctoraten, gaat altijd over een promotor die ZAP is van de universiteit. Docenten uit een hogeschool kunnen wel co-promotor zijn. Dergelijke onderzoeksaffiliatie is nodig voor de accreditering van de masters die verzorgd worden door de hogescholen en die nu een academiseringstraject moeten doorlopen85, voor de versterking van onderzoek, ook aan de universiteit, omdat op deze wijze een breder spectrum van onderzoeksactiviteiten (bvb. naar kleinere Vlaamse KMO’s toe) kan worden verzorgd, voor het stroomlijnen van het onderzoek – domeinsgewijs – via de onderzoeksraad van de universiteit en de Raad Onderzoeksbeleid van de Associatie en de universiteit. Voor wat betreft benoemingen en bevorderingen aan de hogescholen, moeten gemengde commissies gemaakt worden, zodat ook het rekruteringsbeleid kan georiënteerd worden op de hierboven aangegeven afstemming van onderwijs en onderzoek.
D
Opportuniteiten Onderwijs
e opportuniteiten die via de Associatievorming mogelijks ontstaan, zijn in recente beleidsdocumenten naar voor gebracht als volgt: Voor wat betreft het Onderwijs:
De schaalvergroting door de associatievorming heeft ook een academiseringsproces in de hogescholen geïnitialiseerd. We moeten immers vermijden dat we op termijn nog meer universiteiten krijgen in Vlaanderen dan we nu al hebben ! De onderliggende idee is dat dit proces de algehele kwaliteit van de opleidingen in de hogescholen zal verhogen.
Via soepele instap- en overstapregelingen (brug) is een heus onderwijscontinuüm ontstaan. Hierdoor verdwijnt de kloof tussen hogescholen en universiteiten in belangrijke mate.
Er ontstaan grote opportuniteiten tot doorgedreven samenwerking, vooral voor wat betreft de bachelors en de lerarenopleiding. Sommigen spelen zelfs met de idee om bachelors vooral in de hogescholen te localiseren – waar mogelijk – en masters meer te concentreren aan de universiteiten.

Om de academiseringstrajecten86 mede vorm te geven, is er het OnderwijsOntwikkelings-Fonds (OOF) van de Associatie (voor de derde ronde in 2005 is er 925 000 € beschikbaar).


D
Opportuniteiten Onderzoek
e verplichting tot academisering van de hogescholen door middel van verdere incorporatie van onderzoek, opent boeiende, inhoudelijke perspektieven. Weliswaar dient hier zorgvuldig de complementariteit in kaart te worden gebracht.
Door de – op termijn – intensieve samenwerking met hogescholen kunnen kosten voor infrastructuur en zware onderzoeksapparatuur gespreid worden; voor onderwijs-informatica-systemen gebeurt dat nu al (cfr. Introductie van Toledo in hogescholen).
Geleidelijk aan wordt ook werk gemaakt van fondsen en statuten die het onderzoek verder moeten onderbouwen:

  • Vandaag de dag bestaat er al een kanaal voor projectonderzoeksondersteuning in de hogescholen (het Tetra fonds, vroeger HOBU-fonds).

  • Onderzoekers uit hogescholen krijgen ook – onder bepaalde modaliteiten – toegang tot kanalen zoals het BOF e.d.

  • Recent werd het statuut van geaffilieerd onderzoeker ingevoerd, waardoor onderzoekers uit de hogescholen volledige toegang kunnen krijgen tot alle faciliteiten van onze universiteit.

V
Opportuniteiten Logistiek


oor wat betreft samenwerking op het gebied van Logistiek:
Op (korte) termijn kan er een grotere mobiliteit ontstaan van docenten en professoren tussen hogescholen en universiteiten, zowel in onderwijs als onderzoek.
Voor wat betreft de sociale sector en StudentenVoorzieningen, ontstaat in de Leuvense regio een nieuw schaalvoordeel tussen universiteiten en hogescholen. Dergelijke samenwerkingsverbanden dienen echter nog in belangrijke mate te worden uitgewerkt, gevolg gevend aan het decreet inzake studiefinanciering.
Er zijn nu al ontluikende initiatieven die op een groot potentieel wijzen: Via videoconferencing zijn de lessen van de XXIste eeuw nu ook lokaal in de hogescholen te volgen. Er ontstaan opportuniteiten omdat we ondersteunende instrumenten, zoals Toledo, kunnen delen met de hogescholen. Dit kan fors kostenbesparend zijn.


Opportuniteiten Sociaal

Ook op sociaal vlak creëert de Associatie opportuniteiten: Het feit zelf van de Associatievorming zal ons de kans geven om belangrijke deficiënties in het hoger onderwijs te herstellen:


  • Zo bvb. zullen we beter in staat zijn om jong talent in de hogescholen te detecteren en eventueel naar de universiteit te laten doorstromen.

  • Omgekeerd zullen we ook beter in staat zijn het beruchte watervalsysteem – soms wel eens omschreven als de spiraal van negatieve selectie of ‘de pedagogie van het falen’ - te doorbreken.

  • Onverwacht is ook dat door de gezamenlijke invoering van de BAMAs in zowel hogescholen als universiteit, impliciet ook de vroegere opleidingen van het korte type geherwaardeerd worden, wat een grotere duidelijkheid in de keuze van opleiding waarborgt.

  • Hoewel op dit ogenblik nog controversieel, zal een integrale benadering van de financiering van hogescholen en universiteiten, ons toelaten om de toch nog brede kloof tussen beide types van instellingen, verder te overbruggen.

A
Toch ook voorbehoud en scepsis


nderzijds deelt niet iedereen dit enthoesiasme zoals het uit de opportuniteiten moge blijken. In de wetenschap dat er voor de Associatie op korte termijn zeker geen weg terug is, zal de volgende beleidsploeg met toch grote uitdagingen geconfronteerd worden.
Velen vinden dat de verwachtingen bij de hogescholen uit de Associatie bijzonder hoog – te hoog – geschapen zijn, zodat dit op termijn alleen maar tot frustratie kan leiden. Aan de hogescholen is bijzonder veel beloofd: uitreiken van masters, academisering van het onderwijs, toegang tot onderzoekskredieten. Misschien wel te veel te snel.
In recent verschenen persberichten is ook sprake van het uitreiken van doctoraten door hogescholen, waarbij het niet helemaal duidelijk is op welke wijze het daaraan gekoppelde onderzoek aan de universiteit zal gebeuren. Opnieuw wordt hier een ‘flou artistique’ geschapen niettegenstaande het feit dat anderen dan weer zeggen dat in de verschillende decreten genoeg drempels zijn ingebouwd om ‘overdreven enthoesiasme’ af te remmen.
Hoe zal het proces van integratie op het gebied van onderwijs en onderzoek precies verlopen? De enen pleiten voor aparte faculteiten die gevormd worden door departementen van de hogescholen, zodat er bvb. naast een Faculteit Toegepaste Wetenschappen aan de universiteit, ook een Faculteit Industriële Wetenschappen zou bestaan (gevormd uit de hogescholen). Dit zou men dan een ‘Geassocieerde Faculteit’ noemen. Anderen pleiten dan weer voor een ‘vertikale’ integratie, waarbij bvb. het departement Elektrotechniek van de Associatie aangehecht wordt bij het departement Electrotechniek van de Faculteit. Ons voorstel werd hierboven toegelicht.
Wat verstaat men precies onder ‘onderzoek in de hogescholen’ (daar waar er nog niet eens consensus is over ‘onderzoek aan de universiteit’) ? Welk onderzoek is vereist voor ‘academisering’. Er bestaat nu al het statuut van geaffilieerd onderzoeker, waarbij affiliatie altijd slaat op een bepaald departement van de universiteit. Ook over de invulling van bvb. het doctoraat, bestaat nog onduidelijkheid. Wellicht dienen hier nieuwe dimensies te worden aangeboord87.
Er groeit een toenemende onzekerheid over de eerste geldstroom en de manier waarop die voortaan verdeeld zal worden tussen hogescholen en universiteiten, en of bijvoorbeeld een deel al dan niet zal verlopen over de Associatie. In de wetenschap dat de kans op globale stijging van de eerste geldstroom voor de universiteiten klein is, en ook de vraag vanuit de hogescholen zeer groot, bestaat er een imminente dreiging dat de eerste geldstroom van de universiteiten nog verder weg zal eroderen dan nu al het geval is.
Volgens velen is er ook een grove overschatting van de diffusiesnelheid waarmee alle plannen en intenties doordringen tot ‘op de werkvloer’, zowel bij de hogescholen als bij de collega’s van de universiteit. Wellicht bestaat hier ook een communicatieprobleem, omdat het niet duidelijk is waarheen en op welke timing we met zijn allen moeten werken.
De intra-regionale maar ook internationale positionering van bachelors en masters is voor de universiteit alleen al niet voor de hand liggend. Hoe de bachelors en masters van de hogescholen, eenmaal geaccrediteerd, internationaal zullen gepercipieerd worden, is bijzonder onduidelijk. Over de begrippen ‘academiseren’ en ‘accrediteren’ en de vereisten daartoe, bestaat grote onduidelijkheid. Zijn er trouwens geen ‘politieke’ moeilijkheden te verwachten wanneer bepaalde opleidingen niet geaccrediteerd worden ?
De bedrijfswereld, overheden, social profit instellingen enz..., zullen om duidelijke profileringen vragen die complementair moeten blijven (bvb. complementariteit tussen industrieel en burgerlijk ingenieur, die alvast door het verdwijnen van het ingangsexamen en het betitelen van beide opleidingen met de ‘master’-titel, veel minder duidelijk wordt).
Het af te leggen academiseringtraject wordt gehypothekeerd door de leeftijdspyramide en het profiel van de docenten in de hogescholen.
Hoe rijmen we aan onze universiteit onze aspiraties voor excellentie met een brede instroom in de bachelors over de hele associatie?
De precieze bevoegdheidsafbakening tussen universiteit en Associatie, en hun respectieve voorzitter, dient dringend te worden opgehelderd.

1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18

  • De Associatie

  • Dovnload 1.45 Mb.